Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Met 'lede' ogen nieuws
7 mei 2020 | Bertrand Weegenaar

Pessimisme is voor losers is de bijzondere correspondentie die Kees van Lede en Joris Luyendijk tussen 26 april 2018 en 16 december 2019 met elkaar onderhielden. Een captain of industry en een journalist.

 

Het brievenboek als vorm is klassiek. En komt, helaas, nog weinig voor. Het biedt, zo blijkt uit dit geslaagde experiment, ruimte voor diepgang en bezinning.
De brieven zullen in het geval van de heren Van Lede en Luyendijk e-mails zijn. Ik zie Kees van Lede in de avonduren niet op zijn honden-uitlaatrondje langs een brievenbus van PostNL lopen. Deze zijn immers uitstervend. Plus, en dat weten we van Van Lede uit deze correspondentie, lijdt hij regelmatig aan spit.

Deze persoonlijke noten, van beide auteurs, geven de correspondentie een mooie dimensie. ‘Dit boek begon op een Londense dinsdagochtend een tijdje terug. Buiten regent het, uiteraard, binnen zitten jij en ik op de zoveelste verdieping van het Europees hoofdkwartier van de bank JPMorgan.’ De ‘jij’ is journalist Joris Luyendijk (1971). Voornamelijk bekend van televisiewerk en zijn boek Dit kan niet waar zijn waarin hij de mens achter de crisis in de financiële wereld laat zien. Kantoren van JPMorgan zijn geen onbekend terrein voor hem. Kees van Lede (1942) is veelgevraagd commissaris en toezichthouder bij grote beursgenoteerde bedrijven en was o.a. voorzitter van de werkgeversorganisatie VNO en bestuurder van AkzoNobel. Ook hij zal bankiers meermalen recht in de ogen gekeken hebben.

In de tientallen brieven die de twee heren elkaar schrijven is Van Lede meer de uitweidende schrijver. Luyendijk blijft lang ‘de journalist’. Van Lede begint eind 2018 meer zijn draai te vinden en eigen thema’s te introduceren. De dynamiek tussen de twee heren is er vanaf brief één. De belangrijkste thema’s in de eerste helft van de correspondentie: aandeelhouderswaarde, de rol van de toezichthouder, en het Old Boys Netwerk. Geliefde onderwerp van beiden. Luyendijk gooit er regelmatig wat scherpe vragen in, en Van Lede weidt uit over arbeidsmarkt en productiviteit.

Je zou het niet direct verwachten, maar Van Lede is de meest productieve brievenschrijver die diepgang zoekt. Luyendijk heeft, zeker begin 2019 weinig tijd. Op de achtergrond speelt gedurende de hele correspondentie de Brexit. Luyendijk moet er journalist verslag van doen, en Van Lede, anglofiel, ziet de neergang en rol van zijn geliefde Engeland met ‘lede’ ogen aan. Als Luyendijk verslag doet van zijn reis, begin 2019 naar Egypte, waar hij ruim 20 jaar eerder studeerde, en een land aantreft dat zwaar in verval is, krijgt de briefwisseling een mooi persoonlijke diepgang.

De briefwisseling eindigt met van iedere schrijver een brief hoe hij de toekomst ziet. Van Lede geeft uitleg hoe hij regeringsbeleid ziet in een tijdperk van flexibilisering van de arbeidsmarkt. Luyendijk schrijft hoe hij de marktwerking van de journalistiek ziet. Hij is niet gerustgesteld over de kwaliteit die hij ziet en leest. Met Pessimisme is voor losers hebben Joris Luyendijk en Kees van Lede (Always the optimist) een mooie bijdrage geleverd aan een paar actuele discussies.

(Op de achtergrond: de Brexit is een feit. De royalties van dit boek gaan naar een goed doel!)


Kennisfestival live nieuws
23 mei 2016 | Pierre Pieterse

Op woensdag 25 mei wordt voor de eerste keer ‘Het grootste kennisfestival van Nederland’ georganiseerd, met een indrukwekkende line-up. Ruim van tevoren uitverkocht, maar gelukkig via een speciaal in het leven geroepen livestream vanuit de luie stoel te volgen.

Met meer dan 30 topsprekers in combinatie met muziek is dit festival uniek te noemen. Een greep uit het aanbod van sprekers: Martijn Aslander, Jan Rotmans, Hans van der Loo, Arend Ardon, Gijs van Wulfen, Patrick Davidson, Joris Merks….

Deze dag is online live te volgen op www.jijenoverijssel.nl. (‘Hoofdpodium’ De Rederij is vanaf 13.00 uur live te volgen via de livestream.)


Annegreet van Bergen - Werkzekerheid en ondernemersbelang column
25 februari 2016 | Annegreet van Bergen

Je kunt het uit medemenselijkheid betreuren dat steeds meer mensen afhankelijk zijn van flexibele contracten en dat baan- en werkzekerheid langzaamaan verdwijnen. Ook om bedrijfseconomische redenen is deze ontwikkeling niet zonder risico's.

In zijn boek over de financiële crisis, Dit kan niet waar zijn, beschrijft Joris Luyendijk ‘De wereld van Zero Job Security’. Meest flagrante uitwas van het gebrek aan baanzekerheid in de Londense City zijn de bij sommige banken gebruikelijke ‘executies’. Ongeacht het resultaat (ook wanneer ze forse winst boeken) ontslaan banken als Goldman Sachs en JP Morgan ieder jaar de slechtst presterende paar procent van de medewerkers. Ook bij andere banken verliezen mensen bij het minste geringste hun baan.

‘Als je binnen vijf minuten buiten kan staan, wordt ook je horizon vijf minuten. Dat was de kern van de verhalen over zero job security. Niet alleen de loyaliteit verdampt, maar ook de continuïteit, want niemand kan ergens op bouwen,’ concludeert Luyendijk. Een kleine twintig jaar eerder schreef Jeffrey Pfeffer iets vergelijkbaars in The Human Equation - building profits by putting people first. Een onderzoek bij 192 financiële instellingen naar het verband tussen personeelsverloop en winstgevendheid liet zien dat banken die hun medewerkers grotere baanzekerheid gaven, meer winst behaalden dan banken waar mensen gemakkelijk konden worden ontslagen. De verklaring is in zijn eenvoud verbluffend: wanneer accountmanagers het idee hebben dat ze niet lang bij een bank blijven, willen ze zo snel en zoveel mogelijk leningen aan zoveel mogelijk klanten slijten. Hebben ze daarentegen een langere horizon, dan zullen de kredietwaardigheid van klanten dubbel en dwars checken om te voorkomen dat ze op lange termijn met wanbetalers worden geconfronteerd. Daardoor loopt hun werkgever financieel minder risico dan de bank met flexibel personeel. Hoe evident deze les over het belang van werkzekerheid ook is, aan de bankensector was hij niet besteed.

Nu wordt vanuit een heel andere hoek benadrukt dat werkzekerheid in het ondernemingsbelang is. In het WRR-rapport De robot de baas beschrijft onderzoekster Anna Salomons een interessante paradox: robots kunnen alleen succesvol worden ingezet wanneer bedrijven voldoende mensen in vaste dienst hebben en wanneer ze die niet als robots – flexibel inzetbaar, zonder rechten - behandelen. Salomons zei hierover in de Volkskrant: ‘In het debat over automatisering klinkt vaak de drogreden door dat omdat alles verandert door technologie, we allemaal op flexibele contracten moeten werken, anders kunnen we niet meer mee in de moderne tijd. En dat vakbonden uit de tijd zijn, want door hun gehamer op de rechten van werknemers kunnen we straks niet meer concurreren met robots. Maar we moeten helemaal niet concurreren met robots, we moeten juist complementair zijn aan robots en andere technologie.’

In het rapport maakt ze duidelijk waarom. ‘Nieuwe technologieën worden niet in een vacuüm ingevoerd,’ schrijft ze en betoogt verder dat installatie van een computer of robot op een werkplek niet automatisch een productiviteitsstijging inhoudt. Daarvoor moet ook de manier van werken worden aangepast. Dat gebeurt niet vanzelf, dat is mensenwerk. Daarvoor zijn visie, inventiviteit, durf om te experimenteren en een betrokkenheid op lange termijnnodig. ‘Het bedenken en toepassen van veranderingen vereist dat werkenden risico willen nemen en betrokken zijn bij het bedrijf, en dat is minder waarschijnlijk bij een overvloed aan tijdelijke contracten,’ aldus Salomons. Betrokkenheid van medewerkers in vaste dienst kan er volgens haar ‘voor zorgen dat productiviteitsverhogende ideeën die op de werkvloer ontstaan ook werkelijk bij managers terechtkomen en dat een groter deel van de winsten van deze productiviteitsverbeteringen aan werknemers ten goede komen.’ Tot op zekere hoogte een helder betoog. Er is echter één grote maar: productiviteitsverhoging wordt niet zelden vertaald in vermindering van arbeidsplaatsen en in ontslagen. Helaas heb je in dat geval weinig aan werkzekerheid.

Annegreet van Bergen is econoom, bestsellerauteur en journalist


NS Publieksprijscampagne met Polygoon Journaal voor ‘Gouden jaren’ nieuws
22 oktober 2015 | Hans van der Klis

De bestseller Gouden jaren van onze columniste Annegreet van Bergen is een van de zes genomineerden voor de NS Publieksprijs, de jaarlijkse prijs voor het populairste boek. Met een ouderwetse kettingbrief – per mail – hoopt uitgeverij Atlas Contact stemmen te werven in de concurrentiestrijd met de andere genomineerden.

Op het moment dat bekend werd dat van Gouden jaren van Annegreet van Bergen, columniste van Managementboek Magazine, 100.000 exemplaren verkocht waren, kon zij haar geluk al niet op. Inmiddels komt de volgende mijlpaal in zicht: de teller staat nu bijna op 200.000 exemplaren. De nominatie voor de NS Publieksprijs, waarvoor de nominaties enkele dagen geleden bekend zijn gemaakt, zal de interesse in het boek weer doen oplaaien. Om onze huiscolumniste te parafraseren: de rij boeken is inmiddels van 2,5 kilometer naar bijna vijf kilometer gegroeid.

Digitale kettingbrief

De NS Publieksprijs is wat het is: een publieksprijs waarvoor de meeste stemmen gelden. De laatste twee jaar ging de prijs naar voetbalboekenschrijver Michel van Egmond, die zich gesteund wist door televisieshow VI/Voetbal Inside. Daar hield coryfee Johan Derksen de boeken elke week omhoog. Uitgeverij Atlas Contact probeert Gouden jaren met een even ouderwets als toepasselijk medium onder de aandacht te brengen: de kettingbrief. Natuurlijk wel in digitale vorm, want de tijden zijn veranderd. Ontvangers van de mail wordt gevraagd de mail te forwarden naar vijf anderen. Elke doorgezonden mail zou op die manier 3125 stemmen kunnen opleveren. De laatste winnaar, Kieft van Michel van Egmond, kreeg 88.414 stemmen. Als iedereen netjes doet wat hem wordt gevraagd, zouden 29 doorgestuurde mails dus voldoende moeten zijn.

T/m 18 november

De kettingmail wordt ondersteund door een speciale editie van het Polygoon Journaal: https://www.youtube.com/watch?v=jnlV-fBy26Q&feature=youtu.be. Op de website van de NS Publieksprijs (https://nspublieksprijs.nl/) kan tot en met 18 november gestemd worden. Diezelfde avond wordt de winnaar bekend gemaakt.

Behalve Gouden jaren van Annegreet van Bergen zijn dit jaar ook boeken van Esther Verhoef, Joris Luyendijk, Griet op de Beeck, Adriaan van Dis en Alexander Münninghoff genomineerd.


Het is waar, geloof het nu maar nieuws
14 april 2015 | Bertrand Weegenaar

In de week dat de NASDAQ weer sloot boven de magische grens van 5.000 punten hield Joris Luyendijk een waar mediaoffensief. Bij de meeste praatprogramma’s sloot hij aan, soms ronde hij af, zoals bij VPRO’s Tegenlicht, met een bijna uur durende analyse / interview bij VPRO Tegenlicht. De titel: Bankgeheimen.

Het draait allemaal om de publicatie van het boek (Onder bankiers) Dit kan niet waar zijn. Het boek is een uitvloeisel van zijn werk voor The Guardian (nog te lezen op het ‘banking blog’ dat hij in 2011 startte. Met simpele antropologische vragen ging hij met lezers van The Guardian en met bankiers uit de Londen City de dialoog aan. Hij sprak met honderden medewerkers, van de back office tot de banking directors en derivaat specialisten.

Luyendijk zijn conclusie: het is erg en nog erger dan we denken. Na de crash van 2008, die groter was dan we kunnen vermoeden, is er weinig veranderd in de bankwereld. Dat wij burgers dit pikken komt doordat we de consequenties niet tastbaar hebben. Wat wel het geval is bij terrorisme (bijvoorbeeld IS) of een ziekte als Ebola. De dreiging van een financiële bancaire crisis is er volgens Luyendijk nog steeds, maar weinigen, insiders, kennen er angst voor. Luyendijk neemt ons mee in zijn eigen ontdekkingstocht en permanente verbazing.

Een belangrijk facet is dat de rekening bij de belastingbetaler gelegd kan worden. De verweving van de politiek met de banken is enorm. Luyendijk omschrijft het als een kaste. Politici, in ruime aantallen vervolgen na hun politieke carrière een carrière in de financiële wereld. Waar ze vele malen meer betaald krijgen en daarmee hun invloed en netwerk als het mis gaat kunnen aanwenden. Dus werd oud-minister van Financiën de baas van een staatsbank die had kunnen omvallen. En dienen menig oud-ministers posities in raden van commissarissen bij banken en verzekeraars. Dit is niet alleen een Nederlands maar een algemeen verschijnsel.

Het boek vertelt aan mensen die de afgelopen jaren veel gelezen hebben over de crisis van 2008, haar aanleidingen en de gevolgen, weinig nieuws. Maar door de open manier om de markt te benaderen is Luyendijk in staat geweest het verhaal van binnenuit te vertellen. Dat maakt het uniek en onthutsend tegelijk. Lezen dus dit boek. En in opstand komen want het systeem van de banken en de mensen die er werken, zijn nog bijna hetzelfde als in 2008.

(Bij dit boek, en aangehaald in de Tegenlicht reportage, de verplichte kijktip Margin Call uit 2012 met o.a. Kevin Spacey, Jeremy Irons en Demi Moore over een bank die de crisis in 2008 in werking zette.)


Geboekstaafd: De top 3 van Betteke van Ruler geboekstaafd
2 april 2015 | Nienke van Oeveren

Betteke van Ruler is emeritus hoogleraar corporate communicatie en communicatiemanagement. Zij heeft een lange carrière achter de rug, eerst als communicatieprofessional, daarna als docent communicatie in het hbo en sinds 1996 als wetenschapper. Ze vertelt over haar 3 favoriete boeken.

1 100% consistent

Ilse van Ravestein

‘Het is belachelijk dat dit boek geschreven moest worden. De kern van 100% consistent is namelijk dat organisaties moeten doen wat ze zeggen. Practice what you preach. Dit kleine boekje legt bloot dat dit niet altijd het geval is. De reden is dat er een kloof zit tussen de formele uitingen en de dagelijkse business en het gedrag van de medewerkers. Dat komt vooral omdat er onvoldoende afstemming is en dus niet overeenkomt wat een organisatie communiceert en hoe de mensen zich gedragen. En dat is ook voor een groot deel communicatie.’

2 Dit kan niet waar zijn

Joris Luyendijk

‘Mijn tweede boek gaat over de stijl van het huis. Ik lees het met één en al verbazing. Het is schókkend hoe weinig de bankiers reflecteren, ze vragen zich niet af hoe de buitenwereld over hun manier van werken denkt. En ik weet zeker dat dit ook geldt voor sectoren als de zorg, het onderwijs of wat dan ook. Overal zie je dit soort tunnelvisie. Voor Luyendijk was het trouwens moeilijk om mensen te spreken; veel wilden niet praten en anderen waren heel bang om herkend te worden. Ze waren bang voor de afdeling communicatie die alle communicatie wil regisseren. Het is echt een verbijsterend boek.’

3 Kop dicht, mond open

Mark Blok

‘Mark Blok beschrijft gelukkig de oplossing met zijn boek over Breaking corporate silence. "Hou op met monologen. Ga met elkaar in gesprek over de olifanten waar iedereen van weet maar niemand over praat", zegt hij. Hoe collega’s met elkaar praten, is doorgaans ook hoe ze met de buitenwereld praten. Er is geen scheiding tussen interne en externe communicatie. Na de enorme centralisatie van de afgelopen jaren verwacht ik trouwens nu weer decentralisatie. Per afdeling een communicatieprofessional. En dan wordt het tijd dat iedere medewerker zelf wordt afgerekend op zijn communicatie.’


Joris Luyendijk: ‘Ook zonder slechte mensen kan je een afschuwelijk slecht systeem laten draaien’ interview
12 maart 2015 | Paul Groothengel

Na achttien maanden schrijven ‘in een spartaanse ruimte’, verrast antropoloog en journalist Joris Luyendijk met zijn boek Dit kan niet waar zijn. Het boek was direct een onverbiddelijke bestseller. Zijn conclusies zijn schokkend. ‘Bankiers hebben echt het idee dat ze 120 rijden op een snelweg waar je maximaal 120 mag rijden.’

Toen u in 2011 begon met uw blog in de Guardian, over het gedrag van bankiers in de Britse ‘City’, wat dacht u toen aan de kaak te gaan stellen?
Misschien wel dat er niks aan de kaak te stellen viel. Na mijn eerste blogs werd ik afgemaakt, omdat ik niet kritisch genoeg zou zijn. Het was toch duidelijk dat die bankiers tuig waren? Maar ik wilde echt grondig weten hoe die wereld nou in elkaar stak. Nu, vier jaar later, heb ik de socratische wijsheid dat ik weet hoe weinig ik weet van de wereld van de bankiers. En weet ik ook hoe weinig anderen daarvan weten. Ik heb dat allemaal eerlijk kunnen opschrijven in dit boek. Maar de bazen van de banken moeten blijven doen alsof ze het speelveld overzien.

De bankierswereld is er na de crisis die in 2008 begon niet transparanter op geworden?
Welnee. Banken verdienen geld aan complexiteit, heel veel geld. Hoe minder transparant financiële producten zijn, des te moeilijker het voor hun klanten wordt om die producten met elkaar te vergelijken. Dat dat wettelijk wordt toegestaan, verbaast me. Dat bankiers gebruik maken van wettelijke lacunes, verbaast me niet. Als het gaat om voedsel of kerncentrales, kiezen we ervoor om de bevolking niet als proefkonijn te gebruiken. In de financiële sector mag van alles. Met dank aan een krachtige lobby die erin is geslaagd iedereen te laten geloven dat de ideologie van de vrije markt het beste is. Al vanaf de jaren tachtig slaagt die lobby, vooral vanuit de VS en het Verenigd Koninkrijk, er heel goed in de indruk te wekken dat de overheid de vijand is van de vrije markt. Terwijl de werkelijke vijand de marktpartijen zelf zijn. Dat is evident: als ze de kans krijgen, creëren ze met elkaar een oligopolie. Dat zie je overal, van de energiesector tot de kabelmaatschappijen, van verzekeraars tot banken.

Hoe erg is dat?
Heel erg, want de banken vormen het hart van de economie. En in een oligopolie wordt niet geconcurreerd op prijs, dus de klant is daar al snel de dupe van. Banken zijn kolossale organisaties, waarbinnen ongelooflijk veel transacties plaatsvinden, van uiteenlopende aard. In de bankwereld heb je geen patentrecht, dus iedere productinnovatie wordt angstvallig bewaakt, want de concurrent kan het makkelijk kopiëren. Dat gegeven versterkt het gebrek aan transparantie.

Dat sommige financiële producten zo enorm complex waren, was toch algemeen bekend? Waarom grepen toezichthouders of compliance functionarissen binnen banken dan niet in?
Complexiteit op zich hoeft helemaal geen probleem te zijn. Een vliegtuigmotor of een kerncentrale is ook heel complex. Het is geen oplossing om alle complexe producten of diensten dan maar te weren uit onze samenleving, dan lopen we in no time allemaal weer rond in berenvellen.

Dat bankiers extreem makkelijk de laan uit kunnen vliegen, helpt ook niet bepaald?
Nee. Uit mijn 200 gesprekken met mensen uit de bancaire sector werd heel duidelijk dat iedereen voortdurend in angst zit om er uit te vliegen. En dat kan dan letterlijk in vijf minuten gebeurd zijn. Dat is geen klimaat waarin je makkelijk loyaliteit met je werkgever opbouwt, waarin je geeft om de reputatie van jouw bank. Ik merkte bij veel mensen een houding van: ’als ik die deal niet doe, doet iemand anders het wel’. Tel daar de bonuscultuur bij op, en het is duidelijk dat er een set van prikkels is gecreëerd, die ervoor zorgen dat bankiers waar mogelijk door zullen gaan met de handel in complexe, financiële producten. Producten waar ze hun klanten, zoals sommigen, flink mee kunnen naaien. Maar ze hebben echt het idee dat ze 120 rijden op een snelweg waar je maximaal 120 mag rijden. Het heeft dus geen zin die mensen te bekritiseren, je moet die prikkels anders inrichten.

Heeft u nog een poging gedaan om zelf zo’n complex financieel product, zoals pakweg een hybride, synthetische collateralized debt obligation, volledig te begrijpen?
Nee niet volledig, dat zou wellicht leuk zijn voor een vervolgonderzoek. Kijken of zo’n product nou echt zo ondoorgrondelijk is. De bouwers van zo’n ingewikkeld financieel product dachten niet na over het imago of de financiële gezondheid van hun bank. Het zou zo moeten zijn dat zijzelf de prijs betalen als door hun product een bank of een klant onderuit gaat, en dat er geen dreiging ontstaat dat het hele systeem onderuit gaat.

U beschrijft hoe onwaarschijnlijk het is dat de Chinese Muren binnen banken hoog genoeg zijn.
Ik beschrijf in mijn boek het volgende voorbeeld: de Chinese Muren moeten voorkomen dat de fusies & overnames-bankier die Shell adviseert over een koersgevoelige aan- of verkoop, deze informatie deelt met een collega bij sales trading die zijn geld verdient door klanten over te halen om te handelen in aandelen Shell; of met een collega bij vermogensbeheer, die het kapitaal van klanten belegt in bijvoorbeeld Shell; of met de collega bij prop trading die het kapitaal van de bank zelf belegt in aandelen Shell. Tja. Het is overigens wel goed om te weten dat er wel vaak antipathie is tussen bijvoorbeeld traders en dealmakers, die gunnen elkaar echt helemaal niks. Maar goed, het is toch ook wonderlijk dat, als je alle aandelenadviezen van de analisten bij elkaar pakt, dat je dan ziet dat er altijd veel meer koop- dan verkoopaanbevelingen zijn? Hoezo onafhankelijk advies, denk ik dan.

Is de oplossing die verschillende takken binnen een bank botweg uit elkaar te trekken?
Daar zouden we wel naar toe moeten, ja. Naar zelfstandige partnerschappen, die makkelijk te auditen zijn, en waar ook kredietbeoordelaars transparant naar kunnen kijken. Je hebt er al genoeg, maar dergelijke kleine ‘finance boutiques’ worden in praktijk weggeblazen door de grootbanken die alles onder één dak hebben. Die doen, naar verluidt, aan keiharde koppelverkoop. We moeten toe naar een vrije markt waar banken met elkaar concurreren op prijs zodat de salarissen en bonussen dalen. Maar die vrije markt is er helemaal niet. Dat kun je marktfalen noemen. Dan vind ik het gek dat al die liberale politieke partijen in Europa ermee wegkomen dat zij pal zouden staan voor de vrije markt. Terwijl ze niets anders doen dan het marktfalen van de financiële wereld faciliteren.

Het zijn vooral de zakenbankiers die in uw boek de zwarte piet krijgen. Pleit u de retailbankiers vrij?
In Engeland hebben de retailbanken bij elkaar voor miljarden aan boetes opgelegd gekregen. Niet alleen vanwege varianten op de woekerpolis, maar ook door andere praktijken. Ook hun ‘normale’ activiteiten zijn vaak niet in het belang van hun klanten: nieuwe klanten binnenhengelen met een hoge rente, en die vervolgens stiekem afbouwen; een mkb-bedrijf geen lening verstrekken als het niet ook een dure, onnodige renteswap koopt, dat werk. Tussen de zakenbankiers en de retail zit dan nog private banking, het vermogensbeheer voor vermogende klanten; ook binnen die tak zie je veel perverse prikkels.

U kreeg duizenden reacties op uw blogs. Lezers die in andere bedrijfstakken werken, schreven: ‘Bij ons zie je hetzelfde gedrag als bij bankiers.’
Tja, dat is wel schrikken. Hoewel? We weten toch al jaren dat een bedrijf als Shell synoniem staat voor amoreel gedrag? Ik weet zeker dat als ik in die wereld duik, ik ook allemaal aardige, slimme mensen zou tegenkomen. Die werkelijk denken: als wij allemaal zo netjes zijn, dan zal onze organisatie zich ook wel netjes gedragen. Niet dus. Zelfs zonder de Tweede Wereldoorlog erbij te halen weet iedereen dat je geen slechte mensen nodig hebt om een afschuwelijk slecht systeem te laten draaien. Je kan Shell niet veranderen door individuen in de top aan te pakken, maar door mondiale wetgeving op te leggen die Shell bijvoorbeeld dwingt om de nodige olie in de grond te laten zitten.

Zijn er uitzonderingen die de regel in de bankwereld bevestigen? Zoals de Zweedse Handelsbanken die werkt zonder bonussen, variabele beloningen, verkooptargets en budgetten?
Ze kennen daar wel een bonus, maar die wordt pas uitgekeerd na je pensionering. Triodos, ASN, Handelsbanken, dergelijke banken laten zien dat het anders kan. Maar het dreigen eilandjes te blijven van ethiek, waar de hoogopgeleide elite zich terugtrekt. Ze worden nooit meer dan de biologische winkel, vrees ik. Het overgrote deel van de klanten blijft trouw aan de Lidl, de Aldi, de Dirk van den Broek, et cetera. Om in die metafoor te blijven: als je wat wilt veranderen, moet je zorgen dat het zout- en suikergehalte van de producten in die supermarkten omlaag gaat.

Hoe nu verder? Pleit u voor meer overheidsregulering?
Nee, voor minder! Maar wel betere wetten. Waarbij je de meest gevaarlijke, risicovolle producten verbiedt. Omdat er geen betere wetten komen krijgen de banken nu enorm veel regels over zich uitgestort, maar het systeem is niet wezenlijk anders ingericht. Het komt heel dichtbij symptoombestrijding. We moeten de banken kleiner maken, opdelen in overzichtelijke units. Zodat iedere belegger hun balans kan snappen. En er, als er dan eens eentje onverhoopt omvalt, geen systeemcrash dreigt.

Helpen de hogere kapitaalbuffers voor banken?
Er is zeker iets gebeurd. Maar ‘from a very low base’, zoals men zegt in het Engels. De kapitaalbuffers waren angstvallig laag geworden. Een kleine verhoging lijkt dan, relatief, al heel wat. Het zal veel tijd kosten om het systeem te verbeteren. Maar dat is in mijn ogen heel wat eenvoudiger dan de emancipatie van vrouwen of de afschaffing van de slavernij. En dat is de wereld toch ook gelukt? Het zou ook enorm helpen als we economische groei anders definiëren. Dus niet jubelen als de consumptie met geleend geld toeneemt maar alleen productief vermogen meetellen. Met mijn boek hoop ik de maatschappelijke golf te versterken die nu toch steeds duidelijker waarneembaar wordt, denk aan de aandacht voor Piketty, voor een toneelstuk als De Verleiders, voor een consumentenprogramma als Radar. Hopelijk komt daar wat goeds uit. We moeten inzien dat de vrije markt alleen werkt met een sterke overheid.

Tekst: Paul Groothengel

 

Op 8 april spreekt Joris Luyendijk op het seminar Macht en invloed in organisaties.


Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden