Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Nederlandse managers durven niet aan te spreken nieuws
1 juli 2014 | Justin van Lopik

Eén op de zes medewerkers functioneert niet goed, maar managers zijn onvoldoende in staat dit bij te sturen of doen het te weinig. En dat kost organisaties handen vol geld. Dit blijkt uit onderzoek van Be7 en Kien Onderzoek. Daarin is ruim 500 ervaren managers gevraagd hoe zij om gaan met niet constructief gedrag op de werkvloer.

We zouden het eigenlijk vaker moeten doen

Op alle niveaus en in alle richtingen wordt te weinig aangesproken. 40% van de managers vindt dat zij medewerkers, collega’s of de eigen leidinggevende vaker zou moeten aanspreken. Als ‘excuus’ draagt men o.a. aan ‘er geen tijd voor te hebben’. Over het aanspreekgedrag van collega-managers is men helemaal ontevreden; 60% geeft aan dat collega-managers de medewerkers in hun team en de naaste collega’s vaker zouden moeten aanspreken. Van de ondervraagde managers geeft 37% aan dat zij zelf ook te weinig wordt aangesproken door de eigen leidinggevende. Interessant is dat ‘zich niet laten bijsturen door mij’ opvallend laag scoort als symptoom van disfunctioneren. Dat roept bij ons de (vervolg)vraag op hoe belangrijk managers het werkelijk vinden het gedrag van hun collega’s of medewerkers bij te kunnen sturen. Voelen zij zich hier wel verantwoordelijk voor?

En ‘beter’

Duidelijk is dat iedereen de feedbackregels inmiddels wel kent en weet hoe ongewenst gedrag bijgestuurd zou moeten worden. Maar de impact in de praktijk laat duidelijk veel te wensen over. Nog geen 20% van de managers zegt in staat te zijn niet effectief gedrag permanent bij te sturen. Dat komt wellicht doordat veel managers alleen zeggen wat ze niet goed vonden of vertellen hoe ze het zelf zouden doen. Dertig procent van de managers gebruikt bij het aanspreken zelfs indirect verkregen input.

Omdat veel winst te behalen is

De effecten van niet constructief gedrag en uiteindelijk zelfs volledig disfunctioneren van een medewerker of collega zijn groot, zo zeggen de managers ook zelf. In volgorde van aangegeven prioriteit: de sfeer binnen het hele team wordt slechter, andere collega’s gaan ook minder constructief gedrag vertonen en de productiviteit en omzet van de organisatie dalen met respectievelijk 28% en 12,5%. Ook stijgen de kosten met 16% en het verzuim met 15%. Daarnaast neemt het verloop met 11% toe. We betalen dus een forse prijs voor het niet functioneren van één of meer collega’s. De combinatie van de geringe impact die wij met aanspreken maken (als we het al doen) en de hoge kosten (m.b.t. o.a. omzet maar ook sfeer) die het voortbestaan van niet effectief gedrag met zich mee brengt baart ons zorgen. Met het onderzoeken van de ‘excuses’ en praktische begeleiding in de praktijk zouden we eenvoudig enorme verbeteringen kunnen realiseren in een heel team. Stel dat we in staat zouden zijn niet constructief gedrag van de werkvloer te verbannen, dan stijgt de productiviteit immers aanzienlijk en levert dat ons direct 12,5% meer omzet. De moeite waard.

Meer informatie over Kien Onderzoek : www.kienonderzoek.nl

Meer informatie over Be7 : www.be7.nl

Het taboe van gedoe te lijf preview
25 februari 2013 | Hans van der Klis

Alle organisatieveranderingen geven gedoe. Dat geldt voor klassieke bureaucratieën in beweging, maar net zo goed voor de moderne organisaties die het moeten hebben van samenwerking en innovatie. In hun nieuwe boek Gedoe op tafel laten Jacqueline Jansen en Joop Swieringa zien waarom gedoe vaak taboe is, hoe je gedoe op tafel krijgt en waarom het goed omgaan met gedoe tot betere organisaties leidt.

Gedoe op tafel is de opvolger van Gedoe komt er toch uit 2005 waarin Jacqueline Jansen en Joop Swieringa een aantal hardnekkige misverstanden over hoe je organisatieveranderingen aanpakt aan de kaak stelden. De stelling dat er hoe dan ook gedoe komt, en dat dat niet betekent dat je een slechte manager bent, bleek voor veel managers en adviseurs een opluchting, vertelt Jansen. ‘Het is vaak nog een taboe. In de organisaties waar wij mee zijn opgegroeid, draaide het om beheersing. Dat waren bureaucratieën waarin het ging om systemen, processen, functie- en taakbeschrijvingen. De wereld onder de streep, de onderstroom, bestond niet, althans niet formeel. Gedoe heeft te maken met emoties, met relaties tussen mensen. Het is spannend om het op tafel te brengen, omdat het over emoties gaat, over relaties en omdat de uitkomst niet vast staat. Dus gaan veel mensen dat uit de weg.’

Maar gedoe is onvermijdelijk. Bij veranderingen, maar ook binnen moderne organisaties die het moeten hebben van samenwerking met externe partners en innovatie. ‘Samenwerking is een kerncompetentie geworden voor organisaties. En waar mensen met elkaar samenwerken, ontstaat er af en toe gedoe. Wat het precies is? Een definitie als in de Van Dale zou ik niet kunnen geven. Gedoe is stroop, gedoe is roddelen, gedoe betekent dat één en één niet drie wordt. Wanneer je vijf mensen vraagt wat er aan de hand is, krijg je vijf verschillende antwoorden. Dat is meteen de essentie van gedoe: iedereen ziet het net iets anders. Gedoe zijn de problemen onder de streep die ervoor zorgen dat het boven de streep niet loopt.’

Maar gedoe is waardevol, zegt Jansen. In gedoe zit energie waar je iets mee kunt. Als je gedoe weet op te lossen, krijg je een situatie die lijkt op wat de befaamde Hongaarse psychologieprofessor Mihaly Csikszentmihalyi ‘flow’ noemt. Als je gedoe niet te lijf gaat, ontstaan er nog veel grotere problemen. Het is dus van groot belang om het gedoe tijdig op tafel te krijgen. ‘Tafelen noemen we dat, in navolging van filosoof René Gude. Je zou het ook uitpraten kunnen noemen, maar dat klinkt wat soft, wat keukentafel-achtig.’

Om het gedoe op tafel te brengen zijn geen ingewikkelde technieken of vaardigheden nodig: het is wat Jansen en Swieringa al jaren doen. In die zin is dit boekje ook gewoon een neerslag van hun adviespraktijk. ‘De belangrijkste techniek is: stel een vraag. Daar begint het mee. De techniek is niet de echte kunst. Het doorbreken van het taboe wel. Waar bestaat zo’n proces nou uit? ‘Gedoe op tafel’ is geen handboek: het is een relatief dun boekje, waarin wij over ons eigen vak schrijven en over welke interventies we gebruiken. Waar we ons in ons vorige boek vooral richtten op het ontkrachten van een aantal misverstanden, laten we nu zien hoe we het in de dagelijkse praktijk aanpakken. In die zin is het voor ons ook reflectief: het is een manier van nadenken over waar wij staan en hoe wij beter worden in ons vak.’

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden