Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Meten met verschillende maten column
21 september 2010 | Guus Hustinx

Als het management van een onderneming zichzelf in moeilijke tijden een forse salarisverhoging toekent en tegelijkertijd van de medewerkers verlangt dat ze salaris inleveren (zoals onder meer bij Philips), roept dat breed verontwaardiging op. De essentie is gelegen in het meten met verschillende maten. Ik zie dat als een verschijnsel in alle sectoren van de maatschappij toeneemt. Wat is de drijfveer achter dit gedrag? Waar komt die verontwaardigde reactie vandaan?

Wilders schoffeert anderen en zelfs hele bevolkingsgroepen. Zodra iemand hem op dezelfde manier behandelt, bestempelt hij dat als ‘demonisering’ en ‘demonisering van 1,5 miljoen kiezers’. Ik heb het recht een ander te beledigen, de ander heeft dat recht richting mij niet. Met een beroep op de vrijheid van meningsuiting, wil Wilders de Koran verbieden. Wat is meer intrinsiek strijdig aan elkaar?

Er zijn ook andere maatschappelijke vormen. De man die met (te) hoge snelheid over de snelweg slalomt, rechts passerend, anderen snijdend. Als een ander hem met hetzelfde gedrag ‘dwarszit’, kent zijn verontwaardiging geen grenzen. De regels gelden wel voor anderen, niet voor mij.

Zo ook de medewerker die ’s ochtends een half uur later komt, ’s avonds eerder weg gaat en eindeloos bij het koffieapparaat staat, tot ergernis van zijn hardwerkende collega’s. De onderneming is er voor hem en niet andersom. Ik bepaal mijn eigen regels, ook al heb ik een handtekening gezet onder een contract. Ik kom hier halen en heb niet de intentie te brengen.

Wat beweegt mensen om zo te meten met verschillende maten? Het is alleen het eigenbelang dat telt. Alles dat het eigenbelang in de weg staat, wordt met meedogenloosheid benaderd. Redelijke normen die het eigenbelang beperken worden aan de kant geschoven. Of er wordt, zoals in het geval van Philips, met formele argumenten verklaard waarom men echt niet anders kon.

Mijn conclusie is dat het hier gaat om calculerend en opportunistisch individualisme. De doorgeschoten ‘homo economicus’ uit het neoliberalisme. In mijn boek Ecologisch veranderen van organisaties noem ik dit ‘klein denken’. Denken vanuit de eigen positie, zonder zicht op en zorg voor de effecten op het grotere systeem. Ik laat zien dat ‘klein denken’ leidt tot suboptimalisatie van het grotere systeem en dus uiteindelijk ten koste gaat van de resultaten voor het individu. In tegenstelling tot het neoliberale gedachtegoed. Dat gaat er juist van uit dat als individuen in een vrije markt puur hun eigenbelang nastreven, dit op den duur tot welvaart voor iedereen zal leiden. In diverse studies wordt dat neoliberale uitgangspunt genadeloos ontmaskerd als een utopische ideologie (lees bijvoorbeeld De shockdoctrine van Naomi Klein uit 2007 en De utopie van de vrije markt’ van Hans Achterhuis uit 2010).

Bij het managent dat zichzelf een salarisverhoging toebedeelt, is het effect dat de verontwaardiging bij de medewerkers leidt tot afname van motivatie en groeiend wantrouwen jegens de top. Waar optimalisatie nodig is in moeilijke tijden, is verdere suboptimalisatie of, erger, escalatie het effect. Dat werkt contraproductief voor alle betrokkenen, ook voor het eigenbelang van het management. Maar over het algemeen wordt dit oorzaakzakelijke verband, dat vaak vertraagd in de tijd optreedt, gemakshalve ontkend.

Dan de verontwaardiging. Die ontstaat uit een gevoel van (on)rechtvaardigheid. Mensen zijn als mens gelijkwaardig, ook al hebben ze andere posities, andere belangen. Gelijkwaardigheid impliceert wederkerigheid: zoals ik behandeld wil worden, behandel ik jou ook. En precies dat ontbreekt bij het meten met twee maten. Het wordt dus als onrechtvaardig ervaren. Onrechtvaardigheid roept heftige emoties op. Naarmate onrechtvaardigheid mensen meer persoonlijk raakt, zijn de emoties sterker.

Het bizarre in deze controverse is dat het op eigenbelang gerichte individu zich niets gelegen laat liggen aan anderen en hun gevoel van rechtvaardigheid. In dit egocentrisme draait het universum uitsluitend en alleen om hem of haar. In die zin is Wilders een ‘prima’ rolmodel voor de individuen die zo denken en een bevestiging van de tendens. Ik wil overigens de top van Philips niet associëren met Wilders. Ik probeer alleen te laten zien dat het onderliggende mechanisme hetzelfde is.

In het geval van de Wilderianen lijkt het ook dat zij zich juist aan de verontwaardiging van anderen laven. Het sterkt hen juist. Dat doet vervolgens de verontwaardiging toenemen. Het versterkt het wij/zij-denken, en dat over en weer. En zo zitten we vast in een zichzelf bevestigende, escalerende spiraal. Ik herken dat patroon bijvoorbeeld ook in maatschappelijke ondernemingen waarin het vrije marktdenken van het management lijnrecht tegenover het klant- en kwaliteitsbewustzijn van de medewerkers staat.

Er zijn twee manieren om hier uit te komen. Allereerst het principe van wederkerigheid aan de orde stellen en keer op keer weer zichtbaar maken wat het patroon is en waartoe het leidt: wij/zij-denken, suboptimalisatie, of zelfs escalatie. Ten tweede duidelijk maken dat je er toch samen uit moet komen, er is namelijk geen andere keus. Ik heb niet de illusie dat deze strategie bij de Wilderianen werkt. Wel denk ik dat dit rond organisaties wellicht de enige strategie is.

De ondergang van de vrije markt? column
11 augustus 2009 | Pierre Pieterse

Betekent de huidige crisis het einde van de ongebreidelde vrije markt? Nee, het lijkt er niet op. Het neoliberale denken staat nog als een huis. De essentie van dat denken: laat alles over aan de markt. Dat levert vrije mensen en welvaart(groei) voor iedereen op.

De kredietcrisis is het gevolg van superkapitalisme: geld met geld maken, hebzucht aangewakkerd door absurde bonusregelingen, totdat de zeepbel uiteen spatte. De maatschappij betaalt de prijs: met belastinggeld worden banken overeind gehouden. De sterk oplopende staatsschuld zal gevoeld worden tot in lengte van jaren. De verantwoordelijken komen weg met riante regelingen en schreeuwen moord en brand dat ze zelf slachtoffer zijn in plaats van dader. De wereld op zijn kop. Jeroen van der Veer, scheidend topman van Shell, zegt in een interview met de Volkskrant: ‘De crisis begint met de bankiers, maar uiteindelijk verliezen andere mensen hun baan. Iedereen heeft wel gevoel voor sociale rechtvaardigheid. Dit staat daar dwars op.’

In het kader van de vrije markt ideologie heeft er in Nederland een grote privatiseringsgolf plaatsgevonden. Onder meer de privatisering van spoorwegen, posterijen, telefonie, gezondheidszorg, en sociale huisvesting. De top van deze sectoren lijkt zich in no time op dezelfde manier te gedragen als de nu zo verguisde bankiers van de kredietcrisis.

En dat heeft ons enkele pittige schandalen opgeleverd: megasalarissen voor de top van tot conglomeraten gefuseerde zorginstellingen en woningcorporaties. Besparingen op de zorg, de handen aan het bed, terwijl de top handelt in kasteeltjes en er megalomane hobby’s op nahoudt, zoals in de affaire Philadelphia. De heren hebben weliswaar ontslag genomen, maar kregen een riante afvloeiingsregeling mee en zijn gevrijwaard van aansprakelijkheid.

De privatiseringsdiscussie is nog niet ten einde. Recent hebben rond de verkoop van Essent en Nuon, verhitte discussies plaatsgevonden. Tegenstanders maken vergelijkingen met systeembanken die nu door de overheid overeind gehouden worden. Energie is dermate cruciaal voor de samenleving dat die niet in buitenlandse handen mag komen. De voorstanders belijden het geloof in de vrije markt, alsof er niets is gebeurd.

In het systeemdenken is de balans tussen geven en nemen een belangrijk principe. Als die balans in evenwicht is dan functioneert een systeem ‘ecologisch’: goed voor het hele (grotere) systeem, ook op de langere termijn. Als de balans tussen geven en nemen in een systeem sterk verstoord is dan raakt het systeem uit evenwicht. Naarmate systemen complexer zijn zullen verstoringen met grotere vertraging zichtbaar worden. Er wordt dan een schuld opgebouwd, die ooit ingelost moet worden. Dat hebben we zien gebeuren bij de banken. Om ineenstorting te voorkomen heeft de staat, wij als burgers dus, veel van de opgebouwde schuld overgenomen. Ook de klimaatcrisis is het gevolg van decennialang meer nemen dan onze planeet kan hebben. Volgende generaties gaan de schuld betalen die er is opgebouwd.

Veel van de cases laten dit principe zien. Het ‘nemen’ van de top van Philadelphia, ging ten koste van de directe zorg. De bankiers die rijk geworden zijn, worden gevrijwaard door de staat, die hun ‘schuld’ overneemt. De onderliggende boodschap: ik kan meer nemen dan ik geef, dat gaat ten koste van anderen, maar uiteindelijk kom ik er toch mee weg.

Deze voorbeelden zijn tegelijkertijd ook voorbeelden van klein-denken, zoals ik dat in mijn boek, Ecologisch veranderen van organisaties, beschrijf: denken alleen vanuit de eigen positie en op de korte termijn. De betrokkene heeft geen zicht op de effecten voor het grotere systeem op de langere termijn, op de ecologie dus. Bankiers die daarop aangesproken worden reageren verbaasd: ‘het was toch legaal, iedereen heeft toch meegeprofiteerd?’ Persoonlijk verantwoordelijk zijn, accountable, behoort niet tot het klein-denken. Die discussie wordt verwezen naar het domein van de ethiek.

Betekent de huidige crisis nu het einde van de vrije markt? Nee, dus. Veel deskundigen stellen dat hebzucht nu eenmaal in de menselijke genen zit opgesloten en dat dus het kapitalisme tegen zichzelf beschermd moet worden: dus toezicht, regulering. Ook Jeroen van der Veer bepleit een hybride vorm: de staat moet hekken om de markt zetten en het bankwezen met meer regels in de greep houden.

Rudy van Stratum pleit in een artikel, ‘Social limits to growth’, voor het publiekelijk afleggen van verantwoordelijkheid door topmensen over een periode van 20 jaar. Hij onderbouwt zijn betoog met een beeldende ‘toekomst anekdote’ als Boersma, verantwoordelijk voor de verkoop van Essent, voor een commissie moet verschijnen: ‘Maar meneer Boersma, u heeft destijds de bezwaren tegen verkoop volstrekt naast u neergelegd, u loopt het gevaar de volledige bonussen inclusief rente te moeten terugbetalen.’ Van Stratum: ‘Aannemelijk kunnen maken dat je weloverwogen en duurzaam hebt gehandeld. Dat je maatschappelijk verantwoord hebt ondernomen.’ In systemische termen: aangesproken worden op de ecologie van je beslissingen. En als je in het grotere systeem meer hebt genomen dan je gegeven hebt, als je een schuld hebt opgebouwd: zelf terug betalen. Ik noem dat ‘groot-denken’.

Een cursus ‘groot-denken’ voor (sociaal)ondernemers, hard nodig volgens mij!

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden