Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Schrijvelarij column
15 april 2019 | Pierre Pieterse

Een boek schrijven, wie wil dat nu niet? Eeuwige roem, applaus, interviews, gastoptredens op tv, middelpunt op het boekengala. Maar wie kan dat, een boek schrijven. Niet iedereen, zo weet de communis opinio. Lang niet iedereen zou ik daar aan willen toevoegen.

Schrijven is een ambacht dat je niet na de beroemde 10.000 uur (Uitblinkers! Piek!) onder de knie hebt. Evenmin is goddelijke ingeving een deus ex machina. ‘Schrijven is om negen uur ‘s ochtends aan je bureau gaan zitten en daar blijven totdat het op papier staat’, aldus W.F. Hermans. Simon Vestdijk had weer zo zijn eigen methode: hij zette de stofzuiger aan en had een enorm oeuvre geproduceerd toen ie die weer uitzette.

Maar zo simpel is het hoe verleidelijk simpel dat klinkt natuurlijk ook weer niet. Gelukkig zijn er doorgewinterde schrijvers die aspirant schrijvers van de nodige tips & trucs voorzien. Voor zover het fictie betreft dan, schrijft Marc Buelens in zijn boek Slimme non-fictie schrijven, wie zich begeeft op het terrein van non-fictie moet het allemaal zelf maar uitzoeken. En het resultaat is daar dan ook regelmatig naar. Te vaak kreeg deze Belgische auteur boeken onder ogen waarvan hij zich afvroeg waarom de uitgever niet heeft ingegrepen. Of waarom dat boek sowieso het licht moest zien. En dat bracht hem op het idee een boek te schrijven over de do’s en don’ts bij het schrijven van non-fictie.

Vooral de dont’s zijn naast herkenbaar zeer leerzaam. De do’s zijn eigenlijk nogal obligaat: goed voorbereiden, beginnen, volhouden, schrappen en weer schrijven, en tot slot, eindigen. De veel gemaakte fouten dus, daar gaat het even om. Nogal eens blijkt een boek niet meer dan een uitgeschreven powerpoint presentatie. Maar dat is echt te simpel. Waar voor een voordracht relatieve eenvoud vereist is, wint een boek aan kracht door diepgang. Lezen kent een andere spanningsboog. Dan zijn er nogal wat auteurs die hun eigen ervaring na verloop van tijd zijn gaan zien als een waarlijk geweldige methode. Deze veel voorkomende methode staat te boek als de ‘methode gezond verstand’ maar blijkt bij nadere beschouwing net zo bedrieglijk als dat gezonde verstand, zo weten we sinds Ons feilbare denken van Daniel Kahneman. Om dat idee kracht bij te zetten, wordt getracht dat ontsproten grote idee met allerlei onderzoeken te onderbouwen, maar zo werkt het natuurlijk niet. Ook komt het regelmatig voor dat auteurs verzuimen hun bronnen te vermelden. Vriendelijk gezegd, want grafieken, modellen en hele passages worden (al dan niet geparafraseerd) ‘anoniem’ overgenomen. Dat maakt het onmogelijk om de deugdelijkheid van het grote idee te checken, en het is ook nog eens plagiaat. In het verlengde hiervan nog maar even een simpel advies: check altijd de originele bron, anders is de kans groot dat je onwaarheden als ‘70% van alle veranderingen mislukt’ gaat debiteren.

Tot slot een paar observaties uit het veld. Allereerst de obligate voorbeelden, altijd maar Buurtzorg, Coolblue, of Google. Legendarisch is Sinek’s Begin met het Waarom dat maar een voorbeeld heeft: Apple. Gebrek aan focus komt de leesbaarheid ook niet ten goede. Sommige auteurs willen zo veel vertellen dat ze zichzelf overschreeuwen. Beter is het dan om een tweede boek te schrijven. Tot slot: kom snel to the point. Ik heb zelf eens een boek in handen gehad dat pas op de helft prijsgaf waarover het nou eigenlijk ging, de voorafgaande pagina’s gingen over waar het boek allemaal niet over ging. Zeg wat je gaat doen, en doe dat dan ook. Misschien is dat wel het belangrijkste advies.

(Lees hier een introductie op de vijf boeken die samen de shortlist vormen aan u voorgesteld, stuk voor stuk boeken die de toets der kritiek van Marc Buelens kunnen doorstaan.)


Anders Ericsson: ‘Uitblinken is geen kwestie van talent, maar van training’ interview
26 mei 2016 | Jeroen Ansink

Mensen zijn tot veel meer in staat dan ze zelf denken, zegt Florida State University-psycholoog Anders Ericsson in Piek. Dankzij doelbewuste training kunnen ook gewone mensen buitengewone prestaties leveren. ‘De limiet is nog lang niet bereikt.’

De laatste decennia zijn we op allerlei vlakken steeds beter gaan presteren. Gaan we door een evolutionaire groeispurt?
Als je door het Guiness Book of Records bladert zie je inderdaad dat we fysiek en mentaal tot veel meer in staat zijn dan we ooit voor mogelijk hadden gehouden. Maar dat komt niet doordat we ineens over een groter potentieel zijn gaan beschikken. We zijn nog steeds dezelfde mensen als honderd of vijfhonderd jaar geleden. Het verschil is alleen dat we dankzij effectievere trainingsmethoden beter zijn geworden in het ontsluiten van die mogelijkheden.

Wat maakt het verschil?
De traditionele manier van oefenen komt in feite neer op het voortdurend herhalen van een activiteit in de verwachting dat daarmee vanzelf een verbetering zal optreden. Tot op zekere hoogte gebeurt dat ook, maar na verloop van tijd zie je dat mensen een prestatieplafond bereiken, en op de automatische piloot gaan opereren. Oefenen is in dit opzicht niet meer dan het verwezenlijken van iemands aanleg. Dat is op zich prima, maar als je echt vooruitgang wil boeken moet je je bezighouden met wat ik omschrijf als doelbewust trainen. Die methode is er namelijk op gericht om vaardigheden op te rekken en niet eerder verrichte prestaties mogelijk te maken.

Hoe gaat doelbewust trainen in zijn werk?
Om te beginnen is het niet voldoende om een algemene verbetering na te streven. Je moet duidelijk gedefinieerde doelstellingen hebben die in kleine stapjes bereikt kunnen worden. Dat vereist niet alleen je volledige aandacht, maar ook dat je continu probeert om boven je huidige vermogen te presteren. Door uit je comfortzone te stappen dwing je je lichaam of je brein om zich aan te passen aan de nieuwe situatie. Die flexibiliteit is zo groot dat zelfs gewone mensen buitengewone prestaties blijken te kunnen leveren. Er zal ongetwijfeld een limiet zijn aan onze cognitieve mogelijkheden, maar die grens hebben we nog niet bereikt.

Waar komt dat aanpassingsvermogen vandaan?
Ironisch genoeg van het gegeven dat cellen en weefsels zoveel mogelijk proberen om de status quo te behouden. Het menselijk lichaam is gericht op homeostase: de drang om systemen als bloeddruk, hartslag en spiercapaciteit stabiel te houden. Als een systeem zodanig onder druk wordt gezet dat de homeostase niet langer te handhaven is, reageert het lichaam met aanpassingen die tot doel hebben de stabiliteit te herstellen, bijvoorbeeld door een spier sterker te maken. Op deze manier kunnen we ook veranderingen in het brein teweegbrengen. Een beroemd voorbeeld is de geheugencapaciteit van Londense taxi-chauffeurs, die voor hun examen alle straten van de stad uit hun hoofd hebben moeten leren. De hippocampus, het deel van de hersenen dat verantwoordelijk is voor ruimtelijke oriëntatie, blijkt bij hen significant groter dan bij andere proefpersonen.

Uw onderzoek vormt een belangrijke inspiratiebron voor Malcolm Gladwells boek Uitblinkers. Daarin betoogt hij dat mensen met tienduizend uur oefenen ergens expert in kunnen worden.
Gladwells tienduizenduren-regel is te kort door de bocht. Om te beginnen verschilt het aantal uren oefenen per vaardigheid. Het kost bijvoorbeeld minder dan duizend uur om tot de besten ter wereld te horen op het gebied van geheugentechniek, terwijl winnaars van internationale piano-concoursen rond de vijfentwintigduizend uur hebben moeten trainen. Daarnaast gaat Gladwell er vanuit dat als je maar tienduizend uur met iets bezig bent, je op de een of andere manier vanzelf een expert wordt. Hij maakt geen verschil tussen doelbewuste training en andere activiteiten die als oefenen zouden kunnen worden bestempeld. Hij illustreert zijn theorie bijvoorbeeld met het rooster van de Beatles in Hamburg, die tussen 1960 en 1964 zo'n twaalfhonderd keer optraden. Een uur spelen voor live publiek is echter iets heel anders dan een uur lang geconcentreerd oefenen aan je zwakke punten om verbeteringen te bewerkstelligen. Waar Gladwell wél gelijk in heeft is dat het leveren van topprestaties een intensief en vaak jarenlang proces is. Niemand ontwikkelt buitengewone vaardigheden zonder een reusachtige hoeveelheid training.

U schrijft dat doelbewust trainen het best werkt als het gaat om mentale vaardigheden waarover andere mensen al beschikken, en waarvoor effectieve trainingstechnieken en feedbackmechanismen bestaan. Die zijn voor musici en schakers een stuk duidelijk dan bijvoorbeeld voor managers.
Bij vaardigheden waarbij een doelbewust trainingsprogramma ontbreekt moet je proberen om iets te vinden wat daar zoveel mogelijk op lijkt. Je kunt als manager bijvoorbeeld kijken bij wie de uitblinkers in je vakgebied zélf te rade gaan wanneer ze problemen hebben. Probeer vervolgens te achterhalen wat deze rolmodellen anders doen dan anderen, en wat die bijzondere prestatie zou kunnen verklaren. Hoe beter de training is af te stemmen op de prestaties van de toppresteerders in een bepaald gebied, hoe effectiever die waarschijnlijk zal zijn.

Wat is de rol van talent en IQ hierbij?
Veel minder dan je zou denken. Mensen met een hoog IQ of een natuurtalent blijken met name in het beginstadium een voordeel te hebben. Maar die voorsprong wordt op den duur steeds kleiner. Bij topmusici is er bijvoorbeeld geen enkele correlatie meer tussen de hoogte van het IQ en de kwaliteit van het uitvoeringsniveau. De hoeveelheid en de kwaliteit van de training speelt uiteindelijk een veel grotere rol.

Zijn er nog risico's verbonden aan doelbewust trainen?
Mensen die te enthousiast te werk gaan riskeren blessures en burn-out verschijnselen. Omdat doelbewust trainen honderd procent van je concentratie vereist kun je dit maar een beperkte tijd volhouden. Zelfs de experts slagen er niet in om meer dan vier tot vijf uur per dag aan hun training te wijden, en dan alleen nog door na elk uur een flinke pauze in te lassen. Veel uitblinkers doen na de lunch nog een dutje, zodat ze fris met een nieuwe sessie aan de slag kunnen. Nieuwelingen moeten het helemaal rustig aanpakken. Begin met een kwartier tot twintig minuten per dag, en bouw dat langzaam op.


Piek en word als Max nieuws
19 mei 2016 | Bertrand Weegenaar

Als auteurs Anders Ericsson en Robert Pool hun boek Piek - Hoe gewone mensen buitengewoon kunnen presteren nu moesten schrijven, zou het verhaal van Max Verstappen er misschien wel inkomen. Max, 18 jaar, en bij zijn eerste echte grote kans winnaar van een Formule 1 race!

We hebben er allemaal naar gekeken. Het verhaal van Max is geen geluk. Max (en vader Jos en alle mensen die om Max heen verzameld zijn in de afgelopen 14 jaar) heeft ongetwijfeld snelle genen. Maar waarom is Max al zo snel een winnaar. Misschien wel omdat hij, waarschijnlijk niet bewust, de lessen voor doelbewuste training volgt die elke grote winnaar volgt: zoek een leraar, aandacht en concentratie en behoud van motivatie.

Verder wat talent en uren maken. Dat laatste is ooit uit onderzoek over vioolstudies van Ericsson gehaald en door Malcolm Gladwell opgenomen in Uitblinkers. Volgens Ericsson is dit uit zijn verband gehaald. Heel veel uren oefenen is alleen effectief als er goed en tijdig commentaar op komt en steeds naar een hoger en uitdagender niveau gewerkt wordt. Anders zal het niet werken.

Terug naar Max Verstappen. Uit 2009 twee video’s, toen er al wat aandacht was voor de talenten van Max en hoe vader Jos en zoon er doelbewust mee bezig was. Het doel was al vroeg duidelijk: de formule 1. En dan winnen. Want vanaf zijn vierde levensjaar was dat het enige wat Max namelijk in een snelle karts en auto’s doet. Kijk vader Jos in 2009 op het racecircuit van Catalunia over de ambities van Max: ‘Hoogst haalbare, Formule 1’. En vader en zoon verstappen in Holland Sport.

Hier zit een kampioen. Dat weten zij. Er is een plan. Er is alle vormen van professionele ondersteuning en feedback. Het circuit van Barcelona heeft Max al duizenden keren op een professionele racesimulator gereden. Hij heeft alle data van de auto’s gezien. Kort geleden kreeg dit talent en alle geïnvesteerde tijd een eerste kans. Die werd gegrepen natuurlijk. Wij en de wereld kwamen er toen pas achter. (En leuk ironisch dingetje: iedereen is verbaasd dat Max in de race Raikonnen zo lang en ogenschijnlijk rustig achter zich wist te houden. Max weet niet beter dan dat andere coureurs achter hem aanrijden! Dat is al 14 jaar zo.)

Nu is de eerste neiging te denken dat wat hier gebeurd uniek (aangeboren) is. Uit Piek (maar ook uit The 4-Hour Chef van Timothy Ferriss waar deze auteur en beoefenaar van vele sporten en vaardigheden methodisch zijn werk uitlegt, eigenlijk exact dezelfde stappen als Ericsson en Pool) kun je leren dat talent plus de juiste werkwijze iedereen, jong en oud ver kan brengen. Golfer Dan McLauglin begon zijn carrière zeer laat, was geen sporter maar paste alle lessen rustig toe. Om net zo’n goede golfer te worden als Dan heeft hij het TheDanPlan ontwikkeld.

Pas de Piek methode toe op een vaardigheid waar jij excellent in wil presteren. Aan de slag dus.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden