Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Redactioneel - Van over de (datum)grens column
6 april 2020 | Pierre Pieterse

Aangezien ik in mijn vorige editorial bijna de gehele shortlist uit de longlist naar boven wist te halen (alleen De wereld is rond wist aan mijn aandacht te ontsnappen), en ik niet ga vooruitlopen op de winnaar, is er ruimte om enige woorden te wijden aan fraaie boeken die de shortlist niet hebben gehaald. Omdat het vertalingen zijn. Of een verkeerd bouwjaar hebben.

Zoals Kapitaal en ideologie (vertaling) van Thomas Piketty. Een doorwrocht en daarmee ook een bijzonder lijvig boek. (Ik vrees dat Jesse Klaver ook dit boek van de door hem bewonderde Fransman niet gaat lezen.) Maar liefst 1200 bladzijden heeft Piketty nodig om zijn boodschap te adstrueren: wil je de problemen van nu oplossen (klimaat, nationalisme, hyperkapitalisme) dan zul je echt gelijkheid moeten creëren. Gelijkheid is in de ogen van Piketty primair het eerlijk verdelen van de economische taart. Maar ook het bakken van die taart vereist gelijkheid. ‘De motor achter economische groei is gelijkheid. Duurzame groei kan alleen ontstaan als we voorwaarden scheppen voor die gelijkheid,' aldus Piketty in een interview met VN. Een andere voorwaarde, of afgeleide, is rechtvaardigheid. Daarover zegt hij: ‘Als we sociale rechtvaardigheid willen, dan moet er ook fiscale rechtvaardigheid bestaan. Anders lossen we nooit die enorme problemen op die bestaan in Europa, de ongelijkheid tussen burgers en grote bedrijven.'

En dat is een mooie brug naar het betoog van Kees van Lede en Joris Luyendijk in Buitenhof, naar aanleiding van hun boek Pessimisme is voor losers (uit 2020, dus verkeerd bouwjaar). In de jaren '80 van de vorige eeuw, toen ondernemend Nederland bijkans bezweek onder de enorme (sociale) lasten, was Wassenaar het reddende Akkoord. Werknemers deden een forse scheut loonmatiging in de ondernemerswijn en langzaam aan kwam 's lands kurk op de golven van marktwerking weer bovendrijven. Maar anno 2020 is de pendule doorgeslagen, zo zei Van Lede. Het zijn nu alleen de aandeelhouders (de kapitaalverschaffers) die de revenuen opeisen. ‘Links moet toegeven dat ze hebben verloren,' zei Bolkestein indertijd. Maar nu is het tijd dat ‘rechts gaat toegeven dat ze hebben gewonnen,' aldus Luyendijk. En dat het medicijn ‘marktwerking' uitgewerkt is, contraproductief is om bijvoorbeeld tot een kenniseconomie te komen. Luyendijk spreekt zelf van ‘gif'. Hij pleit dan ook voor een grotere (fiscale) rol van de overheid om de uit het lood geslagen maatschappij weer in balans te brengen.

En dan is er Narrative Economics (nog niet vertaald) van Robert Shiller waarin hij overtuigend betoogt dat onze economie niet alleen wordt voortgedreven door kwantitatieve factoren maar ook door verhalen over de wereld om ons heen, door narrative economics. Nine eleven bijvoorbeeld. De terreuraanslagen van elf september 2001 kwamen voor de Verenigde Staten op het slechtst denkbare moment. Het land schurkte na het knappen van de internetzeepbel in 2000 al een paar maanden tegen een recessie aan, en beleidsmakers vreesden dat de traumatische gebeurtenissen het laatste zetje waren om de economie in een vrije val te doen raken. Tot ieders verrassing had 9/11 echter precies het tegenovergestelde effect. Direct na de aanval domineerde namelijk het narratief dat het land er door symbolische daden weer bovenop zou kunnen komen. Zo vroeg president George W. Bush de natie om hun veerkracht te tonen door massaal met het vliegtuig naar bestemmingen als Disneyworld te gaan. Het advies om terreur te bestrijden met consumptie werd destijds met hoongelach ontvangen, maar had wel effect. In november draaide de economie alweer op volle toeren, wat de recessie van 2001 tot een van de kortste in de Amerikaanse geschiedenis maakte.

Op het moment van schrijven, terwijl het Coronavirus rondwaart, is dat eigenlijk best hoopgevend.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden