Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Redactioneel - Aartsvaders column
30 januari 2018 | Pierre Pieterse

Na ruim twintig jaar zo nu en dan ook een managementboek ter hand te hebben genomen, durf ik nu wel te zeggen dat ‘de biografie’ mij het meest bekoort. Niet alleen van grote denkers of staatsmannen, zeker ook van ‘bedrijfsleiders’.

Vermoedelijk omdat de inhoud van zulke werken zo tijdloos en universeel is omdat de context juist weer zo duidelijk afgebakend, zo vastomlijnd is.

De eerste biografie die spontaan bij me opkomt, is Ze zullen weten wie ze voor zich hebben. Anton Philips 1874-1951, de biografie die Philips-kenner Marcel Metze componeerde. En die in 2006 tot Managementboek van het Jaar werd uitgeroepen. De verdienste van Metze is dat hij recht is blijven doen aan het verhaal over de levensloop van de grootindustrieel. Daarmee steekt zijn biografie van Philips uit boven het fenomeen ‘managementboek’, het is een universeel en tegelijk afgebakend boek geworden. Metze concludeert dat Anton Philips vooral een zondagskind was. Hij heeft veel te danken aan zijn ongecompliceerde gezondheid, en aan de mensen om hem heen. Dat waren eerste klas adviseurs en eerste klas medewerkers. Natuurlijk stelt Metze zich de vraag wie Anton Philips was, wat het wezen van zijn persoon was, zijn drijfveren. ‘Veel voer voor psychologen is er niet. De indruk die blijft, is die van een haantje de voorste, een lefgozertje met een extravert karakter, dat in minder gunstige omstandigheden had kunnen uitgroeien tot een ongeleid projectiel.’

Een heel fraaie en natuurlijk ook onvermijdelijke biografie is die van Steve Jobs door Walter Isaacson. Leest als een script en is dan ook verfilmd. Volgens sommige recensenten echter is Isaacson er niet in geslaagd de mens Jobs boven tafel te krijgen. Het boek zou louter gaan over de producten van Apple. Maar Jobs is Apple! En Apple is Jobs! Door zijn distortion reality field werden absurde eisen niet als zodanig gepercipieerd, kortom: het onmogelijke werd mogelijk gemaakt. (Overigens wordt de mythe ‘Steve Jobs’ in het recent verschenen The One Device The secret history of the iPhone van Brian Merchant aardig afgepeld -Jobs wilde geen iPhone, veel van de features zijn door anderen bedacht – maar feit blijft: zonder Jobs geen iPhone.)

Een wat onderbelichte en wellicht daarom ook ondergewaardeerde biografie is die van de familie Fentener van Vlissingen. Waarschijnlijk ondergewaardeerd omdat dit boek in opdracht van de familie is geschreven, en daardoor het journalistieke etiket ‘onafhankelijk’ ontbeert. In Ik ben koopman schetst Charles den Tex het verhaal van deze zeer succesvolle ondernemersfamilie. Het verhaal dus van SHV (Steenkolen Handelsvereniging) dat in essentie het oer-Hollandse adagium ‘follow the business’ blootlegt. Ogen en oren open houden en op het juiste moment afstoten en/of inspringen.

De aartsvader van de Hollandse ondernemersbiografie is natuurlijk Wim Wennekes die in zijn gelijknamige boek (uit 1993, inmiddels toe aan de 12de druk) vijftien ondernemers boekstaaft. Met bekende namen als Plesman, Fokker en Philips maar ook een relatief onbekend iemand als Saal van Zwanenburg die aan de wieg van Organon stond, het bedrijf dat nu weer even in het middelpunt staat na het verschijnen van het ontluisterende boek De zaak Organon (ontluisterend omdat in klare taal wordt beschreven hoe dit bedrijf simpelweg is verkwanseld onder de zogenaamd reinigende tucht van de markt).

Biografieën dus. Je raakt niet uitgelezen.


Over Jack, Elon en weer Steve nieuws
10 september 2015 | Bertrand Weegenaar

In Op zoek naar de nieuwe Steve Jobs staan 51 tips (sic!) die het DNA van een nieuwe Steve Jobs bepalen. ‘Steve’, super ondernemer en visionair. In Elon Musk lijken wij hem al te hebben. In China kijken ze naar Jack Ma, oprichter en (tot voor kort) CEO van Alibaba, de online gigant.

In de boekentop 10 van dat land prijken drie boeken over hem en zijn bedrijf bovenaan. Jack is daar HET voorbeeld van superondernemer. Met onze bril is hij echter van het Jeff Bezos gehalte, net iets minder want één kunstje (een online winkel) geflikt. Steve en Elon hebben er meerdere op hun naam staan en hebben of zijn bezig de wereld te veranderen.

Maar 51 tips? Pff dat is niet makkelijk voor een HR manager, of een investeerder. Nu komen ze van de hand van Nolan Bushnell (en hij heeft ze laten opschrijven door Gene Stone) die zelf onder andere met Atari zijn sporen heeft verdiend. En hij heeft als baas en mentor Steve vaak aan zijn bureau gehad. Het boek gaat vooral over het herkennen en koesteren van creatief talent. Iets dat de doorsnee manager in zijn organisatie graag ziet, maar vaak lastig handen en voeten kan geven. Een taak voor HR zou je dus denken. Toch beklijft de vraag: is dit nu bedoeld om een Steve Jobs ‘kloon’ te vinden of een Apple cultuur te maken?

Terug naar Steve. Er is weer een boek over hem verschenen: Steve Jobs. Waanzinnig goed van Jessie Hartland. Een inmiddels in tien talen vertaalde beeldroman. Het verhaal is stevig gefundeerd op de Walter Isaacson biografie (Steve Jobs - de biografie). Het is in een zwart-wit tekenstijl gemaakt en, dat is natuurlijk erg persoonlijk, wat kinderlijk. In de tekenstijl en de teksten. Korte staccato tekstjes. Gelet op het succes is er markt voor.

Het is niet de eerste beeldroman over het leven van Steve Jobs. De zen van Steve Jobs uit 2012 is van een heel ander tekenniveau maar beslaat ook maar één thematisch aspect van Jobs leven.

(En in de VS met stip vanuit het niets op 1: De wording van Steven Jobs van Brent Schlender en Rick Tetzelli, naar eigen zeggen het echte verhaal van Steve.)


Hoe maak je een team creatieve filmmakers succesvol? nieuws
28 augustus 2014 | Ger Post

Hoe overwin je onzichtbare krachten die in de weg staan van ware creativiteit? Het is de ondertitel van het boek Creativity, Inc. van Pixar-baas Ed Catmull waarin hij uiteenzet hoe de animatiestudio de meest succesvolle in de wereld werd. ‘Ik voelde me alsof ik moest balanceren op de rug van een kudde paarden.’

Dat Pixar een ongekend succes is in de filmwereld staat buiten kijf. Maar liefst acht miljard dollar brachten de veertien films van de studio op, waaronder Toy Story, Wall-E en Up. Deze cijfers zijn mede te danken aan de 69-jarige Catmull, die sinds de oprichting in 1986 verschillende managementfuncties uitvoerde bij Pixar.

Op de filmpagina’s van De Volkskrant vertelt Catmull over zijn rol als manager. Die rol hield hem in zijn beginperiode nogal eens uit zijn slaap. ‘Ik voelde me alsof ik moest balanceren op de rug van een kudde paarden. Alleen waren sommige volbloeden, andere compleet wild en weer andere pony’s, die moeite hadden om mee te komen.’

In zijn boek betoogt hij dat het vrij laten stromen van creatieve energie het geheim is achter het succes van Pixar. ‘Misschien wel het grootste misverstand over creativiteit is dat van het eenzame genie dat in drie weken een briljant script schrijft. Mijn ervaring is dat het vrijwel nooit zo werkt. De genieën die ik ken - of de mensen die wij genieën noemen - zijn onderdeel van een cultuur of een gemeenschap. Niemand weet alles, niemand heeft het hele overzicht. Sommige mensen geloven echt dat ze in hun eentje een Oscar winnen, dat is een verdraaiing van de werkelijkheid.’

De lessen die hij heeft geleerd zijn niet nieuw, vertelt Catmull in de krant. ‘Of je nu teruggaat naar India, de Bijbel of de oude Grieken, de manier waarop succesvolle organisaties werken, is altijd hetzelfde. Het probleem is niet dat mensen dit niet weten, maar dat ze toch de makkelijkste weg kiezen door problemen uit de weg te gaan. Dat gaat niet.’

Natuurlijk gaat het in het interview ook over wijlen Steve Jobs die de animatiestudio oprichtte. Zijn geest hangt in het gebouw van Pixar dat weinig wc’s heeft om de groepscreativiteit te verhogen (als medewerkers grotere afstanden naar het toilet moeten lopen, is de kans groot dat ze iemand anders tegen het lijf lopen). Ook in het boek Creativity, Inc. komt Jobs terug. Catmull in De Volkskrant: ‘Ik heb dat nooit verteld aan Steve’s biograaf (Walter Isaacson, Steve Jobs de biografie – red.), maar hij werd menselijker, empathischer. Het verschil was echt opmerkelijk.’


Intel Outside nieuws
11 augustus 2014 | Bertrand Weegenaar

Begin jaren 70 liepen ze bij elkaar in dezelfde wijk in Los Altos waarschijnlijk tegen het lijf: Bob Noyce medeoprichter van Intel Corp, Ted Hoff, de briljante architect van de ‘8080’, het vlaggenschip van Intel, en puber Steve Wozniak, op zijn fiets. Wozniak zou met de eerste Apple in 1976 de doorbraak van de commerciële PC bewerkstelligen, zo lezen we in The Intel Trinity van Michael Malone. Maar daar zat geen Intel chip in. Er waren goedkopere alternatieven. In Apple PC’s zouden nooit Intel chips komen maar dat lag meer aan zijn maatje. Dat is een andere geschiedenis die u kunt nalezen in Steve Jobs de biografie van Walter Isaacson.

Intel was het geesteskind van de flamboyante ondernemer Bob Noyce en de technicus Gordon Moore. Zij richten in 1968 met een aantal andere ex-medewerkers van Fairchild Semiconductor Intel op. Fairchild was Bob en Gordon’s eerste onderneming. Intel hield zich primair met geheugenchips bezig wat in de eerste jaren succesvol bleek. Moore was de uitvinder van de geïntegreerde chip, waarmee hij zand omtoverde in ‘goud’. Maar nog bekender van Moore’s Law, de wet die voorspelt dat de dichtheid van processoren op een chip elke twee jaar verdubbeld. Deze wet heeft het veertig jaar uitgehouden en was Intel’s hartslag.

De chips waar Steve Wozniak het op voorzien had, de microprocessor, was in het midden van de jaren zeventig slechts een bijproject voor Intel. Het had zich op de integratie van geheugenchips in horloges gestort. Texas Instruments stopte haar chips voor het eerst in rekenmachines.

De doorbraak kwam, per toeval, door een cold call van een Intel sales manager met een manager van het grote IBM, Big Blue. IBM was eveneens chipmaker maar niet van chips die in een Personal Computer konden. En daar zat IBM om te springen. IBM wilde, tegen al haar gewoontes in, met externe hulp snel de dan al lucratieve markt van PC’s op. Naast Intel werd de startup Microsoft met MSDOS en Basic de gelukkige. Het huwelijk van ‘Wintel’ was geboren.

Deze combinatie zou de computerindustrie drie decennia domineren en de aandeelhouders miljardairs maken. De al sinds de start van Intel actieve marketeers Regis Kenna zou in de jaren tachtig de slogan ‘Intel Inside’ bedenken. En vanaf het einde van de jaren zeventig waren Boyce en Moore minder en minder bij Intel te vinden. Het roer zou twintig jaar lang stevig in handen zijn van Andy Grove.

Deze hele geschiedenis, smeuïg verteld door Michael Malone is te vinden in zijn boek The Intel Trinity. Een mooie geschiedenis en persoonlijke portretten van de vaders en grootvaders van ons digitale tijdperk.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden