Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Denk als een Freak nieuws
12 mei 2014 | Ger Post

Ze zijn terug. En natuurlijk komen journalist en auteur Stephen Dubner en econoom Steven Levitt met een boek waarin ‘freak’ in de titel zit verwerkt. Ze zouden wel gek zijn niet te refereren aan hun vorige successen: van hun boeken Freakonomics en Superfreakonomics gingen er in totaal zeven miljoen wereldwijd over de toonbank. Hun nieuwste boek heet dus Think like a Freak en komt half mei uit.

Net als in hun vorige boeken rijgen de auteurs data aan aanstekelijke verhalen, schrijft Dubner op het blog van het boek. Maar in het nieuwe boek gaan ze verder, ze willen de lezer nu een advies geven, of die nu geïnteresseerd is in kleine ‘lifehacks’ of ‘wereldwijde hervormingen’.

Zoals het een zelfhulpboek betaamt, draait Think like a Freak om ‘Een Boodschap’. In de inleiding van hun boek (openbaar gemaakt op het blog) schrijven de auteurs: ‘Het valt ons op dat in de afgelopen jaren het idee is ontstaan dat er een "juiste" manier is om na te denken over het oplossen van een bepaald probleem, en natuurlijk is er ook een "verkeerde" manier. Dit leidt onvermijdelijk tot een hoop geschreeuw en – helaas – tot veel onopgeloste problemen. Kan deze situatie worden verbeterd? We hopen het. We willen graag het idee begraven dat er een goede en een verkeerde manier is, een slimme of een dwaze, een rode of een blauwe weg. De moderne wereld vraagt dat we allemaal een beetje productiever denken, creatiever, rationeler; dat we denken vanuit een andere hoek, met een andere set spieren, met een andere set verwachtingen; dat we denken met angst noch gunst, met blind optimisme nog zure scepsis. Dat we denken als een – ahem – Freak.’


Tim Harford: ‘Ik probeer iets onverwachts te vinden, een patroon dat mensen niet eerder hebben gezien’ interview
19 augustus 2008 | Hans van der Klis

De Engelse econoom en journalist Tim Harford werd bekend door zijn Lieve Lita-rubriek ‘Dear Economist’ in The Financial Times waar hij over alledaagse vraagstukken adviseert met behulp van economische theorieën. Zijn voorliefde voor triviale onderwerpen komt ook naar voren in zijn tweede boek, getiteld Waarom we doen wat we doen. Aan de hand van analyses van uiteenlopende onderwerpen als het pijpgedrag van jonge Amerikaanse meisjes, het gewelddadige gettoleven en de hoge beloningen voor topmanagers laat hij zien dat ons gedrag altijd rationeel verklaard kan worden, ook al denken wij op het eerste gezicht van niet.

Rationaliteit

Het neigt enigszins naar die typische Britse kostschoolhumor, een boek beginnen met een beschrijving van een uitzending van Oprah Winfrey over een pijpepidemie onder 12- en 13-jarige meisjes. Tim Harford (1973) glimlacht. "Misschien is dat inderdaad een beetje Brits. Een recensent vergeleek de – wat je zou kunnen noemen – ethisch-filosofische kanten van mijn boek Waarom we doen wat we doen met die van Levitts Freakonomics. In dat boek is seks een zonde, want seks leidt tot baby’s en baby’s leiden tot criminaliteit, terwijl seks in mijn boek iets leuks is, waar je plezier aan kunt beleven. Natuurlijk: seks verkoopt. Maar de pijpepidemie is een heel goed voorbeeld van waar ik het over heb. Als het onderwerp rationaliteit in een economische context ter sprake komt, gaat het gewoonlijk over mensen die reageren op hogere prijzen of andere prikkels. Dat vinden mensen niet zo verrassend: als de prijs van een kop koffie stijgt, drinken wij minder koffie. Ze zijn wel verrast als ik vertel dat er een rationele, economische verklaring is voor de toename van orale seks onder tieners in de Verenigde Staten." Voor de liefhebbers: de verklaring heeft niet te maken met gedragsbeïnvloeding door MTV of internet, zoals veel ouders dachten, maar met AIDS en met de anti-abortuswetgeving voor tieners in bepaalde Amerikaanse staten, waardoor de cijfers goed verklaarbaar zijn.

Na het succes van zijn in 2006 verschenen boek De economische detective, waarvan wereldwijd ruim 700.000 exemplaren zijn verkocht, besloot Harford met zijn nieuwe boek een stapje verder te gaan. Beperkte hij zich in ‘De Economische Detective’ tot het analyseren van dagelijkse voorvallen met behulp van economische theorieën, in de dit jaar verschenen opvolger ‘Waarom we doen wat we doen’ (met als ondertitel ‘De logica van ons gedrag’) neemt hij het menselijk gedrag onder de loep. Hij begint klein, met menselijke relaties, en verlegt zijn aandacht met het vorderen van de pagina’s naar steeds grotere onderwerpen, zoals politiek en globalisering.

Fruit of chocola

Het lijkt erop dat Harford een groot deel van zijn plezier bij het schrijven uit het presenteren van onverwachte drijfveren haalt. Harford: "Dat is waar. Ik probeer iets onverwachts te vinden, een patroon dat mensen niet eerder hebben gezien, of een patroon dat mij in staat stelt om te laten weten wat er precies aan de hand is. Een van de voorbeelden in het boek is dat van een econoom die een experiment deed met studenten die een vragenlijst moesten invullen. Na afloop liet de econoom weten de studenten graag een klein cadeautje te willen geven voor de moeite. Ze konden kiezen uit fruit of chocola. De meeste studenten kozen voor chocola. Toen de econoom het experiment iets anders inrichtte en de studenten vroeg waar zij volgende week prijs op zouden stellen, kozen de meeste studenten fruit. En als de econoom een week later langskwam en vroeg of de studenten het fruit alsnog wilden inruilen voor chocola, gingen zij daar meteen op in."

Een goed voorbeeld van de spanning tussen de verleiding op korte termijn en het verstand op lange termijn. "Het is een grappig verhaal, maar wel met grote implicaties", waarschuwt Harford. Dit gedrag verklaart waarom rokers maar niet stoppen, waarom veel mensen hun dieet niet afmaken of hun pensioenopbouw verwaarlozen. "Ik weet niet hoe de situatie in Nederland is, maar in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten wordt het steeds gebruikelijker om de verantwoordelijkheid aan de werknemers over te laten. Dit verhaal vertelt ons dat daar wel eens een probleem zou kunnen ontstaan. Het pensioen is als het fruit van volgende week. Mensen zijn geneigd te zeggen: ‘ik begin er volgende maand mee’. De vraag is: kun je deze kennis gebruiken om het pensioenensysteem aan te passen? Twee economen hebben dat gedaan. Zij hebben een plan uitgewerkt met de naam ‘Save more tomorrow’, uitgangspunt is dat zij het een stuk lastiger maken het fruit volgende week in te ruilen voor chocola. Als zij vragen of de werknemers hun salarisverhoging van volgend jaar in hun pensioen willen stoppen, vinden veel mensen dat een goed idee. Bij de bedrijven waar dit voorstel is ingevoerd, is het bedrag dat opzij gezet wordt voor het pensioen verdrievoudigd."

Wetenschapper

In zijn boek behandelt Harford een groot aantal van dit soort onderzoekjes. Waarom heeft hij gekozen voor een bestaan als schrijver? Had hij zelf geen wetenschapper willen worden? "Ik ben een paar jaar wetenschapper geweest, maar dat vond ik te beperkt. Ik heb onderzoek gedaan naar het tegen elkaar opbieden op veilingen. Als ik ervoor zorgde dat jij na een aantal veilingen door je budget heen was, had ik daarna vrij spel. Hoe nuttig dit was weet ik nog steeds niet. Het heeft mij alleen bij Monopoly geholpen. Ik vind het ook veel leuker om andermans ideeën te plunderen en die op een aardige manier te presenteren. Ik hoef mij ook niet te focussen op één klein onderwerp. In ‘Waarom we doen wat we doen’ schrijf ik over psychologie, over computersimulaties, over politieke systemen, over gokken en pokeren in Las Vegas. Ik maak ook graag gebruik van andere wetenschappen als sociologie en culturele antropologie. Toen ik jonger was, ben ik er lang van overtuigd geweest dat de economische wetenschap superieur was. Ik dacht: als economen zich gaan bezighouden met sociologie, zullen zij dat beter doen dan sociologen en als zij zich bezig gaan houden met epidemiologie, zullen zij dat beter doen dan epidemiologen. Het idee waarmee ik van start ging was dat economie je in feite helpt bij het begrijpen van de wereld. Maar de verschillende wetenschappen komen steeds dichter bij elkaar te liggen en ik krijg steeds meer respect voor andere disciplines. Sociologen doen bijvoorbeeld geweldig werk met hun studies naar hoe ideeën zich over netwerken verspreiden. Dat is eigenlijk tamelijk mathematisch werk."

Toernooitheorie

In ‘Waarom we doen wat we doen’ heeft Harford ook een hoofdstuk gereserveerd voor de discussie over de topinkomens: ‘Waarom je baas te veel betaald krijgt’. Hij komt met een prikkelende theorie, de toernooitheorie. Die zegt dat de hoogte van de beloning niet bedoeld is als motivatie voor de topman zelf, maar voor zijn ondergeschikten. Die zullen harder gaan werken als zij zien hoe veel de topman betaald krijgt om de hele dag in een brede, leren leunstoel te hangen. "Onderzoek wijst uit dat die mensen harder werken en zich minder snel ziek melden. De keerzijde is dat ze ook minder coöperatief zijn, sneller een mes in de rug van een collega steken en niet snel advies accepteren. Dan is de vraag voor de manager: accepteer ik deze competitieve, vervelende omgeving, of geef ik de voorkeur aan een meer ontspannen maar ook luiere sfeer? Het antwoord hangt ook af van de omgeving. In een salesomgeving is competitiviteit geen probleem. Verkopers gaan de straat op om te scoren. Maar de journalistiek is een voorbeeld van waar het niet werkt: journalisten moeten de krant samen volschrijven, informatie delen."

Een ander punt is dat het voor aandeelhouders lastig is om de baas echt te disciplineren. Harford maakt de vergelijking met het delen van de rekening in een restaurant. Met vier mensen zal niemand geneigd zijn de duurste gerechten te bestellen. Maar als de rekening met vijftig mensen gedeeld wordt, gaat iedereen kreeft en champagne bestellen doordat de sociale controle wegvalt. "Om die reden zijn aandeelhouders niet snel geneigd in te grijpen. Alleen bij bedrijven met minimaal één grote aandeelhouder, zie je dit soort excessen niet, blijkt uit onderzoek. Familiebedrijven of pensioenfondsen zijn veel strenger. Ceo’s kunnen daar ook veel geld verdienen, maar hun beloning is in die gevallen veel meer aan echte prestaties gebonden."

Blinde audities

Een andere actuele kwestie komt niet direct naar voren in zijn boek: het gebrek aan vrouwen in de top. Harford schrijft wel over andere vormen van discriminatie, zoals het geïnstitutionaliseerde racisme dat aan de basis staat van het geweld in de getto’s en zichzelf in stand houdt. Bij het gebrek aan vrouwen in de top speelt iets dergelijks, vermoedt Harford. "Het eerste waar ik aan denk is de invoering van blinde audities bij de toporkesten in de Verenigde Staten. Er waren in Amerika vijf echt goede orkesten met een bovengemiddeld aantal mannelijke musici en bijna geen vrouwen. De orkesten lieten alle gebruikelijke excuses horen: vrouwen moeten kinderen verzorgen, waren onbetrouwbaar en bleven nooit lang in dienst. Soms zeiden ze ook gewoon dat vrouwen niet goed genoeg waren. Maar toen zij blinde audities introduceerden, niet vanwege het lage aantal vrouwen maar om favoritisme te vermijden, bleek dat er opeens veel meer vrouwen werden ingehuurd. Dat begon al in de jaren zestig."

Er is een tweede factor van invloed en dat is de theorie van de groeiende opbrengst: economen hebben vastgesteld dat je elk uur dat je werkt productiever wordt, gedurende je hele carrière. Wie zijn carrière niet onderbreekt en wie meer uren maakt, heeft een grotere kans op succes. "Je ziet dat in de data in het Verenigd Koninkrijk. Getrouwde mannen en vrouwen zónder kinderen zitten qua werk op hetzelfde niveau en verdienen ook evenveel, als zij dezelfde kwalificaties hebben. Maar op het moment dat er een baby wordt geboren, beginnen mannen opeens harder te werken. De vrouwen doen juist minder betaald werk. En dan is er nog een probleem: als je als vrouw een paar jaar baby’s hebt verzorgd en je wilt weer aan de slag, blijkt de vader promotie te hebben gehad, meer te verdienen en moet je zelf helemaal opnieuw beginnen. Het zou idioot zijn als degene die veel meer verdient, parttime zou gaan werken. Economisch is dat niet logisch."

Moet het advies aan vrouwen met grote ambities dan luiden dat ze geen baby’s moeten nemen? "Het zou kunnen helpen", erkent Harford. "Maar dat is waarschijnlijk niet genoeg. Er is geen reden om het daarbij te laten, hoewel je wel moet nadenken over de prikkels voor de gediscrimineerde groepen. Ook positieve discriminatie beïnvloedt het gedrag van mensen en dat is niet noodzakelijk positief."


Een tweede kans nieuws
4 augustus 2006 | Pierre Pieterse

Toen ik Het beslissende moment van Malcolm Gladwell zag staan, was ik even in verwarring. Een nieuw boek van Gladwell? Vreemd dat ik daar niets over heb gelezen. Ik heb Blink of Intuïtie met veel plezier gelezen, wist dat Gladwell eerder The Tipping Point had geschreven, die vertaald is als ‘Het omslagpunt’. Maar Het beslissende moment, daar had ik nog niet van gehoord. Tot bleek dat Het omslagpunt opnieuw is uitgebracht onder een andere naam, ‘Het beslissende moment’ dus. De Nederlandse uitgever hoopt kennelijk dat het boek nu, na het succes van Intuïtie wel een omslagpunt bereikt in de verkoopcijfers en het tot een bestseller maakt. In beide boeken diept Gladwell een vraagstuk uit. Zo vraagt Gladwell zich in Het beslissende moment af waarom (kleine) gebeurtenissen soms zo plotseling een grote verandering teweegbrengen, die zich als een epidemie kan verspreiden. Waarom wordt iets een trend, zoals met de Hush Puppies schoenen, die ineens gigantisch populair werden toen een kleine groep tieners ze uit het stof haalden. Ergens ligt blijkbaar een omslagpunt, dat de groei doet versnellen. Waar dat aan ligt, legt Gladwell uit met veel voorbeelden.

Intuïtie gaat over beslissingen die we in een oogopslag nemen. Hoe kwam het dat deskundigen zagen dat een beeld nep was, zonder dat ze konden uitleggen waarom, terwijl het met laboratoriumtesten uiterst moeilijk te bewijzen was. We denken vaak dat we beslissingen op rationele, afgewogen manier nemen. Malcolm Gladwell toont aan dat we juist in ons onderbewustzijn, in een flits beslissen. De boeken van Gladwell worden wel eens met avonturenboeken vergeleken. Het is een journalistieke zoektocht rondom een thema, naar bewijzen in de vorm van anecdotes, onderzoeken, interviews, vaak met een persoonlijk tintje.

Een auteur die een vergelijkbaar genre schrijft is James Surowiecki (ook Freakonomics past overigens in dit genre). Zijn boek The wisdom of crowds is niet in het Nederlands vertaald. Ook Surowiecki neemt een vraagstuk, in dit geval waarom een groep onafhankelijk mensen iets weet, wat individuele deskundigen niet kunnen zeggen, en licht dit toe aan de hand van veel voorbeelden. Zo ‘wisten’ na het ongeluk met de Challenger in 1986 de aandeelhouders kennelijk eerder dan onderzoek uitwees, dat een van de drie betrokken bedrijven het falende onderdeel leverde. Meteen na de ramp zakten de aandelen van alle drie bedrijven, maar van twee bedrijven krabbelden ze weer overeind. De aandelen van bedrijf 3 bleven laag. Ook al was nog lang niet aangetoond dat zij de schuldigen waren, aandelenhandelaren hadden dit bedrijf al wel veroordeeld, al werd er niet openlijk over gesproken. Hoe kwam het dat zij dit voorzagen? En, moeten we voortaan maar naar de groep luisteren, in plaats van naar de expert?

Surowiecki is net als Gladwell een vakkundig schrijver - hij was columnist bij de New Yorker, waar Gladwell ook voor schreef. Het boek van Surowiecki heb ik echter nooit uitgelezen, hoezeer het thema mij ook intrigeert en hoe prettig het boek ook las. Ik kreeg tijdens het lezen echter het gevoel dat hij me steeds weer wilde overtuigen, met opnieuw een voorbeeld en een ander argument. Maar echt overtuigd raakte ik daardoor niet, zo sterk vond ik de argumenten vaak niet. En daarna kwam er weer een voorbeeld. ‘Ik weet het nu wel’, dacht ik na een tijdje, ‘Wanneer ga je nu verder?’, want de ‘why’ die in de titel staat had ik nog niet gelezen. Zo ver ben ik dus niet gekomen.

Gladwell’s The Tipping Point heeft in Nederland een tweede kans gekregen. Misschien moet ik Surowiecki’s boek ook nog eens een tweede kans geven, want ergens ben ik ook wel benieuwd hoe het afloopt.

Steven Levitt, Stephen Dubner
Freakonomics

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden