Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Stephen Covey: ‘Leven is eigenlijk doodsimpel’ interview
13 juni 2005 | Annegreet van Bergen

Congresbezoek heeft veel weg van de traditionele kerkgang. Net als kerken zijn congreszalen van de boze buitenwereld afgesloten. Je zit er tijdelijk in een isolement, weg uit de hectiek van alledag.

Zoals vroeger de kerkzit een rustpunt in het leven was, zo vindt tijdens een congres de geest van druk bezette managers even rust. Zowel in de kerk als in de congreszaal krijgen mensen een mooie, overzichtelijke wereld voorgespiegeld. "De dominee kan het zo mooi zeggen", heet het dan. Bestsellerauteur Stephen Covey, onlangs op uitnodiging van Focus Conferences in Amsterdam op bezoek, doet niet voor dominee onder.

Bij Covey is het allemaal heel simpel en overzichtelijk. Neem zoiets ingewikkelds als het doel van het leven. Gewone stervelingen kunnen zich daar bij tijd en wijle flink het hoofd over breken. Covey niet. Volgens hem is het allemaal heel simpel en kan het doel van het leven in vier punten worden samengevat: "Live, love, learn en leave a legacy". Maar Covey zou Covey niet zijn als hij zich beperkte tot dit prachtig puntige motto. Covey kan de complete mens zelfs in een ingenieuze matrix vatten.

Die complete mens bestaat uit een lichaam, een hoofd, een hart en een ziel. Het lichaam wil leven, het hoofd wil leren, het hart wil liefhebben en de ziel wil nalaten (de ‘basisbehoeften’). Elk bestanddeel van de complete mens heeft zijn eigen ‘intelligentie’ en het daarbij behorende intelligentiequotiënt: het van oudsher bekende IQ voor het hoofd en daarnaast een FQ (fysieke) voor het lijf, EQ (emotionele) voor het hart en SQ (spirituele) voor de ziel. De ‘manifestaties’ van lichaam, hoofd, hart en ziel zijn discipline, visie, passie en geweten. De bij het viertal behorende ‘innerlijke stemmen’ zijn achtereenvolgens behoefte, talent, passie en geweten (zie tabel 1).

Als je de matrix bestudeert, word je getroffen door zijn schoonheid. Het is te mooi om waar te zijn. En op het eerste gezicht valt er geen speld tussen te krijgen. De puzzelstukjes van het leven-volgens-Covey vallen zo ingenieus in elkaar, dat je je bijna zou scharen achter de aanhangers van de theorie van het ‘intelligente design’, in het door minister Van der Hoeven gepropageerde debat met de evolutionisten.

De matrix heb ik uit zijn boek, ‘De 8ste eigenschap - Van effectiviteit naar inspiratie’ (blz. 82). Ik geloof niet dat Covey de matrix tijdens zijn keynote speech heeft getoond. Helemaal zeker ben ik daar niet van, want hij toverde een heel scala aan ingenieuze diagrammen en schema’s op het projectiescherm. Daardoor herinnerde ik me op het laatst niet meer wat ik in het begin had gezien.

Wat ik mij wél herinner is het filmpje, waarmee Covey het doel van het leven illustreerde: live, love, learn en leave a legacy. Een reclamefilmpje voor Center Parcs had niet poëtischer kunnen zijn. Onder aanzwellende muziek liepen aantrekkelijke blije, goedgeklede mensen door een mooi natuurlandschap. De mensen lachten, ze waren levenslustig en gelukkig. Ze hadden het goed met elkaar. De zon scheen, het klimaat was behaaglijk. De natuur was in volle bloei; bomen en planten lieten zich van hun rijkste kant zien. Kortom, bij Covey wordt het leven verbeeld als een vakantie in een natuurpark.

In het filmpje ontbraken kantoren, vergaderzalen, computers, (spoor)wegen, geluidsschermen, huizen, auto’s, trams en vliegtuigen. Er was, kortom, geen spoor te bekennen van de beeldbepalende dingen uit het dagelijks leven van de manager, kantoorslaaf, automobilist, forens of flatbewoner. Niet alleen in zijn filmpjes abstraheert Covey van praktische beslommeringen, in zijn boeken is het niet anders. Overal moffelt hij praktische bezwaren weg. Telkens komt hij zonder omhaal naar de kern van zijn boodschap. Met een knipoog naar Youp van ‘t Hek (die zijn wekelijkse column in de NRC al tijden afsluit met de verzuchting: "Het leven is wel leuk.") zou je Covey’s boodschap ook kunnen samenvatten als: "Het leven is wél maakbaar. Je kunt het helemaal naar je hand zetten."

Tot enige twijfel over die aanname is Covey bereid noch in staat, zo had ik eerder op de dag gemerkt. Ik had een interview met hem. Dat wil zeggen: van 12.25 tot 12.45 uur was in het schema Covey, die per limousine van het Amstel Hotel naar de RAI was gebracht, ruimte voor een persgesprek. Mijn ervaring leert dat je ook in zo’n kort tijdsbestek aansprekende gezichtspunten over het voetlicht kunt krijgen en je verhaal een eigen draai kunt geven, mits je zeer concrete vragen stelt.

Dus vertelde ik Covey dat over Nederlandse overheidsmanagers die last hebben van reorganisaties. Door de reorganisatie verliezen hun bazen aandacht voor het primaire proces en schuiven besluiten voor zich uit. Het middelmanagement wil bijvoorbeeld een nieuwe medewerker benoemen, maar de top is te druk met andere dingen om een voordracht te bekrachtigen. Wat zou Covey de middelmanager in zo’n geval adviseren te doen?

In zijn antwoord ging Covey op geen enkele manier in op de verlammende werking van reorganisaties en bureaucratische besluiten. Nee, hij adviseerde de gemangelde manager een lichtbaken te zijn en geen rechter, een voorbeeld en geen criticus. Hij moest binnen zijn eigen ‘Cirkel van invloed’ werken zodat zijn morele autoriteit en geloofwaardigheid zouden groeien. Zo zouden hem steeds meer niveaus van initiatief nemen worden toevertrouwd en uiteindelijk zou hij de leidinggevende van zijn baas zijn. Dat antwoord was voor mij niet nieuw. Ik had het de vorige dag al op pagina 132 van ‘De 8ste eigenschap’ gelezen.

Vervolgens vroeg ik hem hoe een manager zich van het harnas van de bureaucratie kan ontdoen. Er kwam geen concrete suggestie over zijn lippen. Maar net als in zijn boek en in zijn keynote speech van die middag verwees hij naar de grote strijder voor India’s onafhankelijkheid, Mahatma Gandhi. Die had geen formele autoriteit gehad, maar had louter op basis van zijn morele autoriteit de fundamenten gelegd voor de grootste democratie ter wereld. Daar kunnen managers een voorbeeld aan nemen.

Toen vroeg ik hem iets meer te vertellen over een bedrijf (genoemd op blz. 103 van zijn boek) dat aanvankelijk maximalisatie van aandeelhouderswaarde als missie had gehad en dat onder invloed van Covey was gaan inzien dat het alleen de economie (het lichaam) diende en dus hoofd, hart en ziel verwaarloosde: was het een beursgenoteerde onderneming en hoe hadden analisten en beleggers op de beleidswijziging gereageerd? Opnieuw ging hij niet op mijn concrete vraag in en kreeg ik alleen voorgedrukte antwoorden: wie in een kenniseconomie mensen als kostenpost beschouwt in plaats van als investering, slacht de kip die de gouden eieren legt.

Op dat moment kreeg ik associaties met de film ‘Being There’, waarin Peter Sellers de rol speelt van een autistische tuinman, die door hooggeplaatste Amerikanen voor een diepzinnig man wordt aangezien. "Je moet snoeien als je wilt laten groeien", zegt hij. "Is niet iedere zakenman in zekere zin een tuinman. Hij wil de grond vruchtbaar maken met zijn eigen zweet", antwoordt de man in wiens huis de tuinman logeert en die elk woord van de tuinman serieus neemt, omdat die in de dure kleren van zijn voormalige baas gekleed gaat.

Zelfs de Amerikaanse president wil advies van de tuinman, bijvoorbeeld over de economische recessie waaronder het land op dat moment gebukt gaat. De autist geeft alleen algemene tuinwijsheden ten beste en zegt: "Zolang de wortels niet geleden hebben, is alles goed in de tuin." "In de tuin?" vraagt de president. "In de tuin groeit alles volgens de seizoenen. Na de winter komt de lente." Daar valt geen speld tussen te krijgen.

Mocht iemand achteraf denken dat ik de verkeerde vragen aan Covey heb gesteld of te weinig tijd heb gehad, dan moet ik hem teleurstellen. Op andere vragen, ook als die gesteld zijn in langer durende interviews, geeft Covey precies dezelfde antwoorden. Het zijn mantra’s, aansprekende one-liners.

Kijk naar Dominique Haijtema. Voor het blad Management Team vloog ze naar Amerika en sprak anderhalf uur met Covey. Het interview staat ook in haar bundel ‘Leiderschap in de 21ste Eeuw’. "Weten en niet doen, is niet weten. Leren en niet doen, is niet leren", zegt Covey tegen haar wanneer ze het erover hebben hoe lastig het is te leven naar ‘De 7 eigenschappen van effectief leiderschap’. "Managers worden niet geboren of gemaakt, ze zijn selfmade. Zij kiezen ervoor een leider te worden. Je hebt discipline nodig. Ik kan niet in één keer piano spelen, ook al kies ik ervoor."

Op Haijtema’s vraag wat mensen ervan weerhoudt elkaar te vertrouwen en zich te richten op wat het belangrijkste is, antwoordt Covey: "Onvoldoende karakter. Mensen denken te veel in termen van compromissen. Ze begrijpen de voordelen van synergie niet. Je hoeft niet tegen elkaar te vechten. Wie goed met een hamer kan omgaan, denkt dat alles een spijker is. Als je goed bent in competitie, ben je daar steeds mee bezig. Veel mensen wedijveren met hun kinderen, hun echtgenoten of collega’s. Ze hebben niet door dat het geluk van anderen ook je eigen geluk kan zijn. Mensen hebben geen wij-mentaliteit. Daarom is het moeilijk om effectief te zijn. Het is uiteindelijk net zo moeilijk als een verbroken relatie op te bouwen."

Ook hier abstraheert Covey van geschiedenis, gewoontes, belangentegenstellingen, structuren en organisaties. Bij hem is de wereld een tabula rasa, een onbeschreven blad. Bij hem doet de werkelijke wereld er niet toe. Hij heeft alleen oog voor vrije, verantwoordelijke, gevoelige, verstandige en bezielde mensen. Aan zo’n man heb je als journalist of als intellectueel niet zoveel. Toch kan en wil ik niet ontkennen dat Covey mij heeft geholpen aan belangrijke inzichten. Of misschien is het beter te zeggen dat ik in zijn boek ‘De 7 eigenschappen van effectief leiderschap’ in mooie bewoordingen zag staan wat al vaag tot mij was doorgedrongen toen ik herstelde van een burn-out.

Kort gezegd had ik in die periode geleerd dat het energieverspilling is aandacht en tijd te besteden aan dingen waar je geen invloed op hebt. Dat betekent dat je niet altijd actief moet optreden en meer moet vertrouwen op je passieve kant. Toen las ik bij Covey: "Geef mij de moed te veranderen wat ik kan en moet veranderen. Het inzicht te accepteren wat ik niet kan veranderen. En de wijsheid om het verschil te zien." Dat waren precies de woorden die ik op dat moment nodig had.

Ook zijn verhaal over de kip met de gouden eieren viel tijdens die herstelperiode helemaal op zijn plaats. Ik was er geleidelijk van doordrongen geraakt dat ik niet alleen moest presteren, maar ook in mezelf moest investeren. Wie zijn lichaam, hoofd en hart niet goed onderhoudt, pleegt roofbouw en kan uiteindelijk niets meer. Lichaam, hoofd en hart zijn wat mij betreft de kip die de gouden eieren legt - de instrumenten waarmee je het in dit leven moet rooien. Waarmee we - los van de ziel - weer bij de kern van het verhaal van Covey zijn.

Waarschijnlijk is het zijn kracht dat hij zich nooit over concrete situaties uitlaat. Als hij dat zou dan, krijg je een inhoudelijke discussie. Dat wil hij niet. Doordat hij zich uit in vage bewoordingen, kan vrijwel iedereen iets van zijn gading in Coveys woorden vinden.

Het knappe van Covey is daarnaast dat hij niet alleen bestsellers schrijft. Hij heeft ook een enorm bedrijf achter zich met 110 winkels, 39 kantoren, 2000 licentiehouders in 95 landen. Zij verzorgen ook trainingen.

De Nederlandse tak had de uitnodigingen voor een gratis minisessie al klaar. Zo’n missie kan een geïnspireerd mens niet laten lopen. Of zoals Covey het zelf altijd graag zegt: "Uiteindelijk falen alleen zij die geen poging wagen." En zo kwam het dat er daags na het congres al een brief met uitnodiging bij mij in de bus lag. Nee, bij Covey laten ze er geen gras over groeien.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden