Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Redactioneel - Kwestie van perspectief column
31 januari 2017 | Pierre Pieterse

Benader de wereld vanuit een ander perspectief en je krijgt een totaal andere geschiedenis. De zijderoutes van Peter Frankopan is daarvan een recent voorbeeld.

Niet Europa staat in het brandpunt, maar de ‘rug van Azië’ waarover de belangrijkste handelsroutes lopen. Opeens is de Ottomaanse wereldkaart relevanter dan de traditionele wereldkaarten waar Europa het startpunt is. En belangrijker: Europa, met in zijn kielzog de VS, wordt gedegradeerd tot continent dat zich opwerkt van barbaarse uithoek, via een verzameling van ongekende roofstaten tot een afstervend aanhangsel van een machtig Azië. Historisch niet allemaal even verantwoord, maar wel verfrissend.

In de managementliteratuur is wisseling van perspectief ook al geruime tijd gemeengoed, alleen heet het dan ‘interdisciplinair’ of ‘out of the box’. Of heel speels ‘omdenken’. Maar leuker en informatiever zijn de boeken van experts uit andere disciplines die management op de een of andere manier als uitgangspunt nemen.

Een fraai voorbeeld is sociaalpsycholoog Bram Buunk. Wars van management schreef hij het toch voor managers zeer relevante Oerdriften op de werkvloer. Sindsdien weten we dat je roddelen moet omarmen, en niet uitbannen zoals managers proberen. De roddel is het cement dat groepen bijeen houdt. Roddelen maakt het dus mogelijk dat mensen in organisaties kunnen functioneren! Sindsdien weten we ook dat de selectiemethoden van personeelspsychologen zelden deugen. Ga dus maar gewoon af op je intuïtie (al betwijfelen ‘experts’ als Kahneman - Ons feilbare denken - en recent Nisbett in Denkkracht het waarheidsgehalte van intuïtie). Kijk, daar heb je als manager wat aan! Of neem de doorlopende discussie over vrouwenquota op topposities: veel vrouwen willen helemaal geen carrière maken, ze willen de concurrentiestrijd niet aan om de top te bereiken. Er zijn gewoon biologische verschillen. Mannen willen andere dingen dan vrouwen die we nu evolutionair kunnen verklaren. (Een stelling die wordt beaamd door Marieke Stellinga in haar Mythe van het glazen plafond).

Naast gedrag is neuro een mooi voorbeeld. Tot voor kort alleen interessant voor chirurgen en een paar marketeers, maar nu ook voor managers van belang. Van ‘Vijfde Revolutie’ tot managementcarpaccio. In 2010 zegt ‘revolutionair’ Lone Frank dat de ontwikkelingen in de neurologie mogelijk hebben gemaakt om te weten wat mensen echt denken. Managers krijgen dus inzicht in wat werknemers echt vinden, en dat vergemakkelijkt verandertrajecten, omdat je gerichter kunt communiceren, of belonen.

Een nieuw fenomeen is de expert die uit zijn comfortzone stapt en zich een meer ‘wereldse’ rol aanmeet. Zo leert neuro-professor Victor Lamme in de rol van ‘kosmopoliet’ ons dat het stapelen van drijfveren wel eens een recept voor ‘winnen’ kan zijn. Van verkiezingen (Trump) maar ook van klanten. Lamme onderscheidt drie krachtige drijfveren: hebzucht, angst en kuddegedrag. Als je deze op de juiste manier weet te bespelen, is succes gegarandeerd. Vanuit dezelfde rol plaatst Lamme vraagtekens bij zaken die op het eerste gezicht goed lijken. Zoals transparantie: een goed idee maar een met bijwerkingen. Het gaat namelijk bergafwaarts met vertrouwen, een ander goed idee, als transparantie toeneemt. We hebben namelijk de neiging om altijd te focussen op de dingen die niet goed gaan en op negatieve informatie, zegt Lamme in Waarom.

Voor wie straks een nieuwe bril overweegt, is er een met multi-perspectieve glazen minimaal te overwegen.


Overtuigen via onzekerheid column
10 november 2016 | Ger Post

Een onderzoek suggereert dat niet-experts en experts op verschillende manieren overtuigen. Terwijl niet-experts het meeste overtuigen als ze vertellen hoe zeker ze zijn van hun zaak, kunnen experts juist beter hun onzekerheden tonen.

De Amerikaanse presidentskandidaten volgden de aloude les: als je iemand wilt overtuigen, moet je dat met stelligheid doen. Als degene die overtuigt niet zeker van zijn zaak is, waarom zouden anderen hem of haar dan volgen?

Daarom benadrukte Donald Trump regelmatig hoe zeker hij was dat hij zijn wilde plannen zou uitvoeren, van de Verenigde Staten geweldig maken tot Mexicanen een muur laten bouwen waar ze zelf niet overheen kunnen klimmen. Zijn verkiezing tot president lijkt de ultieme bevestiging dat je je onzekerheden beter maar zover mogelijk weg kunt drukken als je iemand probeert te overtuigen.

Toch is dit niet het hele verhaal. Er zijn ook mensen die weten te overtuigen dankzij het uitspreken van hun twijfels. De manier waarop sommige filosofen een idee uiteenzetten – met het secuur afwegen van alle onzekerheden, consequenties en voor- én nadelen – overtuigt ook. Zij weten te overtuigen ondanks het uiten van onzekerheden.

Volgens een onderzoek in de Journal of Consumer Research zou het wel eens zo kunnen zijn dat deze filosofen overtuigen dankzij hun onzekerheden. Uit een drietal experimenten blijkt dat niet-experts vaak meer overtuigend overkomen als ze vertellen hoe zeker ze zijn van hun aanbevelingen, terwijl experts juist meer overtuigen als ze toegeven dat ze ergens onzeker van zijn.

In een experiment kregen proefpersonen bijvoorbeeld een review te lezen over het fictieve Italiaanse restaurant La Scarola. De onderzoekers manipuleerden de review op twee manieren: de expertise van de reviewer (ze schreven dat hij een bekende criticus was in een krant of dat hij een netwerkbeheerder was op een middelbare school) en de stelligheid van de reviewer. Zo kreeg de helft van de proefpersonen te lezen (in de grote zekerheid-conditie): ‘Aangezien ik daar een diner heb gegeten, kan ik met zekerheid La Scarola 4 van de 5 sterren geven.’ De andere helft (in de lage zekerheid-conditie) las: ‘Aangezien ik daar maar een keer heb gegeten, ben ik niet zeker van mijn mening, maar ik denk dat ik La Scarola 4 sterren zou geven.’

Terwijl de review van de netwerkbeheerder overtuigender was als hij benadrukte hoe zeker hij was van zijn aanbeveling, was het omgekeerde het geval bij de ervaren criticus. Volgens de onderzoekers ligt de verklaring hiervoor bij de verwachtingen die mensen hebben. Bronnen met lage expertise schenden de verwachtingen van hun publiek wanneer ze zekerheid uitspreken (en stimuleren daarmee betrokkenheid en uiteindelijk overtuiging). Andersom geldt het voor bronnen die bekend staan als het hebben van veel expertise: zij gaan juist tegen de verwachtingen in als ze hun onzekerheid tonen, waarmee ze de aandacht grijpen van hun publiek en uiteindelijk overtuigen.


Richard Nisbett: ‘Vermijd het sollicitatiegesprek’ interview
7 november 2016 | Jeroen Ansink

Ons denkvermogen is onvoldoende meegegroeid met de eisen van het informatietijdperk, stelt University of Michigan-psycholoog Richard Nisbett in Denkkracht. Daardoor kunnen zelfs weldenkende mensen er stompzinnige ideeën op nahouden. ‘Bepaalde vormen van domheid hebben niets met IQ te maken.’

U stelt dat het lezen van uw boek ons IQ niet zal verhogen, maar ons wel slimmer maakt. Wat bedoelt u daarmee?
Er zijn aspecten van intelligentie die niet door IQ-testen worden opgepikt. Het is erg genoeg dat massa's Republikeinen niet in klimaatverandering geloven, maar er zijn ook Democraten die er bijvoorbeeld heilig van overtuigd zijn dat vaccinaties tot autisme leiden. Dat fabeltje is de wereld ingeholpen door een charlatan die uiteindelijk zijn medische vergunning verloor, en toch blijven zelfs weldenkende mensen soms halsstarrig weigeren om hun kind te laten inenten. Dit heeft niets te maken met IQ, maar is wel een vorm van domheid.

Wat zijn de grootste lacunes in ons denkvermogen?
De meest hardnekkige is dat we onze cognitieve fouten niet onderkennen. En zelfs als we dat wel doen, weten we vaak niet hoe we daarmee om moeten gaan. Stel je bijvoorbeeld voor dat je als aankomend student moet kiezen tussen twee universiteiten. Het onderwijs is van een vergelijkbaar niveau, de campussen zijn ongeveer even ver weg, en je kent mensen aan beide instellingen. Je vrienden zijn enthousiast over universiteit X, maar over instelling Y hoor je minder goede verhalen. Je besluit om zelf een kijkje te nemen, en komt juist tot de tegenovergestelde conclusie. De professoren en studenten die je ontmoet op campus X zijn saai en nors, terwijl ze op campus Y een oprechte belangstelling in je tonen. Naar welke universiteit zou je voorkeur uit moeten gaan? Mensen die geen statistiek hebben gevolgd zouden campus Y adviseren. Per slot van rekening kies je een alma mater waar je je zelf goed bij voelt, ongeacht wat je vrienden vinden. Ze zien daarbij echter over het hoofd dat een bezoek van één dag geen representatieve steekproef vormt. Het zou kunnen dat je op campus X net de verkeerde hoogleraar tegen het lijf bent gelopen, of dat de studenten van slag zijn omdat hun sportteam de dag ervoor heeft verloren. Je vrienden kunnen daarentegen buigen op honderden dagen van ervaring, waardoor ze een veel genuanceerder oordeel kunnen vellen. Het dagelijkse leven zit vol met dit soort statistische misverstanden. We beseffen doorgaans niet hoeveel fouten er in onze observaties sluipen.

Waar komt dat door?
De intellectuele druk die de maatschappij op ons legt is sneller toegenomen dan ons aanpassingsvermogen het heeft kunnen bijhouden. Aan het begin van de Industriële Revolutie was het vaak nog voldoende als je kon lezen en schrijven, en eventueel de beginselen van de logica onder de knie had. Maar in het informatietijdperk is daar een hele rits aan cognitieve vereisten bijgekomen, zoals het vermogen tot abstract denken en kansberekenen, hoe je data moet verzamelen en analyseren, en misschien belangrijker nog, hoe je patronen die er níet zijn dient te vermijden. Daarvoor heb je een heel nieuw assortiment aan denkgereedschap nodig, zelfs al ben je geen kenniswerker.

Een herkenbaar dilemma dat u aanstipt is dat van het solliciatiegesprek. Kandidaat 1 heeft de meeste ervaring en de beste geloofsbrieven, maar kandidaat 2 komt slimmer over en is energieker. Wie kies je?
Een sollicitatie is bij uitstek een voorbeeld van hoe je waarnemingsvermogen je in de luren kan leggen. Hoe positief of negatief een gesprek ook aanvoelt, er blijkt nauwelijks een correlatie tussen hoe je iemand beoordeelt en hoe die persoon uiteindelijk zal functioneren. Dat betekent dat je nooit een sollicitatiegesprek moet voeren, tenzij je over geen enkele informatie over je kandidaat beschikt. Maar meestal is er sprake van een uitgebreid cv met diploma's, aantoonbare prestaties en referenties, waardoor je altijd moet kiezen voor de beste kandidaat op papier. Daarmee is niet gezegd dat het makkelijk is om naar dit advies te leven. Ik kan je precies zeggen waarom een sollicitatie in jouw geval een complete tijdsverspilling is, maar als ik zélf een kandidaat interview, dan weet ik aan het eind van het gesprek precies wat voor vlees ik in de kuip heb, haha. Waarmee ik alleen maar wil aangeven dat ik net zo feilbaar ben als ieder ander mens.

U betrapt zichzelf ook op dit soort fouten?
Aan de lopende band. Ik kan me nog herinneren dat ik als twintiger tien dagen in Londen doorbracht. Het was een prachtig bezoek met elke dag een hemelsblauwe lucht, en ik vertrok met het idee dat Engelsen toch maar zeurpieten waren om altijd over het weer te klagen. Pas toen ik twintig jaar later voor eenzelfde periode in de stad moest zijn begon ik te begrijpen wat ze bedoelden.

Dat klinkt niet erg bemoedigend.
Het besef van je cognitieve tekortkomingen is niet genoeg. Je moet ook de discipline hebben om je gevoel opzij te zetten. Dat is hoe ik destijds de overstap van Yale naar de University of Michigan heb kunnen maken. Alles wat ik over deze universiteit had gehoord was positief. Aan mijn aanstelling ging echter een sollicitatiegesprek vooraf dat verschrikkelijk uitpakte. De minst interessante figuur van de faculteit nam al mijn tijd in beslag, en zijn collega bleef maar doorzeveren over honkbal. Maar omdat ik had voorgenomen om me door niets of niemand te laten beïnvloeden, nam ik de baan toch aan, al was het met lood in de schoenen. Achteraf bleek dat een uitstekende beslissing. De doodsaaie collega liet zich gemakkelijk vermijden, en ik heb met geen mens meer over honkbal hoeven praten.

U geeft een honderdtal ideeën om tot een beter denkvermogen te komen. Welke tip is het nuttigst?
Als ik afga op de reacties van lezers is dat het concept van verzonken kosten. Dat komt erop neer dat je een hopeloos project moet laten vallen, ook al heb je er nog zoveel in geïnvesteerd. Dit denken als een boekhouder komt voor niet-economen vaak als een eureka-moment. Maar waarom zou je een slechte film afkijken als je je geld toch al kwijt bent?


Ontstapelen column
31 oktober 2016 | Pierre Pieterse

De ´O´ zit in de maand, en dat betekent oogsttijd. Na de appels en de peren nu de boeken. Kennelijk is er veel uitgezet in het voorjaar, want de stapels stapelen zich letterlijk op. Bij wijze van ‘ontstapelen’ vis ik er een paar uit de stapel.

Voor wie Ons feilbare denken van Daniel Kahneman heeft gemist, of te academisch vond, is er Denkkracht van Richard Nisbett en Uit onbetrouwbare bron van Daniel Levitin. Denkracht gaat over keuzes maken, over redeneren, over intuïtie, maar belangrijker nog: over (oosterse) dialectica, als tegenhanger van de westerse logica. In essentie bestaat dit oosters redeneren uit een holistisch perspectief op de wereld (context, situationele factoren, onderlinge relaties), resulterend in een aantal principes (verandering, contradictie). Levitin benadert het zelfde onderwerp van de andere kant: hoe onderscheid je feit en fictie? Hoe herken je onjuiste informatie? Wanneer is er misbruik gemaakt van statistiek, van psychologie, of van de logica?

Op en top Hollands is het verrassende Verslaafd aan organiseren van Tjip de Jong. Organisaties, zo zegt De Jong, zijn verslaafd aan zinloze routines. Telkens een nieuwe visie ontwikkelen die niet verder komt dan de bureaulade, het jaarlijkse beoordelingscircus waar niets mee gebeurt, ambities formuleren die uiteindelijk niet meer blijken dan holle frasen. Sluipmoordenaars noemt De Jong ze, die noodzakelijke verandering zelfs tegenhouden. Lees vooral ons interview met de auteur verderop in dit nummer. Met een prachtige observatie over dienend leiderschap, zo’n prachtig begrip uit de categorie holle frasen: ‘Op papier staat het prachtig. Het doet het overigens vaak ook goed bij managers en bestuurders. Maar in de praktijk snap ik eigenlijk niet zo goed wat het is. Dienend leiderschap is een rookgordijn om de werkelijke hang naar macht en invloed van de gevestigde orde te maskeren.’

Ook Hollands maar dan in het Engels is het gewichtige Reconsidering Change Management van de Ten Have-broeders. Veel veranderinitiatieven mislukken omdat interventies gepleegd worden op basis van aannames die nergens onderbouwd zijn. Dit boek poneert 18 van deze aannames (stellingen, gedestilleerd uit de top 100 meest verkochte managementboeken) en onderzoekt of het eigenlijk wel klopt wat er wordt beweerd. Doorgaans niet echt. Zoals de stelling dat ‘70 procent van alle veranderingen mislukt’. Onzin, hangt helemaal af van het type verandering. Waarom dan toch dit mantra? ‘Het blijven herhalen en benadrukken van de stelling lijkt een coping mechanisme voor managers die de verantwoordelijkheid voor een organisatieverandering dragen. Het is een negatief ingestoken winstwaarschuwing die vooraf mogelijk falen, maar ook de inzet van consultants, kan legitimeren.’

Van geheel ander kaliber is Hoe moeilijk kan het zijn?. In 76 columns van 2 pagina’s illustreert Jasper van Kuijk wonderlijke denkfouten in wat zo fraai design heet. Over design gesproken: design is het commerciële antwoord op commodization, op producten die niet van elkaar zijn te onderscheiden. Styling wordt dan vaak een geforceerd onderscheidende factor. Een lepel met ronde steel, prachtig maar lastig in het gebruik. Een gladde kraanknop die met natte hand niet is dicht te draaien. Of een opzettelijk (en wat flauw) verdraaid omslag dat onderhavig boek siert.

En vol al weer, geeneens ruimte om het alleraardigste kleinood Voorbij het meetbare van Margareth Heffernan een verdiend zetje te geven.


De replicatiecrisis in de psychologie nieuws
18 oktober 2016 | Ger Post

Het vakgebied psychologie zit in een replicatiecrisis. Een wijdverbreid onbegrip van het gebruik van statistische methodes zou hieraan ten grondslag liggen.

‘Geloof niet alles wat je leest in de psychologie literatuur. Twee derde ervan zou je zelfs niet moeten vertrouwen,’ schreef Nature een jaar geleden. Deze harde woorden tekenden de replicatiecrisis: de resultaten uit een groot deel van de experimenten werden niet gerepliceerd in grote, nauwkeurig opgezette vervolgexperimenten.

Onder andere een aantal opmerkelijke resultaten (die vaak leiden tot markante psychologische theorieën) zijn aan het wankelen gebracht. Dat mensen betere beslissingen nemen nadat ze zijn afgeleid (het slimme onbewuste) werd begin vorig jaar niet gevonden in een grote studie. En mensen die werden blootgesteld aan ‘gepensioneerd’ en ‘gerimpeld’ gingen niet langzamer lopen, zoals in de klassieke studie naar dit social priming effect. Andere psychologische fenomenen waarover vragen zijn gerezen na replicatiestudies zijn ‘ego depletie’ en het idee dat ‘brain games’ iemand slimmer maken.

Een goed artikel dat de replicatie crisis van binnenuit beschrijft en uitlegt, verscheen onlangs. Het beschrijft de ongemakkelijke praktijk van psychologen die soms geen idee hebben waarom ze een bepaalde statistische methode moeten gebruiken en die zich volledig blind staren op het halen van een bepaalde waarde die een publicatie oplevert.

Overigens is dat niet uniek voor psychologie, zo suggereert een citaat van statisticus T.D. Sterling. ‘Het zou oneerlijk zijn om af te sluiten met de impressie dat de malversaties die ik heb besproken alleen in de psychologie voorkomen. Een paar minuten grasduinen door de experimentele wetenschappelijke tijdschriften in biologie, chemie, geneeskunde, fysiologie of sociologie leert dat dezelfde praktijken wijdverspreid zijn over andere wetenschappen.’

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden