Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Geboekstaafd: De top 3 van Berthold Gunster geboekstaafd
22 juni 2015 | Nienke van Oeveren

Berthold Gunster is grondlegger van de Ja-maar filosofie en Omdenken. Over zijn gedachtegoed schreef hij inmiddels acht boeken. Waar haalt hij zijn inspiratie vandaan? Gunster vertelt over zijn top 3.

1 The Path of Least Resistance

Robert Fritz

‘Hoe kun je met denken de werkelijkheid vormgeven? De auteurs van deze drie boeken hebben oog voor het feit dat de wereld niet zomaar maakbaar is. Robbert Fritz heeft al een poos geleden diepe indruk op mij gemaakt omdat hij cruciaal verschil maakt tussen handelen om van een probleem af te komen en handelen vanuit een droom. Als je van een probleem af wilt, blijft het terugkomen: je weet namelijk precies wat je níet wilt. Maak daarom een helder en aantrekkelijk beeld van wat je wilt creëren.’

2 Simplicity

Edward de Bono

‘Maak dat beeld zo simpel mogelijk, adviseert Edward de Bono. Mensen hebben de neiging om dingen ingewikkeld te maken. We denken dat mensen intelligent zijn als ze ingewikkelde woorden gebruiken, maar onze intuïtie weet gelukkig beter en geeft de voorkeur aan eenvoudige taal. Ja-maar en omdenken zijn dan ook verraderlijk simpele begrippen – ik heb een voorliefde voor simpele woorden - maar bondig en helder maken kost enorm veel inspanning. De schoonheid zit ‘m in de eenvoud.’

3 Antifragiel

Nassim Nicholas Taleb

‘Bij tegenslag gaan we beter functioneren, beschrijft Nicolas Taleb. Die gedachte ligt heel dicht aan tegen het omdenken. Veel problemen hebben bijvoorbeeld de neiging om zichzelf op te lossen, dus wachten is een goede strategie. Wuwei: dingen doen door niet te doen. Hoe langer je hetzelfde werk doet, hoe groter de kans op een burn-out. Mensen zijn net als de natuur antifragiel: zoek de verandering op en haal opgelucht adem als iets tegenzit.’


Berthold Gunster: ‘Intuïtief weten we vaak heel goed wat we willen’ interview
29 januari 2010 | Bert Peene

Ooit was hij regisseur bij het toneel, tot hij in 1994 besloot als zzp’er in communicatie- en presentatietrainingen de boer op te gaan. In de rotsvaste overtuiging te slagen en daartoe moest hij onderscheidend zijn. Hij ontwikkelde een interactieve theatertraining op basis van de door hem bedachte ‘ja-en, nee-want, ja-maar’-oefening, schreef drie boeken, en creëerde een spel dat als een eenvoudige set kaarten maar ook in een luxe editie wordt aangeboden. Anno 2010 afficheert Berthold Gunster zich als ‘de grondlegger van de Ja-maar (met een ® !) filosofie’. Bert Peene doet verslag van een kort socratisch gesprek.

Hoe serieus moeten we die Ja-maar filosofie eigenlijk nemen? De technieken die je beschrijft, lijken toch heel sterk op die van de provocatieve coaching en de Rationele Effectiviteitstraining? Je wilt mensen uitdagen anders naar de werkelijkheid te kijken.

Je mag de Ja-maar filosofie best heel serieus nemen, hoor. Natuurlijk zijn er overeenkomsten met de provocatieve coaching en RET, uiteindelijk wortelen ze alle drie in de cognitieve psychologie. De Ja-maar filosofie voegt daar nog de woorden ‘ja-maar’ en ‘ja-en’ aan toe. Daardoor worden gedachten en ideeën op taalniveau aan elkaar gekoppeld en wordt voor veel mensen kennis ontsloten die normaal gesproken alleen onbewust aanwezig is. De woorden ‘ja-maar’ en ‘ja-en’ helpen je patronen te herkennen, zeggen iets over hoe jij de werkelijkheid ziet. En daarmee kun je vervolgens iets. Tenminste, als je dat wilt. En dat zijn er gelukkig nogal wat hoor. In de afgelopen jaren hebben ruim 350.000 mensen onze shows en workshops bijgewoond; sommigen zelfs meerdere keren. Om nog maar te zwijgen over al diegenen die in de loop van de tijd mijn boeken hebben gelezen.

Wat voor mensen zijn dat?

Mensen die bereid zijn tot nadenken, die het leuk vinden zichzelf af en toe lastige vragen te stellen en in de war te zijn. Alleen dan kom je namelijk tot persoonlijke groei. Juist in onzekere tijden hebben wij mensen van nature de neiging tot teveel ge-ja-maar. Alles verzet zich namelijk tegen de werkelijkheid. De ‘Ja-maar filosofie’ leert je juist te accepteren. Erken de werkelijkheid en doe er vervolgens wat mee. ‘Omdenken’ noem ik dat in mijn nieuwste boek.

Toch schrijf je in Ja-maar, wat als alles lukt? dat een ja-maar houding op zich helemaal niet verkeerd hoeft te zijn; in sommige situaties is zij zelfs beter dan ‘ja-en’ en ‘nee-want’. In feite hebben ze alle drie hun waarde en leef je pas echt effectief als je balans weet te bewaren.

Dat klopt. Het gaat inderdaad om balans en soms is ‘ja maar’ inderdaad de meest adequate reactie op de werkelijkheid.

Je hebt na beide ‘Ja-maar boeken’ nu ook een ‘Ja-maar spel’ op de markt gebracht: twee doosjes met speelkaarten, een met Levensvragen en een met Dilemmakaarten. Ik vroeg me af of de handleiding niet wat summier is. Ik kan me voorstellen dat enige kennis van de Ja-maar filosofie noodzakelijk is om dit spel te kunnen spelen zoals het bedoeld is.

Ja, misschien wel. Maar ik heb er bewust voor gekozen er niet een heel boekwerk bij te leveren. Speel het maar, ontdek de mogelijkheden.

Met alle gevolgen van dien. Ik speelde het spel onlangs met een groep managers-in-opleiding tijdens een tweedaagse over persoonlijk leiderschap. Dat lijkt me toch een perfect kader voor dit spel. Een van de cursisten, een mevrouw van een jaar of vijfenveertig, stelde zich de vraag of ze er verstandig aan had gedaan zich voor deze opleiding in te schrijven. Ze trok een Dilemmakaart, die haar vertelde: ‘Nee, je zal er onder bezwijken.’ Die mevrouw is vervolgens de hele avond van slag geweest.

Dat is toch fantastisch, als ze tenminste ook iets met dat antwoord gedaan heeft. Dat moet je wel willen.

Maar de moraal van het verhaal mag toch zijn: het helpt als je kennis genomen hebt van de Ja-maar filosofie voordat je gaat spelen?

Natuurlijk helpt het. Als je de filosofie kent, weet je wat je te wachten staat. Die kaarten zijn erg direct. Ze zeggen onomwonden: doe het wel of doe het niet. De ervaring leert dat daardoor niet zozeer nieuwe kennis wordt toegevoegd maar dat er verschuivingen in onze interne wereld plaatsvinden, zodat kennis die daar onbewust aanwezig is manifest wordt. Oliver Sacks, die onderzoek doet naar het gedrag van mensen met mentale aandoeningen, beschrijft ergens een man die over uitstekende verstandelijke vermogens beschikt maar een beschadiging heeft opgelopen aan het intuïtieve deel van zijn hersenen. Op een dag moet hij naar de tandarts, maar hij kan niet besluiten hoe daarheen te gaan. Hij maakt daarom een kosten-batenanalyse zodat hij uiteindelijk het beste een vervoermiddel zal kunnen kiezen. Dit leidt ertoe dat hij uiteindelijk helemaal niet gaat. De moraal van het verhaal is dat je verstand je enorm kan blokkeren. Het is met name je intuïtie die het wát, hoe en óf bepaalt. Dat proberen de kaarten duidelijk te maken.

En dat kan heel ontluisterend zijn.

Het is maar hoe je het bekijkt. Voor sommige mensen is dat juist heel verrijkend. Ik heb ooit een filmscene gezien waarin dat heel treffend weergegeven werd. Een man twijfelt erg of hij bij zijn partner wil blijven. Nu wil het geval dat er op de voordeur van zijn buurman een bordje hangt waarop ‘psychiater’ staat. Op een dag worden zijn twijfels hem te veel en in paniek belt hij bij zijn buurman aan. Wilt u mij helpen, vraagt de man. Hij mag binnenkomen en ze praten urenlang, tot de buurman zegt: u twijfelt er niet aan of u bij uw vrouw wilt blijven, uw probleem is juist dat u niet bij uw vrouw dúrft te blijven. Dankbaar neemt de man afscheid. Wat ben ik blij dat ik een psychiater als buurman hebt, zegt hij. Maar ik ben helemaal geen psychiater, antwoordt de buurman. Dat bordje hing er nog toen ik hier kwam wonen. Ik ben loodgieter. In feit is dit een perfecte metafoor voor de bedoeling van mijn kaartenspel.


De boekenkast van Berthold Gunster boekenkast
14 juli 2009 | Eline Crijns

Berthold Gunster is wat je een ‘selfmade man’ zou kunnen noemen. Hij is theaterregisseur van huis uit en heeft als ondernemer het alom bekende ‘Ja-maar concept’ niet alleen bedacht maar ook op de kaart gezet. M&L sprak met Gunster. Over boeken en kasten.

Met zijn succesvolle ‘Ja-maar shows’ en boeken bereikt hij een groot publiek in het bedrijfsleven en bij de overheid. Nu staan Gunster en zijn collega’s aan de vooravond van wat wel eens een internationale doorbraak zou kunnen worden. Hij is iemand die het leven neemt zoals het komt, maar hij lijkt daarbij toch steeds op de juiste momenten gas terug te nemen of juist te versnellen. Daarbij stelt hij drie voorwaarden: ‘Ik moet het leuk vinden, ik moet er goed in zijn en de markt moet er behoefte aan hebben.’

Ja-aber

Wanneer ik Berthold Gunster ontmoet in zijn werkruimte aan huis, tolt zijn hoofd van de Duitse woorden en zinnen. ‘De afgelopen twee maanden heb ik allemaal Duitse teksten geleerd. We hebben ons Ja-maar programma in het Duits vertaald om de Duitse markt op te gaan. Het is een hel, het is zo ingewikkeld om enigszins vloeiend Duits te praten dat ergens op slaat en klopt. Afgelopen zaterdag was de eerste ‘Voraufführung’ voor de ‘Weltpremiere’ van de ‘Ja-aber Show’. Vanaf begin maart ben ik bezig met oefenen. Ik heb daar mijn hele agenda voor vrijgeblokt en alle leermiddelen ingezet om de tekst te leren. Ik liep als een zonderlinge man door Utrecht te luisteren naar teksten en met een papier in mijn hand de teksten te mompelen.’ Gunster is er de man niet naar om alleen van afstand te managen. ‘Toen het idee ontstond om naar Duitsland te gaan met de show, wilde ik ook zelf meedoen. Het Ja-maar concept blijkt niet per se cultuurspecifiek te zijn. Elke cultuur heeft wel zijn eigen soort grapjes, zijn eigen feel en toon. Dat soort nuances moet je goed leren kennen. Ik heb echt keihard mijn best gedaan om de pagina’s tekst ‘flieβend’ uit mijn hoofd te leren. Hoewel het script woordelijk is uitgewerkt, moet het voelen alsof ik het ter plekke verzin. Daarbij helpt het dat ik van oorsprong theatermaker ben.’

Theater

Het trainingsbureau van Gunster is niet zomaar ontstaan. Na een aantal jaar als theaterregisseur aan diverse gezelschappen verbonden te zijn geweest, besloot hij dat het tijd was om voor zichzelf te beginnen. Maar gaandeweg bleek dat niet voldoende te zijn. Gunster: ‘Ik stevende af op het worden van een gewoon doorsnee trainingsbureau, ik zag de folders al voor me van dingen die ik zou aanbieden, maar die al zoveel worden aangeboden. Op een gegeven moment heb ik mijn agenda helemaal leeg gemaakt om te laten ontstaan wat het zou worden. Die periode duurde zo’n drie à vier maanden; het was een spannende periode omdat je eigenlijk zit te wachten op iets waarvan je niet weet hoe het eruit ziet. Het beeld dat ik daarbij altijd heb gehad, is dat je in de winter (dat was het toen ook) naar je tuin staat te kijken en weet dat er ergens een bolletje gaat uitkomen, maar je weet niet precies waar en welke dat zal zijn. Maar op het moment dat je dan gaat graven om te kijken hoe het er uitziet, maak je het proces stuk. Het enige wat je moet doen is wachten en heel goed kijken.’

‘Ik wist dat ik in de loop der jaren genoeg impulsen had gehad en goed gevuld was geraakt met mogelijkheden. Ik wist dat er iets in zat, maar moest de tijd nemen om het onbewuste rijpingsproces te vervolmaken en het eruit te laten komen. Mijn voorwaarden daarbij waren: ik moet het leuk vinden, ik moet er goed in zijn en het moet iets zijn waar behoefte aan is. Eigenlijk vergelijkbaar met de drie dingen die Collins noemt in zijn onderzoek naar succesvolle bedrijven in zijn boek Good to Great. Uit dit proces is uiteindelijk het Ja-maar concept voortgekomen dat zich in een aantal stappen ontwikkeld heeft. Uiteindelijk is de naam van het product ook de naam van het bedrijf geworden.’

Het bedrijf van Gunster kenmerkt zich doordat er mensen werken met een theaterachtergrond. ‘Dat is bepalend voor de identiteit van ons bedrijf. We werken met mensen die echt over de dingen nadenken en tegelijkertijd verstand hebben van het theatervak. We willen een theatraal uitdagende omgeving bieden aan onze acteurs. We zijn geen adviesbureau, maar een theater-training-filosofie-bureau, daar zou eigenlijk een nieuw woord voor moeten worden uitgevonden. We hebben onze eigen filosofie, het is een niche die ik zelf gecreëerd heb’, aldus Gunster.

Schrijfplezier

Bij veel managementboekenauteurs is het optreden als spreker in het lezingen- en congressencircuit een direct gevolg van hun schrijverschap. Bij Gunster is het andersom: zijn optredens vormen de kern en het schrijversschap is eigenlijk per toeval ontstaan. ‘Ik kwam oorspronkelijk bij een uitgever terecht met het idee om een scheurkalender te maken, ik was helemaal niet van plan auteur te worden. Mijn uitgever raadde mij af om een scheurkalender te maken, omdat het een verdringingsmarkt is. Er zijn al te veel kalenders voor een beperkte markt, mensen kopen er doorgaans maar een of twee per jaar: een voor de eigen wc en een om weg te geven. Daarbij komt dat een boek veel langer meegaat. Zo is het plan ontstaan om een boek te schrijven. We spraken een deadline af en ik informeerde hoeveel woorden nodig zijn voor een boek. Ik had op dat moment nog geen beeld van hoeveel tachtigduizend woorden eigenlijk zijn. Schrijven vond ik leuk en kon ik ook, maar een boek… dat is veel, dat is toch wat anders.’

Gunster heeft het wel heel serieus genomen. ‘Het is gewoon heel veel werk, maar als je maar uren maakt en doorwerkt, ontstaat vanzelf een halffabricaat waarop je feedback van mensen kunt vragen. De mening van meelezers vind ik belangrijk. Ik stuur het manuscript naar een stuk of twintig mensen en vraag alleen: waar verveel je je? Waarvan denk je ‘weg met die passage’? Welke stukken vind je goed? En wat vind je vaag? Ik hoef eigenlijk alleen die vier dingen terug te krijgen. Mensen kunnen bij elke alinea iets noteren betreffende voorgaande vragen.’ Gunster laat me een manuscript zien waarin hij de verschillende feedback bij elkaar heeft verzameld, gecodeerd met kleuren voor elke feedbackgever. Hij legt uit: ‘Je merkt dat sommige stukken alleen maar uitroeptekens scoren, andere stukken blijken te vaag. Soms is de feedback helemaal in lijn, soms helemaal niet. Ik kan er in ieder geval goed conclusies uit trekken. Mijn doel is heel simpel: ik wil dat elke alinea alleen maar uitroeptekens van iedereen krijgt. Dus ik blijf herschrijven totdat ik zeker weet dat het lekker en goed leest en dat de inhoudelijke lijn duidelijk is. Dit proces heeft mij erg geholpen om een schrijfstijl te vinden. Zodra ik zelf niet glashelder weet wat ik aan het schrijven ben, krijg ik dat meteen terug in de feedback. Het moet qua helderheid gewoon allemaal een tien zijn.’

Gunster schrijft voor de lezer. ‘De lezer is mijn klant, die moet blij zijn met mijn boek. De lezer moet ook doorlezen, dat is heel belangrijk; veel boeken worden immers niet uitgelezen. Bij een toneelstuk of roman zit het plot aan het einde, dan leest de lezer gewoon door, want hij wil weten hoe het verhaal afloopt. In het soort boeken dat ik schrijf, wil je een gedachtegang delen, maar als je niet oppast, vertel je alles al aan het begin. De kunst is een boek zo op te bouwen dat E=MC² de laatste regel is in plaats van de eerste. Je moet wel echt iets te melden hebben om de lezer niet kwijt te raken: goede betogen met vragen en antwoorden en een inhoudelijke spanningsboog creëren. Managementboeken als Onze ijsberg smelt! zijn niet voor niets bestsellers. Er wordt een verhaal gemaakt van een managementtheorie en zo wordt het beste van meerdere vormen in elkaar geduwd.’

‘Toen ik mijn derde boek geschreven had, wist ik eigenlijk pas hoe je een boek schrijft en hoe je dat aanpakt. Met terugwerkende kracht realiseerde ik me dat het eerste boek beter kan.’ Gunster werkt dan ook aan een herziene versie van zijn eerste boek Ja-maar wat als alles lukt? Hij heeft de smaak van het schrijven te pakken, in het najaar zal ook zijn vierde boek verschijnen. Gunster vertelt enthousiast: ‘Boeken schrijven heeft zijn eigen dynamiek. Wat ik zo leuk vind aan het schrijven is dat niemand je in de rede valt! Eigenlijk is het een heel egoïstische job, je kunt eindeloos door blijven gaan als schrijver zonder onderbroken te worden. Ik chargeer wat, maar het aparte van een boek schrijven is dat je het helemaal in je eigen tempo en in alle rust kunt doen. Natuurlijk is het de uitdaging om het zo te vertellen dat iemand geboeid is en blijft lezen, maar jij kunt ongegeneerd aan het woord zijn, pagina’s lang. Wat fijn is als mensen je boek lezen en het ook goed vinden, dat je veel contacturen met iemand hebt op een heel intieme en directe manier. Je kunt iemand diepgaand in een aantal gedachtes meevoeren.’

Lezen

Het enthousiasme van Gunster over het schrijverschap is duidelijk, maar is hij ook een lezer? In zijn werkkamer staat geen enkele boekenkast. Gunster verklaart: ‘De boeken die ik nog heb, staan uit beeld, boven in de logeerkamer. Ik wilde de boekenkast als in het zicht staand ding uit mijn leven hebben. Vroeger toen ik studeerde, vond ik al die boeken prachtig, maar in de loop der jaren zijn ze me tegen gaan staan. Internet heeft daar zeker bij geholpen. Ik bewaar alleen de boeken die ik echt goed vind en nog eens wil inzien. Ik koop en lees wel heel veel boeken, maar die doe of geef ik veelal weer weg. In de loop der jaren ben ik me anders tot boeken gaan verhouden, ik ben geen hamster meer met veel boeken in de kast, het zit me in de weg zoals oude kennis nieuwe kennis in de weg zit. Ik vind een boekenkast ook lelijk en hij staat in de weg; wat dat betreft lijkt een e-reader me geweldig. Een boek is voor mij een gebruiksartikel geworden.’

Gunster leest over het thema dat hem op dat moment bezighoudt. ‘Vroeger las ik veel over theater en theatertheorieën, toen ik een bedrijf begon heb ik allerlei managementboeken gelezen over leiderschap, cultuur en veranderingsprocessen. Ik heb ze allemaal opgegeten, maar op een gegeven moment gaan ze op elkaar lijken. Weer later las ik boeken over verkooptrainingen en –technieken, toen ik dat nodig had. Verder heb ik onder meer de boeken van Piet Vroon over populaire psychologie gelezen en ik heb alle boeken in de literatuurlijst van mijn boek Huh?! doorgewerkt. Ik blijf voortdurend lezen, ik vind lezen hartstikke leuk. Ik lees heel breed en in golven. Telkens als ik in mijn leven een nieuwe weg insla, lees ik daarover. Nu we naar Duitsland gaan, heb ik een hele stapel boeken daarover aangeschaft. Dan lees ik zo’n bulk en daarna doe ik het weg.’


Berthold Gunster: ‘Denk je probleem om naar een kans’ interview
29 januari 2009 | Paul Groothengel

Hoe tover je een probleem om in een mogelijkheid? Dat is de essentie van het gedachtegoed van Berthold Gunster. We denken ons vast in verstikkende ‘ja-maars’ terwijl een open levenshouding met een ‘ja-en’ manier van denken ons aantoonbaar meer oplevert. In zijn boek Huh?! beschrijft Gunster vijftien uiteenlopende strategieën om het spreekwoordelijke halflege glas weer te zien als halfvol. Kantelen en omdenken is daarbij het onontbeerlijke gereedschap.

U stelt dat mensen vaak verzanden in 'vastdenken'. Wat bedoelt u daar precies mee?

Mensen maken vaak een tragedie van een probleem. Ze denken niet goed na en werken alleen maar hard aan het oplossen van een probleem, waardoor ze het zonder het door te hebben, verergeren. Sta je met je auto vast in de modder? Dan geef je hard gas. Waardoor je alleen maar dieper wegzakt in de modder. Hetzelfde gebeurt als je teveel werk hebt liggen, en dat als een razende wegwerkt. Mooi, maar dan denkt je baas, die kan ik nog wel wat meer werk geven. En zo is je eigen ‘oplossing’ de oorzaak van nog meer werk. Overheden hebben ook de neiging tot vastdenken: denk aan de berg nieuwe regulering na Volendam en Enschede. Vol goede intenties, maar het ontaardt in doorgeschoten regelzucht.

De truc is te gaan omdenken, waardoor je van een probleem een mogelijkheid maakt. Hoe doe je dat?

Eerst maak je van een probleem een feit. In mijn workshops krijg ik heel wat reactie als ik zeg dat er geen problemen in de wereld zijn, maar alleen feiten. Je kan natuurlijk wel ergens een probleem van máken. Vervolgens maak je van dat feit een mogelijkheid. Toen Paul de Leeuw laatst in een tv-uitzending onverwacht bezoek kreeg van een streaker-in-onderbroek, accepteerde hij dat meteen. Hij maakte eerst zijn telefoongesprek rustig af, waardoor het probleem kromp tot een feit. De streaker wilde protesteren tegen dierenleed, en daarin zag Paul de Leeuw een mogelijkheid. Hij riep dat hij eerst wel ’ns wat wilde weten wat voor vlees hij in de kuip had, en rukte de man zijn onderbroek van het lijf. Die rende beschaamd weg. De Leeuw deed van meet af aan of er geen probleem was en genoot van de situatie. En dat leverde prachtige tv op.

Die techniek kan je volgens u op alle problemen toepassen. Wat zijn dan de mogelijkheden van pakweg de fileproblematiek?

Ik zit veel op de weg voor mijn werk, en merk dat de files de laatste weken minder erg zijn. Komt toch door de kredietcrisis, denk ik. Er zitten meer mensen thuis. En dus: wees blij met die files. Dat is toch het symptoom, het bijproduct van een florerende economie. Al die mensen willen ergens naar toe om geld te verdienen. Zeker als je weet hoelang een file ongeveer duurt, kun je je daar prima op instellen. Telefoontjes afwerken, de krant lezen, muziek luisteren. Overigens behoort het fileleed wel tot de complexe problemen. Waarbij je hooguit kunt denken in tientallen kleine maatregelen om het leed te verzachten.

Wat ook helpt, is de acceptatie dat een aantal zaken onveranderlijk is, schrijft u.

Dat is natuurlijk een open deur, maar veel mensen zijn echt vergeten dat de wereld niet maakbaar is. Die verwachten voor ieder probleem een helpdesk te kunnen bellen. En worden dan woedend als er niet snel een oplossing komt. Je voorkomt al heel wat problemen, als je voor jezelf bijvoorbeeld accepteert dat aan alles een eind komt, ook aan wat je dierbaar is. Dat dingen lang niet altijd volgens plan verlopen. Dat het leven nou eenmaal niet altijd eerlijk is. Dat mensen je niet altijd loyaal en liefdevol behandelen. Dat pijn een onlosmakelijk onderdeel is van het leven.

Een van uw strategieën is gebaseerd op respecteren. Dat heeft onverwachte effecten, want daar zijn mensen niet op voorbereid.

We zijn het niet gewend, als we uiterst serieus genomen worden. Daar kan je vervolgens mee spelen. De zoon van een vriend van mij woonde in een complex waar ook een paranoïde man woonde. Die bleef maar klagen over de overlast die de zoon zou veroorzaken. Toen heeft mijn vriend die man opgebeld: ‘’Bel me direct als u weer last heeft van mijn zoon. Dan gooi ik hem direct het huis uit!’’ Waarop die man ogenblikkelijk inbond en zei dat nou ook zo erg weer niet was. Daarna heeft hij nooit meer geklaagd. Door mensen uitgebreid te respecteren, ontregel je ze. Waarna je een situatie kunt laten kantelen, of er opeens een goed en verrassend contact uit voortkomt.

Mijn zoon van 5 weigert gezond te eten, en loopt telkens weg van tafel. Hoe kantel ik dit probleem?

Door creatief te zijn. Ik heb drie al wat oudere zoons, die vroeger weigerden gezond te eten. Dan mengden we spinazie door het pannenkoekenbeslag, en die ‘’groene’’ pannenkoeken vonden ze heerlijk. Accepteer gewoon dat je zoon niet wil eten. Laat hem weglopen. Maar dek dan ook niet de tafel voor hem. Vroeg of laat komt ie wel, als hij honger heeft. Je creëert nieuwe mogelijkheden door hem op een bepaalde dag van de week het eten te laten kiezen. Daar proef je dan enthousiast van; dan vergroot je de kans dat hij op andere dagen, dat zijn zus mocht kiezen, ook ‘ns wat nieuws proeft.

Gaat uzelf inmiddels probleemloos door het leven?

Haha, was het maar zo. Ik kan nog steeds snel driftig worden. En het probleem dat ons leven toch echt eindig is, kan me nog steeds woedend maken. De dood beschouw ik als een slechte uitvinding. Religies zijn in dat gat gesprongen, maar ja, daar moet je ook maar in geloven. Volgens mijn eigen boek moet ik de eindigheid van de mens simpelweg accepteren. Er zit niks anders op.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden