Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Kan de kenniswerker met (vervroegd) pensioen? nieuws
1 juli 2015 | Bertrand Weegenaar

Hij is al 56 jaar, de kenniswerker. In 1959 is hij door managementgoeroe Peter Drucker benoemd tot de arbeider van de 21ste eeuw. Hij kon, in een snel groeiende informatiemaatschappij kwantitatieve en kwalitatieve keuze maken en deze aan het publiek en de burger beschikbaar stellen. Maar hebben wij hem nog wel nodig?

Er zijn in die bijna 60 jaar wel wat dingen veranderd. De computer en met name het Internet. De zoekende mondialiserende burger en de vele (mobiele) hulpmiddelen die hem ter beschikking staan. Twee voorbeelden.

Om een beetje leuke reis te boeken had je tot een jaar of tien geleden wel naar een reisbureau nodig. De ‘reisbureau kenniswerker’ had alle informatie in de vorm van gidsen, contacten en was (met wat provisie maar dat was nog niet zo transparant) de vakantieautoriteit. En dan nu: de sterwaarde op booking.com of tripadvisor bepaalt de hotel- of restaurantkeuze. En die sterwaarde bepalen we met zijn allen. Misschien voor hele exclusieve domein of mensen die principieel geen internet gebruiken is er nog een (kleine) markt.

De medewerkers van banken en verzekeraars weten als geen ander wat het effect is van computer en internet ontwikkelingen. Wereldwijd zijn er honderdduizenden mensen afgevloeid. De crisis toonde de financiële molensteen van al die salarissen voor kennelijk overbodige diensten. We doen het zelf. Met behulp van online bankieren, slimme beleggingstools, crowd sourced adviespanels enzovoort.

En er komt meer aan. De wereld van big data maakt in de nabije toekomst zo veel meer mogelijk. Hoogwaardige kennis, ontwikkeling en distributie daarvan zal zeker sprake blijven en in belang toenemen. Maar West-Europa zal op dat gebied danig met Azië moeten concurreren.

Dus de 21ste eeuw lijkt de kenniswerker niet te halen. Wat zijn dan de vaardigheden die nodig zijn? Klaar voor de 21e eeuw (‘Vaardigheden voor een veranderende wereld’) van Robert Marzano en Tammy Heflebower geeft daar een antwoord op. Zij splitsen de vaardigheden op in cognitieve en conatieve vaardigheden. Tot de eerste groep behoren analyseren en gebruik maken van informatie, aanpakken van complexe problemen en zaken, en creëren van patronen en mentale modellen. Conatieve vaardigheden zijn jezelf leren kennen en beheersen, én begrijpen van en interactie met anderen. De auteurs hebben deze vaardigheden gedestilleerd uit honderden wetenschappelijke onderzoeken.

De eerste groep vaardigheden gaat dus een aantal stappen verder dan passief informatie verwerven. Slim zoeken, informatie goed lezen en interpreteren en visueel verwerken (mindmappen bijvoorbeeld) voor het beter onthouden zijn daar voorbeelden van. Wat we nog zelden in het onderwijs tegenkomen zijn leerlingen die bezig zijn met storyboard, opbouwen van mentale beelden, enzovoort. (Training hiervan is niet zo moeilijk. Pak de boekjes van Dan Roam zoals Het uitgevouwde servet erbij en je kunt dit in no time.)

Nee, echt spannend worden al die vaardigheden die we wat zacht zullen vinden maar door de auteurs o zo belangrijk gevonden worden. De harde kenniswerker versus de zachte creatieve werker. Emotioneel denken, denken in levensdoelen, omgaan met meningsverschillen en conflicten. Allemaal beperkt aanwezig in de curricula maar zo 21e eeuw. Dit boek is in Amerika een grote hit.

Terug naar de oervader van het managementdenken: Peter Drucker. Hij is al enige jaren dood maar zijn erfenis wordt goed beheerd. Onlangs verscheen van de hand drie medewerkers van Frances Hesselbein Institute het boekje Five Most Important Questions (‘Enduring wisdom for today’s leaders’). Stel je strategie op door de volgende vijf Druckeriaanse vragen te beantwoorden:

· What is our mission?

· Who is our customer?

· What does the customer value?

· What are our results?

· What is our plan?

Tijdloze vragen die je toch weer even op de management realiteit drukken: wat doen we voor wie, hoe en waarom. En dat dan op zijn 21ste eeuws.

De Meetlat: Business Model Generatie - Het canvas en de penselen meetlat
18 april 2014 | Pierre Pieterse

Er zijn maar weinig boeken die bij verschijnen zo als een bom zijn ingeslagen als Business Model Generatie van Alex Osterwalder. Eindelijk mocht de lijvige strategiebibliotheek achter glas en kon iedereen aan de slag met strategie.

Waar grote academici als Igor Ansoff en Michael Porter de praktische elementen waaruit strategie bestaat naar een hoog abstractieniveau hebben getild, daar ontrafelt Osterwalder de aldus gebreide strategietrui tot een beperkt aantal nieuwe kluwen. Bouwstenen in de terminologie van Osterwalder. Of puzzelstukjes die samen de plaatje maken dat businessmodel heet. Hoe dat geconstrueerde plaatje wordt ingekleurd, er dus uit gaat zien, hangt af van de hand die de streken zet. In feite is Business Model Generatie het canvas, de penselen zijn de stoet aan titels om de ‘generatie’ van businessmodellen te visualiseren. Een willekeurige greep uit het palet: Visuele meetings van David Sibbet, Op de achterkant van een servet van Dan Roam, Het uitgevouwen servet van dezelfde auteur, De Connected Company van Dave Gray, en Moments of Impact van Lisa Solomon & Chris Ertel. De complete reeks vindt u op managementboek.nl/bmg

Visualisatie is zonder meer het kloppend hart van deze methode, omdat elk model zich beter laat begrijpen als het is uitgetekend. Door een businessmodel te tekenen, zet je namelijk impliciete veronderstellingen om in expliciete informatie. En dat vergemakkelijkt discussie en veranderingen. Het zijn trouwens diezelfde ‘visuals’ die de boeken in deze serie zo waanzinnig succesvol (inmiddels zijn er meer dan 700.00 exemplaren van het stamboek over de toonbank gegaan) maken: tekst alleen nodigt zelden uit tot directe actie, plaatjes wel.

Langs de meetlat deze keer de stamvader, dus Business Model Generatie, de kleine ent op deze loot, Business Model You, en ten slotte een willekeurig zij het wel heel typisch instrument om een business model te genereren, Gamestorming, de spelvariant van brainstormen.

Business Model Generatie – Alexander Osterwalder & Yves Pigneur
Hoewel er twee auteurs op het omslag staan, is dit boek nadrukkelijk het resultaat van cocreatie. Maar liefst 470 ‘experts’ uit 45 landen hebben in de een of andere vorm een bijdrage geleverd, waarmee het boek exemplarisch in zichzelf is. Want ook ‘business model generatie’ is het resultaat van de groep: gezamenlijk in kaart brengen van de bouwstenen die samen het businessmodel vormen (ofwel de wijze waarop een organisatie waarde creëert, levert en behoudt). Die bouwstenen zijn achtereenvolgens klantsegmenten, waardeproposities, kanalen, klantrelaties, inkomstenstromen, key resources, kernactiviteiten, key partners, en kostenstructuur. Door nu te visualiseren hoe die bouwstenen op elkaar ingrijpen, hoe die samen de puzzel maken, zie je in een oogopslag uit welke componenten het businessmodel bestaat en welke dynamiek op de elementen inwerkt. Osterwalder pleit er nadrukkelijk voor om het eigen businessmodel regelmatig tegen het licht te houden. Doe je dat niet, dan is de kans groot dat je verrast wordt. De muziekindustrie is in dit verband nog altijd een duidelijk voorbeeld. Eigenlijk is het regelmatig nalopen van het businessmodel de enige manier om de tegenwoordig vereiste flexibiliteit op strategisch niveau te garanderen. Business Model Generatie moet het niet hebben van diepgang of structureel nieuwe inzichten. Maar het brengt wel bestaande concepten naar de oppervlakte. En nog belangrijker: het laat zien waar kansen liggen en waar verbetering noodzakelijk is.

Business Model You – Timothy Clark, Alex Osterwalder & Yves Pigneur
Wat Business Model Generatie voor organisaties is, dat is Business Model You voor het individu. Dit boek laat mensen op de bekende ‘canvas methode’ zichzelf opnieuw uitvinden: wat vind ik leuk, wat kan ik, wat wil ik eigenlijk, welke waarde voeg ik toe? En net als bij het bedrijfsmatige businessmodel is het raadzaam je eigen persoonlijke model regelmatig tegen het licht te houden. Om te kijken of je nog wel van waarde bent, of heel pragmatisch, of je nog wel doet wat je leuk vindt. Door op gestructureerde wijze je persoonlijk businessmodel te formuleren, ben je beter in staat om je carrièredoel na te streven, zo schrijven de auteurs. Bij een persoonlijk businessmodel gaat het erom de belangrijkste key resources op elkaar af te stemmen, te weten je interesses, vaardigheden en capaciteiten, je persoonlijkheid en de assets die je beheerst. Daar is veel zelfkennis voor nodig, maar de beloning is er naar: droombanen worden vaker gecreëerd dan gevonden. Ook dit boek is het resultaat van co-creatie: bij het samenstellen hebben de drie auteurs de hulp gehad van 328 ‘beroepslevenskunstenaars’ uit 43 landen die op businessmodelyou.com hun persoonlijke ervaringen hebben gedeeld. Tientallen van deze verhalen hebben hun weg gevonden naar het boek. Speciaal voor de Nederlandse editie heeft Patrick van der Pijl van Business Models Inc. bovendien extra voorbeelden toegevoegd.

Gamestorming – Dave Gray, Sunni Brown & James Macanufo
Het ‘canvas model’ van Alexander Osterwalder en Yves Pigneur heeft tot doel om tot nieuwe ideeën te komen, en het spel is bij uitstek geschikt om dat op een leuke en ‘vrije’ manier te doen. Zonder dat het gierend uit de klauw loopt, want elk spel verloopt altijd volgens een vast patroon (opening, exploratie en sluiting) en is begrensd (in tijd of in ruimte). Dat laatste is weer belangrijk om de resultaten op het canvas te schilderen, terwijl het spelelement garandeert dat de gebaande paden worden vermeden, zonder dat koers wordt gezet naar niemandsland. Gamestorming inventariseert 87 spellen die helpen bij uiteenlopende zaken als conflictoplossing, ideevorming, ontdekken van nieuwe strategieën, vergroten van operationele effectiviteit, innovatie, of teamvorming. En allemaal keurig gerangschikt naar de primaire structuur van elk spel, dus opening, exploratie en sluiting. Zo is ‘beeldstormen’ altijd een bijzonder nuttige openingsexercitie om eens uit te vissen wat iemand eigenlijk bedoelt als hij het heeft over kwaliteit of strategie. Door deze abstracte begrippen te visualiseren, krijgt iedereen een duidelijk(er) beeld. Een typisch exploratiespel is het stellen van de waaromvraag. Vraag vijf keer waarom iets is zoals het is en je raakt tot de kern van het probleem, en daarmee de oplossing. Spelmatig afsluiten doe je bijvoorbeeld met de ‘wie, wat, wanneer tabel’. Klinkt als een open deur, maar hoeveel goede bedoelingen verzanden niet omdat vergeten wordt af te spreken wie wat wanneer doet? Een fraai doe-boek dat de gamer in ons allen losmaakt.

De volledige reeks en events rond Business Model Generatie vindt u op www.managementboek.nl/bmg

Weg met de PowerPoint presentatie nieuws
13 februari 2014 | Jeroen Ansink

Een plaatje zegt soms meer dan duizend woorden. Met die boodschap bindt de Amerikaanse bedrijfsadviseur Dan Roam al een tijdje de strijd aan met PowerPoint. Zo’n presentatie is in de meeste gevallen niet meer dan een beschrijving op basis van een aantal weinigzeggende bullets. Daardoor moeten standpunten soms tot in den treure worden toegelicht en duren vergaderingen vaak veel langer duren dan noodzakelijk.

In Op de achterkant van een servet laat Roam zien dat het ook anders kan. Het tekenen van een simpel plaatje, zo blijkt, is vaak de krachtigste manier om een nieuw idee te ontdekken, de snelste manier om dat idee te testen, en de meest effectieve manier om het te delen met anderen. Maar hoe maak je zo'n goede illustratie, helemaal als je aan koudwatervrees leidt?

Voor die mensen komt Roam met Het uitgevouwen servet waarin Op de achterkant van een servet in de praktijk wordt gebracht. Roam spoort de lezer aan om voor elke stap in het illustratieproces (leren kijken, problemen zien, het voorstellen van nieuwe oplossingen, en hoe andere mensen aan boord te krijgen) één dag uit te trekken. Op die manier kan iedereen zich in minder dan een werkweek de principes van een goede illustratie eigen maken. Zelfs als ze voor geen meter kunnen tekenen, aldus Roam: ‘Als je weet hoe je een cirkeltje, een paar pijlen, en een poppetje op papier moet zetten kom je al een heel eind.’

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden