Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Handboek Teamcoaching Ooa-boek van het jaar nieuws
6 juni 2018 | Pierre Pieterse

Dinsdag 5 juni maakten de juryleden tijdens het Boek&Festival bekend dat het Handboek Teamcoaching van Martijn Vroemen de titel ‘Ooa-boek van het Jaar 2018’mag dragen. Volgens de jury is het ‘Handboek Teamcoaching naar de inhoud niet heel vernieuwend, maar de relativeringen die de auteur plaatst zijn dat zeker wel. De ironie werkt bemoedigend. En we hadden best nog meer praktijkervaringen willen lezen, in die buitengewoon goede schrijfstijl van Vroemen’.

 

Uit de lijst van boeken die in 2017 op de markt kwamen, stelde de zevenkoppige vakjury eerder dit jaar een top-10 samen. Daaruit kwam een shortlist naar voren kwam van vier boeken die maatschappelijk relevant, wetenschappelijk, toegankelijk en toepasbaar zijn in de praktijk van de organisatieadviseur. Bovendien moet ‘het hoofdaccent van het boek liggen op het ontwikkelen van inzichten op kritische toepassing’, aldus de jury. De Managementideeënfabriek ( Stefan Heusinkveld), Handboek Teamcoaching (Martijn Vroemen), Iedereen verandert - nu wij nog (Hans Vermaak), en Voorbij de eeuw van bureaucratie (Jan Herman de Baas) voldeden aan alle criteria.

De jury koos uiteindelijk voor het boek van Martijn Vroemen. ‘In een tijdsgewricht waarin teams en het werken in teams steeds belangrijker worden, is het Handboek teamcoaching een welkom boek, en het zal zeker bijdragen aan de professionalisering van ervaren en minder ervaren organisatieadviseurs.’ Naast de eervolle titel ontving de winnaar een beeldje en een cheque ter waarde van € 500,00 uit handen van Erna Scholtes, de voorzitter van de vakjury. Vroemen zelf over zijn prijs: ‘Ik heb dit boek niet geschreven om prijzen te winnen, het thema is ook niet nieuw, maar teamcoaching wordt steeds belangrijker in organisaties.’

Waar komen managementideeën vandaan, en wat maakt hen succesvol? achtergrond
31 oktober 2017 | Stefan Heusinkveld

Managementideeën vormen een algemeen geaccepteerd gegeven binnen de managementwereld en worden veelvuldig, weliswaar met wisselend succes, toegepast in organisaties.

Desondanks weten we verbazingwekkend weinig over hoe en waarom sommige managementideeën op grote schaal navolging krijgen. Meer begrip over hoe deze ideeën worden gefabriceerd draagt bij aan een betere reflectie over de zin en onzin van managementideeën en helpt om eigen ideeën over management verder te scherpen.

De invloed van managementideeën op management en organisaties kan niet worden ontkend. Klassieke ideeën zoals het 7S Model, en de BCG Matrix zijn standaard onderdeel geworden van veel studieboeken. Ook meer recente zoals de Balanced Scorecard (BSC), Total Quality Management (TQM) en Business Process Reengineering (BPR) hebben inmiddels een plek in de managementcanon kunnen verwerven. Tegelijk zien we ook een niet aflatende stroom nieuwe ideeën die worden gepromoot door de managementboeken, de managementvakbladen en op managementseminars. We kunnen dan ook zeker stellen dat managementideeën niet alleen de manier waarop we over management en organisaties denken beïnvloeden, maar ook de taal waarmee we over organisaties spreken en zelfs de manier waarop we deze organisaties inrichten.

Het boek De Managementideeënfabriek, betoogt dat ondanks hun potentiele invloed de manier waarop deze ideeën worden gefabriceerd voor een belangrijk deel onzichtbaar blijft of, al dan niet doelbewust, uit ons collectieve geheugen wordt gewist. Dit is opmerkelijk, niet in de minste plaats omdat mensen toch ook (en in toenemende mate) weten wat ze eten? Op basis van analyses van succesvolle managementideeën en de concrete en praktische ervaringen van een groot aantal managementdenkers, biedt het boek dan ook een kijkje in de ‘werkplaats’ waar deze ideeën worden gefabriceerd. 

Wat is de waarde van managementideeën?

Een managementidee biedt een visie op management, geeft richtlijnen voor het aanpakken van vaak persistente organisatieproblemen en wordt gekenmerkt door een specifiek label. In praktijk bieden deze ideeën niet alleen cognitieve ondersteuning bij het inrichten en besturen van organisaties, maar dragen ook voor een belangrijk deel bij aan een gezamenlijke taal voor het praten en denken over management. Hiermee geven managementideeën belangrijke mogelijkheden om een gedeelde kijk op zaken te ontwikkelen en van andere managers en organisaties te leren. Ook voorzien ze in een ogenschijnlijk permanente behoefte van managers aan status en erkenning. Zo geeft het zich associëren met nieuwe managementideeën managers en hun organisaties de mogelijkheid om te laten zien dat ze meegaan met hun tijd. Een essentiële rol van managementideeën is dat deze het belang van management in organisaties vaak onderstrepen en daarmee vormend zijn voor de identiteit en eigenwaarde van de manager.

De ‘geheimen’ van de winnaars

Iedereen kan zien dat een select aantal managementideeën grote bekendheid heeft verworven in de managementwereld. Sommigen hebben zelfs een plaats gekregen in het standaard managementrepertoire. Maar wat zijn nu de ‘geheimen’ van deze winnaars? Wat maakt dat bepaalde ideeën, zij het tijdelijk, door een grote groep managers worden gezien als de meest effectieve en vooruitstrevende oplossing om hedendaagse problemen te lijf te gaan? Of moeten we juist accepteren dat de populariteit van een idee binnen een managementpubliek iets ongrijpbaars is?

Het boek laat zien dat een idee vooral in een aantrekkelijke vorm moet worden gepresenteerd om op grote schaal te kunnen aanslaan onder managers. Voor een individueel idee zijn deze vormkenmerken weliswaar geen garantie voor populariteit, maar je weet wel zo goed als zeker dat je het wel kunt schudden als ze niet aanwezig zijn. Dit geldt net zo goed voor een managementidee als voor een songfestivalliedje, een boek en een film. Op basis van bestaande analyses van succesvolle managementideeën worden de tien belangrijkste kenmerken (kernfactor, onvermijdelijk, normen & waarden, topprestatie, onschuld, ambiguïteit, implementatie-issues, wetenschap, leesbaar, en timing) uitgebreid beschreven en geïllustreerd.

De kunst van de managementdenkers

Managementdenkers spelen onmiskenbaar een belangrijke rol in het promoten van nieuwe managementideeën. Echter in tegenstelling tot de omvangrijke aandacht dat het vak van managementdoener altijd heeft gekregen blijft de kunst van de managementdenker sterk onderbelicht. Maar wat weten we nu eigenlijk over de rollen, taken en technieken van een managementdenker? En wat maakt een managementdenker nu succesvol?

In het boek laten verschillende managementdenkers hun licht schijnen over de alledaagse praktijken in de  ideeënfabriek, delen hun vaak uitgebreide ervaringen maar leggen ook hun worstelingen en onzekerheden bloot. Zo leggen we ons oor te luisteren bij goeroes die mede verantwoordelijk zijn geweest voor een aantal wereldwijde bestsellers. Ook komen adviseurs aan het woord die gepokt en gemazeld zijn in de ontwikkeling en popularisatie van nieuwe managementideeën. Het boek beschrijft en illustreert twaalf centrale vraagstukken waarop succesvolle managementdenkers een antwoord hebben weten te vinden. De belangrijkste conclusie is dan ook dat de managementideeën die op dit moment op grote schaal bekend en geaccepteerd zijn, vooral het resultaat is van mensenwerk – maar wel van mensen die een uniek vak verstaan.

Stefan Heusinkveld is als hoofddocent verbonden aan de vakgroep management en organisatie van de Vrije Universiteit en doet onderzoek naar de aantrekkingskracht van goeroes en hun ideeën. Hij is de auteur van De managementideeëfabriek. Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met Holland Management Review.

Stefan Heusinkveld: ‘Een goed managementidee ontwikkelen is echt een kunst’ interview
28 augustus 2017 | Hans van der Klis

Aangespoord door zijn leermeester René ten Bos heeft Stefan Heusinkveld, organisatiekundige aan de VU, zijn onderzoek naar de markt voor managementideeën nu in het Nederlands uitgebracht: geactualiseerd, leesbaar voor een breed publiek en essentieel voor iedereen die managementmethodieken gebruikt. ‘Weet wat je eet’, is de stelling van Heusinkveld: managementideeën komen heus niet uit de lucht vallen.

Toen in 2014 zijn wetenschappelijke studie The Management Idea Factory verscheen, kreeg Stefan Heusinkveld als kritiek dat het boek niet zo gemakkelijk leesbaar was, herinnert hij zich met een glimlach. Nee natuurlijk niet, het was een wetenschappelijk werk. Maar het zette hem wel aan het denken. Als hij de inzichten uit zijn onderzoek naar de praktijk wilde vertalen, moest hij er dan toch maar eens aan geloven: met een Nederlandstalige handelseditie voor een breed publiek zou hij zijn ideeën beter over het voetlicht kunnen brengen. René ten Bos, zijn leermeester aan de Nijmeegse universiteit, had er al langer op aangedrongen. En door de confrontatie met een aantal studenten van Meindert Flikkema, deelnemers aan de Basisopleiding Management Consulting aan de VU, ontdekte Heusinkveld dat zijn onderzoek naar de markt voor managementideeën veel reacties uitlokte. ‘Voor sommigen is mijn verhaal nog steeds nieuw. Dat beschrijf ik ook in mijn boek: onder consultants is soms sprake van ongeloof wanneer ik laat zien hoe de ideeën ontstaan, wanneer, en in welk krachtenveld. Soms zijn ze zelfs verdrietig dat ik de managementideeënfabriek ontmasker. Maar vaker is er sprake van herkenning. Ze weten het wel, maar ze nemen normaal gesproken niet de tijd om na te denken over de herkomst van managementideeën. Vanuit het perspectief van de consultant is mijn onderzoek natuurlijk interessant. Ik laat immers zien dat het echt een vak apart is.’

Heusinkveld is inmiddels zo’n vijftien jaar bezig met dit onderwerp. In 2004 promoveerde hij erop en nu is hij gevraagd om samen met drie collega’s, uit de Verenigde Staten, Canada en Groot-Brittannië, voor Oxford University Press een overzichtswerk over het onderwerp te schrijven. Maar voordat al zijn tijd door die klus zou worden opgeslokt, wilde hij De Managementideeënfabriek afronden, het boek dat hij graag voor een breder publiek wilde maken.

De Keuringsdienst van Waarde

In De Managementideeënfabriek laat Heusinkveld gedetailleerd zien hoe managementideeën worden ontwikkeld en in de markt gezet. De hele wereld van consultancyfirma’s, ghostwriters, editors en organisatoren van seminars komt voorbij. Het is Heusinkveld niet te doen om er een waardeoordeel over te geven; als wetenschapper houdt hij zich verre van oordelen. ‘Ik wil laten zien wat er gebeurt en waarom’, zegt hij. ‘De boel onderuit proberen te halen, zoals Richard Engelfriet laatst deed, kan waardevol zijn, maar geeft geen antwoord op de vraag waarom sommige ideeën zo'n grote aantrekkingskracht hebben. Ken je het televisieprogramma De Keuringsdienst van Waarde? Die benadering spreekt mij aan. Die programmamakers laten ons zien wat er allemaal in ons eten zit, zonder te zeggen dat je het wel of niet moet eten. Datzelfde doe ik ook, maar dan bij managementideeën. Weet wat je eet, is mijn boodschap.’

Heusinkveld realiseert zich dat consultants en goeroes een heel andere doelstelling hebben met hun methodes dan wetenschappers. ‘Zij proberen met taal iets in beweging te zetten, wetenschappers proberen met taal een model van de werkelijkheid te schetsen. Je hoeft de ideeën van consultants en goeroes dus niet op hun wetenschappelijke waarde te beoordelen, zoals René ten Bos en ik al eens hebben vastgesteld in een artikel. Een bekend voorbeeld is dat van de bekende organisatiesocioloog Cor Lammers, die in de jaren tachtig In Search of Excellence van Peters en Waterman gedeconstrueerd heeft. Aan de ene kant liet Lammers zien dat er wetenschappelijk nogal wat haken en ogen aan het verhaal van Peters en Waterman zitten. Maar aan de andere kant hebben zij wel de discussie over organisatiecultuur losgemaakt. Iedere manager heeft het tegenwoordig over organisatiecultuur. Lammers was dus heel erg ambivalent. ‘Peters en Waterman hadden het zó niet mogen doen, maar ik ben wel erg blij dat ze het gedaan hebben’, schreef hij. Ze hebben echt iets opengebroken. Hun ideeën waren helemaal niet zo nieuw, Duitse sociologen waren er al in de jaren twintig van de vorige eeuw mee bezig, maar zij hebben die kwestie wel in het discours over management geïntroduceerd. Dat is interessant. De werkelijkheid is niet zo eenduidig.’

Songfestival

Dat neemt niet weg dat de ontstaansgeschiedenis van managementideeën ontluisterend kan zijn. De oorspronkelijke ideeën van de goeroes – of wannabe-goeroes – ondergaan soms grote wijzigingen wanneer zij door ghostwriters, editors en vormgevers bewerkt worden om te kunnen verkopen als managementboek of voor seminars. Een van de eyeopeners in het boek is de enorme weerstand waarmee ontwikkelaars te maken kunnen krijgen in eigen huis, bijvoorbeeld de eigen consultancyfirma. ‘Dat was eigenlijk bijvangst. Ik ging een directeur van een adviesbureau interviewen, die enkele weken eerder was afgezwaaid. Toen ik hem vroeg of hij bij de introductie van nieuwe ideeën wel eens weerstand had gekregen, brandde hij meteen los. Ik heb drie uur ademloos zitten luisteren. Sindsdien werd die vraag een vast onderdeel van mijn interviews en dat beeld werd telkens bevestigd. In zekere zin is het ook logisch. Sommige afdelingen zijn nog druk bezig de oude methodes te verkopen, als het adviesbureau opeens een andere weg inslaat. Dat is lastig uit te leggen aan de klanten.’

Soms mislukken ideeën dus ook, is de logische conclusie van Heusinkveld, om geruisloos op de vuilnisbelt van de managementideeënfabriek te worden gedumpt. Tegenover elk idee dat weerklank vindt in het managementdiscours, staan talloze ideeën die niet worden opgepikt. Ook daar is hard aan gewerkt door de bedenker en zijn team van ghostwriters, editors en andere betrokkenen. ‘Ik heb wel eens een organisator van seminars gesproken die mij vertelde echt zijn buik vol te hebben van alle wannabe-goeroes die zich bij hem melden’, vertelt Heusinkveld. ‘Veel adviseurs denken het ook wel te kunnen, een boek schrijven en een zaal van tweehonderd man boeien, maar dat is natuurlijk niet zo. Het is echt een vak. In mijn boek heb ik de vergelijking met het Songfestival gemaakt. Er is maar één winnaar, van de rest horen we zelden of nooit meer iets.’

Metamanagementboek

De wannabe-goeroe zal van Heusinkveld niet te horen krijgen wat hij moet doen om succesvol te worden. In die zin onderscheidt Heusinkveld zich van auteurs van andere managementboeken. De Managementideeënfabriek is een metamanagementboek, een boek dat laat zien hoe de wereld van de managementconcepten in elkaar steekt, geen boek met tips of lijstjes. ‘Dit boek gaat over managementideeën, maar het is zelf geen typisch managementboek. Althans: ik volg niet het gebruikelijke stramien. Ik probeer te ontrafelen waarom ideeën die soms heel controversieel zijn toch in grote mate worden afgenomen. Iedereen heeft het over lean en agile, mijn vrouw, die bij een pensioenverzekeraar werkt, ook. Het enige wat ik doe, is mij afvragen: waarom toch?’ Wel heeft Heusinkveld twaalf vraagstukken gedefinieerd die licht werpen op de vraag of een idee succesvol kan worden. ‘Ik vind het lastig om mijn onderzoek in richtlijnen te vertalen. Ik wil ook niets voorschrijven, maar in lijn met de gedachte achter De Keuringsdienst van Waarde mensen zelf kritisch laten nadenken. Daarbij zijn twee zaken van belang. Ten eerste: het ontwikkelen van een managementidee is een kunst, het is een vak apart. Heb je een goed idee, dus zul je dat inderdaad in een mooie vorm moeten gieten. De rups moet een vlinder worden. En ten tweede: je moet beseffen dat je het niet alleen kunt. Je hebt andere mensen nodig: een ghostwriter, een editor, een vormgever, je collega’s, en, niet te vergeten, je publiek. René ten Bos heeft dat eens mooi onder woorden gebracht: mensen die geen conversatie hebben met hun publiek, zullen nooit goeroe worden. Maar zelfs wanneer je aan die voorwaarden voldoet, weet je nog niet of je idee zal aanslaan. Als je er niet aan voldoet, weet je zeker dat je het Songfestival niet gaat winnen.’

Afstand

Door de afstand waarmee hij als wetenschapper naar zijn onderzoeksterrein kijkt, is Heusinkveld ook wel geamuseerd door de inhoudelijke kant de van de managementideeën. Maar daarin verschilt hij niet van de rest van het publiek, denkt hij. ‘Uit de interviews die wij hebben gedaan met seminarbezoekers, weet ik dat zij zich graag laten vermaken, maar intussen ook waardevolle informatie oppikken. Managementideeën hebben absoluut waarde, daar twijfel ik geen moment aan. Natuurlijk zijn er organisaties die prima kunnen functioneren zonder dat de leiding ook maar iets van managementideeën afweet. Maar aan de andere kant weten we uit onderzoek ook dat organisaties die er serieus mee aan de slag gaan, beter worden gewaardeerd door financieel analisten. En dat heeft weer invloed op de condities waaronder zij krediet kunnen aanvragen.’

Heeft Heusinkveld eigenlijk zelf een favoriete goeroe in Nederland? ‘Mijn idee is dat er voor elke goeroe een markt is’, zegt hij. ‘Wanneer je weet wie je wilt zijn, zul je vanzelf ook de goeroe ontdekken die bij jou past, net als je kiest voor een bepaalde kledingstijl. De een zal zich aangesproken voelen door Ben Tiggelaar, een ander zal zich misschien meer thuis voelen bij een goeroe als Léon de Caluwé, die wat meer ingetogen en reflectief is. Vanuit mijn onderzoek vind ik het juist leuk om de verschillende karakters te zien en hoe zij elk op hun eigen manier een groot publiek aan zich weten te binden.’

De managementideeënfabriek - Goeroes, consultants en het vermarkten van managementkennis preview
4 juli 2017 | Stefan Heusinkveld

De significante invloed van managementideeën op management en organisaties kan niet worden ontkend. Dit boek geeft een kijkje in de ‘werkplaats' waar deze managementideeën worden gefabriceerd. In deze preview geeft Stefan Heusinkveld een korte toelichting op de achtergronden van het boek.

De belangrijke rol van managementideeën in de managementwereld en de potentiële impact van deze ideeën op managers en organisaties zijn denk ik een belangrijke redenen om de alledaagse processen van het produceren van managementkennis beter te begrijpen. Deze processen blijven in mijn ogen vaak voor een belangrijk deel onzichtbaar of worden al dan niet doelbewust uit het collectieve geheugen gewist (niet in de minste plaats door zogenaamde management-modellen-boeken). Op basis van zowel de belangrijkste inzichten uit bestaande wetenschappelijke studies als de concrete en praktische ervaringen van managementdenkers, voor wie dit onderdeel is van hun dagelijkse werk, poog ik met dit boek bekende ideeën terug te herleiden naar hun fabricage: de ideeënfabriek en de specifieke werkplaats waarin ze zijn ontwikkeld.

Een belangrijke basis voor dit boek kan worden gevonden in het uitgebreide wetenschappelijke onderzoek naar de dynamiek rondom de wijze waarop goeroes en consultants (commercieel) succesvolle ideeën ontwikkelen. Sinds de baanbrekende publicaties van Huczyski uit 1993 (Management gurus: What makes them and how to become one) en Abrahamson uit 1996 (Management fashion) is er een groeiende en invloedrijke stroom onderzoek op gang gekomen naar de aantrekkingskracht van bepaalde ideeën in de managementwereld en hun invloed op het functioneren van organisaties. Ik zie dat in de loop van de tijd steeds meer wetenschappers zich hiermee bezig zijn gaan houden en dat het arsenaal aan kennis over dit onderwerp gestaag groeit. Momenteel werken we met een team van vooraanstaande wetenschappers uit de Verenigde Staten, Canada en Groot-Brittannië aan een boek, uitgegeven door Oxford University Press, dat een overzicht moet bieden van al het onderzoek dat er wereldwijd is uitgevoerd naar de ontwikkeling, verspreiding en impact van managementideeën. De Managementideeënfabriek baseert zich dan ook op de belangrijkste inzichten uit deze vele studies die de laatste vijfentwintig jaar zijn gedaan op dit vlak.

Deze wetenschappelijke basis combineer ik met de concrete ervaringen en zienswijzen van ervaren en veelal bekende managementdenkers. Dit biedt in mijn ogen een belangrijke mogelijkheid om te leren van gelouterde goeroes en adviseurs die dagelijks en vaak al jarenlang betrokken zijn bij de ontwikkeling van nieuwe managementideeën. Zo heb ik een ruim veertig Nederlandse managementdenkers mogen spreken. Deze mensen werkten vaak bij prominente adviesbureaus en hebben op dit vlak met hun voeten in de modder gestaan. Dat wil zeggen: mensen die een tijdlang aan een bepaald managementidee hebben getrokken, daarvoor op de zeepkisten hebben gestaan en dit idee actief hebben gepromoot onder hun collega’s en het grotere managementpubliek.

Ook leggen we ons oor te luisteren bij verschillende internationaal bekende managementgoeroes. Ik was in de gelukkige omstandigheid om samen te kunnen werken met professor Tim Clark, een van de meest bekende experts op het gebied van onderzoek naar managementgoeroes. Hij heeft in zijn onderzoek niet alleen uitgebreide analyses gemaakt van de live presentaties van deze goeroes, maar ook de belangrijke mensen kunnen interviewen (goeroes, editors, ghostwriters) die mede verantwoordelijk zijn geweest voor een aantal wereldwijde bestsellers op het gebied van management. In deze interviews deelden zij hun vaak uitgebreide ervaring over hoe zij deze boeken schrijven en in de markt zetten en gaven zij hun visie op wat precies onderscheidend is voor een succesvol managementboek.

In De managementideeënfabriek laten al deze managementdenkers hun licht schijnen over de alledaagse praktijken in de ideeënfabriek, delen hun vaak uitgebreide ervaringen maar leggen ook hun worstelingen en onzekerheden bloot. Het centrale punt is hier dan ook te laten zien hoe de managementideeën die op dit moment op grote schaal bekend en geaccepteerd zijn, vooral het resultaat vormen van mensenwerk – maar wel van mensen die een uniek vak verstaan.

Stefan Heusinkveld is als hoofddocent verbonden aan de vakgroep management en organisatie van de Vrije Universiteit en doet onderzoek naar de aantrekkingskracht van goeroes en hun ideeën. Hij is de auteur van De managementideeënfabriek.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden