Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Wij wijzen u graag op het volgende
Door drukte zijn de levertijden van PostNL aangepast en kan uw pakket vertraging oplopen. Door de Brexit kan de levering van Engelse boeken vertraging oplopen.
Nooit af, indeed nieuws
13 oktober 2017 | Bertrand Weegenaar

Het boek Nooit af van Martijn Aslander en Erwin Witteveen was in 2016 een groot succes. Goede omzet, veel publiciteit, de groei van een mooie beweging en een meer dan verdiende plek op de Shortlist voor het Managementboek van het Jaar. Het boek werd opgevolgd met een kleine samenvatting, Een beetje Nooit af en een belofte voor een vervolg. Dat boek is nu aanstaande: Nooit Af in het Onderwijs. Schrijf- en denkmaatje van Martijn en Erwin is nu Annette Dölle.

Om het boek en het onderwerp onder de aandacht krijgen bedachten ze een slimme list. Op de Dag van het Onderwijs, 5 oktober jongstleden, verscheen de amuse, een klein voorproeve van het grote boek dat later dit jaar verschijnt. Het boekje is natuurlijk goed gepromoot en heeft inmiddels een oplage van 38 duizend exemplaren. Knap en leerzaam voor de uitgevers! Het boekje is te duur om te bestellen, maar lezen kan direct, voor slechts €0,69 op Blendle.

In Nooit af stond al een heel hoofdstuk gewijd aan het Onderwijs. Aslander cum suis schuwen de confronterende uitspraken niet: ‘De grootste actuele bedreiging van ons onderwijssysteem is dat we jonge mensen aan het opleiden zijn voor een industrieel tijdperk dat nauwelijks nog bestaat. Dat we honderdduizenden kinderen opleiden voor banen die over vijf of tien jaar niet meer bestaan.’ Lees die amuse en bestel gelijk het echte boek.

Aslander en de zijnen zijn niet de eersten die vanuit een brede strategische gedachte richting deelonderwerpen als onderwijs gaan. De Disruptieparadox van Menno Lanting is een nieuw hoofdstuk in de discussie die in de jaren ‘80 gestart is door Harvard hoogleraar Clay Christensen met zijn onderzoek en publicaties over disruptie en innovatie. Na het algemene werk Het Innovatiedilemma volgden praktische onderzoeken en implementaties voor het onderwijs, Disrupting Class, en voor de zorg, The Innovator’s Prescription. Allemaal handzame vertalingen met dezelfde onderliggende boodschap die Aslander verkondigt: verander want het systeem deugt niet meer, het is ouderwets, achterhaald en het kan zo veel handiger, uitdagender en goedkoper.

Harvest - November 2016 nieuws
3 november 2016 | Jeroen Ansink

Wat leest Amerika en wat waait waarschijnlijk over naar Nederland? ‘Onze man in de VS’ Jeroen Ansink doet maandelijks een rondje boekwinkels in New York.

Volgend jaar is het precies twee decennia geleden dat Harvard-hoogleraar Clayton Christensen de term 'disruptieve innovatie' muntte. De gedachte dat goedkopere en simpeler versies van bestaande producten hele industrieën kunnen wegvagen vormde de basis voor een mondiale bestseller en is sindsdien verplichte kost voor elke topmanager. Toch laat Het innovatiedilemma één cruciale vraag onbeantwoord: hoe kan het dat negentig procent van alle innovaties een roemloze dood sterft?

Het antwoord ligt besloten in een fundamentele misvatting op het gebied van marktonderzoek, schrijft Christensen in zijn nieuwe boek Toeval is geen strategie. De conventionele wijsheid stelt dat het begrijpen van de klant cruciaal is voor innovatie. Maar omdat veel consumenten niet precies kunnen aangeven wat ze nu eigenlijk willen, is een succesvol nieuw product vaak meer geluk dan wijsheid.

Het is constructiever om te kijken naar de context van de aanschaf, aldus Christensen. Consumenten nemen volgens hem producten in dienst om een bepaalde taak te verrichten. Zo zijn mensen die een boor willen kopen meestal niet op zoek naar een gat in de muur, maar naar een oplossing om een schilderij op te hangen. Dit ‘jobs-to-be-done’-raamwerk kan een oud probleem in een compleet nieuw licht plaatsen. De winnaar in dit voorbeeld is waarschijnlijk niet het bedrijf dat de krachtigste boor tegen de laagste prijs kan leveren, maar de producent van een nieuw, muurvriendelijk ophangsysteem.

Als voorzitter van de Amerikaanse centrale bank genoot Alan Greenspan (1926) de status van een halfgod. Zijn analyses brachten wereldmarkten in beweging en zijn woorden hadden zo'n mysterieuze kracht dat er een aparte term voor bestond: greenspeak. Van die reputatie is vandaag de dag nog maar weinig over. Greenspan staat tegenwoordig bekend als de man die de rente ten onrechte historisch laag hield en daarmee onnodig veel lucht in een alsmaar uitdijende onroerend goed-zeepbel pompte. Zijn beleid zou daarmee direct hebben bijgedragen aan de kredietcrisis van 2008 en de Grote Recessie die daarop volgde. Maar is dat oordeel ook terecht?

In de vuistdikke biografie The man who knew neemt Council of Foreign Relations-econoom Sebastian Mallaby ruim de tijd om die vraag te beantwoorden. Greenspan, die in 2006 met pensioen ging, voelde volgens Mallaby wel degelijk aan dat Amerika's run op nieuwe hypotheken een recept was voor overconsumptie. Zo waarschuwde hij dat de financiële prikkels bij bepaalde banken tot een ‘toekomstig systeemrisico’ konden leiden.

Toch deed Greenspan weinig om het tij te keren. De redenen daarvoor zijn complex en hebben zowel met de politieke realiteit als met Greenspans persoonlijkheid te maken. Voor zijn reputatie maakt het echter weinig verschil. ‘Amerika's politieke cultuur zet haar leiders op een voetstuk, maar is meedogenloos als ze tekortschieten,’ concludeert Mallaby. ‘Van held tot antiheld, van maestro tot slechterik, zijn verhaal is een mythe van het land dat hem groot maakte.’

In 1833 besloot de Amerikaanse magnaat Benjamin Day de slaperige krantenwereld eens flink op te schudden. Door de prijs van zijn dagblad de New York Sun drastisch te verlagen vormde hij zijn lezers om tot een massapubliek dat hij vervolgens kon aanbieden aan adverteerders. Ondanks de malaise in krantenland is dit verdienmodel twee eeuwen later nog steeds oppermachtig: de gemiddelde mens staat dagelijks bloot aan honderden, zoniet duizenden advertenties op radio, televisie, en internet. Het bombardement is zo hevig dat het volgens Columbia University-wetenschapper Tim Wu inmiddels 'de helft van onze mentale energie' opslokt. In Aandacht is het nieuwe goud beschrijft Wu, geestelijk vader van de term netneutraliteit, hoe het zover heeft kunnen komen. En hoe we, in een tijd van voortschrijdende internetreclames, weer baas over onze eigen aandachtsspanne kunnen worden. ‘We moeten af van onze verslaving van gratis content. Kiezen op elkaar en betaal er voortaan voor.’

Goed nieuws voor rommelige kenniswerkers: een onopgeruimd bureau is niet per se een indicatie voor slordig denken en gebrek aan focus. Vaak is het juist tegendeel het geval, stelt econoom Tim Harford in Messy. Het juk van opgelegde netheid ontmoedigt veel mensen om voor zichzelf te denken, en maakt hen daarmee minder productief. Dit geldt niet alleen voor fysieke rotzooi, aldus Harford, die tevens columnist is voor de Financial Times. ‘Het leven zelf is rommelig, en laat zich niet controleren.’

Harford illustreert zijn stelling met onder meer de werkwijzes in het befaamde Building 20 op de campus van MIT, waar maar liefst negen Nobelprijswinnaars hun sporen verdienden. Het houten gebouw, dat tijdens de Tweede Wereldoorlog haastig in elkaar was geflanst, was nooit bedoeld voor de eeuwigheid, en bleef daarmee gespeend van een formele bureaucratie. Building 20 was daardoor een perfecte lokatie om te experimenteren: een laboratorium dat meer ruimte nodig had voor de bouw van een atoomklok besloot bijvoorbeeld doodleuk om door een paar verdiepingen heen te breken. ‘De orde waar we zo naar snakken is onze grootste vijand,’ stelt Harford. ‘Maar wanorde maakt ons vrij.’

Dag Blackberry nieuws
8 juli 2015 | Bertrand Weegenaar

In 2010 verscheen van de hand van auteur William Powers een filosofisch boek over de smartphone en ons menselijk gedrag met de ondertitel ‘A practical philosophy for building a good life in the digital age’.

Er was een verslavende druk gekomen in het leven van de moderne mens waar geen historisch gelijke voor was. Zonder een smartphone voelen we ons naakt. We lieten ons storen door lampjes en piepjes. En we waren always on. De titel van dit boek is Hamlet’s BlackBerry. BlackBerry het apparaat dat miljoenen mensen van het ‘gewoon’ bellen op een telefoon naar emailverkeer en mobiele messaging heeft gekregen.

In 2010 stond BlackBerry op zijn hoogtepunt. Maar de ondergang kondigde zich al aan. Het marktaandeel in Amerika was al sterk gedaald door de komst van goedkope Android toestellen. In 2015 is BlackBerry een kleine speler temidden van het geweld dat Google’s Android, Samsung en Apple veroorzaken. Nokia is aan een herrijzenis bezig maar of dat de huidige eigenaren van BlackBerry gegeven is moet de toekomst leren.

Geen bereik van Jacquie McNish en Sean Silcoff vertelt de spectaculaire opkomst en ondergang van één van de grootste innovatoren van de afgelopen twee decennia. Het is voornamelijk ook het verhaal van het Canadese Research in Motion (RIM) oprichter (1984) Mick Lazaridis en zijn eerste grote zakenpartner Jim Balsillie. Lazaridis was de techneut. In 1992 trad Jim in dienst om de sales en marketing van het bedrijf op te tuigen. RIM worstelde met het in de markt krijgen van patenten en implementaties voor mobiele technieken. RIM’s grote doorbraak kwam toen ze besloten een eigen mobiel toestel te ontwikkelen met in het hart een eigen e-maildienst. De BlackBerry werd HET toestel voor de zakelijke markt en brak in 1998 door. Lees vooral de slimme op Sun Tzu - De kunst van het oorlogvoeren gebaseerde marketingtechnieken die Balsillie uit de kast haalt.

Geen Bereik is het rollercoaster verhaal waarin marketing en innovatie op de mobiele markt van de afgelopen twintig jaar de revue passeren. De kracht van BlackBerry, het ontwikkelen van één super betrouwbaar en robuust product voor één duidelijke marktsegment, werd vanaf 2007 haar ondergang. Naast de supersnelle groei dat het bedrijf uit haar voegen liet barsten, de wet van de remmende voorsprong in software, en uiteindelijk de onmogelijke opgave een passende strategie te bedenken en uit te voeren tegen de iPhone en de Androids, de touchscreen, AppStores , tablets en andere wensen die de klant kreeg.

In 2007 kondigde Steve Jobs de iPhone aan. De iPhone, met haar touchscreen, Apps en onderscheidende computereigenschappen werd weggehoond. RIM trapte in de valkuil die door Clayton Christensen in Het innovatiedilemma de ‘disruptive trap’ wordt genoemd: benoemen van slechte producteigenschappen en het versterken van het eigen beeld als onverslaanbaar.

Een citaat: De bazen van RIM dachten maandenlang verder nauwelijks nog aan Apple. ‘De iPhone was geen bedreiging voor RIM’s core business,’ aldus Lazaridis plaatsvervanger Larry Conlee. ‘Hij was niet veilig. De batterij was gauw leeg en hij had een waardeloos [onscreen] toetsenbord. (..) Het aanbieden van mobiele toegang tot een bredere internetcontent was geen terrein waarop wij actief wilden zijn.’

Dat hebben ze geweten. In 2011 werden Lazaridis en Balsillie gedwongen door de aandeelhouders op te stappen. Ze waren niet in staat een vuist te maken. De PlayBook (BlackBerry’s ‘tablet antwoord’ op de iPad) was geen succes, strategisch kon de populariteit van BBM (pingen) niet verzilverd worden, App developers stonden niet te springen om voor de BlackBerry apps te maken, en de BlackBerry 10 met het compleet nieuwe BB OS kwam maar niet af.

Beide oude vrienden en zakenpartners waren dat allang niet meer. De tien jaar durende rollercoaster had andere mensen van ze gemaakt. Inmiddels hebben ze beide geen banden meer met BlackBerry en ook geen aandelen. Lazaridis houdt zich bezig met investeringen en research in Quantum mechanica en Balsillie onder andere met het verzamelen van oude oorlogsmaskers.

Een boek dat goed gelezen kan worden naast Titanenstrijd - Apple vs Google en de revolutie in de mediatechnologie, en samen de geschiedenis van de mobiele markt beschrijft. BlackBerry Bold, het toetsenbord. Ik mis hem.

The Bold & The Future nieuws
19 mei 2015 | Bertrand Weegenaar

Dat de jury van het Managementboek van het Jaar 2015 gekozen heeft voor een boek dat een zeer actueel probleem analyseert en oplossingen biedt, Omnichannel in de retail, is logisch en verstandig. Toch moeten de retail ondernemers ook het boek De ontdekking van de toekomst van futuroloog Wim de Ridder ter hand nemen. Niet geheel toevallig ook genomineerd.

De belangrijkste trends van de afgelopen tien jaar zijn de handvatten om uitspraken te doen over de periode 2015 – 2025. Er wordt verantwoord in de toekomst gekeken naar onderwijs, gezondheidszorg, financiële dienstverlening, en overheid. Ondernemers die blauwe oceanen zoeken, moeten hier naar kijken want er is zo nog zo veel te vernieuwen. Managers die strategisch langjarige plannen onder hun verantwoordelijkheid hebben, kunnen dit boek en de kennis van De Ridder niet negeren.

Slimme ondernemers en investeerders maken hun eigen markten en tegenwoordig ook universiteiten. De Singularity University is daar een steeds prominenter voorbeeld van. Een onderzoeksgebied is de ‘theorie" van de Exponentiële Organisatie. Medeoprichter Peter Diamandis (in samenwerking met Steven Kotler) gaat in BOLD (‘How to go big, achieve success and impact the world’) nog wat stappen verder.

Als oprichter van onder andere Space Adventurs Limited zoekt hij naarstig naar kansen in de toekomst. Zoals reizen in de ruimte of, wat bolder, het ontginnen van asteroïden. ‘Bold’ ondernemers kunnen de boeken van futurologen goed gebruiken. Nu ben ik geen fan van het stuk rond de exponentiële organisatie. Wiskundig gezien klopt het niet. Bedrijven schalen van 1 naar 10 naar 100 miljard, nagenoeg zonder assets ,en uitsluitend op investeerderwaarde? Waar hebben we dat eerder gezien? Het geld is, net zoals het graan in het Bijbelverhaal en het goud in de Griekse mythologie, wel een keer op.

Uiteraard heeft de eerste die een markt grijpt, zeker als het een mondiale markt betreft, een grote kans op zeer snelle groei. Maar net als de mensen die in alles het Pareto-principe zien (de 80-20 regel vernoemd naar de Italiaans econoom Vilfredo Pareto), zo ziet Diamandis overal een exponentiële groei. Maar BOLD gaat in hoofdzaak over een aantal zaken die het voor huidige generatie ondernemers erg aantrekkelijk maakt te starten en snel te groeien: internet, de theorie van de ontwrichtende technologie (het oerboek van Clayton Christensen Het innovatiedilemma is net vertaald uitgekomen), crowdfunding en -sourcing, de mogelijkheid om communities te bouwen, en iteratieve processen. Allemaal in dienst om de volgende man (of vrouw alhoewel vrouwen nauwelijks aan bod komen) te worden die de wereld zal veranderen. De volgende Larry Page, Elon Musk, Richard Branson of Jeff Bezos. Want dat is de gewenste toekomst voor een BOLD ondernemer: de miljardairstatus.

Oude boeken in nieuw jasje nieuws
24 maart 2015 | Bertrand Weegenaar

Een trend of een toevalligheid? Drie zeer succesvolle titels die (ruim) tien jaar geleden hun eerste druk zagen, zijn onlangs heruitgegeven. Scaling up, The art of the Start 2.0, en een herziene druk van Blue Ocean Strategy zouden samen met Lean Startup en Business Model Generatie de complete boekenlijst van start-ups en venture capitalists kunnen vormen.

Voeg daar het wat oudere ‘Bijbel van Silicon Valley’ en net vertaalde Het innovatie dilemma van Clayton Christensen en het actuele Waarde Propositie Ontwerp van het Osterwalder team aan toe en dan heb je alle papieren theorie, strategieën en hulpmiddelen om je heen verzameld. Maar toevallig is het niet, alle drie de boeken zijn zeer succesvol. De tijd heeft echter niet stil gestaan. Dus herzieningen, toevoegingen en herijkingen van aangereikte strategieën en technieken zijn zeker noodzakelijk.

De blauwe oceaan is de metafoor in het strategisch bedrijfsdenken geworden voor studenten en starters om een markt te onderzoeken en onderscheidend te worden ten opzichte van ‘concurrenten’ die zich in een rode oceaan bevinden. The Blue Ocean Strategy (een creatieve strategie voor nieuwe, concurrentievrije markten) is een zeer succesvolle business geworden voor de auteurs en INSTEAD hoogleraren W.Chan Kim en Renée Mauborgne. Het boek staat al jaren torenhoog bovenaan uitgeeflijsten. MBA studenten wereldwijd zullen de blauwe oceaan als metafoor in hun businesscases gebruiken. De waarde van het boek in termen van gegenereerde business zal enorm zijn.

De heruitgave verschilt niet enorm van het originele werk. De toevoegingen hebben betrekking op de implementatie van het blauwe oceaan denken in bestaande, grote organisaties. Een tweede aspect is dat een blauwe oceaan ook wel eens rood gaat kleuren. Hoe vernieuw je een blauwe oceaan?

Tien jaar geleden verscheen ook de eerste versie van The Art of the Start van Guy Kawasaki. Nu dus The Art of the Start 2.0. Compleet uitgebreid en aangepast aan tien jaar nieuwe ontwikkelingen voor startende ondernemers zoals sociale media, crowdfunding en cloud computing. Kawasaki is in Europa misschien minder bekend als bedrijfsstrateeg en –coach, maar in Amerika is zijn status vergelijkbaar met die van Richard Branson. Begonnen als Apple evangelist in de jaren 80 heeft Kawasaki zich ontwikkeld tot een entrepreneur en mentor/coach met als specialismen startups en sociale media. In het Nederlands is alleen Betovering vertaald (Enchantement: over de kunst om klanten te verleiden en te houden).

The Art of the Start is een briljant boek met een mix van wijsheid, hulpmiddelen, tips en strategieën voor de startende ondernemer. Niet dat kennis The Art of Evangilizing , The Art of Rainmaking en The Art of Enduring voor meer doorgewinterde managers en ondernemers onbelangrijk zijn. Een leerzame lecture van Kawasaki over de tien fouten die ondernemers maken is hier te bekijken. Welke uitgever gaat er eens werk van maken om het werk van Kawasaki op de Nederlandse markt te brengen?

Verne Harnish staat bekend als ‘The Growth Guy’. In Nederland is hij bekend om de Gazelle-award : de prijs voor het snelst groeiende bedrijf dat jaarlijks door het FD wordt uitgereikt. Scaling up is officiële titel van de volledig herschreven Mastering the Rockefeller Habits. Dit boek van Harnish is dé gids voor bedrijven die echt willen groeien. Tientallen procenten per jaar. Jaar in jaar uit. Als je dat lukt ben je een gazelle. Harnish predikt structuur, methode en discipline. In de revisie heeft Harnish vier pijlers gekozen : People, Strategy, Execution, and Cash. Harnish zweert bij simpel en overzicht. Alles moet (en kan dus) op een pagina.

Harnish heeft zich in zijn werk laten leiden door de levensgeschiedenis van John D. Rockefeller die ‘10 habits’ ontwikkelde om zijn steeds groeiende bedrijven te kunnen managen. Deze habits doorvertaald in diverse sheets, structuren en technieken vormen de basis voor een strategie om grote groei te faciliteren. Een methode die dwingt. Als je een gazelle wilt worden is dat misschien ook wel nodig!

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden