Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Galerij der Groten - Martijn Aslander: ‘Technologie is de brug tussen ideeën en mensen’ interview
26 januari 2018 | Pierre Spaninks

Door de lens van technologie kijken naar ontwikkelingen op sociaal, maatschappelijk en economisch gebied. Dat is wat stand-up filosoof Martijn Aslander het liefste doet. ‘Al experimenterend ontdek ik hoe je zonder geld en zonder papier dingen in beweging kunt krijgen.'

Wat gisteren complex, duur of domweg onmogelijk was, is morgen makkelijk, snel en gratis. In 100 lifehackingtips om prettiger en efficiënter te werken liet Martijn Aslander zien hoe dat werkt voor individuen, in Easycratie voor organisaties, in Nooit Af voor de samenleving. Zijn volgende puzzel? De polder opnieuw uitvinden.

Voor een veelzijdig mens als Martijn Aslander is het een fact of life dat er de meest uiteenlopende etiketten op hem worden geplakt. Maar ‘managementdenker’, die kende hij nog niet. Totdat in 2016 de jury van het Managementboek van het Jaar zijn Nooit Af op de shortlist zette. Geen managementboek in de strikte zin van het woord, luidde het oordeel, maar wel een boek dat iedere manager zou moeten lezen. Uiteindelijk wonnen ze er net niet mee, maar Aslander en zijn coauteur Erwin Witteveen vonden het kostelijk ‒ en een hele eer tegelijk.

We spreken Aslander in de Utrechtse vestiging van Seats2Meet, waar hij kind aan huis is. Voor de gelegenheid zijn we neergestreken in de mooiste ruimte, waar toepasselijk genoeg ook de door oprichter Ronald van den Hoff bijeengebrachte boekencollectie staat. Veel van de aanwezige titels hebben destijds als inspiratie gediend voor Nooit Af, zoals Tribes van Seth Godin, Big data van Mayer-Schönberger, en De strategische revolutie van Willem de Ridder.

Centraal in het denken van Aslander staat zijn overtuiging dat technologie, en dan met name informatie- en communicatietechnologie, de brug vormt tussen ideeën en mensen. ‘Sorry, daar moet ik even een kleine monoloog over houden’, zegt hij terwijl hij uit zijn stoel overeind komt.

Het bestaansrecht van organisaties

‘Als we het hebben over management en managementboeken, dan hebben we het over organisaties, vooral. Wat is het bestaansrecht van een organisatie? Bedrijven bestaan omdat ze ergens ruimte zien om profijt te trekken van de frictie tussen vraag en aanbod. De overheid hebben we omdat de markt niet alles kan oplossen, omdat er frictie is tussen vraagstukken en oplossingen. Kijk je door die lens naar organisatiethema’s en materie, dan zie je dat technologie in beide domeinen de frictie kleiner aan het maken is: Internet is cutting out the middleman. Dat gebeurt in een zichzelf versnellend tempo. Een cruciale ontwikkeling, die niet bewust bij mensen op de radar staat.’

‘Ik heb het in mijn lezingen en boeken vaak over de kloof tussen de politiek-bestuurlijke werkelijkheid en de maatschappelijk-technologische werkelijkheid. Maar er is nog een kloof, en dat is dat managementteams en HR-afdelingen en ondernemingsraden en toezichthouders allemaal denken dat tech bij de afdeling IT hoort. Maar die gaat vooral over beveiliging, over back-ups en nog wat van die dingen. Als je mazzel hebt, zit er ergens een chief information officer maar die levert dan weer cijfertjes aan de cfo. Dus technologie ‒ het grootste domein dat de frictie aan het verkleinen of opheffen is waar de organisatie haar bestaansrecht aan ontleent ‒ staat niet bewust op de radar van het management. Daardoor kunnen ze geen goede strategische keuzes maken. Technologie is de essentie van organisaties aan het opheffen - en daar is geen groot, breed, onderbouwd bewustzijn over. Iedereen denkt: “Er komt heus wel weer nieuwe business.” Ja, maar veel minder. Dat is bloedernstig.’

Een nieuwe polder

Tegelijkertijd ziet Aslander aankomen dat de overheid fors minder geld gaat krijgen. ‘De tijd van de aardgasbaten is voorbij. De belastingheffing is gebaseerd op een economie waarin alles draait om het bezit van spullen. Als we gaan naar toegang tot diensten en producten in plaats van bezit, valt er voor de overheid veel minder te belasten. Dan is er domweg minder geld in omloop in het systeem. Hoe moet de overheid dan de frictie nog oplossen tussen vraagstukken en problemen? Daar wordt amper over nagedacht.’

‘Het goede nieuws: we geven nu miljarden uit aan dingen die we gratis kunnen krijgen. De politie is de grootste organisatie van Nederland, met 65.000 man. En dan heb je ook nog de vrijwillige politie, maar dat zijn bijna altijd mensen die helpen bij evenementen en andere activiteiten. Als je kijkt naar ondermijning, naar fiscaal-financiële recherche, naar cybercrime: er staan honderdduizenden Nederlanders te popelen om te helpen met hun tijd, hun talent, hun vaardigheden, hun puzzelkracht. Als je daar als overheid wat meer ontspannen mee omgaat en dat verwelkomt, creëer je een nieuwe synthese tussen burgers cq klanten, en overheden cq bedrijven. Uit zulke kernen zie ik een nieuwe polder ontstaan, waarbij macht compleet anders in elkaar zit dan in de oude structuren van werkgevers en werknemers.’

Kenniswerk

De structuren en de systemen zoals we die kennen, zijn allemaal ingericht vanuit managementinzichten die zijn gebaseerd op werken met je handen. Inclusief het beloningsmodel: tijd ruilen voor geld is een vervanging van stukloon dat was gebaseerd op werken met je handen. We hebben nooit geleerd wat kenniswerk is. Hele volksstammen zijn elke dag onnodig dubbel werk aan het doen, op tijdstippen waarop ze het minst van waarde zijn. Ze bombarderen elkaar de hele dag met e-mailtjes en dan denken ze om vijf uur dat ze hard hebben gewerkt. Ondertussen is de taak-autonomie bizar laag en ervaren we meer werkstress dan ooit. Dat komt allemaal omdat we gewoon nog niet hebben ontdekt en uitgesproken wat kenniswerk eigenlijk is en hoe we dat op een slimme manier kunnen doen. Mijn buikgevoel is dat zzp’ers daarin voorop zullen lopen, omdat die intuïtief al voorbij de constraints zijn van de klassieke organisatie en vele malen autonomer kunnen werken.’

Aslander heeft een boek in de steigers staan dat daar naadloos op aansluit: Easycratiseren. Het moet het hands-on vervolg worden op het meer visionaire Easycratie uit 2010, waarin hij voor eerst de slag maakte van het individuele niveau van kennis en vaardigheden naar het organisatorische en vervolgens het algemeen maatschappelijke. ‘Easycratie was eigenlijk Lifehacking voor organisaties: wat gebeurt er als we de realiteit onder ogen gaan zien dat we in een kennissamenleving zitten, dat we kenniswerk doen en dat de meeste organisaties geen flauw benul hebben van wat kenniswerk eigenlijk is. Laten we daar tenminste eerlijk over zijn, dan kunnen we nieuwe dingen leren.’

Alles een puzzel

Ondertussen is Aslander ook druk bezig met het uitwerken van een aantal thema's die hij in 2015 aansneed in Nooit Af. Dat ging over wat er gebeurt als iedereen vrij kan publiceren, dupliceren en produceren en wat de impact is op economie en samenleving als ze dat niet alleen doen om financieel gewin maar ook om hun steentje bij te dragen aan een betere wereld. Essentieel daarbij is het inzicht dat de ontwikkelingen te snel gaan en te onoverzichtelijk zijn om naar alles omvattende definitieve oplossingen te streven. Veel slimmer is het om - in een toestand van Permanent Bèta - te gaan voor tijdelijke oplossingen die makkelijk zijn aan te passen en te verbeteren. Een deel van de kansen die dat biedt, verkende Aslander al met zijn vaste maatje Erwin Witteveen. Voor een ander deel is hij die nu aan het uitwerken met andere experts, wat komende tijd moet resulteren in inspiratieboeken als Nooit Af in het onderwijs (met ontwikkelaar/trainer Annette Dölle), Nooit Af op de arbeidsmarkt (met employability-professor Aukje Nauta) en Nooit Af in het openbaar bestuur (met topambtenaar Erik Gerritsen). Het sluitstuk moet Nooit Af en democratie worden.

Eigenlijk is alles op deze planeet een puzzel, zegt Aslander hardop denkend. Net zoals dat eerste waagstuk van hem, toen hij had bedacht om met louter vrijwilligers een nieuw hunebed te bouwen ‒ ook daarover staat een boek op stapel, Hoe bouw je een hunebed? ‘Wat gebeurt er als je een vraagstuk terugbrengt naar de dimensies van een puzzel? Puzzels los je op door stukjes bij elkaar te leggen, door een beeld van het geheel te hebben, en er door puzzelaars bij te betrekken. Het mooie is: nog nooit in de geschiedenis van de mensheid zijn er zoveel puzzels, puzzelstukjes en puzzelaars met elkaar verbonden geweest. Daardoor kan morgen makkelijk, snel en gratis zijn wat gisteren nog complex, duur of domweg onmogelijk was is. Dat zijn de consequenties waar onze boeken over gaan. It means something. Dit moet de wereld in.’

Mensen denken vaak van hem dat hij ongelooflijke haast heeft, realiseert Aslander zich. ‘Maar niets is minder waar. Snel ga ik wel, zo zit ik nu eenmaal in elkaar. Maar haast heb ik niet. Extreem veel geduld, eerder. Ik kan gerust tien jaar wachten op iets. Als ik bij de Sociaal Economische Raad vertel dat ik streef naar een nieuwe versie van de polder, dan zie ik ze denken: “Leuk dat jochie, die heeft een hunebed gebouwd en nu verbeeldt hij zich van alles.” Maar ik denk dat ik het echt kan. Time will tell. En anders ben ik gewoon een niet onaardige chroniqueur geweest van deze tijd.’

Bijna, vakantie… nieuws
1 juni 2016 | Bertrand Weegenaar

Als de eerste scheurkalenders verschijnen, weet je dat het einde van het jaar nadert. Een traditie. Vorig jaar begon uitgever Business Contact met een zomertraditie: Vakantieboek voor managers. Hij is er weer, voor 2016. De vakantie komt eraan!

Nu is de keuze wel aan u: het vakantieboek in de koffer en dan wat snuiven aan vers verschenen boeken. Die u toch al gemist heeft. Waar ging dat De Corporate Tribe, de winnaar van het Managementboek van het Jaar 2016, nu precies over? Een uitgebreide samenvatting kan in de koffer. Een bak met kleine leuke dingen voor aan het zwembad. Een update over storytelling, burn-out voorkomen, liever lui dan moe. Dat is een makkelijk stukje, ogen dicht en een cocktail erbij.

Of liever eerst bestellen en wat doorbladeren om nog een compleet boek mee te nemen? Agility is hot namelijk. En daar dan weer enorm veel geld mee verdienen. De samenvattingen van Reinventing organizations, Zero to one en Exponentiële organisaties zouden naar meer kunnen smaken. En na de vakantie is daar weer geen tijd voor.

Als zo in de laatste week de werkradertjes langzaam beginnen te draaien, kan er uit Nooit af en het dozijn tips & trucs zomaar nieuwe inspiratie komen.  Die je weer meeneemt naar het werk. Twee vliegen in één klap, win-win situatie, twee kanten van dezelfde medaille, aftikken. Pagina 112 voor welke daarvan in de Bullshot Bingo staat. Win je in ieder geval het eerste spelletje van het nieuwe jaar.

Vakantie, laat maar komen.

Kennisfestival live nieuws
23 mei 2016 | Pierre Pieterse

Op woensdag 25 mei wordt voor de eerste keer ‘Het grootste kennisfestival van Nederland’ georganiseerd, met een indrukwekkende line-up. Ruim van tevoren uitverkocht, maar gelukkig via een speciaal in het leven geroepen livestream vanuit de luie stoel te volgen.

Met meer dan 30 topsprekers in combinatie met muziek is dit festival uniek te noemen. Een greep uit het aanbod van sprekers: Martijn Aslander, Jan Rotmans, Hans van der Loo, Arend Ardon, Gijs van Wulfen, Patrick Davidson, Joris Merks….

Deze dag is online live te volgen op www.jijenoverijssel.nl. (‘Hoofdpodium’ De Rederij is vanaf 13.00 uur live te volgen via de livestream.)

Bij de shortlist van het Managementboek van het Jaar 2016 nieuws
22 maart 2016 | Pierre Pieterse

Ook dit jaar heeft de jury van het Managementboek van het Jaar weer een verdienstelijk lijstje afgescheiden. De shortlist geeft aardig weer wat er vorig jaar zoal speelde.

We trapten het jaar af met De Corporate Tribe van Danielle Braun en Jitske Kramer, een boek dat een pleidooi houdt voor het leren van rituelen en gebruiken van verre en vreemde volkeren. Kortom, lessen trekken uit de antropologie. En dat geeft wat we weten een net even diepere laag. Zo geeft het begrip ‘ziel' als benaming voor ‘missie en/of visie' net wat beter aan waar het om gaat.

Van geheel andere orde is Je Binnenste Buiten van Manon Ruijters (die eerder al furore maakte met haar Canon van het leren). Een boek voor de echte professional waar de manager weer niet bij hoort omdat zijn professionele identiteit wel wat te wensen overlaat. Zegt Ruijters. ‘Professionaliteit verwijst naar een gemeenschappelijk beeld van kwaliteit gerelateerd aan een vak. Gedragen door waarden en normen, door persoonlijke opvattingen, door de kleur die je daaraan geeft. Kortom, door je professionele identiteit.' Management blijkt toch nog te vaak een kameleon, een Manus van alles al naar gelang wat er gevraagd wordt.

En dan is er het buitenbeentje. Dit keer is dat Werken aan de wakkere stad van gemeentesecretaris Jan van Ginkel en organisatiepsycholoog Frans Verhaaren. Wel een boek dat goed aansluit bij wat er op dit moment speelt in de samenleving: de door de Rijksoverheid opgelegde trend naar participatie. De auteurs pleiten voor onzichtbare regie van overheden om de gewenste gemeenschapskracht tot volle wasdom te laten komen.

Veranderen is meer dan noodzakelijk om het tempo van de omgeving bij te benen. De gemiddelde levenscyclus van een organisatie schuift rap richting de vijf jaar. Dus de keuze voor De veranderversneller van Kilian Bennebroek Gravenhorst is niet echt verwonderlijk. Hoewel? Een van de dingen die de auteur aansnijdt is de paradox van vertragen en versnellen: de versnelling zit in de vertraging, de oprechte wens om op te lossen als grootste vijand van het vinden van de oplossing, kwaliteit en resultaat kunnen vinden in de verandering in plaats van na de verandering.

Afsluiter van 2015 was Nooit Af van Martijn Aslander en Erwin Witteveen. Een boek geheel conform de ondertitel in een bijna permanente staat van bèta verkeerde: al in 2013 interviewden ‘we' de auteurs over dat boek dat toen naar eigen zeggen op punt van verschijnen stond (onder de titel ‘We leven in een nieuwe renaissance').

Als de shortlist een graadmeter is van wat er speelt in managementland, en dat is het natuurlijk, is het toch opmerkelijk dat er nogal wat trendy onderwerpen afwezig zijn. Met de nadrukkelijke kanttekening dat vijf boeken natuurlijk nooit een volledig beeld kunnen geven. Maar toch... Geen ‘vrouwen' dit jaar, ook geen ‘diversiteit'. Prima, zelfs begrijpelijk, de nieuwigheid is er wel even af. Maar ook geen lean, startups en zelfs geen neuro terwijl deze onderwerpen dit jaar behoorlijk volwassen zijn geworden.

Misschien moeten we ons er maar bij neerleggen dat ook een shortlist nooit af is, ook al is die zoals elk jaar weer eindelijk en gewoon op tijd af.

Pierre Pieterse, hoofdredacteur Managementboek Magazine

Martijn Aslander en Erwin Witteveen: ‘De beste oplossingen komen van unusual suspects’ interview
25 februari 2016 | Pierre Spaninks

Hoeveel goedbedoelde oplossingen mislukken er wel niet? Onze fout is dat we altijd maar een complete planning willen hebben. Die dan al gauw belangrijker wordt dan het doel. Martijn Aslander en Erwin Witteveen stellen een alternatief voor: Permanent Bèta. Een voortdurende staat van ontwikkeling, gevoed door onze collectieve intelligentie.

‘Het grote nieuws van het World Economic Forum was dat de wereldleiders en de ceo's van de grootste bedrijven hebben gezegd dat de technologische ontwikkelingen hen te snel gaan, dat zij geen grip meer hebben op de sociaal-economische implicaties, dat ze het niet meer snappen.' Toen Martijn Aslander die bekentenis uit Davos hoorde, slaakte hij een zucht van verlichting.
‘Veel managers zien de noodzaak van een transitie. In hoe we ons werk organiseren, in het onderwijs, in de zorg, bij de overheid. Maar ze worden tegengehouden door hun bestuurders, en die worden weer tegengehouden door hun commissarissen. Als nu de wereldleiders hardop zeggen dat zelfs zij er niet meer uitkomen, dan hoeft een voorzitter van raad van bestuur zich er dus ook niet meer voor te schamen als hij het niet meer weet. En kan hij zijn managers uitnodigen om mee te denken. En zij hun medewerkers.'
Aslander noemt zich standup-filosoof, ideeënbedenker, schrijver, boardroom sparring partner en schertsend: hoogleraar in de organizonder-kunde. We interviewen hem naar aanleiding van het tweede boek dat hij samen met Erwin Witteveen schreef: Nooit Af. Het eerste was Easycratie, uit 2011.
Toen ging het over de toekomst van werken en organiseren. Nu over de ongekende mogelijkheden die ontstaan als we het principe omarmen dat we onze zaken het best kunnen regelen met oplossingen die tijdelijk zijn. Zodat we ze kunnen blijven aanpassen en verbeteren. Want van nul af aan een definitieve oplossing verzinnen, dat is onbegonnen werk. Daarvoor verandert de wereld om ons heen te snel, en daarvoor veranderen de mogelijkheden die we tot onze beschikking hebben te snel. ‘De fout die we maken is dat we altijd maar een complete planning willen hebben,' vult Aslanders kompaan Witteveen hem aan. ‘En voor je het weet is het middel belangrijker dan het doel.'

Permanent Bèta
Wat is het alternatief? Wat moeten we doen als we eenmaal hebben ingezien dat de definitieve oplossing niet bestaat en dat dat geen probleem is maar een kans? Proberen, zegt Aslander, trial and error, in een staat van Permanent Bèta. ‘En het niet allemaal zelf willen doen. Ook niet als je denkt jij het beter weet, of dat het jouw taak is. Geef je mensen het vertrouwen dat ze nodig hebben om ermee aan de slag gaan. Dat vertrouwen kan beschaamd worden, je kunt belazerd worden, dus dat is eng. Maar we hebben geen alternatief, we moeten het wel loslaten. Er zullen dingen in de soep lopen, maar dat doen ze nu ook. Dus wat is het probleem?'
‘Als je uit vrees de boel op slot zet, krijg je steeds vaker situaties dat de operatie geslaagd is maar de patiënt overleden. Voor managers is de vraag niet meer of ze de dingen wel goed doen maar of ze wel de goeie dingen doen. Dat je alle punten van het protocol hebt afgevinkt, wil niet zeggen dat je met de juiste taak bezig bent geweest. En wat de juiste taak is hangt niet af van de opbrengst maar van het resultaat, van het verschil dat je maakt in de werkelijkheid.'
Het boek waar Aslander en Witteveen drie jaar geleden al aan begonnen en waarvan ze zich inmiddels realiseren dat het zelf ook ‘nooit af' is (al ligt het nu dus in de winkel), dat staat vol met voorbeelden van dat principe. Die voorbeelden zijn bedoeld als evenzovele oplossingsrichtingen. Zoals Luyendijk en Piketty een stem hebben gegeven aan het onbehagen in de samenleving over de financiële wereld, zo doen zij dat voor allerlei andere domeinen.

Kenniscirculatie
Aslander hecht eraan te benadrukken dat we hem niet moeten zien als een trendwatcher. ‘Ik sta met mijn poten in de klei. Ik kom in de krakersscène, bij bijstandsmoeders, bij ministers, in alle hoeken van het land, ik lees veel, ik spreek veel andere denkers. Daar pik ik mijn signalen uit op, daar maak ik een synthese van. Het is allemaal datamining, datacrunching en patroonherkenning - maar dan in mijn onderbewustzijn. Daar komt wat uit en dat ga ik me eigen maken, dat ga ik beleven. Een trendwatcher verkondigt dat over vijf jaar iedereen een chip in zijn lijf heeft. Ik stop zelf een chip in mijn lijf en vraag me af wat dat met me doet. Daarom zijn de verhalen die ik vertel als ik op een podium sta ook zo lastig lek te schieten. Want ik vertel over mijn eigen experiences.'

‘Keiharde zwermdynamiek'
Net als destijds met Easycratie hopen Aslander en Witteveen met Nooit af iets in beweging te brengen. Ze zien zich als onderdeel van een tribe, een zwerm, een grassroots movement. Een mix van de digitale voorhoede en de sociale pioniers. Ze willen lucht creëren, ruimte maken, dingen benoemen die tot nu toe onbenoemd waren gebleven. Zodat er iets op gang komt dat Witteveen ‘kenniscirculatie' noemt. ‘In de netwerksamenleving stroomt kennis niet hiërarchisch van boven naar beneden maar alle kanten op. Het hoeft niet eerst in de wetenschap en dan in de krant en dan bij de mensen. Het kan ook andersom.'
Als sterk voorbeeld herinnert Witteveen eraan hoe hij vorig jaar de best gelezen schrijver van Nederland werd met een verhaaltje op Twitter. Over een jongetje dat twee blikjes cola van elk 52 cent wilde kopen en bij de kassa 1,04 euro moest betalen. Maar hij had niet meer dan een euro. Waarop Witteveen, die achter hem stond, hem het idee aan de hand deed om eerst het ene blikje te kopen voor afgerond 50 cent, en daarna het andere.
‘Dat verhaaltje kwam zelfstandig bij 400.000 mensen. Toen plaatste de NRC het. Mensen gingen dat fotograferen en delen. Dat ging drie keer over de kop. Toen ging Panorama zich ermee bemoeien et cetera. Ik heb het uitgerekend: uiteindelijk moet het zes tot acht miljoen keer zijn gedeeld. Als ik voor een zaal sta en ik vraag wie dat verhaal kent: de helft. Als ik vraag wie de NRC leest: twee vingers. Zo gaat dat. Dat is gewoon keiharde zwermdynamiek.'

‘Piketty is prehistorie'
Een van de domeinen waar Aslander en Witteveen een oplossingsrichting voor suggereren, is het financiële. En dan met name de manier waarop we toegevoegde waarde uitdrukken: in termen van bezit. ‘Piketty heeft het over bezit, over assets. Wij hebben het over toegang. Iemand die een miljard heeft, kan niet meer liedjes luisteren op Spotify dan iemand in de bijstand.'
‘Piketty is prehistorie. Wij hanteren een radicaal ander economisch model. Alles is gebaseerd op het dogma dat we economische groei moeten hebben. Maar dat is niet meer dan de uitkomst van een model. Waar het in het echt om gaat, is of mensen toegang hebben tot de de goederen en de diensten die ze nodig hebben. Dat is waar je rijker van wordt, niet van dat de omzetten en de winsten stijgen.'
Nu technologische innovaties een heleboel producten die vroeger duur waren een stuk goedkoper maken, lijkt op papier de economische groei af te nemen. Wat weer allerlei politieke reacties oproept, zoals bezuinigingen en belastingverhogingen. Het middel van economische groei, uitgedrukt in geldstromen, is dan doel geworden. Witteveen zou economische groei liever meten in termen van output.
‘Als auto's dertig procent goedkoper worden en meer mensen zich er een kunnen veroorloven, dan horen we blij te zijn en niet somber omdat de economie dertig procent is gedaald. Wij zeggen niet: schaf het geld af. Integendeel. Maar mensen zijn zo bezig met het meten en controleren van die geldstromen dat ze niet meer naar het totale plaatje kijken. Als je weer op het doel gaat focussen, wordt alles makkelijker.'

Innoveren zonder risico
Terug naar het idee dat geen oplossing ooit af is. Aslander mist in het design van veel structuren en processen het bewustzijn dat wat vandaag werkt misschien morgen weleens niet meer zou kunnen werken. Elke dag doen er zich mogelijkheden voor die de oplossingen van gisteren overbodig maken. Vroeger ging daar dertig jaar overheen, nu kan het van de ene dag op de andere gebeuren. Dat design zal dus flexibeler moeten en dynamischer.
‘Hoe leuk een Blendle ook is, du moment dat Apple zijn gewicht in de strijd gooit zijn ze weg. In elkaar grijpende vervolginnovaties zorgen elke dag opnieuw voor zulke baanbrekende ontwikkelingen. Supercomputers en deep learning zorgen dat we steeds meer inzichten krijgen in steeds meer contexten, waardoor daar steeds minder mensen voor nodig zijn. Het hele wezen van werk komt daardoor in een ander licht te staan. Wat je geacht wordt te doen, wordt steeds meer onderhevig aan een dynamisch model. Je kunt nooit op je lauweren rusten. Je moet steeds nieuwe dingen blijven proberen en zo snel mogelijk van je fouten leren.'
Die boodschap is niet alleen voor het bedrijfsleven bestemd, benadrukken Aslander en Witteveen. ‘Ook overheden kunnen erbij winnen als ze hun primaire proces openmaken voor burgers om te helpen. We hebben een hoogopgeleide bevolking. Net zoals de scheiding tussen medewerker en klant helpt ook de scheiding tussen ambtenaar en burger niet meer. Die zit ons dwars. Kijk naar de gemeente Utrecht, die miljoenen uitgeeft aan IT-projecten én miljoenen aan bijstand, waaronder voor briljante maar desondanks werkloze programmeurs. Sla die geldstromen over en laat die IT'ers je projecten onder handen nemen: iedereen gelukkig en je bespaart klauwen met geld.'
‘Elke gemeente geeft geld uit aan dingen die ze gratis hadden kunnen krijgen van de burgers waar ze het geld hebben opgehaald. Dat is het paard achter de wagen spannen. In tijdperk van steeds radicalere transparantie, van steeds grotere interconnectiviteit dankzij het web, is er geen argument meer om dat niet te proberen. Niet iedere burger zal zich aangesproken voelen, maar je hebt er maar een handjevol nodig.'

Vandaar de oproep van Martijn Aslander en Erwin Witteveen: ‘Stop met denken in geld, heb het over resources. Pak door naar Permanent Bèta. Op het moment dat je kunt innoveren zonder geld, kun je innoveren zonder risico, kun je innoveren zonder angst, en kan iedereen meer doen. De beste oplossingen komen altijd van unusual suspects!'

Preview - Nooit Af - Gehaktballeninflatie, afritshuizen en het Barbara Streisand-effect preview
26 januari 2016 | Erwin Witteveen

Nieuwe technologieën, vormen van samenwerken en verdienmodellen: de kranten staan er bol van. Zo ook Nooit Af van Erwin Witteveen en Martijn Aslander. In deze preview licht Witteveen een tipje van de sluier.

Of we ons boek ook in een paar alinea's kunnen navertellen? Het is de meest gestelde vraag aan iedere schrijver, maar ook de minst geliefde. We hadden immers niet voor niets 366 pagina's nodig, om de netwerksamenleving te duiden. Tja, en wat staat er dan zoal in Nooit Af?

Onder andere dit: Gehaktballeninflatie, ceteris paribus-wetenschap, copypaste-journalistiek, de milleniumbug was een hoax, Mac Donald's is een snackbar, een enkeltje Mars, Uitzwaaikorting en andere eenvoudige trucs om de OV-chipknip voor de gek te houden, Piketty is prehistorie, de kampioenskansen van AZ, wildplassen in Gemeente Hollands Kroon, een basisinkomen voor kids tot 18 jaar, het zevenjarige huwelijk, afritshuizen, de onvermijdelijke onderwijsrevolutie, de onvermijdelijke zorgevolutie, de boerenzoon uit de Oekraïne die de KPN miljarden ontfutselde. het Barbara Streisand-effect, dat diploma's op schaarste zijn gebaseerd, hoe een jochie van 14 jaar oud een grote farmaceut aftroefde, test-je-innovatie-quotiënt, de lessen van de verkeerspolitie voor schoolmanagers, de overeenkomst tussen Mark Zuckerberg en Julius Caesar, boze burgers, blije burgers, de politiek hacken, het stopcontact van Mansveld in de tweede klas van de trein, bitcoins bij de Spar in Arnhem, de aandelenbeurs als nieuwe zondebok, hoe huizenbezitters collectief werden benadeeld met de hypotheekrenteaftrek, de onzin van inflatiecijfers zonder postcodecorrectie, statistiekmanipulatie voor dummies, broodje haring kopen op internet en basisinkomen als rechtse hobby. Want wie heeft ooit bedacht dat een managementboek per se zware kost moet zijn?

Nooit AF lijkt in niets op een doorsnee managementboek. Het is bijna een pageturner, aldus onze lezers. De geheimen van de netwerkeconomie worden verduidelijkt door een kaleidoscopische verzameling van zeer herkenbare observaties uit het gewone leven. Het boek wemelt van de metaforen, taalgrappen, interessante filosofietjes en is bij vlagen hilarisch en helemaal niets is heilig. Waar het klassieke managementboek de werkelijkheid tracht te vertalen naar een model, doet Nooit Af precies het omgekeerde: we ontmaskeren liever de gangbare (denk)modellen en laten de weerbarstige werkelijkheid zien.

De wereld verandert al zolang als de aarde draait, maar in deze eeuw gaan de veranderingen wel héél erg snel. Organisaties hebben geen keuze: ze moeten radicaal meeveranderen om te kunnen overleven. Maar hoe? In ons eerste boek - Easycratie (2010) schreven we: 'Kennis is macht, is een achterhaalde wijsheid. Kennisdelen is macht, is de nieuwe wijsheid geworden.’

In Nooit Af zien we wat 5 jaar later de gevolgen zijn geworden van die massale kennisdeling. Big Data, 3D-printing en singularity (de nog nooit eerder vertoonde samensmelting van verschillende kennisgebieden) noemen we als de drie megatrends die onze wereld de komende tien jaar onherkenbaar kunnen veranderen. En dat alles leidt dan weer tot megatrend nummer vier: Een overvloed, die op steeds meer terreinen zal ontstaan.

Al onze economische theorieën en organisatiemodellen gaan uit van schaarste. De modellen houden geen rekening met overvloed en altruïsme, die zo kenmerkend zijn voor de nieuwe economie. Een iPhone mag dan wel 600 euro kosten, maar in het toestel zit voor vele tienduizenden euro's aan apparaten verstopt, zoals een videocamera, een bandrecorder, een TomTom en een encyclopedie. Spullen die we nu niet meer hoeven te kopen. Dus er is minder geld nodig en minder grondstoffen. Zo is een enorme spagaat aan het ontstaan tussen burgers en boekhouders. De burger wordt steeds rijker (in toegang en mogelijkheden), maar de boekhouders zien de economie dalen (in geldbedragen).

De veranderingen gaan nu zo snel, dat het maken van uitvoerige plannen steeds zinlozer wordt. We moeten veel meer experimenteren, en de plannen onderweg continu bijstellen. Fouten maken hoort daarbij. Is leerzaam. Bezint eer gij begint, dat was vroeger. Begint eer gij bezint is het credo van de netwerksamenleving.

Erwin Witteveen is journalist, schrijver, spreker en innovatiedeskundige. Samen met Martijn Aslander schreef hij Nooit Af.

Panta rhei nieuws
23 november 2015 | Nienke van Oeveren

‘Er hangt iets in de lucht, veranderkracht is overal’, begint Arend Ardon het seminar Veranderkracht. Panta rhei, maar met taal en structuren houden we alles angstvallig op z’n plek. Met meer openheid kunnen vonken makkelijker overspringen en kunnen we door samenwerking het verandervuur aanjakkeren. Martijn Aslander, Arend Ardon, Daniël Wolfs, Shirine Moerkerken en Wouter Hart inspireren de 180 deelnemers tijdens een seminar.

‘Van Gmail was heel lang de bèta-versie in gebruik.’ Dit bracht Aslander op een idee. ‘Wat nou als we met elkaar besluiten dat een project Nooit af is? Hoeveel lucht dit geeft, beschrijft Aslander samen met Erwin Witteveen in hun nieuwe boek Nooit af.
In sneltreinvaart passeren grappige anekdotes en opvallende boeken de revue. ‘Alles wat digitaal kan worden, zal digitaal worden. En alles wat digitaal is, kun je zonder kosten vermeerderen.’ Hier hoeven we niet van te schrikken, stelt hij ons gerust, dit zorgt weer voor nieuwe werkgelegenheid. ‘In 2035 is de elektriciteit gratis. Dan kun je dus gratis zeewater ontzilten en als er geen waterschaarste is, kun je de woestijn beplanten. Het gaat eigenlijk heel goed met de wereld!’

Eenvoudige boodschap
De maatschappij vraagt dus om blijvend veranderen, hoe wakker je de veranderkracht aan? Hierover schrijft Arend Ardon in Ontketen vernieuwing! Hij benadrukt de taal die we gewoonlijk gebruiken in veranderprocessen: uitrollen, aanjagen, betrekken, weerstand. ‘We vallen terug op deze taal, maar het zijn allemaal self fulfilling prophecies: deze woorden en de gedachte erachter dempen ons zodat veranderkracht geen vleugels krijgt.’ Aan de hand van de film Pay it forward laat hij zien dat een vonk bij één persoon begint. ‘Bijvoorbeeld een manager die met vuur spreekt in een directieoverleg.’ Ardon laat zien hoe de vonk overslaat. ‘Hoe eenvoudiger de boodschap is, hoe groter de kans dat de vonk overslaat.’

De mensen die de vonk laten overslaan en anderen mobiliseren, noemt Daniël Wolfs Magic makers. ‘Samenwerking is essentieel voor veranderingen.’ Hij vertelt over een samenwerking van provincie, zorgverzekeraars en ziekenhuizen in Noord-Oost Groningen als gevolg van het sluiten en herplaatsen van ziekenhuizen. In plaats van de kijken naar de verschillen, zocht hij wat hen verbond om zo te komen tot een middelpuntzoekende strategie. ‘Magic makers kijken naar wat verbindt en zijn meer bezig met eco dan met ego.’ Tot slot overhandigt Neeltje de Kroon hem zijn net verschenen boek Magic makers. ‘Het was fijn om te ontdekken dat Daniël zelf ook een echte magic maker is.’

Werkelijkheid maken
‘We construeren de werkelijkheid in actie en vervolgens maken we ‘m waar.’ Interventiekundige Shirine Moerkerken vraagt de deelnemers om hun buurman te vertellen wat voor jouw belangrijk is en wat je lastig vindt. Ze laat zien hoe we met taal een werkelijkheid maken, zoals ook in haar boek Hoe ik verander. ‘Er kunnen verschillende werkelijkheden naast elkaar bestaan.’ Om achter die werkelijkheid te komen moet je doorvragen. ‘Tijdens een vergadering kun je best vragen: Wie wil de vraag stellen die niemand durft te stellen? – als er een veilige bedding is.’ Tot slot laat ze zien hoe je taal als interventie gebruikt en steeds opnieuw naar de situatie moet kijken.

‘Het leven is panta rhei. Als je vanuit waarde creëert, hou je het open en zet je je werkwijze niet in een structuur vast.’ Wouter Hart pleit voor teruggaan naar de bedoeling en brengt daarbij de verhalen van deze dag vakkundig samen. ‘We hebben overal houvast gecreëerd voor de laag onder ons. Hoe komt het dat mensen niet zelf hun verantwoordelijkheid nemen?’ vraagt hij boos. De auteur van Verdraaide organisaties hekelt het klakkeloos invoeren van zelfsturing: ‘Er gaan op dit moment mensen dood omdat we leidinggevenden wegsnijden van teams die dat niet aankunnen.’ We moeten verder kijken dan populaire termen als zelfsturing, eigenaarschap en vertrouwen. ‘Het gaat om wat er nodig is: wat is de waarde die je toevoegt?’

Slimme paadjes nieuws
11 december 2014 | Bertrand Weegenaar

Iedereen kent ze uit de doolhoven, de tussenpaden om sneller de uitgang te vinden. Voor sommigen klinkt dit als vals spelen. Lifehackers zijn continue op zoek naar manieren om iets sneller of makkelijk te doen. Dit bespaart tijd of resources.

In Smartcuts beschrijft de Shane Snow tien manieren om sneller succesvol te zijn. Snow gebruikt voor zijn boek de van Malcolm Gladwell bekende opzet: persoonlijk verhaal koppelen aan stukje theorie. Zo worden ‘Snelle feedback’ (om het best aansluitende product te hebben vóór je het echt maakt) of ‘Platforms’ (gebruik bewezen instrumentaria om sneller te starten) uit de doeken gedaan. Een lekker makkelijk leesbaar boek.

Een omissie is dat nergens in dit boek wordt gerefereerd aan smart hack ass Timothy Ferriss die een hele serie hacks uit de doeken doet in Body een lijfboek om alles met je lichaam te kunnen: van sneller afvallen tot betere seks.

Dichter bij huis (en natuurlijk niet bekend bij Snow) vind je het werk van Martijn Aslander: van de (co) auteur van 175 Lifehacking tips om prettiger en efficiënter te kunnen werken, verschijnt begin januari Nooit af.

Trends 2014 nieuws
27 december 2013 | Pierre Pieterse

Gepatenteerde blijvertjes onder de noemer ‘trends’ zijn ‘retro & authentiek’, vandaar dat we voor onze inventarisatie een authentieke klassieke glazen sneeuwbol (Franse vinding, circa 1800) een paar keer op zijn kop hebben gehouden waarna een hele sneeuwbui aan onmiskenbare trends naar beneden dwarrelde. We hebben de belangrijkste (management)ontwikkelingen er heel selectief dus arbitrair uitgepikt, te weten: mobiel, big data, Aandacht, balanseconomie en anders organiseren.

Mobiel
Dé trend voor 2014 is ongetwijfeld mobiel. Sommige kenners spreken zelfs van ‘hypermobiel’. Dat is wellicht wat zwaar aangezet, maar mobiel is onmiskenbaar een tijdje geleden ingezette ontwikkeling die inmiddels is uitgegroeid tot een krachtige trend. Wie mobiel niet zichtbaar is, bestaat eigenlijk niet. En paradoxaal genoeg, ondanks het scala aan mogelijkheden en de ervaring met ‘internet’, is het makkelijker om onzichtbaar te blijven dan zichtbaar. Denk maar even aan de enorme implicaties op de bedrijfsvoering. Voor het betere hands-on marketingwerk is er het Handboek Mobile Marketing van Patrick Petersen. Wie meer strategisch aan de slag wil, moet nog even wachten, pas half maart verschijnt het Handboek mobiele strategie van Bert van Asten. Wie echter niet kan of wil wachten, heeft met de Lanting Trilogie (Connect!, Iedereen CEO en De slimme organisatie) een puik ‘overzichtshandboek’ in handen.

Big data

Sinds de datamedaille is gekanteld en de Januskop ‘privacy’ zichtbaar is, staat het ongebreideld verzamelen van gegevens in een kwade reuk. De doorwrochte typoscripten over de duistere praktijken van de NSA of het terechte martelaarschap van iemand als Edward Snowden liggen al op de redactieburelen van grote uitgevers. Dark Market van Misha Glenny zou er weleens bij kunnen verbleken. Maar uiteindelijk zal dat slechts een rimpel in de vijver blijken, ‘data is here to stay’. Om de doodeenvoudige reden dat de voordelen groter zijn dan de nadelen. Een fraaie en ook bekroonde analyse is De big datarevolutie van Viktor Mayer-Schönberger en Kenneth Cukier. Volgens het vakblad Strategy + Business het beste boek uit 2013 in de categorie ‘digitizing’ en volgens internet scepticus Evgeny Morozev (The Net Delusion: The Dark Side of Internet Freedom, en recent To Save Everything, Click Here: The Folly of Technological Solutionism) ‘een toegankelijke tour langs de voordelen en valkuilen van big data-analyse’. Overigens kent deze ‘databeweging’ een gerenommeerd criticus in de persoon van Nassim Nicholas Taleb (The Black Swan): data-analyses resulteren in gemiddelden, leuk in Mediocristan, maar nutteloos in Extremistan, de wereld waarin wij leven. U bent dus minimaal gewaarschuwd.

Aandacht
Uit de beroemde Hawthorne experimenten distilleerde Elton Mayo dat aandacht werknemers doet floreren. En al lijkt het erop dat Mayo met de cijfers heeft geknoeid (lees vooral De managementmythe waarin Matthew Stewart deze en andere mythes doorprikt) en al lijkt nieuw onderzoek er op te wijzen dat huidige werknemers juist opbloeien als managers hen met rust laten, niemand lijkt ooit te zijn bezweken onder de juiste dosering aandacht. In organisaties kan gebrek aan aandacht leiden tot een managementstijl die wordt bestempeld als ‘op hol geslagen leiderschap’. Volgens Daniel Goleman (Emotionele intelligentie) een vorm van leiderschap waarbij de menselijke kosten ondergeschikt maakt aan de resultaten. In een interview naar aanleiding van zijn boek met de alleszeggende titel Aandacht zegt hij verder: ‘Een vorm van management waarbij leiders enkel het tempo bepalen of hun ondergeschikten opdragen net zo te zijn als zichzelf en mensen die daaraan niet kunnen voldoen passeren of bedelven onder negatieve feedback. Zo'n commanderende stijl heeft een verwoestende uitwerking op het emotionele klimaat van de organisatie.’

Balanseconomie
Balanseconomie, ofwel circulaire economie als tegenvoeter van de lineaire economie. Niet gebruiken maar hergebruiken. Maar dat kan alleen als we ‘ophouden met het maken van minder slechte producten en uitsluitend nog intelligente producten ontwerpen, gemaakt van materialen die we steeds weer kunnen teruggeven aan technische of biologische kringlopen.’ Aldus William McDonough en Michael Braungart, de aartsvaders van het concept (en gelijknamige boek) Cradle to cradle. Duurzaam ondernemen is hiervan een directe afgeleide die zich praktisch laat vertalen in ‘kleinschaligheid’, ‘coöperatief organiseren’ en ‘de opkomst van de circulaire economie’. Boeken te over voor de liefhebbers, van diepgravende organisatorische analyses (Werken aan de Weconomy onder redactie van Jan Jonker) tot praktisch hands-on werk (In vijf stappen CO2-neutraal ondernemen van Rob van der Rijt), de meest actuele stand van zaken hebben wij voor u gebundeld in een achtergrondartikel onder de titel ‘Duurzaam zakendoen: Het is rond en het komt eraan’.

Anders organiseren
Anders organiseren kent heeft zijn wortels in zelforganisatie en zelfsturing (trends die inmiddels zijn volgroeid facts of life) maar is zoals het zelf ook aangeeft ‘anders’. Aanhakend op externe ontwikkelingen ontstaan netwerken die inhaken op de nieuwe economische, maatschappelijke en technologische realiteit. Technologie dwingt andere organisatievormen af door ze te faciliteren, internet creëert nieuwe markten door oude af te breken, net zoals juist een crisis de broodnodige creativiteit aanwakkert door vastgeroeste bakens weg te gummen. Het icoon en tegelijk ook trendwatcher van deze laatste ‘creatieve beweging’ is Martijn Aslander. Niet bij de pakken neerzitten maar kansen pakken. ‘We zitten in een nieuwe renaissance’, zegt hij in een interview. Noem het ‘life-hacking’ (slim organiseren), label het als ‘small is the new big’, duidt het als ‘permanent beta’ (nooit af), in essentie is het allemaal de resultante van ‘anders organiseren. Vooral dat laatste, ‘permanent beta’, is cruciaal, omdat het de kritieke succesfactoren van morgen - geven en delen van kennis en middelen – in het productieproces incorporeert en dat realtime. In de woorden van Aslander: ‘Bridging brains, tech & culture. Ergens in dat domein liggen de oplossingen voor de vraagstukken waar we nu last van hebben.’ Een domein waar een grote organisatie of dure kantoren slechts belemmeren, een domein waar je netwerk, je contacten, je expertise en kennis en bovenal je attitude het verschil tussen falen en succes bepalen.

Neuromarketing

Strikt genomen geen managementtrend, maar toch wel even aardig om in dit verband te vermelden: de doorbraak van neuromarketing. Jaren geleden verscheen Het breinboek voor managers van Paul Postma maar met de kennis van nu was dat net iets te vroeg. Nu is dat duidelijk anders, getuige niet alleen een heuse polemiek in De Groene (Paul Postma repliceerde in Managementboek Magazine per column) maar ook de populariteit van titels als Brainbound Marketing (Paul Hassels Monning), De koopknop (Marcel de Munnik) en het tamelijk basale Neuromarketing (Eric van Arendonk). Maar Paul Postma blijft toch de onbetwiste Hollandse Meester op dit vakgebied en bewijst dat eens te meer met het prachtige handboek Anatomie van de verleiding (in het vakartikel met dezelfde titel kunt u een kort réposé tot u nemen).

Overigens is het vakgebied marketing ook in beroering. Volgens Frank Wouters moet marketing weer terug naar zichzelf. In Honshitsu – De essentie van marketing, de marketing van de essentie dat elke propositie moet uitgaan van een streng bewaakt totaalconcept. Dus weg van de waan van de dag. En dat concept moet zijn gebaseerd op een waarde die de aanbieder uitdraagt. Een vorm dus van conceptuele marketing. Klinkt misschien wat vaag of zelfs moeilijk, maar in het boek legt Wouters het zeer consciëntieus uit. En Wouters schuwt de provocatie niet om zijn boodschap kracht bij te zetten. In een interview zegt hij: ‘De algemene consensus die er heerst, is dat het werk van Kotler maatgevend is. Bij gebrek aan goede theorievorming zijn we alles maar als bruikbare theorie gaan beschouwen. Kotler heeft feitelijk geen theorie, maar geeft een inventaris van alle beschikbare marketinginstrumenten waarvan de meeste marketeers bovendien moeten toegeven dat ze ze niet beheersen. Ik durf te beweren dat zijn werk berust op een vergissing.’ Voor volk en vaderland Een terugkerende trend is (naast de Trendrede) het jaarlijkse trendoverzicht van de ‘trendwatcher des vaderlands’. Onder de niet mis te verstane titel Trends 2014 schetst Adjiedj Bakas het aankomende jaar in drie pakkende lemma’s: De Nieuwe Soberheid, Marx voor de Middenklasse en de Economie van het Geluk. En bij die laatste constatering sluiten wij ons graag aan: een gelukkig en voorspoedig 2014!

Martijn Aslander: ‘We leven in een nieuwe Renaissance’ interview
25 oktober 2013 | Hans van der Klis

In Nooit af, dat hij net als Easycratie schreef in samenwerking met Erwin Witteveen, houdt Martijn Aslander een pleidooi voor de staat van permanent bèta: alles is altijd in de testfase. ‘De tools die je nodig hebt, zijn voor iedereen toegankelijk. Ook voor rotjochies in Pakistan. Je hebt geen dure kantoren meer nodig om het verschil te maken.’

Laten we eerst de labelkwestie uit de weg helpen. Wat is Martijn Aslander? Schrijver van managementboeken? Professioneel spreker, cultuurfilosoof, initiator, orakel? Zelf hanteert hij op zijn website de term ‘explorer’, ontdekkingsreiziger. ‘De pest is: als je dingen doet die niet standaard zijn, is het altijd zoeken naar taal om tegelijkertijd dicht bij jezelf te blijven en aan een ander te kunnen uitleggen wat je doet’, zegt hij. ‘Omdat de meeste mensen mij kennen van mijn boek Easycratie, durf ik mezelf wel schrijver te noemen. Maar omdat ik met zoveel verschillende dingen bezig ben, heb ik bij het schrijven de hulp nodig van mensen die dat beter kunnen dan ik. Ik kan best goed schrijven hoor, maar vaak ontbreekt mij de tijd. Dus werk ik samen met mensen die in staat zijn mijn gedachten in taal te vangen. En dan voldoet het concept ghostwriter niet. Die mensen zijn gewoon te goed. Dan ben je coauteur, zoals Erwin Witteveen bij Easycratie en ons nieuwe boek, Nooit af. Hij schreef als eerste een artikel over mij dat zo duidelijk was, dat mijn ouders eindelijk begrepen wat ik aan het doen ben.’

We ontmoeten elkaar in Haarlem, waar hij niet lang geleden is gaan wonen. ‘Het Florence van Nederland’, zegt de 41-jarige Aslander niet zonder gevoel voor romantiek. Hij heeft Groningen achter zich gelaten en heeft een appartement boven boekhandel H. de Vries betrokken. Een haast symbolische plek, wanneer je bedenkt hoe gulzig hij zijn hele leven al bezig is kennis op te zuigen en informatie te combineren.

Handiger organiseren

Om zicht te krijgen wát Aslander is, helpt het om te onderzoeken wíe Aslander is. Hij werd bekend als een van de voormannen van de Lifehacking-beweging, een groep mensen die het gebruik van ICT en andere eenvoudige hulpmiddelen propageert om meer te kunnen doen in minder tijd – met minder stress, tegen lagere kosten en met meer impact. Met tientallen coauteurs, onder wie Frank Meeuwsen en Taco Oosterkamp, schreef Aslander een buitengewoon bruikbaar gidsje met – inmiddels – 175 lifehackingtips, dat in korte tijd grote populariteit verwierf.

Die fascinatie voor dingen handiger organiseren zit er al van jongs af in, vertelt Aslander. ‘Vanaf mijn vijftiende of zestiende ben ik ondernemer. Ik had per ongeluk ontdekt dat je door zelf te ondernemen geld kon verdienen. Dat werd Dunedain, waarmee ik buitensportactiviteiten organiseerde. Ik zat bij de scouts, eigenlijk werkte ik van achter uit de klas. Het was een heel andere tijd: we hadden geen internet, geen mobieltjes, ik had nog niet eens mijn rijbewijs. We deden alles op brommertjes. Daardoor heb ik een hele diepe fascinatie ontwikkeld voor logistiek.’

‘Ik herinner mij dat ik op zoek was naar een slim systeem voor het klantbeheer. Destijds had je Davilex-software, een adresbeheerprogramma dat ik zo wist om te bouwen dat het een boekingsinformatiesysteem werd. Ik kon niet eens code schrijven. Verschillende jongens hebben gekeken of het beter kon, maar hun alternatieven zouden tienduizenden guldens kosten en deden het slechter. Dat Davilex-pakket kostte honderdvijftig gulden. Dat vind ik leuk, een beetje prutsen en klooien met wat er al is. De beste oplossing komt altijd uit een ander vakgebied, heb ik toen geleerd. Je hoeft alleen maar je oor te luisteren te leggen en een beetje heen en weer te wandelen tussen de verschillende disciplines. Dat gebeurt op steeds meer plekken in de samenleving. Kijk maar bij de Open State Foundation, bij de onderwijsvernieuwers van GeenSchool of bij Singularity University. Ik raad iedereen aan om eens koffie te gaan drinken met Alette Baartmans van GeenSchool of Yuri van Geest van Singularity University.’

Een Big, Hairy, Audacious Goal

De eerste keer dat hij een echt grote groep om zich heen wist te verzamelen achter een grote missie, was met het project Gathering Stones in Borger, in 2002. Gathering Stones was een groot festival rond het bouwen van een hunebed. ‘Ik had geprobeerd mijn bedrijf te verkopen, maar dat was helemaal misgegaan. Daar had ik geen ervaring mee. En toen zat ik daar en dacht ik: wat nu? Op dat moment leek het een ontzettend logisch idee om een hunebed te gaan bouwen. Een Big, Hairy, Audacious Goal. We hebben er twee jaar over gedaan, er zijn 14.000 mensen bij komen helpen. Het was het grootste hunebed dat ooit is gebouwd. Het was supergaaf om iets te bouwen wat al vijfduizend jaar niet meer gebouwd was. Dat evenement was een lifechanging event, niet alleen voor mij, maar voor het hele team. Zo’n project had je niet kunnen doen met een normaal draaiboek en normaal projectmanagement. We moesten voortdurend out of the box denken, omdenken, alles doen wat maar kan nodig kan zijn in teams om met crises om te gaan. Onze bureaucratie weet helemaal niet hoe je met mensen moet omgaan die een hunebed willen bouwen, om maar iets te noemen. Hoe ga je een steen van vijfduizend kilo over de weg vervoeren? Niemand had er een antwoord op.’

‘Dat was het moment dat ik besefte dat ik goed ben in het bij elkaar brengen van mensen, informatie en ideeën, als een soort puzzelaar. Wie kun je waarvoor bellen, hoe krijg je ze mee, wie kunnen wel of niet samen, wie kun je vertrouwen? Ik heb ontdekt dat informatie de brug is tussen mensen aan de ene kant en ideeën aan de andere kant. Want een idee is niets anders dan gecombineerde informatie. Wil je met ideeën dingen realiseren in de werkelijkheid, dan heb je weer mensen nodig. Mijn drie-eenheid van dynamiek bestaat dus uit mensen, informatie en ideeën.’

Het Nieuwe Werkplekken

Op zeker moment liep Aslander tegen het concept van lifehacking aan. ‘Dat bleek het woord te zijn voor mensen die op metaniveau nadachten over productiviteit. Mensen doen daar nog steeds lacherig over, maar laatst hebben zelfs Fokke & Sukke daar een cartoon aan gewijd. Dan heb je het toch gemaakt? Ik heb er een paar honderd presentaties over gegeven. We zijn met nu.nl destijds een samenwerking gestart en lifehacking.nl heeft nu iets van 100.000 bezoekers per maand. Er zijn twintig of dertig boeken over gepubliceerd en die doen het allemaal uitstekend. Wij zijn ook als een van de eersten begonnen met boeken gratis weggeven. Je primaire belang als auteur is toch dat je gelezen wordt?’

Het enorme succes van lifehacking heeft Aslander gesterkt in zijn overtuiging dat onze samenleving helemaal niet ingericht is op het slim organiseren van kennis en informatie. ‘We hebben vijf miljoen kenniswerkers in dit land. Maar de gemiddelde 17-jarige heeft op zijn zolderkamer krachtiger apparatuur tot zijn beschikking dan negentig procent van die vijf miljoen kenniswerkers. En dan werken we onder het mom van beveiliging ook nog met superdure spullen. Om de vijf procent gevoelige data op slot te gooien, halen we bij honderd procent de flexibiliteit eruit. Dat zijn grote weeffouten in onze manier van werken. Ik zie maar weinig beslissingen die daar iets aan veranderen. Het Nieuwe Werken? Dat is gewoon Het Nieuwe Werkplekken, een manier om met minder kantoorruimte toe te kunnen. De traditionele organisaties willen er niet aan dat het ook op een slimmere manier kan.’

Small is the new big

Om aan te tonen wat er is veranderd in het netwerk- en informatiesamenleving, haalt Aslander het voorbeeld van Jack Andraka aan, de 15-jarige die slechts met behulp van Google en Wikipedia een betere manier heeft gevonden om alvleesklierkanker op te sporen. ‘Moet je nagaan: iemand zonder kennis, zonder ervaring, zonder tools en zonder geld, weet een methode te verzinnen om alvleesklierkanker op te sporen die 196 keer sneller is, vierhonderd keer nauwkeuriger en 26.000 keer goedkoper.’

‘Wij zijn bang voor lone wolfves en weapons of mass destruction, maar waar lezers van dit blad bang voor moeten zijn, is lone wolfves met weapons of mass disruption. Dit zijn geen incidenten. Mensen lachen crowdsourcing weg, maar ik was onlangs op een bijeenkomst voor Basel III, met de top van het Nederlandse banken en het bedrijfsleven, en wat ik daar heb gezien was echt droevig. Basel III is bedoeld om de banken te redden, maar is naar mijn idee het einde van de banken in Europa. Ze mogen niets meer. Als niets meer mag, gaan mensen er omheen werken. Op de een of andere manier snappen organisaties en overheden niet dat zelforganisatie gemakkelijker en goedkoper is dan ooit, mede dankzij social media. Iemand schreef vier jaar geleden al: The costs of stepping in the game of your passion are lower than ever. Iedereen mag meedoen. Ondertussen zitten wij te vergaderen en papier te produceren en bedrijfsplannen op te stellen, en houden we het gebruik van social media onder strikte controle van de communicatieafdeling. Niemand durft nog verantwoordelijkheid te nemen. Come on guys, we leven in een andere wereld. De tools die je nodig hebt, zijn voor iedereen toegankelijk. Als je de personeelsaantallen van de bedrijven uit de Forbes 500 bekijkt, zie je dat er steeds meer bedrijven zijn waar maar tien of twintig man werken. Zoals Seth Godin zegt: Small is the new big. Je hebt geen grote club of dure kantoren nodig om het verschil te maken, en zeker geen leaseauto’s. Het mooie is dat niet alleen wij die tools tot onze beschikking hebben, maar ook rotjochies in Pakistan en de sloppenwijken in Brazilië. Denk eens aan de impact die de MOOC’s, de massive open online courses, gaan hebben. Harvard heeft aangekondigd dat ze 1 miljard studenten willen, MIT heeft ook zo’n doelstelling. Dat gaat ze lukken. We leven in krankzinnige tijden.’

Permanent bèta

Die open netwerk- en informatiesamenleving is ook het onderwerp van het nieuwe boek van Aslander en Witteveen, Nooit af. Waar zij in hun vorige boek Easycratie de beperkingen van de bureaucratie probeerden af te breken, gaan zij nu een stap verder: Nooit af is een pleidooi voor de staat van permanent bèta, de term die gebruikt wordt om de open ontwikkelingsfase van programma’s te beschrijven. Alles is altijd in de testfase. ‘Ik begin te geloven dat we te hard streven naar dingen die af zijn. Pas wanneer het af is, mogen we ermee spelen. Maar veel online diensten zijn heel lang in bèta. Waarom? Met de ervaringen van gebruikers kun je onderzoeken wat je in handen hebt, wat de voordelen zijn en wat beter kan. We zijn zonder geld en zonder papieren een soort innovatieplatform op dit terrein begonnen in Amersfoort, waar we een ruimte van de Kamer van Koophandel in Ondernemersplaza hebben gekregen. Daar organiseren we bijeenkomsten die vrij toegankelijk zijn en waar niemand iets aan verdient.’

‘Dat label permanent bèta is ons dierbaar geworden. Het is bridging brains, tech & culture. Ergens in dat domein liggen de oplossingen voor de vraagstukken waar we nu last van hebben. Nooit af gaat over de makers-scene, de DIY-beweging, het belang van 3D-printen. De meeste mensen kunnen de implicaties daarvan niet overzien, of hebben er nog nooit over hebben nagedacht. Pas als ik voor hun neus sta, met een zelf geprint legoblokje, en ik vertel dat de eerste MRI-scanners die je zelf kunt maken al bestaan, begint het door te dringen. Ik begrijp Philips wel: het management daar heeft vastgesteld dat het meeste geld in Nederland naar de zorg gaat, dus zijn zij dingen gaan maken waar zij dat geld mee binnenkrijgen. Maar straks kunnen we MRI-scanners maken die beter, sneller en goedkoper zijn. Dan moeten we het alleen wel aandurven om de boel open te gooien. Het is niet onze verantwoordelijkheid om Philips in de lucht te houden.’

Met de opkomst van Quantified Self, een andere beweging waarbij Aslander betrokken is, zal de gezondheidszorg nog veel grotere veranderingen meemaken, zegt hij. ‘De opkomst van krachtige, goedkope sensoren, die in smartphones verwerkt zitten, zorgt de komende jaren voor een extreme data-explosie, waardoor we een ongekend inzicht gaan krijgen in het menselijk lijf en alle omgevingsfactoren: voeding, lifestyle, smog, decibellen. We konden wel eens 10.000 keer meer te weten komen over het menselijk lijf dan ooit tevoren. En die informatie komt niet alleen in handen van een paar farmaceuten: onderzoek wordt ook steeds goedkoper. Straks kun je als amateur grootschalig onderzoek opzetten tegen lage kosten, waardoor we baanbrekende dingen gaan ontdekken. Dat is verschrikkelijk goed nieuws.’

De nieuwe Renaissance

Als ik hem naar zijn inspiratiebronnen vraag, komt Aslander met een verrassend antwoord: Leonardo da Vinci. ‘Die was ook met alles tegelijkertijd bezig. Toen ik op mijn vijftiende een boek over Da Vinci las, dacht ik: dat wil ik ook. Ik wil mij niet focussen op één onderwerp, ik wil juist kijken wat er gebeurt als je én met kunst, én met technologie, én met uitvindingen, én met ons lijf aan de slag gaat. Laten we eerlijk zijn, we leven al een jaar of tien in een nieuwe Renaissance. Er is sprake van een ongelooflijke convergentie van kennis en informatie. In de Middeleeuwen had de Kerk het monopolie op kennis. Als je het niet eens was met de Paus, ging je kop eraf. Dat veranderde in de Renaissance, toen de Medici’s zoveel macht hadden verzameld dat ze de Paus konden weerstaan. Met die vrijheid en hun geld konden ze in Florence kunstenaars als Da Vinci en Michelangelo bij elkaar brengen. Dat was het begin van een ongelooflijke bloei.’

De parallellen met de huidige tijd liggen voor het oprapen, stelt Aslander. Maar mensen moeten wel bereid zijn over hun eigen schaduw heen te springen om het tempo bij te houden. ‘Zoals Seth Godin – een held van mij – het zegt: Vroeger ging het erom spullen te hebben die anderen niet hadden. Daar kon je nieuwe spullen mee maken. Maar tegenwoordig draait het om iets anders. It might be your network and your connections that trust you, it might be your expertise, but most of all, I’m betting it’s your attitude. Ik zie op dit moment allemaal jonge mensen dingen doen die wij niet kunnen, zonder ervaring of opleiding, maar wel met de juiste houding. Iedereen kan bij de tools, maar het verschil maak je met je houding.’

‘De voormalig topman Tim Sanders van Yahoo! schrijft in zijn boek Love is the Killer App: Learn as much as you can, as quickly as you can, and share your knowledge agressively. Dit is wat bijna niemand in kennisorganisaties doet. Veel leren, snel leren en dat fanatiek delen. Connect with the ones who share your values and connect as many of them with each other. Gebeurt ook niet. And find the courage to express genuine emotion in the harried, pressure-filled world of work. Laat je emoties zien, zeg het als je iets stom vindt. Geef wat je moeiteloos weg kunt geven weg, want dan krijg je meer. Als je meer kennis weggeeft, krijg je meer terug. Daarom vind ik dat je boeken gratis moet weggeven. Normaal gesproken moet je eerst betalen en krijg je daarna pas te lezen wat ze weten. Maar je wilt toch door zoveel mogelijk mensen gelezen worden? Help gewoon iemand met een probleem. De goeien doen wel wat terug en de verkeerden – ach, die help je de volgende keer niet meer.’

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden