Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Wij wijzen u graag op het volgende
Door drukte zijn de levertijden van PostNL aangepast en kan uw pakket vertraging oplopen. Door de Brexit kan de levering van Engelse boeken vertraging oplopen.
Geboekstaafd: De top 3 van Lenette Schuijt geboekstaafd
15 januari 2015 | Nienke van Oeveren

Lenette Schuijt is organisatiekundige en directeur van Crystal River Consultancy. Ze begeleidt organisaties op het gebied van leiderschap, inspiratie en zingeving, visieontwikkeling en zelfsturing. Ze vertelt over haar 3 favoriete boeken.

1 Het nieuwe organiseren

Herman Kuipers, Pierre van Amelsvoort, Eric-Hans Kramer

‘Ik heb dit boek van voor tot achter gelezen, hoewel het een abstract studieboek is. De inrichting van een organisatie bepaalt het gedrag van de mensen, is de gedachte van de auteurs. Het is een aanklacht tegen de bureaucratie en biedt als oplossing een integraal herontwerp van organisaties. Dit boek heeft een fundament gelegd voor mijn denken. Het betekende ook dat ik me na een focus op gedrag van mensen, weer bezig wilde houden met het ontwerp van organisaties.’

2 Leiders, narren en bedriegers

Manfred Kets de Vries

‘Dit was het eerste boek dat ik las over de intrapsychische en duistere kant van leiderschap. Het verklaarde waarom je heel veel kunt trainen, maar dit soms niet helpt: dan moet je dieper gaan. Het maakt me duidelijk hoe zinvol het is om leiders te helpen om naar hun persoonlijkheid te kijken, hun emoties, autobiografie en drijfveren. Omdat leiders weinig feedback krijgen, is het belangrijk dat ze hun eigen gedrag kennen en ook de vervormingen daarin. Dit boek heb ik zo vaak gebruikt, het is helemaal beduimeld!’

3 Leiderschap met hart en ziel

Johan Verstraeten

‘De verbinding tussen leiderschap en zingeving wordt het duidelijkst beschreven in Leiderschap met hart en ziel. Theoloog Verstraeten schrijft dat de maatschappij erg veel behoefte heeft aan leiderschap, maar tegelijkertijd het leiderschap steeds moeilijker maakt. Hij heeft het over vervreemding, hyperactiviteit, burn-out en het gebrek aan een taal die mensen raakt. Voor leiderschap is het wezenlijk om af en toe stil te zijn en in je eigen innerlijke ruimte te vertoeven. Zo kun je wanhoop pas transformeren door van binnenuit te zoeken waar jij hoop aan ontleent…’

92 managementboeken, maar waarover? nieuws
29 oktober 2014 | Pierre Spaninks

Pierre Spaninks blogt over zijn ervaringen als jurylid van het Managementboek van het Jaar. Zijn collega's kunnen en mogen het allemaal heel anders beleven. Graag zelfs, want het proces is gebaat bij een levendige discussie.

Op driekwart van de rit hebben we als jury van het Managementboek van het Jaar in totaal 92 boeken besproken. Natuurlijk zijn er de afgelopen maanden meer boeken verschenen die voor ondernemers en managers interessant kunnen zijn, maar niet elke titel komt voor uitverkiezing in aanmerking. Vertalingen, studieboeken, gebundelde columns en wat dies meer zij hebben we buiten beschouwing gelaten.

Als er in korte tijd zo veel publicaties passeren, ga je als vanzelf patronen zien in het aanbod. Zo viel het me op dat er dit jaar wel erg veel boeken voorbijkwamen over marketing (waar ik niet op voorhand in geïnteresseerd ben) en dat er amper biografieën bij waren (waar u mij midden in de nacht voor wakker mag maken). Maar klopte die indruk ook met de werkelijkheid?

Een uurtje turven (aan de hand van de indeling in de webwinkel) wees uit dat marketing als onderwerp inderdaad zo populair is als het leek. Hoe het in voorgaande jaren zat weet ik niet, maar van de 92 boeken vielen er niet minder dan 13 in die categorie. Die is daarmee tot nu toe het best gevuld van allemaal. Over Omnichannel in retail van Gino van Ossel ('het antwoord op e-commerce') waren enkele van mijn collega's in de jury nogal enthousiast, net als over Verboden voor klanten, wij houden van fans van Jessica van Wingerden en Wim Schuurmans. Ik heb daar minder mee.

Boeken die moeilijk te plaatsen zijn, lopen het risico in de categorie 'algemeen management' terecht te komen. Dat klinkt een beetje als 'over alles en voor iedereen dus over niets en voor niemand'. Maar tussen de 10 boeken op dat stapeltje zitten er wel een paar die het wat mij betreft beslist verdienen om gelezen te worden. Zoals De ontdekking van de toekomst van futuroloog Wim de Ridder en Anders ondernemen, juist nú van ondernemer Aad Ouborg.

Evenveel boeken (ook 10) telt de categorie 'leiderschap'. Zelf heb ik er daarvan maar twee gelezen: Macht! van Oscar David en De kracht van de creatief leider van Marc Geerts. Het eerste vond ik persoonlijk te zweverig, het tweede te weinig gefundeerd. Maar in de jury was niet iedereen dat met mij eens, dus oordeelt u vooral zelf.

Een goede vierde is tot nu toe 'verandermanagement'. Over dat onderwerp tel ik 9 boeken. Niet vreemd, want op dat vakgebied hebben Nederlandse wetenschappers en adviseurs een naam hoog te houden. Een hele aardige vond ik zelf Wat bezielt ons? van Lenette Schuijt, omdat het niet alleen veel voorbeelden geeft van transities 'van onderop' maar die ook in een kader plaatst. Binnenkort verschijnt Nieuwe Business Modellen van Jan Jonker (nog niet meegeteld dus) en dat sluit daar heel mooi op aan.

Over personeelsmanagement verschenen 7 boeken, over organisatiekunde 6, over persoonlijke effectiviteit ook 6, over strategisch management (ook een beetje een vergaarbak, die noemer) 5, over projectmanagement 3, over werk en loopbaan 2, en over risicomanagement welgeteld 1.

Die liefhebber van biografieën die ik ben kwam tot nu toe niet echt aan zijn trekken. De voornaamste verdienste van Peter Leijdekkers - Samen Stork over wie Paul van Laere schreef is dat hij in de jaren zestig Stork op de kaart heeft gezet als producent van rotatiedrukmachines. Dat is vast een prestatie, maar niet een die mij nieuwsgierig maakt naar de mens erachter. De opdracht - of de vele gezichten van Herman Wijffels van Jan Smit is niet echt een biografie van Herman Wijffels - die zou hij ooit misschien wel verdienen - maar eerder een lang uitgevallen profiel aan de hand van gesprekken met de man en zijn directe omgeving.

U merkt het wel: 92 boeken in 16 categorieën - een hele stapel, maar mijn Managementboek van het Jaar zit er nog niet bij.

Reageer via Twitter naar @PierreSpaninks met hashtag #MB2015

Lenette Schuijt: ‘Succesvolle initiatieven in onderstroom zijn bemoedigend voor frisdenkers en dwarsliggers’ interview
13 oktober 2014 | Bert Peene

Onze samenleving bevindt zich in een kantelfase: van centraal geleid en top-down bestuurd naar bottom-up. In haar nieuwste boek, Wat bezielt ons?, schetst Lenette Schuijt een ontwikkeling waarin een eind lijkt te komen aan een periode waarin falend bestuur, slecht management, fraude en zelfverrijking de gewoonste zaak van de wereld waren. Nieuwe, horizontale verbanden winnen terrein en allemaal hebben ze één ding gemeen: de mens staat weer centraal

Laat ik maar met de deur in huis vallen: wat bezielt ons precies?
Opgevat als ‘waar zijn we in hemelsnaam mee bezig’ constateer ik dat we vastzitten in oude, deels achterhaalde en deels perverse systemen. We zijn murw en voelen ons niet in staat daar iets aan te veranderen. En dus hollen we door in een wereld waarin we ons steeds minder senang voelen. Zekerheid of routine is wat ons drijft. Met bezieling heeft dat niets te maken. Opgevat als ‘wat bezielt ons’ constateer ik dat bezieling en bevlogenheid vooral te vinden zijn buiten de reguliere organisaties: in de groeiende onderstroom van nieuwe burgerinitiatieven, sociale ondernemingen, coöperaties , netwerken en collectieven. Mensen werken daar vanuit een innerlijke overtuiging en met passie, nemen de regie en zetten de menselijke maat voorop. Wat hen bezielt? Een betere wereld, te beginnen in de eigen omgeving.

U wilt graag laten zien dat er ondanks alle perversie volop reden tot optimisme is. Toch gebruikt u meer dan twee derde van uw boek om het falen van het oude systeem zichtbaar te maken. Dat werkt behoorlijk ontmoedigend.
Dat kan ik me best voorstellen. Het schrijven van dit boek maakte me bij vlagen ook somber en wanhopig. Toch vind ik het wezenlijk dat we ons ervan bewust zijn hoe pervers het systeem uitwerkt. Als je erin zit, merk je dat niet altijd; als een soort gekookte kikkers gaan we mee in de zoveelste reorganisatie, de zoveelste controlemaatregel. Juist het volle besef van wat er allemaal mis is, maakt kwaad en die woede is de motor voor iets nieuws. Vooral de pioniers in de onderstroom waren misselijk van hun situatie voordat ze de moed hadden een compleet andere richting in te slaan. Dat steeds meer mensen ‘eruit stappen’ uit onvrede met die systemen, dat is de bron van mijn optimisme. De samenleving kantelt misschien nog niet direct, maar steeds meer individuen richting hun werk en leven wezenlijk anders in.

Wat zijn voor u de meest aansprekende voorbeelden van zulke pioniers?
Henk Oosterling bijvoorbeeld. Op een basisschool in een Rotterdamse achterstandswijk zette hij het project ‘fysieke integriteit’ op, omdat de kinderen in de digitale wereld een fysieke binding met de werkelijkheid snel verliezen: ze hebben geen idee waar hun voedsel vandaan komt, snappen niet goed wat hun woorden op sociale media teweeg brengen. Dus leren ze tuinieren en koken, fysieke sporten als judo en reflecteren in de filosofieles. Oosterling zette ook Rotterdam Vakmanstad op, waarbij deze lessen op de basisschool worden verbonden met actief burgerschap en het stimuleren van vakmanschap. Een ander voorbeeld is dat van pioniers Sjoerd van der Maaden en Ronald van Vliet, die jarenlang in de IT werkten. Ze hadden genoeg van het streven naar het grote geld dat daar heerste. Beiden hadden ze een kind met autisme, dat op de reguliere arbeidsmarkt niet aan de bak zou komen. Samen richtten ze Specialisterren op, een bedrijf dat software test. Alle testers zijn mensen met een vorm van autisme, die de gave hebben zich beter dan anderen te kunnen concentreren op routinematig werk. En Bas Bloem, neuroloog bij Het Radboud UMC, die patiënten beschouwt als partners en hen actief betrekt bij de zorg. Het REshape Centre is vanuit die overtuiging opgezet.

Evenals Rudy Snippe in zijn onlangs verschenen boek Doorbreek uw bedrijfscultuur zoekt u aansluiting bij de complexiteitstheorie. Wat is precies het belang van complexiteit voor organisatieontwikkeling?
Ik spreek liever van systeemdenken: het besef dat alles met elkaar verbonden is en dat alles het geheel beïnvloedt. Verandering of ontwikkeling ontstaat door de interactie en wisselwerking van actoren, een proces dat wel door de onderlinge dynamiek richting kan krijgen maar waarvan de uitkomst onvoorspelbaar is. De meer conventionele opvattingen over organisatieontwikkeling gaan ervan uit dat er een veroorzaker is die gepland een verandering kan initiëren of realiseren. Dat de complexiteit in een organisatie beheersbaar is door het in delen, of in stappen of deelplannen uiteen te rafelen. De praktijk laat zien dat die theorie niet klopt: 75 % van alle (geplande) organisatieveranderingen mislukt. Organisaties zijn niet maakbaar. Ze kunnen zich wel ontwikkelen, maar zij kunnen niet door een groepje buitenstaanders ontwikkeld worden. Het is dus de hoogste tijd om op een andere manier te kijken naar hoe ontwikkeling zich in organisaties feitelijk tot stand komt. De kwantumfysica, de complexiteitstheorie en het systeemdenken bieden daarvoor uitstekende aanknopingspunten.

Complexe sociale systemen heten echter zelfrefererend te zijn en alles te weren wat het systeem bedreigt. Dat maakt organisatieverandering toch tot een haast onmogelijke opgave, in welke vorm dan ook?
Dat klopt als je het hebt over gepande verandering door iemand die dat systeem naar zijn hand wil zetten. Wel kan iedereen binnen dat systeem de dynamiek en interactie beïnvloeden waardoor intern wel degelijk ontwikkeling en vernieuwing kan ontstaan, al is de uitkomst daarvan niet te plannen of te voorspellen. Maar het is ook niet mijn doel om bestaande organisaties te veranderen; ik ben geïnteresseerd in de nieuwe organisatieprincipes van de onderstroom en de levenskracht die daar vanuit gaat. Daar ontstaan hele nieuwe systemen. Kennis van wat er ontstaat en groeit in de onderstroom bij mensen in grote organisaties leidt er ofwel toe dat zij zelf ook de moed hebben eruit te stappen en iets anders te beginnen, of dat zij zich gesterkt voelen om intern de onderlinge dynamiek te beïnvloeden.

De organisaties in de onderstroom hebben een aantal kenmerken gemeen die u samenvat in ‘Tien uitgangspunten voor nieuw organiseren’. Echt nieuw zijn die toch niet.
Er zijn inderdaad zijn veel boeken geschreven, vooral door adviseurs, die deze principes noemen als wenselijk. In de praktijk zijn ze wel degelijk nieuw en soms honderd tachtig graden verschillend van wat we zien in mainstream organisaties. Zoals consequent de essentie van het werk voorop zetten en de organisatie van daaruit inrichten. Verreweg de meeste organisaties worden in de praktijk (her-)ingericht vanuit efficiency en beheersbaarheid. Die principes staan dikwijls haaks op de essentie van het werk, waardoor het voor de professionals soms onmogelijk is goede zorg of kwalitatief onderwijs te bieden. Het is waar dat er belangstelling is in mainstream organisaties voor enige vorm van zelfsturing. Maar werkelijk zelforganisatie mogelijk maken, dat wil zeggen de systemen en procedures ondersteunend te laten zijn aan de zelfstandige professionals, komt maar zelden voor. In mainstreamorganisaties zijn de ICT-systemen gericht op verantwoording naar de top. Het beschikbaar stellen van alle sturingsinformatie voor alle medewerkers is voor veel mainstreamorganisaties (helaas) ondenkbaar. Waar bureaucratische en hiërarchische organisaties uiteindelijk menen dat mensen niet in staat zijn zelfstandig te denken, doen, beslissen en handelen, gaan onderstroomorganisaties uit van capabele, zelfstandige mensen, die vanuit een innerlijke gedrevenheid, hun handelen afstemmen op cliënten en collega’s.

U verwijst regelmatig naar gezaghebbende studies en onderzoeksrapporten waarin het ongelijk van het ‘klassiek organiseren’ wordt aangetoond. Vergeefs, naar het schijnt. Wat moet er gebeuren wil het roer over en breed vlak eindelijk omgaan?
Wat we te doen hebben is de onderstroom versterken. Dat kan op verschillende manieren. Door onderstroom-initiatieven voor het voetlicht te brengen, zoals ik met mijn boek doe. Te weten wat er allemaal al is en ontstaat, is erg bemoedigend voor frisdenkers en dwarsliggers. Door individuen aan te moedigen om uit beknellende systemen te stappen en de regie te nemen over werk en leven. Door zelf wat minder loyaal te zijn aan de bestaande systemen, wat vaker regels aan ons laars te lappen. Door de ruimte te zoeken en te claimen voor experimenten, ook binnen grotere organisaties. Of door met meerdere koplopers uit een sector de meest succesvolle doorbraakprojecten op een rij te zetten en gezamenlijk beweging te creëren. Laten we van onderop en buitenaf de druk opvoeren voor de verouderde systemen. Sommige van die logge mammoettankers zullen ten onder gaan. Dat is prima, en biedt ruimte voor iets nieuws.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden