Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Wijzer met een scenario nieuws
22 juni 2020 | Bertrand Weegenaar

In deze onzekere tijden vliegen de scenario’s ons om de oren. Er is bij dit woord natuurlijk een flinke erosie. Een plan, opgeleukt met wat onderzoek en een verhaaltje, wordt al gauw op internet geplaatst. Hele bedrijfstakken en grote stukken van de wereldeconomie hebben een knauw gekregen. De strategen moeten terug naar de tekentafel om korte en lange-termijn plannen te maken. Nieuwe visie voor de toekomst moeten gemaakt en gecommuniceerd worden.

En ook de bedrijfstakken die plots de wind in de zeilen hebben, moeten onverwachte kansen gaan uitwerken. In de ogen van Jan Nekkers schetsen toekomstscenario’s ‘mogelijk geachte toekomsten en de ontwikkelingen die daartoe kunnen leiden, of ze verkennen wenselijk geachte toekomsten en de ontwikkelingen die nodig zijn om die te bereiken. Scenario’s zijn daarmee plausibele verhalen die een samenhangend beeld schetsen van de manier waarop de toekomst er mogelijkerwijs uit zou kunnen zien of mogelijkerwijs uit zou moet zien. Ze gaan over plausibiliteit, niet over waarschijnlijkheid.’ In een geheel herziene editie van Wijzer in de toekomst Werken met toekomstscenario’s geeft hij de belangrijkste stappen (zes) die van een rudimentaire uitdaging naar een strategische gesprek gaan. Want dat is het ultieme doel: het strategische gesprek met scenario’s als uitgangspunt.

Het nu rond wakkerende corona-virus was natuurlijk ook onderdeel van een wereldgezondheidsscenario. Met oud-minister van Defensie van de VS Donald Rumsfeld als auteur legt Jan Nekkers uit dat er drie gebieden zijn waar we uitspraken over kunnen doen: over wat we weten dat we weten, over wat we niet weten dat we weten, en over wat we weten dat we niet weten. Over dat wat we niet weten dat we niet weten kunnen we niets zeggen (de ‘unknown unknowns’). De zwarte zwanen. Zaken zoals corona die niet in scenario’s te vangen lijken.

Toch is een kanttekening hier op zijn plaats. Shell, één van de bedrijven die al vroeg scenarioplanning omarmde, had al vroeg door (begin jaren ’70) dat de machthebbers in het Midden-Oosten een wereldwijde boycot overwogen. Dit zou leiden tot de oliecrisis. Voor velen een grote verrassing, maar Shell wist met het scenario dat daarbij ontwikkeld was een grote sprong voorwaarts te maken. Nassim Taleb was met De Zwarte Zwaan De impact van het onwaarschijnlijke niet de eerste die de onderschatte kracht van het “unknown unknown” onder onze aandacht bracht. Futuroloog John Petersen publiceerde in 1997 Out of the Blue Wild cards and other big future surprises : how to anticipate and respond to profound change. Naast dat hij in dat boek zeker acht van de belangrijkste ‘zwarte zwanen’ van de komende twintig jaar aankondigde, geeft dit boek ook een methode om met dit soort ‘unknown unknowns’ om te gaan. Dus zelfs als we het niet weten, kunnen we er ons best op voorbereiden.

Terug naar de scenario-methode. Zes stappen dus: een scenarioproject voorbereiden, verkennen, het scenario framework maken, scenariobouw, scenario’s gebruiken, en ten slotte monitoring en scanning.

De basis is een toekomstgerichte vraag die verkend moet worden. In de methode werk je in de eerste fase naar een assenkruis toe.  Hier, vergelijkbaar met de klassieke SWOT analyse zijn tegenstellingen aanwezig: kansen versus bedreigingen, zwaktes versus sterkten. Het dierentuin voorbeeld dat door het hele boek als een rode draad loopt, kent ‘geen dieren versus wel dieren’ en ‘educatief versus vermaak’. In deze kwadranten gaat de magie plaats vinden. Welke verhalen vallen er te vertellen op basis van data dat uit onderzoek verzameld is? Onderzoeksvormen zijn hooguit gelimiteerd door tijd en kosten. Van deskresearch, interviews, panels, SWOT-analyse, enzovoort. Het wordt alleen maar informatie dat gebruikt kan worden om plausibele, relevante en radicale verhalen te maken.

Dit is natuurlijke een korte schets van een hoop werk dat komt kijken bij het maken van een scenario. Maar als je die hebt, dan is deze superkrachtig. In Wij bepalen de toekomst hangen de auteurs Christiana Figueres en Tom Rivett-Carnac hun hoop in een mooie toekomst, de wereld die we moeten scheppen van Planeet Aarde, op aan het krachtig beeld van ons leven in 2050.

In The Big Nine schetst auteur Amy Webb vier toekomsten (in drie tijdstadia) van de machtsverhouding van de grote tech-bedrijven als we niet ingrijpen. In drie van de vier gevallen is dat geen prettige. Een mooi voorbeeld van wat mogelijk is als je je scenarioplanning eigen maakt. Een begin maken kan met Wijzer in de toekomst.

De wereld is corona column
15 juni 2020 | Pierre Pieterse

Ik zou bijna zeggen, was dat maar zo. Sinds het schrijven van deze editorial is de bom overal ingeslagen, en is corona nog maar een van de problemen die moeten worden opgelost. Maar gelukkig blijft de centrale boodschap van onderhavig stukje fier overeind, misschien wel meer als toen: we zijn toe aan een herbezinning!

‘Wij durven te stellen dat in de wereld van Caudron een virus minder snel en gemakkelijk om zich heen had kunnen grijpen. Simpelweg omdat we dan al meer lokaal zouden leven, ons minder zouden verplaatsen, omdat wonen, werken, leren en ontspannen zich zouden concentreren in kleinere gemeenschappen. Werken vanuit huis was al lang normaal. En die schonere lucht die we nu meemaken? Die hadden we al jarenlang gehad. Problemen met de voedselvoorziening? Waarschijnlijk voor een groot deel ondervangen door lokale productie. Bedrijven massaal in de problemen? Waarschijnlijk stukken minder als we al op grote schaal zouden zijn overgestapt op een nieuw economisch model: waarin we betalen voor gebruik en oplossingen. En dat abonnement loopt gewoon door. Wij durven zelfs te hopen dat de crisis waarin we ons momenteel bevinden, ons met grote stappen dichterbij Caudron’s wereld anno 2030 gaat brengen. Kortom, wat ons betreft doorstaat De wereld is rond ook de tand van deze vreemde tijd.’ Aldus het juryrapport over het winnende boek De wereld is rond van Jo Caudron.

Inmiddels wordt er flink invulling gegeven aan deze wereld. Barbara Baarsma pleitte in Buitenhof voor korte logistieke lijnen. Van boer direct naar winkel. Logisch ook want waarom Nederland bijvoorbeeld vlees exporteert en tegelijk ook weer vlees importeert, is een raadsel. Waarschijnlijk het raadsel van de toegevoegde waarde, in dit geval lucht en strijkstok. En passant introduceerde zij de bodemcoach maar het ontging iedereen even wat ze daar nu precies mee bedoelde. Wellicht liet ze zich verleiden om mee te doen aan de grote coach-hype. Elk probleempje past een coach!

Ook Nicholas Nassim Taleb ziet de huidige corona crisis als een uitgelezen kans om de zaak eens goed om te gooien. Volgens hem is er een systeem opgetuigd dat de ellende over zichzelf afroept. Mondialisering, iedereen interconnected, verbonden, de global village, de wereld een dorp, zijn de perfecte voedingsbodem voor dit soort catastrofale pandemieën, met vliegtuigen als moderne drager van elke plaag. Hij pleit dan ook hartstochtelijk voor localism. Dat betekent misschien minder groei, maar vergis je niet zegt Taleb in een column, als je de kosten van de onvermijdelijke crises meeweegt, zie je dat die ‘meergroei’ negatief is.

En dan is er nog China. Als machtsfactor, als productieschuur, zelfs een serieuze troonpretendent als hoeder van de wereldorde, klaar om het stokje van de VS over te nemen. De huidige ‘dankbaarheidsdiplomatie’ is daar meer dan een voorbode van. Maar pas op, zo waarschuwen de sinologen Rana Mitter en Nadège Rolland in de Volkskrant (van 8 mei), het is allemaal ter meerdere eer en glorie van China. Een voor allen, allen voor China. Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe: mondkapjes en beloningen voor wie China welgezind is, dreigementen voor wie kritiek uit. ‘Ik denk dat deze crisis illustreert wat voor wereldorde we kunnen krijgen als China een supermacht wordt. Wie vriendelijk is en Beijing eerbied betuigt, wordt beloond met cadeaus. Maar wie kritiek uitoefent en tegen Beijings doelen ingaat, wordt onder druk gezet. Kijk naar de dreigementen tegen Australië.’ For starters. China zelf zal meer en meer afdrijven van onze gekoesterde waarden, richting een nog totalitairder staat. ‘Een van de zuilen van de legitimiteit van de CCP is door de corona crisis zwaar beschadigd. Dat zal betekenen dat de partij meer op andere machtsinstrumenten zal leunen: repressie en controle, nationalisme en politieke strijd.’

Een herbezinning is kortom op zijn plaats. Daarbij is het managementboekboek van het corona-jaar 2020 een mooi startpunt.

Scenario´s column
15 januari 2020 | Bertrand Weegenaar

In 2009 stelde het organisatieadvies bureau FutureConsult het scenario-boekje getiteld 2010 + 10 = 2020 samen. Een boekje dat, vanuit de bril van een aantal deskundigen, keek naar het jaar 2020. Speciale aandacht voor de gebieden democratie, nieuwe media en energie. We staan nu aan de vooravond van dat jaar. Een nieuw millennium. Scenarioplanning is een interessante manier om naar de toekomst te kijken. Oprichter en directeur van FutureConsult is futuroloog Jan Nekkers. Van zijn hand zal begin volgend jaar een compleet vernieuwde versie van Wijzer in de toekomst verschijnen.

Terug naar de beelden die de deskundigen in 2009 over het volgend decennium voor ogen hadden. Algemene trend: het werd meer en meer individualistisch. Burgers gingen zich online verenigen op digitale dorpspleinen. Er is wel een zekere mate van populisme gezien. Als ‘prosument’ zouden we online aan onze nieuws komen, daar op reageren en actief bijdragen. Dit met grote consequenties voor voornamelijk kranten en tijdschriften. Op het gebied van energie werden we meer en meer zelfvoorzienend. Elektrisch rijden zou groot doorbreken en we gingen in collectieven energie opwekken en delen. En daarmee de macht van de energie en olieleveranciers verkleinen.

Scenario’s en hun kwetsbaarheid

Werken met scenario’s is een interessant proces. Het is geen toekomst voorspellen. En dat blijkt ook superlastig. Merknamen die in dit boek verschijnen zijn onder andere GeenStijl, Twitter en Hyves. Het idee dat GeenStijl diepgaand invloed op het media en democratisch proces kon hebben, leefde kennelijk sterk. Hyves ging op zijn retour. Sociale media netwerken bleek een internationaal fenomeen waar een paar grote merken uit voortkwamen: Facebook, Instagram (nu ook Facebook) en recent TikTok. De groei en invloed van mobiele telefoons, supersnel internet en daarmee de mogelijkheden van video en streaming diensten bleken nog verborgen.

Nassim Taleb gaf in zijn klassieke boek De Zwarte Zwaan voorbeelden van de invloed van wispelturige, onvoorspelbare gebeurtenissen. Op 17 december 2010, net voorbij de grens van het decennium stak een kraamverkoper in Tunesië zich in brand. Het bleek de start van de Arabische Lente dat een golf van protesten en oorlogen startte. In Irak en Syrië bleek vervolgens een voedingsbodem voor een groepering getiteld ISIS (later IS) wat dit gebied jaren in de vlam zou zetten. Vele miljoenen mensen sloegen op de vlucht onder andere naar Europa. Het gaf weer ruimte voor populistische bewegingen in Europa en Amerika. Het bleek mede de oorzaak van de Brexit en de opkomst van Donald Trump en de macht die Rusland en Turkije in de regio kregen. In Grote verwachtingen kijkt Geert Mak weer terug op de periode 1999 -2019 om te constateren.

Dichter bij huis, de invloed van sociale media op het stemproces werd duidelijk in het referendum in 2016 rondom Oekraïne. Aangewakkerd door GeenPeil (ondersteunt door GeenStijl en hun tv-kanaal), stemden we hier Nee tegen. De Tweede Kamer nam dit niet over en en passant schafte zij het referendummiddel af.  Omgaan met deze digitale krachten bleek voor Nederland lastig. In Engeland ging het net even anders. Of we met de uitkomst van het Brexit-referendum blij moeten zijn…. De manier waarop die overwinning is behaald, is onderwerp van menig studie en juridisch onderzoek. De geest is wel uit de fles.

Mobiel overal en altijd

Een drijvende kracht in deze periode was de mobiele telefoon en sociale media. De smartphone is misschien wel de doorbraak van het afgelopen decennium. De innovaties hadden vooral betrekking op beeld. We netflixen en bingewatchen via streaming kanalen. Youtubers en Instagrammers zijn de grote influencers. Hierin kunnen mediamakers als PewDiePie zich onderscheiden. Verder appen we natuurlijk (bijna) allemaal en is zelf bij de 60-plus generatie een tablet belangrijk om met de kleinkinderen te facetimen. Mobiel is in tien jaar super groot geworden en heeft Apple en Samsung aan een ongelofelijke wereldstatus (en rijkdom) geholpen.

Deeleconomie doorgebroken?

Dan zou energie hebben kunnen gaan over de deeleconomie. Iets wat voor de energiemarkt interessant zou zijn. Maar van grootschalig elektrisch rijden is het niet gekomen. We hebben Tesla leren kennen. Er is eindelijk beleid in Nederland om van het gas af te gaan. Of dit meer ingegeven is door de aardbevingen in Groningen of door de wens naar een duurzame samenleving te gaan met geen O2 uitstoot? De wereldpolitiek heeft het moeilijk hier belangrijke stappen in te maken. Een jong Zweedse meisje van 16, Greta Thunberg, moet de wereldleiders actief maken.

Maar de grote voorbeelden van de deeleconomie komen, wederom, uit Silicon Valley. Airbnb en Uber behoren inmiddels tot de meest waardevolle bedrijven ter wereld. Ze vechten samen met giganten als Apple, Facebook, Amazon en Microsoft om digitale wereldheerschappij.
Het decennium was voor bijvoorbeeld Facebook, als grote sociale media reus, een erg moeilijke. Hun rol in de verkiezingsstrijd in 2016 was dubieus. CEO Mark Zuckerberg moest zich bij het Amerikaanse Parlement komen verantwoorden.  Het Cambridge Analytica (CA) schandaal zal nog vele jaren nadreunen. De rol die targetmarketing, datacollecties en sociale media in de Brexit en de 2016-verkiezingen gespeeld hebben, vertelt veel meer over de huidige stand van de democratie dan het hebben van een digitaal dorpsplein. In De Datadictatuur doet voormalig CA-medewerker Brittany Kaiser een boekje open. Onze democratie is kwetsbaar. En eigenlijk is hij al gehackt.

Vrijheid of dwangbuis?      

‘Het laatste decennium heeft individualisering echter een zeer sterke bondgenoot gekregen: informatie en communicatietechnologie. Dankzij deze technologie worden we alziend, alhorend en alwetend.’ Zo lezen we in 2010 + 10 = 2020.

De vraag is of wij dat worden, of de leveranciers wiens spullen we kopen, netwerken we gebruiken en data we mee delen. Apple neemt onze telefoongesprekken op. De overheid wil graag ‘backdoors’ in de communicatie die we op Whatsapp voeren. En Amazon’s Alexa staat eigenlijk altijd aan, onder het mom ons de beste aanbiedingen te kunnen doen. Slimme AI in combinatie met een steeds groter wordende data verzameling regelt dit. De vraag is, hoe doen ze dit. En altijd wel goed?

Wist iemand in 2010 al wat hacken was, dan was hij flink ingevoerd in de IT. Nu komt deze term regelmatig in het nieuws. Hacken is een business model geworden in diverse vormen: financieel, diefstal, spionage of oorlog? Het is oorlog maar niemand die het ziet van Huub Modderkolk laat alle mogelijkheden de revue passeren. Een noodzakelijk boek dat een belangrijk waarschuwingen voor de nabije toekomst bevat.

2020 komt eraan. Ik ga er geen voorspellingen over doen. Over dat volgende millennium. Er kan zomaar een zwarte zwaan oversteken.

Redactioneel - Codex Talebiana column
3 januari 2019 | Pierre Pieterse

Nassim Nicholas Taleb, de auteur van het beroemde boek De zwarte zwaan, is wat je in de literatuur een fenomeen noemt. Of een tegendraadse filosoof, het is maar net welke bril je opzet.

Teleb schrijft boeken die je enerzijds afstoten door de altijd drammerige, gelijk hebberige stijl, maar anderzijds blijven trekken door de verrassende inzichten. Of de prachtige aforismen waarmee je jezelf of anderen kunt verrijken. Het bed van Procrustes is een toegankelijke bloemlezing. Voor ‘mijn’ doelgroep is de daarin opgenomen collectie ‘het economisch leven en andere vulgaire onderwerpen’ een must read. Soms verhelderend (‘Ondernemer zijn s een existentieel, niet alleen een financieel ding’), vaker ronduit confronterend. Vooral economen (‘Economie gaat over simpele dingen gecompliceerd maken’) moeten het ontgelden, zij zijn ‘een kruising van een zakenman zonder gezond verstand, een fysicus zonder hersenen, en een speculant zonder ballen’. Als je echt niks kunt, word je econoom.

Ook van journalisten (‘idioten die overal hun waarheid van maken door die in hun Procrustes-bed dwingen’) moet Taleb weinig hebben. Ze reduceren in het beste geval zaken tot aperte flauwekul, vaak omdat ze nergens iets van begrijpen, in het veel vaker voorkomende en tegelijk slechtere geval gedragen ze zich als ‘interventionistas’, opiniemakers en beïnvloeders die van alles wat vinden en bepleiten maar daar nooit zelf de consequenties van ervaren. Pleiten voor een hogere energiebelasting vanwege het klimaat, terwijl zijzelf al lang een fors gesubsidieerde warmtepomp hebben, of stoken op (sic!) ‘groene’ biomassa. Of, wat profaner, pleiten voor ‘regime change’ omdat dictatoriaal niet pas in het weldenkende westerse discours, en dan de duizenden burgerslachtoffers beschouwen als ‘collaterol damage’. Geen ‘skin the game’ dus.

Een interview zit er dus niet in, maar een gerenommeerd boekenmagazine moet toch wat met deze invloedrijke auteur. En als Mozes niet naar de berg komt, dan komt de berg wel naar Mozes. Nou ja, voor een keer dan. Met het eindigen van onze serie de Galerij der Groten (met een heel fijn maar nog belangrijker interview met Erik Brynjolffson over AI, big data, en de onvermijdelijke technologische suprematie van China door onze westerse nadruk op privacy) ontstond er ruimte voor wat nieuws.

Dit keer geen rubriek met een vast format (geen Procrustes-bed dus), maar een rubriek waarvan de vorm zich aanpast aan de vent. Martin van Staveren trapt af met een heel eigenzinnige interpretatie van het werk van Taleb. Hij legt zijn eigen boek, Risicoleiderschap, over die van ‘risico-fenomeen’ Taleb. Zijn conclusie: zijn Incerto (onzekerheid) oeuvre (Misleid door toeval, De zwarte zwaan, Antifragiel, en Skin in the Game) is absoluut verplichte kost voor iedereen die wil overleven in een VUCA-omgeving. ‘Zijn heldere, soms bloedrode lijn is die van de hoogmoed van de mens. Wij mensen blijken telkens weer niet goed in staat om de essenties en werking van toeval en onzekerheid te zien, laat staan er effectief mee om te gaan. Een precaire situatie, die met alle snelle technologische ontwikkelingen, daarmee samenhangende complexiteit en bijbehorende schaalvergroting eerder toeneemt, dan afneemt.’ Waarvan acte!

En nu we toch aan het vernieuwen zijn: vanaf februari zal Annegreet (‘Gouden jaren’) van Bergen maandelijks verslag doen van nog altijd functionerend maar dan anders industrieel erfgoed. De geschiedenis van onze bedrijvigheid, compleet met feitjes die er niet toe doen maar wel leuk zijn om te weten. Weet u bijvoorbeeld waarom wij bietensuiker gebruiken, en geen rietsuiker? Nou dan!

Enfin, genoeg gepraat. ‘Vermijd woorden’, zou de grootmeester zelf zeggen.

Ons feilbare denken herzien I column
3 oktober 2018 | Ger Post

Met replicatiecrises in de sociale wetenschappen – en met name de psychologie – is een terugkerende vraag: in hoeverre staat het standaardwerk Ons feilbare denken van Daniel Kahneman nog overeind? Kan het boek dat Fifty shades of grey van de toppositie in de bestsellerlijsten verdrong inmiddels naar De Slegte? Een update in vier columns van de vier belangrijke onderwerpen in het boek van Kahneman: verliesaversie, sociaal primen, momentum, en systeem 1 en 2-denken.

 

Verliesaversie

Verliesaversie is het idee dat de pijn van iets te verliezen zwaarder weegt dan het plezier van hetzelfde te winnen. De theorie is niet alleen monumentaal in de carrière van Kahneman (tijdens de uitreiking van de Nobelprijs aan de psycholoog viel het woord maar liefst 26 keer), het idee ligt ook aan de basis van de gedragseconomie en beleid van de overheid.

Kahneman legt verliesaversie uit met het volgende voorbeeld.

Iemand stelt je een gokje voor bij het werpen van een munt.
Als het muntstuk op ‘munt’ valt, verlies je 100 dollar.
Als het muntstuk op ‘kop’ valt, win je 150 dollar.
Is dit een aantrekkelijke gok? Zou je het doen?

‘Voor de meeste mensen is de angst om 100 dollar te verliezen intenser dan de hoop op het winnen van 150 dollar,’ schrijft Kahneman. ‘Uit vele van dit soort observaties concludeerden we dat “verliezen groter opdoemen dan winsten” en dat mensen verliesaversief zijn.’

Hoe belangrijk verliesaversie ook is, de theorie wierp de afgelopen jaren weerstand op. Misschien wel de meest vocale tegenstander is auteur Nicholas Nassim Taleb, die ronduit verklaarde ‘er niet in te geloven’. Wat hem betreft zijn experimenten zoals hierboven beschreven artificieel en worden erin andere risico’s die iemand loopt genegeerd.

Er spelen veel meer factoren een rol wanneer iemand gevraagd wordt een gokje te wagen. De risico’s die iemand buiten het experiment loopt wegen ook mee, stelt Taleb. Zoals het risico dat die persoon loopt met een aandelenpakket, met een eigen bedrijf of met de mogelijkheid dat de kosten van de opleiding van een zoon of dochter hoger uitvallen. Als je deze risico’s meeweegt kan het logisch zijn voor iemand om de risico in het experiment (150 dollar verliezen) te vermijden.

Maar dat het logisch is, betekent niet dat verliesaversie geen factor is in beslissingen die mensen nemen. Sterker nog, Kahneman en Taleb zijn het eens, want volgens Kahneman is er vanuit een evolutionair perspectief een logische verklaring aan te dragen om verlies zwaarder te laten wegen dan winst. ‘Organismen die bedreigingen als urgenter benaderen dan mogelijkheden hebben een betere kans om te overleven en te reproduceren,’ zo schrijft hij in Ons feilbare denken.

Het idee van verliesaversie leek sterker aan het wankelen gebracht toen twee onderzoekers op basis van een meta-analyse stelden dat verliesaversie een dwaling was. (Een bevinding die Taleb op Twitter binnenhaalde met een ‘I told you so’). David Gal en Derek Rucker analyseerden de onderzoeken naar verliesaversie en vonden ‘weinig bewijs voor verliesaversie als algemeen principe’.

Nu is dat een beetje een stroargument van de onderzoekers (dat ze wel veel aandacht opleverde). Zoals econoom Brendan Markey-Towler schrijft gelooft niemand dat verliezen altijd heftiger worden gevoeld dan winsten. ‘Gedragseconomen erkennen eerder dat het een factor kan zijn.’ In welke situaties deze factor een rol speelt, dat is aan onderzoekers om uit te vinden.

Conclusie: verliesaversie kan wel degelijk een rol spelen bij het nemen van een beslissing. In welke situaties dit met name een rol speelt – of het bijvoorbeeld vooral bij grote bedragen is of wanneer het overleven van een individu op het spel staat – zijn nuances die toekomstig onderzoek moeten uitwijzen.

TD&D: Appels en peren moet je niet vergelijken tussen_droom_en_daad
13 mei 2015 | Ernst ten Heuvelhof

In deze rubriek analyseren bestuurskundigen van de TU Delft patronen en wetmatigheden waar veel managementboeken soms aan voorbij gaan of voor vanzelfsprekend aannemen. In deze aflevering legt Ernst ten Heuvelhof uit wat de paradox van vooruitgang is.

Nederland is een paradijs om te wonen. Welvarend, redelijke overheid, faire rechtspraak, perfect onderwijs, gematigd weer, noem maar op. Alles is erg goed, vergeleken met buitenlanden en ook in historisch perspectief en wij, de huidige bewoners, zijn zondagskinderen. Toch hangt er een wolk van chagrijn over het land. Veel klagers, geen plan deugt, er is geen visie… Hoe komt dat?

Ik heb laatst een paar niet-wetenschappelijke onderzoekjes gedaan, onder enkele volstrekt niet-representatief samengestelde groepjes. Ik heb de kopjes van de financiële pagina van een krant overgetypt. Het ging mij om de kop van het artikel waarin de ontwikkeling van de AEX van de dag ervoor werd samengevat. U kent de kopjes wel: ‘beurs toont licht herstel’, ‘beurs in mineur’, ‘optimisme bij beleggers’, ‘beleggers onzeker’ etc. Ik heb de deelnemers de kopjes laten zien van 10 beursdagen op een rij en hen gevraagd het percentage winst of verlies op te schrijven dat ze associeerden met de krantenkop. Wat bleek? Het aldus opgetelde percentage bleek steeds lager dan de werkelijke beursontwikkeling. Conclusie: journalisten beschrijven de ontwikkeling op de beurs negatiever dan hij in werkelijkheid was en lezers hebben een negatiever beeld van de ontwikkeling van de AEX dan deze in werkelijkheid was. Ziehier ons chagrijn.

De eerste verklaring voor dit fenomeen geeft Gregg Easterbrook in The Progress Paradox. Hij introduceert de progress paradox.

Easterbrook stelt vast dat wij geloven in vooruitgang. Daarom maken wij plannen en ondernemen wij allerlei acties. Maar tegelijk roepen we dat vroeger alles beter was (het onderwijs, de economie, het weer). Dat zou dus achteruitgang betekenen. Hoe is dat nu te verenigen? De verklaring van Easterbrook is dat onze ontevredenheid ontstaat omdat wij de huidige stand van zaken niet afzetten tegen het verleden, maar tegen onze verwachtingen en deze verwachtingen zijn iedere keer weer torenhoog.

De volgende vraag is dan natuurlijk: waar komen deze hoge verwachtingen vandaan? Stel dat we een evaluatie uitvoeren van ons zorgstelsel in 2014. We stellen vast dat er een aantal problemen is, stellen ook vast dat de zorg vooral op nationaal niveau is geregeld en bepleiten daarom decentralisatie. We bepleiten deze decentralisatie door de voordelen van een decentraal stelsel te beschrijven (dichtbij patiënt, maatwerk, korte lijnen, etc). Vervolgens wordt deze decentralisatie ingevoerd en die blijkt na een tijdje dan tegen te vallen (willekeur, ongelijkheid, gebrek aan professionaliteit, etc). Het resultaat: chagrijn met de verzuchting dat vroeger alles beter was.

Wat is hier gebeurd? in de eerste plaats hebben we appels met peren vergeleken: centralisatie met decentralisatie. Maar dat is nog niet alles. We hebben de huidige gecentraliseerde zorgordening vergeleken met een ideale gedecentraliseerde situatie. Met andere woorden: we hebben de huidige situatie, een zure appel, vergeleken met een geïdealiseerde nieuwe situatie, een sappige peer. Wat we dan kiezen, laat zich raden: de sappige peer! Maar die blijkt na een tijdje toch wat melig en we zijn ontevreden, want we hadden op een sappige peer gerekend. De conclusie: iedereen ontevreden. De remedie: vergelijk de huidige situatie niet met een geïdealiseerde nieuwe situatie, maar met de problematische variant van de nieuwe situatie. Geef dwarskijkers veel ruimte om deze nieuwe variant te beschrijven en neem deze variant als uitgangspunt. De toekomst ziet er dan weliswaar minder rooskleurig uit, maar de verwachtingen zullen dichter bij de nieuwe realiteit liggen en de teleurstelling zal minder zijn. Het resultaat: minder veranderingen, en als er wel veranderd wordt, minder chagrijn. Maar ook… minder dromen.

Do’s:

- Beschrijf de bestaande situatie niet te negatief. Noem ook de sterke punten

- Luister goed naar tegenstanders van vernieuwingen en dwarskijkers. Neem hun sombere voorspellingen serieus en geef ze een plaats in het toekomstscenario

Don’ts:

- Zet een huidige, problematische situatie niet af tegen een geïdealiseerde, nieuwe situatie

- Bereid jezelf en anderen erop voor dat vernieuwingen vaak tegenvallen

TD&D: Pas op voor uw incompetentie! tussen_droom_en_daad
5 maart 2015 | Martijn Leijten

Managers en de organisaties waarvoor ze werken willen vaak best erkennen dat ze niet alles kunnen en dat incompetentie in hun vakgebied bestaat. Het probleem is alleen dat het voor ieder mens per definitie onmogelijk is de eigen incompetentie te herkennen.

Wie op internet gaat zoeken op ‘incompetente manager’ komt terecht in een wereld van frustratie. Het gros van de werkenden lijkt dat te moeten doen onder leiding van een incompetente persoon. Er is dan ook een lange rij websites die claimen de tien signalen van een incompetente manager te hebben weten te destilleren. Ook is de lijst lang van organisaties die bij het managen van een complexe taak de mist in gaan. Dagelijks vinden we tal van voorbeelden in de krant. Niet zelden krijgen de managers daarvan de schuld, wat waarschijnlijk niet vreemd is, omdat organisaties als geheel geen beslissingen nemen.

Veel van de voorbeelden gaan om management bashing. De publicaties op internet gaan dan eigenlijk helemaal niet over incompetente managers, maar eerder over de afzender, die kennelijk even moet ontladen. Maar laten we voor één keer in dit sentiment meegaan. Dan wordt de vraag hoe het toch kan dat professionele, doorgaans goed opgeleide mensen hun eigen vermogens zo verkeerd inschatten. Dat kan juist als de persoon of organisatie tot op zekere hoogte incompetent is. Incompetent zijn is één, maar dat ook weten is een tweede. En daar zit hem vaak het probleem.

David Dunning en Justin Kruger onderzochten het verschijnsel incompetentie en trokken een even logische als problematische conclusie. Personen en organisaties zien hun eigen incompetentie niet, juist omdat ze competentie ontberen. Het vergt een hoge mate van inzicht in de materie om te weten wat voor kennis en vaardigheden nodig zijn om een moeilijke taak te volbrengen. Maar ook om te begrijpen in welke mate die kennis en vaardigheden aanwezig zijn in de competenties van de betreffende persoon of organisatie. Zijn die competenties niet aanwezig, dan kun je ook zelf niet inschatten of je tegen een taak opgewassen bent of niet. Met andere woorden: je kunt de vraag of je over voldoende kennis en vaardigheden beschikt alleen juist beantwoorden als die kennis en vaardigheden inderdaad aanwezig zijn en niet als ze niet aanwezig zijn. Er kan dus alleen een positieve uitkomst zijn van zo’n inschatting; nooit een negatieve.

Dunning en Kruger expliciteerden hiermee een verschijnsel dat eerder ook door anderen in allerlei variaties werd geconstateerd. Volgens Darwin bijvoorbeeld, leidt onwetendheid vaker tot zelfvertrouwen dan kennis. Dergelijke constateringen betekenen dat je in feite nooit geconfronteerd kunt worden met je eigen incompetentie als je bij die inschatting altijd op jezelf vertrouwt. En dan is er bij een complexe taak dus ook nooit reden om je zorgen te maken. Immers, blind en doof zijn, betekent ‘see no evil, hear no evil’. Vaak zal je dus pas met je incompetentie worden geconfronteerd op het moment dat het met een organisatie misgaat. En dat is uiteraard te laat.

Wat is hiertegen te doen? Omdat incompetentie niet door een incompetente persoon of organisatie zelf kan worden vastgesteld, kun je vertrouwen op een extern oordeel. Een ultieme oplossing is het echter niet, want ook de externe persoon kan in zekere mate incompetent zijn zonder dat jij of hijzelf dat goed kan beoordelen. Het verzamelen van meerdere oordelen zou al beter werken. Als op een bepaald gebied iedereen incompetent is, zal niemand dat weten. Maar zoals collega Ernst ten Heuvelhof al eerder op deze plek uitlegde, is de wisdom of the crowds, groter dan die van het individu; ongeacht hun competentieniveau. Tenslotte kun je voor verbetering ook als uitgangspunt nemen dat je in bepaalde mate incompetent bent. Dan kan het altijd nog meevallen, maar omzeil je in ieder geval een teveel aan zelfvertrouwen door onwetendheid in plaats van door kennis. Of het moet zijn dat mijn competentie hier tekortschiet.

Do’s:

- Ga er vanuit dat jijzelf en de organisatie waarvan je deel uitmaakt tot op zekere hoogte incompetent zijn

- Accepteer dat bij taken waar de kans groot is dat niemand de vereiste kennis en vaardigheden kan inschatten, falen onderdeel is van competentieopbouw

Don’ts:

- Vertrouw niet op je eigen inschatting bij het vaststellen van je eigen competentie

- Denk niet dat zelfvertrouwen altijd voortkomt uit het hebben van veel kennis en vaardigheden. Het kan namelijk ook voortkomen uit onwetendheid

Bioconomie column
4 april 2013 | Pierre Pieterse

Het is nog even de vraag of het ‘leentjebuur’ is of een soort ‘cross-over’, maar steeds vaker zie je dat serieuze (management) disciplines elders te rade gaan om het eigen vakgebied te verrijken of te verdiepen. Op dit moment is alles wat te maken heeft met ‘neuro’ bijzonder ‘hot’ dus het is niet de vraag of maar wanneer er allerlei praktische boeken verschijnen die het brein terug brengen naar hapklare brokken.

Gedrag (in neuro-termen het equivalent van het reptielenbrein) is inmiddels al aardig verankerd in de wereld van management, zeg maar gerust een containerbegrip dat nog even flink is opgeschud na het magische Darwin jaar, maar op de een of andere manier is dat volstrekt logische gedrag als verklaring voor ons handelen aan economen voorbij gegaan. Misschien komt dat wel omdat economen denken dat economie zelf het allesbepalende systeem is terwijl het in feite een subsysteem is van iets veel alomvattender. Voor een milieueconoom als Herman Daly is dat het ecosysteem, voor een Zwarte Zwaan als Nassim Nicholas Taleb is dat ‘alles’, het feitelijk niet te vatten complexe systeem.

In zijn nieuwste boek Antifragile laat hij overtuigend zien dat complexe (non-lineaire) systemen beter bestand zijn tegen schokken van buitenaf dat geconstrueerde (lineaire) werkelijkheden. Even heel simpel: complexe systemen gaan uit van onvoorspelbaarheid en wapenen zich hiertegen door talloze verdedigingsmuren (weinig efficiënt, heel effectief) op te trekken, enkelvoudige systemen gaan uit van voorspelbaarheid, voor zover bekend of causaal te herleiden, en wapenen zich navenant (Taleb noemt dat ‘robuust’): heel efficiënt maar weinig effectief. Een typisch voorbeeld is Fukushima: deze kernreactor kon elke bekende (!) aardschok met speels gemak weerstaan, maar waar geen rekening mee was gehouden, was met een tsunami. Economie is een ander typisch voorbeeld: een typisch geconstrueerd (lineair) vakgebied dat per definitie oplossingen aandraagt voor de problemen van gisteren omdat het niet weet wat er morgen kan gebeuren. Pregnant voorbeeld: banken doorstaan vandaag elke stresstest van gisteren. Met andere woorden: de banken zijn nu zo ‘gekapitaliseerd’ om de problemen van gisteren te pareren, maar niet die van morgen.

Het meest typische boek is misschien wel dat van Robert Frank met de veelzeggende titel The Darwin Economy. Volgens Frank is niet Adam Smith de vader van de economie maar Charles Darwin. Want net als in de natuur zie je in de economie dat wat goed is voor het individu schadelijk is voor de groep. Smith meende dat competitie ervoor zorgt dat uiteindelijk het belang van iedereen wordt gediend, maar het is weer de natuur die dat argument weerlegt. Frank voert nu de wapiti op die een enorm gewei heeft ontwikkeld om de ‘vrouwtjes’ te verleiden. Maar helaas is dat gewei een loden last om jagers af te weren zodat de hele soort in gevaar is. De homo economicus volgt hetzelfde pad: we concurreren ons suf met elkaar om er als groep aan onderdoor te gaan. We vechten voor het relatieve eigenbelang en laten daarmee het algemeen (ieders) belang liggen zodat we uiteindelijk allemaal slechter af zijn. Ook al niet erg origineel zijn de oplossingen die Frank aandraagt, een beetje als het gewei van de wapiti: meer belasting, meer overheidsinvesteringen, meer regulering. De Keynesiaanse agenda met wat accentverschuivingen. Vrij naar Taleb: de oplossingen van gisteren waarvan het maar de vraag is of die bestand zijn tegen de uitdagingen van morgen.

Bioconomy. Een mooie duiding voor een nieuw vakgebied dat waarschijnlijk te laat geboren is om tot werkelijke wasdom te geraken. Te simpel om te overleven in de ingewikkelde jungle van de werkelijkheid.

De top 3 van Jaap van ‘t Hek geboekstaafd
22 maart 2013 | Nienke van Oeveren

Jaap van ‘t Hek startte in 1997 Organisatievragen, waarbij Leike van Oss hem een jaar later vergezelde. Tussentijds was hij enkele jaren partner bij De Roo Interim. Hij is sinds 1992 kerndocent bij Sioo en werkt het liefst met eigenwijze professionals. Welke 3 boeken zetten hem het meest aan het denken?

1 Het bureau door J.J. Voskuil
‘Dit is een van de weinige boeken die echt over organisaties gaat. Geen modellen, geen ideologie. Het bureau is gebaseerd op dagboekweergaven en blijft dus heel dicht bij hoe een organisatie voor een werknemer kan zijn. Soms lijkt een gesprek ongelooflijk geneuzel, maar in het echte leven wórdt heel veel geneuzeld! Tweede reden waarom deze serie op nummer 1 staat, is dat Voskuil laat zien hoe de professie, net als de maatschappij, zich door de jaren heen ontwikkelt. Het flesje melk bij de lunch worden pakken melk, opvattingen over leidinggeven en de verhouding privé en werk verschuiven.’

2 De Zwarte Zwaan door Nassim Nicholas Taleb
‘Ook geen modellen in De zwarte zwaan. Veel modellen gaan uit van een gemiddelde en laten uitschieters weg, zodat ze weer kloppen. Maar uitschieters maken het verschil! Denk maar aan de tsunami in Japan of de aanslagen op 11 september 2001. Hoewel we veel meer níet dan wel weten en het onwaarschijnlijke van invloed is, baseren we onze plannen op wat we wél weten. Dit denken komt trouwens ook terug in ons boek Ondertussen in de organisatie. Als er iets onwaarschijnlijks gebeurt, gaan we vliegtuigen beter beveiligen, in plaats van ons te realiseren dat mensen de creativiteit hebben om een heel nieuw soort aanval uit te voeren…’

3 Plezier beleven aan taaie vraagstukken door Hans Vermaak
‘Tot slot nog een echt studieboek, met talloze mooie een leuke modellen. Hans Vermaak beschrijft verschillende soorten taaie vraagstukken; vraagstukken in complexe omgevingen, die je niet op de gebruikelijke manier oplost. Een rijk gedachtegoed, op een prettige, eigenzinnige manier geschreven. Om routines te doorbreken die in de weg zitten, moeten we speelsheid gebruiken, vindt Vermaak.’

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden