Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Ik heb altijd gelijk column
26 november 2019 | Pierre Pieterse

Eerst was er Het drama Ahold, een reconstructie van wat zou uitgroeien tot een fiasco op wereldschaal. Waar ging het mis? Waarom werd er niet gecorrigeerd toen dat nog kon? Voor de antwoorden op die vragen moeten we zijn bij de mensen en de emoties achter de cijfers.

De fraude bij Ahold, de vervanging van topmanagers en de bijbehorende koersval van het aandeel wordt verteld door zeventig direct betrokkenen bij de gebeurtenissen binnen Ahold, onder wie bestuurders en commissarissen. Het lot van Ahold blijkt jarenlang volledig verstrengeld geweest met het leiderschap van Cees van der Hoeven. Vijfvoudig manager van het jaar en een vechter: niemand durfde hem tegen te spreken. Een zonnekoning ook die ging geloven in zijn eigen almacht en gelijk

Toen volgde De prooi, een zeer nauwgezette inhoudelijke analyse van de ondergang van ‘De bank', maar ook en vooral een schoolvoorbeeld van de toegevoegde waarde van een journalistieke benadering van wat op het eerste gezicht een netelige managementkwestie lijkt. En ook hier draait het plot om een man die geloofde in zijn eigen gelijk, en daarom wist dat ie gelijk had. Rijkman Groenink ging voor de troepen staan, legde het nog een keertje uit en begon te lopen in de veronderstelling dat zijn troepen zouden volgen. Evenals het succes.

En nu is er Het grote gevecht. Na twee keer ‘wat niet' besloot Jeroen Smit eens een ‘wat wel' te schrijven. En dat wreekt zich, temeer omdat Smit vindt dat zijn onderwerp, Paul Polman van Unilever, gelijk heeft. De waarschuwing van historici dat je moet oppassen met leiders die de wereld willen veranderen, is kennelijk aan Smit voorbijgegaan, getuige ook de ondertitel van zijn boek: ‘Het eenzame gelijk van Paul Polman'. En hier zit geen greintje ironie bij.

De nodige distantie tot het onderwerp ontbreekt soms. Polman doet wat ie doet omdat ie vindt dat hij gelijk heeft, en daarom moet iedereen hem volgen. Waarom hij gelijk heeft, blijft in nevelen gehuld. En dat wringt nogal eens omdat Unilever lang niet altijd doet waar het zegt te voor te staan. Het zogenaamde Polman-model (duurzaamheid verbinden met inclusieve groei) staat nogal eens haaks op de werkelijkheid. Zo verbetert het bedrijf de hygiënische levensomstandigheden van miljoenen arme mensen door allerlei zeepjes op de markt te brengen. In kleine verpakkingen (goedkoop!) in niet recyclebaar plastic. Alleen al in India en Indonesië belanden jaarlijks een miljard kleine Unilever-sachets in het milieu. Hoezo duurzaam? Ook wil het bedrijf nogal eens duurzaam preken maar blijven de financiële daden achter. Uiteindelijk blijken de cijfers onder de streep toch belangrijker.

De (d)warse managementdenker René ten Bos verwoordde het tijdens de uitreiking van de ‘Nijmegen penning' als volgt: ‘We zijn allemaal zandkorrels die bijdragen aan de wereldwijde crisis. Alleen moeten we het misschien geen crisis noemen. Immers, waar crisis is, komt management en automatisch ook het idee dat het allemaal wel op te lossen is, omdat dat management denkt dat deeloplossingen vanzelf zullen leiden tot hele oplossingen, alsof die kloof tussen korrel en zandhoop er niet is. Duurzame ontwikkeling noemt men dat tegenwoordig.' Kortom, Ten Bos gelooft er niet in, ook niet in het ‘eenzame gelijk van Polman'.

De onbedoelde les die na lezing blijft hangen van dit ondanks alles geweldige boek, is dat niemand Polman begrijpt behalve Polman. Culminerend in de keuze voor zijn opvolger, de Schot Alan Jope, allesbehalve een Polman 2.0. Uiteindelijk geeft ook niemand Polman gelijk behalve Polman.

Vestia: Financiële hoogmoed en vrije val nieuws
6 november 2014 | Bertrand Weegenaar

Na alle bankperikelen (bijvoorbeeld ABN 'De prooi' Amro of De val van SNS Reaal) en de bouwfraude is het nu de beurt aan Vestia. Deze sociale woninggrootmacht uit Rotterdam en omstreken kwam eind 2011 in de problemen en werd groot landelijk nieuws in 2012 toen het imperium op omvallen stond. Voor wie het rapport van de parlementaire enquêtecommissie te lijvig vindt, is er De vrije val van Vestia van FD-journalist Hans Verbraeken. Een legenda, thriller en knappe reconstructie ineen.

Hans Verbraeken neemt de lezer mee door de groeitijd van een kleine woningbouw coöperatie in Den Haag en haar charismatische directeur Erik Staal. Hij laat die coöperatie gestaag groeien en Vestia verhuist uiteindelijk naar Rotterdam waar Staal fuseerde en doorgroeide. In zijn treasurer Marcel de Vries had Staal een partner die hem de financiële middelen gaf om die al die fusies en anderszins onstuimige groei te financieren.

In tien jaar transformeerde Vestia van een gezonde sociale woningbouwcorporatie naar een financieel powerhouse op, zo bleek, lemen voeten. Het powerhouse bleek namelijk  gebaseerd op een uitgebreid en complex stelsel van derivaten met een waarde van ruim 23 miljard euro. Toen de rente als gevolg van de kredietcrisis rap daalde, begon de lemen voet onder dit stelsel te verkruimelen tot begin 2012 het ministerie ingreep.

Het Vestia verhaal is ook een verhaal van jarenlang falend en ondoorzichtig toezicht. Van de kant van commissarissen, accountants, overheidsinstellingen en branche organisatie. Maar ook van banken die maar moedwillig geld aan Vestia uitleenden. Soms direct soms via tussenpersonen. De Vries en Staal konden daardoor jaren doorgaan met het optuigen van een derivatenkerstboom die uiteindelijk op de rekening van (ontslagen) personeel en huurders (in de vorm van huurverhoging) terecht is gekomen. De vrije val van Vestia is kortom naast legenda en thriller ook en vooral een kostbare waarschuwing (minimaal drie miljard!) aan het adres van zelfregulering dat vrije jongens van type Jacobse & Van Es de vrije markt geeft zoals die niet door Adam Smith is bedoeld.

Transparantie column
28 oktober 2014 | Pierre Pieterse

Dat is dus het huidige adagium. Transparantie. We kunnen tegenwoordig zo ver kijken dat we dichtbij niks meer zien. Een perfecte voedingsbodem voor allerlei ‘spins’, voor ‘virals’, voor ‘guerrilla’, en zelfs voor ouderwetse ‘agitprop’. Als is de waarheid (social media!) nog zo snel, de leugen achterhaalt haar wel. Maar dat is dan weer de perfecte voedingsbodem voor degelijke onderzoeksjournalistiek die op managementterrein resulteert in mooie, informatieve en soms zelfs ronduitspannende boeken.

Het iconische voorbeeld is natuurlijk De prooi van Jeroen Smit (voorafgegaan door het terecht bekroonde Het drama Ahold dat we niettemin met enige hindsight een vingeroefening mogen noemen). Maar ondanks minder lauweren doen boeken als De vastgoedfraude (en het vervolg De ontknoping) van Vasco van der Boon en Gerben van der Marel, of het even vermakelijke en onthutsende relaas over de teloorgang van PCM, De geldpers van Joost Ramaer daar niet voor onder. En dan laten we de enorme stapel meer dan relevante publicaties over de financiële crises en andere schuldenbergen, en recent de keerzijde van big data (privacy!) maar even voor wat ze zijn.

Kort geleden verschenen twee boeken die deze traditie monter voortzetten. In Branson ontmaskerd doet journalist (en opmerkelijk genoeg ook auteur van de geautoriseerde biografie van Branson) Tom Bower precies wat er op de titelpagina staat: ‘golden boy’ Richard Branson ontmaskeren, als iemand die werkelijk alles inzet ter meerdere eer en glorie van zichzelf. Met zelfs een eigen eiland om heel creatief belasting te ontduiken. Om zo met groots (PR) gebaar miljarden te kunnen toezeggen om (bijvoorbeeld) de klimaatcrisis te beheersen. Toezeggen dus, niet uitkeren.

Van Nederlandse bodem is Operatie werk Arthur de deur uit, een door NRC-journalisten Joep Dohmen en Jeroen Wester ‘geannoteerde’ weergave van het schotschrift van Arthur Gotlieb richting NZa management dat na de zelfmoord van de auteur mag worden gezien als afscheidsbrief. Maar vooral is het een onthutsend en minutieus goed onderbouwd betoog van een werknemer die het totaal niet eens is met zijn negatieve werkbeoordelingen, en op zoek gaat naar het waarom. Die zoektocht laat zich lezen als verslag van iemand die langzaam maar zeker op nietsontziende wijze wordt fijngemalen door zijn eigen managers. Omdat hij zonder de klok te willen luiden de vele misstanden en ongewenste belangenverstrengelingen binnen het NZa op de agenda wil krijgen.

Overigens is het dan weer ontluisterend om te horen dat juist de NZa een van de twee toezichthouders is die nog enigszins op afstand opereert en dus met enige afstand toezicht kan houden. De rest woont vaak letterlijk in bij het betreffende ministerie. Of kruipt er figuurlijk bij in bed: ambtenaren/bestuurders worden toezichthouders, en/of vice versa.

Wie na al dit ‘geweld’ even terug wil naar de tijd dat transparantie nog afhing van hoe goed de ramen waren gezeemd, is er Gouden jaren van Annegreet van Bergen, ‘het verhaal van de ongekende naoorlogse groei die ons leven op alle fronten heeft veranderd’. De wekelijkse teil die een dagelijkse douche werd, het papieren loonzakje een digitale bankrekening en de boterham met tevredenheid een broodje gezond. Ter relativering en vooral vermaak!

Longlist Managementboek van het Jaar 2014 column
25 februari 2014 | Pierre Pieterse

De longlist die via de shortlist uiteindelijk leidt tot het Managementboek van het Jaar is altijd een weerspiegeling van dat boekenjaar. En die weerspiegeling laat zien dat de crisis het boekenvak niet heeft overgeslagen. De tijd dat gegarandeerde winnaars al in de voorfase over elkaar heen buitelden, ligt even achter ons.

Dit jaar dus geen gedoodverfde winnaar zoals De prooi van laureaat Jeroen Smit (met Het drama Ahold) dat op het nippertje voorrang moest verlenen aan het even boeiende als fraai vormgegeven Veranderdiagnose van Rob van Es (hoewel zijn Praktijkboek Veranderdiagnose weer wel trots in de longlist prijkt). Ook geen serieus vernieuwende maar uiterst complexe managementtitels als Van unitmanagement naar multidimensionale organisaties waarin Hans Strikwerda de fundamenten van de moderne organisatie blootlegt. En ook geen atypische titels als Hoe je een geboren leider wordt, dat ondanks zijn originele invalshoek en verslavende opmaak de shortlist niet eens haalde. (Volgend jaar dwingt Frank Schapers wellicht een herkansing af want dit jaar verschijnt een totaal herziene editie van dit boek, als onderdeel van een heuse drieluik over rolmodellen en leiderschap, met meer aandacht voor de spiegelneuronen van vrouwelijk leiders.)

Allemaal een onsje minder kortom. Minder titels dan in voorgaande jaren en een doorgaans wat minder uitbundige presentatie. Waarbij het opvallend is dat de sombere tijdgeest zijn weerslag op de inhoud en titels niet meer zo vaak laat gelden. Waar in voorgaande jaren de crisis prominent aanwezig was, lijken veel managementauteurs de crisistijd voorbij. Waarbij niet wegkijken, maar de crisis wegkijken het motto lijkt.

Dat leidt tot sprekende titels als Garanties voor groei, Briljante businessmodellen, Teams van de toekomst en Verbeter de wereld, begin een bedrijf. Petra de Boevere vat dat crisis wegkijken met Durf te doen! misschien nog wel het best samen. Je kunt wel als een konijn in de koplampen van de aanstormende vrachtwagen blijven kijken, maar dan is de afloop het enige dat zeer is.

In de VS lijkt men inmiddels de crisis inderdaad de crisis te laten en de boekendraad weer op te pakken. Deze trend werd vorig jaar voorzichtig ingezet zonder het verleden uit het oog te verliezen met een titel als Big Bang Disruption van Larry Downes en Paul Nunes (volgens Cor Molenaar een absolute must read en hij kan het weten, hij staat met maar liefst twee titels, Red de winkel! en Actie! Noodplan voor de retail, in de longlist). Maar ook een titel als De big datarevolutie van Viktor Mayer-Schönberger en Kenneth Cukier preludeert nadrukkelijk op een zonnige toekomst, al bestaat die toekomst uit een ‘revolutie die de manier waarop we leven, werken en denken gaat veranderen.’

Maar belangrijker is het dat deze trend definitief lijkt door te zetten. Het nieuwe jaar werd ingeluid met Left Brain, Right Stuff van Phil-Het Halo-effect-Rosenzweig dat direct voortborduurt op het magistrale Ons feilbare denken van Daniel Kahneman om te ontrafelen ‘how leaders make winning decisions’.

Met name dat laatste is belangrijk, besluiten nemen. Want, vrij naar Johan Cruijff, als je de bal niet hebt, kun je ook niet scoren.

De longlist vindt u op Managementboekvanhetjaar.nl/longlist

De val van SNS Reaal nieuws
20 januari 2014 | Bertrand Weegenaar

Het afgelopen jaar heeft de nationalisatie van SNS Reaal een hoop vragen opgeroepen. Een team van vijf journalisten van Het Financieele Dagblad heeft in een aantal maanden de tour de force uitgehaald door het hele verhaal van De val van de SNS Reaal op te schrijven.

In 2011 publiceerde het FD als een van de eerste artikelen over de misstanden bij (vooral) de vastgoedtak SNS Property Finance. Op basis van documentatie van klokkenluidster Hetty van der Laar bleek de erfenis van het voormalige Bouwfonds een molensteen te zijn. Slecht management, ontbrekend toezicht vanuit het hoofdkantoor in Utrecht en malafide vastgoedhandelaren en projectontwikkelaars vormen zo de belangrijkste ingrediënten van dit boek. Het is een strak journalistiek werk geworden.

Als een soort rode draad loopt door al deze verhalen, net als bij ABN AMRO (zie De prooi), Aegon (Eerlijk over later) of Bear Sterns (House of Cards): grote ego’s, en door groot geld , succes en groei verblinde managers en bankiers. Bij de SNS kwam in 2003 Sjoerd van Keulen aan het roer die de bank beurs- en groeirijp maakte. Zijn laatste kunstje voor zijn pensionering. Omhangen met bonussen en aandelenpakketten stortte hij en zijn managementteam de bank (en daarmee haar spaarders en aandeelhouders) in een ongrijpbare weg naar onderen.

Topman Rijkman Groenink verslikte zich in overnames. Sjoerd van Keulen in de niet primair bancaire activiteit vastgoed. Het kostte specialisten van het ministerie van Financiën maanden om uit de kluwen van leningen, vastgoedtransacties en waarderingen maar één conclusie te trekken: de waarde van de vastgoedportefeuille is zo onduidelijk dat de afwaardering naar een reële waarde de hele bank omver kan trekken. Minister Dijsselbloem restte dan op 1 februari 2013 niets anders dan nationaliseren.

Of dit boek het hele verhaal vertelt, moet nog blijken. Er volgen dit jaar nog een serie rechtszaken tegen ex-bestuurders en topmannen. Hetty van der Laar heeft in haar persoonlijke boek De ondergang van SNS Bank de was al wat buiten gehangen.

De boekenkast van Jeroen Smit, journalist en performer boekenkast
25 april 2012 | Joep Schrijvers

Hij is in zijn vak de grootste. Tegenwoordig is hij ook hoogleraar in Groningen en leidt hij de jongste generatie op. De top van Nederland koestert hem en vreest hem. Hij onderzoekt, schrijft en staat graag op de bühne. De lat ligt voor hem altijd hoog. Zijn werk moet altijd voldoen aan het optimum van betrouwbaarheid én toegankelijkheid. Hij is de bestsellerauteur van het Het drama Ahold en De prooi. Van dat laatste boek draait nu een theatervoorstelling. Deze keer bij de boekenkast niemand minder dan onderzoeksjournalist Jeroen Smit.

Smit woont in een huis dat bij veel professionals favoriet is: eind negentiende-eeuws, gerenoveerd, gietvloer, hoge plafonds, een serre. Aan de muur hangt een fors rood naakt op rug en billen gezien. Een negerpopje slingert op de vloer, speelgoed rondom, een beplakte doos op de eettafel: het vertrouwde beeld van een wat rommelig huis van een gezin in de jonge kinderen. Ik trap op een balpen.

Voordat we beginnen, leg ik Smit een vraag voor waar hij het hele gesprek over mag nadenken: welke vraag zou je naar aanleiding van De prooi door een promovendus nader onderzocht willen zien? Hij knikt en steekt van wal. ‘Ik lees nu de biografie van Elsschot. Hij is een van mijn voorbeelden. Zijn boeken Kaas en Lijmen zijn zo goed en geestig. Hij was een marketingman avant la lettre en schreef over zakenlieden en ondernemers. Je hebt die niet gelezen?’ Zijn gezicht krijgt direct een quasi-verbaasde expressie. Het viel me al op hoe beweeglijk zijn gezicht is. Elke zin gaat vergezeld van een parallel spoor van gesticulatie en mimiek. Hij tikt met zijn rechterhand op de tafel: ‘Lezen!’ Ik neem het me direct voor.

‘In de non-fictie is de Amerikaan Michael Lewis mijn held. Ik ken zijn werk al vanaf eind jaren tachtig. Hij was een student kunstgeschiedenis die besloot bij de Salomon Brothers, effectenhandelaren, te werken. Het boek Liar’s Poker gaat daarover. Omdat hij dat bedrijf van binnenuit beschreef, kon hij sfeertekeningen maken: van de maten, het eten, de grappen over klanten. Dat heeft bij mij het zaadje geplant voor mijn latere aanpak en werk. Neem bijvoorbeeld Ahold’, – Smit buigt naar voren, zijn ogen staan op ontspannen, – ‘op een gegeven moment moest het bedrijf gered worden. Dat gebeurde in een weekend. Allerlei mensen waren bezig rekensommen te maken om die weer met juristen door te spreken. Ze gingen dag en nacht door. Overal lagen pizzadozen. Zoiets als pizzadozen beschrijven is reuze belangrijk. Het maakt bestuurders weer menselijk. We willen graag geloven dat het in die wereld vooral over slimheid en rekensommen gaat. Maar we weten ook dat niet alles is. Sfeer is zo belangrijk. Je moet taferelen beschrijven. Tijdens mijn interviews vroeg ik niet alleen naar de inhoud maar vooral ook naar de omgeving: hoe zag de ruimte eruit? In wat voor auto’s werd er gereden? Werd er gerookt?’ Met zijn handen in verticale bewegingen: ‘Dat is even belangrijk. We zijn ondanks ons verstand zo onberekenbaar. Eet besmette kip en je functioneert een paar dagen niet. Twee mensen kunnen elkaar in competenties naadloos aanvullen en toch hoeft er niets van de grond te komen. Misschien doet die collega je al dan niet bewust aan een vervelende schoolmeester van vroeger denken.’

De journalistiek in

De journalistiek was niet Smits eerste loopbaanstap. Na zijn studie bedrijfskunde werd hij voor een tijdje consultant. ‘Ik werd daar diep ongelukkig van. Ik moest soms uitleggen wat klantgerichtheid was terwijl ik zelf amper een klant gezien had. Consultancy is trouwens een rare bedrijfstak. Er zijn hele goede nuttige consultants: wijze mensen met veel ervaring of mensen die iets heel goed kunnen zoals in de ICT. Maar de meeste consultants worden vooral als alibi gebruikt. Wanneer een bestuurder weet dat er duizend mensen uit moeten, komt er een gerenommeerd bureau binnen zodat de top later kan zeggen: “We hebben er extern goed naar laten kijken en het spijt ons dus ook…” Wat ik in die tijd wel al heel leuk vond was om interviews en gesprekken tot een verhaal te maken. Dat is bijna een journalistiek proces. Ik ging toen in de avonduren de opleiding journalistiek voor academici doen. Twee vrienden, de een werkte bij Vrij Nederland de ander bij het Financieele Dagblad stimuleerden mij om dit pad op te gaan. Bij het FD werd ik met open armen ontvangen. Toen ik daar zat, had ik de ervaring van thuiskomen: dit is het, dit moet ik doen. Opschrijven wat er gebeurt. Hoezo? Omdat het een onmiddellijke kick geeft. Een dag lang ergens aan werken en dan is het af. Het heilige moeten, deadlines zorgen voor de adrenaline, de volgende morgen wakker worden en in de krant jouw stuk zien. Soms met je naam eronder, vaak ook zonder. Prestatie – beloning.’ Zijn handen slaan de maat: ‘prestatie – beloning.’ Ik begrijp de cadans van de journalistiek.

Aan succes ten onder

Een van de rode draden in het werk van Smit is hoe mensen aan hun succes ten onder kunnen gaan. ‘Succesvolle mensen gaan, als dat succes aanhoudt, allemaal in hun eigen waarheid geloven. Als iedereen het zegt, ga je zelf ook denken ‘Dan zal ik wel goed zijn.’ Ga eens na wat het met je zou doen als je met je foto op de cover van Elsevier zou staan als Nederlander van het Jaar. Je ontwikkelt dan een almachtsgevoel. Van applaus word je een onverzadigbaar beest.’

Zeker weten en hoe zit dat met jou, gevierde schrijver, denk ik: ben jij divagedrag gaan vertonen? ‘Ja, in zekere mate. Het gebeurt als je op televisie bent geweest en mensen je op straat aanspreken. Het ontstaat ook een beetje bij signeersessies van je boeken. Maar ik had het geluk dat ik op wat latere leeftijd vader ben geworden. Ik heb nu drie kinderen van acht, zes en bijna twee. Ik werd vader in dezelfde periode als waarin mijn boek over Ahold uitkwam. Toen kwam mijn oudste zoon. Ik kon me daar niet aan onttrekken en wilde dat ook niet. De glamour van de dag werd flink gecompenseerd door de middernachtelijke besognes. Je weet dan wel wat het belangrijkste is. Mijn vrouw is er ook heel duidelijk in. Ze kan het woord prooi niet meer horen. Als ik thuis kom, staat ze niet bij de deur te klappen. Een gezonde thuissituatie zorgt ervoor dat de gedurende de dag tot halfgod opgestegen mens weer met beide benen op de grond wordt gezet.’

Ik vraag me af of dat wel mogelijk is. In De prooi lees je toch vooral over bestuurders die door hun emoties en driften hun succes verspelen. De menselijke rede is verlamd, ver te zoeken. ‘Nee, dat is te negatief, dat weiger ik te accepteren of zoals Popper zei: “Optimisme is een morele plicht.” Er is vooruitgang, al is het muddling through. Ik geloof echt in vooruitgang. De wereld is een heel stuk beter geworden sinds het einde van de negentiende eeuw. Neem mijn moeder; toen ze in 1963 in verwachting van mij was, nam ze ontslag. Een aantal jaren daarvoor had ze niet eens tekenbevoegdheid. De wereld is per saldo een betere plek geworden. Niet overal en altijd maar wel per saldo. Ik hoorde laatst Robbert Dijkgraaf vertellen hoe de scholingsgraad omhoog is gegaan. Het streven is dat meer dan vijftig procent van de bevolking hoger opgeleid is. Daar moeten leiders rekening mee houden. Werknemers van nu zeggen: ik heb ook een idee. Wie nu als baas zegt het altijd beter te weten, want anders was jij wel de baas geweest, is gek. In de jaren vijftig, zestig werkte dat nog zo maar nu kan dat echt niet meer. Rijkman Groenink was van de oude garde, de hele top trouwens. Allemaal. Ze gingen voor de troepen staan, legden het nog een keertje uit en gingen toen lopen ervan uitgaande dat ze gewoon werden gevolgd. Niet dus. Er is vooruitgang, juist omdat mensen de dingen niet meer als vanzelf doen.’

Maar hoe zit het dan met onze emoties en driften? Iemand als de psycholoog Bram Buunk wijst ons er op dat ons gedrag meer vastligt dan ons lief is. ‘Dat klopt. Toch denk ik dat je je er niet bij hoeft neer te leggen. Je kunt je altijd realiseren wat er gebeurt en er wat mee doen. Iedereen heeft reflexen: het is hoe je daar mee omgaat. Neem mij. Ik ben vreselijk onhandig. Mijn vader juist niet. Als ik als jongen een fietsband plakte, kwamen er minstens twee gaten bij. Van de bandenlichters. Op een gegeven moment begon ik te denken dat ik onhandig was. Flauwekul. Laatst nog ging de sinaasappelpers stuk. Er was een dingetje uit. Mijn reflex was: naar de winkel en een nieuwe kopen. Maar ik heb een schroevendraaier gepakt, eens goed gekeken en dat dingetje er weer in gezet. Hij doet het weer!’ Het jongetje Smit lacht en gebaart naar de keuken.

Sensatiezucht

‘Waar komt je sensatiezucht vandaan?’ Ik stel Smit bot de vraag. ‘Laten we eerlijk zijn, De prooi heeft iets opwindends vanwege een voortdurend appèl: kijk nou eens, kijk nou.’ Het is even stil, te stil. Had hij deze vraag niet verwacht? Ik moet een licht gevoel van triomf onderdrukken. Dan pakt de routinier de draad snel op: ‘Die komt uit twee bronnen voort: nieuwsgierigheid en ijdelheid. In de journalistiek laat de verteller een spanningsveld zien: in een persoon, een gebeurtenis, een ontwikkeling. Steeds is er de vraag: hoe loopt het af? Daardoor ontstaat de opwinding. Een goed verhaal is altijd een sensationeel verhaal.’

Smit herpakt zich. De docent ontwaakt. Hij beweegt zijn handen naar de linkerkant van de tafel: ‘Hier is de cabaretier en die gaat volledig voor het effect bij zijn publiek.’ Naar de andere kant van de tafel: ‘Daar zit de wetenschapper. Die is het alleen om de waarheid te doen. En daartussen zit de journalist. Die zoekt naar het optimum van betrouwbaarheid én toegankelijkheid. Je moet geen dorre opsommingen maken, maar goede verhalen vertellen. De tweede bron is ijdelheid. Ik vind applaus geweldig, net als op een podium staan met een publiek dat het zichtbaar naar de zin heeft. Ik wil een groot publiek bereiken. Maar… ik blijf wel journalist. Nogmaals, het gaat om het optimum van toegankelijkheid én betrouwbaarheid. Betrouwbaarheid staat op een. En betrouwbaar word je alleen als je specialist wordt in je domein. Dan kun je de feiten wegen, dan word je een serieuze gesprekspartner, dan weet je van de hoed en de rand.’

Blind typen

Smit heeft elders in de stad een aparte werkruimte. Volgens zijn vrouw moet je je er door de papieren waden. Ik kan me er wel wat bij voorstellen. Hoe werkt Smit? ‘De belangrijkste cursus die ik ooit gedaan heb, was blind leren typen bij Scheidegger. In acht weken op een schrijfmachine met gekleurde toetsen. Ik haal nu de 200 aanslagen per minuut én foutloos.’ Hij doet het even voor op de tafel. ‘Ik tik veel. De prooi omvat ongeveer 150.000 woorden. Ik heb dat manuscript wel zes keer herschreven: alles anders en opnieuw. Ik werk ook met twee schermen. Op het linker staan de aantekeningen en de uitgetypte interviews en rechts is het manuscript. Met twee schermen reduceer je de logistieke inspanningen met de helft. ‘Hij grijnst. ‘De boeken en nota’s die ik lees, zitten vol strepen en uitroeptekens. Ik lees wel geconcentreerd maar soms sla ik ook alinea’s over als ik het denk te weten.’

De tijd dringt. Smit is een druk man. Er ligt nog één kwestie op tafel: welke vraag zou je onderzocht willen zien naar aanleiding van De prooi? Zonder aarzeling: ‘Die zou moeten gaan over de relatie tussen narcisme en carrière maken. Mensen kunnen aan applaus ten onder gaan. Hoe zit dat?’

TV-series De vastgoedfraude en De prooi in de maak nieuws
12 januari 2010 | Hans van der Klis

Je kunt je de scène gemakkelijk voorstellen: de hoofdverdachten van De vastgoedfraude, op het achterdek van een groot jacht in de haven van Cannes of bij de Formule 1-race in Monaco, mijmerend dat hun leven wel erg veel weg heeft gekregen van een film. Zij zullen binnenkort op hun wenken worden bediend.

Filmproducent Eyeworks heeft de film- en televisierechten van het boek De vastgoedfraude van FD-journalisten Vasco van der Boon en Gerben van der Marel gekocht. Eyeworks was een van de vier gegadigden om het verhaal van de megafraude, waarbij tientallen miljoenen werden weggesluisd, te verfilmen. De rechten zijn niet geveild: uitgeverij Nieuw Amsterdam en de FD-journalisten hebben het verhaal aan Eyeworks gegund, ongetwijfeld onder de indruk van de voortvarendheid die Eyeworks-eigenaar Reinout Oerlemans tentoonspreidde bij de verfilming van Kluuns tranentrekker ‘Komt een vrouw bij de dokter’. Na de première in november 2009 brak deze film alle records in de Nederlandse bioscopen.

Oerlemans is diep onder de indruk van het boek van Van der Boon en Van der Marel. ‘Het boek ‘De vastgoedfraude’ leest als een roman, maar het wrange is dat het allemaal realiteit is, onderzocht door gedegen onderzoeksjournalisten. Het geeft de verrotting van de wereld van het snelle geld fenomenaal weer. Een uitstekende, maatschappelijk relevante arena voor een grootse tv-serie waar ik dolgraag als maker persoonlijk mijn tanden in wil zetten.’

De schrijvers zijn niet verrast, maar wel verheugd door de interesse van de filmproducenten in het boek. ‘Sommige passages zijn zo filmisch, dat wij al het gevoel hadden een scenario te schrijven’, zegt Vasco van der Boon. ‘Een goed voorbeeld is de scène waarin de eerste foto ooit van een omkooppoging wordt gemaakt. Rob Lagaunne van het Philips Pensioenfonds en een handlanger van Jan van Vlijmen van Bouwfonds zouden elkaar ontmoeten om een pakketje dure horloges over te dragen. Om de kans op herkenning te verkleinen, zouden zij zich vermommen met plakbaarden en dergelijke. Hun vermommingen waren echter zo goed dat zij elkaar niet herkenden. Ze draaiden een half uur om elkaar heen, intussen bellend en sms’end met Van Vlijmen, wat allemaal door de FIOD werd afgeluisterd. Na een half uur vond de daadwerkelijke overdracht plaats en kon de FIOD vanuit een auto alles perfect fotograferen. Een hilarische scène.’ Een voorkeur voor wie de hoofdrollen moeten krijgen heeft Van der Boon niet, op één personage na dan: ‘Nico Vijsma (‘Oom Nico’, de rechterhand van Van Vlijmen, mental coach en ex-freefighter met oorlogstrauma en cocaïneverslaving - red.) zou zichzelf moeten spelen.’

‘De vastgoedfraude’ is niet de enige businessbestseller waarvan een televisieserie gemaakt zal worden. Ook de film- en televisierechten van De prooi van Jeroen Smit zijn verkocht, aan IDTV in dit geval. Volgens een woordvoerder van Smits uitgeverij is de serie over de ondergang van Nederlands grootste bank vermoedelijk al dit najaar op televisie te zien.

Joost Ramaer: ‘Er zat geen enkele ratio achter het binnenhalen van private equity bij PCM’ interview
21 december 2009 | Hans van der Klis

In zijn onlangs verschenen boek De geldpers reconstrueert voormalig Quote- en Volkskrant-journalist Joost Ramaer de ondergang van mediaconcern PCM. Net als De prooi van Jeroen Smit is ‘De geldpers’ een ontluisterend verslag van falend bestuur geworden. ‘Volgens mij heeft Apax helemaal niets toegevoegd aan het bedrijf, Stephen Grabiner heeft alleen dingen tegengehouden. Hij heeft vanaf het begin geweten dat hij veel aan de deal zou verdienen.’

Uw boek De geldpers is niet alleen een beschrijving van de ondergang van PCM, maar zou bijna dienst kunnen doen als bedrijfsgeschiedenis: u neemt een lange aanloop tot het ontstaan van PCM, in 1995, en het binnenhalen van private equity-investeerder Apax in 2004. Waarom?

Toen ik begon te lezen over hoe Het Parool en de Stichting Het Parool, jarenlang de belangrijkste aandeelhouder van PCM, zijn ontstaan, vond ik het tegen de achtergrond van de graai- en bonussencultuur verfrissend om te lezen hoe het ook anders kan. Dat sprak mij aan om verschillende redenen: de mensen achter Het Parool waren links, maar niet dogmatisch. Ze waren tegen het fascisme én tegen het communisme. Hun ideeën bleken te werken: de oprichters van Het Parool hielden goed voor ogen waar het om ging. Zij wilden zichzelf geen idiote salarissen toekennen, hun belangrijkste drijfveer was dat de krant onafhankelijk bleef. Heel anders dan de moderne bonuspakkers. Dat zijn ook geen ondernemers. Die denken bij elke stap die zij zetten wat de gevolgen voor hun bonus zal zijn.

 

PCM was een ingewikkeld bedrijf, met een raad van bestuur en een raad van commissarissen, met als aandeelhouders eigenzinnige stichtingsbestuurders en met onafhankelijk opererende kranten en boekenuitgeverijen. Een Mexicaans leger, zoals u schrijft. Er was ook sprake van grote tegenstellingen tussen professionals en amateurs. Hoe belangrijk waren die tegenstellingen?

De professionals keken ontzettend neer op de amateurs, zoals zij de stichtingsbestuurders beschouwden. Maar toen puntje bij paaltje kwam, bleken zij zelf ook grote amateurs te zijn. Neem Theo Bouwman, de bestuursvoorzitter die Apax binnenhaalde. Hij had altijd een grote mond, maar ging met de verkoop van de aandelen aan Apax enorm de mist in. Hij heeft de Stichting Democratie en Media met een kluitje het riet ingestuurd. Als hij had gewild, was de deal niet doorgegaan. Maar hij liet het gewoon gebeuren. Later, bij de documentaire van KRO Reporter waaraan ik heb meegewerkt, gaf hij ook toe dat de komst van Apax helemaal niets heeft toegevoegd aan PCM. Dat was een verrassing, wij hadden niet verwacht dat hij dat zou zeggen.

Wat was dan de ratio achter de beslissing om private equity binnen te halen?

Die was er niet. Ik kan echt niets verzinnen. Misschien dat de partijen – de raad van bestuur en de stichtingen – van elkaar af wilden, of dat zij iets wilden doen na zo lang te hebben onderhandeld. Maar eigenlijk is het onverklaarbaar. Arie van der Zwan heeft als adviseur van de ondernemingsraad wel gewaarschuwd. Maar op de een of andere manier is hij politiek niet handig. Hij heeft een heel sterke mening, maar het lukt hem niet om veel mensen mee te krijgen. Wat mij van meet af aan nog het meest heeft verbaasd, is iets wat Jeroen Smit op pagina 48 van zijn boek De prooi met een heel mooi zinnetje heeft beschreven. Het gaat over de periode dat ABN en Amro net zijn gefuseerd en dan schrijft hij: ‘De softe kant van de fusie werd als bedreigend gezien.’ Bij PCM zie je hetzelfde: de tegenstellingen tussen Amsterdam en Rotterdam, tussen de Perscombinatie en NDU, hebben een goede samenwerking in de weg gestaan. Dat blijft een vreemd fenomeen. Je zou denken dat wanneer je twintig hoogintelligente mensen in een kamer bij elkaar zet, het wel goed komt. Maar dan blijkt dat ze er toch een potje van maken.

Wat denkt u als u zoiets constateert?

Dat is het merkwaardige van de rol van onderzoeksjournalist: je ziet mensen de meest stompzinnige dingen doen. Cees Smaling, de toenmalige topman, haalde in 2001 Pieter Bouw binnen met geen ander doel dan een machtsstrijd uit te vechten. Dan denk je: waar slaat dat op? Of de stichtingen, de aandeelhouders van het concern, die niet meer met de bestuurders praatten. Dat is toch raar? Ze zijn allemaal bezig geweest met structuren en eigendomsverhoudingen, maar daar gaat het binnen zo’n concern toch niet om? Als je goed contact met elkaar onderhoudt, kom je er naar mijn idee altijd wel uit. Dat geldt voor het hele bedrijfsleven. Het gaat nu telkens over scherper toezicht, om strengere regels. Maar dat maakt volgens mij weinig verschil. Misschien helpt het iets. Maar uiteindelijk gaat het om het menselijke aspect. Daarvoor is het naar mijn idee heel belangrijk dat er meer vrouwen in de top van het bedrijfsleven komen. Mannen spelen toch voortdurend spelletjes: het gaat hen erom wie de langste heeft. Ze zijn snel in hun kuif gepikt. Ik heb het idee dat dat bij vrouwen minder snel het geval zal zijn. Natuurlijk is vrouw-zijn geen garantie. Kijk naar de rol die Els Swaab bij PCM heeft gespeeld. Maar het zou zeker uitmaken, denk ik.

PCM heeft jarenlang ‘basisverbreding’ als strategie gehad. Dat klinkt alsof zij de kranten al hadden opgegeven en zich wilden indekken voor nieuwe ‘bleeders’. Wat is de rol van die strategie geweest?

Maar dat is toch helemaal geen strategie? Het is toch heel merkwaardig om boekenuitgevers of educatieve uitgeverijen te kopen en te zeggen: ‘Als het minder gaat met de kranten, komen wij bij jullie de kas plunderen?’ Het idee van de basisverbreding vind ik typisch Nederlands: het is een vlucht naar voren, of opzij. Je kunt zoveel fusies of overnames doen als je wilt, je corebusiness wordt er niet beter van. Ik vind het nog steeds ongelooflijk dat de strategie van ‘basisverbreding’ dertig jaar het verhaal van PCM is geweest.

Ergens heel ver weggestopt in een fotobijschrift noemt u een aantal hoofdredacteuren van kranten en boekenuitgevers ‘de werkelijke leiders’ van PCM. Waarom?

Zij waren dat impliciet ook. Zij gedroegen zich ook zo. Hoofdredacteuren vertelden de managers gewoon wat zij moesten doen. De beste commerciële ideeën kwamen ook van de redacties. Denk aan nrc next. De commerciële afdelingen werden er pas later bijgehaald. Toch was dat geen ideale situatie. De hoofdredacteuren hebben heel veel niet voor elkaar kunnen krijgen, omdat het hun aan goede uitgevers ontbrak. Veel initiatieven zijn tegengehouden, ruimte voor ondernemerschap was er niet. Boekenreeksen kwamen ook nooit goed van de grond. De Volkskrant had de reeks ‘De Luis in de Pels’. Journalisten die daarin publiceerden, kregen helemaal niets, geen enkel percentage van de royalty’s. En nu zag ik dat het boek van de economieredactie over DSB Bank weer bij een heel andere uitgeverij is verschenen, bij Conserve. Dat is een uitgeverij waar nooit eerder contact mee is geweest. Maar er zijn wel al 30.000 exemplaren van verkocht.

Hoe komt dat? Duldde men geen indringers in de koninkrijkjes?

Dat heeft meegespeeld. Maar het heeft ook te maken met angst en onzekerheid. Een mooi voorbeeld zijn ook de internetavonturen. PCM heeft PIM opgericht, PCM Interactieve Media. De kranten begonnen hun eigen websites. Dat had Smaling het liefst willen verbieden. Hij vond dat de internetactiviteiten net als de papieren kranten - druk, distributie, advertentieverkoop - baat hadden bij samenwerking, bijvoorbeeld met het poolen van kostbare investeringen. Maar om dat poolen van de grond te krijgen, had hij die eigenwijze redacties moeten paaien. Hen op de kast jagen met PIM, en door krantenwebsites te verbieden of dwarsbomen, werkte alleen maar averechts.

Zijn journalisten niet gewoon te eigenwijs?

Het is altijd moeilijk geweest om krantenbedrijven te integreren. Achteraf kun je vaststellen dat Smaling in 1995 iets had moeten doen. Hij had één krant en de boekenuitgeverijen moeten verkopen.

Apax heeft meer dan 100 miljoen euro verdiend aan PCM. Heeft Apax eigenlijk iets toegevoegd?

Volgens mij helemaal niets. Ik zie het althans niet. In NRC-kringen zegt men dat Apax heeft gezorgd voor verzakelijking. Maar daar geloof ik niets van. Van de opvolging van Theo Bouwman hebben zij een zooitje gemaakt, ze zijn akkoord gegaan met een ongebruikelijke zeggenschapsverdeling. Groeifinanciering met schuld werkt alleen als je er bovenop zit. Dat heeft Stephen Grabiner niet gedaan. Hij heeft alleen dingen tegengehouden. Waarschijnlijk heeft Apax vanaf het begin geweten dat zij veel aan de deal zou gaan verdienen. Misschien dat zij daarom gemakzuchtig zijn geworden.

U spaart niemand in het boek en toch was bijna iedereen bij de boekpresentatie aanwezig. Dat moet toch een prettig gevoel zijn.

Ze hadden het boek natuurlijk nog niet gelezen. Toen Theo Bouwman weg ging, zei hij tegen mij: ‘Nou, we lezen het wel.’ Dat vond ik wel aardig: hij blijft een bluffer.

Jacob Burak: een psycholoog in de zakenwereld nieuws
27 mei 2009 | Hans van der Klis

Als jongeling stond de Israëlische zakenman Jacob Burak voor de keuze: psychologie of industriële technologie studeren. Zijn vader, een Holocaustoverlevende, haalde hem over voor zekerheid te kiezen. Maar zonder zijn liefde voor de psychologie had Burak het ongetwijfeld nooit zover geschopt. Een kort vraaggesprek.

Het komt weinig voor dat een boek over een zakelijk onderwerp het tot de bestsellerlijsten schopt. In Nederland is Jeroen Smit met De prooi de uitzondering die de regel bevestigt, in Israël is die rol weggelegd voor de ‘venture capitalist’ Jacob Burak wiens Tobben chimpansees ook over hun pensioen? onlangs in vertaling verscheen. Negen maanden stond Buraks boek hoog in de bestsellerlijst: er gingen 35.000 exemplaren over de toonbank. Burak heeft de opbrengsten aan een goed doel geschonken. Voor het geld hoeft de oprichter van investeringsfonds Evergreen Fund het namelijk niet te doen.

Burak brengt een bliksembezoek aan Nederland. Met de opmerking ‘Een zakelijke afspraak’ laat hij de reden in het midden. Maar hij ruimt graag wat tijd in om de Nederlandse vertaling van zijn bestseller in ontvangst te nemen en er is tijd voor een kort interview over zijn boek ‘Tobben chimpansees ook over hun pensioen?’. ‘Psychologie van geld en geluk’ heeft de uitgeverij op het omslag gezet. Het boek is opgebouwd uit de columns die Burak schreef voor een financieel magazine in Israël. De economische crisis komt in het boek nog niet aan bod: de columns zijn ouder. De crisis is het onderwerp van zijn tweede boek, waarover hij niet veel kwijt wil. Liever praat hij over zijn eerste boek. Door er persoonlijke achtergronden in te verweven heeft Burak geprobeerd iets meer eenheid te creëren in de stukken. ‘Wanneer je de zestig bent gepasseerd, krijg je de neiging om je ervaring te willen delen. Als ik een grote lijn zou moeten aanwijzen, zou ik zeggen dat het boek over keuzes gaat. Dat wordt ook wel opgepikt: ik krijg veel reacties van jongeren die de belangrijkste beslissingen in hun carrières nog moeten nemen.’

Burak, zoon van een Joods echtpaar dat de Tweede Wereldoorlog overleefde, twijfelde als jongeling tussen twee studies: psychologie en industriële technologie. Op aanraden van zijn vader koos hij voor zekerheid. ‘Als enige zoon van Holocaustoverlevenden deed ik mijn ouders graag een plezier’, schrijft hij. Maar het boek laat zien dat hij zijn liefde voor de psychologie nooit heeft verloren. ‘Zakendoen is psychologie’, zegt hij. ‘Alles wordt bepaald door psychologie. Neem alleen de waarde van aandelen al: als objectief was vast te stellen wat de waarde van een aandeel bedraagt, zou de aandelenmarkt nooit in beweging komen. Het verschil wordt bepaald doordat sommige mensen denken dat een aandeel meer waard is en andere mensen het aandeel willen verkopen.’

Zijn boek doet in zekere zin denken aan het werk van Malcolm Gladwell: ook Burak maakt vaak gebruik van wetenschappelijk onderzoek van anderen om zijn punt duidelijk te maken. Voorbeelden ontleent hij aan onderzoeken en theorieën van bekende wetenschappers. Maar hij is wijs genoeg om er niet zomaar mee aan de haal te gaan. ‘Informatie is geen kennis’, zegt hij. ‘Of, om preciezer te zijn: informatie is geen wijsheid. Kennis is elke dag een nieuw ding leren. Wijsheid is elke dag iets kunnen vergeten, omdat je begrijpt waar je prioriteiten liggen. Dat is zeer moeilijk, want wij mensen hebben behoefte aan een verhaal, aan betekenis. Een verzameling feiten zegt ons weinig, wij zijn geïnteresseerd in samenhang. Maar dat is een gevaarlijke behoefte. Wij zijn geneigd om trends te willen herkennen lang voordat zij zich hebben uitgekristalliseerd. Dan is het gemakkelijk om de verkeerde conclusie te trekken.’

Als investeerder is Burak altijd geïnteresseerd geweest in irrationeel gedrag. In het begin van zijn boek beschrijft hij een ontmoeting met de investeerder dr. Rueben Hecht, die hij wilde verleiden deel te nemen in het Evergreen Fund. In het gesprek werkte Burak één voor één zijn argumenten af, maar Hecht wilde niet happen. Op het moment dat Burak het bijna wilde opgeven, waaiderde het gesprek uit en kwamen de twee mannen te spreken over het verleden. Toen Burak vertelde op welk schip zijn ouders na de Tweede Wereldoorlog Europa waren ontvlucht, sloeg er een vonk over. Het was het schip waar Hecht, door zijn politieke voorkeur, de meeste binding mee voelde. Hecht was op zoek geweest naar een reden om zich verbonden te voelen met Burak, in plaats van naar een technisch verhaal over rendementen. Wat je verkoopt, is niet altijd hetzelfde wat de koper aankoopt, luidt de conclusie van Burak. Hij beschouwde het als geluk, maar het verhaal vertelt ook iets over de irrationele manier waarop mensen zaken doen. ‘Irrationaliteit is niet te vermijden’, zegt Burak. ‘Maar wanneer je je er van bewust bent, heb je al een voorsprong op de concurrentie.’

Burak beschouwt zichzelf niet als een geboren zakenman, maar hij heeft zich door discipline en vasthoudendheid opgewerkt. Dat betekent dat hij zich niet alleen heeft toegelegd op de economische theorie maar ook op de psychologie van het zakendoen. Burak heeft in Israël een reputatie opgebouwd als scherpzinnig interviewer van de mensen met wie hij in zee gaat. Het is een praktijk die hij tot op de dag van vandaag volhoudt. ‘Je moet altijd zeker weten dat je met de juiste persoon in zee gaat’, zegt hij. Burak wil altijd weten of iemand als eerste, als tweede of later is geboren. De beste CEO’s zijn altijd de eerstgeborenen, is zijn overtuiging: hij is degene die de autoriteit van zijn vader heeft moeten breken. Bovendien hebben zij de neiging bezitterig te zijn en risico’s uit te sluiten. De tweede zoon is de rebel en daardoor de betere ondernemer. ‘Het is natuurlijk niet het enige waar ik naar kijk Ik probeer altijd vast te stellen hoe de relatie met de vader is geweest, om de begrijpen hoe de kandidaat omgaat met autoriteit en of hij in staat is problemen met autoriteit op een constructieve manier op te lossen.’

Gestimuleerd door zijn behoefte aan verdieping en reflectie heeft Burak besloten het tegenwoordig wat rustiger aan te doen. Behalve schrijver is hij tegenwoordig ook voorzitter van Maaleh, een non-profitorganisatie die bedrijven stimuleert om meer betrokkenheid te tonen bij mens en maatschappij. Met Maaleh is hij erin geslaagd een index toe te voegen aan de beurs in Israël met de twintig bedrijven die op dit gebied het best presteren. Hij besluit zijn boek met een oproep om bedrijven ertoe te dwingen zich rekenschap te geven van de schaduwkosten die zij maken: de belasting voor mens en milieu. De persoonlijke aansprakelijkheid van ondernemers is beperkt, waardoor zij zich niet of onvoldoende verantwoordelijk voelen voor hun omgeving. Wij kijken altijd naar de grote bedrijven als we het hebben over ecologie en milieu, maar het aandeel van kleine bedrijven in de milieuvervuiling is groter, laat hij zien. Ook zij moeten dus hun verantwoording nemen, schrijft Burak. ‘Voordat de traditionele economie verdwijnt en wij ook.’

‘Verander- diagnose’ van Rob van Es Managementboek van het Jaar nieuws
27 maart 2009 | Pierre Pieterse

Het boek Veranderdiagnose van Rob van Es is verkozen tot Managementboek van het Jaar 2009. De jury maakte dit dinsdag 10 maart klokslag 21.20 bekend tijdens het drukbezochte Managementboekengala in De Rode Hoed te Amsterdam. De runner-ups waren achtereenvolgens (in willekeurige volgorde): De prooi van Jeroen Smit, Gepast en ongepast geld van Hans Ludo van Mierlo, Van unitmanagement naar multidimensionale organisaties, van Hans Strikwerda, Leiders van vandaag - lessen voor morgen van Harry Sonnenschein en Wouter Hart, en SUMMIT van Buck Jüch.

De jury heeft met het boek Veranderdiagnose vermoedelijk onbedoeld een verrassend actueel boek bekroond. Niet dat veranderen op zich nu zo actueel is, maar de veranderaanpak die Rob van Es bepleit zou wel eens het scharnierpunt kunnen zijn om de huidige enorme (financiële) crisis aan te pakken. Volgens Van Es is namelijk wat hij ‘de onderstroom’ noemt essentieel voor het welslagen van ingrijpende veranderingen. Hij doelt hier op associaties en emoties, op wat er leeft in een organisatie of in de maatschappij. Als je niet weet wat er leeft, kan een interventie, hoe goed feitelijk en/of cijfermatig onderbouwd ook, faliekant verkeerd uitpakken.

Maar in de praktijk is het bijna altijd ‘beheersing’ wat de boventoon voert, ‘de bovenstroom’ dus. Elke interventie wordt ingegeven en bepaald door feiten & cijfers. Ook nu, terwijl herstel van vertrouwen juist topprioriteit moet hebben. De gedachte is dat ijzeren wetmatigheden en kille logica de beste manier zijn om niet alleen de cijfers weer op orde te krijgen maar ook om het o zo noodzakelijke vertrouwen te herstellen. Er wordt over het hoofd gezien dat nou net vertrouwen zich niet laat sturen door cijfertjes. Beeldvorming, vertrouwen, emotie, het zijn allemaal zaken die niet passen in een spreadsheet, terwijl ze juist zo noodzakelijk zijn om uiteindelijk onder de streep zwarte cijfers te kunnen noteren. Te beginnen bij de financiële instellingen inderdaad.

Zo mag Jan Hommen van ING dan een punt hebben dat het niet uitkeren van bonussen meer schade oplevert dan de feitelijke 300 miljoen, omdat dan afspraken worden geschonden, maar deze redenering gaat volstrekt voorbij aan de heersende emoties. Mensen begrijpen dat niet, of willen dat niet begrijpen. En dit is maar een klein voorbeeld. Te vrezen valt dat de lijst gestaag zal aangroeien. Net zoals ‘de onderstroom’.

(Later deze week volgt een verslag van het Managementboekengala. In het dossier Managementboek van het Jaar vindt u interviews en podcasts met de genomineerde auteurs en reviews van alle boeken.)

De crisis was journalisten voor nieuws
23 februari 2009 | Rob Hartgers

Iedere journalist die in deze tijd ondernemers of bankiers moet interviewen, is bekend met de klacht: ‘Jullie maken het alleen maar erger!’ De gedachte dat de media de crisis aanwakkeren is populair. Weinig verrassend denken journalisten daar zelf een stuk genuanceerder over, zo bleek 9 februari tijdens een discussiebijeenkomst van de Vereniging van Onderzoeksjournalisten (VVOJ). Economieredacteur Maarten Schinkel van NRC Handelsblad kwam met een tegenargument: ‘De crisis was ons journalisten steeds een stap voor. Dat pleit ons vrij van de beschuldigingen.’ Peter van Zadelhoff van RTL Z: ‘De journalistieke reflex is altijd dat wij niets fout doen. Ik denk wel dat wij de paniek hebben aangewakkerd. Maar de feiten zijn nu eenmaal niet te ontkennen.’

Tijdens de bijeenkomst stond niet de macht, maar vooral de onmacht van journalisten centraal. Het wordt voor media steeds lastiger om verslag te doen over het bedrijfsleven. Een ‘scoop’ scoren over beursgenoteerde ondernemingen is bijkans onmogelijk, vertelde Schinkel: ‘Bedrijven hebben een meldings- en informatieplicht. Zodra ik ze bel om een verhaal te checken, is het bedrijf verplicht om meteen een persbericht de deur uit te doen. Doen ze dat niet, dan kunnen ze worden aangeklaagd door hun aandeelhouders. Ze mogen per definitie geen primeurs weggeven.’

Niet alleen regelgeving, ook de cultuur in het bedrijfsleven speelt journalisten parten, vertelt Van Zadelhoff : ‘Het is lastig geworden om contacten te leggen met mensen binnen bedrijven. Jeroen van der Veer kom je niet tegen op een borrel. Het is niet zo als in politiek Den Haag waar iedereen graag met de pers spreekt.’ Schinkel: ‘Vroeger kreeg je nog wel eens wat te horen op de Nieuwjaarsborrel van ING. Dat is nu niet meer zo. Iedereen is op zijn hoede. In de financiële wereld praat met niet met de pers. Zelfs statistische bronnen, zoals de ratings van banken, blijken onbetrouwbaar. Het echte verhaal is daarom lastig te achterhalen. Ik kende de cijfers van ING, wist dat het niet lekker ging, maar dat men elkaar de tent uitvocht las ik voor het eerst in De prooi van Jeroen Smit.’

Voor Van Zadelhoff werd de omvang van de crisis pas duidelijk na het faillissement van Lehmann Brothers in september 2008. Een beetje laat, erkent hij: ‘Ik heb dit niet eerder meegemaakt. De voortekenen waren lastig te herkennen.’ Schinkel voelde in augustus 2007 al nattigheid, toen de Europese Centrale Bank en de Amerikaanse Federal Reserve honderden miljoenen injecteerden in de financiële markten. Het bleek de bliksemschicht die het echte onweer aankondigde.

De tijd tussen schicht en donder gaf Schinkel en zijn collega’s de kans om zich te verdiepen in de innovatieve financiële producten van de bankiers. Tegen de tijd dat het onweer in alle hevigheid losbarstte, waren ze goed gedocumenteerd. Schinkel: ‘Voordat de crisis uitbrak waren er bij ons op de redactie hooguit drie mensen die wisten wat collateralized debt obligations waren: Jeroen Wester, Menno Tamminga en ik. Bij Het Financieele Dagblad zaten misschien vier mensen die dat wisten. Die kennis is sindsdien enorm verbreed.’ Om daaraan toe te voegen: ‘Niet dat we de onderliggende formules snappen. Daar moet je astrofysicus voor zijn.’

Schinkel en Van Zadelhoff zijn blij dat de kredietcrisis over is gegaan in een recessie. Schinkel: ‘Het werd eentonig. Op een gegeven moment ben je door je superlatieven heen.’ Van Zadelhoff: ‘Er kan niet iedere dag een bloedbad zijn op de beurs. Wij hadden zelfs een lijst met verboden woorden.’ Ten tijde van de ‘credit crunch’ vond Schinkel het lastig om zijn lezerspubliek uit te leggen dat het financiële systeem implodeerde, terwijl de beurs daar slechts mondjesmaat op reageerde: ‘Pas als de beurs in elkaar stort, kun je je verhaal kwijt. Een gewone crisis is makkelijker uit te leggen. Dat gaat over massaontslagen, een woningmarkt die stagneert en dalend consumentenvertrouwen. De kredietcrisis was uncharted territory.’

Shortlist managementboek van het jaar nieuws
19 januari 2009 | Pierre Pieterse

De jury van het Managementboek van het Jaar heeft zojuist bekend gemaakt welke zes boeken voor 2009 genomineerd zijn voor deze prestigieuze titel. Op 10 maart 2009 wordt de prijs uitgereikt tijdens het zesde Managementboekengala in De Rode Hoed te Amsterdam.

Management is een vakgebied dat zich in grote belangstelling blijft verheugen. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat in 2008 het aantal oorspronkelijk Nederlandstalige managementboeken wederom is toegenomen: kon de jury vorig jaar nog kiezen uit honderd titels, dit jaar was dit aantal met vijfentwintig procent gegroeid. Uit deze honderdvijfentwintig titels heeft de jury een longlist samengesteld, waaruit de zes titels voor de shortlist zijn geselecteerd. In willekeurige volgorde: Veranderdiagnose van Rob van Es, Leiders van vandaag - lessen voor morgen van Wouter Hart en Harry Sonnenschein, Summit - een gids voor managers op weg naar de top van Buck Jűch, Gepast en ongepast geld van Hans Ludo van Mierlo, De prooi van Jeroen Smit, en Van unitmanagement naar multidimensionale organisaties van Hans Strikwerda.

Uiteraard heeft Boekcover de afgelopen tijd ook de nodige aandacht geschonken aan de (naar nu blijkt) genomineerde boeken. Luister bijvoorbeeld naar onze podcast interviews met Jeroen Smit, Hans Strikwerda en Rob van Es. Of lees onze interviews met Hans Strikwerda, Rob van Es, Hans Ludo van Mierlo, Harry Sonnenschein of Buck Juch.

(Op de website www.managementboekengala.nl vindt u meer informatie over de jury, de shortlist, longlist, selectie, en over de uitreiking.)

Bankhaat column
15 januari 2009 | Pierre Pieterse

Tijdens zijn welverdiende Kerstvakantie las minister Wouter Bos De prooi van Jeroen Smit en blogde: ‘Als er zich nog ooit hier een bankier of een baas uit het bedrijfsleven durft te melden die geringschattend durft te doen over de kwaliteit van de besluitvorming in politiek en overheid en hoog op geeft over ratio en strategie in het bedrijfsleven......ik zal ze met dat boek in de hand het pand uitwerken want het is werkelijk ten hemel schreiend wat een onvermogen en chaos je in dat boek honderden pagina's achter elkaar tegen komt. Kortom, heel ontspannend!’

Eerder had Bos de bankiers al afgeserveerd toen zij in een gesprek met Tweede Kamerleden op 26 november 2008 deden alsof ze geen daders maar slachtoffers van de kredietcrisis waren. Bos: ‘De banken moeten hun maatschappelijke functie zien. Ze zullen zich wat nederiger moeten opstellen en opener moeten opereren’. Volgens communicatieadviseur Charles Huijskens waren Nederlandse topmannen niet gewend om hun excuses aan te bieden. Dat was niet zozeer uit angst voor schadeclaims, maar ‘het past gewoon niet in onze cultuur om het boetekleed aan te trekken’. In het Nederlandse poldermodel was nooit iemand schuldig, we hadden het altijd met z’n allen gedaan. Hij was benieuwd hoe het Gerrit Zalm zou vergaan bij ABN Amro: ‘De arrogantie bij die bank is ongekend, echt ongekend’ (De Volkskrant 28.11.08).

Dat laatste werd niet alleen bewezen doordat chef-brokkenmaker Rijkman Groenink doodleuk liet weten wel te willen terugkeren bij dé bank, omdat niemand in Nederland zoveel verstand had van bankzaken in het algemeen en van ABN Amro in het bijzonder. Ook zijn gedoodverfde opvolger Jan Peter Schmittmann weigerde in te stemmen met de 2,4 miljoen euro die de bank hem als vertrekpremie wilde meegeven. Hij eiste alsnog 8 miljoen, en kreeg die ook van de kantonrechter mee. Ook Schmittmann las onlangs De prooi en kon de auteur naar eigen zeggen niet betrappen op enige onwaarheid.

In de mooie uitdrukking van De Volkskrant (3.1.09) leidde die buitensporige oprotpremie voor Schmittmann tot een ‘laatste eruptie van bankhaat’. Inderdaad lijkt het tijdperk van de megasalarissen voorlopig ten einde. Ook bij ABN Amro zullen de vertrekpremies onder de regie van Gerrit Zalm waarschijnlijk worden geschrapt. Zo gaat Schmittmann hopelijk de geschiedenis in als de laatste grote bankrover uit het tijdperk van de ‘exhibitionistische zelfverrijking’.

Maar ook in dit laatste geval lijkt het niet zozeer te gaan om geld als wel om de goede naam en faam en om compensatie voor een plotseling tot stilstand gekomen ambitieuze carrière. Niet dat dat uiteindelijk veel verschil maakt. Schmittmann heeft zijn eigen glazen vakkundig ingegooid door zijn hoge eigendunk te vertalen in harde munt. Hij komt met deze reputatieschade op 52-jarige leeftijd nergens meer aan de bak, en zal die 8 miljoen voor de rest van zijn leven dus hard nodig hebben.

De tragiek van de kredietcrisis is niet dat mensen (mannen? mannelijke bankiers?) door hebzucht worden voortgedreven, maar dat hun onuitroeibare zucht naar erkenning en waardering binnen het kapitalistische systeem exclusief in geld wordt uitgedrukt. De hebzucht is eigenlijk ‘mimetische hebzucht’, omdat niemand wil onderdoen voor de ander in de enige competitie die er werkelijk toe doet. Arrogantie (een torenhoog gevoel van eigenwaarde, collectief opgezweept) wordt automatisch omgezet in torenhoge salarissen en bonussen.

Toch kom je ze nog hier en daar tegen: de dappere verdedigers van de hebzucht als drijfveer van ons economisch bestel. Van een doorgewinterde bankier als Hans de Gier, topman van de Zwitserse bank Julius Bär, kan je niet anders verwachten. Hebzucht hoort volgens hem bij het kapitalisme, en daar moet je niet emotioneel over doen: ‘Zakenbankiers zijn geldwolven, net als iedereen’ (NRC Handelsblad 24.12.08). Minder voor de hand liggend is dat CPB-directeur en PvdA’er Coen Teulings hem bijvalt: ‘Hebzucht is een kenmerk van financiële markten. Ik begrijp heel goed dat dat een onaangename eigenschap is, maar denk niet dat je zonder die markt kunt. Hebzucht zal ook echt niet verdwijnen.’ Is ‘greed’ dan ‘good’?: ‘Nee, nee, zo is het niet, ik constateer gewoon een nuchter feit: hebzucht zit diep in mensen’ (De Volkskrant 13.12.08).

Maar zo’n zogenaamd neutrale constatering is verre van onschuldig: zij is eerder een cynische capitulatie of een machteloze vorm van goedpraterij. ‘Homo homini lupus non est.’ Niet iedere mens (man, bankier) is per definitie een (geld)wolf. We hoeven ons bij Teulings’ kille constatering niet neer te leggen. Het is een oud inzicht dat een betere maatschappij hogere morele eisen zal stellen aan mensen dan het heersende systeem. Dat hoeven niet per se christelijke of socialistische waarden van altruïsme en solidariteit te zijn, maar waarden als zelfbeheersing, matiging, bescheidenheid en zelfrespect. Als de ‘bankhaat’ ertoe leidt dat dit inzicht wat meer doorbreekt, is dat linkse onderbuikgevoel zo slecht nog niet.

Heemskerk: ‘Het ontbreekt de bankiers aan zelfkritiek’ nieuws
31 oktober 2008 | Hans van der Klis

Het verwondert Frank Heemskerk, staatssecretaris van Economische Zaken, dat de bankiers zo stil zijn nu de grote banken met belastinggeld zijn gered. ‘Er lijkt weinig zelfkritiek te bestaan onder bankiers’, zei hij tijdens de presentatie van het boek dat Jeroen Smit schreef over de teloorgang van ABN Amro, De prooi. ‘Het blijft ongelooflijk dat duurbetaalde bankiers met belastinggeld gered moeten worden. Ik snap dat de bakker op de hoek hier pissig op reageert.’

Alsof hij het erom had gedaan: daags voor de presentatie van het boek dat Jeroen Smit schreef over de ondergang van ABN Amro, De prooi, liet voormalig topman Rijkman Groenink in een interview weten dat hij best bereid was zitting te nemen in de nieuwe raad van commissarissen. Een treffender illustratie van hoe iemand het contact met de werkelijkheid kan verliezen, was niet denkbaar. Maar Smit was hem dankbaar dat hij, in een tijd dat wij al lang weer bezig zijn met het volgende hoofdstuk van de financiële crisis, het drama dat zich vorig jaar afspeelde weer even in herinnering bracht.

De presentatie van De prooi vond plaats op een toepasselijke plek: in de voormalige vergaderzaal van de raad van bestuur van ABN Amro in De Bazel, tot 1995 het hoofdkwartier van de bank die in 1991 uit een fusie was ontstaan. Staatssecretaris Heemskerk van Economische Zaken kende de zaal nog uit de tijd dat hij werkzaam was voor ABN Amro: in zijn tijd kwam het debatingclubje voor jonge bankiers er ook samen. De symboliek van de locatie was echter niet alleen van sentimentele aard. Tot zijn spijt moest staatssecretaris Heemskerk vaststellen dat de bank als gevolg van de overname, opsplitsing en kredietcrisis in feite terug was bij af, bij de situatie zoals die in 1991 bestond. En dat hadden weinigen kunnen denken. ‘De raad van bestuur en de raad van commissarissen kunnen daar niet tevreden mee zijn, temeer daar de toekomst en de continuïteit van het bedrijf nog onduidelijk zijn.’

Heemskerk, die twee dagen na de eerste brief van TCI aantrad als staatssecretaris, was trots het eerste exemplaar van het boek over de ondergang van ABN Amro in ontvangst te mogen nemen. Van de uitgever had hij een drukproef meegekregen op een reis naar Sjanghai, die hij op de terugreis in één ruk had uitgelezen (438 dichtbedrukte pagina’s). Hij trok parallellen met Smits eerdere boek, Het drama Ahold, in 2005 uitgeroepen tot Managementboek van het Jaar. ‘In beide boeken zie je wat er gebeurt als de topmanager onfeilbaar lijkt. Ook Ahold is in één weekeinde gered, destijds door drie Nederlandse banken; de Amerikanen waren afgehaakt. De banken lieten zich toen leiden door de historie en de lange relatie met het bedrijf. Kennelijk leefde er toen wel nog een Oranjegevoel.’

Dat gevoel had ontbroken tijdens de ondergang van ABN Amro en dat had Heemskerk, als oud-werknemer, duidelijk niet onberoerd gelaten. Weliswaar had Rijkman Groenink een andere managementstructuur geïntroduceerd, met meer nadruk op duidelijke taakafbakeningen en meer Angelsaksische accenten, toch vergeet je je eerste werkgever niet, stelde Heemskerk, zoals je ook je eerste vriendinnetje niet vergeet. De nieuwe cultuur had echter wel voor meer afstand gezorgd. Het was hem in zijn eerste dagen op het ministerie van EZ wel opgevallen dat er veel over ABN Amro werd gesproken, maar dat slechts weinig mensen zich geroepen voelden stelling te nemen. Vaak werd gezegd dat ook de banken ‘de tucht van de markt’ moesten ondergaan, zoals zakenbankiers ook zo vaak over hun eigen prooien hadden gezegd. Er was ook nauwelijks contact meer tussen politici, topambtenaren en bankiers: gezamenlijke lunches van politici en bankiers, ooit een traditie, werden slecht bezocht.

Heemskerk benadrukte het ook als staatssecretaris jammer te vinden dat de bank niet meer bestaat. Voor de werkgelegenheid is het slecht. Ook vervulde ABN Amro een belangrijke rol als opleidingsinstituut. Die positie is nu definitief verloren gegaan: de bank is terug bij af, terug in 1991, het jaar dat de fusie tussen ABN en Amro Bank beklonken werd. Erger is nog dat er miljarden nodig zijn om de restanten overeind te houden, betoogde Heemskerk. ‘De vele miljarden die in de reddingsoperaties van Fortis en ABN Amro zijn gestoken beheersen de kranten, Bos, Balkenende en Wellink krijgen complimenten voor hun daadkrachtige optreden. Maar het blijft ongelooflijk dat duurbetaalde bankiers met belastinggeld gered moeten worden. Ik begrijp dat voor deze oplossing is gekozen, in het belang van de spaartegoeden en het financiële systeem, maar ik snap ook dat de bakker op de hoek hier pissig op reageert. Want wat gebeurt er als zijn bedrijf op omvallen staat? Helemaal niets.’ Het verwondert Heemskerk daarom dat het zo stil blijft onder de bankiers. ‘Er lijkt weinig zelfkritiek te bestaan bij de bankiers’, zei hij, een opmerking die hem een voorzichtig applaus opleverde.

Heemskerks conclusies: lees dit boek, leer voor de toekomst. Laten we proberen de werelden van de burgers, de bankiers en de politici beter met elkaar te verbinden. ‘De redding van Fortis en ABN Amro Nederland heeft ons 16 miljard euro gekost. Dat is 1000 euro per inwoner. En dat legt een enorme verantwoordelijk bij de bankiers.’ Bovendien hoopt Heemskerk dat de overname door de staat zal leiden tot meer zelfkritiek en blijvende bescheidenheid bij bankiers. Want dat, zo blijkt uit dit boek, is hard nodig.

De prooi: epiloog V... nieuws
30 september 2008 | Pierre Pieterse

De wandelgangen weten al wie ‘Dé bank’ gaat overnemen van Fortis: Rijkman Groenink. De financiering is geen probleem, zijn afscheidsbonus is voldoende. Aldus de welingelichte bronnen Fokke & Sukke in het NRC. Inderdaad grappig omdat het zo treurig is. Is dit scenario ook zo grappig voor Jeroen Smit, auteur van het boek De prooi (over de deconfiture van ABN AMRO) dat 30 oktober verschijnt? De drukpers loopt zich warm, terwijl de apotheose zich aan het voltrekken is.

‘Dat maakt niets uit’, zegt Jeroen Smit, ‘Mijn boek reconstrueert de periode 1990 tot 2007, dus de periode die begint met de fusie tussen ABN en AMRO en eindigt in 2007 met de verkoop aan het bankentrio. Daar gaat het boek over, en wat er nu gebeurt, verandert niets aan die reconstructie. Wel is het zo dat ik op dit moment bezig ben met de vijfde versie van de epiloog waarbij ik probeer een stuk te schrijven met een zekere houdbaarheid. Maar vrijdag moet alles klaar zijn. Als er dan nog dramatische wendingen zijn, so be it.’

Volgens Jeroen Smit is het verhaal van ABN AMRO in het klein het ‘grote bankverhaal’, met nu dus een wereldwijde malaise als gevolg. ‘Het vertrouwen in banken is weg, en dat is het gevolg van het feit dat banken hun taken anders zijn gaan invullen. Het focus is verschoven van klanten naar aandeelhouders, dus de nadruk kwam te liggen op resultaten in plaats van op hun nutsfunctie. Men ging deals sluiten en de keuze van activiteiten werd aangejaagd door een systeem van bonussen om maar vooral aandeelhouderswaarde te creëren. Dat is natuurlijk gek omdat klanten meer geld bij banken hebben ondergebracht dan aandeelhouders, klanten zijn dus veel belangrijker. En gevaarlijk omdat aandeelhouders allesbehalve trouw zijn. Zo gewonnen, zo geronnen.’

Het verhaal van ABN AMRO loopt globaal langs dezelfde lijn. Men koos ervoor om een zakenbank te worden, men wilde bij de grote jongens horen, bij de Merril Lynches en JP Morgans van deze wereld. Daarmee verdween de klant uit het zicht. Die keuze leidde tot interne spanningen, en tot onderling wantrouwen, zeker toen de beoogde resultaten uitbleven. En met dat uitblijven van resultaten keerde de aandeelhouder de bank ook nog eens de rug toe, en daarmee werd ABN AMRO dus een prooi.

De kredietcrisis heeft dit dodelijke mechanisme branchebreed blootgelegd: diverse tamelijk schimmige activiteiten leveren niet alleen niet het gewenste resultaat op maar blijken ook nog eens bijzonder risicovol te zijn, aandeelhouders verliezen het vertrouwen en verlaten direct en masse het schip, en klanten kiezen het zekere voor het onzekere. Hierdoor wordt de solvabiliteit ernstig, zeg maar gerust exponentieel ondermijnd, en dat leidt ertoe dat banken onderling geen zaken meer doen. Kortom: nu het vertrouwen van aandeelhouders, klanten en banken onderling is verdwenen, is elke bank een prooi geworden.

Volgens Smit ligt het niet in de lijn der verwachtingen dat ING ABN AMRO gaat overnemen. ‘Ze hebben geen interesse, omdat ook voor hen overleven op dit moment het adagium is.’ Wat gaat er dan wel gebeuren? ‘Zeker weet ik het niet, maar ik denk dat ABN AMRO voorlopig een tijdje zelfstandig blijft bestaan als kleine bank. Een stand alone scenario dus, bijvoorbeeld via een management buy out. Het gaat er nu allereerst om rust in de tent te krijgen en het vertrouwen van klanten terug te winnen.’ Waarmee de ondertitel van het boek van Smit, ‘Blinde trots breekt ABN AMRO’ met vooruitwerkende kracht eer wordt aangedaan.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden