Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Redactioneel -Caissières column
3 januari 2017 | Pierre Pieterse

Agile was toch wel het woord van 2016, net zoals scrum en lean de jaren daarvoor domineerden. Wat zal straks het woord van 2017 blijken te zijn? Ik gok op of vakmanschap of op artificial intelligence.

Vakmanschap is nauw verbonden met Rijnlands denken en organiseren, en dat lijkt toch wel het beste medicijn tegen de doorgeslagen mondialisering. In weerwil van alle beloften, is er een race tot he bottom aan de gang waar eigenlijk niemand baat bij heeft, behalve dan een handvol multinationals. Bovendien sluit vakmanschap nauw aan op zingeving, een andere manier om de gevolgen van de keerzijdes van marktwerking te pareren. (In dit kader is het ietwat filosofische De hark voorbij van Rijnlander Harold Janssen een aardige inleiding.) En, om maar even de brug te maken naar het volgende woord, vakmanschap lijkt een mooie en noodzakelijke aanvulling op de onvermijdelijke robotisering.

Waar mondialisering is doorgeslagen, is de robotisering dan eindelijk doorgebroken. Eindelijk omdat er in de jaren ‘70 van de vorige eeuw al werd voorgesorteerd op de gevolgen van de voortschrijdende technologie. ‘De Derde Golf’ noemde futuroloog Alvin Toffler deze ontwikkeling. En ingrijpend zijn die gevolgen. De beloofde, of verwachte, nieuwe banen als gevolg van al die technologische vooruitgang blijven uit, terwijl aan de andere kant in rap tempo banen worden opgevreten. Kortom, de geest is uit de fles, om daar niet meer in terug te keren.

Even logisch als ook rampzalig is het ook nog eens de onderkant van de markt die de klappen mag opvangen. Precies de mensen die enerzijds per definitie niet kunnen aanhaken bij de opleidingseisen die werk in de nieuwe sectoren vereist, en anderzijds al het slachtoffer zijn van de eerdergenoemde race to the bottom. In de VS spreekt men in dit verband ook wel van ‘het einde van de caissières’. Grote winkelketens verworden steeds meer tot volledig geautomatiseerde koopschuren zonder enige tussenkomst van personeel. Maar liefst 3,5 miljoen medewerkers dreigen zo permanent werkeloos te worden.

Somberheid troef, in de VS dan, want in Europa, waar de kassamedewerker ook prominent aanwezig is, loopt het nog niet zo’n vaart. Juist op het oude continent schijnen we niet zo gecharmeerd van de zelfscan en de ‘ontmenselijking’ van de winkelvloer. Maar dat laat onverlet dat er ingrepen op de arbeidsmarkt nodig zijn. Politieke ingrepen, want het bedrijfsleven volgt natuurlijk zijn eigen logica.

De invloedrijke futuroloog Martin Ford voorspelt in The Lights in the Tunnel: Automation, Accelerating Technology and the Economy of the Future dat in de komende twintig jaar maar liefst de helft van de Amerikaanse banen wordt weg geautomatiseerd. Voorgoed dus. In de opvolger, Rise of the Robots: Technology and the Threat of a Jobless Future, komt Ford met zijn oplossing: een basisinkomen voor iedereen. Volgens Ford snijdt zijn mes aan twee kanten, inkomenszekerheid die een dynamische samenleving faciliteert. Als je je niet druk hoeft te maken om inkomen, ben je eerder geneigd om risico’s te nemen, om te leren en te innoveren, precies de ingrediënten die de vruchten van een technologische werkomgeving doet groeien.

Wensdenken? Wellicht. Maar aan de andere kant, the future is uncertain and the end is always near. Nu meer dan ooit.


De hark voorbij preview
18 november 2016 | Harold Janssen

De hark in De hark voorbij staat symbool voor de managementbureaucratie. Maar de hark heeft zijn langste tijd gehad betoogt Harold Janssen. In zijn preview vertelt hij waarom.

Teken je organisatie. En mensen tekenen een hark. U weet wat ik bedoel. Het heeft iets tragisch. Want hoe nuttig het organogram ooit was, we hebben een punt bereikt dat hij en de manier van organiseren waar-ie voor staat, voor meer problemen zorgt dan oplossingen. Niet alles is immers een bedrijf. Maar vaak doen we voor de zekerheid toch maar net alsof. Het bedrijfsdenken is op hol geslagen. En managers krijgen de schuld.

En dat heeft iets tragisch. Met name voor al die mensen die elke dag weer hun stinkende best doen om er wat moois van te maken. Maar dat doen vanuit een ordening die op wat grotere schaal ervoor zorgt dat veel van die inspanningen per saldo averechts uitwerken. Waardoor we het paard achter de wagen spannen.

Belangrijkste probleem is dat er steeds meer mensen zijn die op afstand kunnen en willen ingrijpen in een wereld die ze helemaal niet kennen. Of slechts in algemeenheden. Of uit algemeen onderzoek. Evidence based zeggen we dan ook nog. Maar voor wie de vlogger in de wijk niet kent, voor wie niet weet waar de bejaarde mevrouw gelukkig van wordt, voor wie het talent en de passie die bij die ene leerling naar buiten jubelt niet ziet, is dat een hachelijke benadering. Dat soort zaken zijn niet slechts een restpost die je aan uitvoerenden overlaat, het is de kern waar het om draait als je het werkelijk meent wat je op je website hebt geschreven: bij ons staat de klant/de leerling/de burger centraal.

In De hark voorbij staat precies die wereld centraal. En is bedrijfskunde meer iets dat nuttig is voor achtergrondprocessen. Tenminste, als je de enorme claims die menige managementmethode legt met een kilo’tje zout kunt nemen. We hebben ons laten verleiden de zorg, het onderwijs, de veiligheid, alles te runnen als een business. Zelfs onze samenleving lijken we vaak te benaderen als ware het een bedrijf. Een bedrijf stelt de hele tijd zichzelf centraal. Dat is zelfs een van de pijlers onder de moderne bedrijfskunde. Weg ermee dus, zou je zeggen als je in plaats daarvan de mens centraal wilt stellen. Krampachtig proberen we de organisatie zo om te bouwen dat dat wel kan, die mens centraal. Maar echt lukken doet het niet. Het probleem is fundamenteel.

Wat erg helpt bij het relativeren is het historisch perspectief. Dan blijkt onze tijd toch wel een eigenaardige aberratie op het thema organiseren. Dat bedrijfsdenken is van zeer recente datum. De enorme dominantie ervan zelfs van na de val van de Berlijnse Muur. Maar met de komst van het kennistijdperk loopt het ook al weer op z’n end.

Een veel constantere ordening is die van de werkgemeenschap. En als je goed kijkt zie je de eeuwenoude dynamiek ervan nog steeds terug daar waar vakmensen proberen oplossingen te vinden in de complexe realiteit van de samenleving. Daar waar er geen fabrieksomstandigheden zijn en je ook maar beter niet kunt proberen die te creëren door alles in een planning&control cyclus te stoppen.

De werkgemeenschap is de wereld voorbij de hark. Daar schuilt ook de toekomst. Een toekomst voorbij de dominantie van het harkdenken, zo beweer ik. De toekomst zit dus niet in nog meer harkdenken, maar in het afscheid nemen ervan.

Dat valt niet mee. Onze status, ons inkomen, alles hangt ermee samen. Maar we zullen iets beters moeten verzinnen. Gelukkig bevat ook hier de geschiedenis tal van pareltjes die we zo kunnen oprapen.

In De hark voorbij probeer ik vooral ook de samenhang der dingen duidelijk te maken. Want dat harkdenken kun je niet los zien van zijn culturele, maatschappelijke, filosofische, economische context. Zelfs de manier waarop we legers organiseren blijkt zich daaraan niet te onttrekken. In de Angelsaksische wereld is het vraagstuk dan ook nog veel venijniger dan bij ons. We kunnen daarom maar beter naar onszelf kijken en onze eigen Rijnlandse tradities op dit punt als uitgangspunt nemen.

Uiteindelijk blijkt die hark dus gewoon in ons hoofd te zitten. Laten we om te beginnen hem daar eens uit zien te krijgen. Omdenken heet dat ook wel. Ook daarvoor biedt De hark voorbij veel nuttige aanwijzingen.

Met bijdragen van Jaap Jan Brouwer (zo goed zijn in het omgaan met chaos dat je hem juist wilt creëren), Jaap Peters (de kunst van het overleven in het moeras van de praktijk van alledag), Hans Uijen (want je concentreren op het vermijden van problemen is vragen om problemen) en Jan Reedijk (waar mensen weer mensen zijn, die iets over hebben voor elkaar).

Harold Janssen is oprichter van DeLimes organisatieontwikkeling en organisatieactivist van het eerste uur. Hij is actief als coach, conferentieleider, schrijver, spreker, trainer, adviseur, bestuurder en interim-manager. Hij is de auteur van De hark voorbij en verschillende andere boeken.


Harold Janssen: ‘De logica is met de mensen op de loop gegaan’ interview
17 november 2016 | Hans van der Klis

In zijn nieuwe boek De hark voorbij- Rijnlands denken en de menselijke maat gaat Harold Janssen, een van de oprichters van adviesbureau DeLimes, terug naar de wortels van het Rijnlands denken, organiseren en werken. Ook dankzij de bijdragen van Jaap Jan Brouwer, Jaap Peters, Jan Reedijk en Hans Uijen is het een rijk en filosofisch getint boek geworden, waarin Janssen een lans breekt voor het concept van de werkgemeenschap.

Wij lijden in onze maatschappij aan bedrijfswaan, schrijft u, variërend op de denkers Richard Dawkins en Rupert Sheldrake. Wat bedoelt u daarmee?
Met de term bedrijfswaan omschrijf ik onze neiging in alles een bedrijf te zien. Eindeloos alles willen optimaliseren is prima wanneer je het toepast op een bedrijf, in gecontroleerde omstandigheden, maar het kan niet overal. Ik was onlangs op bezoek bij een farmaceutisch bedrijf waar een zo laag mogelijk foutpercentage in de productie van levensbelang is. Planning en control uitoefenen werkt daar heel goed. Maar als je deze benadering toepast in een maatschappelijke omgeving, bijvoorbeeld op wijkagenten of verpleegkundigen, gaat dat mis. De thuiszorg is geen bedrijf. Wanneer je daar te veel controle op wilt uitoefenen en precies gaat voorschrijven welke handelingen moeten worden uitgevoerd, worden de neveneffecten te groot. Met name na de val van de Berlijnse Muur is dat bedrijfsdenken volledig doorgeslagen en de negatieve gevolgen daarvan worden steeds meer zichtbaar. Sinds de Paarse kabinetten wordt zelfs het land gerund als een business.

Een organisatie kan niet organiseren of samenwerken, alleen mensen kunnen dat, stelt u, om vervolgens een lans te breken voor het traditionele concept van de werkgemeenschap. Wat bedoelt u daarmee?
Vanuit die waarneming kun je een andere samenwerkingsdynamiek ontwaren, die van de werkgemeenschap. De bedrijfskunde is heel geschikt om de processen op de achtergrond te organiseren, maar niet om vakmensen aan te sturen. De Rijnlandse traditie biedt vakmensen veel meer ruimte. Het daaruit ontwikkelde economische model vereist een decentrale besturingsfilosofie, waarin de vakmensen en hun gezamenlijk doel centraal staan. Dat gaat over organisatiegrenzen heen. Je bent een club omdat je samen iets doet, niet omdat je baas het zegt. Dat lijkt op het idee van de traditionele werkgemeenschap. Wanneer je naar een moderne thuiszorgorganisatie kijkt, zie je dat die alleen goed werkt als het stuur aan de voorkant zit, bij de mensen die middenin de sociale dynamiek zitten. Daar zitten voor die mensen vitale samenwerkingsrelaties als je je richt op kwaliteit van leven en verder wilt kijken dan zorg als technisch handelen, ‘zorg leveren’. Daartoe ontwikkelen ze allround vakmanschap en ze moeten kunnen rekenen op een organisatie wanneer ze die nodig hebben. Wanneer een organisatie zichzelf te belangrijk maakt, draait de zaak om en zal de klant nooit echt centraal komen te staan.

Is dat wat u bedoelt met ‘de hark voorbij’? Dat we de organisatie niet voorop moeten zetten?
Natuurlijk. Er is een bekende serie op de Rotterdamse stadszender over wat er allemaal misgaat als dat gebeurt. Denk aan de lantaarnpaal die middenin een parkeervak wordt geplaatst. Wanneer zoiets gebeurt, belooft de wethouder meteen een rapport te laten opstellen. Terwijl het zo simpel is: de werklieden die dat doen, worden erop afgerekend als ze hun opdrachten niet naar de letter uitvoeren. In het bedrijfsleven zie je dat toch minder. De farmaceut die ik laatste bezocht, zei: ‘Ik heb geen plek voor mensen die zich niet willen ontwikkelen.’ Daar wordt gebruikmaken van de ritsel- en regelruimte sterk aangemoedigd, ook al is dat bedrijf onderdeel van een Amerikaans farmaceutisch bedrijf en is de foutentolerantie praktisch nul. Bij overheidsinstanties zie je dit soort tegengif niet of nauwelijks. Je ziet het ook aan de zorgsector. Daar hebben ze het tegenwoordig ook al over ‘productie’. Hoe komen ze erbij, productie in een ziekenhuis? Nog zoiets: het curriculum op scholen. Daar zou de leerling ook centraal staan, maar o wee als je niet voldoet aan het curriculum. De logica is echt met die mensen op de loop gegaan.

Het concept van de werkgemeenschap, een samenwerkingsverband tussen vakmensen, is toch iets anders dan bijvoorbeeld een coöperatie, stelt u vast. Kunt u dat uitleggen?
Wij zijn met een groep geïnteresseerden op bezoek geweest in Mondragón, een Baskisch dorp waar alle economische activiteiten plaatsvinden in coöperaties. Dat klinkt veelbelovend, maar daar is toch iets eigenaardigs aan de hand. Die coöperaties zijn weliswaar feitelijk eigendom van alle werknemers, maar hebben toch een industriële ordening aangenomen. Wanneer je een willekeurige arbeider vraagt - zoals ik heb gedaan - naar zijn ervaringen, beleeft hij zijn invloed niet wezenlijk anders dan andere arbeiders. Mijn conclusie is dat het Rijnlands principe niet afhankelijk is van het eigenaarschap, maar van de ordening van de activiteiten. Ook in een coöperatie kan de hark gewoon bestaan. Het idee van de werkgemeenschap, een langdurig samenwerkingsverband tussen mensen die op elkaar willen bouwen om een gezamenlijk doel te bereiken, biedt daarom in mijn ogen veel meer perspectief. Wanneer besturing en uitvoering in dezelfde hand liggen, en wij de dingen zelf doen, hebben wij geen hark nodig. Zo is het eeuwenlang gegaan en dat heeft altijd uitstekend gewerkt. Het is de enige constante als het om organiseren gaat en met de hark zijn we aardig op weg die te vernietigen.

Hoewel u vaststelt dat het Angelsaksisch model nog steeds terrein wint ten opzichte van het Rijnlands denken, bent u niet somber gestemd.  Hoe komt dat?
Je ziet her en der een kentering in het denken en dat geeft de burger moed. De opkomst van Donald Trump en Bernie Sanders in de Verenigde Staten laat zien dat de Amerikaanse burgers genoeg hebben van de macht van de grote bedrijven. Er lijkt een emancipatiebeweging op gang te komen van mensen die zich hebben beijverd een vak onder de knie te krijgen. De Rijnlanden lopen hierin ver voorop op de Angelsaksische wereld. Door de verregaande bedrijfswaan heeft met name in de VS een deel van de maatschappij de macht over een ander deel gekregen. Er is een soort neo-feodaal systeem ontstaan, zelfs de democratie is door de lobbyisten van het bedrijfsleven gekaapt. Daardoor is er een gevaarlijke eenvormigheid ontstaan; zelfs de kloosters in de Middeleeuwen kenden meer variatie in het aantal besturingssystemen dan nu. Dat zijn beslist gevaarlijke uitwassen van de bedrijfswaan. Door de crisis van 2008 is er wel een kentering ontstaan. Zelfs in het laatste Regeerakkoord, waarin het over de participatiesamenleving gaat, zie je daar de sporen van terug. Dat spreekt over het belang van wat omschreven wordt als de voorste linie. Maar de bedrijfswaan is lastig uit de hoofden te krijgen. Het is geen geïsoleerd fenomeen, het zit in de haarvaten van de samenleving.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden