Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Wij wijzen u graag op het volgende
Door drukte zijn de levertijden van PostNL aangepast en kan uw pakket vertraging oplopen. Door de Brexit kan de levering van Engelse boeken vertraging oplopen.
Zeven nuanceringen bij klassieke bevindingen in de psychologie column
11 juli 2017 | Ger Post

Veel klassieke bevindingen in de psychologie zijn gebrekkiger dan ze gepresenteerd worden in non-fictieboeken. Met het onderstaande lijstje nuanceringen bij de hand voorkom je dat je wordt misleid.

Hoe vertel je over de klassieke bevindingen uit de psychologie die recent aan het wankelen worden gebracht? Dat is niet alleen een dilemma voor auteurs, maar ook professoren die het vak psychologie moeten introduceren aan studenten. Aan de ene kant wil professor Noah Sasson zijn studenten vertellen over fundamentele concepten in de psychologie en ze inspireren er meer over te leren. ‘Maar dit is gecompliceerd omdat zoveel “klassieke” bevindingen gebrekkiger zijn dan ze gepresenteerd worden in introductiecursussen.’

Het er niet over hebben is geen optie, omdat bekendheid met deze concepten belangrijk is – niet alleen voor studenten, maar ook professionals. Sasson heeft daarom gekozen voor de volgende optie: hij presenteert de klassieke studies, maar laat ook hun gebreken zien en toont meer genuanceerde en conflicterende resultaten. ‘Tegelijkertijd gebruik ik deze onderzoeken als een voorbeeld van het belang van onderzoeksmethoden en hoe wetenschap in praktijk werkt.’

Daarmee zijn de psychologiestudenten misschien geholpen, maar niet de lezers van boeken over deze effecten. Daar blijft deze nuance vaak achterwege, omdat de studies die het tegendeel uitwijzen pas na het boek zijn gepubliceerd, de auteur de nuance heeft gemist of deze resultaten niet stroken met het punt dat hij of zij wil maken. Hieronder een overzicht van nuanceringen bij klassieke bevindingen en case studies in de psychologie (en links naar conflicterende resultaten).

Een klassieke bevinding is de fundamentele attributiefout (beschreven in Stalen Zenuwen), de neiging om de oorzaken voor het eigen gedrag toe te schrijven aan omgevingsfactoren terwijl het gedrag van een ander vaak verklaard wordt aan de hand van aanleg of karakter. Deze bevindingen zouden zó vaak voorkomen, dat psychologen de attributiefout ‘fundamenteel’ noemen. Alleen blijkt uit een meta-analyse uit 2006 dat het effect helemaal niet zo wijdverbreid is als veel psychologen denken: bijna al het bewijs voor het effect is gebaseerd op de resultaten in zorgvuldig opgezette experimenten waarin mensen de attributiefout wordt ontlokt. Buiten de muren van het laboratorium is het effect nog nauwelijks waargenomen.

Het beroemde experiment van Stanley Milgram dan (beschreven in Obedience to Authority), waarin proefpersonen gehoorzaamden om vreemden elektrische schokken toe te brengen. Sterker nog, maar liefst 65 procent van de proefpersonen ging zover dat ze iemand schokken van 315 volt toebrachten, genoeg om die persoon te doden. Uit het boek Behind The Shock Machine uit 2013 blijkt dat Milgram in 23 varianten van het experiment het scenario verfijnde om tot de beruchte resultaten te komen. In de varianten op het experiment gehoorzaamde 57 procent van de proefpersonen niet, maar die bevindingen werden niet gepubliceerd. Milgram twijfelde zelf ook aan het wetenschappelijke gehalte van zijn experimenten, zo schreef hij in zijn dagboek dat het een open vraag was of zijn resultaten het gevolg waren van ‘significante wetenschap of alleen effectief theater’. Milgram: ‘Ik ben geneigd de laatste interpretatie te accepteren.’

Volgende: het Stanford Prison Experiment (beschreven in De Geschiedenis van de Vooruitgang, Het Beslissende Moment en Het Lucifer Effect) waarin studenten in zes dagen tijd veranderden in meedogenloze bewakers die hun gevangenen (medestudenten) op sadistische wijze probeerden te breken. De bevinding dat het kwaad in mensen maar een klein zetje nodig heeft, maakte de onderzoeker Philip Zimbardo wereldberoemd (hij verkocht miljoenen boeken en werd president van de American Psychological Association). Maar Zimbardo kreeg de bevindingen die hem beroemd maakten nooit in een wetenschappelijk tijdschrift gepubliceerd. Een reden hiervoor was dat de conclusies voor een select gezelschap golden (relatief agressieve mensen waren geselecteerd) die een scenario uitvoerden dat de onderzoekers hen op subtiele en minder subtiele opdroegen. Toen een BBC-programma het waagde om het experiment ruim dertig jaar later over te doen maar dan zonder deze ingrediënten, bleek het programma vooral schokkend vanwege zijn saaiheid. Zo concludeerde Rutger Bregman na het zien van vier afleveringen: ‘Voor televisiemakers legde het experiment een pijnlijke waarheid bloot: als je normale mensen met rust laat, dan gebeurt er helemaal niks. Of erger nog: dan organiseren ze zich als een pacifistische commune.’

Next. Social priming (beschreven in Ons feilbare denken) is het effect dat iemands gedrag onbewust uitgelokt kan worden, zoals in de klassieke studie waarin mensen die een pen tussen hun tanden klemden (en daarbij onbewust een glimlach op hun gezicht kregen) een cartoon grappiger vonden dan mensen die een pen tussen hun lippen hielden (en daarbij onbewust een glimlach tegenwerkten). Alleen bleek in zeventien replicaties van deze klassieke studie dat er geen verband was tussen hoe grappig iemand een cartoon vindt en hoe die persoon (onbewust) zijn of haar mond houdt. Het social priming effect blijkt dus ook al niet zo wijdverbreid als veel auteurs suggereren.

Hebt u uzelf ertoe moeten zetten om de bovenstaande voorbeelden te lezen waarin de mooie, gave psychologische theorieën aan het wankelen worden gebracht? Vreest u een afname van uw wilskracht (en dat uw naasten het straks zullen moeten bezuren)? Dan hebt u waarschijnlijk het boek Wilskracht van Roy Baumeister gelezen, waarin hij stelt dat wilskracht een voorraad van energie is om impulsen en wensen die ongepast zijn te onderdrukken. Alleen gaf Baumeister onlangs ronduit toe dat dit idee is gestoeld op dubieuze onderzoekspraktijken: ‘We hebben meerdere experimenten gedaan, waarbij sommige werkten en andere niet, en sommige werkten beter dan andere. Je kan denken dat het niet rapporteren van de minder succesvolle experimenten fout is, maar dat is hoe het veld werkt.’ Deze bekentenis kwam nadat andere onderzoekers al hadden gevonden dat het uitputten van wilskracht (ook wel ego depletie genoemd) niet zo’n sterk en robuust effect is als Baumeister suggereerde.

Dan nog een aantal klassieke case studies in de psychologie. Zo is er de moord op Kitty Genovese (beschreven in Invloed), waarbij 38 ooggetuigen niets deden tijdens de moord op de 28-jarige Genovese. Het is een tekstboekvoorbeeld van het omstandereffect: de kans dat iemand een slachtoffer te hulp schiet neemt af naarmate er meer mensen getuige zijn van het voorval. Alleen bleek het verhaal van de 38 New Yorkers die geen hand uitstaken toen Genovese een half uur lang werd aangevallen nogal overdreven. Toen onderzoekers in 2007 een reconstructie maakten aan de hand van archiefmateriaal, concludeerden ze dat er ‘geen bewijs was voor de aanwezigheid van 38 getuigen, noch dat de getuigen de moord hadden gezien, of dat de getuigen niets deden’.

Als laatste is er nog de casus van Phineas Gage (beschreven in De Vergissing van Descartes). Als het over emoties en het brein gaat, dan is Gage en zijn geperforeerde prefrontale cortex nooit ver weg. Gage werkte in 1848 aan het spoor toen een ijzeren staaf zijn frontale brein doorboorde na een explosie. Hij overleefde het ongeluk, maar door zijn frontale verminking veranderde de persoonlijkheid van de ooit zo betrouwbare Gage in een mislukkeling die zijn emoties nauwelijks de baas kon. Althans, zo wil het verhaal. Toen psycholoog Malcolm Macmillan zich verdiepte in het 170 jaar oude verhaal, concludeerde hij dat ‘we te weinig weten over het leven van Gage, zowel voor als na het ongeluk, om gedetailleerde conclusies te trekken over de effecten van de hersenschade die hij opliep’.

Routine als de weg naar wilskracht nieuws
6 juli 2015 | Ger Post

Een succesvolle weg naar Wilskracht – en succes – is het creëren van slimme routines. ‘Ik denk dat het effectiever is routines op te bouwen waardoor je die wilskracht niet hoeft aan te spreken.’ Aldus Roy Baumeister. Wilskracht geldt als de sleutel tot succes – of iemand nu een carrière najaagt als verkoper of manager. Vandaar dat het een van de meest onderzochte concepten is in de psychologie – de teller staat inmiddels op ruim 10.000 publicaties met wilskracht als onderwerp. And counting.

Roy Baumeister, de naam op het gebied van onderzoek naar Wilskracht, geeft in zijn gelijknamige boek twee adviezen aan degene die zijn wilskracht wil trainen. De eerste is: kies een doel tegelijk. Minder op social media rondhangen is er bijvoorbeeld een, maar als die gecombineerd wordt met een ander (jezelf ontwikkelen als leider), dan wordt de kans aanzienlijk groter dat geen van beide doelen wordt behaald. Een andere tip is wilskracht te trainen, bijvoorbeeld door dagelijks te werken aan je lichaamshouding (in dit interview legt Baumeister dit advies verder uit).

In Trouw voegde Denise de Ridder van de Universiteit Utrecht daar onlangs nog een tip aan toe. ‘Het lijkt er inderdaad op dat je wilskracht kunt trainen door dagelijks kleine, vervelende taakjes te doen. Maar ik denk dat het effectiever is routines op te bouwen waardoor je die wilskracht niet hoeft aan te spreken.’ Ze geeft als voorbeeld: ‘Neem elke keer als je zin hebt in een glas wijn, een glas van je favoriete vruchtensap. Je kunt de alcohol beter vervangen dan je verlangen ernaar onderdrukken, want dan blijf je denken: oei, lekker, glaasje wijn.’

De Ridder richt zich in haar onderzoek de komende tijd op de vraag of het mensen met veel wilskracht minder moeite kost om gezonde gewoontes te ontwikkelen. Of tonen ze juist meer wilskracht omdat ze er dankzij hun routineuze leefstijl minder aanspraak op maken?

Zie voor meer tips om wilskracht te vergroten dit artikel.

Zeven tips voor meer zelfregulatie nieuws
21 mei 2015 | Ger Post

Zelfregulatie is het woord van 2015. Volgens recente titels ligt het aan de basis van zo’n beetje alles dat nodig is voor een goede carrière. Maar hoe maak je energie vrij voor zelfregulatie?

Zo’n beetje elk artikel over zelfregulatie begint met het experiment waarbij kinderen een marshmallow krijgen aangeboden en ze voor de keuze worden gesteld: eet je het snoepje nu op, of wacht je even en krijg je er twee? De uitslag op deze test heeft volgens verschillende onderzoeken een voorspellende waarde op allerlei facetten in iemands sociale leven en carrière.

Walter Mischel bedacht het experiment en van hem is onlangs het boek De marshmallow-test uitgekomen, waarin hij de decennia onderzoeken die zijn geïnspireerd op zijn beroemde experiment bespreekt. Waarvoor zelfregulatie volgens Mischel goed is? ‘Goede schoolprestaties en sociaal functioneren, het helpt ook bij alledaagse uitdagingen zoals het omgaan met stress of pijnlijke emoties, op gewicht blijven, stoppen met roken, liefdesverdriet en pensioenplanning.’

Roy Baumeister schreef eerder al een vergelijkbaar boek – Wilskracht – waarin hij de volgende vaardigheden en karaktereigenschappen toebedeelde aan mensen met meer zelfregulatie. Ze zijn in staat veilige, bevredigende relaties met anderen te vormen en onderhouden, ze kunnen zich beter in anderen verplaatsen, zijn emotioneel stabieler en hebben minder last van ‘angst, depressie, paranoia, psychoses, obsessief-compulsief gedrag, eetstoornissen, drankproblemen en andere kwalen’. Bovendien kregen managers met zelfbeheersing betere beoordelingen van collega’s en ondergeschikten.

Onlangs voegden Willem Verbeke en Maarten Colijn in hun nieuwe boek Ik begrijp waarom ik verkoop, dus ik verkoop beter een vaardigheid toe aan het palmares van zelfregulatie: verkopen. Verkopers die zichzelf beter weten te reguleren, halen op de langere termijn mooiere resultaten, bepleiten de auteurs. Daarbij geven ze zeven tips om energie vrij te maken voor zelfregulering:

1. Drink geen alcohol. ‘Mensen die alcohol drinken, zijn vaak impulsiever, dat wil zeggen dat ze vatbaarder zijn voor verleidelijke stimuli, want alcohol verlaagt de invloed van zelfregulatie door de frontale cortex.’
2. Voorkom een negatieve stemming. ‘Mensen die zich niet lekker of ongelukkig voelen, zijn vatbaarder voor verleidelijke stimuli.’
3. Zorg dat je fit en uitgerust bent. ‘Als je moe bent, geef je sneller toe aan kortetermijnverlangens.’
4. Focus maar op een paar doelen. ‘Als je te veel doelen hebt, komt er niets af en word je alleen maar moe.’
5. Leer nieuwe, slimme routines aan. ‘Als je te veel op internet zit, zorg er dan voor dat je maar een uur per dag op een computer werkt die op internet is aangesloten.’
6. Vier je behaalde successen. ‘Want dan ontstaan er positieve gevoelens die het vermogen tot zelfregulatie vergroten.’
7. Neem af en toe de tijd om te ontspannen. ‘Steeds doorwerken is niet goed, dus stimuleer jezelf om naar vrienden te gaan om wat leuks te doen.’

Roy Baumeister: ‘Zelfbeheersing is de sleutel tot succes’ interview
17 november 2014 | Ger Post

Zelfbeheersing is als een spier, stelt Roy Baumeister in het boek Wilskracht (‘De herontdekking van de grootste kracht van de mens’). En het heeft zin die spier te trainen: ‘Op het werk worden managers die hoog scoren op zelfbeheersing door zowel hun ondergeschikten als medemanagers gunstiger beoordeeld.’

Psycholoog Roy Baumeister heeft een indrukwekkende carrière gemaakt. Zo bestudeerde hij het idee dat veel vertrouwen in eigen kunnen zorgt voor een gelukkig en succesvol leven. Het is een gedachte die schuilt achter veel zelfhulpboeken schuilt, zoals ‘Stap in je grootsheid’ en ‘Vergroot je zelfvertrouwen’. Baumeister kwam tot een heel andere conclusie dan veel van zijn collega’s: veel zelfvertrouwen zorgt misschien voor een goed gevoel, maar het betekent niet dat die persoon ook goed presteert.

Zo bleek uit internationale onderzoeken dat, hoewel dertien- en veertienjarige Amerikaanse scholieren buitengewoon veel vertrouwen in hun eigen wiskunde capaciteiten hadden, hun resultaten juist ver achterbleven bij die van Koreaanse, Japanse en andere scholieren. ‘Er zitten niet zo veel voordelen aan een hoge zelfwaardering,’ vertelt Baumeister. ‘Er heerst nog steeds het idee dat het opkrikken van iemand eigenwaarde ervoor zorgt dat dit een positief effect heeft op vele verschillende gebieden, maar dat is niet waar. Het lijkt er eerder op dat een goede prestatie voor meer zelfvertrouwen zorgt, dan andersom.

Voor het nemen van initiatief of bijvoorbeeld het houden van een presentatie, kan zelfvertrouwen toch wel handig zijn?
‘Een voordeel van veel zelfvertrouwen is dat je eerder doet waar je in gelooft. Maar dat betekent niet per se dat dit goed is. Iemand met veel zelfvertrouwen denkt dat hij of zij gelijk heeft en ja, dat kan helpen bij een sales pitch of presentatie. Maar het kan er ook voor zorgen dat je doorgaat ondanks dat iets niet goed werkt. Er zijn niet zoveel voordelen aan hoge zelfwaardering, terwijl een grote mate van zelfcontrole veel voordelen heeft voor zowel de persoon als de samenleving. En voor zelfcontrole heb je Wilskracht nodig.’

Wat is wilskracht?
‘Daarmee bedoel ik de energie die wordt gebruikt om zelfcontrole uit te oefenen. Onderzoek naar zelfcontrole suggereert dat er grenzen zijn aan de energie die we gebruiken voor het uitoefenen van wilskracht. Nadat mensen zelfcontrole hebben uitgeoefend in een oefening, dan doen ze het bijvoorbeeld op een volgende test van zelfcontrole slechter. Wilskracht is een spier of voorraad van energie voor het uitoefenen van verschillende soorten zelfcontrole. We gebruiken het in ons dagelijks leven om impulsen en wensen die ongepast zijn te onderdrukken. En om bijvoorbeeld harder te weken, onze prestatie te monitoren en onze gedachtes en emoties te reguleren.’

In de inleiding van Wilskracht schrijft Baumeister over ‘de comeback van de wil’. ‘Op het werk worden managers die hoog scoren op zelfbeheersing door zowel hun ondergeschikten als medemanagers gunstiger beoordeeld. Mensen met een goede zelfbeheersing blijken uitzonderlijk goed in staat veilige, bevredigende relaties met anderen te vormen en onderhouden.’ Verder kunnen ze zich ‘aantoonbaar beter in anderen verplaatsen’, zijn ze ‘emotioneel stabieler’ en hebben ze minder last van ‘angst, depressie, paranoia, psychoses, obsessief-compulsief gedrag, eetstoornissen, drankproblemen en andere kwalen’. Baumeister concludeert: ‘De resultaten lieten aan duidelijkheid niets te wensen over: zelfbeheersing is essentieel en een sleutel tot succes in het leven.’

Dat er een link is gevonden tussen wilskracht en succes betekent niet dat er een oorzakelijk verband is tussen de twee. Baumeister had al in de onderzoeken naar zelfvertrouwen gemerkt dat het boosten van zelfwaardering niet per se betekent dat iemand succesvoller wordt. Dit is anders in het geval van wilskracht en zelfcontrole, stelt hij. ‘Wilskracht werkt als een spier en het is mogelijk die te trainen. Regelmatig deze spier oefenen maakt hem sterker, bijvoorbeeld door zelfcontrole te gebruiken om jezelf te disciplineren. In ons eerste onderzoek vroegen we mensen twee weken lang aan hun lichaamshouding te werken. Elke keer als ze eraan dachten, moesten ze rechtop gaan zitten of staan. Dit vergt zelfcontrole want het zorgde ervoor dat proefpersonen een gewoonte of impuls moesten doorbreken. Toen we ze na de twee weken onderwierpen aan tests in zelfcontrole die niets te maken hadden met lichaamshouding, bleken de mensen die hun aan hun lichaamshouding hadden gewerkt beter te presteren dan mensen die niet zulke oefeningen hadden gedaan. Ze hadden meer uithoudingsvermogen als het aankwam op zelfcontrole.’

De les van onze moeder om rechtop te zitten heeft dus verstrekkende gevolgen voor onze wilskracht?
‘Het maakt niet uit wat je precies doet, zolang het maar een oefening is waarmee je een gewoonte doorbreekt of je gedrag verandert. Je kunt bijvoorbeeld ook proberen op een nettere manier te spreken, zoals niet schelden, je zinnen afmaken, yes of no zeggen in plaats van yeah of nope of geen afkortingen te gebruiken. Het zijn allemaal oefeningen die een positief effect hadden op de wilskracht van mensen in onze onderzoeken.’

Op welke andere manieren kunnen we onze wilskracht vergroten?
‘Een snelle manier is glucose of eten met een goede voedingswaarde tot je te nemen. Slapen lijkt ook te helpen en er zijn verschillende mentale trucs. Positieve emoties en je verantwoordelijk voelen kunnen ervoor zorgen dat je, wanneer wilskracht op dreigt te raken, je het toch beter kunt presteren dan wanneer je die trucs niet toepast.’

Een manier om wilskracht te sparen is precommitment. Wat is dat precies?
‘De econoom George Loewenstein zei al dat het makkelijk is om te beslissen om op dieet te gaan als je net gegeten hebt. Je neemt die beslissing van tevoren in een staat waarin de ratio overheerst en je niet verleid wordt om iets anders te doen. Maar als je honger hebt, dan is het veel moeilijker om je aan je dieet te houden. Dat kost veel wilskracht. Om wilskracht te sparen, kun je jezelf van tevoren dwingen het juiste pad te kiezen, bijvoorbeeld door alle cakejes in huis weg te gooien. Op die manier maak je het jezelf makkelijker de goede keuze te maken als je honger krijgt. Precommitment is dus nu de keuzes maken waarvoor je in de toekomst komt te staan, zodat je ze in de juiste state of mind maakt.’

Je bent wat je doet nieuws
6 mei 2014 | Bertrand Weegenaar

Toe aan een dosis ‘doe eens gek: doe het gewoon’? Pak dan het boek Je bent wat je doet (‘Van zelfkennis naar gedragsverandering’) van Roos Vonk maar eens stevig beet.

Met een gezellige ‘meisjes’ opmaak (roze markeringen en verwijzingen) en een serieuze wetenschappelijke onderbouwing van talrijke noten staat dit boek in de categorie ‘zelfmanagement’ stevig in de klei. Alle mythen over hoe je jezelf naar je dromen denkt, of wenst, worden afgepeld. Wat overblijft, is de volgende boodschap: alleen al het starten met DOEN, maakt stofjes in je los. En dat is meer dan dromen en denken ooit kunnen bereiken.

De Descartiaanse scheiding van lichaam en geest is ook door hersenonderzoek van de laatste decennia wel naar de ‘mythe hemel’ gedragen. Dat zou kunnen betekenen dat we niets meer te vertellen hebben over ons lichaam. Veel daarvan gebeurt onbewust. Dit wordt gestuurd door chemische stofjes en ingesleten patronen. Dat klopt doceert Roos Vonk, alleen jij bent de baas van die geest en kan deze veranderen. Ingesleten patronen kunnen, redelijk gemakkelijk, worden aangepast. En na een periode is de geest, onbewust, niet anders meer gewend. Of dit nu gaat over de strijd tegen de lijn, werkstress of financiële perikelen: doen is altijd het begin, de eerste stap. (Dag)dromen, denken, het kan helpen, maar de eerste schreden zet je toch door te doen. Het doen is een signaal voor je lichaam en voor je omgeving. Jouw gedrag beïnvloedt weer dat van anderen. Doen maakt gelukkiger.

Nu liggen de valkuilen voor het oprapen. Lijnen en de moderne verleidingen van de supermarkt. Dat rapport vanavond schrijven, maar die goede film dan. U kent ze wel. Naast Je bent wat je doet is Wilskracht van Roy Baumeister dan een goede aanvulling. Want volhouden kent ook zo zijn methoden en technieken! Dat alle begin moeilijk is, is bekend. Minder bekend is de brug die die kloof kan dichten: De Kunst van Kaizen van Robert Maurer. Een doe-boek dat de techniek van kleine stappen predikt. Ook hier geldt: je bent wat je doet!

Wilskracht nieuws
26 maart 2013 | Ger Post

Het is een klassiek experiment: vierjarigen krijgen een snoepje, waarna de onderzoeker ze vertelt dat als ze vijftien minuten kunnen wachten met eten, ze nog een tweede snoepje krijgen. Hoe langer de kinderen die oog-in-oog met de verleiding kunnen wachten, des te groter is hun kans op een succesvolle carrière.

Dit experiment ligt aan de basis van menig onderzoek naar Wilskracht. Wilskracht is de vaardigheid om verleidingen op de korte termijn te weerstaan om doelen op de lange termijn te halen. Een gebrek aan wilskracht is regelmatig beschreven als de reden waarom mensen geen veranderingen in hun leven doorvoeren, zoals afvallen of verslavingen als roken opgeven. Er werden zelfs verschillen in hersengebieden gevonden tussen degenen die wel en niet verleiding konden weerstaan als kinderen.

Trainen van wilskracht is ook de weg naar succes. Zo schrijft de gerenommeerde professor in de psychologie, Roy F. Baumeister, op de eerste pagina van zijn boek Wilskracht: ‘Psychologen die proberen de vinger te leggen op persoonlijkheidskenmerken die "goede resultaten" in het leven voorspellen, komen altijd bij twee eigenschappen uit: intelligentie en zelfbeheersing. De wetenschap heeft nog niet ontdekt hoe intelligentie duurzaam vergroot kan worden. Wel is ontdekt, of eigenlijk herontdekt, hoe mensen hun zelfbeheersing kunnen versterken.’

Latere studies naar wilskracht laten zien dat hoe langer een kind wacht voordat het een snoepje eet, dit een betere voorspeller is voor succes als volwassene dan intelligentie. Het idee is dat het uitstellen van het eten van het snoepje, een teken is van wilskracht en zelfbeheersing omdat de ratio het wint van de snelle bevrediging.

Een nieuwe studie heeft dit idee aan het wankelen gebracht. De theorie achter deze recente studie was dat het uitstellen van bevrediging lang niet altijd de meest rationele keuze is. Er zijn bijvoorbeeld omgevingen waarin het uitstellen van het eten van het snoepje het risico vergroot dat het wordt afgepakt. Denk bijvoorbeeld aan tehuizen waar kinderen moeten vechten voor hun deel. ‘Het uitstellen van bevrediging is de enige rationele keuze als het kind gelooft dat een tweede marshmallow ook waarschijnlijk afgeleverd zal worden,’ zegt de hoofdonderzoeker Celeste Kidd.

Uit de resultaten van het onderzoek van Kidd bleek dat in onbetrouwbare omgevingen, kinderen ervoor kiezen sneller het snoepje op te eten – wat dus niet perse een irrationele keuze is. Volgens Kidd betekent dit dat het niet correct is om ‘aan te nemen dat een gebrek aan wilskracht de enige relevante factor is in het achterhalen hoelang kinderen wachten’ en dat een langere wachttijd dus niet noodzakelijk betekent dat het ‘de belangrijkste motor achter het succes van kinderen later in hun leven’ is.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden