Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
De gevolgen van dertig jaar marktwerking nieuws
5 april 2018 | Bertrand Weegenaar

Nederlandse burgers zijn slachtoffer van een macro-economische trend die in de jaren zeventig is ingezet en na de jaren tachtig tot grote wasdom is gekomen: het overhevelen van publieke taken van de overheid naar de markt, op advies van de neoliberale econoom Milton Friedman.

Na de acceptatie in Amerika en Engeland namen Nederlandse kabinetten onder Lubbers, Kok, Balkenende en Rutte deze principes over. In de vervoerssector, de zorg, de post, de energiesector en het onderwijs werd gezocht naar de overname van overheidstaken die het verkleinen van de overheid tot doel had. De uitvoering van deze taken door (commerciële) marktpartijen zouden de kosten omlaag moeten brengen of de kwaliteit moeten verbeteren. (En de kosten van de belastingbetaler omlaag brengen.)

Na dertig jaar zijn de positief geformuleerde doelstellingen nauwelijks gehaald. Na zeven jaar diepgaand onderzoek heeft Sander Heijne zijn ervaringen en kennis vastgelegd in Er zijn nog 17 miljoen wachtenden voor u dat is uitgegeven bij De Correspondent. Het heeft rafelige randjes die marktwerking. De gevolgen ondervinden we regelmatig bijvoorbeeld als reiziger op het spoor, als verstuurder van brieven en pakjes, als de patiënt in de zorg en als ouder bij de bekostiging van kinderopvang.

Heijne analyseert in transparante hoofdstukken de effecten van de marktwerking in diverse sectoren. Soms ging dat goed. Heel vaak niet. Diverse kabinetten hebben stukken van de publieke overheidstaken overgeheveld naar de markt. Via ingewikkeld eigendoms- of wetgevingsconstructies proberen landelijke en provinciale overheden grip te houden. In deze uitvoering (contracten, wet- en regelgeving en toezicht) kan het soms behoorlijk misgaan. Zie het debacle met de Fyra, de uitdijende zorgkosten en de neergang van PostNL.

Heijne gaat veel verder dan de vinger op de gevoelige plek leggen. Marktwerking kan, maar vaal niet. De voorwaarden waar volgens Heijne aan voldaan moet worden om een geslaagde marktwerking te krijgen:

- het ondernemersbelang botst niet met het publieke belang;
- de afnemer betaalt voor zijn eigen consumptie;
- zowel aanbieders als afnemers moeten keuzevrijheid hebben;
- wacht met marktwerking tot het internationale speelveld gelijk is.

Als aan al deze voorwaarden voldaan is, is privatiseren een goede keuze.

Is het enige wat wij als burger kunnen doen, het beleid met onze stem afkeuren? Heijne komt met een aantal opties. Online actie voeren is een optie. Het aanspreken van de verantwoordelijken zoals Hugo Borst in de ouderenzorg heeft gedaan en de petitie die daaruit volgde heeft effect gehad. Het organiseren van basisschoolleerkrachten in een nieuwe vakbond via sociale media, heeft geleid tot stakingen en druk op het huidige kabinet om de salarissen te verhogen en de werkdruk te verlagen. Deze vormen van activisme zullen de komende jaren vaker voorkomen.

De Correspondent begint uit te groeien tot een kritische uitgever die verder gaat dan nieuwsartikelen op haar website. Er worden diverse maatschappelijk belangrijke thema’s in dossiers gevolgd. Met jonge en kritische onderzoeksjournalisten als Rutger Bregman, Maurits Martijn en Ernst-Jan Pfauth bereikt ze een jong publiek dat afgehaakt was op de oude media.

(Leesbare en actuele titels zijn Je hebt wél iets te verbergen (over digitale privacy) en Gratis geld voor iedereen.)

Maurits Martijn: ‘Privacy is de smeerolie van een gezonde democratie’ interview
19 april 2017 | Paul Groothengel

Met hun slimme algoritmes en datagestuurde informatie duwen overheden en bedrijven ons in een bepaalde richting, zonder dat wij dat doorhebben. Ons privacyprobleem is veel groter dan gedacht, gevangen als we zitten in een ‘web van onzichtbaar prikkeldraad’. Aldus Maurits Martijn, journalist van De Correspondent. Met collega Dimitri Tokmetzis schreef hij Je hebt wél iets te verbergen, over het levensbelang van privacy.

Veel mensen vinden het prima dat de overheid, en bijvoorbeeld de AIVD, online met hen meekijken. Ze hebben immers niets te verbergen. Maar volgens jullie dus wel?
Veel burgers redeneren inderdaad: ik heb niets te verbergen, dus ik heb niets te vrezen. Ik ben immers geen terrorist, crimineel of pedofiel; de AIVD, de Belastingdienst, Google en Facebook mogen alles van mij weten. Maar dan vergeten ze hoe essentieel het belang van privacy voor hen is. Privacy kan je zien als de smeerolie van een gezonde democratie en een voorwaarde voor een functionerende rechtsstaat. Een cruciale waarde als vrijheid van meningsuiting komt in het geding als je geen privacy hebt, als er voortdurend over je schouder wordt meegekeken. We hebben overigens wel gemerkt dat dat nog best lastig is te bewijzen.

Jullie beschrijven bijvoorbeeld hoe bedrijven cookies plaatsen zodra je een website hebt bezocht. Dat ze dat doen, is toch allang bekend?
Natuurlijk, maar niet dat het er zoveel zijn en dat ze er zoveel mee doen. Surf je voor het laatste nieuws naar nu.nl, dan krijg je ongezien te maken met 44 trackers! De partijen die daarachter zitten verkopen die informatie deels weer vrolijk door aan andere partijen. Een van hun doelen is om argeloze websitebezoekers zo effectief mogelijk de juiste online advertenties voor te kunnen schotelen. En dat is big business: in 2015 werd er wereldwijd voor het eerst meer aan webadvertenties besteed dan aan tv-reclames, namelijk 125 miljard euro. We worden dus continu online gestalkt door onbekende partijen die van alles van ons willen weten. Ze begluren en analyseren ons gedrag, maar wij zien hen niet.

Maar we geven toch altijd zelf, na de algemene voorwaarden te hebben gelezen, toestemming als we bijvoorbeeld een nieuwe app installeren?
Ja, maar lees jij die privacyvoorwaarden? Vrijwel niemand doet dat. Te lang, te saai, te ingewikkeld. Amerikaanse onderzoekers berekenden al in 2008 dat het de gemiddelde Amerikaan vijf volle werkweken per jaar zou kosten als hij alle privacyvoorwaarden helemaal zou lezen. Ter illustratie: de volledige algemene voorwaarden van PayPal zijn langer dan de complete Hamlet van Shakespeare!

Jullie beschrijven de gevolgen hiervan met het voorbeeld van een app van de Bijenkorf.
Die keus was vrij willekeurig hoor, we hadden net zo goed een ander bekend bedrijf kunnen nemen. We wilden deze app toetsen op de aanwezigheid van cookies. Voordat de installatie van zo’n app van start ging, vroeg Googles appwinkel ons eerst of we de app toestemming wilden verlenen voor een aantal zaken. Dat ging best ver: de app vroeg toestemming om gegevens op onze geheugenkaart te schrijven; vroeg toegang tot camera en geheugenkaart; vroeg om onze gps-locatie; vroeg toestemming om onze agenda te kunnen lezen en te wijzigen; en vroeg, last but not least, ook toestemming om mails te sturen aan mensen die in onze agenda staan. Die vragen stonden dus in de voorwaarden, die vrijwel niemand leest. Nadat we online een tas hadden gekocht via deze Bijenkorf-app, werd onze smartfoon direct besprongen door zeker achttien onlineadvertentiebedrijven die allerlei data naar hun server sturen, over wie wij zijn, waar we zitten, welke app en wat voor hardware we gebruiken, et cetera.

Soms gaat het er veel onvriendelijk aan toe: zo krijgen bedrijven steeds meer last van cybercriminelen. Wat zijn de grootste gevaren?
Die zijn legio. Neem cripto- of ransomware. Hierbij encripten criminelen data op jouw harde schijf waar zij op zich niets aan hebben, maar die voor jouw bedrijf wel essentieel zijn. Pas nadat je hen geld betaalt, geven ze je via een sleutel weer toegang tot die data. Pure chantage dus. Probleem is dat ze data stelen die ogenschijnlijk niet interessant zijn voor de buitenwereld, en die daarom niet sterk beveiligd zijn. Een oplossing hiervoor? Zorg continu voor veilig versleutelde, realtime data-backups op verschillende plekken, zodat je er zelf altijd weer bij kan. En leer je medewerkers dat ze nooit een document openen dat als attachment is bijgevoegd in een mail van iemand die ze niet kennen.

Wat vind je nou het grootste privacy-probleem?
Volgens de Russische technologiedenker Evgeny Morozov is ons echte privacy-probleem dat overheden en bedrijven data gebruiken om ons in een bepaalde richting te duwen, zonder dat wij dat doorhebben. Hun algoritmes en datagestuurde informatie bepalen onze keuzes in ondermeer winkels of in het stemhokje, zoals prikkeldraad onze bewegingsvrijheid bepaalt. Dit ‘onzichtbare prikkeldraad’ is het echte, grote probleem.

Wat kan je als consument zelf doen om je privacy te verbeteren?
Je kunt mails versleutelen voor je ze verstuurt. Je kunt overstappen van WhatsApp naar Signal, dat is veel veiliger. Je kunt een ad blocker en een wachtwoordmanager installeren en je gegevens opvragen bij de Belastingdienst. En een klassieker: maak in een openbare ruimte nooit gebruik van een publiek wifi-netwerk, dat is zeer onveilig.

De teneur in jullie boek is niet erg optimistisch...
Dat klopt. Steeds meer mensen weten hoe ver de invloed reikt van bedrijven als Google en Facebook. De privacyparadox is dat mensen dit wel degelijk een belangrijk onderwerp vinden; dat merken we bijvoorbeeld aan de enorme hoeveelheid reacties op ons boek. Maar tegelijk ruilen we in onze rol van consument onze privacy heel makkelijk in voor gemak en goedkope diensten. Ik zie een soort berusting ontstaan bij mensen: we weten het wel, maar we kunnen er toch niets aan doen. Dat vind ik een somber stemmend beeld. Maar het goede nieuws is dat het onderwerp wel steeds meer leeft. Wij worden naar aanleiding van dit boek overal voor lezingen gevraagd: bij topambtenaren, bedrijven, tot aan scholengemeenschappen aan toe. Verbetering begint bij een betere bewustwording.

Vrijheid en persoonsbescherming in het post-Snowden tijdperk nieuws
8 maart 2017 | Bertrand Weegenaar

Op de VPRO kun je Citizenfour terugkijken, de indringende documentaire van Laura Poitras die in 2015 de Oscar voor Beste Documentaire in de wacht sleepte. Het is een portret van de man die met gevaar voor eigen vrijheid materiaal bij de NSA meenam en aan de wereld toonde: Edward Snowden.

Hij gebruikte onderzoeksjournalisten als spreekbuis. Opgesloten in een hotelkamer in Hong Kong komt het, vaak technische, verhaal naar buiten. Als hij akkoord gaat met het onthullen van zijn identiteit, breekt een moeilijke tijd aan waarin Snowden’s familie en geliefden (die van niets wisten) onderwerp van onderzoek en aanklachten worden.

Auteurs Maurits Martijn en Dimitri Tokmetzis zijn als onderzoeksjournalisten verbonden aan De Correspondent. In hun eveneens onthutsende Je hebt wél iets te verbergen. Over het levensbelang van privacy doen ze een boekje over hoe gegevens verzamelen werkt. Hoe kwetsbaar we zijn. Wat onze data waard zijn en hoe makkelijk dit verzameld wordt. Wat de machtsmogelijkheden zijn van een overheid en bedrijven om met onze gegevens te kunnen. Hacken van camera’s, smartphones, smart tv’s, laptops, thermometers, het is voor de specialist (en bedrijven) een fluitje van een cent. De consequenties kunnen enorm, soms zelfs Kafkaiaans zijn.

De auteurs hebben een keur van specialisten, onderzoekers en wetenschappers geraadpleegd. Ze kijken naar de rol van internationale data verzamelaars, NSA, Google en Facebook. Maar ook naar de Belastingdienst dat grote dataverzamelingen aanlegt om makkelijker en efficiënter onderzoek te kunnen doen. Zo luidt het argument tenminste.

Ze kijken ook naar ons eigen gedrag. Ja, wij kiezen voor simpele (of geen) wachtwoorden. Al die Internet of Things dingen zijn fantastisch. De consequenties zien we beperkt. Zelfs een verzameling van metadata kan een gedetailleerd beeld geven van iemands dagelijkse doen en laten.

En er worden fouten gemaakt. Identiteitsgegevens worden (al dan niet per ongeluk) verwisseld. Er worden koppelingsfouten (‘datafouten’) gemaakt. Maar nog vervelender: belanden in verkeerde handen. Inmiddels ligt er over ons land een deken van gegevens verzamelende apparaten en applicaties om die verzamelde gegevens uit te wisselen en te koppelen met andere bronnen.

De titel van het boek gaat direct in op het belangrijkste argumenten van de critici in de privacydiscussie. Als je toch niets te verbergen hebt, is er toch niets aan de hand. Allereerst is dit omgekeerde bewijslast. In een democratie geldt dat we onschuldig zijn totdat het tegendeel bewezen is. Een grondrecht. Een tweede argument is dat de machtsverhouding erg scheef is.

Als afsluiting analyseren de auteurs de mogelijkheden om het thema, de gevaren die er zijn voor onze privacy, voor het voetlicht te krijgen. Ze gebruiken daarbij het playbook van de klimaatveranderaars. Ook dat was een moeilijk te ‘verkopen’ thema aan de burger én de politiek. Maar het is gelukt en milieumaatregelen zijn internationaal afgesproken.
Het kan dus. En is nodig ook.

(De inhoud en omvang van al het materiaal van Snowden is de afgelopen jaren langzaam duidelijk geworden. Details zijn te lezen in onder andere De Snowden Files.)

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden