Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Spelling check voor emoties nieuws
19 augustus 2015 | Ger Post

Er is nu een computerprogramma dat claimt emoties te kunnen lezen die achter een email steken. Hoewel dit misschien iets overdreven is, kan hij wel dienen als een soort ‘spellcheck for being an asshole’.

De Tone Analyser van IBM Watson gebruikt, zo staat er op de website, ‘taalkundige analyses van emotionele tonen, sociale neigingen en schrijfstijlen in geschreven communicatie. Vervolgens geeft het suggesties om de schrijver te helpen hun beoogde toon te verbeteren’.

Op de site kan je een email plakken die het programma vervolgens op drie niveaus interpreteert: emotie (boos, vrolijk of negatief), sociaal (aangenaam, gewetensvol of open), en schrijfstijl (analytisch, zelfverzekerd of voorzichtig). De woorden in de tekst geeft het programma vervolgens een kleur overeenkomstig met de affectieve teneur van het woord. Door op het woord te klikken geeft het programma synoniemen voor het woord die het geschrevene meer aangenaam, open, nauwgezet of vrolijk maken.

Uit de eerste tests blijkt dat het cloud-based programma nog verre van perfect is. Zo schrijft Katy Waldman voor het Amerikaanse Slate: ‘Onplezierige woorden – worry, fail decay – boosten je negatieve score, terwijl neutrale zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden (project, lunch, timely) vreemd genoeg een ‘aangenaam’ label krijgen.’ Ze concludeert: ‘Ofwel Watson’s cloud-based interpretaties heeft een paar kinken die eruit gehaald moeten worden, of het loopt op logische rails die te barok en etherisch is voor deze nederige zak vlees.’

Zelfs zonder deze verbeteringen kan het programma al van waarde zijn. Bijvoorbeeld voor degene die laag scoort op Daniel Goleman’s Emotionele intelligentie. Of voor Nederlanders die volgens onderzoek nogal eens ‘bot, pusherig en weinig diplomatiek’ overkomen op hun buitenlandse zakenpartners. Een Engelse email even door het programma halen, kan de kans verkleinen op een onbedoelde woedeaanval aan de andere kant van de grens.

In de woorden van Waldman: ‘De Tone Analyzer is een hulpmiddel, geen professor Engels, dus het is niet verwonderlijk dat het minder geschikt is voor het openbaren van allerlei emotionele subtiliteiten in een stuk en het is meer behulpzaam als een soort van spellcheck for being an asshole. Vraagt u zich af hoe uw memo aan het personeel wat minder boos kan klinken? Watson zal die vage vibe van woede traceren in een paar woorden en vriendelijkere vervangers suggereren.’

Trends 2014 nieuws
27 december 2013 | Pierre Pieterse

Gepatenteerde blijvertjes onder de noemer ‘trends’ zijn ‘retro & authentiek’, vandaar dat we voor onze inventarisatie een authentieke klassieke glazen sneeuwbol (Franse vinding, circa 1800) een paar keer op zijn kop hebben gehouden waarna een hele sneeuwbui aan onmiskenbare trends naar beneden dwarrelde. We hebben de belangrijkste (management)ontwikkelingen er heel selectief dus arbitrair uitgepikt, te weten: mobiel, big data, Aandacht, balanseconomie en anders organiseren.

Mobiel
Dé trend voor 2014 is ongetwijfeld mobiel. Sommige kenners spreken zelfs van ‘hypermobiel’. Dat is wellicht wat zwaar aangezet, maar mobiel is onmiskenbaar een tijdje geleden ingezette ontwikkeling die inmiddels is uitgegroeid tot een krachtige trend. Wie mobiel niet zichtbaar is, bestaat eigenlijk niet. En paradoxaal genoeg, ondanks het scala aan mogelijkheden en de ervaring met ‘internet’, is het makkelijker om onzichtbaar te blijven dan zichtbaar. Denk maar even aan de enorme implicaties op de bedrijfsvoering. Voor het betere hands-on marketingwerk is er het Handboek Mobile Marketing van Patrick Petersen. Wie meer strategisch aan de slag wil, moet nog even wachten, pas half maart verschijnt het Handboek mobiele strategie van Bert van Asten. Wie echter niet kan of wil wachten, heeft met de Lanting Trilogie (Connect!, Iedereen CEO en De slimme organisatie) een puik ‘overzichtshandboek’ in handen.

Big data

Sinds de datamedaille is gekanteld en de Januskop ‘privacy’ zichtbaar is, staat het ongebreideld verzamelen van gegevens in een kwade reuk. De doorwrochte typoscripten over de duistere praktijken van de NSA of het terechte martelaarschap van iemand als Edward Snowden liggen al op de redactieburelen van grote uitgevers. Dark Market van Misha Glenny zou er weleens bij kunnen verbleken. Maar uiteindelijk zal dat slechts een rimpel in de vijver blijken, ‘data is here to stay’. Om de doodeenvoudige reden dat de voordelen groter zijn dan de nadelen. Een fraaie en ook bekroonde analyse is De big datarevolutie van Viktor Mayer-Schönberger en Kenneth Cukier. Volgens het vakblad Strategy + Business het beste boek uit 2013 in de categorie ‘digitizing’ en volgens internet scepticus Evgeny Morozev (The Net Delusion: The Dark Side of Internet Freedom, en recent To Save Everything, Click Here: The Folly of Technological Solutionism) ‘een toegankelijke tour langs de voordelen en valkuilen van big data-analyse’. Overigens kent deze ‘databeweging’ een gerenommeerd criticus in de persoon van Nassim Nicholas Taleb (The Black Swan): data-analyses resulteren in gemiddelden, leuk in Mediocristan, maar nutteloos in Extremistan, de wereld waarin wij leven. U bent dus minimaal gewaarschuwd.

Aandacht
Uit de beroemde Hawthorne experimenten distilleerde Elton Mayo dat aandacht werknemers doet floreren. En al lijkt het erop dat Mayo met de cijfers heeft geknoeid (lees vooral De managementmythe waarin Matthew Stewart deze en andere mythes doorprikt) en al lijkt nieuw onderzoek er op te wijzen dat huidige werknemers juist opbloeien als managers hen met rust laten, niemand lijkt ooit te zijn bezweken onder de juiste dosering aandacht. In organisaties kan gebrek aan aandacht leiden tot een managementstijl die wordt bestempeld als ‘op hol geslagen leiderschap’. Volgens Daniel Goleman (Emotionele intelligentie) een vorm van leiderschap waarbij de menselijke kosten ondergeschikt maakt aan de resultaten. In een interview naar aanleiding van zijn boek met de alleszeggende titel Aandacht zegt hij verder: ‘Een vorm van management waarbij leiders enkel het tempo bepalen of hun ondergeschikten opdragen net zo te zijn als zichzelf en mensen die daaraan niet kunnen voldoen passeren of bedelven onder negatieve feedback. Zo'n commanderende stijl heeft een verwoestende uitwerking op het emotionele klimaat van de organisatie.’

Balanseconomie
Balanseconomie, ofwel circulaire economie als tegenvoeter van de lineaire economie. Niet gebruiken maar hergebruiken. Maar dat kan alleen als we ‘ophouden met het maken van minder slechte producten en uitsluitend nog intelligente producten ontwerpen, gemaakt van materialen die we steeds weer kunnen teruggeven aan technische of biologische kringlopen.’ Aldus William McDonough en Michael Braungart, de aartsvaders van het concept (en gelijknamige boek) Cradle to cradle. Duurzaam ondernemen is hiervan een directe afgeleide die zich praktisch laat vertalen in ‘kleinschaligheid’, ‘coöperatief organiseren’ en ‘de opkomst van de circulaire economie’. Boeken te over voor de liefhebbers, van diepgravende organisatorische analyses (Werken aan de Weconomy onder redactie van Jan Jonker) tot praktisch hands-on werk (In vijf stappen CO2-neutraal ondernemen van Rob van der Rijt), de meest actuele stand van zaken hebben wij voor u gebundeld in een achtergrondartikel onder de titel ‘Duurzaam zakendoen: Het is rond en het komt eraan’.

Anders organiseren
Anders organiseren kent heeft zijn wortels in zelforganisatie en zelfsturing (trends die inmiddels zijn volgroeid facts of life) maar is zoals het zelf ook aangeeft ‘anders’. Aanhakend op externe ontwikkelingen ontstaan netwerken die inhaken op de nieuwe economische, maatschappelijke en technologische realiteit. Technologie dwingt andere organisatievormen af door ze te faciliteren, internet creëert nieuwe markten door oude af te breken, net zoals juist een crisis de broodnodige creativiteit aanwakkert door vastgeroeste bakens weg te gummen. Het icoon en tegelijk ook trendwatcher van deze laatste ‘creatieve beweging’ is Martijn Aslander. Niet bij de pakken neerzitten maar kansen pakken. ‘We zitten in een nieuwe renaissance’, zegt hij in een interview. Noem het ‘life-hacking’ (slim organiseren), label het als ‘small is the new big’, duidt het als ‘permanent beta’ (nooit af), in essentie is het allemaal de resultante van ‘anders organiseren. Vooral dat laatste, ‘permanent beta’, is cruciaal, omdat het de kritieke succesfactoren van morgen - geven en delen van kennis en middelen – in het productieproces incorporeert en dat realtime. In de woorden van Aslander: ‘Bridging brains, tech & culture. Ergens in dat domein liggen de oplossingen voor de vraagstukken waar we nu last van hebben.’ Een domein waar een grote organisatie of dure kantoren slechts belemmeren, een domein waar je netwerk, je contacten, je expertise en kennis en bovenal je attitude het verschil tussen falen en succes bepalen.

Neuromarketing

Strikt genomen geen managementtrend, maar toch wel even aardig om in dit verband te vermelden: de doorbraak van neuromarketing. Jaren geleden verscheen Het breinboek voor managers van Paul Postma maar met de kennis van nu was dat net iets te vroeg. Nu is dat duidelijk anders, getuige niet alleen een heuse polemiek in De Groene (Paul Postma repliceerde in Managementboek Magazine per column) maar ook de populariteit van titels als Brainbound Marketing (Paul Hassels Monning), De koopknop (Marcel de Munnik) en het tamelijk basale Neuromarketing (Eric van Arendonk). Maar Paul Postma blijft toch de onbetwiste Hollandse Meester op dit vakgebied en bewijst dat eens te meer met het prachtige handboek Anatomie van de verleiding (in het vakartikel met dezelfde titel kunt u een kort réposé tot u nemen).

Overigens is het vakgebied marketing ook in beroering. Volgens Frank Wouters moet marketing weer terug naar zichzelf. In Honshitsu – De essentie van marketing, de marketing van de essentie dat elke propositie moet uitgaan van een streng bewaakt totaalconcept. Dus weg van de waan van de dag. En dat concept moet zijn gebaseerd op een waarde die de aanbieder uitdraagt. Een vorm dus van conceptuele marketing. Klinkt misschien wat vaag of zelfs moeilijk, maar in het boek legt Wouters het zeer consciëntieus uit. En Wouters schuwt de provocatie niet om zijn boodschap kracht bij te zetten. In een interview zegt hij: ‘De algemene consensus die er heerst, is dat het werk van Kotler maatgevend is. Bij gebrek aan goede theorievorming zijn we alles maar als bruikbare theorie gaan beschouwen. Kotler heeft feitelijk geen theorie, maar geeft een inventaris van alle beschikbare marketinginstrumenten waarvan de meeste marketeers bovendien moeten toegeven dat ze ze niet beheersen. Ik durf te beweren dat zijn werk berust op een vergissing.’ Voor volk en vaderland Een terugkerende trend is (naast de Trendrede) het jaarlijkse trendoverzicht van de ‘trendwatcher des vaderlands’. Onder de niet mis te verstane titel Trends 2014 schetst Adjiedj Bakas het aankomende jaar in drie pakkende lemma’s: De Nieuwe Soberheid, Marx voor de Middenklasse en de Economie van het Geluk. En bij die laatste constatering sluiten wij ons graag aan: een gelukkig en voorspoedig 2014!

Oprisping column
26 november 2013 | Rene ten Bos

Toen Klaas Knot, hoogleraar en baas bij De Nederlandsche Bank, niet lang geleden vertelde dat hij ‘het gevoel’ had dat Nederland wat betreft de recessie het ergste achter de rug had, viel heel Nederland over hem heen. Een hoogleraar, bovendien baas bij De Nederlandsche Bank, mag kennelijk niet op basis van ‘gevoel’ optimistische boodschappen over de economie verkondigen.

Hoewel ik Knot zelf niet het woord ‘buik’ of ‘onderbuik’ hoorde noemen, gebruikten veel van zijn critici het woord ‘onderbuikgevoel’ of ‘buikgevoel’ om hun kritiek kracht bij te zetten. Dit suggereert dat tal van mensen iets mis vinden met de buik of met de onderbuik, zeker als het gaat om het uitspreken van toekomstverwachtingen. Dat komt omdat we die zones van het menselijke lichaam weliswaar niet gevoelloos vinden, maar toch zeker hersenloos. In de buik, zo weten we, zit geen verstand. In de onderbuik al helemaal niet. Wat zit er wel? Geiligheid, spijsvertering en gerommel. Het gaat, laten we wel wezen, om erogene en metabolische zones en daar heeft een econoom als Knot, ook baas bij De Nederlandsche Bank, helemaal niets te zoeken.

Arme Knot. Bij mijn weten heeft hij nooit over zijn buik gesproken. Hij had het slechts over een ‘gevoel’. Mag zo iemand geen gevoel hebben?

Nee, werd er gezegd, een president van De Nederlandsche Bank, hoogleraar bovendien, moet alles wat hij zegt met feiten en cijfers onderbouwen. Sommige economen waren er dan ook als de kippen bij om met deze cijfers en feiten het optimistische gevoel van Knot in de kiem te smoren. Hebben die economen, zo vraag ik me af, dan zelf geen gevoel bij die feiten en cijfers? Natuurlijk niet, feiten en cijfers hebben geen gevoel en dus degenen die ze op tafel gooien ook niet.

Misschien zou je kunnen zeggen dat Knot met een soort leiderschapsexperiment bezig was. Ik zie het zo voor me. De avond voor de gewraakte uitspraken over het einde van de recessie leest Knot, na een dag hard werken een welverdiend glaasje wijn bij de hand, een goeroeboekje waarin staat dat leiders gevoelsmensen zijn. Verwoed lezend, trok Knot al snel de conclusie dat er in crisistijden behoefte is aan dit soort gevoelsmensen. De gewone man op de straat begrijpt de feiten en cijfers toch niet en heeft behoefte aan iemand van vlees en bloed, aan iemand die zijn buikgevoel niet wegstopt achter alle feiten en cijfers. De gewone man in de straat begrijpt buikgevoel wel en feiten en cijfers niet.

Knot ervoer een moment van epifanie. En concludeerde dat hij zijn gevoel moest laten spreken.

Onmiddellijk werd zijn oprisping afgestraft. De baas van De Nederlandsche Bank, hoogleraar bovendien, moet geen charismaticus zijn, maar gewoon een brave functionaris of feitenmalende en cijferkauwende hoogleraar. Dat lijkt een stuk gezonder voor een land dat in crisis steekt dan een onderbuik. Wat de mensen in zo’n land nodig hebben, is plat realisme. Een onderbuik wekt alleen maar ronde en bolvormige en dus verkeerde verwachtingen.

Knot lijkt de boodschap te hebben begrepen. Hij is nu bezig zijn gevoel, dat naar eigen zeggen helemaal geen onderbuikgevoel was, ‘beter’ te ‘onderbouwen’.

Wanneer en hoe ‘onderbouw’ je een gevoel? Stel dat iemand je vertelt dat hij verliefd is, zeg je hem dan dat hij dat beter moet onderbouwen? Stel dat iemand een bepaald kunstwerk mooi vindt, vraag je dan ook om een onderbouwing?

Ik geloof niet dat je gevoelens kunt of moet onderbouwen, maar we leven in een land waarin men dat van de baas van De Nederlandsche Bank, hoogleraar bovendien, wel verwacht. Zo’n baas moet kennelijk de architect van zijn gevoel zijn.¶

Intelligentie zit in oudere breinstructuren nieuws
16 mei 2013 | Ger Post

Het is een van de meest vaststaande theorieën in de wetenschap: de sleutel van onze intelligentie ligt in onze frontale kwabben, achter ons voorhoofd. Dat zijn dan ook de structuren die in talloze wetenschappelijke artikelen en boeken worden gelinkt aan intelligentie. De frontale kwabben spelen bijvoorbeeld een sleutelrol in Daniel Golemans boeken ‘Sociale intelligentie en Emotionele intelligentie. Maar ook in boeken over creativiteit, zoals Jonah Lehrers Imagine: hoe creativiteit werkt.

De importantie van de frontale kwabben kan dus vaak niet genoeg benadrukt worden. Sterker nog: het zijn de delen die ons mens maken! Toch? Nou, niet echt, stellen verschillende onderzoekers in een recent onderzoek. Ze vergeleken de grootte van de frontale kwabben van mensen en dieren en ze stelden vast dat ze helemaal niet disproportioneel groter waren dan andere hersengebieden.

De onderzoekers concluderen dat de grootte van de frontale kwabben daarom niet alleen de superieure cognitieve vaardigheden van de mens kunnen verklaren. Gebieden die als meer primitief worden gezien, zijn volgens de onderzoekers net zo belangrijk in de ontwikkeling van het brein.

‘Men denkt dat de expansie van de frontale kwabben met name cruciaal was in de ontwikkeling van modern gedrag, gedachtes en taal, en dat het onze uitpuilende frontale kwabben zijn die ons mens maken. Wij laten zien dat dit niet waar is; de menselijke frontale kwabben hebben precies de grootte die je zou verwachten als je een niet-humaan brein opblaast tot de grootte van een mensenbrein,’ verklaart de leider van het onderzoek, professor Robert Barton. ‘Dit betekent dat delen die traditioneel gezien primitiever zijn net zo belangrijk zijn geweest tijdens onze evolutie. Deze andere hersendelen zouden nu meer aandacht moeten krijgen.’

Opletten! Wees zuinig op je aandacht nieuws
15 maart 2013 | Ger Post

Net op het moment dat je in een moeilijke zin zit, komt er een email binnen. Meteen ben je afgeleid en is de zin uit je hoofd. Het zijn herkenbare ergernissen die ervoor zorgen dat je uiteindelijk vaak meer tijd kwijt bent aan het werk en, zoals uit recent onderzoek blijkt, ervoor zorgen dat je twee keer zoveel fouten maakt.

De Zwitserse filosoof en schrijver Rolf Dobelli (van het boek De Kunst van het heldere denken) brak al eens een lans om Aandacht serieuzer te nemen en afleidingen agressief tegen te gaan. ‘Informatie is niet langer schaars. Maar aandacht wel. Waarom geef je die zo makkelijk weg? Je bent niet onverantwoordelijk met je geld, je reputatie of je gezondheid. Waarom zou je je geest wel weggeven?’

De hedendaagse aandachtgoeroes bevinden zich over het algemeen in de zachtere hoek van de wetenschap. Ze schuwen bijvoorbeeld een meditatiesessie niet om hun concentratie te oefenen. Maar onderzoekers vinden steeds vaker bewijs in het brein voor de claim dat meditatie een goede concentratieoefening is.

Een beroemde meditatieaanhanger is Daniel Goleman, schrijver van de bestseller Emotionele intelligentie. Hij komt later dit jaar met het boek Aandacht, waarin hij de nieuwste inzichten op het gebied van mindfulness en meditatie koppelt aan aandacht, maar ook aan emotionele intelligentie en geluk.

Met dit werk borduurt Goleman deels voort op het werk van de psycholoog Mihaly Csikszentmihalyi, die in zijn boek Flow beschrijft hoe optimale aandacht de hoofdweg is naar geluk. Mensen die zich goed kunnen concentreren en vol aandacht kunnen werken, hebben de grootste kans om in een flow te komen – en gelukkig te worden, betoogt Csikszentmihalyi.

Mensen bij wie hun aandacht niet wordt onderbroken maken ook minder fouten, blijkt uit een recent onderzoek in de Journal of Experimental Psychology General. Al bij een onderbreking van nog geen drie seconden nam het aantal fouten dat mensen maakten met 50 procent toe.

Nieuwe boeken (1): de breinmode duurt voort nieuws
1 maart 2013 | Hans van der Klis

Aangejaagd door het succes van Ons feilbare denken van Daniel Kahneman en Wij zijn ons brein van Dick Swaab verschijnt er dit voorjaar ook weer een stapel managementboeken die de werking van het brein en het onbewuste als onderwerp heeft. De kunst van het verleiden van klanten én medewerkers: de neurowetenschap is er nog lang niet klaar mee.

Een topman van een retailketen zei ooit tegen mij: er gebeurt pas iets in het zakenleven als er iets verkocht wordt. En hoe verkoop je iets? Door de koper te verleiden. De kennis over hoe je dat doet, neemt met sprongen tegelijk toe. Hoewel er inmiddels behoorlijk wat weerstand is ontstaan tegen de reductionistische visie van Dick Swaab, die ons in zijn boek Wij zijn ons brein neerzette als willoze slaven van uiteenlopende prikkels, is wel duidelijk dat er veel te winnen is als wij beter leren begrijpen hoe ons brein werkt.

Eén van de interessantste titels die dit voorjaar over dit onderwerp verschijnen, is Verkocht! van Daniel H. Pink, de vertaling van To Sell is Human (Business Contact, april). Pink, auteur van bekende boeken als Drive en De avonturen van Johnny Bunko, buigt zich in zijn nieuwe boek over de kunst van het verkopen. Verkopen is tegenwoordig een beetje een vies woord geworden, maar dat komt doordat het beeld dat wij erbij hebben achterhaald is, schrijft hij. Het gaat niet meer om de harde sales, maar om overtuigen, meekrijgen en enthousiasmeren. In Verkocht! beschrijft hij de drie belangrijkste vaardigheden die daarvoor nodig zijn: empathie, weerbaarheid en helderheid.

Maar ook binnen organisaties is de neuropsychologie van grote betekenis. Ria van Dinteren, met Brein@work eerder genomineerd voor Managementboek van het Jaar, heeft met Judith Droste een nieuw boek geschreven: Breinleiderschap (Boom Nelissen, april). Dit boek is een drieluik waarin zij beschrijven hoe leidinggevenden kennis van het brein kunnen toepassen op het leren van hun medewerkers.

In zijn boek Aandacht buigt Daniel Goleman (Business Contact, mei) zich over de vraag hoe mensen zelf hun aandacht kunnen trainen en versterken. Aandacht is een logisch vervolg op de bestseller Emotionele intelligentie, waarvan de inzichten vooral een goede toepassing vonden in werksituaties. Wie ‘zijn eigen brein kan managen’, zoals hij het noemt, wie kan schakelen en – waar nodig – afstand kan nemen van zijn gevoelens, is succesvoller in zijn communicatie en beslissingen.

Bij uitgeverij Mediawerf verschijnt in april een veelbelovend boek van de consultant Simon Sijbrands, The Trigger Zone, over het bewust en onbewust prikkelen van gedrag. Sijbrands stelt dat er binnen de veranderkunde nog veel te weinig gebruik wordt gemaakt van de aanwezige kennis over de werking van het brein. ‘Ik smelt de inzichten van de neurowetenschappen en psychologie samen in een nieuwe kijk op individuele en collectieve veranderingsprocessen – een neuropsychodynamisch perspectief op veranderkunde’, schrijft hij in zijn inleiding. Manfred Kets de Vries prijst het boek aan: ‘Het eerste boek dat ik ken waarin neurowetenschappen, psychoanalyse en managementwetenschappen op een uitstekende en toegankelijke manier wordt beschreven en geïntegreerd. Niet een goed, maar een erg goed boek voor bestuurders, managers, consultants, studenten en andere geïnteresseerden die meer willen weten van verandering als kernthema in hun leven.’

Een goed boek om de kennis over het brein te verdiepen is Stiekeme signalen van Leonard Mlodinow (Maven Publishing, mei). Deze natuurkundige doet in zijn boek verslag van de ‘verrassende en verbijsterende’ manieren waarop we onbewust beïnvloed worden, en wat we daarvan kunnen leren. In dit boek doet hij op aanstekelijke wijze verslag van het onderzoek dat de laatste twee decennia is gedaan en maakt hij duidelijk waarom je bijvoorbeeld het werk doet wat je doet.

Meer praktische boeken over dit onderwerp zijn Tien beïnvloedingsvaardigheden van Jan Bijker (Thema, maart) en Neuromarketing van Eric van Arendonk, Adriaan Polderman en Karel Smit (Academic Service, juni), die samen de Taskforce Neuromarketing van het NIMA vormen. Zij verwijzen traditioneel marktonderzoek naar de prullenbak en schrijven dat de marketeer met behulp van MRI-scanners rechtstreeks in het brein van zijn klant moet leren kijken. Geen nieuwe boodschap, Martin Lindström schreef er enkele jaren geleden ook al het boek Buyology over, maar daarom niet minder interessant.

En in oktober verschijnt het Handboek Neuromarketing – De Anatomie van de Verleiding, onder eindredactie van Paul Postma. Maar dan is het alweer najaar!

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden