Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Transparantie column
28 oktober 2014 | Pierre Pieterse

Dat is dus het huidige adagium. Transparantie. We kunnen tegenwoordig zo ver kijken dat we dichtbij niks meer zien. Een perfecte voedingsbodem voor allerlei ‘spins’, voor ‘virals’, voor ‘guerrilla’, en zelfs voor ouderwetse ‘agitprop’. Als is de waarheid (social media!) nog zo snel, de leugen achterhaalt haar wel. Maar dat is dan weer de perfecte voedingsbodem voor degelijke onderzoeksjournalistiek die op managementterrein resulteert in mooie, informatieve en soms zelfs ronduitspannende boeken.

Het iconische voorbeeld is natuurlijk De prooi van Jeroen Smit (voorafgegaan door het terecht bekroonde Het drama Ahold dat we niettemin met enige hindsight een vingeroefening mogen noemen). Maar ondanks minder lauweren doen boeken als De vastgoedfraude (en het vervolg De ontknoping) van Vasco van der Boon en Gerben van der Marel, of het even vermakelijke en onthutsende relaas over de teloorgang van PCM, De geldpers van Joost Ramaer daar niet voor onder. En dan laten we de enorme stapel meer dan relevante publicaties over de financiële crises en andere schuldenbergen, en recent de keerzijde van big data (privacy!) maar even voor wat ze zijn.

Kort geleden verschenen twee boeken die deze traditie monter voortzetten. In Branson ontmaskerd doet journalist (en opmerkelijk genoeg ook auteur van de geautoriseerde biografie van Branson) Tom Bower precies wat er op de titelpagina staat: ‘golden boy’ Richard Branson ontmaskeren, als iemand die werkelijk alles inzet ter meerdere eer en glorie van zichzelf. Met zelfs een eigen eiland om heel creatief belasting te ontduiken. Om zo met groots (PR) gebaar miljarden te kunnen toezeggen om (bijvoorbeeld) de klimaatcrisis te beheersen. Toezeggen dus, niet uitkeren.

Van Nederlandse bodem is Operatie werk Arthur de deur uit, een door NRC-journalisten Joep Dohmen en Jeroen Wester ‘geannoteerde’ weergave van het schotschrift van Arthur Gotlieb richting NZa management dat na de zelfmoord van de auteur mag worden gezien als afscheidsbrief. Maar vooral is het een onthutsend en minutieus goed onderbouwd betoog van een werknemer die het totaal niet eens is met zijn negatieve werkbeoordelingen, en op zoek gaat naar het waarom. Die zoektocht laat zich lezen als verslag van iemand die langzaam maar zeker op nietsontziende wijze wordt fijngemalen door zijn eigen managers. Omdat hij zonder de klok te willen luiden de vele misstanden en ongewenste belangenverstrengelingen binnen het NZa op de agenda wil krijgen.

Overigens is het dan weer ontluisterend om te horen dat juist de NZa een van de twee toezichthouders is die nog enigszins op afstand opereert en dus met enige afstand toezicht kan houden. De rest woont vaak letterlijk in bij het betreffende ministerie. Of kruipt er figuurlijk bij in bed: ambtenaren/bestuurders worden toezichthouders, en/of vice versa.

Wie na al dit ‘geweld’ even terug wil naar de tijd dat transparantie nog afhing van hoe goed de ramen waren gezeemd, is er Gouden jaren van Annegreet van Bergen, ‘het verhaal van de ongekende naoorlogse groei die ons leven op alle fronten heeft veranderd’. De wekelijkse teil die een dagelijkse douche werd, het papieren loonzakje een digitale bankrekening en de boterham met tevredenheid een broodje gezond. Ter relativering en vooral vermaak!


Papieren gemak column
8 juli 2013 | Pierre Pieterse

De meeste mensen nemen doorgaans een stapeltje boeken mee op vakantie. Dat deed ik ook, maar tegenwoordig laat ik me verrassen. In bijna alle vakantieresorts vind je rijen lectuur van zeer divers pluimage die vorige gasten hebben achtergelaten. Het nieuwe all inclusive!

Je kunt natuurlijk ook je iPad (of andere elektronische reader) meenemen, dat doe ik ook maar dan om de route naar dat prachtige monument of die schitterende ruïne hoog in de bergen te plannen, om er na een sneak preview vanaf te zien, om inderdaad lekker een boek te lezen. Het is toch vakantie nietwaar?

Wat je doorgaans aantreft, verdient zelden een gouden griffel, of zelfs maar een eervolle vermelding in een van de vele lijstjes die het boekenmetier rijk is. Gelukkig maar, want zo kom je niet in de verleiding jezelf te tarten die boeken in je tas te proppen met het risico op bijbetalen. Maar soms kom je dingen tegen, tussen de bouquetreeks romannetjes, Konsaliks en vele obscure detectives die deze wereld rijk is, die direct je aandacht trekken. Mits je natuurlijk wel een beetje bent ingevoerd in het net niet mainstream management geweld.

Blij verrast was ik met Liar’s Poker (Vuil spel) van Michael Lewis, uit 1989 dus over Wall Street voor ‘the great crash’ (‘toen er meer geld werd verdiend als ooit tevoren’ staat er enigszins cryptisch op de achterflap van de Nederlandse vertaling uit 2013, nu niet meer dan?). Minder blij was ik met de lukrake onderstrepingen, soms gewoon doorhalingen die een prettige leeservaring onmogelijk maakten.

Ronduit opgetogen was ik toen tussen een stapel glossy magazines opeens Van aai-instrument tot zwaluwstaarten van Charles den Tex zijn kaft liet zien. Een alfabetische encyclopedie met adviesjargon dat de leek leert te begrijpen waar de adviseur het over heeft: afnaaien, afschieten, afslanken, afstemmen, aftimmeren, A-H-M-A-S, autistisch… En dit is nog maar een selectie uit de A-sectie. Den Tex, gepokt en gemazeld in het marketingcommunicatievak, weet waar hij over spreekt, en hoe dat op te schrijven. Kennis en kunde, een dodelijke combinatie! Niet voor niets won hij met Schijn van Kans, een financiële thriller waarvan het script door Aad Jacobs werd aangereikt, zijn eerste Gouden Strop (in 2002). Op de rol (september) staat Ik ben koopman, een ‘kroniek van de familie Fentener van Vlissingen’.

Wat je relatief veel tegenkomt, zijn de wat ik maar even ‘populistische’ boeken uit het segment noem, de typische meeneemlectuur op het vliegveld (al heeft een auteur als René Boender de omslag van zijn Great to Cool bewust helemaal afgestemd op dat publiek, en met succes). Denk aan titels als De romantische boekhouder van financieel tycoon Gerrit Zalm, Bankroet (in een versie van Belgische hand en Nederlandse hand), De vastgoedfraude en De ontknoping. De strakke ruggetjes verraden overigens een enkele reis koffer leesplank, maar dat terzijde. Geen onaardige boeken maar als een vakantie iets relativeert, is het wel de heikele situatie aan het thuisfront.

Omdat brengen en halen (het nieuwe ouderwetse delen!) het stilzwijgende idee achter de leesplankjes is, laat ik ook altijd wat boeken achter. En dan niet de boeken die ik toch niet de moeite waard vind, maar precies omgekeerd. Wie na mij villa Nooitgedacht of Weltevree betreedt, kan rekenen op een kleine serie stichtende lectuur. Altijd ‘verpakt’ in een van de mij rechtens toegekomen edities van onderhavig magazine!


TV-series De vastgoedfraude en De prooi in de maak nieuws
12 januari 2010 | Hans van der Klis

Je kunt je de scène gemakkelijk voorstellen: de hoofdverdachten van De vastgoedfraude, op het achterdek van een groot jacht in de haven van Cannes of bij de Formule 1-race in Monaco, mijmerend dat hun leven wel erg veel weg heeft gekregen van een film. Zij zullen binnenkort op hun wenken worden bediend.

Filmproducent Eyeworks heeft de film- en televisierechten van het boek De vastgoedfraude van FD-journalisten Vasco van der Boon en Gerben van der Marel gekocht. Eyeworks was een van de vier gegadigden om het verhaal van de megafraude, waarbij tientallen miljoenen werden weggesluisd, te verfilmen. De rechten zijn niet geveild: uitgeverij Nieuw Amsterdam en de FD-journalisten hebben het verhaal aan Eyeworks gegund, ongetwijfeld onder de indruk van de voortvarendheid die Eyeworks-eigenaar Reinout Oerlemans tentoonspreidde bij de verfilming van Kluuns tranentrekker ‘Komt een vrouw bij de dokter’. Na de première in november 2009 brak deze film alle records in de Nederlandse bioscopen.

Oerlemans is diep onder de indruk van het boek van Van der Boon en Van der Marel. ‘Het boek ‘De vastgoedfraude’ leest als een roman, maar het wrange is dat het allemaal realiteit is, onderzocht door gedegen onderzoeksjournalisten. Het geeft de verrotting van de wereld van het snelle geld fenomenaal weer. Een uitstekende, maatschappelijk relevante arena voor een grootse tv-serie waar ik dolgraag als maker persoonlijk mijn tanden in wil zetten.’

De schrijvers zijn niet verrast, maar wel verheugd door de interesse van de filmproducenten in het boek. ‘Sommige passages zijn zo filmisch, dat wij al het gevoel hadden een scenario te schrijven’, zegt Vasco van der Boon. ‘Een goed voorbeeld is de scène waarin de eerste foto ooit van een omkooppoging wordt gemaakt. Rob Lagaunne van het Philips Pensioenfonds en een handlanger van Jan van Vlijmen van Bouwfonds zouden elkaar ontmoeten om een pakketje dure horloges over te dragen. Om de kans op herkenning te verkleinen, zouden zij zich vermommen met plakbaarden en dergelijke. Hun vermommingen waren echter zo goed dat zij elkaar niet herkenden. Ze draaiden een half uur om elkaar heen, intussen bellend en sms’end met Van Vlijmen, wat allemaal door de FIOD werd afgeluisterd. Na een half uur vond de daadwerkelijke overdracht plaats en kon de FIOD vanuit een auto alles perfect fotograferen. Een hilarische scène.’ Een voorkeur voor wie de hoofdrollen moeten krijgen heeft Van der Boon niet, op één personage na dan: ‘Nico Vijsma (‘Oom Nico’, de rechterhand van Van Vlijmen, mental coach en ex-freefighter met oorlogstrauma en cocaïneverslaving - red.) zou zichzelf moeten spelen.’

‘De vastgoedfraude’ is niet de enige businessbestseller waarvan een televisieserie gemaakt zal worden. Ook de film- en televisierechten van De prooi van Jeroen Smit zijn verkocht, aan IDTV in dit geval. Volgens een woordvoerder van Smits uitgeverij is de serie over de ondergang van Nederlands grootste bank vermoedelijk al dit najaar op televisie te zien.


Vasco van der Boon & Gerben van der Marel: ‘Meer dan één rat’ interview
17 november 2009 | Rob Hartgers

Maar liefst 200 miljoen euro verdween in de zakken van een klein groepje vastgoedmannen met posities aan de top van Bouwfonds en Philips Pensioenfonds. Financieel journalisten Vasco van der Boon en Gerben van der Marel reconstrueerden de fraude, resulterend in het boek De vastgoedfraude. En M&L sprak met de auteurs.

Vasco van der Boon schuift wat later aan bij het interview op de burelen van Het Financieele Dagblad. Hij moest een telefoongesprek afronden met een ‘hele belangrijke man in het vastgoed’, vertelt hij. Zijn collega Gerben van der Marel is nieuwsgierig: ‘En? Wilde hij met je praten?’ ‘Hij was zenuwachtig, maar hij wil praten’, antwoordt Van der Boon glunderend.

Dat men in de wereld van het vastgoed nog met de twee financiële verslaggevers wil spreken is niet vanzelfsprekend. Ze zijn de auteurs van een reeks artikelen over de meest omvangrijke vastgoedfraude die ons land gekend heeft, met verdachten in de hoogste regionen van het Nederlandse bedrijfsleven. Grootste slachtoffers van de miljoenenzwendel zijn Bouwfonds (voorheen Bouwfonds Nederlandse Gemeenten) en Philips Pensioenfonds. Justitie denkt dat in totaal 200 miljoen euro is verduisterd.

De fraude kwam in de openbaarheid op 13 november 2007, toen justitie invallen deed op ruim vijftig adressen in binnen- en buitenland. Vanaf dat moment hebben Van der Boon en Van der Marel zich vastgebeten in de zaak. Ze spraken met tientallen betrokkenen en deskundigen, postten voor Aerdenhoutse villa’s, werkten meters documenten door, werden uitgescholden en in één geval zelfs belaagd door de waakhonden van een boze vastgoedman. Hun artikelen over de kwestie werden genomineerd voor de prijs van de Vereniging voor Onderzoeksjournalistiek.

Nu is er ook een boek: De vastgoedfraude, een pil van meer dan vierhonderd bladzijden die leest als een detectiveroman. Helaas zijn de beschreven gebeurtenissen geen fictie. De vraag die zich tijdens het lezen hardnekkig opdringt: hoe kon deze brutale miljoenenfraude in godsnaam gebeuren, onder de ogen van toezichthouders, en met de herinnering aan de Bouwfraude nog vers in het geheugen? Een tweede vraag: Is er dan niemand eerlijk in het vastgoed? Van der Marel probeert voorzichtig een antwoord te formuleren: ‘Kijk, het bedrijfsleven is niet anders dan de gewone wereld. In een voetbalstadion vol mensen zit altijd een percentage dat steelt en minachting heeft voor de regels. Bij een stadion vol vastgoedmannen is dat percentage een stuk hoger. De bankiers en de bouwers zitten daar ergens tussenin, vermoed ik.’

De Bouwfraude heeft flinke consequenties gehad voor de bouwsector. De aanbestedingsregels zijn aangescherpt en de betrokken bedrijven hebben intern grote schoonmaak gehouden. Heeft deze zaak een zelfde soort impact op de vastgoedsector?

Van der Boon: ‘De bankiers zijn begin jaren tachtig opgeschrikt door de Slavenburg-affaire, waardoor banken zich netter gingen gedragen. De beurs werd in de jaren negentig wakker geschud door Operatie Clickfonds, waarna er strengere compliance regelgeving kwam. Deze fraudezaak kan voor de vastgoedsector ook een waterscheiding zijn, maar het is de vraag of de sector en de overheid die kans benutten. De eerste reacties die ik her en der opvang zijn niet hoopgevend. "We zijn bezig met overleven", wordt gezegd. "Leuk boek, maar wij zijn met andere zaken bezig", schreef een vastgoedman in een ingezonden brief aan het FD.’

Wat moet er veranderen om te voorkomen dat een fraude van deze omvang zich herhaalt?

Van der Boon: ‘Allereerst moeten bestaande regels worden gehandhaafd. Op dit moment zijn er in het vastgoed veel papieren tijgers. Neem het anti-concurrentie beding, dat is een standaard element in vrijwel ieder arbeidscontract, maar in het vastgoed wordt het zelden nageleefd. Van dubbele petten en de vermenging van zakelijke- en privébelangen kijkt niemand raar op.’

Van der Marel: ‘Bij Bouwfonds waren onvoldoende interne controles. Lang niet alles was naar behoren administratief vastgelegd. Er werd zaken gedaan met bedrijven die men nauwelijks kende. Dat is in vrijwel iedere andere economische sector ondenkbaar.’

In hoeverre kun je in het geval van Bouwfonds en Philips Pensioenfonds nog spreken van slachtoffers als zoveel mensen aan de top van die ondernemingen betrokken waren bij de fraude?

Van der Boon: ‘Het waren delen van die bedrijven die rot waren, niet de gehele onderneming. De woningdivisie van Bouwfonds was bijvoorbeeld redelijk schoon. Justitie gaat in de eerste plaats op zoek naar de directe daders. Dat neemt niet we dat de bedrijven gelegenheid hebben geboden. Je kunt stellen dat de bestuurders verantwoordelijk zijn als de controle onvoldoende was. Het zou mij niet verbazen als Philips Pensioenfonds een boete krijgt van De Nederlandse Bank vanwege de rammelende controles.’

Van der Marel: ‘Ik vind dat er te weinig aandacht uitgaat naar de commissarissen. Die doen het voorkomen alsof tegen fraude geen kruid is opgewassen. Maar er waren voldoende signalen dat er iets mis was, van klokkenluiders tot rendementen die onder maat waren. Daar is niets mee gedaan. Dat is opnieuw een voorbeeld van commissarissen die niet assertief en vakkundig genoeg zijn, old boys die het belangrijker vinden om in het Stan Huygens Journaal te staan dan om een vergadering voor te bereiden. Mensen als Jan Hommen, die tot 2005 voorzitter was van het college van beheer van Philips Pensioenfonds, of Hans Wiegel, een van de langst zittende commissarissen bij Bouwfonds.’

Zal de strafzaak, die op 17 november begon, nieuwe feiten aan het licht brengen?

Van der Marel: ‘Ik denk het wel. Tijdens ons eigen onderzoek werd steeds duidelijker dat alle schakels in de keten verdacht zijn. Alle participanten bij de bouw van de verdachte projecten waren betrokken. Ik weet niet hoeveel ijsbergen er precies zijn, maar duidelijk is dat Bouwfonds en Philips Pensioenfonds voor een groot deel onder water zitten.’

Van der Boon: ‘Twee jaar geleden werd nog gezegd: "Als een rat zich in je bedrijf vreet, kun je daar niks aan doen." Die stelling is niet langer vol te houden. Het gaat om veel meer dan één rat. Wij hebben veel informatie niet eens gebruikt voor ons boek, omdat het gewoon te veel werd. Er zijn een paar hele vette brokken die we nog hebben liggen.’

Jullie beschrijven in het boek de handelwijze en het gedrag van de verdachten tot in groot detail. Was het lastig om aan die informatie te komen?

Van der Boon: ‘Ik heb in veel takken van de economie geopereerd, maar zelden ben ik zo grof bejegend als door sommige vastgoedmannen. Het was niet eenvoudig om informatie te krijgen. We hebben gesprekken gevoerd op duistere plekken en met mensen die zich achter een krant verborgen hielden. In sommige gevallen hebben we gewoon aangebeld bij villa’s in Aerdenhout en Heemstede, waar veel betrokkenen wonen. Soms stonden mensen met tranen in de ogen, andere keren kwamen we niet verder dan de intercom. Eén keer stuurde iemand de honden op ons af.’

Lenny Vulperhorst, die twee boeken schreef over de bouwfraude, vertelde eens dat hij na de publicaties persona non grata was in de bouwwereld. Treft jullie hetzelfde lot in de vastgoedwereld?

Van der Marel: ‘Dat valt mee. Vastgoedmensen zijn niet zo bangig als bankiers. Ze nemen hun verliezen. Een paar mensen die in ons boek genoemd worden als verdachten waren zelfs aanwezig op de boekpresentatie. Het zijn macho’s, van het type dat vroeger het schoolplein domineerde. Misschien waarderen ze ons lef.’


Vasco van der Boon, Gerben van der Marel
De vastgoedfraude

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden