Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Lintje voor Hans Ludo van Mierlo nieuws
6 mei 2013 | Justin van Lopik

Hans Ludo van Mierlo heeft tijdens Beatrix' laatste lintjesregen een lintje voor zijn bankierseed ontvangen. Het Ministerie van Financien wist maar weinig mensen te onderscheiden dit jaar; in totaal 4

Naast zijn bankierseed is Hans ook auteur van het boek Gepast en ongepast geld. Hierin stelde de voormalig bankier in 2008 kritische vragen over de situatie in de bankenwereld. Wat is dat voor een industrie, die zichzelf zo in de problemen brengt? Hebben bankiers eigenlijk wel een geweten? Hoe onmaatschappelijk of maatschappelijk zijn ze?


De eed van Van Mierlo nieuws
11 juni 2009 | Ben Kuiken

Dat boeken nog steeds veel invloed hebben, bewijst Gepast en ongepast geld van Hans Ludo van Mierlo. Nog geen half jaar na zijn pleidooi om een beroepseed in te stellen voor bankiers, is dit overgenomen door de Nederlandse Vereniging van Banken. Reden voor Management & Literatuur om even te bellen met de auteur.

Mijnheer Van Mierlo, van harte.

‘Dank je.’

Had u het verwacht?

‘Nou, als je iets voorstelt als een beroepseed voor bankiers, stel je je erop in dat je er op zijn minst vijf jaar aan zult moeten trekken. Je weet dat het moeilijk zal gaan worden. Maar als je dan binnen een half jaar succes hebt, dan ben je toch wel zeer aangenaam verrast.’

Nu bent u ook wel geholpen door de omstandigheden. Denkt u dat de beroepseed er ook was gekomen zonder bankencrisis?

‘Een factor geluk speelt zeker een rol. Ik ben geleid door een hogere hand, zoals een bankier het onlangs uitdrukte. Diezelfde bankier noemde de beroepseed een half jaar geleden overigens nog een long shot, dus zo zie je maar weer hoe snel iets kan veranderen. Ik denk dat het door de crisis moeilijker is geworden voor bankiers om het niet te doen. De sector moet het vertrouwen zien te herstellen en een beroepseed kan daarbij helpen. Vervolgens kun je daar dan op twee manieren naar kijken. Je kunt zeggen dat bankiers het fout hebben gedaan en dus straf verdienen: een eed. Of je kunt zeggen dat de crisis duidelijk maakt dat het vak van bankier dieper ingrijpt in het dagelijks leven van mensen dan we dachten. En we stellen nu eenmaal hogere eisen aan beroepsgroepen die diep ingrijpen in het leven van mensen, zoals notarissen, Kamerleden en artsen, door ze een eed te laten afleggen. Dus eigenlijk komt het beroep van bankier hiermee een treetje hoger op de maatschappelijke ladder.’

Denkt u echt dat het uit zal maken? Bent u niet bang dat de beroepseed een papieren tijger wordt?

‘Een beroepseed alleen gaat inderdaad niet helpen; daar is meer voor nodig. Maar het helpt wel als mensen aan het begin van hun carrière bewust nadenken over hun rol en taak in de maatschappij. Bovendien ontstaat er door de eed een gemeenschappelijke taal, een taal om het over beroepsethiek te hebben en bankiers aan te spreken op wat ze doen. Het wordt dus gemakkelijker om het erover te hebben.’

U bent ruim twintig jaar binnen banken bezig geweest om aandacht te vragen voor ethiek. Voelt deze erkenning niet een beetje als mosterd na de maaltijd, of denkt u: beter laat dan nooit?

‘Het stemt vooral tot grote tevredenheid dat het nu wel wordt overgenomen. Dat was ook een beetje de bedoeling van het boek: ik wilde voor mezelf mijn periode bij de bank afronden en de vraag beantwoorden: heeft het nou echt wat bijgedragen? En als ik dan nu zie wat het boek teweeg brengt, denk ik: zie je wel, goed gedaan.’

En nu? Lonkt het buitenland al?

‘Nou, ik heb voorlopig mijn handen nog wel vol aan Nederland. Ik word veel gevraagd voor lezingen en ben bezig met het opzetten van trainingen en cursussen voor bankiers. Daarnaast hebben we ook nog de andere financiële dienstverleners zoals verzekeraars die wat mij betreft ook een eed zouden moeten afleggen. Natuurlijk zou het geweldig zijn als ze in het buitenland de bankierseed overnemen, maar misschien moet iemand anders dat op zich nemen. Ik verwacht dat de Nederlandse banken het in Europees verband aan de orde zullen stellen, dus dat biedt absoluut hoop voor de toekomst.’


‘Verander- diagnose’ van Rob van Es Managementboek van het Jaar nieuws
27 maart 2009 | Pierre Pieterse

Het boek Veranderdiagnose van Rob van Es is verkozen tot Managementboek van het Jaar 2009. De jury maakte dit dinsdag 10 maart klokslag 21.20 bekend tijdens het drukbezochte Managementboekengala in De Rode Hoed te Amsterdam. De runner-ups waren achtereenvolgens (in willekeurige volgorde): De prooi van Jeroen Smit, Gepast en ongepast geld van Hans Ludo van Mierlo, Van unitmanagement naar multidimensionale organisaties, van Hans Strikwerda, Leiders van vandaag - lessen voor morgen van Harry Sonnenschein en Wouter Hart, en SUMMIT van Buck Jüch.

De jury heeft met het boek Veranderdiagnose vermoedelijk onbedoeld een verrassend actueel boek bekroond. Niet dat veranderen op zich nu zo actueel is, maar de veranderaanpak die Rob van Es bepleit zou wel eens het scharnierpunt kunnen zijn om de huidige enorme (financiële) crisis aan te pakken. Volgens Van Es is namelijk wat hij ‘de onderstroom’ noemt essentieel voor het welslagen van ingrijpende veranderingen. Hij doelt hier op associaties en emoties, op wat er leeft in een organisatie of in de maatschappij. Als je niet weet wat er leeft, kan een interventie, hoe goed feitelijk en/of cijfermatig onderbouwd ook, faliekant verkeerd uitpakken.

Maar in de praktijk is het bijna altijd ‘beheersing’ wat de boventoon voert, ‘de bovenstroom’ dus. Elke interventie wordt ingegeven en bepaald door feiten & cijfers. Ook nu, terwijl herstel van vertrouwen juist topprioriteit moet hebben. De gedachte is dat ijzeren wetmatigheden en kille logica de beste manier zijn om niet alleen de cijfers weer op orde te krijgen maar ook om het o zo noodzakelijke vertrouwen te herstellen. Er wordt over het hoofd gezien dat nou net vertrouwen zich niet laat sturen door cijfertjes. Beeldvorming, vertrouwen, emotie, het zijn allemaal zaken die niet passen in een spreadsheet, terwijl ze juist zo noodzakelijk zijn om uiteindelijk onder de streep zwarte cijfers te kunnen noteren. Te beginnen bij de financiële instellingen inderdaad.

Zo mag Jan Hommen van ING dan een punt hebben dat het niet uitkeren van bonussen meer schade oplevert dan de feitelijke 300 miljoen, omdat dan afspraken worden geschonden, maar deze redenering gaat volstrekt voorbij aan de heersende emoties. Mensen begrijpen dat niet, of willen dat niet begrijpen. En dit is maar een klein voorbeeld. Te vrezen valt dat de lijst gestaag zal aangroeien. Net zoals ‘de onderstroom’.

(Later deze week volgt een verslag van het Managementboekengala. In het dossier Managementboek van het Jaar vindt u interviews en podcasts met de genomineerde auteurs en reviews van alle boeken.)


Shortlist managementboek van het jaar nieuws
19 januari 2009 | Pierre Pieterse

De jury van het Managementboek van het Jaar heeft zojuist bekend gemaakt welke zes boeken voor 2009 genomineerd zijn voor deze prestigieuze titel. Op 10 maart 2009 wordt de prijs uitgereikt tijdens het zesde Managementboekengala in De Rode Hoed te Amsterdam.

Management is een vakgebied dat zich in grote belangstelling blijft verheugen. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat in 2008 het aantal oorspronkelijk Nederlandstalige managementboeken wederom is toegenomen: kon de jury vorig jaar nog kiezen uit honderd titels, dit jaar was dit aantal met vijfentwintig procent gegroeid. Uit deze honderdvijfentwintig titels heeft de jury een longlist samengesteld, waaruit de zes titels voor de shortlist zijn geselecteerd. In willekeurige volgorde: Veranderdiagnose van Rob van Es, Leiders van vandaag - lessen voor morgen van Wouter Hart en Harry Sonnenschein, Summit - een gids voor managers op weg naar de top van Buck Jűch, Gepast en ongepast geld van Hans Ludo van Mierlo, De prooi van Jeroen Smit, en Van unitmanagement naar multidimensionale organisaties van Hans Strikwerda.

Uiteraard heeft Boekcover de afgelopen tijd ook de nodige aandacht geschonken aan de (naar nu blijkt) genomineerde boeken. Luister bijvoorbeeld naar onze podcast interviews met Jeroen Smit, Hans Strikwerda en Rob van Es. Of lees onze interviews met Hans Strikwerda, Rob van Es, Hans Ludo van Mierlo, Harry Sonnenschein of Buck Juch.

(Op de website www.managementboekengala.nl vindt u meer informatie over de jury, de shortlist, longlist, selectie, en over de uitreiking.)


Hans Ludo van Mierlo: ‘Banken moeten hun maatschappelijke rol weer serieus nemen’ interview
6 november 2008 | Ben Kuiken

Een beter moment had Hans Ludo van Mierlo zich nauwelijks kunnen voorstellen voor zijn boek Gepast en ongepast geld, een zoektocht naar het geweten van banken en andere financiële dienstverleners. Terwijl de ene bank op zijn grondvesten schudt en de andere aan het infuus ligt bij de overheid, gaat Van Mierlo op zoek naar de oorzaken van dit debacle. Zijn conclusie: banken mogen nooit hun maatschappelijke functie verwaarlozen.

Mijnheer Van Mierlo, gefeliciteerd met de uitmuntende timing van uw boek.

Ja, dank u wel. Maar helemaal toevallig is het nou ook weer niet. Toen ik in oktober 2007 begon met schrijven, schreef ik al dat een aantal banken dreigde om te vallen en dat alleen Chinese staatsfondsen of nationale overheden ze nog konden redden. Dat is dus uitgekomen. Niet dat ik over voorspellende gaven beschik, maar de huidige crisis kon je al lang van tevoren zien aankomen. Heel veel mensen hebben haar ook zien aankomen, ze hebben alleen niks gezegd. Hadden ze dat wel gedaan, dan was het misschien al eerder gebeurd. Het was echt een kwestie van tijd.

Wat was voor u de aanleiding om dit boek te schrijven? Wat was de spreekwoordelijke druppel?

Die druppel was er niet. De aanleiding was eigenlijk mijn vertrek uit de bankwereld. Ik heb daar 22 jaar gewerkt, terwijl ik van huis uit geen bankier ben, begonnen ben als journalist en eigenlijk ook andere ambities had dan een carrière bij een bank. Ik wilde voor mezelf een antwoord vinden op de vraag: hoe komt het nou dat ik daar 22 jaar ben gebleven?

En het antwoord is?

Ik kwam 22 jaar geleden betrekkelijk blanco de bankwereld in. Ik heb veel mooie dingen gezien. Maar ik heb in die 22 jaar ook bestuurders weggestuurd zien worden voor handel met voorkennis. Ik heb mensen gezien die malverseerden, afdelingen bijzonder beheer die nogal onhandig en hard faillissementen afhandelden. Ik zag voor mezelf een rol weggelegd om dat kritisch te bevragen. Om bankiers te wijzen op de maatschappelijke consequenties van hun handelen, om ze gevoel te geven voor de ethische dillemma’s waar ze mee te maken hebben. Dit boek is daar eigenlijk het resultaat van.

Want bankiers doen dat te weinig?

Nou, je kunt stellen dat het geweten binnen banken, dus dat stemmetje in je hoofd dat zegt of je het goed doet of niet, niet altijd en overal even goed werkt in de financiële wereld. Dus moet de buitenwereld die rol vervullen. Maar het lijkt erop dat ook de buitenwereld daar niet zo in geïnteresseerd is. Dat zoveel mensen voor een klein beetje meer rente hun spaargeld naar een bank hebben gebracht die geen enkele historie in Nederland had en ook geen enkele maatschappelijke rol vervulde, zegt eigenlijk al genoeg.

U heeft het dan over Icesave. Opvallend is dat u de laatste actes in het bankendrama, Icesave, Fortis en ING, niet in uw boek verwerkt heeft. En toch doet dat niets af aan uw conclusies.

In de tweede druk heb ik het daar wel over en heb ik ook een aantal conclusies toegevoegd. Maar inderdaad, het boek is door de laatste ontwikkelingen niet opeens gedateerd.

Hoe kan dat? Was de financiële wereld dan zo ziek?

Nee, dat kun je ook weer niet zeggen. Wat je misschien wel kunt stellen is dat de bankenwereld door zijn grote onderlinge verwevenheid erg vatbaar is voor ziektes. Er hoeft maar een kleine verstoring op te treden, bijvoorbeeld één handelaar die op grote schaal fraudeert, en het hele systeem is meteen ziek. Het is in die zin waanzinnig kwetsbaar geworden. Lokale problemen kunnen dan leiden tot wereldwijde paniek en zelfs tot uitspraken dat het kapitalisme ten einde is.

Dat vindt u niet?

Nee, het is alleen te hopen dat het zielloze kapitalisme, het strikt monetaire kapitalisme, waarbij het dus alleen maar over geld gaat, dat dat nu wordt teruggedrongen. Bedrijven moeten winst maken, dat is noodzakelijk om te kunnen voortbestaan. Maar daarnaast moet er een zingeving onder liggen, er moet een reden zijn waarom je dingen doet. Als je ergens in gelooft, zit je heel anders in het spel dan wanneer je cynisch bent en het alleen maar voor het geld doet.

Waar moeten banken dan in geloven, anders dan in geld?

Het gaat nooit om het geld alleen. Vrijwel alle banken zijn ooit opgericht om een bepaalde maatschappelijke functie te vervullen. De Postbank had tot doel gewone mensen een bankrekening te bieden, de vroegere Middenstandsbank was er voor de middenstander en de Rabobank voor de arme plattelandsbevolking en de boeren. Als mensen daar werkten, waren ze mensen aan het helpen. Ze hielpen ze om een eigen huis te kopen, ze hielpen de middenstander om zijn bedrijf te runnen en ga zo maar door. Dan ga je dus op een heel andere manier naar je werk dan als je alleen maar zoveel mogelijk geld wil verdienen. Dan wordt je werk ook veel leuker, want je doet iets waar je trots op kunt zijn.

Dat klinkt allemaal prachtig, maar is de macht van geld niet te sterk?

Nou ja, de huidige crisis is wel de kans om het anders te gaan doen. Dit is hét moment om elkaar eens goed aan te kijken en om ons af te vragen of we op dezelfde voet verder willen. Ik vind dat je best fundamentele dingen aan kunt kaarten. Ik ben dan ook blij met hervormingsplannen van de Franse president Sarkozy. En ik hoor nu mensen, die ooit onderdeel waren van het probleem, dingen zeggen die daarvoor nooit in hen waren opgekomen. Dus ik ben niet helemaal pessimistisch. Maar het zou net zo goed kunnen dat we straks gewoon weer verder gaan met het feest alsof er niks gebeurd is. Maar dit is wel het moment, vooral omdat er nu een aantal crises samenkomen. We hebben namelijk niet alleen een financiële crisis, maar ook een klimaatcrisis, een milieucrisis, een voedselcrisis, een energiecrisis en een grondstoffencrisis voor de deur staan. Dus ja, het is nu of nooit.


Van Mierlo houdt pleidooi voor beroepseed voor bankiers nieuws
15 oktober 2008 | Hans van der Klis

In zijn boek Gepast en ongepast geld betoogt Hans Ludo van Mierlo dat er een beroepseed moet komen voor alle onder toezicht staande financiële dienstverleners. De schrijver, voormalig directeur externe communicatie bij onder andere ING Groep en Rabobank, stelt dat het bankwezen niet alleen wordt geteisterd door een financiële crisis, maar ook door een morele crisis. 'Ik heb niet in het minst het idee dat het boek achterhaald is. Misschien dat ik enkele stukken kan actualiseren als er een tweede druk komt, maar dat zullen er niet heel veel zijn. Mijn betoog staat recht overeind.'

Van Mierlo begon zijn boek een jaar geleden omdat hij een beeld wilde geven van de ethiek in de financiële wereld. ‘Die is groter dan mensen denken, maar aan de andere kant ook flinterdun’, zegt hij. ‘We staan op een scheidslijn tussen de Rijnlandse en de Angelsaksische principes. De banken zijn zich de laatste jaren steeds meer gaan bezighouden met hun maatschappelijke rol, deels uit pr-overwegingen, deels omdat zij op zoek zijn naar zingeving. Anderzijds hebben zij natuurlijk te maken met de eisen van hun aandeelhouders. De eerste twintig zinnen van het boek (waarin Van Mierlo schrijft over vertrouwen als ruggengraat voor het financiële systeem, red.) heb ik bijna op de dag af precies een jaar geleden geschreven. Die zou ik onder de huidige omstandigheden precies zo formuleren. Ik vreesde al wel dat het systeem zichzelf omver zou kunnen trekken, maar ook ik kon natuurlijk niet voorzien hoe de crisis uiteindelijk vorm zou krijgen.’

In zijn boek beschrijft Van Mierlo de maatschappelijke rol die banken en andere financiële dienstverleners spelen in de moderne tijd. Als directeur externe communicatie van achtereenvolgens NMB Bank, NMB Postbank, ING Groep en Rabobank Groep heeft hij van dichtbij meegemaakt hoe financiële instellingen de laatste vijftien jaar steeds meer oog hebben gekregen voor hun positie in de maatschappij. Toen hij in de jaren tachtig als relatieve buitenstaander bij NMB terecht was gekomen, hielden banken zich het liefst zoveel mogelijk afzijdig van het maatschappelijk debat. Als er al eens een journalist of NGO langskwam met vragen, verborgen de banken zich het liefst achter de privacy van hun klanten. ‘Geen commentaar’, klonk het dan. Van Mierlo maakte van dichtbij mee hoe de banken zich steeds opener gingen opstellen. Zelf is hij ook betrokken geweest bij het opstellen van verschillende gedragscodes, waarmee banken willen aantonen dat zij hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen.

Dergelijke gedragscodes zijn hard nodig, want door de mondialisering krijgen banken en andere financiële instellingen steeds meer te maken met financieringen van projecten die maatschappelijk weinig verantwoord zijn, zoals het kappen van regenwoud in Indonesië ten bate van palmolieplantages. Ook in Nederland en België zelf is het van belang dat financiële instellingen niet uitsluitend uit zijn op winstmaximalisatie. Hoewel banken in principe risico’s het liefst mijden, spelen zij vaak een rol in het afsluiten van riskante leningen, zoals nu bijvoorbeeld beleggingshypotheken. Ook oefenen NGO’s druk uit op financiële instellingen om hun invloed aan te wenden bij bedrijven die weinig oog hebben voor duurzaamheid of zelfs dictatoriale regimes ondersteunen, zoals aan het begin van dit decennium bleek toen IHC Caland investeerde in Birma.

Van Mierlo is weliswaar positief over het maatschappelijk verantwoord gedrag van de grote banken in Nederland en België, maar hij is er nog niet van overtuigd dat de codes echt wezenlijk verschil maken. In zijn boek signaleert hij dat zij vrijwel nergens deel uitmaken van het personeelsbeleid, beoordelingsgesprekken of de beloning. Daarom zou hij het liefst zien dat bankiers en andere financiële dienstverleners een eigen ‘eed’ zouden moeten afleggen, zoals ook medici en Tweede Kamerleden verplicht zijn.

Door de huidige bankencrisis voelt Van Mierlo zich gesterkt in zijn opvattingen. Hoewel de actuele ontwikkelingen niet meer konden worden meegenomen, werpt de crisis ook in het boek zijn slagschaduw vooruit. ‘Ik heb niet in het minst het idee dat het boek achterhaald is. Misschien dat ik enkele stukken kan actualiseren als er een tweede druk komt, maar dat zullen er niet heel veel zijn. Mijn betoog staat overeind. Ik heb een gevoel willen overbrengen van hoe de ethiek zich in de financiële sector ontwikkelt.’

Van Mierlo volgt de ontwikkelingen met argusogen. ‘Het is een bijzonder proces: wij zien nu hoe banken met Angelsaksische principes vluchten in de armen van Vadertje Staat. Dat betekent ook een buitenkans voor de staat om de banken te dwingen een nieuwe missie te formuleren. De financiële crisis staat niet op zich: er zijn meer crises, zoals op het gebied van energie en grondstoffen. Wij bevinden ons op een bijzonder draaipunt in de geschiedenis, het is alleen de vraag of mensen daar gebruik van zullen maken.’


Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden