Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
De koning is dood, leve de koning nieuws
31 augustus 2016 | Bertrand Weegenaar

Het is bijna vijf jaar geleden (5 oktober) dat Steve Jobs overleed. Vijf jaar sinds Tim Cook het roer overnam en definitief uit zijn schaduw moest treden. Vijf jaar met wisselende successen waarbij Apple nog nooit zo rijk geweest is. Voornamelijk dankzij de verkopen van de iPhone. Maar ook nog nooit zo weinig technische vooruitgang heeft geboekt.

De iWatch is nog geen succes en de aankoop van Beats (koptelefoons én streaming muziekdienst) voor 3 miljard dollar levert Apple slechts een plekje op als één van de concurrenten van Spotify. Nee, onder Cook is Apple nog niet het innoverende bedrijf dat het onder Jobs was. De iPhone 7 komt eraan, misschien dan.

De boeken, films en documentaire over Jobs laten een visionaire maar voor zijn omgeving harde zakenman zien. De verfilming Jobs (2013) gebaseerd op de controversiële maar geautoriseerde biografie Steve Jobs van Walter Isaacson richtte zich op die aspecten. Alles over voor ‘De Grote Droom’. En de rol van de vader die een dochter ontkent, later accepteert en in zijn leven opneemt. Zijn succesvolle terugkeer bij Apple, zijn successen met Pixar en het dealen met zijn ziekte hebben Jobs in de laatste fase van zijn leven veranderd. De indringende documentaire, Steve Jobs The man in the machine laat een (wat) genuanceerd(er) beeld zien door de ogen van intimi van Jobs.

Tim Cook is niet de nieuwe koning in het mondiaal innoverende technische universum. Die titel wordt meer en meer overgenomen door Zuidafrikaan / Amerikaan Elon Musk. Musk heeft als visionair ondernemer de erfenis van Jobs overgenomen. Als oprichter van onder andere PayPal, Tesla en SpaceX bouwt Musk aan diverse dromen. Met deels hetzelfde harde etos voor zijn omgeving als Jobs. Een keiharde werker en zakenman. Een disruptor, en dat zijn nooit de leukste mensen voor de status quo van de wereld. Autogiganten en oliemaatschappijen zijn niet blij met zijn nieuwe accu-technologie en toepassingen die in de bedrijven van Musk (ook wel SolarCity genoemd) ontwikkeld worden.

Recent verschenen biografieën zoals  Elon Musk van Ashlee Vance en  Musk Mania van Hans van der Loo en Patrick Davidson proberen de eigenschappen van de man te doorgronden. Tim Cook zou kunnen starten met te werken aan de vijf principes die de laatste twee auteurs aan Musk koppelen: Bied hoop in bange dagen, neem waanzinnig goed waar, mik op mars, speel om te winnen en breng mensen in beweging.


Startups zijn ‘all the rage’ nieuws
29 juni 2016 | Bertrand Weegenaar

Ze groeien en bloeien als nooit te voren, de startups. Op elke hoek van de straat in de wat grotere en hippe steden van Nederland ‘poppen’ ze ‘up’. Twee of drie man en een zolderkamer: startup. Er zijn programma’s en accelerators om de nieuwe Tesla of LinkedIn te vinden. Of dichter bij huis: Booking.com of Thuisbezorgd.nl. En daar dromen de aankomende ondernemers van. Jaren hard werken en dan met een exit de grote slag. Toch is die kans super klein. Iets van 0,05% om als starter genoeg kapitaal te krijgen voor het grote werk.

Een bonus is dat ondernemers hun eigen cultuur mogen maken. Daarover doen na de biografie van Steve Jobs - de biografie van Walter Isaacson (en de gelijknamige film) en De cirkel van David Eggers natuurlijk vele verhalen de ronde. In Disrupted (‘My Misadventure in the Startup Bubble’) voegt  oud-Forbes journalist Dan Lyons er nog één aan toe.
Dit gaat echter in tegenstelling tot de roman De Cirkel over een echt bedrijf: HubSpot. Ook zo’n beleggers lieveling. En dat vereist razendsnelle groei waardoor Dan Lyons opeens verzeild raakt op de communicatie afdeling van een startup. HubSpot maakt online software voor klantrelatie management (CRM) en gebruikt sociale media en email om dit aan de man te brengen. En daar wordt de grijze Lyons in een jong team content managers opgezet. Brrrr.

Lyons legt de cultuur bloot van een Silicon Valley startup met veel kapitaal en ambitie dat een eigentijdse bedrijfscultuur probeert te maken. De eigenaren/oprichters zijn vooral bezig om de volgende financieringsronde voor te bereiden. De leiding is in handen van net afgestuurde twintigers. De 50-jarige Lyons kijkt zijn ogen uit en typt zijn vingers blauw. Niet zonder succesvol want eens een journalist altijd een journalist natuurlijk.

Het boek is vooral een spiegel. De internet bubble van de jaren ’90 is gewoon weer terug. Investeerderskapitaal wordt hard ‘verbrand’ (u weet nog wel, de beroemde en zo vereiste burnrate). De waarde van het aandeel is soms gebaseerd op, wel wat een volgende investeerder er voor geeft.

Dan Lyons heeft dit avontuur in elk geval geen windeieren gelegd. Naast dit succesvolle en humoristische boek is hij scriptschrijver van de HBO-serie Silicon Valley over natuurlijk de startup scene in The Valley.


Over Jack, Elon en weer Steve nieuws
10 september 2015 | Bertrand Weegenaar

In Op zoek naar de nieuwe Steve Jobs staan 51 tips (sic!) die het DNA van een nieuwe Steve Jobs bepalen. ‘Steve’, super ondernemer en visionair. In Elon Musk lijken wij hem al te hebben. In China kijken ze naar Jack Ma, oprichter en (tot voor kort) CEO van Alibaba, de online gigant.

In de boekentop 10 van dat land prijken drie boeken over hem en zijn bedrijf bovenaan. Jack is daar HET voorbeeld van superondernemer. Met onze bril is hij echter van het Jeff Bezos gehalte, net iets minder want één kunstje (een online winkel) geflikt. Steve en Elon hebben er meerdere op hun naam staan en hebben of zijn bezig de wereld te veranderen.

Maar 51 tips? Pff dat is niet makkelijk voor een HR manager, of een investeerder. Nu komen ze van de hand van Nolan Bushnell (en hij heeft ze laten opschrijven door Gene Stone) die zelf onder andere met Atari zijn sporen heeft verdiend. En hij heeft als baas en mentor Steve vaak aan zijn bureau gehad. Het boek gaat vooral over het herkennen en koesteren van creatief talent. Iets dat de doorsnee manager in zijn organisatie graag ziet, maar vaak lastig handen en voeten kan geven. Een taak voor HR zou je dus denken. Toch beklijft de vraag: is dit nu bedoeld om een Steve Jobs ‘kloon’ te vinden of een Apple cultuur te maken?

Terug naar Steve. Er is weer een boek over hem verschenen: Steve Jobs. Waanzinnig goed van Jessie Hartland. Een inmiddels in tien talen vertaalde beeldroman. Het verhaal is stevig gefundeerd op de Walter Isaacson biografie (Steve Jobs - de biografie). Het is in een zwart-wit tekenstijl gemaakt en, dat is natuurlijk erg persoonlijk, wat kinderlijk. In de tekenstijl en de teksten. Korte staccato tekstjes. Gelet op het succes is er markt voor.

Het is niet de eerste beeldroman over het leven van Steve Jobs. De zen van Steve Jobs uit 2012 is van een heel ander tekenniveau maar beslaat ook maar één thematisch aspect van Jobs leven.

(En in de VS met stip vanuit het niets op 1: De wording van Steven Jobs van Brent Schlender en Rick Tetzelli, naar eigen zeggen het echte verhaal van Steve.)


Steve Jobs' ‘rehabilitatie’ nieuws
13 juli 2015 | Bertrand Weegenaar

Aan de rij biografieën over Steve Jobs is weer een pil toegevoegd: De wording van Steve Jobs van het auteursduo Brent Schlender en Rick Tetzelli. Beiden zijn langdurige technologie auteurs die de verschillende fases in het leven van Jobs hebben meegemaakt.

Het boek is een positief antwoord op de geautoriseerde biografie van Walter Isaacson’s Steve Jobs de biografie. Hierin wordt de geniale visionaire kant van Jobs afgezet tegen de bezeten, mensonvriendelijk (we zeggen het netjes) en moeilijk te corrigeren man. Kennelijk zijn dit eigenschappen waar we ons bij dit type mensen, geniaal en visionair, maar bij neer moeten leggen. (Lees de uitgebreide beschrijving door collega Hans van der Loo over Elon Musk er maar op na. Of in hetzelfde rijtje Ron Chernow’s Titan – The life of John D. Rockefeller.)

Dus een positieve bio over Jobs. Het leven van Jobs valt in wat stukken uiteen. Goede tijden en slechte tijden. En dat er mensen zeer te spreken zijn over de Jobs in de goede tijden, is dan niet meer dan logisch. Dus ligt de focus op Jobs in de begintijden van Apple, de begintijd dat hij Pixar in bezit kreeg, en de laatste jaren met de grote Apple successen en zijn gevecht tegen kanker. Een periode ook van Wiedergutmachung met zijn familie en de industrie.

Het Pixar verhaal is natuurlijk het meest intrigerend. De hardware tak uit de scheidingsboedel van George Lucas. Het hoofdstuk heet ook niet voor niets ‘Een nevenactiviteit’. Ed Catmull verhaalt er boeiend over in Creativity Inc. De positieve kant is dat Steve Jobs Pixar rustig liet groeien, zijn eigen cultuur en succes creërend. De andere kant is dat hij er geen snars om gaf wat ze allemaal aan het doen waren. Zijn volledige focus lag op het ontwikkelen van Next. Toen dat ging mislukken en Apple weer aan zijn deur stond, keek hij eens om naar Pixar. En daar lag onverwachts een tweede kans. Het is natuurlijk knap hoe Jobs die kaart heeft uitgespeeld. Met name naar Disney.

Kortom, een super feelgood boek over Steve Jobs. Voor wie dan reikhalzend uitkijkt naar de film Steve Jobs| die in het najaar op het witte doek verschijnt: deze is gebaseerd op de biografie van Isaacson. Het script is geschreven door Aaron Sorkin, bekend van series als The West Wing en The Newsroom en Oscar genomineerde films als The Social Network en Moneyball. In de trailer zijn ook al de pijnpunten te zien. Een driftige, zich niets van zijn omgeving aantrekkende CEO en een man die ontkent vader te zijn. Jobs heeft het allemaal meer dan goed gemaakt.

Een aardige bijkomstigheid : in december verschijnt op het witte doek de nieuwste Star Wars Episode VII: The Force Awakens. (Bekijk de volgende featurette hoe de techniek achter Star Wars voortgeschreden is.)


Harvest maart 2015 nieuws
26 maart 2015 | Jeroen Ansink

Wat leest Amerika en wat waait waarschijnlijk over naar Nederland? ‘Onze man in de VS’ Jeroen Ansink doet maandelijks een rondje boekwinkels in New York.

Geen megalomane klootzak, maar een toegewijde mentor en behendig manager die het beste uit zijn team wist te halen. Becoming Steve Jobs van technologiejournalisten Brent Schlender en Rick Tetzeli schetst een totaal ander beeld van de legendarische Apple-oprichter dan de biografie van Walter Isaacson. Net als Steve Jobs de biografie is het deze week verschenen Becoming Steve Jobs deels gebaseerd op dieptegesprekken met de man zelf.

 

Schlender, die Jobs vijfentwintig jaar lang volgde voor onder meer The Wall Street Journal en Fortune, put uit enkele tientallen vergeten interviewbanden, die hij enige jaren geleden bij toeval in zijn rommelschuur ontdekte. De tapes zijn afkomstig uit wat Schlender omschrijft als de ‘wildernis-jaren’: de tijd waarin Jobs aan het roer stond van computerbedrijf NeXT en animatiestudio Pixar, trouwde, en een gezin stichtte. Het was in die middenperiode dat hij zich ontwikkelde tot de leider die Apple later tot ongekende hoogten zou opstuwen.

De portrettering van Jobs als een aimabele en geduldige man krijgt enhousiast bijval van Apple-bestuurders. Eddy Cue, de topman voor software en internetservices noemde het boek op Twitter het ‘eerste dat het bij het juiste eind heeft’. CEO Timothy Cook nam de gelegenheid te berde om de biografie van Isaacson af te stempelen als een ‘enorm slechte dienst’ aan het adres van Jobs. ‘De persoon waarover ik in dat boek lees, is iemand met wie ik nooit zo lang zou willen hebben samenwerken.’

De komende dagen zal blijken of de steunbetuigingen van Apple hebben geholpen om het boek op te stuwen naar de eerste plaats in de Amerikaanse bestsellerlijsten. Daar staat momenteel Being Mortal van chirurg en New Yorker-journalist Atul Gawande. Het boek, dat volgende maand in het Nederlands verschijnt als Sterfelijk zijn, is een persoonlijk relaas over hoe we als samenleving omgaan met ouderdomskwalen. Mensen die zwaar ziek zijn, hebben andere prioriteiten dan het simpelweg rekken van hun levens, aldus Gawande, die bekendheid verwierf met de bestseller Het checklist-manifest.

Dat vereist van zowel de maatschappij als van de zorg een mentaliteitsverandering. In plaats het verhogen van overlevingskansen zouden artsen zich moeten richten op het welzijn van hun patiënten. Moeten chronisch zieken tegen elke prijs behandeld worden, ook als dit ten koste gaat van de kwaliteit van het leven?

Gawande erkent dat hij zich met dit soort gedachten op glad ijs begeeft. Het schrikbeeld doemt op van een vergrijzende samenleving die haar bejaarden uit financiële overwegingen aan de kant schuift. Maar, zo schrijft Gawande, ‘wat als de zieken en de ouden van dagen nu al worden opgeofferd - slachtoffers van onze weigering om de onverbiddelijkheid van onze levenscyclus te accepteren?’

Gawandes afwijzing van de gedachte dat de kwantiteit van leven boven de kwaliteit gaat, had gemakkelijk een bijdrage kunnen zijn aan This idea must die (verschijnt binnenkort in het Nederlands als Dit idee moet dood). Deze essay-bundel vloeit voort uit een initiatief van ‘online salon’ Edge.org die vorig jaar geleden 175 van ‘s werelds meest toonaangevende denkers benaderde met de vraag: welk wetenschappelijk idee is rijp voor pensioen? Intellectuele vooruitgang, zo betoogt Edge.org-uitgever John Brockman, is niet alleen een kwestie van zoeken naar briljante nieuwe inzichten, maar ook van het omverwerpen van heilige huisjes. Sterker nog, in een wereld die sneller verandert dan ooit lijkt slechts één adagium de tand des tijds te weerstaan: twijfel aan alles, behalve aan twijfel zelf.

Zo maakt Nassim Nicholas Taleb korte metten met de standaarddeviatie, haalt Nicholas Carr de ‘oppervlakkige’ anekdote uit het verdomhoekje, en stelt Nobelprijswinnaar Frank Wilczek vragen bij de scheiding tussen geest en materie. En wat kunnen we nu echt verwachten van kunstmatige intelligentie?

Waar Brockman inzet op de vergankelijkheid van conventionele wijsheid, daar gokt Guy Kawasaki op de tijdloosheid van zijn eigen gedachtengoed. Meer dan tien jaar na Art of the Start brengt de internetondernemer een nieuwe versie van zijn klassieke handleiding voor ondernemerschap. Hoewel Kawasaki's uitgever in eerste instantie slechts een update voor ogen stond, biedt The Art of the Start 2.0 geen oude wijn in nieuwe zakken. Er blijkt in tien jaar te veel veranderd: kapitaalbehoeftige startups hoeven niet meer per se door een ballotagecommissie van durfkapitalisten, maar kunnen hun ideeën ook via crowdfunding financieren, dankzij cloud computing kan zelfs het kleinste team zich een technologische infrastructuur veroorloven, en sociale media hebben als promotiemiddel de plaats ingenomen van PR en marketing.

Wat onveranderd is gebleven is Kawasaki's optimisme en beminnelijkheid. De voormalig chief evangelist van Apple streeft boven alles harmonie na. Zo adviseert hij om de onvermijdelijke mopperkonten op sociale media slechts één keer van repliek te dienen, en de boel vervolgens de boel te laten. De klant heeft altijd het laatste woord, ook in de digitale wereld.


Hoe maak je een team creatieve filmmakers succesvol? nieuws
28 augustus 2014 | Ger Post

Hoe overwin je onzichtbare krachten die in de weg staan van ware creativiteit? Het is de ondertitel van het boek Creativity, Inc. van Pixar-baas Ed Catmull waarin hij uiteenzet hoe de animatiestudio de meest succesvolle in de wereld werd. ‘Ik voelde me alsof ik moest balanceren op de rug van een kudde paarden.’

Dat Pixar een ongekend succes is in de filmwereld staat buiten kijf. Maar liefst acht miljard dollar brachten de veertien films van de studio op, waaronder Toy Story, Wall-E en Up. Deze cijfers zijn mede te danken aan de 69-jarige Catmull, die sinds de oprichting in 1986 verschillende managementfuncties uitvoerde bij Pixar.

Op de filmpagina’s van De Volkskrant vertelt Catmull over zijn rol als manager. Die rol hield hem in zijn beginperiode nogal eens uit zijn slaap. ‘Ik voelde me alsof ik moest balanceren op de rug van een kudde paarden. Alleen waren sommige volbloeden, andere compleet wild en weer andere pony’s, die moeite hadden om mee te komen.’

In zijn boek betoogt hij dat het vrij laten stromen van creatieve energie het geheim is achter het succes van Pixar. ‘Misschien wel het grootste misverstand over creativiteit is dat van het eenzame genie dat in drie weken een briljant script schrijft. Mijn ervaring is dat het vrijwel nooit zo werkt. De genieën die ik ken - of de mensen die wij genieën noemen - zijn onderdeel van een cultuur of een gemeenschap. Niemand weet alles, niemand heeft het hele overzicht. Sommige mensen geloven echt dat ze in hun eentje een Oscar winnen, dat is een verdraaiing van de werkelijkheid.’

De lessen die hij heeft geleerd zijn niet nieuw, vertelt Catmull in de krant. ‘Of je nu teruggaat naar India, de Bijbel of de oude Grieken, de manier waarop succesvolle organisaties werken, is altijd hetzelfde. Het probleem is niet dat mensen dit niet weten, maar dat ze toch de makkelijkste weg kiezen door problemen uit de weg te gaan. Dat gaat niet.’

Natuurlijk gaat het in het interview ook over wijlen Steve Jobs die de animatiestudio oprichtte. Zijn geest hangt in het gebouw van Pixar dat weinig wc’s heeft om de groepscreativiteit te verhogen (als medewerkers grotere afstanden naar het toilet moeten lopen, is de kans groot dat ze iemand anders tegen het lijf lopen). Ook in het boek Creativity, Inc. komt Jobs terug. Catmull in De Volkskrant: ‘Ik heb dat nooit verteld aan Steve’s biograaf (Walter Isaacson, Steve Jobs de biografie – red.), maar hij werd menselijker, empathischer. Het verschil was echt opmerkelijk.’


Intel Outside nieuws
11 augustus 2014 | Bertrand Weegenaar

Begin jaren 70 liepen ze bij elkaar in dezelfde wijk in Los Altos waarschijnlijk tegen het lijf: Bob Noyce medeoprichter van Intel Corp, Ted Hoff, de briljante architect van de ‘8080’, het vlaggenschip van Intel, en puber Steve Wozniak, op zijn fiets. Wozniak zou met de eerste Apple in 1976 de doorbraak van de commerciële PC bewerkstelligen, zo lezen we in The Intel Trinity van Michael Malone. Maar daar zat geen Intel chip in. Er waren goedkopere alternatieven. In Apple PC’s zouden nooit Intel chips komen maar dat lag meer aan zijn maatje. Dat is een andere geschiedenis die u kunt nalezen in Steve Jobs de biografie van Walter Isaacson.

Intel was het geesteskind van de flamboyante ondernemer Bob Noyce en de technicus Gordon Moore. Zij richten in 1968 met een aantal andere ex-medewerkers van Fairchild Semiconductor Intel op. Fairchild was Bob en Gordon’s eerste onderneming. Intel hield zich primair met geheugenchips bezig wat in de eerste jaren succesvol bleek. Moore was de uitvinder van de geïntegreerde chip, waarmee hij zand omtoverde in ‘goud’. Maar nog bekender van Moore’s Law, de wet die voorspelt dat de dichtheid van processoren op een chip elke twee jaar verdubbeld. Deze wet heeft het veertig jaar uitgehouden en was Intel’s hartslag.

De chips waar Steve Wozniak het op voorzien had, de microprocessor, was in het midden van de jaren zeventig slechts een bijproject voor Intel. Het had zich op de integratie van geheugenchips in horloges gestort. Texas Instruments stopte haar chips voor het eerst in rekenmachines.

De doorbraak kwam, per toeval, door een cold call van een Intel sales manager met een manager van het grote IBM, Big Blue. IBM was eveneens chipmaker maar niet van chips die in een Personal Computer konden. En daar zat IBM om te springen. IBM wilde, tegen al haar gewoontes in, met externe hulp snel de dan al lucratieve markt van PC’s op. Naast Intel werd de startup Microsoft met MSDOS en Basic de gelukkige. Het huwelijk van ‘Wintel’ was geboren.

Deze combinatie zou de computerindustrie drie decennia domineren en de aandeelhouders miljardairs maken. De al sinds de start van Intel actieve marketeers Regis Kenna zou in de jaren tachtig de slogan ‘Intel Inside’ bedenken. En vanaf het einde van de jaren zeventig waren Boyce en Moore minder en minder bij Intel te vinden. Het roer zou twintig jaar lang stevig in handen zijn van Andy Grove.

Deze hele geschiedenis, smeuïg verteld door Michael Malone is te vinden in zijn boek The Intel Trinity. Een mooie geschiedenis en persoonlijke portretten van de vaders en grootvaders van ons digitale tijdperk.


Miljardair dumpt Apple-aandelen na lezen biografie Steve Jobs nieuws
9 oktober 2013 | Jeroen Ansink

Ooit vond hij Apple een van de meest fantastische bedrijven ter wereld. Maar na het lezen van de biografie van oprichter Steve Jobs (Steve Jobs de biografie van Walter Isaacson) besloot hedgefonds-miljardair Julian Robertson al zijn aandelen Apple te verkopen.

Het boek van de Amerikaanse journalist van Walter Isaacson gaf een zo weinig flatterend beeld van de inmiddels overleden Jobs dat Robertson een uitermate slecht gevoel aan zijn belegging overhield. ‘Hij belazerde zijn zakenpartner Steve Wozniak, hij weigerde het vaderschap van zijn dochter te accepteren. Het was een vreselijke man,’ aldus Robertson in het programma Closing Bell van de financiële zender CNBC.

 

Volgens Robertson, oprichter van het legendarische hedgefonds Tiger Management, kan het niet anders dan dat die persoonlijke tekortkomingen hun stempel hebben gedrukt op het functioneren van Apple. ‘Het lijkt me niet waarschijnlijk dat zo’n akelig iemand een groots bedrijf voor de lange termijn kan creëren. Ik geloof domweg niet dat de slechterik uiteindelijk aan het langste eind trekt.’

De aandelenmarkt lijkt het met die stelling (nog) niet eens: de koers van Apple is sinds het verscheiden van Jobs in oktober 2011 met pakweg dertig procent gestegen. Robertson, wiens fortuin door het tijdschrift Forbes wordt geschat op 3,1 miljard dollar, kan er niet mee zitten. ‘Laat een ander er maar geld mee verdienen.’


FT & Goldman Sachs Business Book of the Year nieuws
7 november 2012 | Justin van Lopik

Private Empire - ExxonMobil and American Power van Steve Coll is uitgeroepen tot Financial Times and Goldman Sachs Business Book of the Year 2012. De jury koos deze titel uit een shortlist van 6 boeken.

Aan deze in 2005 in het leven geroepen prijs om excellente businessboeken in het zonnetje te zetten, is een geldbedrag van 30.000 pond verbonden. Het is niet de eerste keer dat werk van Coll bekroond wordt. Eerder won hij twee keer de Pulitzer Prize, onder meer voor zijn boek ‘Ghost Wars: The Secret History of the CIA’.

Niet bekroond werden Steve Jobs de biografie van Walter Isaacson, Waarom sommige landen rijk zijn en andere arm van Daron Acemoglu en James Robinson, The Hour Between Dog and Wolf van John Coates, ‘Volcker - The Triumph of Persistence’ van William Silber en tot slot Niet alles is te koop van Michael J. Sandel.


‘Steve Jobs wellicht een van 's werelds slechtste managers’ nieuws
24 oktober 2011 | Jeroen Ansink

Wijlen Apple-oprichter Steve Jobs mag met zijn producten dan honderden miljoenen consumenten hebben geïnspireerd, als zakelijk leider schoot hij zwaar tekort. Dat concludeert auteur Walter Isaacson in de biografie Steve Jobs de biografie die vanaf vandaag verkrijgbaar is.

‘Steve Jobs was misschien wel een van 's werelds slechtste managers,’ lichtte de voormalig CNN-directeur gisteren toe in het Amerikaanse actualiteitenprogramma ‘60 Minutes’. ‘Hij kon erg gemeen zijn tegen mensen, of het nu ging om een serveerster in een restaurant of een medewerker die de hele nacht was opgebleven om computercode te schrijven.’

Het gebrek aan leiderschapskwaliteiten uitte zich volgens Isaacson, die meer dan veertig gesprekken met Jobs kon voeren, op verschillende niveaus. Zo had Jobs een bijna ziekelijke hang naar perfectie en hield hij van discussies die uitliepen in schreeuwpartijen. Daarnaast bediende hij zich van een beloningssysteem dat niet altijd even rechtvaardig was, zoals Daniel Kottke, zijn twaalfde werknemer, aan den lijve ondervond. Terwijl de beursgang van het computerbedrijf al honderd medewerkers in één klap miljonair had gemaakt, weigerde Jobs categorisch om zijn oude studievriend een optiepakket toe te kennen. De gemoederen liepen zo hoog op dat een werknemer uiteindelijk aanbood om Kottke een deel van zijn eigen opties te geven, op voorwaarde dat Jobs een soortgelijk aantal zou bijpassen. ‘Prima,’ zei Jobs. ‘Dan geef ik niks en geef jij niks.’

Ook als werknemer viel Jobs niet altijd in goede aarde. Tijdens zijn dagen bij computerspelfabrikant Atari bruskeerde hij zijn collega's door zijn veel te lange haar en de gewoonte om nooit schoenen te dragen. Omdat hij zich zelden waste stonk hij zo dat hij naar de nachtdienst werd verbannen. Isaacson: ‘Hij dacht dat hij door zijn veganistisch dieet geen deodorant nodig had of zich hoefde te douchen.’ Dat Jobs desondanks toch zulke prestaties wist te leveren kwam volgens Isaacson door een vorm van zelfbedrog die door zijn omgeving werd aangeduid als zijn ‘reality distortion field’, een term uit de science fiction-serie Star Trek. Isaacson: ‘Hij kon zichzelf voortstuwen door magisch denken, en daarmee het onmogelijke mogelijk maken.’

Jobs' constante neiging om geen ‘nee’ te accepteren bleek echter funest voor zijn gezondheid. Toen in 2003 alvleesklierkanker werd geconstateerd probeerde hij zijn ziekte aanvankelijk te bestrijden met een gezond dieet en alternatieve geneesmiddelen. Toen hij na negen maanden uiteindelijk overstag ging voor een operatie bleek de tumor al naar andere organen te zijn uitgezaaid. Isaacson: ‘Steve dacht soms dat doodgaan betekende dat het leven met een klik voorbij was. Dat was ook de reden dat hij geen uitknopjes op zijn computers wilde aanbrengen.’

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden