Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Redactioneel - Activisme in management column
10 mei 2021 | Pierre Pieterse

Toen in juni vorig jaar Fantoomgroei uitkwam, kon iedereen met een beetje werkende maatschappelijke thermometer bevroeden dat dit boek wel eens succesvol zou kunnen worden.

Ondanks het wat omineuze ‘made possible by the FNV'. Of misschien wel dankzij, want deze ‘aanbeveling' garandeert natuurlijk meteen publieke én politieke aandacht. De auteurs, Sander Heijne en Hendrik Noten, willen antwoord geven op de vraag in wat voor wereld we willen leven. Waarom profiteren steeds minder mensen van de economische groei? Hoe kan het toch dat de kloof tussen arm en rijk almaar toeneemt?

Een van de juryleden van het Managementboek van het Jaar 2021, die geheel conform de huidige tijdgeest zo aardig was zijn notities uit de map te laten wapperen én te laten fotograferen, geeft ons een mooi inkijkje in de professionele waardering van dit werk. ‘Fantoomgroei is een boek dat elke leider hoort te lezen. Het zet aan tot denken: waar doen we het voor?  Het boek leest verrassend lekker en is goed geschreven, vat de tijdsgeest goed, en pakt bovendien goed door op boodschappen die eerder zijn verkondigd. Denk aan Thomas Piketty (kapitaal loont meer dan arbeid), Mariana Mazzucato (innovatieve bedrijven profiteren van de infrastructuur van een samenleving), Anand Ghiridharadas (‘veel vernieuwing, weinig vooruitgang') en Rutger Bre....[onleesbaar]'

Het boek leunt op reuzen. En volgt het immer vaker betreden pad van activisme. Want hoewel Fantoomgroei leunt op onderzoek, is het toch vooral een pamflet. ‘We waren eerst met journalistieke methoden tot de conclusie gekomen dat andere mensen die bezig zijn met de economie eigenlijk politiek bedrijven, en op een gegeven moment realiseerde ik me dat wij dat zelf ook aan het doen waren. Misschien is dat ook wel de essentie van waar dit boek voor ons over gaat: je bent veel sneller politiek aan het bedrijven dan je denkt. En daar is niks mis mee. Het helpt niet om keuzes in een neutraliteit te trekken die er niet is.' Met de keuze tot Managementboek van het Jaar zou je kunnen zeggen dat activisme in management nu definitief een plekje heeft gekregen.

De voorgangers op het activistische pad zijn natuurlijk de bekende Rijnlandse denkers (denk aan Michel Albert met zijn Rijnlands Kapitalisme) of de Duitse ordoliberalen (voor de vrijheid van de markt maar wel binnen juridische én morele kaders, de tegenhangers van neoliberalen). Waarna dit pad is bewegwijzerd met (bijna altijd) economische argumenten. Zie Kate Raworth (Donuteconomie), Rebecca Henderson (Een nieuw kapitalisme voor een wereld in verwarring), maar ook David Graeber (Bullshit Jobs) of onze eigen Jan Jonker (Duurzaam organiseren).

Kort na het verschijnen van Fantoomgroei verschijnen er twee boeken van Hollandse bodem die het betoog van Noten en Heijne nog eens dunnetjes overdoen: Duurzaam kapitalisme van Willem Schramade en Ontwaak! Van Ewald Engelen. Schramade betoogt dat we met een financiële bril naar duurzaamheid moeten kijken en met een duurzaamheidsbril naar financiën. Om zo te komen tot een andere invulling van het concept waarde: ‘Voorbij de bekende louter financiële waarde naar een bredere waarde, die naast financiële waarde ook sociale en ecologische waarde omvat. Pas als we economische activiteiten op alle drie de aspecten beoordelen, wordt duidelijk welke wel en welke niet gewenst zijn.' Bijzonder aan dit boek is dat het concreet aangeeft welke implicaties deze beoogde duurzaamheid voor achtereenvolgens overheden, burgers, en bedrijfsleven heeft. Voor die laatste groep draait het om ‘duurzaam kapitalisme': ‘Geld verdienen ten koste van de samenleving, is op den duur niet houdbaar.'

Begin dit jaar verscheen Ontwaak!, een pamflet pur sang van Ewald Engelen met de nadrukkelijk oproep om ‘uit de neoliberale sluimer te komen'. Alles draait om meer marktwerking, maar politici vergeten dat ook een vrije markt regels en sturing nodig heeft, omdat je anders het risico loopt dat zo'n markt ontspoort. ‘En als dat dan gebeurt, dan luidt steevast het antwoord: nog méér markt.' Een duurzaam stijgende welvaart is ons beloofd, maar een nachtmerrie is ons deel.

De trend is gezet, nu de concrete uitwerking nog!


Jan Jonker: ‘Het beter benutten van wat we hebben, wordt razendsnel volwassen’ interview
5 oktober 2020 | Bert Peene

We denken te oppervlakkig na over de vraagstukken waar we voor staan. Daarom gebruiken we wel woorden als ‘transitie’, maar we verbinden daar niet de consequentie aan dat we ook structureel aan een ander systeem moeten gaan werken. Met Duurzaam organiseren wil Jan Jonker, samen met medeauteur Niels Faber, niet alleen duidelijk maken dát het anders moet, maar vooral hoe dat kan.

 

Hoe verhoudt dit boek zich tot Nieuwe Business Modellen. Dat is toch een heel praktisch boek met een prima theoretisch fundament. En dan nu toch weer een nieuw werkboek.
Die vraag moet ik in een wat ruimere historische context beantwoorden. In 2010 begonnen we voorzichtig met een eerste publicatie: Duurzaam Denken Doen (‘Inspiratieboek voor onze gezamenlijke toekomst’). Dat boek heeft de basis gelegd voor het nadenken over de vraag: wat doen groepen in de samenleving als ze samen bepaalde dingen naar zich toetrekken en gaan organiseren? Wat gebeurt er bijvoorbeeld als de mensen in de wijk samen hun voedsel gaan regelen? In 2014 heeft dat met wat tussenstappen geleid tot Nieuwe Business Modellen (‘Samen Werken aan Waardecreatie’). Dat was eigenlijk de lancering van het begrip Nieuwe Business Modellen. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat we toen nog niet zo goed wisten wat dat begrip betekende, maar het bekte wel goed. Nu, zes jaar later, kan ik dat veel beter uitleggen. Ondertussen waren dat wel enorm succesvolle publicaties. Van Duurzaam Denken Doen werden zo’n 18.000 exemplaren verkocht, van Nieuwe Business Modellen ongeveer 15.000. Dan mag je dus met recht spreken van bestsellers. Eigenlijk kwam daarna het idee van de circulaire economie op en daar zit het grootste verschil: in Nieuwe Business Modellen hebben we het over niet helemaal volwassen concepten, zoals meervoudige waardecreatie. Maar twee dingen zijn daarin niet meegenomen: het feit dat we leven in een wereld vol met mogelijkheden die we amper benutten. De afgelopen zes jaar hebben we zich dat zien ontwikkelen tot wat we nu ‘platform business modellen’ noemen. Of het nu gaat over tractoren, kamers, ict-scans, kopieerapparaten: de technologie heeft ons geholpen dat in te zien. Je kan het ook zo zeggen: de sharing economie voor een paar types met groene sokken aan, is volwassen geworden. En over de circulaire economie ging het toen helemaal nog niet.

Dus daarom was dit nieuwe boek nodig?
Klopt. De afgelopen jaren hebben we met verschillende teams gewerkt aan het ontwikkelen van business modellen en uiteindelijk zien we nu in de maatschappij drie grote clusters van business modellen: platformen, community based en circulair. Dat had ik zes jaar geleden niet zomaar even aan u verteld. En pas op, dit is niet zomaar een gedachtespinsel; ik kijk gewoon om me heen, ik zie allerlei onderzoeken en ik zie dat ontstaan en volwassen worden.

Toch kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat er een bepaalde teleurstelling in uw boek doorklinkt. U lijkt het beeld van een samenleving in verwarring te schetsen. Het oude voldoet niet meer, maar het nieuwe voelt nog lang niet vertrouwd genoeg.
Ik weet niet of u mijn Duurzame Troonrede heeft gezien. Ik heb onlangs een verhaal mogen houden in Nieuwspoort, waarin ik juist die samenleving geschetst. We hebben de mondvol van de noodzaak tot verandering. De wereld om ons heen vraagt daar ook om, maar als we kijken naar hoe we de infrastructuur van die maatschappij verbouwen – daarmee bedoel ik de ‘hardware’ als tunneltjes en fietsbruggetjes, maar de ‘software’, zoals accounting – dan doen we niet die dingen die voor een circulaire economie nodig zijn. Er gebeurt geen fuck.

Als uw boeken zo goed verkocht zijn, bij wie zijn die dan terecht gekomen? En belangrijker nog: wie hebben ze gelezen?
Om te beginnen worden ze vooral veel bij opleidingen gebruikt. Dat verwachten we ook van het nieuwe boek. Onlangs is al een opleiding gestart die ermee gaat werken. Verder wordt het veel door consultants gebruikt. De derde groep, maar die is veel kleiner, wordt gevormd door directeuren, dga’s enzovoorts.

Moeten we dan maar hopen op een na-ijlend effect: pas als de studenten van nu de ceo’s van morgen geworden zijn, is echt effect van uw boeken te verwachten?
Nou, niet helemaal. Want we zien tegelijkertijd het idee van een platform business model in zes jaar tijd volwassen worden. Zes jaar geleden kwamen we nog niet veel verder dan: ‘Mag ik jouw grasmaaimachine lenen?’ Oh oh, wat waren we toen groen bezig. Nu zien we overal volstrekt volwassen modellen. Dus nee, zo formuleer je het te cynisch. Het beter benutten van wat we hebben, want dat is het, wordt razendsnel volwassen. Daar zien mensen ook het economische profijt van. Want dat is het grote verschil: platform businessmodellen zorgen ervoor dat je minder hoeft te maken, maar kan je met bestaande infrastructuur uitvoeren. Voor de circulaire economie ligt dat anders. Daar kan je lekker over lullen, maar als de Virgin olie goedkoper is dan gerecycled plastic, dan blijven we gewoon olie gebruiken. Dat past beter in het gehanteerde businessmodel.

U beschrijft onder meer drie zogenaamde leidende beginselen: verduurzamen, circulariseren en inclusiviteit. Die lijken vooral geschikt voor profit, maar minder voor non-profit. Zijn ze daar inderdaad moeilijker toepasbaar?
Eerlijk gezegd maak ik in mijn hoofd dat onderscheid niet. Voor mij is het een gedateerd onderscheid en u komt het in mijn boeken ook nergens tegen. Als je het hebt over circulariteit, dan maakt het idee dat je bezig ben in een van deze sectoren niet meer zo veel uit. Ik merk trouwens dat ik hier nog nooit over nagedacht heb.

Laat ik het dan zo formuleren: is er in het onderwijs, in de zorg of bij overheden meer ‘vertaalwerk’ nodig dan in het bedrijfsleven?
Als ik dan toch even met u meega, dan zie ik inderdaad not for profit organisaties als provincies en gemeenten worstelen met de vraag: wat moeten wij bijdragen aan dit soort business modellen? Inclusiviteit komt bij hen nog wel gemakkelijk op de agenda, maar circulair inkopen, daarmee hebben ze heel veel moeite. Als u dat bedoelt met vertaalwerk, dan kan ik daar wel in meegaan. Maar ik trek geen streep in het zand.

U spreekt de verwachting uit dat het decennium 2020-2030 wel eens de periode van ‘de Grote Maatschappelijke Verbouwing’ kan worden. Wat moeten we daaronder verstaan?
In mijn troonrede heb ik zeven transitiethema’s genoemd. Ik wil daarmee duidelijk maken dat we nu het tijdperk van het knutselen in pilots en kleine projectjes achter ons zouden moeten laten en toe moeten naar grote, geschaalde projecten. Dat als je wil dat deze thriven, je dus ook onze fiscale en juridische infrastructuur daarop zal moeten aanpassen. Concreet: we hebben nu in de accounting het centrale principe van afschrijving. Als je naar een circulaire economie wilt, dan moet je dat principe vervangen door het principe van waardebehoud en moet je dus ook gaan boekhouden op waardebehoud.  Als je dat aan een zaal vol boekhouders voorhoudt, zeggen die: we snappen wel wat je bedoelt, maar dan zet je wel de wereld op zijn kop. Nog zo’n principe: in Nederland is sprake van toenemende inkomensongelijkheid. Laat je dat bestaan, dan is er een heel grote groep mensen, echt meer dan een miljoen, die aan alles wat je aan duurzame maatregelen voorstelt, niet kunnen meedoen. Er is gewoon sprake van armoede. Daarom stel ik voor dat we eindelijk dat idee van een basisinkomen invoeren en dat we daarmee de administratieve last verminderen. Zo waren er nog vijf thema’s.

Wat is er nodig om die maatschappelijke verbouwing op gang te krijgen?
Als ik heel scherp ben, dan zie ik nu een regering die probeert door progressief te praten vooral conventioneel te doen en de status quo op alle mogelijke manieren intact te houden. Zie bijvoorbeeld het Wobke Wiebes-fonds. Dat wordt met elan gebracht, maar als je er kritisch naar kijkt, is het per jaar even veel als wat er straks misschien aan de KLM uitgegeven wordt. Dan is mijn vraag: wat wil je precies met vijf miljard per jaar verbouwen? Als je toe wilt naar een waterstofstructuur, dan zal je minimaal dat bedrag gedurende tien jaar moeten neerleggen om te komen tot een volwassen infrastructuur; en waarschijnlijk nog veel meer. Ik vind dat deze regering een neoliberale babbelbox blijft en dat er heel weinig daadwerkelijk verandert. We maken een fondsje hier en we plakken een cultureel pleistertje daar. That’s it.

We houden de status quo dus gewoon zoals die is.
Dat is bot geformuleerd waar het op neerkomt. Ik vind dat we een klein beetje door die bedragen heen moeten kijken. Het is toch te triest voor woorden dat de culturele sector bijna naar de kloten gaat en vlak voor Prinsjesdag wordt er nog iets van 135.000.000 euro gevonden! Ik zie geen overheid die zegt: alles overwegende, denken wij dat de toekomst waterstof heet en we gaan tien jaar lang vijf miljard per jaar in een waterstofinfra stoppen. Dan maak je tenminste een keus. Daar kan je van alles van vinden, maar dan hebben we tenminste weer route. Rutte neemt toch geen route, ook niet in duurzaamheid! Hij is een ernstige opportunist.

Wat hoopt u dan bereikt te hebben met die duurzame troonrede?
We denken veel te oppervlakkig na over de vraagstukken waar we voor staan. Dus we gebruiken wel woorden als ‘transitie’, lees er de beleidsstukken maar op na, maar we verbinden daar niet de consequentie aan dat we ook structureel aan een ander systeem moeten gaan werken. Er wordt een woordlaagje opgeplakt, maar daaronder houden we de status quo intact. Het is een heel charmante manier van greenwashing, zoals ze in de jaren ’80 zeiden. Dus als u mij vraagt waar ik over tien jaar hoop te staan… Ik had gehoopt dat Covid mensen had aangezet tot daden. Zo van: we hebben er veel over gepraat, nou gaan we het ook doen. Maar ik ben bang dat we ondanks alles blijven hangen in waar we waren.

‘Keep te faith’ moet voor u geen eenvoudige opgave zijn.
Dat valt mee hoor. Ik ben nu vijfentwintig jaar bezig en ik heb een kritisch maar ook mild geloof in het feit dat we geen andere mogelijkheid hebben dan systematisch te bouwen aan die verandering. Dat is eigenlijk ook al de boodschap van het boek dat ik samen met Marco de Witte heb geschreven, De kern van veranderen, alleen dat boek richtte zich alleen op verandering van organisaties. Als ik nu een boek zou schrijven, zou dat een boek zijn over de verandering van waardeketens en de verandering van systemen. Want daar zit de crux. Als ik het heb over accounting, heb ik het niet over een boekhoudertje of over het aanpassen van een belastingmaatregel, maar over de verandering van het systeem. Als we elkaar over tien jaar weer tegenkomen, hoop ik dat we dat gerealiseerd hebben. Maar iemand moet beginnen met te zeggen dat het systeem moet veranderen. En dan moeten we dat ook doen. Dus als mijn boeken ergens toe moeten leiden, dan is het dat mensen zeggen: shit, daar heb ik nog nooit zo over nagedacht.


Duurzaam organiseren Template voor het ontwikkelen van nieuwe businessmodellen preview
20 augustus 2020 | Niels Faber

Dat organisaties moeten verduurzamen is onderhand wel duidelijk. Na de zoveelste zogeheten ‘super hittegolf' van deze zomer, na de dringende waarschuwing dat het water op rantsoen gaat is voor iedereen de klimaatverandering voelbaar. Het roer moet dus om, nu, maar hoe dan?

In Duurzaam organiseren geven wij een praktische handreiking om aan de slag te gaan met het concreet organiseren van duurzaamheid en circulariteit binnen bedrijven. We doen dat door een praktische methode aan te reiken voor businessmodellen.

Duurzaam organiseren is noodzakelijk geworden, en wel nu. Dit vraagt om passende businessmodellen die een positieve impact hebben op mens en milieu. Dit betekent op langere termijn klimaatverandering helpen tegengaan, het herstellen van biodiversiteit, maar ook zorgen voor een inclusieve samenleving. In de praktijk van alledag geeft dit echter nog wel de nodige problemen. We zijn niet gewend om in alle facetten van ons dagelijks handelen bewust na te denken over duurzaamheid. Integendeel: we zijn gewoon slordig, kopen dingen die we niet gebruiken, gooien van alles weg wat nog helemaal goed en nieuw en bruikbaar is. Daarbij hebben we onderhand ons collectieve leven zo georganiseerd dat lang niet op elk vlak sprake is van duurzaamheid, ook al heeft dat de nodige welvaart gebracht. Maar dan wel de vraag stellen: ten koste van wat? Moeten we dat dan zomaar achter ons laten? Duurzaam organiseren vraagt in de kern om een andere kijk op het organiseren van waardecreatie – voor ons als mensen en collectief, voor en met elkaar. Het gaat dan niet meer enkel om het creëren van financiële waarde, maar om meervoudige waardecreatie. Dat is een manier van waardecreatie waarbij meerdere waarden gelijktijdig geadresseerd worden en tegelijkertijd waardevol gevonden worden.

In deze publicatie reiken we met het Business Model Template een instrument aan om te werken aan businessmodellen voor meervoudige waardecreatie. Het Business Model Template biedt ondernemers en studenten een gestructureerde aanpak om te komen tot een duurzaam of circulair businessmodel. Aan de hand van een stappenplan opgebouwd rond drie fasen en tien bouwstenen worden op een samenhangende manier beslissingen genomen over de verschillende onderdelen van een businessmodel. Dit begint met het bepalen van het doel waaromheen het businessmodel gestalte krijgt in de Definitiefase. Dit kan heel concreet zijn, maar er is voldoende ruimte om weg te dromen in vergezichten van een ideale wereld. Het gaat om het geven van richting, het verwoorden van je droom, en het afbakenen van de context waarbinnen deze gerealiseerd moet worden. Concreet wordt het echt in de Ontwerpfase. Daar wordt geprobeerd het doel zodanig uit te werken in onderdelen die vrijwel direct praktisch toegepast kunnen worden. Met wie ga je samenwerken, welke strategie wordt gebruikt, en wat zijn de kernactiviteiten? Als deze keuzes helder zijn gemaakt, is het actief zoeken naar kritiek hierop een belangrijk onderdeel van de ontwerpfase. Pas dan ontdek je wat je vergeten bent, en welke keuzes wel en ook welke niet werken. In de laatste fase – waar het gaat om impact en resultaat – wordt het belangrijk aan te geven welke resultaten er gerealiseerd worden met het businessmodel. Aan welke waarden wordt gewerkt en voor wie zullen deze merkbaar worden?

In dit boek voorzien van tientallen voorbeelden wordt elke bouwsteen kort theoretisch toegelicht en voorzien van instrumenten en casussen. Voor ondernemers én organisaties biedt het Business Model Template een concrete aanpak om een bestaand businessmodel te verduurzamen. Uitgaande van hun bestaande waardepropositie en businessmodel kan gekeken worden naar waar de mogelijkheden zich voordoen om te verduurzamen. Voor docenten (en studenten) biedt het boek een praktische aanpak om stap voor stap bezig te zijn met businessmodel innovatie. Voor docenten zit er bovendien als ‘toetje’ een bijlage in het boek met een breed scala aan opdrachten die in het onderwijs gebruikt kunnen worden.

De ruggengraat van het boek – het Business Model Template – is het resultaat van onderzoek gedurende de afgelopen jaren, en uitgetest in onderwijs en in de praktijk. Het is het resultaat waar dertien auteurs en een aantal kritische reviewers die hier belangeloos aan meegewerkt hebben. De digitale versie van dit boek is dankzij sponsoring gratis beschikbaar.

Dr. ir. Niels Faber is universitair docent Circular Entrepreneurship bij Campus Fryslân van de Rijksuniversiteit Groningen. Zijn onderzoek concentreert zich op de organisatorische aspecten van en businessmodellen voor duurzaamheid en circulaire economie. Dit vertaalt zich in thema’s als: nieuwe vormen van organiseren in het bijzonder de circulaire economie, de transitie die dat met zich meebrengt en het meten van de voortgang in deze. Hij heeft talrijke academische en professionele publicaties gerealiseerd op dit onderwerp.

Prof. Dr. Jan Jonker is hoogleraar Duurzaam Ondernemen aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Zijn werk richt zich op drie samenhangende thema’s: de opkomst van de WEconomy, het ontwikkelen van nieuwe businessmodellen en transactie systemen met meer dan geld alleen, ‘hybride bankieren’. Hij schreef met de hulp van heel veel mensen o.a. de bestsellers ‘Duurzaam Denken, Doen’ (2010), ‘Nieuwe Business Modellen’ (2015) en ‘Circulair Organiseren’ (2018). De laatste jaren concentreert zijn onderzoek zich ook op de transitievraag die duurzaamheid en circulariteit met zich meebrengen. Hij werkt al jaren samen met Niels Faber aan columns, artikelen en boeken over duurzaamheid, de circulaire economie en transitie.

Ze zijn de auteurs van Duurzaam organiseren.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden