Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Samen werken aan samenwerken top-100
24 mei 2013 | Pierre Pieterse

Op nummer 66 in de top-100 vinden we de managementnovelle Gung Ho! van absolute bestseller auteur Kenneth Blanchard. Gung Ho! laat zien dat er wel wat productievere manieren zijn dan de citroenpers om de productiviteit te vergroten. En wel door gebruik te maken van lokale wijsheden uit Indiaanse koker: de drijfveer van de eekhoorn, de werkwijze van de bever, en de gave van de gans.

De drijfveer van de eekhoorn staat in Gung Ho! voor ‘waardevol werk’, en daarmee wordt bedoeld dat de gedeelde waarden en normen alle beslissingen sturen. Het doel dat daarmee bereikt moet worden, is gedistilleerd uit die gedeelde waarden en normen, en is breder dan alleen winst of groei. De werkwijze van de bever leert dat je mensen zelf moet laten bepalen hoe ze het gestelde doel willen behalen, waarbij weer de eerder genoemde waarden en normen aangevuld met het doel – het speelveld bepalen. De manager is hier de coach die de opstelling bepaalt, verder is het aan het team. De gave van de gans ten slotte is de metafoor die leert dat je elkaar moet aanmoedigen om het doel te bereiken. Dat doe je door complimenten te geven, en dan niet alleen achteraf maar vooral ook tijdens de wedstrijd. Drie wijsheden die samen de receptuur voor teamwerk vormen. Voor gung ho!, Chinees voor samenwerken!

Simpel

Wie de simpele boeken van Kenneth Blanchard ter hand neemt, kan maar moeilijk vatten waarom nu juist deze ‘flodders’ zo immens populair zijn. Waarom juist deze flinterdunne verhaaltjes, het zijn niet meer dan wat aangedikte leaflets, zo veel populairder zijn dan de lijvige en doorwrochte boeken van denkers als Michael Porter of de erudiete werken van Peter Drucker. Het moet bijna wel iets Amerikaans zijn, want alleen daar kon het meest prestigieuze managementtijdschrift, Harvard Business Review, jarenlang openen met een artikel dat niet de resultaten beschrijft van gedegen onderzoek en op basis daarvan aanbevelingen doet, maar een artikel dat plompverloren met toevallige casuïstiek de toon zet. Met passages die zo uit een streekroman lijken te zijn gelicht, wordt de argeloze lezer op het spoor van een nieuw managementfenomeen gezet. Misschien niet wetenschappelijk verantwoord, maar o zo effectief want gretig gelezen. Net als de hele serie boeken van Blanchard. ‘Jezus onderwees ook in parabels, net als wij’, zo verklaart Blanchard zelf het succes van zijn werk.

Net als Onze ijsberg smelt! van John Kotter, het vorige boek uit de top-100 dat uitgebreid in deze rubriek is besproken, hebben de verhalen van Blanchard weinig om het lijf, maar de boodschap des te meer. En ook al net als bij Kotter is de manier waarop die boodschap wordt gebracht, de verpakking dus, van eminent belang. Dat geldt voor de ‘one minute’ reeks alsook voor Gung Ho!: in circa honderd bladzijden – wat neerkomt op een uur lezen – kan elke manager direct aan de slag. Met gegarandeerd resultaat!

Klantgeluk

Gung Ho! is het vervolg op de parabel Maak een fan van uw klant. In dat boek krijgt de lezer adviezen hoe hij kan achterhalen wat de klant echt wil en hoe hij effectieve regels instelt om van zijn klanten enthousiaste fans te maken. In parabelvorm dus, om de boodschap direct te laten indalen. Het verhaal in een paar regels: een nieuwe districtsmanager wordt door een goede fee gewaarschuwd dat zijn klanten op het punt staan het bedrijf de rug toe te keren. De manager snapt dat niet want de klanten lijken toch echt tevreden. Líjken, zo antwoordt de fee, en dat komt omdat hun verwachtingen bepaald niet hoog gespannen zijn en omdat er op dit moment niemand is die het beter doet. Op dit moment dus, maar het is een kwestie van tijd voor er concurrentie opdoemt. Daarom adviseert de fee de manager om de service zo te verbeteren dat zijn klanten niet minder dan enthousiaste fans worden! De manager moet zich daartoe laten leiden door drie stelregels: beslis wat je wilt, zoek uit wat de klant wil, combineer die twee en lever vakwerk. En doe daar vervolgens nog een schep van een paar procent bovenop! Customer delight dus dat tegenwoordig onder het adagium ‘belofte – bewijs’ opgeld doet en als leidraad dient voor veel klantgerichte ondernemingen. Wanneer de fee de manager heeft overtuigd van deze propositie, krijgt hij de instrumenten in handen om effectieve systemen in te stellen die ervoor zorgen dat zijn superieure dienstverlening geïnstitutionaliseerd raakt en daarmee een blijvend succes.

Samenwerken

Kennelijk knelde deze vertelvorm toch ietwat, en is voor Gung Ho! overgestapt op het waargebeurde verhaal als decor voor de boodschap, waarbij de centrale wijsheden, die van de eekhoorn, bever en gans, natuurlijk nog altijd alle kenmerken van een parabel dragen. Gung Ho! leert de manager manieren om de productiviteit te vergroten zonder over te gaan op drastische maatregelen. Met andere woorden: door het aanwezige potentieel beter te benutten. En dat doe je door werknemers te enthousiasmeren. Door te sturen op de werknemersmotivatie. De vraag is nu hoe managers hun mensen zo betrokken krijgen dat ze zich optimaal voor de organisatie gaan inzetten. En hier wordt de parabel uit de kast getrokken, in de vorm van de drijfveer van de eekhoorn, de werkwijze van de bever, en de gave van de gans. In begrijpelijk Nederlands: je motiveert werknemers door ze zinvol werk te laten doen, werk dus dat raakt aan gemeenschappelijke doelen en gestoeld is op gemeenschappelijke waarden, door werknemers verantwoordelijkheid te geven en ze verantwoordelijk te maken, en door ten slotte een cultuur te creëren waarin mensen elkaar aanmoedigen en stimuleren in plaats van elkaar de maat te nemen.

Oerboek

Ken Blanchard heeft natuurlijk echt naam en faam gemaakt met zijn One minute manager-reeks waarvan het eerste deel verscheen in 1982. In het ‘oerboek’ De one minute manager leert de manager hoe hij de productiviteit, de arbeidsvreugde en persoonlijke ontwikkeling vergroot. De centrale gedachte is even krachtig als eenvoudig: wie zich communicatief en consistent opstelt, haalt met een minimum aan inspanningen een maximum aan positief resultaat. Aan de hand van een beginnend manager (de mix van parabel en waar gebeurd verhaal) laat Blanchard in iets meer dan honderd bladzijden zien hoe je door drie simpele managementtechnieken praktische resultaten boekt. De noemer is ‘one minute’ (in een minuut te lezen), de delers zijn doelstellingen, complimenten en reprimandes. Net als bij al zijn andere boeken vind je achterin het boek een stroomdiagram dat je visueel nog even door het proces heenleidt: Bepaal (‘one minute’) doelstellingen, en geef complimenten wanneer je die bereikt en bepaal daarna meteen nieuwe doelstellingen. Wanneer de doelstellingen niet worden bereikt geef je reprimandes en herhaal je de geformuleerde doelstellingen. Enzovoort.

One Minutes

Met recht kun je stellen dat de parabel De one minute manager de eerste is in een heuse serie boeken die het ‘one minute stempel’ dragen. Een kleine greep uit het aanbod: Zelfleiderschap en de One Minute Manager, De One Minute Manager en de apenrots, Situationeel leiderschap II en de One Minute Manager, De One Minute Manager werkt met topteams. Voor elk wat wils! Er is zelfs een deeltje gewijd aan het edele spel dat golf heet, The One Minute Golfer! Een boek dat de lezer niet direct leert om het spel beter te spelen maar om er weer van te gaan genieten. En heel misschien verklaart dat wel het succes van de boeken van Ken Blanchard: laat je leiden door data, maar volg je hart, stuur op je gevoel, wees een mens. En leer van Jezus, volgens Blanchard de ‘beste one minute manager ooit’, hoe je de doelstellingen van de organisatie (de boodschap) aan je medewerkers verkondigt.

De Top 100-lijst - voor zover bekend - vindt u hier.

Hopeloze zoektocht naar de gouden succesformule column
11 september 2009 | Michel Hoetmer

Is het u ook wel eens opgevallen dat de hoogste posities op de bestsellerlijsten soms jarenlang worden ingenomen door boeken als De zeven eigenschappen van effectief leiderschap (Stephen R. Covey), Good to Great (Jim Collins), de boekjes van Ken Blanchard (Gung Ho! bijvoorbeeld) en vele andere uitgaven die de lezer gouden succesformules aanbieden? Wat is hier aan de hand?

Deze boeken hebben één ding met elkaar gemeen: ze vertellen een optimistisch verhaal en reiken de lezer enkele kant en klare en vooral eenvoudige principes aan. Als de lezer deze principes volgt, is zijn succes gegarandeerd. Sommige van deze boeken zijn geschreven in de vorm van een managementroman. Mensen lusten er pap van.

U voelt nu langzamerhand wel aan dat ik met een ‘maar’ op de proppen ga komen. Ik laat u niet langer in spanning. De vraag die me op de lippen brand, is deze: hoe komt het dat zo weinig mensen (bedrijven) werkelijk het beloofde succes behalen? Nog een irritante vraag: waarop zijn de wijsheden van deze auteurs eigenlijk gebaseerd?

De auteurs van managementromans leggen zelden of nooit verantwoording af voor hun boude claims. Daarover kunnen wij dus kort zijn: prachtige fictie, maar niet gestaafd door de realiteit. Of op z’n hoogst gebaseerd op de per definitie subjectieve ervaring van de auteurs.

De tweede categorie is wat lastiger. Jim Collins doet in zijn bestsellers (Build to last en Good to great) een zeer indringende poging de lezer er van te overtuigen dat zijn werk gebaseerd is op gedegen onderzoek. Dat moet dus wel snor zitten. Je kunt daarover onmiddellijk weer lastige vragen stellen aan meneer Collins. Hoe komt het bijvoorbeeld dat een aanzienlijk deel van de door u beschreven geweldige ondernemingen kort na het uitbrengen van uw boek in zwaar weer terechtkwamen? Hadden ze hun zaakjes toch niet zo goed voor elkaar als u beweert? Of weken ze plotseling af van uw principes? Overigens overkwam Peters en Waterman precies hetzelfde na het uitbrengen van hun boek 'In search of excellence'. Met dat vod kunnen wij snel korte metten maken. De auteurs hebben alle wetten van verantwoord onderzoek met handen en voeten getreden. Ze bedachten eerst een aantal stellingen en zochten er vervolgens de gegevens bij die hun stellingen onderbouwden. Een andere fout is het ontbreken van vergelijkingsmateriaal met bedrijven die het minder goed of slecht deden.

Jim Collins waakte er voor deze fout opnieuw te maken. Hij vergeleek zijn excellente bedrijven met bedrijven die gemiddeld presteerden. Toegegeven, dat komt een beetje in de richting maar het is nog steeds geen aselecte steekproef zoals je van wetenschappelijk verantwoord onderzoek mag verwachten. Het probleem is dat de auteur een aantal gouden regels meent te ontdekken, maar niet checkt of bedrijven die slecht presteren deze regels toevallig ook toepassen. Waardoor die gouden regels plotseling zouden veranderen in blikken regeltjes.

Maar dat is lang niet alles. In Het Halo-effect dat de pakkende subtitel ‘Negen misvattingen over management’ draagt, doet Phil Rosenzweig een boekje open over de falende onderzoeksmethoden van Collins en consorten. Ik ga hier niet al zijn (valide) bezwaren oplepelen. Ik raad u aan het boek zelf te lezen. Maar de kern van het verhaal wil ik u zeker niet onthouden. Het is u vast wel eens opgevallen dat mensen de neiging hebben grootse presteerders bijna onmenselijke eigenschappen toe te dichten. Een van de recente voorbeelden is natuurlijk Barack Obama. Er ontstond een heuse ‘Obamanie’. De man werd de hemel in geprezen. Gevolgd door een hele serie boeken over het geweldige leiderschap van iemand die het allemaal nog moet bewijzen. Maar dat terzijde.

Als iemand of een bedrijf succesvol is, hebben mensen de neiging allerlei positieve eigenschappen aan deze persoon of dat bedrijf toe te schrijven. Dat noemt men het ‘halo effect’. Zo schrijven wij aan fysiek aantrekkelijke mensen ook allerlei positieve eigenschappen toe die ze natuurlijk lang niet altijd bezitten. De bergen gegevens die Jim Collins in zijn boeken ter verantwoording opvoert, zijn voornamelijk gebaseerd op door het ‘halo effect’ besmette bronnen. Hij nam het succes als uitgangspunt en ging er de gegevens bijzoeken, zoals interviews met managers uit diezelfde bedrijven en bergen artikelen in kranten en tijdschriften over dezelfde en tijdens hun succes vaak bewierookte ondernemingen. Dergelijke bronnen kun je nauwelijks objectief noemen. De boeken van Collins zijn op drijfzand gebaseerd. Heel veel ‘garbage in’, nog veel meer ‘garbage out’.

Zoals Rosenzweig ook al aangeeft, zijn die bronnen plotseling heel wat minder positief wanneer de zaken foutlopen. Denkt u nog maar eens aan ons Nederlandse voorbeeld Cees van der Hoeven, de zonnekoning van Ahold. Hij werd vijf achtereenvolgende malen verkozen tot topman van het jaar en opgevoerd als hét voorbeeld voor het bedrijfsleven. Toen zijn imperium plotseling allerlei barsten begon te vertonen, werd hij door dezelfde mensen onder de groene zoden gemoffeld. Er deugde helemaal niets meer van zijn manier van leiding geven. Het relativeert al die mooie gouden succesformules. Was succes maar zo eenvoudig verklaarbaar.

En dan kom ik terug op het begin van deze column. De positieve succesverhalen scoren fantastisch in de bestsellerlijsten. De auteurs spinnen er garen bij. Ze ontvangen fabelachtige bedragen voor hun spreekbeurten. ‘Het Halo Effect’ moet het doen met een bescheiden plekje, ergens ver in de achterhoede, namelijk de oneervolle 9927ste plek! Mensen vinden sprookjes veel aantrekkelijker dan een gezond portie realisme. Fictie verkoopt prima.

Dus eindig ik positief met een bewezen gouden succesformule: zeg dat u onderzoek hebt gedaan (lees gewoon een paar kranten). Vertel dat u zeven (het geluksgetal) vooral simpele principes hebt ontdekt (doe alsjeblieft geen beroep op het denkvermogen van uw lezers). Zorg er voor dat die principes intuïtief meteen helder zijn. Verpak het vervolgens in een prachtig verhaal. Lardeer dit verhaal met enkele fantastische metaforen (maak vergelijkingen met het dierenrijk) en uw persoonlijke kostje is in ieder geval gekocht.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden