Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Wij wijzen u graag op het volgende
Door drukte zijn de levertijden van PostNL aangepast en kan uw pakket vertraging oplopen. Door de Brexit kan de levering van Engelse boeken vertraging oplopen.
Big data en het principe double contingency tussen_droom_en_daad
26 september 2016 | Haiko van der Voort

In deze rubriek analyseren bestuurskundigen van de TU Delft patronen en wetmatigheden waar veel managementboeken soms wat lichtvoetig aan voorbij gaan, of gewoon voor vanzelfsprekend aannemen. In deze aflevering belicht Haiko van der Voort big data en het principe double contingency.

De beloftes van big data zullen u niet zijn ontgaan. We laten allemaal dagelijks een dik spoor aan data achter, we hebben tegenwoordig de capaciteit om geautomatiseerd zinvolle patronen te vinden in deze data.

De mogelijkheden zijn indrukwekkend voor diverse doeleinden: bewegingspatronen van reizigers maken het mogelijk reisadvies op maat te geven, kooppatronen en surfgedrag maken het mogelijk preferenties van consumenten te voorspellen en allerlei sociaal-maatschappelijke data maken het mogelijk om gebieden met een hoog risico op criminaliteit te identificeren. De datarevolutie kan zo leiden tot betere, of in ieder geval meer informatie. En meer informatie kan leiden tot betere besluiten, bijvoorbeeld over marketing of toezicht.

Leidt de datarevolutie echt tot betere besluiten? Dit hangt natuurlijk van veel factoren af. Een belangrijke is wie er beslist. Laten we er vanuit gaan dat belangrijke besluiten door seniors in de lijn van de organisatie worden genomen. Zij worden gevoed met informatie, gevonden en gepresenteerd door knappe koppen die datapatronen kunnen genereren en die er betekenis aan kunnen verlenen. Dit zijn veelal ICT-experts, wiskundigen en econometristen. Ze zijn sterk gespecialiseerd, maar niet in organisatie en management.

Hier wringt het. Een beetje bot gezegd en geschreven: degene die informatie levert begrijpt niet helemaal waarvoor de informatie dient en degene die besluiten neemt begrijpt niet helemaal waar de informatie vandaan komt. Met andere woorden: ze hebben weinig inzicht in elkaars ‘waarom’-vragen.

Problematisch, volgens veel sociologen. Voor goede interactie is het noodzakelijk om te begrijpen of de ander u begrijpt. Alleen dan kunt u zinvol informatie uitwisselen, omdat u dan weet hoe u moet anticiperen op het begrip van de ander. Pas daarmee weet u wie u bent, in relatie tot de ander. En de ander weet wie hij is in relatie tot u. Dit principe uit de sociologie heet double contingency.

Een voorbeeld uit de dagelijkse praktijk: U weet wat het betekent als een buitenlandse relatie ‘How are you?’ vraagt. Daarom weet u dat u hierop geen lang antwoord hoeft te geven. Als u dat niet had geweten, dan had u tijdens uw eerlijke antwoord zijn aandacht wellicht zien vervliegen. Dat zou een beetje verwarrend zijn. Is de relatie wel echt in u geïnteresseerd? Wat betekent dit voor u en uw relatie tot hem? U heeft echter geleerd hoe rhetorisch de vraag ‘How are you?’ is en waarom de persoon dat vraagt. Omdat u dit geleerd heeft, kunt u beter betekenis geven aan uzelf in relatie met de persoon in kwestie.

Toegepast op big data: een besluitvormer ziet zelden welke mogelijk arbitraire keuzes achter de informatie ligt. Een data-analist weet zelden welke informatie politiek gevoelig kan liggen. Zij kunnen zich daarom moeilijk in elkaar inleven. En daarmee wie ze zijn ten opzichte van elkaar. Zonder erkenning van dubbele contingentie liggen misverstanden voor de hand.

Voor betere besluiten door big data zijn dus besluitvormers nodig die begrijpen waar de informatie vandaan komt en data-analisten die begrijpen hoe besluiten worden genomen, zodat ze daarop kunnen anticiperen. Vooralsnog is dit moeilijk te realiseren. Seniors echt laten doorvoelen hoe big data werkt? En er is al schaarste aan goede data-analisten. Wensen we een schaap met vijf poten? Data-analisten die ook nog politiek gevoel hebben? De weg naar meer onderling inlevingsvermogen zal lang zijn. Besluitvormers en analisten zullen moeten worden ingevoerd in elkaars ins en outs. Slechts dan kan hun interactie betekenisvol zijn en kunnen de beloftes van big data voor besluitvorming worden waargemaakt.

Do’s

Besluitvormers invoeren in de ins en outs van big data.

Big data analisten invoeren in de ins en outs van besluitvorming.

Don’ts

Data-analisten isoleren in een aparte afdeling.

Big data beschouwen als de zoveelste hype.

Expeditie #MB2016: Welke boeken dingen mee naar de titel? nieuws
16 september 2015 | Pierre Spaninks

De speurtocht naar het nieuwe Managementboek van het Jaar is in volle gang. Jurylid Pierre Spaninks houdt een blog bij over zijn ervaringen. Vorige week: Wie zitten er eigenlijk in de jury? Deze week: Welke boeken dingen mee naar de titel?

Mag ik u meteen een illusie armer mag maken? Als jury van het Managementboek van het Jaar lezen wij niet echt alle pak hem beet 250 boeken die tussen van 1 januari tot en met 31 december in ons taalgebied verschijnen en die zich als zodanig aandienen. Waarom niet? Omdat daar onvermijdelijk tientallen titels tussen zitten die never nooit een kans maken.

De redactie van Managementboek.nl maakt voor ons een voorselectie uit het totale aanbod. Dat voorkomt dat wij worden overspoeld met boeken die niet oorspronkelijk in het Nederlands zijn geschreven, die niet meer zijn dan een bundeling van eerder gepubliceerde artikelen, die specifiek voor het onderwijs zijn geschreven, of die zich uitsluitend op een enkele branche richten.

De enige vraag die bij deze voorselectie nog wel eens wil opspelen, is of iets wel een ‘managementboek’ mag heten. De een vindt dat het dan echt moet gaan over het vak van de manager of de bestuurder. De ander telt ook boeken over andere onderwerpen mee die eigenlijk iedere manager of bestuurder gelezen zou moeten hebben. Omdat het raakt aan dat vak, of omdat het iets zegt over de wereld waarin wij leven.

Om even uit de school te klappen: vorig jaar was Wij zijn Big Data van Sander Klous en Nart Wielaard zo'n twijfelgeval. En u ziet wat daarvan gekomen is: uiteindelijk werd het zelfs een van de vijf genomineerden.

Mochten wij als jury vinden dat een mogelijk interessante titel misschien ten onrechte op de zeef is blijven liggen, dan komt die alsnog op tafel. Daarvoor hoeft maar één van ons een kik te geven.

De boeken die door deze voorselectie komen, worden in tweevoud aan de jury verstuurd. Dat maakt dat iedere titel die ook maar enigszins kans zou kunnen maken, door minstens twee juryleden wordt gezien. Vaak zijn er dan nog wel een of twee anderen die het boek ook kennen, want wij lezen bepaald niet alleen ‘voor de lijst’.

Bij de volgende stap wordt het pas echt interessant. Dan komen we aan de criteria waarop wij zelf als jury de boeken beoordelen die ons onder ogen komen.

Volgende week in dit blog: welke criteria legt de jury aan?

Een klant, da’s interessant column
19 mei 2015 | Pierre Pieterse

‘Omnichannel is hét antwoord op e-commerce. In deze filosofie staat de klant centraal en niet de winkel. De retailer biedt alle relevante touchpoints aan en zorgt dat die naadloos op elkaar aansluiten.

Vervolgens laat hij de klanten zelf beslissen hoe zij die gebruiken om hun individuele kooppad te ontwikkelen.’ Zo vatte jurylid Pierre Spaninks de boodschap van het boek Omnichannel in retail van laureaat Gino Van Ossel even bondig samen.

Kortom: de klant centraal!

Bepaald niet opmerkelijk, want die klant staat inmiddels al jaren centraal. Zonder klant geen reden van bestaan. Simpel dus. Dat is dan ook de reden dat juryvoorzitter Maurits Bruel het discussie-intermezzo ‘Managementboek Live’ tijdens het 12de Managementboekengala gebruikte om stellig te melden dat het adagium ‘de klant centraal’ tegenwoordig echt niet meer kan. Even slikken dus toen een uurtje later Omnichannel in retail tot beste managementboek van 2015 werd uitgeroepen.

Maar zo simpel ligt het allemaal niet. Volgens journalist Hans van der Klis (lees vooral zijn uitgebreide verslag van dit boekengala inclusief een steekhoudend interview met Van Ossel verderop in dit nummer!) is ‘de klant centraal’ inderdaad een afgehaald bed. Een begrip ook dat in de hedendaagse gecompliceerde B2B omgevingen (maar ook in de wat simpeler B2C relaties) niet meer voldoet. ‘Het idee is dat je als leverancier van andere bedrijven je zo goed moet verdiepen in de klant dat je daadwerkelijk gaat bijdragen aan het bedrijfsresultaat van die klant. Dat betekent dat je je klant moet uitdagen, moet provoceren om een zo goed mogelijk product te leveren.’

Om collega Willem Verbeke (auteur van het net verschenen Ik begrijp waarom ik verkoop, dus verkoop ik beter – red.) te parafraseren: ‘Je gaat op zoek naar de beste klanten, en die gebruik je om je eigen product te verbeteren. De klant helpt jou dus met innoveren, en daardoor klim jij in de pikorde. Heb je die toonaangevende klant binnen, dan komen de volgers in de markt als vanzelf naar jou toe. Zij willen namelijk profiteren van de kennis die jij hebt opgedaan bij de marktleiders in hun branche.’ Van verkoper/toeleverancier naar ‘kennisbroker’!

Kortom: kijken vanuit het perspectief van de klant!

Waarmee we terug zijn bij de centrale boodschap van het boek Inkoop van Gerco Rietveld, niet geheel toevallig Managementboek van het Jaar 2010! Volgens Rietveld moeten organisaties hun kernleveranciers integreren in de eigen business strategie. Businessgedreven inkoop noemt hij dat. Noodzakelijk omdat de prestaties van de toeleverketens direct invloed hebben op het eindproduct.

In de woorden van Gino van Ossel: ‘Als retailer kun je niet meer volstaan met alleen het aanbieden van touchpoints (de klant centraal! – red.). Je moet je hele bedrijfsmodel en eigenlijk de hele waardeketen waar je deel van uitmaakt wenden. Dat laatste is nog het moeilijkste. Want hoe doe je dat? En wat betekent dat?’

Waarvan acte!

Shortlist 2015 - Een verdienstelijk lijstje column
21 april 2015 | Pierre Pieterse

Wat je ook vindt van de jury van het Managementboek van het Jaar, te weinig mannen, te weinig vrouwen, of precies omgekeerd, ze hebben een bijzonder smakelijke shortlist geserveerd. Voor elk wat wils! Voor de strateeg, de marketeer, de veranderaar, de toekomstkijker, en natuurlijk ook de ‘datisten’.

Om maar met de laatste in huis te vallen: in Wij zijn Big Data gaan Sander Klous en Nart Wielaard verder waar Viktor Mayer-Schönberger in zijn nu al klassieke De Big Datarevolutie stopt. Waar Mayer uitvoerig beschrijft wat ‘big data’ nu eigenlijk is, laten Klous en Wielaard zien wat die ‘big data’ voor ons als mens en & maatschappij betekenen. En dat levert een gemengd beeld op, in termen van risico’s en voordelen. Wetten en regels zijn niet afdoende, daarvoor gaat het te snel. ‘Wat we nodig hebben is een soort ecosysteem waarin allerlei partijen (overheden, bedrijven, belangengroepen, juristen en gebruikers) met elkaar samenwerken aan verantwoorde big data toepassingen.’

De glazen bol van Wim de Ridder helpt ons hier helaas niet verder. In zijn De ontdekking van de toekomst is big data hooguit een van de vele technologische trends waar politieke en bedrijfsleiders rekening mee moeten houden willen ze niet worden weggespoeld door de golf die ontwikkeling heet. Zonder een meer een buitenbeentje in de afdeling ‘management’ en misschien wel juist daarom een boek dat iedere manager moet lezen.

Net als Nieuwe Business Modellen van Jan Jonker dat overigens veel meer hands-on is: hoe creëren we waarde die recht doet aan alle belanghebbenden? Bij waardecreatie denkt men in het algemeen alleen aan de financiële opbrengst, kosten tellen niet mee. Jonker pleit voor duurzaamheid, voor een systeemverandering die rekening houdt met alle belangen. Tot zover niets nieuws, maar dan heb je ‘De werkplaats’ nog niet betreden waar Jonker praktische handen en voeten geeft aan zijn ideeën. En dat hands-on!

Vaak menen robuuste organisaties zo te zijn vastgeroest dat elke golf van ontwikkeling hen niet raakt. Dus waarom zou je dan sowieso veranderen? Omdat leem per definitie niet roest misschien. Maar dat is weer geen antwoord op de vraag hoe je met die lemen voeten stapjes zet. Daarom schreven Leike van Oss en Jaap van ’t Hek Onderweg dat gerust mag worden gezien als de afsluiting van een verandertrilogie die werd ingezet met Onveranderbaarheid van organisaties en het intermezzo Ondertussen in de organisatie. Veranderen is per definitie een proces maar nooit vastomlijnd. ‘Duurzame verandering van robuuste organisaties gaat niet gepland en stapsgewijs. Dat gaat altijd in dialoog, en met tegenspraak.’ De checklistjes voorbij dus!

Net als De ontdekking van de toekomst lijkt ook Omnichannel in retail van Gino van Ossel een buitenbeentje in dit stapeltje. Marketing namelijk maar wel met een duidelijke managementtwist. Want dat de klant centraal moet staan, is inmiddels gemeengoed in retail-land, maar dat bedrijfsmodel en waardeketen klantgericht moeten zijn, is toch net even andere koek. Dat gaat toch wel even iets verder dan gezonde mix van online en offline.

Wie er op 23 april, als de winnaar wordt bekendgemaakt, ook met het beeldje naar huis gaat, de keuze van de jury voor deze vijf boeken staat garant voor een inhoudelijk gemêleerde avond met een als altijd gemêleerd publiek.

Sander Klous: ‘Big Data raakt alle rollen in de organisatie’ interview
18 maart 2015 | Pierre Spaninks

‘Hoe meer data we bereid zijn te delen, hoe meer mogelijkheden er komen om de wereld te verbeteren,’ denkt Sander Klous, hoogleraar Big Data aan de Universiteit van Amsterdam. Hij gelooft heilig in de potentie van zijn onderwerp. Maar van de bedreigingen die ervan uitgaan, is hij zich ook terdege bewust. In Wij zijn Big Data beschrijft hij mogelijke oplossingen voor deze problematiek.

Van uw boek zijn inmiddels zo'n 4000 exemplaren verkocht. Binnenkort komt er een tweede druk, en er staat een internationale editie op stapel, We Are Big Data. Waar blijven al die boeken?
Wij zijn Big Data wordt vooral gekocht door mensen die vakinhoudelijk op de een of andere manier al met het onderwerp bezig zijn. Mensen die mij ergens hebben horen spreken, of die op een andere manier belangstelling in het onderwerp hebben gekregen. Het raakt alle rollen in de organisatie, van de directeur tot de mensen in de operatie. Die moeten het allemaal kunnen plaatsen in hun professie. Daarnaast hoor ik ook wel van mensen die het ergens zien liggen en denken: ‘Hé, interessant.’ Daar mikt de titel ook wel een beetje op. Vanuit mijn positie als hoogleraar vind ik het belangrijk dat er meer bewustzijn ontstaat wat het is en wat het doet met de maatschappij.

We praten nu met u, maar op de cover staan twee namen: Sander Klous en Nart Wielaard. Wie heeft wat gedaan?
Nart was al langer een soort ghostwriter voor mij. Veel van de artikelen die je van mij in bladen ziet, heb ik samen met hem gemaakt. Ik ben meer van de ideeën, van de zaadjes. Daar een goede tekst van maken, kost al gauw te veel tijd. Nart kan daar goed een begrijpelijk verhaal van maken. Toen we het idee voor het maken van dit boek bespraken, waren we er al gauw uit dat we het gezamenlijk zouden uitbrengen. Nart is inhoudelijk een belangrijke sparring partner voor mij op met name de meer maatschappelijk georiënteerde onderwerpen die centraal staan in Wij zijn Big Data, dus was het niet meer dan logisch om dit boek met twee coauteurs uit te brengen.

U bent wetenschapper aan de Universiteit van Amnsterdam, en u bent consultant bij KPMG. In beide rollen houdt u zich bezig met Big Data. Hoe is dat zo gekomen?
Van oorsprong ben ik natuurkundige. Ik heb vijftien jaar lang bij CERN gewerkt, onder andere in het onderzoek naar het Higgsboson. Ik heb me vooral met de technische kant bezig gehouden: er moesten experimenten worden opgezet die enorm veel data zouden gaan opleverden, en ik hield me bezig met de vraag hoe we daar het beste mee om konden gaan en hoe we dat allemaal konden analyseren. Toen de experimenten klaar waren en we 24/7 gingen meten, zat mijn werk er eigenlijk op. Ik ben niet degene om dan in de formules te duiken en dat allemaal te fundamenteel te onderzoeken. En zin om weer aan een nieuw experiment te gaan bouwen, had ik ook niet. Tegelijk zag ik dat er in de wereld om ons heen heel veel aan het gebeuren was waar enorme hoeveelheden data aan te pas kwamen. Dat heeft een enorme impact op de wereld om ons heen en daar wilde ik graag aan bijdragen. Met name de vraag hoe deze ontwikkeling hanteerbaar en beheersbaar te maken voor organisaties boeit me. Toen ben ik overgestapt naar het bedrijfsleven, naar KPMG, de praktijk in. Maar daar ontdekte ik al gauw dat veel van die maatschappelijke uitdagingen rondom Big Data, met name vraagstukken gerelateerd aan gedrag, ook om onderzoek vragen en raken aan de wetenschap. Als consultant was dat mijn rol niet. Daarom heb ik contact opgenomen met een aantal oude bekenden aan de Universiteit van Amsterdam, of het geen goed idee zou zijn om een leerstoel op dat gebied in te stellen. Zo is het balletje gaan rollen. Nu ben ik in deeltijd hoogleraar aan de universiteit, waar mijn team onderzoek doet naar Big Data ecosystemen. Zowel de UvA als KPMG betalen onderzoekers die bij dit onderzoek zijn betrokken. Daarnaast maken we gebruik van projectfinancieringsmogelijkheden via bijvoorbeeld NWO, STW en de EU.

Misschien heb ik niet goed genoeg gezocht, maar ik las in uw boek niet ergens een handzame definitie van het begrip Big Data. Waar hebben we het eigenlijk over?
Sterker nog: er staat ergens dat we ook geen poging gaan doen in die richting. Dat was een bewuste keuze. In de eerste plaats vind ik het niet zo zeer interessant wat het precies is, als wel hoe we er in de samenleving mee omgaan. En ten tweede denk ik ook niet dat je daar echt uit gaat komen. De term Big Data is bekend geworden via de consultants van Gartner. Die brachten er een aantal verschijnselen in onder waar zij dan van konden claimen dat ze er verstand van hadden. Mij zegt dat niet zo veel. Door het niet exact vast te pinnen blijft Big Data een paraplu-begrip, waar ik heel veel onder kan vangen en waarmee ik naar heel veel aspecten onderzoek kan doen. Dat biedt mij in mijn rol van hoogleraar ook prettig veel ruimte en vrijheid. Maar wat ik nog belangrijker vind: als je met het grote publiek over Big Data praat, heb je het eigenlijk altijd over de maatschappelijke context. Wat mij betreft verwijst de term daarom niet alleen naar het verzamelen en opslaan en analyseren van grote hoeveelheden gegevens, maar ook naar de vragen die dat dan vervolgens oproept: bijvoorbeeld over privacy, over transparantie en over het gemak dat je ervan hebt.

Er is veel onbegrip over het onderwerp Big Data. Hoe komt dat, denk u?
De wereld is natuurlijk enorm veranderd de laatste tien tot vijftien jaar. Wat dat voor invloed heeft op ons leven en nog gaat hebben, realiseren we ons nog maar amper. Dat verschijnsel alleen al fascineert mij enorm. Als er veel te doen is over Big Data, dan is dat voor een deel opwinding over de nieuwe dingen die erdoor mogelijk worden en voor een deel ongerustheid over de risico's die eraan kleven. Weer sprekend als hoogleraar: ik voel een soort noodzaak om dat te verhelderen, althans daar een bijdrage aan te leveren. Hoe meer inzicht mensen hebben in dit soort ontwikkelingen, hoe beter het volgens mij is voor de maatschappij.

Wat zijn in uw ogen de belangrijkste zegeningen die Big Data met zich meebrengt?
Het gemak dat het ons brengt, als samenleving: burgers, bedrijven, overheden. Als ik in een vreemde stad loop en ik krijg zin om wat te eten, dan pak ik mijn smartphone en dan krijg ik met een druk op de knop een aantal suggesties voor restaurants. Niet zo maar suggesties, maar context aware, rekening houdend met waar ik op dat moment precies ben, met het feit dat ik niet van Grieks houd maar wel van Chinees, met het gezelschap waar ik mee op stap ben. Dat kan alleen maar door Big Data. Vroeger moest je dan een week van tevoren allemaal foldertjes gaan zitten doorvlooien en reserveren. Hoe meer data we bereid zijn te delen, hoe meer van dat soort mogelijkheden er komen die ons leven makkelijker maken en die de wereld een stukje verbeteren.

Iemand hoeft maar even door uw boek te bladeren om te zien dat u aan de ene kant gelooft in de voordelen van Big Data, en dat u aan de andere kant de ogen ook niet sluit voor de risico's die er aan kleven. Wat kunnen we doen om die te beheersen?
Het eerste waar je aan denkt zijn wetten en regels, maar de ontwikkelingen gaan zo hard dat je daarmee per definitie achter de feiten aan loopt. Wat we nodig hebben is een soort ecosysteem waarin allerlei partijen - overheden, bedrijven, programmeurs, data scientists, belangengroepen, juristen en gebruikers - met elkaar samenwerken aan verantwoorde Big Data toepassingen. Al die partijen moeten elkaar kunnen vinden en moeten gemakkelijk en efficiënt nieuwe, toepassingen kunnen ontwikkelen zonder elke keer opnieuw het wiel te hoeven uitvinden. Daarbij zal de balans per onderwerp, per sector misschien, anders uitpakken. Er spelen in de gezondheidszorg of de financiële sector, rondom banken en verzekeraars bijvoorbeeld, hele andere issues met betrekking tot vertrouwen en transparantie, de impact is ook veel heftiger, dan wanneer het om het kiezen van een restaurant gaat. De komende jaren zullen uitwijzen of we als burgers ook inderdaad andere keuzes gaan maken, of ons uiteindelijk toch voornamelijk laten leiden door gemak.

Shortlist Managementboek van het Jaar 2015 nieuws
17 maart 2015 | Justin van Lopik

Vijf boeken zijn genomineerd voor de titel Managementboek van het Jaar 2015. Deze prijs wordt jaarlijks toegekend aan een Nederlandstalig managementboek. De jury maakt de winnaar bekend op 23 april 2015, tijdens het Managementboekengala in de Rode Hoed (Amsterdam).

De vijf genomineerden zijn:

Nieuwe Business ModellenJan Jonker

Wij zijn Big DataSander Klous, Nart Wielaard

Onderweg Leike van Oss, Jaap van 't Hek

Omnichannel in retailGino van Ossel

De ontdekking van de toekomstWim de Ridder

De jury selecteerde de vijf genomineerden uit een oogst van 75 titels en maakt de uiteindelijke winnaar bekend tijdens het Managementboekengala in De Rode Hoed op 23 april 2015.

Eerdere winnaars:

De verkiezing van het Managementboek van het Jaar en het Managementboekengala zijn initiatieven van online boekhandel Managementboek.nl. De prijs wordt sinds 2003 jaarlijks toegekend. Eerdere winnaars zijn onder andere Joep Schrijvers met zijn bestseller Hoe word ik een rat, Jeroen Smit met Het drama Ahold, Mathieu Weggeman met Leidinggeven aan professionals? Niet doen! en Connect! van Menno Lanting. In 2014 werd Zakendoen in de nieuwe economie van Marga Hoek bekroond.

De vakjury bestaat dit jaar uit:

Voorzitter Maurits Bruel is adviseur, auteur en program director bij Erasmus ESAA executive programs.

Mireille Schrijnemaekers is bedrijfseconoom en medeoprichter van Zelino BV.

Maurits Verweij is partner van BeBright, een adviesorganisatie op het gebied van strategie en innovatie.

Pierre Spaninks is ondernemer in de journalistiek en communicatie.

Sandra Barendrecht is opleidingskundig adviseur en eigenaar van Relevant Training & Advies.

Mirella Visser is auteur en oprichter van het Centre for Inclusive Leadership.

 

Managementboek Magazine interviewde verschillende auteurs van deze boeken. Onderstaand vindt u de links.

Sander Klous

Jan Jonker

Wim de Ridder

Leike van Oss en Jaap van 't Hek

Gino van Ossel

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden