Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Oproer in de C2C gelederen nieuws
3 maart 2009 | Pierre de Winter

Volgens advocaat Roger Cox moet de certificering van producten die volgens de Cradle to Cradle-filosofie ontworpen zijn, in publiek-private handen komen. C2C-bedenker Michael Braungart reageert: "Goed nieuws voor de control freaks: we zijn met een third party in gesprek."

Cox krijgt op de website duurzaamgebouwd.nl veel bijval voor zijn idee van Nederlanders die met C2C-projecten bezig zijn, maar wat vinden de bedenkers zelf van het Hollandse oproer? Is Michael Braungart ook gecharmeerd van het betoog van Cox?

"Weet je wat het probleem is?" zegt de chemicus, "Nederlanders zeggen graag ‘ja’, en dan komt even later de ‘maar’. Ik ben nog steeds blij verwonderd over de manier waarop ons concept in Nederland is ontvangen, maar ik word ook een beetje ongelukkig van de manier waarop steeds nieuwe bezwaren worden geuit, terwijl de taak - het ontwikkelen van producten die ‘ goed’ zijn in plaats van ‘minder slecht’ op zich al moeilijk genoeg is.

"Roger Cox heb ik anderhalf jaar geleden leren kennen, toen ik heb gesproken op zijn congres. Na dat congres heb ik al die tijd niets van hem vernomen - was-ie met andere dingen bezig - en nu is-ie blijkbaar terug. Ik begrijp niet waarom hij hier nu ineens mee komt."

Desalniettemin moet u er iets mee.

"Ja, we weten al langer dat deze kritiek bestaat. En dus zijn wij al een tijdje bezig om te kijken hoe we de control freaks van deze wereld tevreden kunnen stellen. We zijn in gesprek met een instantie die als onafhankelijke ‘third party’ moet gaan opereren."

Kunt u vertellen welke instantie dat is?

"Nee, dat kan helaas niet. Maar ik beloof u dat we er binnen drie à zes maanden nieuws over naar buiten brengen."

(In het artikel Duurzame onvrede meer achtergrond rond dit oproer en het volledige interview met Braungart.)


Duurzame onvrede achtergrond
3 maart 2009 | Pierre de Winter

Volgens advocaat Roger Cox moet de certificering van producten die volgens de Cradle to Cradle-filosofie ontworpen zijn, in publiek-private handen komen. C2C-bedenker Michael Braungart reageert: "Goed nieuws voor de control freaks: we zijn met een third party in gesprek."

Oproer in Cradle to Cradle-kringen. Op www.duurzaamgebouwd.nl, de webstulp voor iedereen die zich bezig houdt met een duurzame bebouwde omgeving, heeft de Limburgse organisator van het eerste C2C-congres in Nederland, de advocaat Roger Cox, de knuppel in het hoenderhok gegooid. Cox vindt dat de certificering van producten en/of gebouwen die voldoen aan het C2C-ontwerpprotocol voortaan niet meer plaats moet vinden door consultants die gelieerd zijn aan het Hamburgse adviesbureau EPEA – in Nederland zijn dat ondertussen vier bureaus - maar door een onafhankelijke, op publiek -private samenwerking gestoelde instelling.

Voor de goede orde: Cradle to Cradle (C2C) is de door de Duitse chemicus Michael Braungart - oprichter van EPEA - en de Amerikaanse architect William McDonough groot gemaakte duurzame ontwerpfilosofie waarbij producten en gebouwen niet worden ontworpen met het idee dat ze ‘minder slecht’ moeten zijn voor de leefomgeving - zoals in de conventionele duurzame denkwijze - maar met het idee dat ze gewoon goed moeten zijn. Dat betekent: volledig afbreekbaar in materialen die vervolgens weer zonder kwaliteitsverlies in de product- of milieucyclus opgenomen kunnen worden. En voor gebouwen geldt daarnaast dat ze CO2-neutraal moeten zijn en minimaal in hun eigen energie moeten voorzien.

In Nederland is veel te doen over C2C. Een tweeënhalf jaar geleden uitgezonden documentaire over het fenomeen door het VPRO-programma Tegenlicht maakte hier te lande enorm veel enthousiasme los bij zowel overheid als bedrijfsleven. Sindsdien hebben enkele gemeentes - Venlo, Almere - zich aan de C2C-beginselen gecommiteerd in hun nieuwbouwplannen, zijn bedrijven - waaronder multinationals AkzoNobel en Philips - druk bezig producten en werkwijzen te ontwikkelen die aan het C2C-protocol voldoen, zal in 2012 de Floriade in Venlo één grote showcase moeten worden voor wat C2C mogelijk maakt, en repte milieuminister Jacqueline Cramer al van Nederland als ‘de eerste C2C-economie ter wereld.’ Michael Braungart spendeert sindsdien veel tijd in Nederland en bekleedt aan de Erasmus-universiteit zelfs een - part time - leerstoel, bij het Dutch Research Institute For Transitions (DRIFT).

De positieve energie die het C2C-gedachtengoed genereerde was dus enorm, maar tegelijkertijd was er al snel kritiek. De visie zou te technologiegericht zijn en misleidend in het idee dat de mens gewoon door kan consumeren zoals hij dat nu doet. En er zou te weinig oog zijn voor de rol van de overheid, de C2C-economie zou een enorm logistiek- en transportprobleem veroorzaken met bijbehorende milieu-impact, en de visie stond gewoon te ver van de huidige realiteit om echt geloofwaardig te zijn.

En nu is er dus het artikel ‘Cradle to Cradle heft dringend Publiek Private Samenwerking nodig’ van Cox. Kern van diens betoog: ‘Cradle to Cradle leidt te veel onder goeroe-gedoe en de certificeringssystematiek moet ondergebracht worden bij een publiek-privaat instituut, dat boven de partijen staat en geen commercieel belang heeft, zoals EPEA van Braungart dat wel heeft.’ Cox vindt dat de naam ‘Cradle to Cradle’ moet blijven en wil dat de bedenkers partner worden in een dergelijk instituut. Maar ze zullen de certificering uit private handen moeten geven, "anders wordt de huidige C2C-hype de zoveelste gemiste kans voor de duurzame zaak". In de reacties op het artikel krijgt Cox veel bijval, veelal van mensen die met de C2C-systematiek werkzaam zijn.

Maar wat vinden de bedenkers zelf van het Hollandse oproer? Is Michael Braungart ook gecharmeerd van het betoog van Cox? "Weet je wat het probleem is?" zegt de chemicus, "Nederlanders zeggen graag ‘ja’, en dan komt even later de ‘maar’. Ik ben nog steeds blij verwonderd over de manier waarop ons concept in Nederland is ontvangen, maar ik word ook een beetje ongelukkig van de manier waarop steeds nieuwe bezwaren worden geuit, terwijl de taak - het ontwikkelen van producten die ‘ goed’ zijn in plaats van ‘ minder slecht’ op zich al moeilijk genoeg is."

Wat heeft u te zeggen op het betoog van Cox?

"Roger Cox heb ik anderhalf jaar geleden leren kennen, toen ik heb gesproken op zijn congres. Na dat congres heb ik al die tijd niets van hem vernomen - was-ie met andere dingen bezig - en nu is-ie blijkbaar terug. Ik begrijp niet waarom hij hier nu ineens mee komt."

Hij krijgt veel bijval op de website waar hij het stuk geplaatst heeft.

"Ja, blijkbaar vindt men dat er meer controle nodig is."

Vindt u dat dan niet?

"Laat ik het zo zeggen: het is niet mijn wereld. Wij hebben noodgedwongen een certificeringssystematiek opgezet om de integriteit van onze werkwijze te kunnen garanderen. Maar Cradle-to-Cradle als visie heeft niets met controle en certificering te maken. We willen een community creëren van mensen die de moeite willen nemen om ‘goede’ producten en gebouwen te ontwerpen. Ik mag hopen dat die mensen dat doen omdat ze dat belangrijk vinden; niet omdat ze dan vervolgens een stempel krijgen dat het deugt."

Maar u certificeert wel, en deze kritiek wordt blijkbaar gedeeld. Daar moet u toch iets mee?

"Ja, we weten al langer dat deze kritiek bestaat. En dus zijn wij al een tijdje bezig om te kijken hoe we de control freaks van deze wereld tevreden kunnen stellen. We zijn in gesprek met een instantie die als onafhankelijke ‘third party’ moet gaan opereren."

Kunt u vertellen welke instantie dat is?

"Nee, dat kan helaas niet. Maar ik beloof u dat we er binnen drie à zes maanden nieuws over naar buiten brengen."

U klinkt alsof u het niet van harte doet.

"We hebben het belang hiervan ondertussen wel begrepen. Maar wij lopen met ons concept tegen in mijn ogen veel belangrijker problemen aan. Dat is één, dat de Nederlandse overheid mooie beloftes doet, maar zich nog niet één keer heeft gecommitteerd aan lange termijn doelen. En twee dat we tegen een enorm kwaliteitsprobleem aanlopen. Het vraagt gewoon heel veel van een organisatie om werkelijk volgens ons protocol te werk te gaan. En als je dan vraagt wat ik belangrijker vind: aan kwaliteit werken of de certificering open gooien, dan zeg ik: quality first."


De najaarsworp (4): innoveren nieuws
26 augustus 2008 | Hans van der Klis

Innovatie is een van de motoren van de Nederlandse kenniseconomie: zonder innovatieve krachten in het bedrijfsleven zou Nederland zijn concurrentiepositie in de mondiale economie snel zien verslechteren. Een belangrijk onderwerp dus voor de uitgeverijen van managementboeken: deel 4 van de reeks over de najaarsworp betreft boeken over innovatie en verandermanagement.

In het boek Innovatie uit de polder. Hoe Nederland kan vernieuwen (Business Contact, januari) spreken Patrick van der Duin (TU Delft), Rob de Graaf (ondernemer en docent) en Ton Langeler (betrokken bij de introductie van de Senseo) hun zorgen uit over de innovatieve kracht van ons land. Op basis van interviews met vijftien vooraanstaande innovatie-experts doet het drietal vijf aanbevelingen om het klimaat in Nederland voor innovaties te verbeteren.

Of het werkelijk zo slecht gesteld is met de innovatiebereidheid in Nederland kunnen wij lezen in het boek Oh, wat zijn wij creatief!, met als ondertitel 'Het Grote Creativiteitsonderzoek bij ondernemend Nederland’ van consultant Peter ten Hoopen en FD-journalist Marleen Janssen Groesbeek (Business Contact). Ten Hoopen en Janssen Groesbeek stellen vast dat bedrijven weliswaar schreeuwen om innovaties, maar dat zij hun medewerkers bepaald niet stimuleren creatiever te werk te gaan.

Matthew Emmens, CEO van Squire Pharmaceuticals, en Beth Kephart, partner bij Fusion Communications en auteur van acht eerdere boeken, zweren bij de kracht van de verbeelding. Samen hebben zij een managementnovelle geschreven, Zenobia. The Curious Book of Busines (Academic Service, oktober) waarin zij een pleidooi houden om vaker buiten de gebaande paden te durven denken. ‘Zenobia’ is het verhaal van jonge vrouw die erin slaagt met haar optimisme en onconventionele manier van denken de rigide organisatie waar zij als starter terecht is gekomen, nieuw leven in te blazen. De vorm van een novelle kan interessant zijn; wij houden u op de hoogte.

Ook Hugo Meijers onderneemt in zijn boek ‘Aërodynamisch veranderen’ (Scriptum, oktober) een ontdekkingsreis om los te komen van de bestaande manier van denken over organiseren en veranderen. Meijers probeert heilige huisjes omver te halen en gaat op zoek naar een nieuw verhaal. Hij verzet zich tegen de ‘vrijwel onaantastbare elite’ en datgene ‘wat als verandergeloof klakkeloos wordt aangenomen en nimmer fundamenteel wordt weerlegd’.

Jonas Ridderstråle en Mark Wilcox willen met hun boek Why + how = wow! (Academic Service, oktober) overbrengen hoe managers binnen hun organisatie energie kunnen vrijmaken om veranderingen door te voeren. Zij gaan daarbij uit van het revolutionaire 3D-leiderschapsmodel: Denken – Discussiëren – Doen. Met dit model schets je een overtuigend beeld van de toekomst van je bedrijf, creëer je commitment om de visie te verwezenlijken en haal je het maximale resultaat uit teamperformance. Ridderstråle is coauteur van de internationale bestsellers Karaoke Capitalism en Funky Business Forever en behoort tot de invloedrijkste businessgoeroes. Mark Wilcox was jarenlang werkzaam bij een aantal grote internationals.

Tot slot de rol van duurzaamheid in het innovatieproces. Cradle to Cradle, de visie die Michael Braungart en William McDonough hebben ontwikkeld voor duurzaam ontwerpen, is vooral in Nederland aangeslagen. Dat is niet in de laatste plaats te danken aan het zendingswerk dat Braungart in Nederland verricht. Claudia van der Werf laat in haar boek Cradle to cradle in bedrijf (Scriptum, oktober) zien hoe het er in Nederland in de praktijk aan toegaat. Ze geeft voorbeelden van vijftien bedrijven of organisaties die het C2C-principe toepassen met producten of diensten die nu al leverbaar zijn of die in ontwikkeling zijn.


De gebruiksaanwijzing van Cradle to Cradle nieuws
28 april 2008 | Pierre de Winter

Afgelopen week/weekend in zowel HP/DeTijd als de Volkskrant een artikel over de duurzaamheidsfilosofie die Nederland hard aan het veroveren is: Cradle to Cradle (C2C). Venlo wordt C2C, Almere sinds enkele weken officieel ook. En al vorig jaar deed milieuminister Jacqueline Cramer de uitspraak dat Nederland het eerste land ter wereld zou kunnen worden met een C2C-economie.

Cradle to Cradle – van wieg tot wieg – is een visie voor een wereld zonder afval, bedacht door de Duitse chemicus Michael Braungart en de Amerikaanse architect William McDonough. Producten worden zo ontworpen en gefabriceerd dat ze aan het eind van hun levenscyclus volledig hergebruikt gaan worden. Gebouwen voorzien in hun eigen energiebehoefte en de samenleving functioneert als een kersenboom: al het afval is voedsel voor het systeem dat de boom in leven houdt. Krijgen we dat voor elkaar – zo zeggen de twee – dan kunnen we rustig blijven consumeren zoals we nu doen, want hoe meer afval, hoe meer voedsel voor weer nieuwe producten en zelfs voor de natuur. Zelf lieten ze zien hoe het moet: composteerbare t-shirts, recyclebare schoenen en bureastoelen en groener dan groene gebouwen ontwikkelden ze in samenwerking met grote bedrijven. En in China zijn ze met de ontwikkeling van zes ecologische steden bezig.

Een fraai, optimistisch verhaal dat eind 2006 via de VPRO-documentaire ‘Afval is voedsel’ in ons land insloeg als een bom. Op het web buitelen de C2C-initiatieven over elkaar heen, het aantal seminars en congressen erover loopt in de tientallen en als gezegd: de Nederlandse (lokale) overheid lust er wel pap van. De gemeente Haarlemmermeer bijvoorbeeld wil ook al een C2C-bedrijvenpark.

Maar langzamerhand komen ook de twijfels. In HP/DeTijd is te lezen dat ontwerpers en ondernemers op kleine schaal geestdriftig met het concept bezig zijn, maar er niet of nauwelijks in slagen tot resultaten te komen, omdat het vaak ingewikkeld is en behoorlijke investeringen vraagt. In de Volkskrant wordt de kritiek op het concept verwoord die met name in duurzaamheidskringen leeft. Vooral de claim van de twee dat we gewoon kunnen doorgaan met consumeren, wordt door de kritikasters als ‘onzin’ en ‘onverantwoordelijk’ afgedaan. Daarnaast zouden Braungart en McDonough te weinig hebben nagedacht over de vraag op wat voor beleid een overheid die daadwerkelijk geÑ—nteresseerd is in het realiseren van een C2C-economie, zou moeten inzetten.

Zo gaat dat dus met hypes - want dat er een C2C-hype gaande is, leidt geen twijfel. Na de euforie komen de vragen. En eigenlijk hebben Braungart en McDonough het allemaal aan zichzelf te danken. Van een groene chemicus en een groene architect zijn ze de laatste jaren geëvolueerd tot great communicators die de grenzen van hun respectievelijke vakgebieden allang overschreden hebben. Hun boek is radicaal, idealistisch en ook nog eens leuk geschreven. Beide zijn in staat volle zalen voor zich in te nemen en door de groene boodschap zo te brengen dat de mens niet ‘het probleem’ is maar ‘de oplossing’, hebben ze een enthousiasme losgemaakt waar ze waarschijnlijk zelf ook nooit op gerekend hadden.

Maar hoe meer aandacht ze voor hun gedachtegoed genereren en hoe meer ‘leken’ ze weten te enthousiasmeren, hoe vaker ze de vraag te horen zullen krijgen: ‘Waar vind ik de gebruiksaanwijzing?’


C2C nieuws
3 december 2007 | Pierre Pieterse

Het boek Cradle to Cradle. Remaking the way we make things is hard op weg een bijbel te worden in de wereld die duurzaamheid heet. En de beide auteurs , Michael Braungart en William McDonough, wereldsterren.

Misschien komt dat wel door de voorgestelde aanpak. In het kort, zo lezen we op Slow Management, komt de filosofie van de heren erop neer dat de hele economie opnieuw ontworpen kan gaan worden, zodanig dat alles wat we produceren onderdeel is van een cyclus waarin grondstoffen als voedsel dienen voor de ecologie, of eindeloos hergebruikt, in hun termen ‘ge-upcycled’, kunnen worden in de industriële wereld. Braungart en McDonough hanteren daarbij niet de calvinistische ‘zuinigheid-met-vlijt’ retoriek die we zo goed kennen uit de milieuhoek maar zweren juist bij het idee dat de mens zo overvloedig en verkwistend kan leven als hij zelf wil, mits dat binnen een economisch systeem gebeurt dat de natuur niet schaadt, maar voedt. Wie nog meer wil weten, moet maar even luisteren naar een interview met McDonough (u moet zich eerst even door uitvoerige ‘boodschappen van de sponsor’ worstelen, maar dan begint het echt).


Upcyclen nieuws
5 oktober 2007 | Pierre Pieterse

Duurzaam is in, en het boek dat hard op weg is om de ‘duurzaamheid-Bijbel’ te worden, is Cradle to Cradle van chemicus Michael Braungart en de ‘groene’ architect William McDonough. Een Bijbel met alle kenmerken van een kwaliteitshandboek zoals ze dat bij Boeing gebruiken, want C2C betekent dat de hele economie opnieuw ontworpen moet worden: alles wat we produceren moet onderdeel zijn van een cyclus waarin grondstoffen als voedsel dienen voor de ecologie, of eindeloos hergebruikt kunnen worden in de industriële wereld. ‘Upcyclen’ noemen ze dat. Een leuke bijkomstigheid is dat binnen een C2C systeem iedereen zo overvloedig en verkwistend kan leven als hij zelf wil, zolang dat gebeurt op een manier die de natuur niet schaadt maar voedt.

Braungart is even in Nederland en Pierre de Winter tekende voor Slow Management enige ‘profetieën’ op. Zo heeft Nederland volgens Braungart ‘een goede cultuur om het Cradle to Cradle-principe op maatschappelijk niveau te kunnen realiseren. Jullie hebben een open samenleving, een geavanceerd bedrijfsleven, een hoog ontwikkelde infrastructuur, een traditie op het gebied van design en een volwassen relatie met de natuur. Vooral dat laatste is mijn ogen een belangrijke reden dat C2C hier zo aanslaat. Philips, Akzo, DSM, ze hebben me allemaal uitgenodigd om te komen praten over wat voor rol zij zouden kunnen spelen. Ik zie hier het soort kritische massa ontstaan dat iets mogelijk moet kunnen maken.’

C2C vereist een combinatie van het beste uit de Europese en de Amerikaanse traditie. ‘Wij kunnen belangrijke dingen van de Amerikanen leren. Zeker in de academische wereld. Hier worden wetenschappers betaald om zich bezig te houden met problemen. Dus komen ze met nieuwe problemen, zodat ze daar weer geld voor krijgen. In Amerika word je betaald om te komen met oplossingen en kijken ze echt naar de vraag wat het verschil maakt. Maar in Europa daarentegen bezitten we het vermogen om aan complexe oplossingen te werken en systemen te ontwerpen die ook nog eens duurzame oplossingen verschaffen. Doordacht ontwerp, daar zijn we oneindig veel beter in dan de Amerikanen.’

Naar eigen zeggen is C2C geen hype die aan de praat wordt gehouden door marketingpraatjes. Daarvoor staat er te veel op het spel: ‘Uiteindelijk gaat het over de vraag hoe wij met onszelf omgaan. En het moment om daarin beslissende acties te ondernemen, is nu. De komende twintig jaar zijn cruciaal.’

William McDonough, Michael Braungart
Cradle to Cradle

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden