Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Henry Mintzberg: ‘Ik vraag me soms af wat voor impact ik heb gehad’ interview
22 mei 2019 | Jeroen Ansink

Management moet weer met beide benen op de grond komen, zegt Henry Mintzberg in Bedtime Stories for Managers. In zijn twintigste boek waarschuwt de Canadese hoogleraar onder meer tegen het kortetermijnsdenken van narcistische leiders. ‘Topbestuurders moeten het ingeramd krijgen dat wat ze doen beschamend is.’

 

Wat is er mis met management?
We hebben machthebbers zo op een voetstuk gezet dat leiderschap is losgeweekt van geëngageerd management, waarin je met je voeten in de klei brandjes aan het blussen bent. Het gevolg is dat veel topbestuurders zich alleen nog maar met cijfers bezighouden en vanuit een ivoren toren hun decreten de wereld inslingeren. Het vereist geen enkel talent om te bepalen dat de omzet met tien procent omhoog moet en om je mensen vervolgens te ontslaan als ze dat doel niet halen. Het enige dat je daarvoor nodig hebt is een vorm van onverbiddelijkheid, en je ziet dat leiders daar steeds vaker op geselecteerd worden. Het narcisme en egoïsme van sommige CEO's is stuitend.

Waar komt dat door?
Het heeft voor een groot deel te maken met het kortetermijndenken van de aandelenmarkten, gekoppeld aan de praktijk om snelle winsten te belonen met exorbitante bonussen. Dat leidt tot perverse prikkels. Neem een ingreep als downsizing om kosten te besparen. Hoe kunnen duizenden werknemers van het ene op het andere moment overbodig zijn? Had een paar weken daarvoor dan niemand door dat de organisatie zoveel nutteloze mensen bevatte? En wat zegt dat over de managementkwaliteiten van de CEO zelf? Het zijn met andere woorden juist de downsizers die gedownsized zouden moeten worden.

Toch worden dit soort ingrepen in business schools uitgebreid bestudeerd en zelfs aangemoedigd.
Wat een tweede reden is waarom de professie zoveel middelmatige beoefenaren heeft. In de top van het bedrijfsleven zie je steeds meer MBA's, en die zijn nu eenmaal niet getraind om te managen. Uit studies blijkt dat bedrijven die geleid worden door een MBA gemiddeld zelfs slechter presteren dan organisaties zonder MBA aan het hoofd.

Maakt een business school iemand tot een slechtere manager, of trekken MBA-programma's juist mensen aan die zich eigenlijk niet met management zouden moeten bezighouden?
Ik denk dat beide factoren een rol spelen. Begrijp me niet verkeerd, de meeste business scholen verrichten significant onderzoek en bieden een prima opleiding voor specifieke organisatorische functies, zoals financiën en marketing. Maar doordat ze de nadruk leggen op analyse en case studies geven ze jonge mensen die nog nooit leiding hebben gegeven vaak een compleet verkeerd beeld van wat management nu echt inhoudt. Met als gevolg dat beginnende bestuurders geen flauw idee hebben hoe ze een bepaald probleem in het echte leven het hoofd moeten bieden.

Hoe lossen we dat op?
We moeten terug naar de basis. Een prachtig voorbeeld van een geëngageerde manager is John Cleghorn, die als topman van Royal Bank of Canada ooit zijn kantoor belde om door te geven dat hij op weg naar het vliegveld op een kapotte pinautomaat was gestuit. Dat was geen kwestie van micromanagement, maar een duidelijk signaal aan de rest van de organisatie. Management en leiderschap zijn wat dat betreft twee kanten van dezelfde medaille: soms is leiderschap niet meer dan management dat op een goede manier wordt bedreven. Oppergoeroe Peter Drucker vergeleek de onderneming ooit met een symfonie-orkest, waarbij de CEO zowel dirigent als componist is. In werkelijkheid heeft management meer weg met het overzien van een geïmproviseerd muziekstuk waarbij het orkest zijn eigen gang gaat en de sponsor van het concert op het laatste moment nog wijzigingen doorvoert. In de woorden van Stanford-business professor Jim March: leiderschap omvat zowel poëzie als loodgieterswerk. 

U stelt daarnaast dat we onze verwachtingen moeten bijstellen. Perfecte leiders bestaan niet.
Managers komen met gebreken, net als ieder ander. Het enige verschil is dat hun onvolkomenheden onder de omstandigheden niet fataal zijn, en dat redelijke mensen in hun omgeving een manier hebben gevonden om met die tekortkomingen te leven. Er is overigens een hele eenvoudige manier om je daarop voor te bereiden: spreek voordat je een manager aanneemt met de mensen die hij of zij in het verleden heeft aangestuurd. Er zijn namelijk twee manieren om iemands eigenaardigheden te leren kennen: door voor ze te werken of door met ze te trouwen - en de mening van een levenspartner is zelden objectief.

Dat maakt echter geen einde aan het kortetermijndenken. De markt is sterker dan ooit.
Het is de grote ironie van deze tijd dat het kapitalisme wordt bedreigd door hetzelfde verschijnsel dat destijds het communisme de das heeft omgedaan, namelijk een samenleving die compleet uit balans is. Net zoals de economieën van de oostbloklanden kapituleerden voor de staat is de balans nu volledig omgeslagen naar de particuliere sector. Het kapitalisme moet in haar oude luister worden hersteld: weg van de publieke sector, en terug naar de markt. Hoe? De enige effectieve manier die ik kan bedenken is door financieel verlies of vernedering. Topbestuurders moeten het door hun klanten, hun kinderen en hun echtgenotes krijgen ingeramd dat wat ze doen beschamend is. Kijk naar de marges in big farma: die markt is volledig ontspoord.

Uw twintigste boek is de kroon op vijftig jaar onderzoek. Toch signaleert u dezelfde problemen als in het begin van uw carrière. Is dat niet ontmoedigend?
Ik vraag me inderdaad soms af hoeveel impact mijn werk nu eigenlijk heeft gehad. De kwaliteit van leiders is gedurende mijn carrière gestaag verslechterd, de financiële markten worden op alle mogelijke manieren gemanipuleerd, en voor elke onderneming die een oprechte poging doet tot doing well by doing good is er een veelvoud aan bedrijven die niet verder komen dan doing well by doing bad of zelfs doing well by doing nothing at all. Maar in mijn optimistische buien denk ik dat het nog erger had kunnen zijn als wij managementdenkers er níet waren geweest. En dan zie ik dat er duizenden tieners in Amsterdam de straat op gaan om te demonstreren tegen de klimaatcrisis en dan heb ik weer hoop.


Harvest - Nieuwe boeken van Webb en Mitzberg nieuws
5 april 2019 | Jeroen Ansink

Wat leest Amerika en wat waait waarschijnlijk over naar Nederland? 'Onze man in de VS' Jeroen Ansink doet maandelijks een rondje boekwinkels in New York.

Het zal niet bij iedereen zijn doorgedrongen, maar de toekomst van kunstmatige intelligentie wordt bepaald door slechts negen bedrijven: de G-MAFIA in de Verenigde Staten (Google, Microsoft, Amazon, Facebook, IBM en Apple), en BAT (Baidu, Alibaba en Tencent) in China. Dat handjevol spelers heeft, als er niet snel iets verandert, de potentie om de mensheid in een catastrofe te storten, stelt de Amerikaanse futuroloog Amy Webb in The Big Nine. De Amerikaanse ondernemingen staan onder druk van de meedogenloze kortetermijnbelangen van de markt, terwijl de Chinese bedrijven op hun beurt gigantische hoeveelheden data verzamelen om de machtsambities van een autoritaire overheid te voeden. Het publieke belang dreigt in deze dubbele dynamiek te worden vermorzeld, want er is niemand die het overzicht heeft, laat staan een alomvattende strategie om de trend van haar scherpste kantjes te ontdoen. 

Het gebrek aan een consensus over een universele AI-veiligheidsstandaard heeft nu al ernstige gevolgen. De Amerikaanse staat Washington staat momenteel voor de ernstigste uitbraak van mazelen in een generatie, omdat een groep sceptische ouders die zich via een Facebook-algoritme laat informeren categorisch weigert om haar kinderen in te enten. En in China plaatste zoekmachine Baidu misleidende kwaliteitsscores van een militair ziekenhuis boven aan de lijst van zoekresultaten, wat tot de dood van een 21-jarige student leidde.

Webb, die lesgeeft aan New York University, waarschuwt daarnaast ook voor een vorm van digitale verzuiling. Zo brengen Apple, Google en Amazon al een tijdje allerlei ki-gestuurde gadgets (zoals digitale assistenten, smart speakers, en intelligente plugjes) op de markt die niet compatibel zijn met andere systemen. Dat assortiment zal in de nabije toekomst worden uitgebreid met slimme brillen, koelkasten en zelfs toiletten, zodat mensen vroeg of laat zullen moeten kiezen: willen ze bijvoorbeeld deel uitmaken van de exclusieve, maar peperdure Apple-kaste, of sluiten ze zich liever aan bij de voor iedereen toegankelijke Google-zuil die wordt gefinancierd met reclames? Amazon heeft inmiddels al een exclusief samenwerkingsverband met bouwgigant Lenar afgesloten, zodat het niet uitgesloten lijkt dat op den duur volledig geïntegreerde Amazon-huizen of zelfs hele woonwijken zullen verrijzen, die allemaal deel uitmaken van hetzelfde besturingssysteem.

Hoe zijn dergelijke ontwikkelingen in goede banen te leiden? De oplossing is, zoals zo vaak, tijdrovend en gecompliceerd, anders hadden we het als samenleving nooit zo ver laten komen. Toch is Webb, bekend van haar boek The Signals are Talking, voorzichtig optimistisch. Als burgers zich beter informeren en hun data niet zomaar weggeven, het bedrijfsleven de risico's van AI-investeringen zorgvuldiger inschat, en universiteiten hun technische opleidingen combineren met een algemeen curriculum in de sociale wetenschappen, dan maken we als samenleving een kans. Ook de overheid moet meewerken, bijvoorbeeld via een door Webb gepropageerde Global Alliance on Intelligence Augmentation, die de proliferatie van kunstmatige intelligentie mondiaal aan banden moet leggen. ‘We kunnen de toekomst niet voorspellen,’ aldus de futurologe. ‘Maar we kunnen er wel beter voor plannen.’

Stel je een MBA-student voor die een case study moet doen over een symfonieorkest. Hij ontdekt dat de hoboïsten tijdens het concert langdurig aan de zijlijn staan, dat bepaalde muzikale passages telkens weer worden herhaald, en dat er twintig violisten zijn die allemaal dezelfde noten spelen. Conclusie: de rol van de hobo's moet gelijkmatiger worden gespreid, de dirigent dient drastisch te snoeien in de strijkerssectie, en de concerten zelf kunnen worden teruggebracht van twee uur naar twintig minuten, wat tevens een besparing in intermissies oplevert. Het klinkt als een absurd gedachtenexperiment, totdat je beseft dat deze vorm van effectiviteitsdenken schering en inslag is in het bedrijfsleven: had de student zijn analytische vaardigheden losgelaten op een fabrieksorganisatie, dan had geen haan ernaar gekraaid.

Bedtime Stories for Managers van de Canadese managementdenker Henry Mintzberg staat vol met dit soort wetenswaardigheden. Het boek, inmiddels zijn twintigste, is een selectie uit Mintzbergs razendpopulaire blog, waarin de McGill-professor zijn gedachten laat gaan over wat tevens de rode draad vormt in zijn vijftigjarige carrière: hoe de professie kan worden teruggebracht van hoogdravend leiderschap naar management dat met beide benen op de grond staat.

En passant strooit Mintzberg met inzichten die de conventionele wijsheid pareren: hoe een niet te eten roerei, en niet financieel wanbeheer, het faillissement van 's werelds grootste luchtvaartmaatschappij inleidde, waarom het een vergissing is om van top- en midden-, maar nooit van bodemmanagers te spreken, dat de vloerstenen (slabs) tussen managementlagen desastreuzer zijn voor een organisatie dan de informatiesilo's rondom bedrijfsonderdelen, en waarom mensen met een MBA vaak beroerde CEO's zijn.

Mintzberg moedigt zijn lezers aan om zich vooral niet af te laten schrikken door zijn soms boude manier van formuleren, omdat 'mijn meest schaamteloze ideeën vaak mijn beste blijken te zijn'. Maar hij onthoudt zich van magic bullets: 'Die laat ik over aan de boeken die aan het probleem bijdragen.'

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden