Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Nieuwe boeken (1): de breinmode duurt voort nieuws
1 maart 2013 | Hans van der Klis

Aangejaagd door het succes van Ons feilbare denken van Daniel Kahneman en Wij zijn ons brein van Dick Swaab verschijnt er dit voorjaar ook weer een stapel managementboeken die de werking van het brein en het onbewuste als onderwerp heeft. De kunst van het verleiden van klanten én medewerkers: de neurowetenschap is er nog lang niet klaar mee.

Een topman van een retailketen zei ooit tegen mij: er gebeurt pas iets in het zakenleven als er iets verkocht wordt. En hoe verkoop je iets? Door de koper te verleiden. De kennis over hoe je dat doet, neemt met sprongen tegelijk toe. Hoewel er inmiddels behoorlijk wat weerstand is ontstaan tegen de reductionistische visie van Dick Swaab, die ons in zijn boek Wij zijn ons brein neerzette als willoze slaven van uiteenlopende prikkels, is wel duidelijk dat er veel te winnen is als wij beter leren begrijpen hoe ons brein werkt.

Eén van de interessantste titels die dit voorjaar over dit onderwerp verschijnen, is Verkocht! van Daniel H. Pink, de vertaling van To Sell is Human (Business Contact, april). Pink, auteur van bekende boeken als Drive en De avonturen van Johnny Bunko, buigt zich in zijn nieuwe boek over de kunst van het verkopen. Verkopen is tegenwoordig een beetje een vies woord geworden, maar dat komt doordat het beeld dat wij erbij hebben achterhaald is, schrijft hij. Het gaat niet meer om de harde sales, maar om overtuigen, meekrijgen en enthousiasmeren. In Verkocht! beschrijft hij de drie belangrijkste vaardigheden die daarvoor nodig zijn: empathie, weerbaarheid en helderheid.

Maar ook binnen organisaties is de neuropsychologie van grote betekenis. Ria van Dinteren, met Brein@work eerder genomineerd voor Managementboek van het Jaar, heeft met Judith Droste een nieuw boek geschreven: Breinleiderschap (Boom Nelissen, april). Dit boek is een drieluik waarin zij beschrijven hoe leidinggevenden kennis van het brein kunnen toepassen op het leren van hun medewerkers.

In zijn boek Aandacht buigt Daniel Goleman (Business Contact, mei) zich over de vraag hoe mensen zelf hun aandacht kunnen trainen en versterken. Aandacht is een logisch vervolg op de bestseller Emotionele intelligentie, waarvan de inzichten vooral een goede toepassing vonden in werksituaties. Wie ‘zijn eigen brein kan managen’, zoals hij het noemt, wie kan schakelen en – waar nodig – afstand kan nemen van zijn gevoelens, is succesvoller in zijn communicatie en beslissingen.

Bij uitgeverij Mediawerf verschijnt in april een veelbelovend boek van de consultant Simon Sijbrands, The Trigger Zone, over het bewust en onbewust prikkelen van gedrag. Sijbrands stelt dat er binnen de veranderkunde nog veel te weinig gebruik wordt gemaakt van de aanwezige kennis over de werking van het brein. ‘Ik smelt de inzichten van de neurowetenschappen en psychologie samen in een nieuwe kijk op individuele en collectieve veranderingsprocessen – een neuropsychodynamisch perspectief op veranderkunde’, schrijft hij in zijn inleiding. Manfred Kets de Vries prijst het boek aan: ‘Het eerste boek dat ik ken waarin neurowetenschappen, psychoanalyse en managementwetenschappen op een uitstekende en toegankelijke manier wordt beschreven en geïntegreerd. Niet een goed, maar een erg goed boek voor bestuurders, managers, consultants, studenten en andere geïnteresseerden die meer willen weten van verandering als kernthema in hun leven.’

Een goed boek om de kennis over het brein te verdiepen is Stiekeme signalen van Leonard Mlodinow (Maven Publishing, mei). Deze natuurkundige doet in zijn boek verslag van de ‘verrassende en verbijsterende’ manieren waarop we onbewust beïnvloed worden, en wat we daarvan kunnen leren. In dit boek doet hij op aanstekelijke wijze verslag van het onderzoek dat de laatste twee decennia is gedaan en maakt hij duidelijk waarom je bijvoorbeeld het werk doet wat je doet.

Meer praktische boeken over dit onderwerp zijn Tien beïnvloedingsvaardigheden van Jan Bijker (Thema, maart) en Neuromarketing van Eric van Arendonk, Adriaan Polderman en Karel Smit (Academic Service, juni), die samen de Taskforce Neuromarketing van het NIMA vormen. Zij verwijzen traditioneel marktonderzoek naar de prullenbak en schrijven dat de marketeer met behulp van MRI-scanners rechtstreeks in het brein van zijn klant moet leren kijken. Geen nieuwe boodschap, Martin Lindström schreef er enkele jaren geleden ook al het boek Buyology over, maar daarom niet minder interessant.

En in oktober verschijnt het Handboek Neuromarketing – De Anatomie van de Verleiding, onder eindredactie van Paul Postma. Maar dan is het alweer najaar!


Daniel Pink: ‘Een nieuw brein voor een nieuw tijdperk’ interview
1 oktober 2009 | Rick Nieman

Daniel Pink is een snelrijzende ster in de VS. Hij schreef De avonturen van Johnny Bunko, een loopbaanadviesboek in Mangastijl, en dit jaar kwam hij met Een compleet nieuw brein – Waarom de rechterhelft van ons brein ons succesvoller maakt. Oprah las het en ze nodigde hem uit voor een interview. Sindsdien gaat het crescendo. Tijdens een bezoek aan de TED-conferentie in een regenachtig Oxford, bastion van het oude tijdperk, sprak Rick Nieman met hem.

Het is hoogzomer, maar in Oxford giet het. De zandsteenkleurige gebouwen van de beroemde oude ‘colleges’ – Christ Church, Exeter, Magdalen – vertonen grote, donkere vlekken van de regen. De studenten zijn met vakantie, hier en daar lopen plukjes toeristen; er hangt een verlaten sfeer in de universiteitsstad. Maar in de bar van het statige Randolph hotel – de plek waar Inspector Morse altijd zijn zaken bespreekt – bruist het. Het barst er van de meest uiteenlopende types, zoals een kleine, zwarte man in een wit pak, met glimmend witte schoenen en een grote gouden ketting om zijn hals. ‘tv-regisseur’ staat er op zijn XXL-’size’ badge. Hij loopt gearmd met een hoogblonde vrouw – een kop groter dan hij – die een kokerrok van stretchmateriaal draagt. De barman kijkt haar discreet na.

Opeens dringt Daniel Pink zich door de mensenmassa heen. Natgeregend T-shirt, beslagen bril, maar vrolijke, enthousiaste blik. Ik vraag hem hoe de TED-conferentie (een jaarlijkse bijeenkomst zakelijke en politieke denkers, gemixt met creatieve en artistieke types) hem bevalt. ‘Geweldig! We hadden net Gordon Brown als verrassingsspreker, en ik stond vanochtend in de incheck rij naast Cameron Diaz. ‘It’s fun, here!’’

Een paar minuten later zitten we in de ‘tea room’ aan een groene thee en een ‘traditional English tea’ en vertelt Pink over zijn boek ‘Een compleet nieuw brein – Waarom de rechterhelft van ons brein ons succesvoller maakt’.

‘We staan aan het begin van een nieuw tijdperk’, zegt Pink. ‘We bevonden ons in het tijdperk van de lineaire denkers, van de computerprogrammeurs en de accountants, en we gaan naar wat ik het conceptuele tijdperk noem. Of, om een andere analogie te gebruiken: we gaan van het tijdperk waarin de linkerhersenhelft dominant was naar het tijdperk van de rechterhersenhelft. En de rechterhersenhelft, zoals je weet, stuurt alles aan wat creatief is, associatief en intuïtief. ‘Right brainers have got the future’.’

Toepasselijk, denk ik, om dit gesprek juist hier te hebben. De tijd van de linkerhersenhelft werd geboren met de Verlichting en werd belichaamd door universiteiten als die van Oxford. In die wereld draaide het om logisch en wetenschappelijk denken. Zaken moesten bewezen kunnen worden. Feiten, cijfers en statistieken waren cruciaal. ‘Maar die tijd,’ zegt Pink, ‘is voorbij. We moeten nu op zoek naar de grote concepten en ideeën waar het allemaal om gaat, naar de ‘Big Picture’.’

De wereld verandert… veranderen wij mee?

Pinks boodschap is vooral slecht nieuws voor succesvolle, veertig- tot vijftigjarige blanke mannen die werkzaam zijn in traditionele bedrijfstakken als IT of accounting. ‘Hun banen verdwijnen,’ zegt Pink, ‘en sneller dan je denkt. Dat begon al een paar jaar terug, maar de trend wordt versneld door de huidige economische crisis. In ‘Een heel nieuw brein’ noem ik drie factoren die ervoor zorgen dat heel veel routinematig en lineair werk in het Westen gaat verdwijnen. Outsourcing, automatisering en wat ik overvloed noem. En door de recessie wordt die ontwikkeling alleen maar versterkt.’

‘Ga maar na,’ gaat Pink verder, ‘bedrijven doen er alles aan om in hun kosten te snijden, dus alles wat uitbesteed kan worden naar India of elders, zal daarheen worden gebracht. En vergis je niet, het kennisniveau daar stijgt met de dag. Realiseer je je dat er miljoenen Amerikaanse belastingaangiftes worden verwerkt door Indiase accountants, voor een fractie van de prijs die een Amerikaanse accountant daarvoor vraagt? En wist je dat duizenden röntgenfoto’s en MRI-scans van Amerikaanse patiënten worden geanalyseerd door Indiase artsen?’

Zelfs dat laatste is dus routinewerk. Maar er is meer. Als tweede bedreiging voor routinematig werk noemt Pink de computer. ‘Alles wat geautomatiseerd kan worden, wordt geautomatiseerd’, zegt hij. ‘Het is goedkoper, sneller en betrouwbaarder. Maar de recessie heeft misschien nog wel de meeste invloed op de derde factor die ik zojuist al noemde, namelijk die van de overvloed. Alle producten zijn tegenwoordig kwalitatief hoogstaand, het prijspeil is compleet transparant. Dus als ik me als producent wil onderscheiden, zal ik iets bijzonders moeten maken, iets speciaals. Dat geldt des te meer in tijden van crisis, want de consument is nu nog kritischer, en denkt nog langer na over het doen van een aankoop. Alleen als een product echt de moeite waard is, wordt het verkocht. Neem het voorbeeld van platte televisies: of een tv nu 40 of 42 inch is, maakt echt niets uit. Maar als een tv echt iets nieuws kan, bijvoorbeeld als ‘ie een ingebouwde harddiskrecorder heeft, misschien dat consumenten dan wel bereid zijn hun creditcard te pakken.’

Alleen bedrijven en mensen die iets unieks kunnen toevoegen aan het product of de dienst die ze verkopen, kunnen in de toekomst overleven.

Oprah snapt het

Eén van de drijvende krachten achter Pinks doorbraak in de Verenigde Staten is Oprah Winfrey. Zij las ‘Een compleet nieuw brein’, was er laaiend enthousiast over, en interviewde Pink voor haar radioprogramma dat via satellietradio over heel Amerika wordt uitgezonden. Ze kocht 4.500 exemplaren van het boek, die ze weggaf aan studenten in de eindexamenklas van Stanford die zij toesprak.

In haar interview met Pink zei Oprah over zichzelf dat ze buitengewoon slecht is in linkerhersenhelft taken (‘ik ben een warhoofd, spring altijd van de hak op de tak, heb niks met cijfers of businessmodellen’), maar haar succes geeft aan dat je tegenwoordig kunt slagen zonder dat je over kwaliteiten uit de linkerhersenhelft beschikt. Oprah is niet voor niets een van de bestverdienende showbizzpersoonlijkheden ter wereld…
Eén van de kwaliteiten van Oprah is dat ze een verhaal kan vertellen. ‘Iedereen snapt hoe belangrijk dat is’, zegt Pink. ‘Een cijfer, een statistiek is veel moeilijker te onthouden dan een goed verteld verhaal of een mooie anekdote. Maar als bedrijven communiceren, of dat nou naar buiten toe is of naar hun eigen medewerkers, doen ze dat nooit in de vorm van een verhaal! Er is een reden dat dat kleine fabeltje van John Kotter (‘Onze ijsberg smelt!’ – RN) zo populair is. Het is immers veel makkelijker een veranderingsproces in werking te zetten door het vertellen van een verhaal dan door het opsommen van wat droge cijfers. Maar waarom doet bijna niemand dat dan?!’

Pink noemt nog vijf talenten die uit de rechterhersenhelft komen, en die je helpen om creatiever te leren denken. Het draait om de begrippen Design, Symfonie, Empathie, Spel, en Zingeving.

Design, omdat alleen producten die zo zijn ontworpen dat ze een unieke waarde hebben, bijvoorbeeld door een bepaalde emotie los te maken, het zullen redden op de overvolle consumentenmarkt. ‘Denk aan de iPhone,’ zegt Pink. ‘Maar ook een bedrijf als Procter & Gamble snapt het. Hun CEO zegt bijvoorbeeld: "Alles wat wij doen is design." Het draait allang niet meer alleen om het maken van zeep.’

Symfonie, omdat het niet meer gaat om dat ene stukje gespecialiseerde kennis, maar om het zien van het hele verhaal, het hele muziekstuk in plaats van die ene noot; de symfonie dus.

Empathie, omdat er bijna niets belangrijker is dan begrijpen waar het jouw klant echt om gaat, wat hem ten diepste beweegt.

Spel, omdat we af moeten van die bloedserieuze atmosfeer die de zakenwereld de afgelopen halve eeuw heeft gekenmerkt. Alle onderzoeken wijzen uit dat humor en lichtvoetigheid creativiteit bevorderen.

En Zingeving, omdat het niet meer draait om het voldoen aan onze materiële behoefte alleen. Als er één grote revolutie in het Westen plaatsvindt, zegt Pink, is het wel de ontembare zucht naar zingeving.

Barack Obama als voorbeeld

Pink schenkt zichzelf nog wat groene thee bij uit het porseleinen theepotje. ‘Die zingevingsrevolutie komt door de babyboomers, die nu met pensioen gaan. Er is nog nooit een generatie geweest die het zo goed had, die zoveel welvaart had. Maar nu dat ze aan het eind komen van hun werkzame leven, en ze zich realiseren dat ze sterfelijk zijn, gaan ze ineens nadenken over wat er nou echt belangrijk is in het leven! Niet geld, carrière, marktaandeel of strategisch plannen, maar geluk, de verhalen die ertoe doen, liefde voor de mensen in je naaste omgeving.’

‘Weet je,’ zegt Pink, ‘eigenlijk is het zo makkelijk. Kinderen en jongeren snappen deze dingen ook. Dus het zit in ons. Helaas is het zo dat ons hele onderwijssysteem er op is gericht om vooral linkerhersenhelft kwaliteiten te ontwikkelen. Maar die rechterhersenhelft mag dan misschien weinig aandacht hebben gekregen, hij is er nog wel. Natuurlijk pleit ik er ook niet voor dat we ineens al onze linkerhersenhelft kwaliteiten af moeten zweren, integendeel. Het gaat om het combineren van ‘links’ en ‘rechts’, van lineair en conceptueel.’

Misschien wel het meest geslaagde voorbeeld van een succesvolle integratie van linker- en rechterhersenhelften, is Barack Obama, opper ik. Pink knikt enthousiast. Ik trek de vergelijking met de politiek omdat Pink een aantal jaar speechschrijver was voor toenmalig vice-president Al Gore. Als ik hem daaraan herinner moet hij diep zuchten. ‘Was Gore niet een extreme ‘left brainer’?’ vraag ik. Pink beaamt dat volmondig. ‘God, ja! Bill Clinton, Gores baas, was al veel meer een ‘right brainer’, maar de huidige president verenigt zo’n beetje alle kwaliteiten in zich die een succesvolle leider moet hebben’, zegt Pink.

‘Ga maar na: Obama ziet de Big Picture, is buitengewoon empathisch, kan een goed verhaal vertellen, houdt van spel – in de zin dat ‘ie ruimte laat voor grapjes en humor – en heeft oog voor stijl en design. Hij is cooler en stijlvoller dan welke Hollywoodster ook, zelfs in zijn zwembroek! – en hij praat niet alleen over beleidsinitiatieven en wetten, maar ook over wat het allemaal betekent. Maar tegelijkertijd is hij analytisch ijzersterk, en kan hij logisch denken en zaken goed beargumenteren. Hij combineert zijn rechter- en linkerhersenhelft tot een naadloze eenheid.’

Lessen voor leiders

Alles wat Pink zegt heeft ook verregaande consequenties voor leidinggevenden. Als ik de titel van het Managementboek van het Jaar 2008 (Mathieu Weggemans ‘Leidinggeven aan professionals? Niet doen!’) noem, knikt Pink enthousiast en instemmend. ‘Zo is het! Zo is het precies! En dat is ook exact waarmee ik me nu bezighoud. Mijn nieuwe boek, dat in januari volgend jaar uitkomt in de VS, gaat over het motiveren van mensen. ‘Drive’ gaat het heten.’ Pink wordt nu zo enthousiast dat hij met zijn brede armgebaren bijna het dienblad uit de handen slaat van de serveerster die achter hem langs loopt.

‘Eén van de meest opmerkelijke dingen die ik tot nu toe in mijn research tegen ben gekomen, is dat het financieel motiveren van mensen contraproductief werkt! Denk daar eens over na: de Westerse zakenwereld is eigenlijk al sinds de industriële revolutie op het verkeerde pad, als het gaat om het motiveren van mensen. Wat we doen werkt niet.’

Pink probeert voorover te buigen om zijn woorden kracht bij te zetten, maar dat lukt maar half in de diepe, comfortabele fauteuil waarin hij zit. Leunend op één elleboog gaat hij onverstoorbaar verder met zijn betoog. ‘Wat er gebeurt is dit: als je mensen financieel beloont, zullen zij alles doen wat ze moeten doen om die financiële beloning – dat salaris of die bonus – in de wacht te slepen. Maar daardoor besteden ze geen tijd en energie aan zaken die het bedrijf misschien wel veel succesvoller hadden kunnen maken. Ze zien die mogelijkheden wellicht wel, maar ze worden niet beloond om die paden te betreden, dus waarom zouden ze de moeite nemen? Het leidt alleen maar af van het halen van je ‘target’.’

De enige motivatie die echt werkt, zegt Pink, is intrinsieke motivatie, motivatie die in jezelf zit. Je moet mensen brede, ruime, conceptuele doelen geven, en ze alle ruimte geven om die doelen te bereiken op de manier die zij het beste achten. ‘En daar hebben ze weer al die rechterhersenhelft capaciteiten voor nodig.’

Gewoon doorploeteren

Voor lezers die zo langzamerhand misschien beginnen te wanhopen omdat ze zich juist al die jaren hebben bekwaamd in kwaliteiten van de linkerhersenhelft, is er toch nog hoop. ‘Boven alle andere talenten of eigenschappen waardoor je succesvol kunt worden,’ zegt Pink, ‘steekt één eigenschap uit… volharding, of doorzettingsvermogen. Uiteindelijk trekken de hardste werkers aan het langste eind.’

Het doet me denken aan één van mijn favoriete levenslessen. Gevraagd naar het geheim van zijn succes zei Winston Churchill: ‘J.K.B.O. ‘Just keep buggering on’.’ Gewoon door blijven ploeteren, adviseerde een van de grootste leiders van de twintigste eeuw, dan komt het uiteindelijk allemaal goed.


De najaarsworp (6): de buitencategorie nieuws
29 augustus 2008 | Hans van der Klis

In het voorlaatste deel van deze serie over de najaarsworp aandacht voor boeken die zich niet zo snel laten vangen in een categorie of anderszins tot de buitencategorie behoren.

Zoals een managementboek in de vorm van een graphic novel, een nieuwe Chris Anderson, Mathieu Weggeman over de zin van het leven, Mark Koster die Freakonomics nog eens over doet en Michiel Bicker Caarten met een terugblik op de beginjaren van BNR.

Chris Anderson, hoofdredacteur van Wired, doet andermaal een poging de nieuwe economie in de digitale tijd uit te leggen: dit keer in het boek ‘Gratis’, dat in november verschijnt bij uitgeverij Nieuw Amsterdam. In ‘Gratis’ slaat Anderson het pad in waar traditionele economen bang voor zijn: in het digitale tijdperk betekent schaarste niet automatisch meer dat er voor producten of diensten betaald moet worden, betoogt hij. Filmpjes op internet, computergeheugen (denk aan de inbox van Gmail) of de mogelijkheid enorme muziekcollecties op een kleine iPod te zetten: de wereld staat op zijn kop. En dit is nog maar het begin.

Een boek met een afwijkende vorm: Johnny Bunko is de brave kantoorman die altijd goed naar zijn ouders en leraren heeft geluisterd en nu vast is komen te zitten in zijn carrière. Daniel H. Pink en illustrator Rob ten Pas maakten van ‘De avonturen van Johnny Bunko’ (Business Cntact, oktober) de eerste managementstrip in mangavorm. De strip kreeg lovende kritieken in Amerika.

Eén van de boeken waar Academic Service dit najaar op inzet, is ‘Zen to done’ van Leo Babauta, met de ondertitel van 'To do naar Tada'. ‘Zen to done’ is een boek over hoe je zelf de macht over je gewoontes kunt uitoefenen. ‘Zen to done’ biedt simpele, maar krachtige nieuwe gewoontes die duidelijkheid verschaffen over welke taken en werkzaamheden het belangrijkst zijn. Babauta heeft zich bij het schrijven van dit boek laten inspireren door de succestitel ‘Getting things done’ van David Allen en Stephen Covey’s ‘7 Habits’. De auteur is hardloper en vegetariër en het levende bewijs dat je geen supermens hoeft te zijn om je leven te kunnen veranderen. Zo is hij met behulp van de ZTD-methode gestopt met roken, gezonder gaan eten en meer gaan verdienen.

Bij uitgeverij Bert Bakker verschijnt een verrassend boek van Mathieu Weggeman, auteur van het Managementboek van het Jaar 2008. Dit keer geen verdediging van de professional, maar een filosofisch werk over de zin van het leven. ‘Waarom zouden wij dood gaan?’, luidt de titel. Het boek gaat over de zin van het bestaan ‘en wat daarna komt’, aldus de ondertitel. De uitgever spreekt in de prospectus over een vrijmoedige verkenning van de antwoorden op de grote levensvragen, met humor en oprechte verwondering. ‘Waarom zouden we doodgaan’ moet in september in de (internet-)boekhandel liggen.

Zaken- en society-journalist Mark Koster (voorheen onder meer FD, Intermediair starters, Quote, Nieuwe Revu) komt begin november met een boek getiteld ‘Geld = goed en andere onwaarschijnlijke waarheden over onze poldereconomie’. Volgens uitgeverij Carrera een ‘tegendraads boek over economische rariteiten met als invalshoek altijd: de vrije markt zal overwinnen’. Koster heeft ‘Freakonomics’ van Levitt & Dubner als voorbeeld genomen en probeert Nederland op zijn kop te zetten: hij laat zien waarom het geprivatiseerde Heathrow groener is dan Schiphol, waarom Femke Halsema meer overeenkomsten heeft met Milton Friedman dan Mark Rutte en relativeert de ophef over topsalarissen in de overheidssector. We hebben het eerder gelezen, maar mits goed uitgevoerd, kan het een leuke aanwinst zijn.

Michiel Bicker Caarten, oprichter van Business Nieuws Radio, heeft een boek geschreven over de beginjaren van het radiostation: ‘Knerpend grind’ (Balans, oktober). BNR slechtte tien jaar geleden het laatste bastion van de publieke omroep: er was al commerciële concurrentie op de televisie en muziekradiozenders, alleen de nieuwsvoorziening op de radio was nog volledig in handen van de publieken. Bicker Caarten en zijn companen begonnen op de middengolf, op een frequentie die ’s nachts in handen was van Albanië. Ondanks het voortdurende geldgebrek groeide BNR al snel uit tot een aanwinst voor het bestel, niet in het minst door de focus op het financiële en zakelijke nieuws.

Welk boek tot slot op geen enkel verlanglijstje mag ontbreken, is ‘De Grote Management voor Dummies’ die in oktober bij Pearson verschijnt. Steeds meer mensen in Nederland en België worden manager – volgens Pearson blijkt uit enquêtes onder schoolkinderen dat 'manager' inmiddels het favoriete beroep is en hoger scoort dan brandweerman of piloot. Veel van die nieuwbakken managers hebben echter geen relevante opleiding en moeten het doen met praktijkervaring op de werkvloer, of een cursus die ze hier en daar gevolgd hebben. Voor al die mensen (en voor ervaren managers bij wie hun kennis al wat is weggezakt) is er nu dit 800 pagina’s tellende boek: een compilatie van technieken en hulpmiddelen uit eerder verschenen Voor Dummies, waarmee de moderne manager goed beslagen ten ijs komt.


De avonturen van Johnny Bunko: carriereadvies manga-stijl nieuws
6 mei 2008 | Bertrand Weegenaar

Daniel Pink, succesvol auteur van A Whole New Mind, en tekenaar Robert ten Pas hebben het aangedurfd een managementboek te schrijven in manga-stijl: The Adventures of Johnny Bunko: The Last Career Guide You’ll Ever Need (Riverhead 2008)

Een waarlijk geslaagd experiment The Adventures of Johnny Bunko: Johnny Bunko kan een held worden voor veel jonge managers. Diana, de op afroep beschikbare coach, krijgt iedereen plat.

Manga is een Japanse tekenstijl die geschikt blijkt voor alles: van comics voor kinderen tot harde porno. Eén op de vier boeken in Japan is een manga-strip. Ook voor volwassenen en zelfs over management zijn er duizend-en-één titels. Zo figureerde Nissan-baas Carlos Ghosn als hoofdpersoon in een manga-strip, nadat hij het autoconcern op on-Japanse wijze van een wisse ondergang had gered. In het Westen bekende kaartspelen en tekenfilms als Pokémon en Dragon Ball zijn ook van Manga-origine. En nu hebben twee Amerikanen het genre dus opgepakt om de wereld van het Westerse managementboek eens flink door elkaar te schudden.

De strekking van het verhaal: Johnny Bunko, een jonge medewerker van Boggs Corp., krijgt magische eetstokjes en kan daar zes keer carrière-advies mee krijgen van Diana. Zij wordt de narrige, maar recht-voor-zijn-raap personal coach. Zo leert hij tijdens de eerste stormachtige weken van zijn snelle carrière de zes belangrijkste lessen voor een jonge manager kennen: 1) er is geen plan, 2) denk sterkten, niet zwakten, 3) het gaat niet om jou, 4) doorzettingsvermogen wint van talent 5) maak excellente fouten en 6) laat een indruk achter.

Bij een normaal boek geef ik nu de kern weg, maar dat is door de manga-striplaag natuurlijk nooit het geval. Het verhaal(tje) is op zich sterk (balans tussen linker- en rechterhersenhelft) neergezet door Pink. Pink stelt op de website en in interviews zelfverzekerd dat er voor een jonge manager niet meer kennis te halen valt uit boeken. Die moet het volgens hem hebben van on-the-job ervaring (zoals Johnny krijgt), informatie van internet halen (zoals ook gebeurt in het verhaal waar de cursus 'Leadership, finance and narcissism' volgeboekt is en Johnny op een wachtlijst geplaats wordt) en gebruik maken van zijn/haar netwerk. Allemaal zaken waar je eigenlijk geen (strip)boek voor nodig hebt.

Nee, deze manier van managementliteratuur lezen is fun. De boodschap is duidelijk en staat na een paar dagen nog steeds helder voor de geest. Iets wat van veel hedendaagse, meestal dikkere managementboeken, niet gezegd kan worden.

Er is een flink stuk van het werk hier te bekijken. Business Contact brengt in het najaar de vertaling, maar wacht daar niet op. Lees de besprekingen van het boek in BusinessWeek en in Forbes. Lees de komende tijd ook meer op de boeksite Johnny Bunko.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden