Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Wij wijzen u graag op het volgende
Door drukte zijn de levertijden van PostNL aangepast en kan uw pakket vertraging oplopen. Door de Brexit kan de levering van Engelse boeken vertraging oplopen.
De Meetlat: Business Model Generatie - Het canvas en de penselen meetlat
18 april 2014 | Pierre Pieterse

Er zijn maar weinig boeken die bij verschijnen zo als een bom zijn ingeslagen als Business Model Generatie van Alex Osterwalder. Eindelijk mocht de lijvige strategiebibliotheek achter glas en kon iedereen aan de slag met strategie.

Waar grote academici als Igor Ansoff en Michael Porter de praktische elementen waaruit strategie bestaat naar een hoog abstractieniveau hebben getild, daar ontrafelt Osterwalder de aldus gebreide strategietrui tot een beperkt aantal nieuwe kluwen. Bouwstenen in de terminologie van Osterwalder. Of puzzelstukjes die samen de plaatje maken dat businessmodel heet. Hoe dat geconstrueerde plaatje wordt ingekleurd, er dus uit gaat zien, hangt af van de hand die de streken zet. In feite is Business Model Generatie het canvas, de penselen zijn de stoet aan titels om de ‘generatie’ van businessmodellen te visualiseren. Een willekeurige greep uit het palet: Visuele meetings van David Sibbet, Op de achterkant van een servet van Dan Roam, Het uitgevouwen servet van dezelfde auteur, De Connected Company van Dave Gray, en Moments of Impact van Lisa Solomon & Chris Ertel. De complete reeks vindt u op managementboek.nl/bmg

Visualisatie is zonder meer het kloppend hart van deze methode, omdat elk model zich beter laat begrijpen als het is uitgetekend. Door een businessmodel te tekenen, zet je namelijk impliciete veronderstellingen om in expliciete informatie. En dat vergemakkelijkt discussie en veranderingen. Het zijn trouwens diezelfde ‘visuals’ die de boeken in deze serie zo waanzinnig succesvol (inmiddels zijn er meer dan 700.00 exemplaren van het stamboek over de toonbank gegaan) maken: tekst alleen nodigt zelden uit tot directe actie, plaatjes wel.

Langs de meetlat deze keer de stamvader, dus Business Model Generatie, de kleine ent op deze loot, Business Model You, en ten slotte een willekeurig zij het wel heel typisch instrument om een business model te genereren, Gamestorming, de spelvariant van brainstormen.

Business Model Generatie – Alexander Osterwalder & Yves Pigneur
Hoewel er twee auteurs op het omslag staan, is dit boek nadrukkelijk het resultaat van cocreatie. Maar liefst 470 ‘experts’ uit 45 landen hebben in de een of andere vorm een bijdrage geleverd, waarmee het boek exemplarisch in zichzelf is. Want ook ‘business model generatie’ is het resultaat van de groep: gezamenlijk in kaart brengen van de bouwstenen die samen het businessmodel vormen (ofwel de wijze waarop een organisatie waarde creëert, levert en behoudt). Die bouwstenen zijn achtereenvolgens klantsegmenten, waardeproposities, kanalen, klantrelaties, inkomstenstromen, key resources, kernactiviteiten, key partners, en kostenstructuur. Door nu te visualiseren hoe die bouwstenen op elkaar ingrijpen, hoe die samen de puzzel maken, zie je in een oogopslag uit welke componenten het businessmodel bestaat en welke dynamiek op de elementen inwerkt. Osterwalder pleit er nadrukkelijk voor om het eigen businessmodel regelmatig tegen het licht te houden. Doe je dat niet, dan is de kans groot dat je verrast wordt. De muziekindustrie is in dit verband nog altijd een duidelijk voorbeeld. Eigenlijk is het regelmatig nalopen van het businessmodel de enige manier om de tegenwoordig vereiste flexibiliteit op strategisch niveau te garanderen. Business Model Generatie moet het niet hebben van diepgang of structureel nieuwe inzichten. Maar het brengt wel bestaande concepten naar de oppervlakte. En nog belangrijker: het laat zien waar kansen liggen en waar verbetering noodzakelijk is.

Business Model You – Timothy Clark, Alex Osterwalder & Yves Pigneur
Wat Business Model Generatie voor organisaties is, dat is Business Model You voor het individu. Dit boek laat mensen op de bekende ‘canvas methode’ zichzelf opnieuw uitvinden: wat vind ik leuk, wat kan ik, wat wil ik eigenlijk, welke waarde voeg ik toe? En net als bij het bedrijfsmatige businessmodel is het raadzaam je eigen persoonlijke model regelmatig tegen het licht te houden. Om te kijken of je nog wel van waarde bent, of heel pragmatisch, of je nog wel doet wat je leuk vindt. Door op gestructureerde wijze je persoonlijk businessmodel te formuleren, ben je beter in staat om je carrièredoel na te streven, zo schrijven de auteurs. Bij een persoonlijk businessmodel gaat het erom de belangrijkste key resources op elkaar af te stemmen, te weten je interesses, vaardigheden en capaciteiten, je persoonlijkheid en de assets die je beheerst. Daar is veel zelfkennis voor nodig, maar de beloning is er naar: droombanen worden vaker gecreëerd dan gevonden. Ook dit boek is het resultaat van co-creatie: bij het samenstellen hebben de drie auteurs de hulp gehad van 328 ‘beroepslevenskunstenaars’ uit 43 landen die op businessmodelyou.com hun persoonlijke ervaringen hebben gedeeld. Tientallen van deze verhalen hebben hun weg gevonden naar het boek. Speciaal voor de Nederlandse editie heeft Patrick van der Pijl van Business Models Inc. bovendien extra voorbeelden toegevoegd.

Gamestorming – Dave Gray, Sunni Brown & James Macanufo
Het ‘canvas model’ van Alexander Osterwalder en Yves Pigneur heeft tot doel om tot nieuwe ideeën te komen, en het spel is bij uitstek geschikt om dat op een leuke en ‘vrije’ manier te doen. Zonder dat het gierend uit de klauw loopt, want elk spel verloopt altijd volgens een vast patroon (opening, exploratie en sluiting) en is begrensd (in tijd of in ruimte). Dat laatste is weer belangrijk om de resultaten op het canvas te schilderen, terwijl het spelelement garandeert dat de gebaande paden worden vermeden, zonder dat koers wordt gezet naar niemandsland. Gamestorming inventariseert 87 spellen die helpen bij uiteenlopende zaken als conflictoplossing, ideevorming, ontdekken van nieuwe strategieën, vergroten van operationele effectiviteit, innovatie, of teamvorming. En allemaal keurig gerangschikt naar de primaire structuur van elk spel, dus opening, exploratie en sluiting. Zo is ‘beeldstormen’ altijd een bijzonder nuttige openingsexercitie om eens uit te vissen wat iemand eigenlijk bedoelt als hij het heeft over kwaliteit of strategie. Door deze abstracte begrippen te visualiseren, krijgt iedereen een duidelijk(er) beeld. Een typisch exploratiespel is het stellen van de waaromvraag. Vraag vijf keer waarom iets is zoals het is en je raakt tot de kern van het probleem, en daarmee de oplossing. Spelmatig afsluiten doe je bijvoorbeeld met de ‘wie, wat, wanneer tabel’. Klinkt als een open deur, maar hoeveel goede bedoelingen verzanden niet omdat vergeten wordt af te spreken wie wat wanneer doet? Een fraai doe-boek dat de gamer in ons allen losmaakt.

De volledige reeks en events rond Business Model Generatie vindt u op www.managementboek.nl/bmg

Weg met de PowerPoint presentatie nieuws
13 februari 2014 | Jeroen Ansink

Een plaatje zegt soms meer dan duizend woorden. Met die boodschap bindt de Amerikaanse bedrijfsadviseur Dan Roam al een tijdje de strijd aan met PowerPoint. Zo’n presentatie is in de meeste gevallen niet meer dan een beschrijving op basis van een aantal weinigzeggende bullets. Daardoor moeten standpunten soms tot in den treure worden toegelicht en duren vergaderingen vaak veel langer duren dan noodzakelijk.

In Op de achterkant van een servet laat Roam zien dat het ook anders kan. Het tekenen van een simpel plaatje, zo blijkt, is vaak de krachtigste manier om een nieuw idee te ontdekken, de snelste manier om dat idee te testen, en de meest effectieve manier om het te delen met anderen. Maar hoe maak je zo'n goede illustratie, helemaal als je aan koudwatervrees leidt?

Voor die mensen komt Roam met Het uitgevouwen servet waarin Op de achterkant van een servet in de praktijk wordt gebracht. Roam spoort de lezer aan om voor elke stap in het illustratieproces (leren kijken, problemen zien, het voorstellen van nieuwe oplossingen, en hoe andere mensen aan boord te krijgen) één dag uit te trekken. Op die manier kan iedereen zich in minder dan een werkweek de principes van een goede illustratie eigen maken. Zelfs als ze voor geen meter kunnen tekenen, aldus Roam: ‘Als je weet hoe je een cirkeltje, een paar pijlen, en een poppetje op papier moet zetten kom je al een heel eind.’

Waarom een plaatje beter werkt dan een praatje interview
12 juni 2013 | Jeroen Ansink

Vergaderingen kunnen stukken efficiënter dankzij het gebruik van tekeningen, zegt de Amerikaanse consultant Dan Roam in Op de achterkant van een servet. Dat is niet stom of kinderachtig: ‘Doe je verhaal aan de hand van een beschrijving van je illustraties. Je krijgt dan een veel dynamischere presentatiestijl.’

Wat is het voordeel van illustraties in het bedrijfsleven?

Tekeningen kunnen inzichtelijk maken wat voorheen onzichtbaar was. In een vorig leven was ik consultant voor grote, conversatieve organisaties, zoals banken en telecombedrijven. Het viel me op dat die vaak nogal verwarrende vergaderingen hielden, waarin weinig groepsdynamiek voorkwam. Om dat te doorbreken begon ik op een gegeven moment op een bord met een viltstift wat simpele diagrammen te tekenen, zodat de hele zaal wist waar we het over het hadden. Het viel me op dat de sfeer in de groep meteen op een positieve manier veranderde. Niet alleen werd duidelijk waar de vergadering nu eigenlijk over ging, maar ook de bereidheid om te participeren in de discussie ging omhoog. Mensen begonnen zelf ook een stift te pakken om iets aan de illustratie toe te voegen en daarmee hun eigen ideeën te communiceren. Dat was zelfs het geval bij de meest abstracte onderwerpen, zoals marketing, financieën, of zelfs strategie.

Gebeurt dat niet al? Tegenwoordig heeft elke vergaderzaal wel een whiteboard.

Stukken minder dan je denkt. In bepaalde disciplines, zoals de ingenieurswereld of de exacte wetenschappen, is het gebruik van tekeningen inderdaad gemeengoed. Zonder schetsen had Thomas Edison bijvoorbeeld nooit zijn gloeilamp kunnen patenteren. Maar in het bedrijfsleven is de mogelijkheid om een idee door middel van illustraties te communiceren zo goed als onbekend. Met als gevolg dat vergaderingen vaak worden afgesloten met ontzettend veel onduidelijkheid. Omdat mensen niet dom willen overkomen houden ze vaak liever hun mond dan dat ze een vraag stellen. Dat verhoogt de kans dat ze niet doen wat van ze verwacht wordt, of dat ze vergissingen maken. Hoe groter het bedrijf, hoe vaker dat voorkomt.

Waarom roept het gebruik van tekeningen zoveel verzet op?

Veel managers vinden plaatjes iets van de kleuterschool. Tekeningen passen daarnaast niet in de kwantitatieve manier van denken die op Wall Street gebruikelijk is. Grofgezegd zijn er eigenlijk twee soorten zakenmensen. Aan de ene kant heb je iemand als Steve Jobs, een vrijdenker die creativiteit hoog in het vaandel had en nieuwe ideeën steevast uitschetste. En aan de andere kant zijn er mensen zoals Microsoft-baas Steve Ballmer die denken in termen van details en feiten, en plaatjes maar stom vinden. Helaas is dat het type manager dat de meeste bedrijven domineert.

Toch bedienen zelfs de meest conservatieve bedrijven zich van de Powerpoint-presentatie. Dat is toch ook een visueel middel?

Powerpoint wordt bijna altijd oneigenlijk gebruikt. De meeste presentaties zijn in principe niet meer dan beschrijvingen die zijn opgebouwd door middel van een aantal bullet points. Af en toe komt er weliswaar een grafiek in voor, maar alleen om het kwantitatieve aspect van het verhaal te illustreren, zoals aandelenkoersen of marktaandeel.

Waar ik voor pleit is om een idee te verduidelijken door middel van een verzameling simpele tekeningetjes die meer inzicht biedt dan een lange lijst woorden dat zou kunnen. Door je vertelling een beschrijving te maken van je illustraties krijg je een veel dynamischer presentatiestijl.

Het ligt voor de hand om je idee door middel van een schets te illustreren. Maar hoe werkt het met oplossen van problemen?

Stel, je bent een piloot en je moet alternatieve route vinden omdat er een storm op komst is. Om te weten wat voor weerpatronen je zult tegenkomen, kun je ervoor kiezen om voor elke plek die je passeert een beschrijving op te vragen van de temperatuur, de windrichting, de windkracht, neerslagpatronen en alle andere factoren die mogelijk relevant zijn. Je kunt er ook voor kiezen om alles in één oogopslag te zien door middel van een weerkaart. Een weerkaart is beter. Toch benaderen we de meeste problemen op een beschrijvende manier. Idioot, toch?

Mensen zullen zeggen dat de werkelijkheid te complex is om in een paar tekeningetjes te worden afgebeeld.

En dan zou praten een betere manier zijn om die complexiteit te duiden? Verbale communicatie is een tweedimensionaal, lineair proces, die alle informatie in het keurslijf dwingt van een zin met een begin, een midden en een eind. Op zich prachtig, maar geen effectieve manier om een realiteit te beschrijven met verschillende variabelen. Neem de recente hervorming van de gezondheidszorg in de Verenigde Staten. Dat is een wet die is opgedeeld in duizenden bullet points. Die zijn vervolgens doorgegeven aan individuele volksvertegenwoordigers die ze in hun eigen parafraseringen weer moeten doorgeven aan hun achterban. Gevolg: uiteindelijk begrijpt niemand het. Erg frustrerend. We moeten begrijpen dat problemen altijd grote, multidimensionale vraagstukken zijn, die onderhevig zijn aan allerlei invloeden. Standaardoplossingen op basis van woorden werken daar gewoon niet bij. Met tekeningen kun je die gelaagdheid echter wél laten zien.

Wat zijn de kenmerken van een goede tekening?

Ik introduceer in het boek een visuele gereedschapskist van zes basistekeningen. Als je die elementen eenmaal onder de knie hebt, kun je in principe elk probleem ontleden. Daarbij baseer ik me op de onderliggende conceptuele structuur waarmee onze ogen en ons brein de wereld interpreteren. Dat doen we door het visuele signaal in specifieke vormen van informatie op te delen, te interpreteren en vervolgens weer samen te voegen. Eerst zien we het object: het wie of het wat. Vervolgens zien we hoevéél objecten er zijn. Daarna positioneren we ze in de ruimte: het waar. Ten vierde plaatsen we ze in de tijd: het wanneer. Daarna kijken we naar het naar de oorzaak/gevolgverbanden: het hoe. En tenslotte combineren we al die elementen om de situatie te kunnen duiden: het waarom. Die keten is stap voor stap met tekeningen te illustreren.

Op voorwaarde dat je beschikt over het nodige tekentalent.

Dat valt reuze mee. Als je weet hoe je een cirkeltje, een paar pijlen, en een poppetje moet tekenen kom je al een heel eind.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden