Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Beminnelijke doeltreffendheid als advies aan vrouwen naar en in de top nieuws
29 mei 2018 | Bertrand Weegenaar

In het weekend kijken mij aan de keukentafel vaak een paar blauwe ogen aan. Ogen die zich doordeweeks (en in het weekend) vermoeien met het lezen van rapportages, bestuurlijke stukken, rapporten, enzovoort. Ter ontspanning worden zelden managementboeken gepakt. Over vrouwen, vrouwen en glazen plafonds.

 

De blauwe ogen behoren aan mijn vrouwelijke partner, en bestuurder, waar in de loop van de jaren een stapeltje boeken voor, is aangelegd. Boeken die er staan, met goed advies, ongetwijfeld over gedrag in de boardroom, communicatie(verschillen) en glazen plafonds. Aan dat stapeltje is nu Verdrink geen dooie eend, met als ondertitel ‘De kunst van beminnelijke doeltreffendheid’, van Marry de Gaay Fortman toegevoegd.

Een boek van een ervaringsdeskundige. Een zeldzaamheid in de boeken die gedomineerd worden op dit thema door adviseurs. Boeken als Je eigen PR van Mirjam Wiersma en Stratego voor vrouwen van Monic Buhrs en Elisa de Groot. Ervaringen en adviezen zijn te lezen in De zijderoute naar de top van Mirella Visser en het ook door De Gaay Fortman genoemde voorbeeld Lean In van Sheryl Sandberg.

Het boek heeft grofweg de volgende drie thema’s:

- Karakteristieke momenten uit het leven van De Gaay Fortman. Een jeugd deels in Zambia, de vroege dood van haar broertje, studie en carrière stappen als juriste naar managing partner bij een gerenommeerd bureau en inzet in maatschappelijke organisaties. Kenmerken: de rol die het meisje, vrouw en moeder-zijn kan spelen.

- Het verschil in communiceren tussen mannen en vrouwen. Eén van de strategieën die ze op dit gebied aanreikt is dat van beminnelijkheid zonder het doel uit het oog te verliezen. Voor een vrouw met drive en ambitie, maar ook soms een kort lontje, direct en een controle freak is het spel van luisteren en praten, vragen en reageren in een vaak stressvolle omgeving een nog dagelijks leerproces. Beminnelijkheid. Geen aandacht besteden aan zaken die er (niet meer) toe doen: de dooie eenden.

- De genderongelijkheid op topmanagementniveau in de BV Nederland. Veel aandacht aan dit thema. De Gaay Fortman steunt het politiek initiatief om een verhouding 30-70 te bereiken. 30% vrouwen op topposities. Een initiatief waar ze via haar rol in Stichting Topvrouwen aan bijdraagt. Haar conclusie: op vrijwillige basis gaat dit niet gebeuren. Daar zijn wel een aantal maatregelen op te bedenken. Ze is niet mals met de kritiek op Mark Rutte is zijn samenstelling van het huidige kabinet en uitspraken dat ze er ‘gewoon niet zijn’,  de goede vrouwelijke ministers en staatssecretarissen. En dan waarom 30 in plaats van 50 procent?

De Gaay Fortman heeft een boek geschreven dat ruim voorbij de ‘glazen plafond’ en communicatiedeuren gaat. Ik ben wel benieuwd of huidige topvrouwen veel aan dit boek hebben. Ze hebben andere zaken aan hun hoofd. Willen vrouwen een gelijkwaardige kans en positie op topbanen krijgen, dan zal een grote kweekvijver aangelegd moeten worden die de lessen en ervaringen van de auteur goed gebruiken. Voor die grote groep is dit boek waardevol!

Van de jurytafel (V) nieuws
28 februari 2014 | Bertrand Weegenaar

Sinds de publicatie van de Longlist 2014 gaat de discussie rond over de kans dat nu eindelijk een vrouw deze verkiezing eens wint. De afgelopen tien jaar (dus alle verkiezingen) zouden zijn gewonnen door mannen. Dat is dus niet correct. In 2004 won Susanne Piët met het boek De emotiemarkt. En inmiddels zijn er elf lauwerkransen uitgereikt, Joep Schrijvers was met Hoe word ik een rat? de eerste.

Het is in belangrijke mate natuurlijk een mannenfeestje, dat managementboeken gebeuren. Procentueel is het aandeel mannelijke auteurs hoog. In onderhavige longlist is dat 70 procent mannen versus 30 procent vrouwen. Nog meer cijfertjes: 13 van de 45 boeken zijn geschreven door minimaal één vrouw als (co)auteur, er zijn 5 boeken in de lijst die uitsluitend door één vrouwelijke auteur geschreven zijn, tegen 24 boeken door een mannelijke auteur. Cor Molenaar met 2 titels in de lijst telt dubbel. In het uitgeefdomein lopen overigens weer meer vrouwen rond, ook een interessante constatering!

Tijdens mijn eerdere jury-arbeid (in 2006 en 2007) was het aandeel shortlist kandidaten van vrouwelijke kunne op een vinger te tellen: het duo Monica Bührs en Elisa de Groot (Stratego voor vrouwen). De jury had die twee jaar geen vrouwen in zijn gelederen. De kansen op een vrouwelijke winnaar zijn met maar liefst twee vrouwen in de jury aanzienlijk gestegen. Juryvrouwen Mireile Schrijnemaekers en Mabel Nummerdoor (Miss Marketing) staan garant voor feminiene aandacht. Voor aandacht dus want op een voorkeur zijn ze nog niet betrapt.

Wordt vervolgd!

Het ongelijk van het mainstream feminisme achtergrond
29 april 2008 | Joep Schrijvers

Tegen vrouwen zeggen dat ze zeuren wanneer zij willen deeltijd werken, moederen en zorgen, is net zoiets als een boom verwijten dat hij bladeren heeft en de leeuwin dat zij onschuldige lammetjes vreet. De natuur voldoet niet aan onze verwachtingen, dus is zij schuldig en dient zij vermaand te worden zichzelf te verbeteren. Dat is primitief en bijgelovig denken.

De grote fout van het mainstream feminisme is altijd geweest dat zij de natuur buiten de orde heeft geplaatst. Dat jongetjes met autootjes spelen en meisjes met poppen waren volgens de feministen opgelegde rolpatronen. Dat mannen carrière maakten en vrouwen zorgden een sluwe list van mannen. Maar, zo stelden zij, met de juiste interventies zullen mannen en vrouwen gelijk worden in carrière, in zorg en in macht. Niet dus.

Inmiddels veertig (!) jaar verder bleek de natuur toch dwingender te zijn dan we gedacht hadden. De mannen werken allemaal full time en de vrouwen in deeltijd, de mannen zijn een uur méér in het huishouden gaan doen maar de mantelzorg komt grotendeels op de schouders van vrouwen neer. Opvallend is dat allerlei maatregelen: speciale kweekvijvers voor vrouwen, MD-trajecten, kinderopvang amper hebben geholpen. Vrouwen doen er wel aan mee, maar wanneer zij halverwege de dertig zijn springen ze massaal uit die voor hen kunstig geconstrueerde kweekvijvers: "laat mij maar moederen en mijn passies volgen, ik hoef die ratrace niet zo nodig, ik wil werken aan goede relaties, meer dingen tegelijk doen, flexibel zijn, kwaliteit van leven."

De evolutie werkt nog steeds in ons door. De mannetjes willen scoren en de vrouwtjes een rustige en stabiele omgeving. De strijd om de resources gaf de mannetjes het evolutionaire voordeel zich voort te planten ten koste van zwakkere mannetjes en de rustige omgeving de vrouwtjes de kans hun kroost groot te brengen.

Sinds het verschijnen van het boek over evolutionaire psychologie van Buss is de biologie weer helemaal back in town. Een exponent van deze stroming is Susan Pinker, die met grote nadruk wijst op de biologische verschillen tussen man en vrouw en hoe deze doorwerken in relaties, zorg en arbeid. Het glazen plafond is een biologisch plafond. Vrouwen willen (‘willen’ is eigenlijk een verkeerd woord, er valt niet veel te willen waar het lichaam aan het woord is) andere dingen dan mannen.

Klopt dit nu helemaal? Ik vrees meer dan we ooit dachten. Maar er zijn wel wat kanttekeningen bij het biologisch determinisme te maken. Mensen krijgen natuurlijk ook heel wat van hun cultuur en opvoeding mee. Als je naar oude Hollywoodfilms kijkt en je ziet dan hoe vrouwen en mannen worden neergezet –hysterische kindvrouwtjes en stoere hunks- en je vergelijkt dat met de jongste generatie mannen en vrouwen bijvoorbeeld op BNN, dan kun je niet anders dan constateren dat cultuur en opvoeding onmiskenbaar hun sporen achterlaten.

Een ander punt is dat er meer geslachten zijn dan twee. Onlangs hoorde ik Maaike Meijer spreken, hoogleraar genderstudies in Maastricht, en zij kwam tot zo’n dertien stuks. Als u wilt weten wat die andere elf zijn dan raad ik u aan eens een lezing van haar te volgen. Ik heb zelden zo’n geestige, geleerde en wijze vrouw gezien als zij.

Ook is het mannelijke en vrouwelijke niet constant tijdens de levensloop. Heel veel van ons sexe-specifieke gedrag komt tot stand onder invloed van mannelijke en vrouwelijke hormonen. En die veranderen in de loop de jaren. Hoe ouder een man wordt, hoe minder testosteron hij aanmaakt, waardoor zijn vrouwelijke hormonen toenemen. Daarom worden wij wanneer we de vijftig zijn gepasseerd van die gemoedelijke en lieve mannen. Ook worden onze lichaamsvormen ronder, zachter en neemt de beharing af. Vrouwen boven de vijftig daarentegen krijgen meer testosteron in hun bloed en ontwikkelen meer hun mannelijke kant. Ze willen dan allemaal motor rijden, kletteren in Noorwegen, of een trotse politieke beweging oprichten. Over de toename van beharing en het schonkerig worden van wat ooit soepel en zacht was zal ik maar niet spreken.

Moeten we nu aanvaarden dat er twee werelden zijn? Het rijk van de man en het paradijs van de vrouw? Dat lijkt me ook weer te ver gaan. Wat wel nodig is, is een herwaardering van de vrouwelijke kant. En hier wordt een substroming van het feminisme weer actueel, die zei dat vrouwen niet de mannen achter namoesten maar dat het vrouwelijke geherwaardeerd moest worden. Wat dat precies inhield werd nooit zo duidelijk. Maar nu kunnen we daar handen en voeten aangeven.

De herwaardering van het vrouwelijke houdt in: een afscheid van het full time werken, veel meer aandacht voor de kwaliteit van het bestaan in plaats van de door economische bobo’s en Macha-feministen gepropageerde carrière in de grote bureaucratieën. De ZZP-ers, waar veel vrouwen en androgyne mannen werken, koesteren en ondersteunen met nog betere fiscale regelingen. Het voor mannen aantrekkelijk maken om minder dan full time te werken en voor vrouwen wat meer loonvormend te werken dan alleen in kleine deeltijdbaantjes.

Je zou kunnen zeggen dat de nieuwe stroming van jonge vrouwen om én moeder te zijn én hun talenten lonend te maken in eigen en flexibele bedrijfjes een voorbeeld is van een vrouwelijke economie. Wat nou aanpassen aan de mannelijke norm? Overigens zie je ook in dit debat weer de obsessie van de opiniemakers met het Grote Bedrijfsleven en de Grote Overheidsbureaucratieën met hun glazen plafonds. Ze vergeten dat het belangrijkste deel van onze economie in het MKB zit, waar heel veel zelfstandigen, vrouwenbedrijfjes en familiefirma’s zijn. Het MKB zou wel eens veel meer voorop kunnen lopen in de vrouwen- en mannenemancipatie dan de grote bureaucratieën.

Managementboek van het jaar in woord nieuws
10 april 2008 | Pierre de Winter

De titel 'Managementboek van het jaar 2008' is toegekend aan Leidinggeven aan professionals? Niet doen! van Mathieu Weggeman. Volgens de jury een 'actueel en inhoudelijk sterk boek'.

Vinkvee, turfsmurfen, spreadsheetfundamentalisten. De winnaar van de prijs voor het Managementboek van het jaar 2008 heeft het niet zo op zijn doelgroep. Vooral waar managers leiding moeten geven aan mensen die willen excelleren in hun vak, doen ze volgens Mathieu Weggeman vooral meer kwaad dan goed. Vandaar ook de ietwat prozaïsche titel van zijn boek: Leidinggeven aan professionals? Niet doen!

Aan het begin van de avond dekt de Eindhovense professor zich professioneel in tegen een eventuele teleurstelling. ‘Op originaliteit ga ik het niet redden,’ luidt zijn oordeel. En daar zit iets in, gezien de inleiding van zijn boek. De uitgever had gebeld met de vraag of hij zijn eerdere boeken en artikelen over kennismanagement en het managen van professionals nog eens wilde samenvoegen en actualiseren in een praktisch managementboek, zo schrijft hij daar. Niet echt een tekst om je lezer mee over de streep te trekken. Maar aan het eind van een vrolijke avond is het toch Weggeman die het podium mag bestijgen, omdat de jury vond dat ze ‘eenvoudigweg niet om dit boek heen kon’. ‘U heeft zowaar rode konen’, zegt presentator Jeroen Smit. Maar Weggeman, die altíjd rode wangen lijkt te hebben, kijkt schijnbaar onaangedaan de zaal in terwijl hij het applaus in ontvangst neemt. Blij is hij wel. ‘Voor mezelf, maar ook voor al die professionals ten behoeve van wie dit boek geschreven is.’

Groeiend belang

Het is de apotheose van een geslaagde avond. De lustrumeditie van de verkiezing voor het Managementboek van het jaar illustreert het groeiende belang van de jonge prijs. De zaal in de Amsterdamse Rode Hoed zit vol met uitgevers, boekverkopers, auteurs en journalisten. Presentator Jeroen Smit was in vorm en de komische omlijsting door het trio ‘Troje’ – we hadden nog nooit van ze gehoord – is bij vlagen ronduit hilarisch. Hoogtepunt: Indiase businessgoeroe Cheepak Doprah dwingt de zaal hem na te roepen: ‘Tata, Tata..!!!’ (‘Within ten years you will all be brrreathing Tata.’), hoewel het moment waarop de prins ‘godverdepiel’ roept alvorens de slapende Visiona wakker te kussen er ook mag wezen.

Fraai is ook de aankleding van het geheel. Voor elk genomineerd boek heeft de organisatie een ‘studio’ laten inrichten die het thema van dat boek moet verzinnebeelden. Mooi is het met rode lampionnen en traditionele kledij uitgedoste decor bij het boek van Antoine van Agtmael, De nieuwe multinationals, over datzelfde Tata en al die andere opkomende megabedrijven in landen als China en India. Het gazon-met-gemotoriseerde-grasmaaier bij De groeimotor van Roland en Rogier van Kralingen is een regelrechte vondst. Gedurende de avond loopt een enkeling nog trots te zwaaien met kaartjes voor het ‘echte Boekenbal’, pakweg een kilometer verderop. Maar het nieuwe – non-fictieve – broertje heeft ondertussen zijn eigen bestaansrecht lang en breed bewezen.

Steeds beter leesbaar

Dat het Managementboekengala er mag zijn, blijkt ook uit het feit dat er steeds meer managementboeken in Nederland verschijnen. In 2007 waren het er achthonderd en het aanbod lijkt alleen maar te groeien. Het lijkt erop dat het Nederlandse managementboek er vooral wat betreft leesbaarheid op vooruit is gegaan. De traditionele grafiekenverzamelingen waar slechts studenten van business schools doorheen bladeren omdat ze hun tentamen willen halen, maken plaats voor steeds serieuzere pogingen van serieuze auteurs om een wat breder publiek aan te boren. Zo is Weggemans boek dan misschien niet origineel, maar een stuk leesbaarder dan de delen waaruit het is samengesteld. ‘Het is zelfs leuk om te lezen’, verzekert hij een gespreksgenoot tijdens de borrel achteraf. ‘Ik dacht, wat kan mij het schelen, ik gooi al die grappen er gewoon in. Ik heb er zelf om moeten lachen tijdens het schrijven.’

Motivatoren

Tijdens het rondje interviews met de auteurs, blijken irritatie en boosheid belangrijke motivatoren voor het schrijven van een managementboek. Zowel Weggeman als Hans van der Loo & Jeroen Geelhoed (auteurs van het boek Kus de visie wakker, en Roland van Kralingen (‘De groeimotor’) laten weten hun ideeën vooral aan het papier toe te vertrouwen uit irritatie over wat ze om zich heen allemaal mis zien gaan. Jeroen Geelhoed meent zelfs dat woede een prima voedingsbodem is om te komen tot de formulering van een goede visie voor een organisatie. ‘Als je denkt ‘Dit kán zo niet langer’, dan neem je wat je in die visie zet tenminste echt serieus.’ Er zit een jammerlijk ironisch kantje aan. Want wie zijn de mensen die de woede van onze auteurs steeds weer opwekken? Inderdaad, dezelfde leidinggevenden voor wie hun boeken bedoeld zijn. Arme Hollandse managers: met zulke vrienden heb je geen vijand meer nodig. Of zouden ze echt zo slecht zijn? Dankbare stof voor de schrijver vormen ze in ieder geval wel.

Bezatten

Van de andere genomineerden valt vooral de afwezigheid op van Antoine van Agtmael. Deze in 1968 naar Amerika vertrokken Hollander wordt gezien als de uitvinder van de term ‘emerging markets’ en heeft met zijn beleggingsmaatschappij Emerging Markets Management zo’n 20 miljard dollar in beheer. Van Agtmael laat via de presentator weten het erg jammer te vinden het feest te moeten missen. Maar hij maakt zijn afwezigheid met de prachtige zin: ‘Samsung doet Philips de was aan’ – fraai geciteerd door Smits – meer dan goed.

De dames Monic Bührs en Elisa de Groot, auteurs van Stratego voor vrouwen, zijn niet erg blij met de constatering van de jury dat ze vrouwen als man willen laten opereren. Gaan ze dat nog proberen recht te zetten in een volgend boek? Bührs: ‘Nee, voorlopig gaan we lekker aan het werk (als headhunters voor vrouwelijke executives, PdW). Want zo’n boek schrijven is allesbehalve een vetpot.’

Koos de Wilt ten slotte, auteur van Rembrandt INC., vindt het allemaal wel best. Na de ‘7 Habits of highly effective people’ van Steven Covey op het leven van Rembrandt van Rijn los te hebben gelaten, heeft hij zijn pijlen alweer gericht op een andere Hollandse meester: Johannes Vermeer. De nominatie was voor hem al een prachtige verrassing en als hij ’s avonds het pand verlaat, klinkt het eerder vrolijk dan dan iets anders: ‘Ik ga me bezatten in de kroeg.’

Oeuvreprijs

Rest de vraag: is Weggeman de winnaar van een rijk managementboekenjaar of met zijn ‘verzameld werk’ een kampioen van de armoede? Verre van dat laatste natuurlijk, al misten we onder de nominaties een journalistiek boek à la ‘Het drama Ahold’ waarmee presentator Smits zelf enkele jaren geleden de prijs won. Het boek ‘Help, we worden overgenomen’ van NRC-journalist Jeroen Wester, over de opkomst van de investeringsmaatschappijen in Nederland, verscheen te laat voor mededinging, en Smits’ nieuwe boek over de ondergang van ABN Amro, zal nog even op zich laten wachten. Wat grote, meeslepende verhalen betreft was bijgevolg de spoeling dun. En een boek dat met kop en schouders boven de rest uit stak – zoals ‘Hoe word ik een rat’ van Joep Schrijvers de eerste keer deed – hebben we ook niet mogen aantreffen. Vandaar dat de titel Managementboek van het jaar 2008 een soort oeuvreprijs werd voor Mathieu Weggeman. Eén die hij overigens gezien de kwaliteit van zijn boek en het oeuvre wat eraan vooraf is gegaan, meer dan verdiend heeft.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden