Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Harold Stolovitch en Erica Keeps: ‘Motivatie is de sleutel tot succesvol leren’ interview
1 januari 2010 | Annegreet van Bergen

Vertellen is nog geen trainen is een boek dat meer doet dan alleen een verhaal vertellen, want volgens Harold Stolovitch en Erica Keeps is alleen kennisoverdracht onvoldoende om mensen iets te leren. Die boodschap zien we terug in de vorm van hun boek.

Of in de Nederlandse titel ook ‘slang’ is verwerkt, willen Harold Stolovitch en Erica Keeps weten. De oorspronkelijke titel van het door hen geschreven boek luidt ‘Telling ain’t training’. Aanvankelijk vond de Amerikaanse uitgever het niet gepast het grammaticaal niet helemaal correcte ‘ain’t’ op de cover te zetten. Maar op aandringen van de auteurs heeft hij het toch gehandhaafd. Het heeft waarschijnlijk alleen maar bijgedragen aan het succes van het boek in Amerika. De titel van de Nederlandse vertaling luidt ‘Vertellen is nog geen trainen’. Geen ‘slang’ dus. Maar de auteurs kunnen gerust zijn: ook de taalkundig volkomen correcte Nederlandse titel verwoordt de boodschap van het boek loepzuiver.

Maar ook het boek zelf doet door zijn vorm recht aan de boodschap. Dat is bijzonder en het is knap. Want wat is er nou meer een kwestie van vertellen dan het schrijven van een boek? Stolovitch en Keeps brengen in de praktijk wat zij aanbevelen, dus beperken ze zich niet tot vertellen, maar doen ze meer. Ze betrekken de lezer aan de hand van vragen, opdrachten, quizzes. Daardoor beklijft de overgedragen informatie beter.

Ze vragen de lezers bijvoorbeeld de vijf zintuigen te noemen waarmee een mens waarneemt. Vervolgens moeten de lezers schatten hoeveel informatie er via ieder zintuig binnenkomt. Een kleine steekproef leert dat de meeste mensen wel in staat zijn de verschillende zintuigen in volgorde van belangrijkheid te rangschikken. Die is: zicht, gehoor, reuk, tast en smaak. Maar hoe zit het met de respectievelijke percentages? Die zijn lastiger te schatten. Probeert u het eens, aan het eind van dit artikel vindt u de juiste antwoorden. Als u zelf eerst een gooi doet, verrassen de correcte antwoorden meer dan wanneer ze direct op een presenteerblaadje zouden worden aangereikt.

Goed of fout?

Aan het eind van ieder hoofdstuk geven Stolovitch en Keeps een samenvatting. Soms in de vorm van een lijst punten die de lezer moet onthouden. Maar vaak ook als een soort quiz. Is de volgende bewering juist of niet? Bijvoorbeeld: ‘Aangezien sommige leerlingen meer visueel zijn ingesteld en anderen meer auditief, is dat het belangrijkste aandachtspunt voor effectief leren’. Stolovitch en Keeps leggen uit dat deze bewering onjuist is. Op het waarom gaan ze uitgebreid in. Kort gezegd komt het erop neer dat uit onderzoek blijkt dat het variëren van de trainingsboodschap – zodat steeds andere zintuigen worden aangesproken – meer effect heeft dan het concentreren op het favoriete zintuig van iedere leerling.

Gevraagd naar wat het mooiste compliment is dat ze voor dit boek hebben gekregen, antwoordt Keeps: ‘Veel mensen vinden het een toegankelijk boek met aansprekende voorbeelden, zonder jargon. Er ligt wel wetenschappelijk onderzoek aan ten grondslag, maar de verwijzingen daarnaar staan achterin. Er wordt wel gezegd dat het een ‘airplane read’ is, zoals we dat in Amerika noemen. Het is geschikt om te lezen als je een lange vlucht maakt van bijvoorbeeld New York naar Los Angeles.’

Voor Stolovitch is het mooiste compliment dat een groot aantal bedrijven, waaronder giganten als IBM, dit boek als uitgangpunt zijn gaan gebruiken voor hun trainingen en instructieprogramma’s. Wie het boek heeft gelezen, kan zich dat voorstellen. ‘Vertellen is nog geen trainen’ staat niet alleen bol van interessante inzichten over hoe mensen leren, maar Stolovitch en Keeps geven ook tal van voorbeelden die je meteen kunt gebruiken in een training. De voorbeelden zijn daarnaast handig wanneer je een presentatie moet verzorgen en daarbij niet alleen maar zelf aan het woord wilt zijn, maar het publiek actief bij je verhaal wilt betrekken.

Motivatie

Op de achterflap beroept het tweetal zich op meer dan zeventig jaar gezamenlijke ervaring in het opleiden en trainen van mensen. Keeps deed vooral ervaring op bij opleidingsafdelingen van verschillende bedrijven. Stolovitch heeft een academische achtergrond en was hoogleraar aan de Universiteit van Montreal. ‘Les geven zit in mijn genen’, vertelt hij. Als jongen van zestien hielp hij vier gevluchte Hongaarse artsen hun Engels dusdanig te verbeteren dat ze in Canada hun artsexamen konden doen. ‘Ik voelde me heel wat, maar dat ze alle vier slaagden was vooral te danken aan het feit dat ze enorm gemotiveerd waren. Motivatie is de sleutel tot succesvol leren.’ Dat is nog steeds een belangrijk uitgangspunt voor Stolovitch en Keeps. Motivatie is er soms bijna van nature, zoals bij de Hongaarse artsen die in een vreemd land hun vak willen uitoefenen. Maar de instructeur kan ook helpen de motivatie van de cursisten aan te boren en die te vergroten.

Keeps ervoer dat toen zij eind jaren zeventig een training hielp ontwikkelen voor supermarktmanagers. Dit gebeurde in opdracht van een houdstermaatschappij, Allied Supermarket, die in hoog tempo supermarkten van verschillende ketens opende in 34 Amerikaanse staten. ‘Er waren enorm veel supermarktmanagers nodig. Dankzij dit programma konden we de gemiddelde opleidingstijd terugbrengen van 52 naar zes weken’, aldus Keeps. Die tijdwinst was volgens haar te danken aan het feit dat de cursisten zelf verantwoordelijk werden voor hoe zij hun opleiding aanpakten.

Het curriculum en de eisen stonden weliswaar vast, maar de cursisten mochten zelf beslissen in welke volgorde ze het programma afwerkten. Ook mochten ze zelf bepalen welke middelen (boeken, interviews, meelopen in een ‘modelsupermarkt’, de kunst bij anderen afkijken) ze wilden gebruiken. Bovendien konden ze zelf beslissen wanneer ze hun tests wilden afleggen. Als cursisten meenden dat zij een bepaald onderdeel meteen al voldoende onder de knie hadden, mochten ze al direct bij het begin van de cursus voor dat deel een test afleggen.

Dit was voor Keeps haar eerste ervaring met een ‘learner controlled instrument’: inspelen op wat de cursist al weet, zijn favoriete leerstijlen en het tempo dat bij hem past. Dit alles tegen de achtergrond van duidelijke en strenge leerdoelen. Het heeft haar kijk op opleiden ingrijpend en voor altijd veranderd.

Trainingswetten

Stolovitch en Keeps leerden elkaar kennen toen hij een presentatie bijwoonde die zij over dit nieuwe ‘learner controlled instrument’ gaf. Stolovitch: ‘Als hoogleraar had ik niet genoeg geld om haar in dienst te nemen. Daarom heb ik haar maar ten huwelijk gevraagd.’ Het zal niet de eerste keer zijn dat hij dit grapje maakt. Inmiddels is het stel 26 jaar getrouwd en vullen ze elkaar niet alleen in de liefde, maar ook in hun vakgebied aan. Ze hebben sindsdien gewerkt in zeer uiteenlopende bedrijfstakken. In de maakindustrie, de dienstensector, de zorg, de overheid. ‘Het maakt in feite niet zoveel uit,’ zegt Stolovitch. ‘Elke sector denkt uniek te zijn. Maar menselijke hersenen zijn overal hetzelfde en dat geldt ook voor de manier waarop mensen leren. Ik vergelijk het graag met het werk van architecten. Of ze nu een wolkenkrabber ontwerpen of een vogelhuisje, er zijn bepaalde algemene (natuur)wetten waar ze altijd rekening mee moeten houden. Dat geldt ook voor de manier waarop je een training of een cursus ontwerpt. Natuurlijk is het effect soms moeilijker te meten. Je kunt nu eenmaal makkelijker vaststellen of iemand goed heeft geleerd hoe hij met een hamer een spijker in een stuk hout moet slaan, dan dat je kunt meten of maatschappelijk werkers die zelfmoorden moeten voorkomen hun werk goed in de vingers hebben. Maar dat doet niets af aan de fundamenten die onder elke training horen te liggen.’

Voor elk wat wils

Een van de leukste onderdelen van ‘Vertellen is nog geen trainen’ is de lijst van 25 voorbeelden van trainingsactiviteiten die Stolovitch en Keeps geven. Daarbij slaan ze meerdere vliegen in één klap. Zoals het actief betrekken van cursisten, het vergroten van hun motivatie en het belonen van wie zich de het geleerde heeft eigengemaakt. En – last but not least – ze geven leerzame en toepasbare voorbeelden aan de lezer.

Op de vraag wat hun favoriete trainingsactiviteiten zijn, aarzelen de auteurs antwoord te geven. Ze zijn hen eigenlijk allemaal even dierbaar. Sommige zijn meer geschikt voor grote groepen, andere juist voor kleine. Weer andere passen het best bij zelfstudie, het leren van collega’s of leren in de praktijk.

De favoriet van Stolovitch is de quiz ‘Hit or myth – what is the truth?’, in het Nederlands vertaald als ‘Waar of niet waar – wat is de waarheid?’ De vraag over visueel en auditief ingestelde leerlingen is daar een voorbeeld van. Maar de quiz kan op vrijwel elk terrein worden gebruikt om cursisten te laten nadenken. Voor Keeps hoort de ‘bingo met afkortingen’ tot de favorieten. De bingo is vooral geschikt wanneer cursisten vertrouwd moeten worden gemaakt met het jargon. Alle deelnemers krijgen bij dit spel een kaart. Elke kaart is anders. De trainer trekt de definities uit een hoed en leest ze voor. Deelnemers zetten een kruis door het begrip dat past bij de definitie. De eerste cursist die vijf kruizen op een rij heeft, heeft gewonnen.

Dit soort wedstrijdelementen past helemaal in de aanpak van ‘Vertellen is nog geen trainen’. Wedstrijdjes zorgen immers voor extra motivatie en dat is volgens Stolovitch en Keeps de helft van het opleidingswerk.

Antwoorden percentage informatie per zintuig:

1. Zicht 83,0%

2. Gehoor 11,0%

3. Reuk 3,5%

4. Tast 1,5%

5. Smaak 1,0%

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden