Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Longlist Managementboek van het Jaar 2014 column
25 februari 2014 | Pierre Pieterse

De longlist die via de shortlist uiteindelijk leidt tot het Managementboek van het Jaar is altijd een weerspiegeling van dat boekenjaar. En die weerspiegeling laat zien dat de crisis het boekenvak niet heeft overgeslagen. De tijd dat gegarandeerde winnaars al in de voorfase over elkaar heen buitelden, ligt even achter ons.

Dit jaar dus geen gedoodverfde winnaar zoals De prooi van laureaat Jeroen Smit (met Het drama Ahold) dat op het nippertje voorrang moest verlenen aan het even boeiende als fraai vormgegeven Veranderdiagnose van Rob van Es (hoewel zijn Praktijkboek Veranderdiagnose weer wel trots in de longlist prijkt). Ook geen serieus vernieuwende maar uiterst complexe managementtitels als Van unitmanagement naar multidimensionale organisaties waarin Hans Strikwerda de fundamenten van de moderne organisatie blootlegt. En ook geen atypische titels als Hoe je een geboren leider wordt, dat ondanks zijn originele invalshoek en verslavende opmaak de shortlist niet eens haalde. (Volgend jaar dwingt Frank Schapers wellicht een herkansing af want dit jaar verschijnt een totaal herziene editie van dit boek, als onderdeel van een heuse drieluik over rolmodellen en leiderschap, met meer aandacht voor de spiegelneuronen van vrouwelijk leiders.)

Allemaal een onsje minder kortom. Minder titels dan in voorgaande jaren en een doorgaans wat minder uitbundige presentatie. Waarbij het opvallend is dat de sombere tijdgeest zijn weerslag op de inhoud en titels niet meer zo vaak laat gelden. Waar in voorgaande jaren de crisis prominent aanwezig was, lijken veel managementauteurs de crisistijd voorbij. Waarbij niet wegkijken, maar de crisis wegkijken het motto lijkt.

Dat leidt tot sprekende titels als Garanties voor groei, Briljante businessmodellen, Teams van de toekomst en Verbeter de wereld, begin een bedrijf. Petra de Boevere vat dat crisis wegkijken met Durf te doen! misschien nog wel het best samen. Je kunt wel als een konijn in de koplampen van de aanstormende vrachtwagen blijven kijken, maar dan is de afloop het enige dat zeer is.

In de VS lijkt men inmiddels de crisis inderdaad de crisis te laten en de boekendraad weer op te pakken. Deze trend werd vorig jaar voorzichtig ingezet zonder het verleden uit het oog te verliezen met een titel als Big Bang Disruption van Larry Downes en Paul Nunes (volgens Cor Molenaar een absolute must read en hij kan het weten, hij staat met maar liefst twee titels, Red de winkel! en Actie! Noodplan voor de retail, in de longlist). Maar ook een titel als De big datarevolutie van Viktor Mayer-Schönberger en Kenneth Cukier preludeert nadrukkelijk op een zonnige toekomst, al bestaat die toekomst uit een ‘revolutie die de manier waarop we leven, werken en denken gaat veranderen.’

Maar belangrijker is het dat deze trend definitief lijkt door te zetten. Het nieuwe jaar werd ingeluid met Left Brain, Right Stuff van Phil-Het Halo-effect-Rosenzweig dat direct voortborduurt op het magistrale Ons feilbare denken van Daniel Kahneman om te ontrafelen ‘how leaders make winning decisions’.

Met name dat laatste is belangrijk, besluiten nemen. Want, vrij naar Johan Cruijff, als je de bal niet hebt, kun je ook niet scoren.

De longlist vindt u op Managementboekvanhetjaar.nl/longlist

De top 3 van Ellen Budde geboekstaafd
15 maart 2013 | Nienke van Oeveren

Ellen Budde is werkzaam geweest in de gezondheidszorg en het onderwijs. Momenteel werkt zij als senior projectmanager bij de Hogeschool van Amsterdam. Zij is gespecialiseerd in verandertrajecten in management en organisatie en geeft hierover trainingen en workshops. Aan welke 3 boeken heeft zij het meest gehad?

1 Veranderdiagnose door Rob van Es
‘Ik werk zoveel mogelijk met beelden en metaforen, dan kom je snel bij Rob van Es. Hij sprak op de Hogeschool van Amsterdam toen Veranderdiagnose Managementboek van het Jaar was geworden. Ik vind het leuk om te kijken naar schilderijen en om mensen gevoelig te maken voor beeldtaal. Wat kunnen beelden betekenen, wat zeggen ze? Rob van Es moedigt je aan om daar op door te gaan en koppelt dit beelddenken aan een mooie theorie van onder- en bovenstroom.’

2 Plezier beleven aan taaie vraagstukken door Hans Vermaak
‘De onderstroom speelt ook zeker een rol bij taaie vraagstukken; de vraagstukken die steeds weer op tafel komen en er steeds weer afgeschoven worden. Plezier beleven aan taaie vraagstukken is een taai boek, maar het onderwerp spreekt me aan. In managementland overheerst de neiging om naar de toekomst te kijken, terwijl de oplossing zit in wat er nu is. Vermaak raadt aan om een vraagstuk eerst nog taaier en complexer te maken. Ik denk dat beroepsidentiteit een belangrijk schakelpunt is bij veranderingen; als het hart niet meedoet, zeggen mensen ‘ja’ maar doen ze ‘nee’.’

3 Het groot werkvormenboek door Sasja Dirkse-Hulscher en Angela Talen
‘Een abstract begrip als identiteit kun je vervolgens bespreekbaar maken met een werkvorm. Door letterlijk iets te doen, kun je mensen erbij betrekken. In Het groot werkvormenboek laten Dirkse en Talen zien hoe je lastige onderwerpen aansnijdt met – soms – kleine werkvormen. Wat past bij jou, maar ook: wat past helemaal níet bij jou? Door vervolgens te doen maak je een begin met een diepgaande verandering, dan raak je de onderstroom.’

Rob van Es: ‘Ethiek leent zich niet voor fast-foodoplossingen’ interview
2 september 2011 | Ronald Buitenhuis

Vandaag wordt het nieuwe boek van Rob van Es, Professionele Ethiek, de waardige opvolger van het gelauwerde Veranderdiagnose, officieel gepresenteerd. Een boek dat met ‘Marikogate’ onbedoeld actueler dan ooit is. Ronald Buitenhuis had al eerder een kort gesprek met de auteur: ‘We moeten als leiders en managers veel eerder na gaan denken, wanneer er ethische vragen in het spel zijn, welke beslissingen we dan moeten nemen.’

Het boek Veranderdiagnose van Rob van Es werd uitgeroepen tot managementboek van het jaar 2009. Kunst, film en literatuur dienden als metafoor. Ook in zijn nieuwe boek Professionele Ethiek gebruikt Van Es deze metaforen. Nu om duidelijk te maken hoe leiders weloverwogen beslissingen kunnen nemen op het moment dat ethische vragen in het spel zijn. Van Es biedt daarbij ondanks de luchtige metaforen geen fast-foodmethode of Libelle-quizjes, maar een grondig beslismodel.

Het scala aan voorbeelden is zo langzamerhand onuitputtelijk. Het gebrek aan toezicht van de DNB in de financiële crisis, het drama Ahold, Enron, woningbouwverenigingen, zelfverrijking door bonussen, vastgoedfraude, de rooms-katholieke kerk, InHolland… Zelf haalt Van Es de TU-Delft aan waar een directeur een meer commercieel gezicht aan de universiteit moest geven, daarvoor ook opdrachten aan zijn vrouw verstrekte en de Raad van Toezicht er lange tijd de ogen voor dichtkneep. Van Es: ‘Ieder normaal denkend mens weet dat het onacceptabel is, en toch gebeurt het. In deze tijd van snelle media is het ook ondenkbaar dat zaken onbelicht blijven. We moeten als leiders en managers veel eerder na gaan denken, wanneer er ethische vragen in het spel zijn, welke beslissingen we dan moeten nemen. Je moet later uit kunnen leggen waarom je die beslissing genomen hebt, of het nu een goede of slechte beslissing was. Moreel moet je ’m kunnen verantwoorden. Daar wordt nu nog voor weggelopen.’

Frankrijk en kunst
Volgens Van Es zijn we in Nederland, anders dan in bijvoorbeeld Frankrijk en Duitsland, niet opgevoed met het denken in zaken als filosofie en ethiek. ‘Ik denk dat 98 procent van de leidinggevenden en managers er niet of nauwelijks les in heeft gehad of er serieus over heeft nagedacht. We moeten het doen met de mores die we van huis uit en later tijdens onze studie hebben meegekregen. Dat is genoeg voor het gros van de dagelijkse beslissingen, maar niet als er echt ethische vragen op tafel liggen.’ Feitelijk geeft Van Es in zijn nieuwe boek ‘Professionele Ethiek’ een les ‘diep nadenken’. Liggen er lastige vraagstukken op tafel, dan ga je eerst als een journalist op zoek naar de zwakke plekken in het verhaal. Van Es: ‘Daarna ligt de vraag op tafel: wat verwacht de maatschappij/de onderneming van ons? Waar staan we voor? Met die beslissing laat je zien wie je wilt zijn als organisatie. Je moet vandaag de dag standpunten sterker dan ooit kunnen beargumenteren.’

In zijn boek begint Van Es met het duiden waar we het feitelijk in ethiek over hebben. In deel II biedt de auteur een model om de verschillende beslisfasen van een ethische kwestie te doorlopen. In deel III gaat hij in op de context waarin zaken zich afspelen. Maar waarom dit alles aan de hand van kunst en cultuur? Aan de hand van schilderijen van Vermeer, films, Socrates, retorica, literatuur en andere kunstuitingen? Van Es: ‘Mensen zijn op een gegeven moment de casussen van Ahold en Enron wel zat. Verhalen van en rond kunstwerken zijn langer houdbaar en zitten als casus minstens zo goed in elkaar...’ Hij geeft de film ‘Insider’ als illustratief voorbeeld. Daarin is er binnen een tabaksfirma een klokkenluider die het productieproces aan de kaak stelt in het kader van de volksgezondheid. Hij vertelt het een journalist als hij merkt dat de raad van bestuur hem onder druk zet te zwijgen. De journalist mag het verhaal aanvankelijk van zijn bazen niet publiceren, al gebeurt dat uiteindelijk toch nadat hij deze censuur heeft laten lekken naar zijn collega’s. Van Es: ‘Het gaat me in deze film om het proces. Waar neemt de raad van bestuur zijn verantwoordelijkheid? En de redactie? Het wordt in de film volstrekt duidelijk wie waar voor staat, welke ethische vragen er spelen en hoe mensen daar mee omgaan.’

(On)professioneel
De titel van het boek ‘Professionele Ethiek’ suggereert dat er ook onprofessionele ethiek bestaat. Van Es: ‘Zeker. Onprofessioneel vind ik de fast-foodoplossingen waarbij je in een paar vragen moet duiden of iets ethisch verantwoord is. Libelle-quizjes zijn dat. Of trainingen waarbij je in één dag leert integer te zijn, of niet. Ik vind dat naïef. Dit boek stapt in op het moment dat je er met normen en waarden uit je kindertijd niet meer uitkomt. Als de routinematige aanpak niet meer werkt, de twijfel toeslaat, en je na moet gaan denken over wat de echte vragen zijn. En wat dan het sterkste antwoord is. De kunstmetafoor moet inspireren en laat de theorie beter beklijven. Er is in Nederland te veel morele incompetentie. We hebben leiders met moed nodig die elkaar durven aanspreken op hun morele verantwoordelijkheid. Ga vraagstukken gefundeerd te lijf.’ In Frankrijk en Duitsland zijn ze dat aan het leren. Nu Nederland nog. Van Es’ boek Professionele Ethiek kan daar bij helpen.

(Lees hier een uitgebreid interview dat Pierre Spaninks met Rob van Es, over ‘Professionele Ethiek’ in relatie tot zijn eerdere werk.)

De boekenkast van Rob van Es boekenkast
16 juni 2009 | Eline Crijns

Bij het in ontvangst nemen van de prijs voor het winnen van de titel ‘Managementboek van het Jaar’ voor Veranderdiagnose maakte Rob van Es een uitermate bescheiden indruk. Achter deze bescheidenheid blijkt een enorme gedrevenheid en perfectionisme schuil te gaan van een man die uitblinkt in de vele dingen die hij doet.

Dat begon al met het winnen van de scriptieprijs bij zijn afstuderen als ethicus. Sindsdien is hij succesvol als zelfstandig organisatiefilosoof en –adviseur, als universitair docent, trainer, spreker en schrijver van boeken over ethiek en organisatiecultuur. Zijn werk is doorspekt met invloeden uit de literatuur, kunst en cinema. Naast zijn boekenkasten beschikt hij over een uitgebreide cinematheek in zijn werkkamer aan huis.

Op de dag dat ik Rob van Es interview verschijnt – tot zijn verbazing – een artikel over zijn prijswinnende boek Veranderdiagnose in het NRC Handelsblad. Aandacht voor managementboeken in de landelijke pers is niet vanzelfsprekend, maar dit boek springt eruit doordat het rijk geïllustreerd is met kunst en prachtig vormgegeven. Van Es: "Ik ben zelf zeer visueel ingesteld en heb ontdekt dat visualiseren helpt om de wat zwaardere, abstracte tekstonderdelen te behandelen zonder dat ze uitermate droog worden. Het helpt professionals die ik train om op een andere manier te kijken naar hetzelfde, vooral naar dingen die je niet meer ziet omdat je ergens al langer zit. Visualiseren werkt inspirerend voor de generatie van boven de 40 jaar, dat is een anders slag mensen dan studenten van twintig die al zeer visueel zijn ingesteld en de mogelijkheden van internet volledig benutten."

Droomproject

Het maken van Veranderdiagnose is voor Van Es een droomproject: "Veel mooier dan dit kan ik het niet maken! Ik had zelf eerst een plakversie van het boek gemaakt met de teksten en de afbeeldingen in zwart-wit versies. Toen ik een uitgever had gevonden die het aandurfde, zijn we aan de slag gegaan. De meeste tijd hadden we nodig om alle mensen die bij het proces betrokken waren – en dat waren er nogal wat – anders te laten kijken naar hun eigen werk. Vormgevers van boeken zijn bijvoorbeeld gewend heel efficiënt vorm te geven, hoe minder pagina’s nodig zijn hoe beter. Maar een spread hoef je niet helemaal op te vullen met tekst en beeld, er mag best wat witruimte zijn; dat is rustig voor het oog. Toen de vormgever eenmaal de knop had omgezet en de focus legde op schoonheid, heeft hij het prachtig gemaakt. We hadden ook apart iemand voor de beeldredactie. Iemand die haar weg weet in de internationale museumwereld om alle beeldrechten te regelen. Dat is kostbaar, zeker als het gaat om Picasso’s, maar ik wilde geen concessies doen aan het resultaat."

"Een zeker perfectionisme is mij niet vreemd. Daar moet ik wel voor oppassen, ik heb in de loop van de tijd geleerd om het werkbaar te maken. Om blokkeren te vermijden moet je je realiseren dat je niet altijd alles honderd procent kan doen. Veranderdiagnose is voor mij wel het beste wat ik kan. Dat ik heb gewonnen was een geweldige bevestiging. Ik wist wel dat ik een goede kans maakte, maar je blijft toch afhankelijk van de mensen in de jury en waar ze de nadruk op leggen. Eigenlijk hebben ze ook de prijs gegeven aan de mensen die het aangedurfd hebben om iets nieuws te maken."

Werkbibliotheek

Van Es heeft een flinke verzameling boeken, voornamelijk non-fictie. Van Es verklaart: "Ik heb relatief gezien een grote interesse in non-fictie, omdat mijn ervaring is dat ik daar veel meer dan bij fictie om de oren word geslagen met interessante inzichten die scherp worden geformuleerd. Ik vind zo weinig literatuur die dat ook doet, hoewel er uitzonderingen zijn zoals Bordewijk en Hermans in zijn beste jaren, dat vind ik prachtig. Ik ben ook een enorme fan van Ishiguro en met name het boek The Remains of the Day dat ook verfilmd is. Dat vind ik een prachtig boek. Bij het lezen ervan heb ik de meest uiteenlopende emoties ervaren, zowel cognitief als emotioneel en zowel positief als negatief. Vooral dat hele ingehouden schrijven in combinatie met de emotionele inhoud, spreekt mij aan. In zijn algemeenheid kun je zeggen dat ik, als ik lees, geprikkeld moet worden door kort, krachtig, to the point proza. Ik krijg graag een paar opdoffers in taal, stijl is belangrijk. Ik schrijf zelf ook tamelijk beknopt en verplicht mezelf precies de goede woorden te vinden om te zeggen wat ik wil. Ik beoordeel mezelf en zet met terugwerkende kracht het mes erin."

De boekenkasten van Van Es zijn helemaal gevuld en hij doet ook regelmatig boeken weg. "Het moet een werkbibliotheek blijven, niet alleen maar een archief, daarom schift ik regelmatig en maak ruimte voor nieuwe boeken of voor werkplankjes. Zo is er een plank met alle boeken die ik gebruikt heb voor het maken van Veranderdiagnose en met de voorbereidingen voor de Engelse vertaling ervan. Er is ook een plankje met het materiaal voor het nieuwe boek waar ik mee bezig ben getiteld Professionele ethiek, verantwoord organiseren. Het zal gaan over ethiek van zowel organisaties als professionals en hoe die door elkaar lopen in hun functioneren en de geweldige botsingen die soms ontstaan. Wat betreft vormgeving wordt dit boek het zusje van Veranderdiagnose met veel voorbeelden uit film en literatuur. Op het voorbereidende plankje staan bijvoorbeeld Winnie the Pooh, Alice in Wonderland, Max Havelaar, Speeldrift van Juli Zeh en The Sweet Hereafter", vertelt Van Es enthousiast.

Cinematheek

Naast zijn boekenkasten heeft Van Es een enorme verzameling films. De collectie staat in kasten in zijn werkkamer en is gesorteerd op regisseur. Dat is opvallend, meestal worden ze gesorteerd op titel. Van Es licht toe: "Mijn veronderstelling is dat de regisseur toch de belangrijkste figuur is achter het geheel. Als ik een goede film van een regisseur heb gezien, ben ik benieuwd naar wat hij nog meer heeft gemaakt. Meestal klopt dat aanknopingspunt wel in positieve zin. Het is eigenlijk dezelfde invalshoek als bij literatuur, waar een schrijver vaak de insteek is voor de keuzes die ik maak. Ik herinner me een film ook niet zozeer aan de hoofdrolspelers, maar aan de regisseur. Ik ben geïnteresseerd in hoe ze in elkaar zitten als mens en hoe ze ertoe komen om dat oeuvre te maken" Van Es is altijd een fanatieke verzamelaar van films geweest, vroeger op video nu staat alles op dvd. De collectie is een mix van klassiekers en films die hij bijzonder vindt, zoals de films van Tarkovski en Bergman. Van Es geeft zijn liefde voor films ook een didactische wending als kerndocent van het college film en wetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. Zelf heeft hij vroeger ook het bijvak film- en literatuurwetenschap gedaan naast zijn studie filosofie. In hoeverre kan een cinefiel nog ongedwongen naar een nieuwe film kijken? Van Es: "Ik probeer altijd naar een film te kijken sec als kijker naar een film. Ik laat me dus meenemen door het verhaal en kijk wat dat oproept. Als ik zo’n film eenmaal gezien heb, kijk ik wel naar de na-effecten bij mezelf en of ik die kan plaatsen. Ik kijk films vaak meerdere keren, de besten heb ik wel tien keer gezien en ken ik uit mijn hoofd."

Cultuur, ethiek en politiek

Van Es is van vele markten thuis. Hij blijkt in het verleden poëzie te hebben geschreven en een filmscenario; heeft ooit met een vriend een tiental boeken uitgegeven om te kijken of ze een kleine literaire uitgeverij draaiend konden houden en legde zich na een cursus boekbinden toe op het zelf binden van boeken. Tegenwoordig ligt zijn focus vooral op organisaties. "Ik ben altijd bezig met cultuur, ethiek en politiek. Mijn stelling is dat die dingen met elkaar verweven zijn, maar de fout die de meeste mensen maken is dat ze die dingen uit elkaar willen trekken waardoor het juist kunstmatig wordt. Hier ligt weer een link naar de praktische filosofie van Aristoteles en zijn onderverdeling naar ethica, esthetica en politica. De praktische filosofie heeft me altijd het meest geïntrigeerd."

‘Verander- diagnose’ van Rob van Es Managementboek van het Jaar nieuws
27 maart 2009 | Pierre Pieterse

Het boek Veranderdiagnose van Rob van Es is verkozen tot Managementboek van het Jaar 2009. De jury maakte dit dinsdag 10 maart klokslag 21.20 bekend tijdens het drukbezochte Managementboekengala in De Rode Hoed te Amsterdam. De runner-ups waren achtereenvolgens (in willekeurige volgorde): De prooi van Jeroen Smit, Gepast en ongepast geld van Hans Ludo van Mierlo, Van unitmanagement naar multidimensionale organisaties, van Hans Strikwerda, Leiders van vandaag - lessen voor morgen van Harry Sonnenschein en Wouter Hart, en SUMMIT van Buck Jüch.

De jury heeft met het boek Veranderdiagnose vermoedelijk onbedoeld een verrassend actueel boek bekroond. Niet dat veranderen op zich nu zo actueel is, maar de veranderaanpak die Rob van Es bepleit zou wel eens het scharnierpunt kunnen zijn om de huidige enorme (financiële) crisis aan te pakken. Volgens Van Es is namelijk wat hij ‘de onderstroom’ noemt essentieel voor het welslagen van ingrijpende veranderingen. Hij doelt hier op associaties en emoties, op wat er leeft in een organisatie of in de maatschappij. Als je niet weet wat er leeft, kan een interventie, hoe goed feitelijk en/of cijfermatig onderbouwd ook, faliekant verkeerd uitpakken.

Maar in de praktijk is het bijna altijd ‘beheersing’ wat de boventoon voert, ‘de bovenstroom’ dus. Elke interventie wordt ingegeven en bepaald door feiten & cijfers. Ook nu, terwijl herstel van vertrouwen juist topprioriteit moet hebben. De gedachte is dat ijzeren wetmatigheden en kille logica de beste manier zijn om niet alleen de cijfers weer op orde te krijgen maar ook om het o zo noodzakelijke vertrouwen te herstellen. Er wordt over het hoofd gezien dat nou net vertrouwen zich niet laat sturen door cijfertjes. Beeldvorming, vertrouwen, emotie, het zijn allemaal zaken die niet passen in een spreadsheet, terwijl ze juist zo noodzakelijk zijn om uiteindelijk onder de streep zwarte cijfers te kunnen noteren. Te beginnen bij de financiële instellingen inderdaad.

Zo mag Jan Hommen van ING dan een punt hebben dat het niet uitkeren van bonussen meer schade oplevert dan de feitelijke 300 miljoen, omdat dan afspraken worden geschonden, maar deze redenering gaat volstrekt voorbij aan de heersende emoties. Mensen begrijpen dat niet, of willen dat niet begrijpen. En dit is maar een klein voorbeeld. Te vrezen valt dat de lijst gestaag zal aangroeien. Net zoals ‘de onderstroom’.

(Later deze week volgt een verslag van het Managementboekengala. In het dossier Managementboek van het Jaar vindt u interviews en podcasts met de genomineerde auteurs en reviews van alle boeken.)

Shortlist managementboek van het jaar nieuws
19 januari 2009 | Pierre Pieterse

De jury van het Managementboek van het Jaar heeft zojuist bekend gemaakt welke zes boeken voor 2009 genomineerd zijn voor deze prestigieuze titel. Op 10 maart 2009 wordt de prijs uitgereikt tijdens het zesde Managementboekengala in De Rode Hoed te Amsterdam.

Management is een vakgebied dat zich in grote belangstelling blijft verheugen. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat in 2008 het aantal oorspronkelijk Nederlandstalige managementboeken wederom is toegenomen: kon de jury vorig jaar nog kiezen uit honderd titels, dit jaar was dit aantal met vijfentwintig procent gegroeid. Uit deze honderdvijfentwintig titels heeft de jury een longlist samengesteld, waaruit de zes titels voor de shortlist zijn geselecteerd. In willekeurige volgorde: Veranderdiagnose van Rob van Es, Leiders van vandaag - lessen voor morgen van Wouter Hart en Harry Sonnenschein, Summit - een gids voor managers op weg naar de top van Buck Jűch, Gepast en ongepast geld van Hans Ludo van Mierlo, De prooi van Jeroen Smit, en Van unitmanagement naar multidimensionale organisaties van Hans Strikwerda.

Uiteraard heeft Boekcover de afgelopen tijd ook de nodige aandacht geschonken aan de (naar nu blijkt) genomineerde boeken. Luister bijvoorbeeld naar onze podcast interviews met Jeroen Smit, Hans Strikwerda en Rob van Es. Of lees onze interviews met Hans Strikwerda, Rob van Es, Hans Ludo van Mierlo, Harry Sonnenschein of Buck Juch.

(Op de website www.managementboekengala.nl vindt u meer informatie over de jury, de shortlist, longlist, selectie, en over de uitreiking.)

Reorganisatie-ellende nieuws
20 oktober 2008 | Pierre de Winter

De consultants van LogicaCMG publiceerden afgelopen week een onderzoek naar het rendement van veranderingsoperaties in het West-Europese bedrijfsleven. 380 Grote bedrijven werden onderzocht en de uitkomsten waren wederom (dit is niet de eerste keer) bedroevend. Tijd om ermee te stoppen?

Ten eerste valt op dat er de afgelopen jaren enorm veel ‘veranderd’ is. 84 Procent van de bedrijven begon de afgelopen drie jaar aan minimaal twee veranderingstrajecten, in meerderheid vanuit de ambitie om de winstgevendheid van het bedrijf te verhogen. Helaas wordt die doelstelling in zeker een derde van de gevallen niet gerealiseerd en kijken we naar alleen Nederland, dan bedraagt het faalpercentage zelfs veertig procent. Over het geheel genomen, zo berekenen de onderzoekers, verliezen de Europese multinationals zo op jaarbasis een slordige tien miljard euro. Reden voor de vraag aan een paar eminente veranderaars, of het niet tijd wordt om eens wat minder te veranderen?

Rob van Es, auteur van twee recente boeken over veranderprocessen (Veranderdiagnose en Veranderen van organisatiecultuur) en als docent verbonden aan het Sioo en de Universiteit van Amsterdam, vindt van niet. "Ik denk dat het wel losloopt. In de eerste plaats circuleerde er altijd een cijfer van zeventig procent als het ging om organisatieveranderingen waarbij de gestelde doelen niet werden gehaald. Met veertig procent gaan we blijkbaar vooruit! Ten tweede: ‘Verandering’ is een echte modeterm geworden, waar tegenwoordig alles onder valt. Wat vroeger concurrentie en innovatie heette, of werken aan efficiency, heet tegenwoordig allemaal verandering . Daarmee wil iedereen in het veld maar aangeven dat-ie heus bij de tijd is. En om het verhaal helemaal compleet te maken, wordt het in een project gegoten. Zo loods je de voorgestelde aanpak de organisatie binnen."

Dát zoveel trajecten niet opleveren wat vooraf was beoogd, is in Van Es’ ogen onvermijdelijk. "Verandertrajecten - in dit onderzoek vooral eerste-orde veranderingen, waarbij bestaande processen efficiënter worden ingericht - zijn nu eenmaal complex. Met enorm veel betrokkenen, die allemaal hun weerstand hebben en hun eigen ideeën. En er is doorgaans zeer geavanceerde technologie bij betrokken. Je zou misschien juist moeten benadrukken dat het telkens weer een wonder is als het goed gaat."

Ook Hans Strikwerda, directeur van het Nolan Norton Instituut en professor of organization and organizational change aan de UvA en auteur van zojuist verschenen boek Van unit management naar mutidimensionale organisaties, is niet erg onder de indruk. "De vraag zou moeten luiden: ‘Wat zijn de kosten als je níet aan veranderingsprocessen doet?’ Dat een respectabel aantal operaties mislukt, heeft te maken met het feit dat dergelijke trajecten nu eenmaal zeer complex zijn. Maar ik ben ervan overtuigd dat het macro-economisch effect ervan zeer positief is." Strikwerda vindt het ook niet zo erg dat veel trajecten geen positieve invloed op de winstcijfers laten zien. " Het doel van een veranderingstraject is het verbeteren van de performance van een onderneming. En die verbetering hoeft niet altijd in de winstcijfers tot uiting te komen. De winst uit verbeteringen kan bijvoorbeeld worden gebruikt om de kwaliteit van het geleverde product of de geleverde dienst te verhogen."

In Strikwerda’s ogen is het rapport vooral een gemiste kans. " Juist in de IT-wereld, waar Logica toch in opereert, is een volledig nieuwe manier van denken over verandering aan het ontstaan. Alle grote IT-bedrijven zijn systemen aan het ontwikkelen die in de basis zo neutraal mogelijk zijn, zodat klanten daar bovenop - modulair als het ware - in staat zijn om nieuwe activiteiten met nieuwe processen te faciliteren. Die flexibiliteit mist bijvoorbeeld in veel ERP-systemen die nu nog geïmplementeerd worden - ten enen male. Wij verwachten in de VS bijvoorbeeld enkele grote drama’s als gevolg van verkeerd gedefinieerde IT. Alle groten, van Microsoft en SAP tot Oracle zijn met dat onderwerp bezig. Als dit rapport nou dáárover was gegaan, dan had ik het waardevol gevonden, maar dat doen ze niet.

In plaats daarvan is het weer de oude riedel: veel veranderingstrajecten mislukken en impliciet de mededeling dat LogicaCMG ervoor kan zorgen dat het u wel lukt.

Wat je er natuurlijk niet in terug vindt, is het mislukte IT-project bij het UWV dat onlangs in het nieuws kwam. 87 miljoen euro was ermee gemoeid. Rara welk bedrijf daar met de uitvoering belast was..."

Rob van Es over ‘veranderkunst’ podcast
4 juli 2008 | Pierre Pieterse

Een plaatje zegt meer dan duizend woorden, en dat geldt zeker voor het boek Veranderdiagnose van Rob van Es. Van Es laat in dit bijzonder fraai vormgegeven boek namelijk zien hoe kunst inzicht geeft in organisaties.

Door schilderijen, film en beeld op te voeren, raken betrokkenen geïnspireerd en gaan direct associëren. En daar kan een adviseur meteen mee aan de slag. Boekcover vroeg Van Es om beeldende toelichting.

Organisatiefilosoof Rob van Es: ‘De onderstroom wordt vaak verwaarloosd’ interview
29 april 2008 | Hans van der Klis

Bij veranderingen in organisaties bestaat vaak te weinig aandacht voor wat Rob van Es 'de onderstroom' noemt: emoties en associaties die niet snel aan de oppervlakte komen, maar wel een grote invloed hebben op hoe mensen in organisaties reageren op veranderingen. Met behulp van tientallen voorbeelden uit de kunst leert hij zijn lezers in het boek Veranderdiagnose: De onderstroom van het veranderen (Kluwer, 2008) hoe zij die onderstroom beter in beeld kunnen brengen.

Met alle referenties aan kunst, poëzie en film kijkt u ver over de grenzen van uw eigen vak, de organisatiefilosofie. Dat werkt zeer verfrissend, maar waarom?

Deze methode komt voort uit de seminars die ik heb gegeven (en nog steeds geef) aan professionals. Bij mensen die goed in de materie van organiseren zijn ingevoerd, kun je niet volstaan met de gebruikelijke werkopdrachten met alleen maar taal. Je hebt andere manieren nodig om ze te prikkelen.

Waarom heeft u juist voor schilderkunst, literatuur en film gekozen? Vanwege een persoonlijke fascinatie of omdat het goed werkt?

Beide. Schilderijen, poëzie en film werken sterk associatief. Als je die associaties systematisch oppakt, kun je goed materiaal creëren om tijdens seminars mee te werken. Naar mijn idee worden managers erg eenzijdig aangesproken om naar teksten te luisteren. Het is een cliché, maar één beeld zegt vaak meer dan duizend woorden. Mensen reageren ook gemakkelijker. Bij de diagnose van organisaties gaat het ook om de vraag hoe je betekenis geeft aan wat je ziet of wat je hoort. Ik probeer mensen te leren hoe zij gewend zijn te kijken en wat hun blinde vlekken zijn.

Hoe gaat u in uw seminars te werk?

Het zijn vaak trechtervormige sessies, waarbij ik eerst aandacht besteed aan hoe zintuigen werken. Met een paar psychologische trucs laat ik zien waar de valkuilen zitten. Mensen zijn gewend in blauwdrukken te denken, terwijl je bij de diagnose van een organisatie juist altijd je oordeel zo lang mogelijk moet opschorten. Dat valt niet mee. Ook veranderaars zijn snel geneigd om naar vertrouwde interpretatiekaders te schieten. De beelden die ik ook in het boek gebruik, leren mensen juist dat zij ook ruimte moeten houden voor andere interpretaties. Tijdens seminars werk ik altijd breed, bijvoorbeeld met de bespreking van een film die de meeste mensen wel kennen. Mijn ervaring bij een open seminar is dat het altijd enige tijd duurt voordat mensen op één lijn zitten. Ze komen vaak vanuit zeer verschillende achtergronden. Binnen bedrijven, dus bij in-company trajecten, zoom ik juist meteen in, om later te gaan verbreden.

Benadert u de organisatiefilosofie en de verschillende kunstvormen op dezelfde manier?

Er zijn bepaalde overeenkomsten. Metaforen uit de film kan ik zowel voor schilderkunst als voor organisaties gebruiken. Als ik naar een schilderij in een museum kijk, denk ik eerst: wat is dit voor schilderij, uit welke periode stamt het? Dan zoom ik uit. Vervolgens ga ik weer inzoomen: wat zie ik? En dan volgt de close-up: wat is dit voor een schilder, wat wil hij mij laten zien? Deze manier van beschouwen kun je net zo goed gebruiken voor organisaties. Er is veel overlap, er zijn boeiende verbindingen te leggen.

U geeft veel leuke en inventieve voorbeelden, maar verwijst telkens naar bepaalde elementen van de diagnose, naar ‘attentiepunten’. Wat is het idee daarachter?

Professionals staan open voor mijn benadering, maar vragen zich altijd ook af wat zij ermee kunnen in de praktijk. Als organisatiefilosoof doe ik dat ook: ik ben best bereid stevige theoretische excursies te maken, maar ik wil wel een duidelijke rode draad en wil helder maken wat je met de gewonnen inzichten kunt, zowel op theoretisch als op praktisch vlak.

In uw boek legt u veel nadruk op de onderstroom in organisaties. Vindt u dat dit aspect te vaak onderbelicht blijft?

Ja, de onderstroom wordt vaak verwaarloosd. Bedrijfseconomen en bedrijfskundigen die zich bezighouden met verandermanagement zijn gericht op het beheersen van organisaties. Zij zijn geneigd te sturen op cijfers. Maar bij veranderingen krijg je onvermijdelijk te maken met de onderstroom in organisaties, de emoties en de associaties. Wanneer je een interventie voorbereidt, moet je goed weten wat er in een organisatie leeft. Daarom is de diagnose zo belangrijk. Ik zie vaak dat de diagnose van de onderstroom te veel op basis van persoonlijke indrukken plaatsvindt. Dat is maar een deel van het verhaal; het kan systematischer. En daar gaat Veranderdiagnose over.

Behalve organisatiefilosoof bent u ook filmwetenschapper én kunstliefhebber. In hoeverre heeft dat uw ideeën over organisaties bepaald?

Films zijn emotiemachines, ze zijn erop gericht emoties los te maken. In die zin is mijn interesse in films zeker een stimulans geweest om mijn theorieën wat te verluchtigen. Ik weet dat ik een risico neem door ook poëzie te gebruiken tijdens mijn seminars en in mijn boek. Er is in Nederland nog maar een klein clubje dat gewend is poëzie te lezen. Poëzie is ook helemaal verdwenen uit het voortgezet onderwijs. Door toch gedichten te gebruiken, hoop ik de poëzie een vorm van eerherstel te kunnen geven. Ik vind dat sommige gedichten emoties heel mooi weergeven of oproepen.

In uw boek maakt u gebruik van verschillende kunstvormen om uw ideeën over veranderdiagnose te illustreren. Zou u ook een boek kunnen maken dat andersom werkt, dat organisatietheorieën gebruikt om iets te vertellen over kunst?

In dat geval kom je heel snel bij de film als bedrijf. Boeken daarover bestaan al, weliswaar niet altijd even boeiend, maar ze zijn er wel. Je kunt film beschouwen als een organisatievorm: een film maken is een heel complex en arbeidsintensief proces, met veel verschillende tussenstappen: van het script schrijven tot de locatie zoeken, van de opnames tot de montage en de nabewerking. In die zin wijkt het maken van een film niet af van andere vormen van organiseren. Wie weet zou de filmacademie het wel interessant vinden om dit boek eens te gebruiken. En ook musea, theaters en de media zullen zich aangesproken voelen door de visuele kenmerken van mijn benadering.

www.vansvision.nl

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden