Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
‘Deliberate practice’ is niet voldoende nieuws
24 juli 2014 | Ger Post

‘Zodra een musicus genoeg vaardigheden heeft om bij een topmuziekschool toegelaten te worden, dan is hoe hard iemand werkt wat de ene artiest van de andere onderscheidt. Dat is alles.’

Dat. Is. Alles. Zou de wereld echt zo simpel in elkaar zitten als meesterverteller Malcolm Gladwell in zijn bestseller Uitblinkers suggereert (uit dat boek komt ook bovenstaand citaat)? Dat als je maar voldoende oefent je al-tijd een uitblinker wordt? Nee, zegt een groeiend leger auteurs. Er spelen veel meer factoren een rol dan alleen talent of oefening.

Gladwell baseert zich in zijn boek op een onderzoek van K. Anders Ericsson en zijn collega’s uit 1993, waarin ze uit de doeken doen dat expertise ontstaat na volledige toewijding aan oefeningen die erop gericht zijn specifieke delen van een vaardigheid te verbeteren (‘deliberate practice’). En Gladwell is niet de enige die dit onderzoek aanhaalt, inmiddels is het artikel ruim 4000 keer geciteerd in wetenschappelijke publicaties. En de resultaten uit het onderzoek vormen een belangrijk fundament voor bestsellers als Talent is overrated en SuperFreakonomics. Het onderzoek is ook de inspiratie voor wat Gladwell de ’10.000 uur regel’ doopte: het idee dat het tienduizend uur oefening vergt om een expert te worden.

In een recent wetenschappelijk artikel is de claim van Ericsson en consorten onderzocht door in 150 onderzoeken te kijken in hoeverre een prestatie werd veroorzaakt door ‘deliberate practice’. In tegenstelling tot het idee van Ericsson, dat oefening het overgrote deel van de prestatie voorspelde, vonden de auteurs dat deze manier van oefenen hooguit een kwart van de prestatie voorspelde. ‘We vonden dat deliberate practice’ 26 procent van de variantie in prestaties verklaarde bij spelletjes, 21 procent in muziek, 18 procent in sport, 4 procent in onderwijs en minder dan 1 procent in beroepen.’

De onderzoekers concluderen: ‘Ongeacht het domein, een groot deel van de variantie in prestaties wordt niet verklaard door deliberate practice en kan waarschijnlijk door andere factoren worden verklaard. De hoeveelheid deliberate practice (...) is niet zo belangrijk als Ericsson en zijn collega’s hebben betoogd.’

Amerikaanse critici teleurgesteld in Gladwells nieuwe boek nieuws
1 oktober 2013 | Jeroen Ansink

In het vandaag in de Verenigde Staten verschenen David and Goliath richt hij zich op de underdog: hoe kan het dat mensen die van jongs af aan hebben geworsteld met een moeilijke jeugd of een handicap uiteindelijk toch de top bereiken? De meningen over dit boek zijn verdeeld. Om het maar eufemistisch uit te drukken..

Heeft het fenomeen Malcolm Gladwell iets van zijn glans verloren? De Brits-Canadese denker heeft de afgelopen jaren wereldfaam bereikt als een tegendraadse denker die als geen ander sociaal-wetenschappelijke inzichten kan uitleggen voor een groot publiek. Zo onderzoekt hij in Het beslissende moment waarom grote veranderingen vaak zo plotseling beginnen en neemt hij in Uitblinkers de lezer mee op een verrassende zoektocht naar de herkomst van succes.

In het vandaag in de Verenigde Staten verschenen David and Goliath richt hij zich op de underdog: hoe kan het dat mensen die van jongs af aan hebben geworsteld met een moeilijke jeugd of een handicap uiteindelijk toch de top bereiken? Het antwoord ligt volgens hem besloten in de achterstand zelf: juist doordát underdogs hun hele leven hebben moeten knokken hebben ze de kracht ontwikkeld die tot succes leidt.

Waar Gladwells eerdere werk op bijna unanieme bewondering kon rekenen zijn de eerste recensies voor het boek, waarvan de Nederlandse vertaling op 20 oktober wordt verwacht, niet bepaald lovend. Het tijdschrift Businessweek noemt de toon ‘aanmatigend’ en concludeert dat Gladwell ‘ons dingen vertelt die alleen domoren niet weten’. De Wall Street Journal trekt het wetenschappelijke gehalte in twijfel: ‘Gladwell presenteert intrigerende mogelijkheden en mijmeringen over menselijk gedrag te vaak als bewezen wetmatigheden’. Volgens het Canadese dagblad Globe and Mail is Gladwell ‘gestruikeld’, en het populair-wetenschappelijke Discover Magazine noemt ‘de keizer Gladwell naakt’.

Zelf lijkt Gladwell zich van de kritiek weinig aan te trekken. In een interview met het Engelse dagblad the Guardian geeft hij toe dat hij af en toe wat kort door de bocht is, maar dat dat nu eenmaal noodzakelijk is. ‘Als het beschrijven van academische ideeën in algemene termen je werk is, dan moet je de zaken wel eenvoudiger voorstellen. Als mijn boeken te versimpeld overkomen dan moet je ze gewoon niet lezen: dan ben je gewoon niet de doelgroep!’

Talent of training? nieuws
6 juni 2013 | Ger Post

Volgens Malcolm Gladwell zijn ‘onderzoekers overeengekomen wat het magische nummer voor echte expertise is: tienduizend uur’. Maar is dat wel zo. Recent onderzoek plaatst minimaal serieuze vraagtekens bij deze ‘overeenkomst’.

Malcolm Gladwell schrijft in zijn bestseller Uitblinkers: ‘Zodra een musicus genoeg vaardigheden heeft om bij een top muziekschool toegelaten te worden, dan is hoe hard iemand werkt wat de ene artiest van de andere onderscheidt. Dat is alles. Bovendien, de mensen helemaal aan de top werken niet alleen harder of zelfs veel harder dan de rest. Ze werken veel, veel harder.’ En: ‘Sterker nog, onderzoekers zijn overeengekomen wat het magische nummer voor echte expertise is: tienduizend uur.’

Het is een voorbeeld van alles-of-niets-denken dat in zoveel populairwetenschappelijke boeken naar voren komt. Lag eerst alles in onze genen opgeslagen, daarna schoot de boodschap door naar het andere uiterste: de omgeving zorgde ervoor of iemand de carrièreladder zou bestormen of dat hij zou mislukken. Schrijvers, journalisten en wetenschappers trekken vaak naar deze extremen. Is het niet in hun boeken, dan toch zeker in de interviews en artikelen in mediarubrieken waarin ze hun boeken aanprijzen.

De hoopvolle boodschap van Gladwell dat uitblinken bijna volledig is terug te brengen tot hoeveel uur iemand oefent, is gebaseerd op het onderzoek van de gerenommeerde wetenschapper K. Anders Ericsson. Hij stelde twintig jaar geleden al dat de prestaties van experts voortkomen uit een lange periode van ‘deliberate practice’, trainingen waarin iemand steeds voldoende wordt uitgedaagd, in plaats van aangeboren talent.

Hoewel Ericsson niet ontkent dat genetische beperkingen, zoals lichaamslengte, een expert kan tegenwerken in sport, ziet hij geen bewijs voor genetische beperkingen in onderzoek naar prestatieverschillen in (hoge) intelligentie en andere, minder fysiek gedreven vaardigheden. Ericsson vond bijvoorbeeld dat top musici duizenden uren meer ‘deliberate practice’ achter hun kiezen hadden dan musici die minder bereikten. In Uitblinkers voegt Gladwell daar anekdotische voorbeelden van onder andere The Beatles en Bill Gates aan toe. Conclusie: het overgrote deel van een uitmuntende prestatie komt voort uit hoeveel uur iemand erin stopt. Aanleg eat your heart out.

Een recent onderzoek suggereert dat deze claim overdreven is. De onderzoekers analyseerden de data van veertien onderzoeken naar uitmuntende schaakspelers en musici en vonden dat prestaties voor ‘slechts’ 30 procent verklaard konden worden door hoeveel uur iemand had geoefend. Training was dus niet alles wat je nodig had om iemands prestatie te voorspellen er leken meer factoren in het spel die samen twee derde van de prestatie verklaarden.

Scott Barry Kaufman, assistent-professor psychologie aan de New York University, zegt in een artikel van Time dat aangeboren talent altijd een rol speelt in een vaardigheid, net als training om dit talent aan te scherpen. ‘Het onderzoeksveld dient verder te gaan dan deze simplistische vragen als "Is het praktijk of talent?" en moet kijken naar het hele spectrum van persoonlijke karakteristieken dat betrokken is.’

Zelfs bij een meer genuanceerde mening over expertise blijven er voldoende kansen over voor mensen die willen uitblinken, zegt Kaufman. ‘Niet iedereen kan in alles een expert zijn. Maar ik denk wel dat ieder persoon de potentie heeft om een genie te zijn in iets.’

De neurowetenschappen van creativiteit (en plagiaat) nieuws
26 februari 2013 | Ger Post

Om meerdere redenen is Jonah Lehrer, schrijver van boeken als Hoe wij beslissen en Imagine: hoe creativiteit werkt de Lance Armstrong van populaire boeken over neurowetenschappen.

De snelheid waarmee hij artikelen, blogs en bestsellers schreef deden vermoedens rijzen dat er iets niet helemaal goed zat. Geen gezond mens kon op alleen een bruine boterham met kaas zo veel artikelen schrijven. En dat bleek dus ook zo. Vorig jaar werd Lehrer gepakt voor plagiaat en – net als Armstrong een paar maanden eerder – zei hij publiekelijk ‘sorry’ in ruil voor een smak geld. Wat zorgde ervoor dat hij door het stof moest, zijn opdrachtgevers hem de laan uit stuurden en de carrière van de nog jonge schrijver al verwoest lijkt?

Allereerst heeft Lehrer in zijn laatste boek Imagine:hoe creativiteit werkt, waarin hij op zoek gaat naar de neurowetenschappelijke achtergronden van creativiteit, citaten verzonnen. Van Bob Dylan nota bene. In het boek zei Dylan bijvoorbeeld over het creatieve proces: ‘Het is moeilijk om uit te leggen. Het is dat gevoel dat je iets te zeggen hebt.’ Dylan-fanaten konden geen enkele bron vinden waar deze uitspraak vandaan kwam, behalve dan het brein van Lehrer.

Ten tweede, plagiaat. Niet alleen werden er in zijn artikelen aanwijzingen gevonden voor het overnemen van andermans werk zonder bronvermelding, ook recyclede hij zijn eigen stukken bij verschillende opdrachtgevers. Zelfplagiaat (ja, dat kan blijkbaar ook). The New Yorker voelde zich in de maling genomen en besloot Lehrer, ooit binnengehaald als de opvolger van de roemruchte Malcolm Gladwell (van de bestsellers Intuïtie en Uitblinkers), op straat te zetten. De uitgever van ‘Imagine’ heeft het boek inmiddels uit de handel gehaald en bekijkt nu of het boek herzien kan worden en wellicht opnieuw uitgegeven zonder de verzonnen quotes en met de juiste bronvermelding.

Dat is te hopen, want als je voorbij het eerste hoofdstuk leest waarin de beruchte quotes van Bob Dylan staan, dan geeft Lehrer een interessante blik op plagiaat. Voor creativiteit is een vrije handel in ideeën nodig, bepleit hij. ‘Uitvinders moeten kunnen verdienen aan hun uitvindingen, maar we moeten ook een cultuur van lenen en bewerken aanmoedigen.’ Volgens de schrijver lag een losse opvatting van auteursrecht aan de basis van de grootste werken uit de geschiedenis. William Shakespeare deinsde er bijvoorbeeld niet voor terug zonder bronvermelding stukken van zijn collega’s te kopiëren. ‘Bijna alle plotten van Shakespeare, van Hamlet tot Romeo en Julia, zijn overgenomen uit andere bronnen. Hij stopte nooit met het stelen van Marlowe.’ En over Dylan schrijft Lehrer: ‘T.S. Elliot verwoordde het het beste: "Onvolwassen dichters imiteren. Volwassen dichters stelen." Al op 21-jarige leeftijd was Dylan een volwassen dichter. Hij was al een dief.’

Lehrer stelt dat hoewel ideeën niet gratis hoeven te zijn, er tegenwoordig te veel nadruk wordt gelegd op het patenteren en afschermen van nieuwe ideeën. ‘In de laatste jaren wordt de Amerikaanse creativiteit ondermijnd door een overvloed aan vage patenten en herhaaldelijke uitbreiding van auteursrechten.’ Zo bezien is Lehrers plagiaat bijna een statement. Een idee van een nieuwe internetgeneratie die ideeën en werken belangrijker vindt dan geld en ego’s. Die wetenschappelijke artikelen vrij toegankelijk willen maken en van beelden van het NOS Journaal een Lucky TV maken, zonder al te veel in te zitten over de instanties die opkomen voor de ego’s en portemonnees van de eigenaar van deze beelden. Zulke gedachtes verlammen immers creativiteit, betoogt Lehrer.

Toch lijkt Lehrer zijn punt niet door te willen drukken. Tijdens zijn eerste openbare spreekbeurt sinds maanden zei hij, voordat hij 20.000 dollar in zijn zak stak: ‘Sorry.’ En: ‘Ik heb meer regeltjes nodig.’

(De uitgever - Business Contact - van de Nederlandse versie laat per omgaande het volgende weten: 'Nederlandse boek is inmiddels weer leverbaar, met de correcties van de Amerikaanse factcheckers keurig doorgevoerd.' Waarvan acte!)

Succes is een werkwoord column
12 mei 2010 | Michel Hoetmer

Wellicht hebt u zich wel eens afgevraagd waarom de ene persoon veel meer succes in het leven heeft dan de andere. Het is een interessante vraag. Heeft het te maken met een optimistische instelling? Met zelfvertrouwen? Of zijn sommige mensen voor het geluk geboren?

Waarschijnlijk komt geen van deze drie antwoorden helemaal in de buurt van de waarheid. Optimisme speelt inderdaad een rol van betekenis in het leven van succesvolle mensen. Maar te veel optimisme leidt tot roekeloos gedrag. Het probleem met optimisme is dat wij er allemaal last van hebben. Op depressieve mensen na dan.

Dan maar zelfvertrouwen? Uzelf inprenten 'ik kan het' werkt in de praktijk niet altijd even goed. Ik deed vroeger aan hardlopen en trainde me regelmatig het snot voor de ogen. Na een paar jaar intensief trainen was ik klaar voor het langere werk en rende ik met gemak een halve marathon. Als je dan, zoals ik destijds, in Amsterdam woont, doe je ook mee aan de lokale wedstrijden. Ik rende redelijk mee voorin, alhoewel nooit helemaal vooraan. Maar ik was toch een stuk sneller klaar dan de meeste anderen in dezelfde wedstrijd. Ik wandelde na me te hebben omgekleed op mijn gemakje terug naar huis. Er renden nog steeds deelnemers langs me op weg naar de finish. Nou ja, rennen? Het was meer strompelen. Ik pikte er een paar tussenuit die me direct na de start hinderlijk in de weg hadden gelopen. Die waren niet meer geheel okselfris. Aan de start was het beeld toch een tikje anders. Zij zouden het wel eventjes doen. Van hun bravoure was niks meer over.

Zelfvertrouwen heeft zeker een positieve uitwerking op de prestaties. Maar dan wel binnen de grenzen van uw eigen capaciteiten of net er ietsje boven. Dat laatste helpt u uitstijgen boven uw niveau. Maar vertrouwen hebben in onhaalbare doelen op korte termijn is vragen om ellende. Of in dit geval: een EHBO-medewerker.

Geluk speelt ook een rol. Malcolm Gladwell doet hier uitgebreid verslag van in zijn boek Outliers - The Story of Succes (in het Nederlands wat ongelukkig vertaald in Uitblinkers). Ongelukkig? Ja, want een 'outlier' is zoiets als een afwijking van het normale patroon. Tot op zekere hoogte wordt de ene mens voor een dubbeltje geboren en de andere voor een kwartje, of voor nog veel meer. Toen ik eenmaal mijn eerste marathon had gelopen in een tijd ruim onder de drie uur was ik zielsgelukkig. Ik kon mijzelf wijs maken dat ik sneller was dan sommige vroegere wereldrecordhouders. Mijn pech was natuurlijk dat mijn concurrenten net zo goed trainden als ik en ook wisten wat ze onderweg wel en niet mochten drinken. De vroegste marathonlopers dronken onderweg alcohol, zoals bekend ga je daar van zweven, maar niet helemaal zoals bedoeld tijdens een hardloopwedstrijd.

Wat is dan wel een van de grote geheimen van toppers? Heel eenvoudig: veerkracht. Er is veerkracht voor nodig om al die trainingsinspanningen te doen. Veerkracht is nodig om teleurstellingen te verwerken. Kortom: veerkracht is wat mensen overeind houdt in het leven. Volgens de psychologen Karen Reivich en Andrew Shatte in hun boek 'The Resilience Factor: 7 Keys to Finding Your Inner Strength and Overcoming Life's Hurdles' scoren veerkrachtige mensen hoger op de volgende vaardigheden: reguleren van emoties, impulsen in de hand houden, empathie, optimisme, in staat zijn oorzaken en gevolgen te analyseren, het vertrouwen dat iets uiteindelijk gaat lukken, en het vermogen contacten met anderen te leggen.

Het goede nieuws is dat elk mens deze vaardigheden kan ontwikkelen. In meer of mindere mate zijn de meesten onder ons er al mee gezegend. U weet nu wat u te doen staat. Het rijtje aflopen en eerlijk beoordelen hoe u op deze punten scoort. Vervolgens gaat u schaven aan de zwakst ontwikkelde vaardigheden. Dat is toch wat andere koek dan alleen maar een positieve instelling. Zo bekeken is succes verdikkeme een werkwoord.

Malcolm Gladwell is 'een van de onzen' nieuws
6 februari 2009 | Hans van der Klis

‘Hoe vaker ik over Uitblinkers praat, hoe meer ik besef dat het eigenlijk over de beperkingen gaat die succes in de weg staan.’ Aldus Malcom Gladwell vorige week vrijdag in de Aula van de Universiteit van Amsterdam waar hij op uitnodiging van het John Adams Institute een voordracht hield over zijn laatste boek.

Zo gaat het eigenlijk altijd, vertelde Malcolm Gladwell. Na afronding van zijn boeken begrijpt hij steeds beter waarover hij heeft geschreven. Op het omslag van Outliers, in het Nederlands vertaald als Uitblinkers, staat ‘The story of success’. Maar de Nederlandse ondertitel zal hem wellicht beter bevallen: ‘Waarom sommige mensen succes hebben en andere niet’.

Gladwell begon zijn voordracht in de volgepakte Lutherse Kerk in Amsterdam met een verhaal over de achterbuurten van East-Memphis, van waaruit het voor de armen bijna onmogelijk is te ontsnappen. Zelfs de droom om het ooit te maken als professioneel ‘football player’ ligt buiten het bereik voor het overgrote merendeel van de jonge - zwarte - mannen, want om het tot de major league te schoppen, moeten zij eerst door het opleidingstraject van de colleges heen. En ook die liggen buiten bereik: kansen op een toekomst hebben ze eigenlijk niet, door een totaal gebrek aan scholing, goede voorbeelden en discipline. Dat is tragisch voor deze jonge mannen, maar ook bijzonder inefficiënt, betoogde Gladwell, want het betekent dat veel talent ongebruikt blijft.

Het verhaal over de achterbuurten in East-Memphis was maar een van de voorbeelden die Gladwell tijdens zijn uitverkochte lezing in Amsterdam presenteerde. Voor het merendeel putte hij uit zijn eind november verschenen boek, maar hij kwam ook met enkele nieuwe verhalen die zijn betoog ondersteunden. Sinds het boek enkele maanden geleden verscheen, treedt Gladwell met grote regelmaat op, zowel in de Verenigde Staten en Canada als in Europa. Door steeds maar weer opnieuw over zijn ideeën te praten, heeft hij ontdekt dat Outliers niet zozeer over succes gaat, maar meer nog over de beperkingen die succes in de weg staan. Deze beperkingen zorgen ervoor dat - wat hij omschrijft als - de kapitalisatie van het talent lang niet optimaal is.

Gladwell gebruikte de lezing om enkele van die beperkingen nog eens voor het voetlicht te halen: armoede, domheid en mentaliteit. Gladwell wil aantonen dat mensen, meer dan wij vaak geloven en zeker meer dan men in de Verenigde Staten wil geloven, afhankelijk zijn van hun omgeving. Ook succesvolle mensen hebben veel te danken aan de mogelijkheden die zij hebben gekregen, en zelfs aan het geluk. Als Bill Gates niet de mogelijkheid had gekregen dag en nacht te programmeren in een nabijgelegen school, was hij nooit uitgegroeid tot het fenomeen dat hij nu is, is de overtuiging van Gladwell.

Zijn visie is optimistisch, omdat hij gelooft in het scheppen van kansen voor iedereen. Het is ook een sociaaldemocratische visie, omdat hij gelooft in de maakbaarheid van de samenleving. Dat gaf Joris Luyendijk, inleider en interviewer, de gelegenheid hem als een van de onzen te verwelkomen ‘aan onze kant’, waarop Gladwell snedig repliceerde dat hij weliswaar in New York woont, maar dat hij toch echt een Canadees is.

Gladwell is zelf verbaasd dat hij weer op de huid van de tijd zit. Door de financieel-economische crisis en door de verkiezing van Barack Obama tot president staan in de Verenigde Staten de luiken wagenwijd open en zijn veel mensen bereid nieuwe ideeën te overwegen. Zijn afrekening met de geest van ‘The American Dream’ wordt daarom welwillend benaderd. ‘Dit boek was in 2005 lang zo’n succes niet geweest’, zei Gladwell. ‘Maar op dit moment staat iedereen, zeker in de Verenigde Staten, open voor discussie. Obama zou op dit moment de banken kunnen nationaliseren. Dat was een paar jaar geleden nog onmogelijk geweest. Het ondenkbare is denkbaar geworden.’

Uitblinkers column
19 december 2008 | Michel Hoetmer

Wat denkt u? Zou Wouter Bos tot politicus van het jaar zijn verkozen zonder de kredietcrisis? Zelf vermoed ik van niet. De carrière van Wouter zat een beetje in het slop. Aanvankelijk schitterde de ster van de welbespraakte politicus. Maar de klad kwam in zijn carrière. Hij maakte enkele kardinale fouten en toen hij tot overmaat van ramp door zijn opponent Balkenende werd beschuldigd van leugens, leek zijn lot bezegeld. Hij kreeg het lid op de neus van het kiezersvolk.

Toen gebeurde het eerste wondertje. Hij mocht met zijn gehavende politieke clubje toetreden tot de regering. Dat was niet zozeer zijn verdienste. Het was onontkoombaar. Er bleek geen andere werkbare meerderheid mogelijk. De keuze om in het kabinet plaats te nemen als minister van financiën leek in eerste instantie weinig op te leveren. Het is een functie waarin je regelmatig moet optreden als boeman. Bos bleef kwakkelen.

De kredietcrisis bracht hierin verandering. Anderen groeven een gat en hij sprong erin. De Amerikanen zouden zeggen: ‘He rose to the occasion!’ Hij handelde adequaat, en succes was zijn deel. Natuurlijk zijn er ook mensen die er anders over denken. De aandeelhouders van Fortis zijn niet zo gelukkig met zijn acties. Het is nog afwachten hoe het verdergaat. Het boek wordt nog geschreven, ‘as we speak’.

Nu ik het toch over boeken heb, het ‘gatenverhaal’ is het onderwerp van het nieuwste boek van Malcolm Gladwell, getiteld Uitblinkers. Gladwell geeft tegengas aan de vele succesverhalen die in omloop zijn over uitblinkers. Veelal zijn het van die verhalen waar gewone stervelingen uitsluitend van kunnen dromen. Ze gaan over hard werken, genialiteit en heldendom.

Gladwell laat zien dat er ook andere factoren in het spel zijn. Factoren die de held zelf niet in de hand heeft. Zoals het geboortejaar van de held. Stel, uw wieg stond in de VS. Het was 1925. Als u dan ook nog zo ongelukkig was dat u geen rokje mocht dragen, dan kunt u becijferen waar uw verhaal eindigde: op de slagvelden van Europa of in de Pacific. Zelfs als je het overleefde, zat er een lelijke knik in je carrière.

Het verging Joodse mannen, geboren in 1935, heel wat voorspoediger. Die zaten in de schoolbankjes toen de verschrikkelijke slachtingen van de tweede wereldoorlog plaatsvonden. Toch leken ook zij aan het kortste eind te trekken. Ze kwamen niet in aanmerking voor de beste universiteiten die door de blanke elite werden overheerst. Na hun juridische opleiding lagen hun kansen ook niet bij de beste advocatenkantoren van die tijd. De baantjes gingen naar de elite.

Grappig genoeg lag daar hun kans. De grote advocatenkantoren van die tijd hielden zich niet bezig met procederen. De elite haalde haar neus op voor die straatvechterij. Van het malafide gedoe rond fusies moesten ze al helemaal niets hebben. De ambitieuze Joodse advocaten grepen hun kans. Ze sprongen in het gat. Zij procedeerden dat het een lieve lust was. Zij mengden zich kortom vol verve in de rauwe gevechten rond overnames. Hun sterren rezen tot duizelingwekkende hoogte.

Mijn geboortejaar, 1955, bleek een uitstekend jaar voor Bill Gates en andere softwaregiganten. Waarom werd Bill wel miljonair en ik niet? Toegegeven, ik heb ooit, ergens eind jaren zestig, omstreeks dezelfde tijd dat jonge Bill in contact kwam met computers, bewonderend gestaard naar de geweldige machinerie van een mainframe computer. Onze buurman was destijds programmeur. Hij fêteerde mij op een rondleiding in sciencefictionland. Ik voelde me er als een kleuter in het snoepjesparadijs. Kijken naar die prachtige grijs blauwe IBM terminals met ponskaarten. Ik was gefascineerd hoe snel het apparaat ze opslokte.

Verder dan dat is het nooit gekomen. Ik vond het wel aardig, maar zat liever met mijn neus in de schaakboeken. Bill Gates kreeg de kans om dag en nacht aan een terminal te werken. Hij sprong wel in het gat. De rest is geschiedenis. Bill was er helemaal klaar voor, na meer dan tien jaar proefdraaien, experimenteren en leren, toen IBM hem vroeg een operating system te schrijven voor haar PC’s.

Wist u dat onder topijshockeyers in Canada de spelers geboren in januari, februari en maart zijn oververtegenwoordigd? Toeval? Of zijn er andere factoren in het spel? De onevenredige verdeling hangt samen met het selectiesysteem dat de ijshockeybond hanteert. Selecties worden samengesteld in leeftijdsklassen. De sluitingsdatum is 1 januari. Het levert de vroeggeborenen een aanzienlijk voordeel op. De verschillen in ontwikkeling tussen jonge kinderen zijn groot. Neem twee jongetjes van acht jaar. De ene is geboren in januari en de andere in december. De jongen in januari loopt in zijn ontwikkeling bijna een jaar voor op de decemberjongen. Toch vallen ze in dezelfde leeftijdscategorie. Aardige kans dat het januari-jongetje beter presteert. Hij treedt toe tot een select gezelschap waarop de beste trainers hun kunsten mogen botvieren. De voorsprong neemt daardoor nog verder toe.

Het boek Uitblinkers van Gladwell barst van dit soort voorbeelden, onderbouwd met cijfermateriaal. Succes is naast een kwestie van hard en slim werken ook een kwestie van in het juiste gat springen. Of erin geduwd worden. Maar dan moet zo’n gat er wel zijn. Het klinkt minder heldhaftig, maar bevat een kern van waarheid.

De najaarsworp (8) nieuws
4 september 2008 | Bertrand Weegenaar

Na uitgebreide attendering op de verwachte boekenoogst van boeken van eigen bodem tot slot van deze reeks een kleine selectie van Engelstalige titels.

Na drie versies van De aarde is plat is zeer recent de nieuwe Thomas Friedman verschenen: Hot, Flat and Crowded , met als sprekende ondertitel 'Why We Need a Green Revolution--and How It Can Renew America' (Allen Lane). Een boek met zonder meer heftige maar ook actuele thema's als global warming, overpopulatie, en snel stijgende middenklasse in voorheen ontwikkelingslanden. De aarde lijkt door te gaan branden! De oplossing is een groene revolutie. De grootste omwenteling die Amerika ooit meegemaakt heeft. Vanaf oktober in vertaling (De toekomst is groen) bij Nieuw Amsterdam.

Na het succes van de parabel Onze ijsberg smelt nu weer een 'klassieke' John Kotter: 'In search of urgency' (het boek verschijnt nagenoeg gelijk in september in vertaling bij Business Contact onder de titel Een gevoel van urgentie - Hoe krijg je mensen in beweging om succesvol te veranderen!. Ditmaal een acht-stappenplan voor organisatieverandering waarmee je aldus Kotter daadwerkelijk enorme veranderingen teweeg kunt brengen.

Uit het openbare leven (en van zijn blog!) heeft Malcolm Gladwell zich al een aantal maanden teruggetrokken. Dit najaar zal blijken waarom. Dan verschijnt zijn derde boek: Outliers The Story of Success (Little, Brown and Company). Gladwell is nog een jonge auteur maar heeft natuurlijk al twee wereldwijde hits op zijn naam staan: Intuitie en Het Beslissende Moment. (Het boek zal ook als Uitblinkers bij Uitgeverij Contact in vertaling verschijnen.) 'Outliers is a book about success. It starts with a very simple question: what is the difference between those who do something special with their lives and everyone else? In Outliers, we’re going to visit a genius who lives on a horse farm in Northern Missouri. We’re going to examine the bizarre histories of professional hockey and soccer players, and look into the peculiar childhood of Bill Gates, and spend time in a Chinese rice paddy, and investigate the world’s greatest law firm, and wonder about what distinguishes pilots who crash planes from those who don’t.' Om in videoverhuur termen te blijven: One to Watch!

De situatie van jongeren in bedrijven heeft altijd mijn warme aandacht. In Plugged in The Generation Y Guide to Thriving at Work (Harvard Business School Press) doet Tamara Erickson, autoriteit op het gebied van demografische ontwikkelingen en de gevolgen daarvan op de samenleving, verslag van een uitvoerig onderzoek naar de gevolgen van de nieuwe generatie Y'ers op de werkvloer. Er is zowel aandacht voor de specifieke kenmerken van deze nieuwe werkkrachten als voor de manier waarop de verschillende generaties met elkaar om kunnen gaan.

Na een reeks zeer succesvolle boeken zoals Innovatiedilemma heeft Clay Christensen zich dit jaar publicitair gestort op de grootste uitdagingen van de Amerikaanse samenleving: onderwijs en gezondheidszorg. In het voorjaar verscheen Disrupting Class waarin een beeld geschetst wordt van een toekomst van het onderwijsstelsel als besloten wordt tot een echt leerling-gecentreerd stelsel. In The innovators prescription (McGraw-Hill) komen disruptieve ideeën voor de gezondheidszorg aan bod. Uit de folder: 'This is real innovation at work, an eye-opening manifesto that's sure to spark international debate—and much-needed change—for generations to come.' Overigens dient hier vermeld te worden dat de voorspellende waarde van Christensen's theoriën doorgaanszeer groot blijkt te zijn.

De nieuwe Seth Godin is aangekondigd; Tribes We need you to lead us. (Portfolio) Elk jaar publiceert marketinggoeroe Godin wel een baanbrekend boek. Nu zoekt hij de werking van sterke groepen. Ze zijn zo oud als de wereld en de manier waarop wij sociaal gebonden worden. In deze tijd van virtuele netwerken is het vormen van en luisteren naar netwerkgroepen eenvoudiger dan ooit. Maar hoe doe je dat? Wat zijn de valkuilen?

Als biografieliefhebber kijk ik uit naar The snowball: Warren Buffett and the Business of Life door Alice Schroeder (Bantam Books) Buffett is al decennia een legende. Welk boek je ook leest over de financiele wereld van de laatste dertig jaar, de inzichten en adviezen van deze multi-miljardair worden altijd gevraagd. En toch is Buffett dezelfde als toen hij begon: hetzelfde huis, dezelfde vrouw en dezelfde kledingsmaak. Zijn geld zit inmiddels voor een groot deel in charitatieve fondsen (of staat op bankrekeningen van de beleggers die vertrouwen hebben in zijn adviezen). In tegenstelling tot veel biografieën is de inhoud van dit vuistdikke boek door het 'lijdend' voorwerp geautoriseerd.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden