Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Thinkers 50 awards nieuws
12 november 2013 | Bertrand Weegenaar

Waar de jeugd zich op zondag 10 november vergaapte aan de show van de MTV European Music Awards in Amsterdam, daar hielden business insiders hun hart vast voor de uitreiking van de Thinkers50 Awards in Londen op 11 november 2013.

Geen strijd tussen Lady Gaga en Kate Perry, of tussen Justin Bieber en Justin Timberlake, maar tussen Richard d’Aveni en Chris Zook, en tussen Henri Chesbrough en Kai-fu Lee.

De uitslagen. De meest invloedrijke managementdenker van de afgelopen twee jaar is Clayton Christensen. En de achtereenvolgende ‘winners of the Oscars of Management Thinking’ zijn:

Strategy Award: Rita Gunther McGrath, The End of Competitive Advantage: How to Keep Your Strategy Moving as Fast as Your Business

Leadership Award: Herminia Ibarra, Working Identity: Unconventional Strategies for Reinventing Your Career

Innovation Award: Navi Radjou, Jugaad Innovation: Think Frugal, Be Flexible, Generate Breakthrough Growth

Global Solutions Award: Don Tapscott, Macrowikinomics

Breakthrough Idea Award:The Ellen MacArthur Foundation, The Circular Economy

Future Thinker Award: Nilofer Merchant, 11 Rules for Creating Value in the #SocialEra

Best Book Award: A.G. Lafley & Roger Martin, Playing to Win: How Strategy Really Works

(Alle jurybeoordelingen, shortlist enzovoort kunt u teruglezen op Thinker50.)


Geen cent teveel nieuws
27 maart 2013 | Justin van Lopik

Westerse economieën staan steeds meer onder druk. De koopkracht van zowel overheden als particulieren krimpt alweer een paar jaar en dat zorgt voor een terugval in de vraag. De toenemende schaarste op het gebied van grondstoffen, steeds kortere productlevenscycli en een consument die zich steeds makkelijker kan informeren over prijs/kwaliteitsverhouding, zorgen er daarnaast voor dat de marges sterk onder druk staan. Kun je nog innoveren als het speelveld er zo uitziet?

Navi Radjou, Jaideep Prabhu en Simone Ahuja onderzochten succesvolle innovaties en businessmodellen in opkomende economieën als India, China en Brazilië, waar dit soort omstandigheden vaker en al langer voorkomen, en concluderen dat er daar veel lessen te leren zijn voor westerse bedrijven. Vooral als het gaat om het zo goed mogelijk bedienen van de consument - wie dat ook moge zijn. Hun boek Jugaad innovatie biedt daarmee een andere kijk op innovatie, die kansen kan bieden in een steeds competitievere markt. Navi Radjou: ‘It’s not about the next big thing, but about making the most of the last big thing’. Het gaat Radjou er daarbij om dat veel innovaties de markt nooit helemaal gepenetreerd hebben. Neem bijvoorbeeld de couveuse. De normale versie is voor honderden miljoenen mensen volledig onbereikbaar, hetzij door afstand van het ziekenhuis of domweg door de kosten (een couveuse kost 20.000 euro). Een groepje innovatieve mensen ontwikkelde een draagbare couveuse, de Embrace, tegen een fractie van die prijs.

Zeker, het ding mist allerlei toeters en bellen die een state of the art couveuse wel heeft, maar door de lage prijs kunnen miljoenen nieuwe mensen met deze innovatie bediend worden. Het voorbeeld illustreert een van de principes die het trio in hun onderzoek vaststelde: succesvolle ondernemers mikken op marktverbreding. Radjou: ‘Goed is goed genoeg.’

De 6 principes

‘Jugaad’ is Hindi voor een ingenieuze en slim geïmproviseerde oplossing. Jugaad (of ‘spaarzame’) innovatie gaat dan ook uit van schaarste, in plaats van van steeds groeiende R&D-budgetten. In de woorden van de auteurs: ‘Het is de kunst van het met lef herkennen van kansen in de lastigste omstandigheden en op een vindingrijke manier oplossingen bedenken met gebruikmaking van eenvoudige middelen. Jugaad gaat om meer doen met minder.’

Navi Radjou, Jaideep Prabhu en Simone Ahuja onderzochten bedrijven die dat op die manier doen, en kwamen tot zes kenmerken van effectieve vernieuwers:

- Zoek altijd naar mogelijkheden onder moeilijke omstandigheden

- Doe meer met minder

- Denk en handel flexibel

- Houd het eenvoudig

- Doe aan marktverbreding

- Volg je hart

Deze zes principes van Jugaad leiden volgens de auteurs tot veerkracht, spaarzaamheid, aanpasbaarheid, eenvoud, verbreding, empathie en passie, en dat zijn elementen die van belang zijn om effectief te kunnen concurreren in een steeds complexere en competitievere wereld. En, zoals eerder gezegd, dat is ook van toenemend belang in onze eigen ontwikkelde westerse economie. Neem het Chinese Haier, een fabrikant van consumptiegoederen. Haier heeft zich, door kwaliteitsapparaten te verkopen tegen lagere prijzen dan die van bijvoorbeeld Whirlpool en GE, binnen 10 jaar een plek veroverd op de Noord-Amerikaanse en Europese markt. En niet zomaar een plek. In de VS bezit Haier zo’n 60 procent van de totale markt.

Haier doet dat onder andere door sterk in te zetten op flexibiliteit, het derde jugaad principe. Dat uit zich onder meer in hun organisatiestructuur die, zoals destijds het BSO van Eckart Wintzen, bestaat uit een netwerk van 4.000 losse eenheden die zichzelf aansturen en waarin een diversiteit van functies samenkomt. (Voor meer over deze vorm van organiseren: Lees Eckart’s notes). Iedere eenheid heeft zijn eigen winstverantwoordelijkheid en opereert in grote mate autonoom. Naast de groei leidt het tot meer opmerkelijke successen. Zo kreeg de klantenservice op een dag een klacht over een verstopte afvoer bij een wasmachine, en toen een monteur ging kijken bleek dat de klant de wasmachine gebruikte om aardappelen te wassen. Veel bedrijven zouden de klant vertellen dat de machine daar niet voor bedoeld is, maar Haier koos een andere – flexibelere – benadering: ze ontwierpen een machine die naast kleding ook groenten kon wassen en brachten die op de markt. Het concept sloeg enorm aan, want er bleken miljoenen boeren te zijn die wasmachines op die manier gebruiken.

En Haier is niet de enige jugaad ondernemer die met succes concurreert tegen de gevestigde ondernemingen, Zhongxing bijvoorbeeld ontwikkelde een röntgenapparaat op basis van bestaande technologie (Houd het eenvoudig) en bracht deze voor de helft van de gangbare prijs op de Chinese markt. Philips kon hiermee niet concurreren en trok zich terug uit het segment.

De Embrace komt overigens ook naar het Westen.

Tsunami van verlopen patenten

Er gaat steeds meer geld in R&D, en daardoor worden de risico’s daarvan navenant groter. Tegelijkertijd neemt de winst die uit R&D voortvloeit gestaag af, zo betoogt het trio, en ze onderbouwen dat met cijfers. De waargenomen afname in rentabiliteit van R&D komt enerzijds door de eerder genoemde kortere levenscycli van nieuwe producten, maar ook doordat de hogere investeringen erin een groter risico veroorzaken. Als je nat gaat, dan ga je ook echt nat. De ‘natuurlijke’ reflex voor beslissers in zo’n traject is om innovatie in reactie in te kaderen in risicomanagementsystemen, waar op zich niks mis mee is, maar die de broodnodige radicale vernieuwing soms in de weg staan. De auteurs van Jugaad innovatie noemen daar pregnante voorbeelden van. De moraal van het verhaal is dat innovatie binnen onze westerse context, door allerlei oorzaken, steeds minder innovatief wordt. Daarnaast en bovendien blijkt uit onderzoek dat een nogal groot deel van de bestaande patenten in de komende 10 jaar gaan verlopen, en dat verdienmodellen dus op de schop moeten.

En R&D afdelingen zijn niet de enigen die moeten veranderen. De hoogste bonussen op de salesafdeling gaan niet naar de mensen die de beste oplossing verkopen, maar naar de mensen die de duurste oplossing verkopen.

Kortom, het kan en moet anders, en Jugaad innovatie van Navi Radjou, Jaideep Prabhu en Simone Ahuja biedt daartoe aansprekende aanknopingspunten en een stortvloed aan voorbeelden.


T-Ford nieuws
21 maart 2013 | Justin van Lopik

Mag het innovatie heten als je anno 2013 een soort T Ford op de markt brengt? Als je een koelkast ontwikkelt die werkt zonder elektriciteit of een couveuse (van € 200) die weliswaar wat minder goed werkt dan de ‘echte’ (a € 20.000), maar die dus wel betaalbaar is en daardoor beschikbaar kan zijn in afgelegen en armere gebieden?

‘Ja’, zegt Navi Radjou, auteur van Jugaad innovatie tijdens de presentatie van de Nederlandse vertaling van zijn boek en de lancering van dutchJugaad, een stichting die het gedachtegoed in Nederland gaat promoten. Radjou gaat verder dan dat: Hij vindt dat we in het westen veel kunnen en moéten leren van de manier waarop men in achterstandsgebieden (in bovenstaande gevallen India) innoveert.

Jugaad (of frugal) innovatie gaat uit van schaarste, in plaats van van steeds groeiende R&D-budgetten (die, zo toont Radjou overtuigend aan, steeds minder opleveren) en Radjou houdt ons voor dat dat bijvoorbeeld in de farmaceutische industrie gaat leiden tot problemen. Domweg investeren in R&D loont gewoon niet meer voldoende. Hij ziet lessen in de manier waarop bijvoorbeeld Tata allerlei technische hoogstandjes (denk aan ABS, airco, verstelbare stoelen) uit hun auto-ontwerp schrapte, om zo met hun Tata Nano de onderkant van de markt te kunnen bedienen. Zijn observaties vertaalde hij in een aantal principes: zoek kansen bij tegenspoed, doe meer met minder, wees flexibel, streef eenvoud na, zoek marktverbreding en volg je hart. Radjou: ‘When you don’t have resources, you need resourcefullness’. Jugaad is dus flexibel, kosteneffectief innoveren zonder al te veel middelen. Het gaat om meer waarde tegen minder kosten. Soms betekent dat dat je een product met een innovatiegeschiedenis van decennia en tientallen versies gewoon terugbrengt naar wat eigenlijk de bedoeling was: een eenvoudige auto die betaalbaar is voor de massa.


Nieuwe boeken (3): op naar de toekomst nieuws
8 maart 2013 | Hans van der Klis

Wie de kranten leest, krijgt haast het gevoel dat wij in het westen in een permanente crisis terecht zijn gekomen. Bedrijven en instellingen hebben met twee gigantische uitdagingen te maken: de gevolgen van de enorme schuldenberg voor de economie en de almaar sneller voortschrijdende technologische ontwikkelingen. Daarom als laatste artikel in de reeks over de nieuwe boeken van dit voorjaar: wie bereidt ons voor op de toekomst?

De westerse economieën bevinden zich in een transitiefase, is van verschillende kanten te horen. De Chinezen komen, de Turken ook: Kishore Mahbubani houdt ons in Naar één wereld (Nieuw Amsterdam) voor dat de ontwikkelingen zo snel gaan dat het westen macht zal moeten inleveren ten gunste van de opkomende Aziatische opkomende economieën. Daar moeten we dan ook kandidaat EU-lid Turkije toe rekenen, schrijven Nevin Sungur en Joost Lagendijk in hun boek De Turken komen eraan (Bert Bakker, maart).

Maar het is niet alleen de concurrentie uit opkomende economieën, die nog altijd veel te danken hebben aan hun lage lonen. Ook de snelle technologische ontwikkelingen dwingen ons voortdurend na te denken over de toekomst. Wetenschapper Marcel Heerink doet al jaren onderzoek naar robotica en heeft een boek geschreven over hoe en waarom onze wereld verandert door de komst van robots: Zolang je robot maar van je houdt (Scriptum, februari).

Een ander boek dat een belangrijke nieuwe technologische ontwikkeling tot onderwerp heeft, is De big datarevolutie van Kenneth Cukier en Viktor Mayer-Schönberger (Maven, mei), een journalist en een vooraanstaande wetenschapper die laten zien hoe wij de explosieve groei aan digitale gegevens kunnen onderzoeken en gebruiken.

Die big data brengen ook een gevaar met zich mee: overkill. In zijn boek Weconomics gaat Paul Bessems (Van Gorcum, april) in op de vraag hoe je als informatiewerker de 21ste eeuw overleeft. Hij vraagt zich af waarom de arbeidsproductiviteit de laatste decennia eigenlijk nauwelijks is gestegen, terwijl wij hulp hebben gekregen van ICT-toepassingen en Het Nieuwe Werken is geïntroduceerd. Hebben wij het gebruik daarvan niet goed georganiseerd?

Hij stelt een belangwekkende vraag: hoe je - binnen én buiten organisaties - met al die veranderingen omgaat. Menno Lanting heeft daar onlangs weer een uitstekend boek over geschreven, De slimme organisatie (Business Contact). Veelbelovend is ook Gamechangers van Thomas Blekman en Edwin de Beukelaar (Academic Service, april), die van mening zijn dat organisaties mensen nodig hebben die strategisch, energiek en non-conformistisch zijn en zo nodig de spelregels naar hun hand zetten.

Maar we kunnen daarbij natuurlijk niet vertrouwen op individuen alleen. Onder invloed van de technologische en economische ontwikkelingen is er duidelijk sprake van een groeiende interesse in nieuwe businessmodellen. Daar zijn de laatste tijd al verschillende boeken over verschenen en dit voorjaar doen ook Jeroen Kemperman, Jeroen Geelhoed en Jennifer op ’t Hoog een duit in het zakje met Briljante businessmodellen (Academic Service, mei). De auteurs hebben er twintig geselecteerd op drie criteria: de beschreven businessmodellen moeten visiegedreven, volhardend (radicaal en consequent in de keuzes) en baanbrekend zijn.

Geen boek over businessmodellen zonder plaatjes. Alexander Osterwalder, Patrick van der Pijl en andere experts op dit gebied hebben ons geleerd dat visualisering van wezenlijk belang is bij het opstellen van nieuwe businessmodellen. In dezelfde reeks als Business Model Canvas verschijnt nu ook een vertaling van de wereldwijde bestseller van Dan Roam, The back of a napkin (Kluwer, mei). In dit boek laat Roam zien hoe je elk managementprobleem kunt oplossen door er een plaatje bij te maken.

Nog even terug naar Azië. Drie Indiërs met sterke banden met Silicon Valley, Navi Radjoe, Jaideep Prabhu en Simone Ahuja hebben in hun boek Jugaad innovatie (Van Duuren, febbruari) zes principes geformuleerd om sneller, goedkoper en beter te innoveren. Jugaad is Hindi voor een ingenieuze en slim geïmproviseerde oplossing. Voor hun boek hebben zij naar in opkomende economieën in Azië en Afrika gekeken, waar de innovatie veelal van onderop komt. Dat past bij hun opvatting dat dure R&D-projecten en strak gestructureerde innovatieprocessen niet meer van deze tijd zijn, maar dat de echte vernieuwing bottom-up plaatsvindt, in opkomende economieën.

Misschien is dat ook de conclusie die we moeten trekken na lezing van Innovatieblunders (Van Duuren, april), waarin Sjors van Leeuwen de grootste innovatieblunders van de laatste decennia naast elkaar zet en 25 manieren aandraagt om beter te leren innoveren.

Serial entrepreneurs Ruud Hendriks en Patrick de Zeeuw richten zich met hun boek I’m hungry (Bertram + De Leeuw, april) op startende ondernemers. Met hun Startupbootcamp Global zijn ze wereldwijd actief in het versnellen van de groei van zo’n 100 high-techbedrijven. In I’m hungry leggen ze uit hoe start-ups zo snel mogelijk winstgevend kunnen worden: risicobeperking en rendement voor de investeerders staan voorop.

Navi Radjou, Jaideep Prabhu, Simone Ahuja
Jugaad innovatie

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden