Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Redactioneel - Vliegen, niet kwaken column
23 november 2015 | Pierre Pieterse

Omdat de D weer in de maand is, kan het geen kwaad het jaar even met u door te nemen. Los van de vele ‘usual suspects’ (veranderen, innoveren, verduurzamen) stond het jaar in het teken van drie thema’s die alle drie gek genoeg de nodige kritiek te verduren kregen.

Zo wist zakenblad Quote dat de man die de bankwereld eens even de terechte maat nam, het spel zo goed te hebben doorgrond dat zijn eigen bankrekening door een personal banker wordt beheerd. Ook werd alras duidelijk dat de zo bewierookte exponentiële organisaties in feite organisaties zijn die bestaande platformen uitwonen zonder zelf enige waarde toe te voegen, de eigen knip Uber alles. En tot slot blijkt het lijvige magnum opus van Piketty gebaseerd op volstrekt verkeerde premissen, cijfers en statistieken. Cijfers en ideeën van gisteren die in de 21ste eeuw geen enkele betekenis hebben ondanks de omineuze titel Kapitaal in de 21ste eeuw aldus Marc De Vos in zijn riposte Ongelijk maar fair. Een boek overigens dat vooral Jesse Klaver tot zich zou moeten nemen maar vermoedelijk net als dat van Piketty ongelezen zal laten.

Omdat de D natuurlijk vooral staat voor Donkere Dagen, is de brug naar kerstboom snel gelegd. Wat leggen we daaronder? Om te beginnen Het dictatorvirus (niet toevallig natuurlijk staat de D prominent in de titel!) van Frank Schaper. Niet omdat dit vervolg op Hoe je een geboren leider wordt? weer een product van liefde is, een lust voor het oog en een amuse voor de geest. Nee, niet daarom, maar omdat ik het zeg!

Voor wie lessen in leiderschap even een bruggetje te ver is, is er Murphy voor managers, van aforisme-koning, uitspraken-admiraal, en citaten-keizer Gerd de Ley, met een hoofdrol voor Peter Drucker (daar is ie weer, de D). Het is verleidelijk om uit de fraaie collectie te citeren, ook al omdat ‘het gemakkelijker is met de eer van andermans werk te gaan strijken dan zelf te werken’. Aldus Dilberts vader Scott Adams in dit boekje.

Niettemin voorspel ik dat leiderschap het thema van het jaar 2016 gaat worden. En dat in al zijn verschijningsvormen: crisisleiderschap, dienend leiderschap, visionair leiderschap maar vooral ontspoord leiderschap. Leiderschap dus dat los is geslagen van zijn ankers. Resulterend in leiders zonder volgers, veel gevaarlijker dan dictators omdat zulke leiders zichzelf een aura van legitimiteit toedichten. We hebben het dan over de semipublieke Maserati-rijders, de politieke wensdenkers of de psychopathische filiaalhouders.

En dan is er op de valreep van het oude jaar nog een nieuwe loot aan de enorme leiderschapsboom ontsproten: Neuroleiderschap. Een vorm van hands-on leiderschap om verschillende vaak negatieve ‘emoties’ te laten kantelen. De leider als illusionist die een halfleeg glas halfvol laat lijken. Maar neuroleiderschap is vooral actiegericht. Lijkt een uitgelezen kans voor onze politieke leiders om daar eens mee te experimenteren.

Kortom, zoals de Chinezen al eeuwen weten (en dit citaat staat dan weer niet in de bundel van De Ley): Niet het gekwaak, maar het vliegen van de wilde eend, doet een kudde eenden vliegen en volgen.

Marc de Vos: ‘Ongelijkheid is de essentie van het menselijk bestaan en geeft er kleur aan’ interview
9 november 2015 | Paul Groothengel

Sinds Piketty staat ongelijkheid meer dan ooit op de agenda. Zijn oplossing, het progressief belasten van vermogens, vindt Marc De Vos oppervlakkig en eendimensionaal. De Belgische rechtsgeleerde onderscheidt in zijn boek Ongelijk maar fair goede en slechte ongelijkheid, en toont op eloquente wijze aan dat ongelijkheid een gelaagd, complex fenomeen is. En dus ook als zodanig benaderd moet worden.

U begint uw boek met Obama’s opmerking dat ongelijkheid de bepalende kwestie is van onze tijd. Heeft u daar een verklaring voor?
Het is een crisisfenomeen. Sinds de bankencrisis is de polarisatie tussen arm en rijk steeds prominenter in het nieuws. De focus op het puur materiële is uitgegroeid tot een obsessie. In heel Europa hebben politici de strijd aangebonden met de ongelijkheid tussen rijk en arm. Er hangt een parfum van onvrede en afgunst over veel ontwikkelde landen, menigeen ervaart ongelijkheid als een groeiend probleem dat schreeuwt om politiek ingrijpen. Zeker in Europa hebben veel mensen een ingebouwde afkeer tegenover rijkdomsverschillen, veel meer dan in Angelsaksische landen. Je ziet veel pessimisme: economische ongelijkheid zou hele samenlevingen in het ongeluk storten, de mondiale economie torpederen. Instanties doen er ook aan mee, zo ziet het IMF ongelijkheid als mogelijke bedreiging voor economische groei en stabiliteit. Ik vind het overigens terecht dat er vragen worden gesteld over de risico’s van grote ongelijkheid.

U wijst in uw boek nadrukkelijk op de positieve kanten van ongelijkheid. Waarom?
Mensen zijn per definitie verschillend van elkaar. In welk land je wordt geboren, in welk gezin, met welke talenten je ter wereld komt, de toegang die je hebt tot opleidingen, dat en meer maakt dat mensen van elkaar verschillen. En dus per definitie ongelijk zijn. Ongelijkheden bestaan dan ook in vele soorten en maten. Ongelijkheid is de essentie van de menselijke natuur en het menselijk bestaan, en geeft er kleur aan. Ik vind ongelijkheid dan ook goed wanneer ze de verschillen in menselijke talenten en keuzes reflecteert; maar ze is slecht wanneer ze voortkomt uit een gebrek aan gelijke kansen of aan gebrekkige markten die winst zonder meerwaarde tolereren. Per saldo zie ik ongelijkheid als iets positiefs, als brandstof voor menselijke vooruitgang. In mijn boek breng ik een aantal fundamentele veranderingen, ondermeer op technologisch, economisch en demografisch terrein, in kaart waarmee ik wil aantonen dat ze de recente toename van ongelijkheid niet alleen verklaren maar ook deels rechtvaardigen.

Is uw boek een tegenreactie op Piketty?
Nee hoor, ik was al begonnen toen hij zijn boek publiceerde. Met de invoering van een progressieve jaarlijkse belasting op kapitaal, zoals Piketty die voorstelt, kan je de ongelijkheid nooit verhelpen. Dan ben je hooguit oppervlakkig bezig, je verandert niets aan de wezenlijke oorzaken van die ongelijkheid. Wat dan wel? Ik zie meer heil in het bieden van gelijke kansen aan iedereen en in sterke overheden die markten scherp houden en zichzelf inhouden als economische speler. Ik hecht meer morele waarde aan gelijke kansen dan aan gelijke resultaten; in de appreciatie van ongelijkheid wil ik de invloed van inspanning aanvaarden en die van omstandigheden verwerpen. Wie gelijke resultaten opdringt, verdringt kansen en keuzes; dan verruil je zelfontplooiing voor verplichte nivellering. Dat is symptoombeleid. De kloof tussen arm en rijk groeit sinds grofweg de jaren zeventig. Piketty stelt dat de ongelijkheid tussen rijk en arm ook de komende jaren verder zal toenemen, simpelweg omdat de opbrengsten van kapitaal hoger zouden zijn dan die van arbeid. Hij extrapoleert vanuit het verleden, maar zijn data wettigen die projectie niet.

Waarom maakt u een onderscheid tussen goede versus slechte rijkdom?
In mijn boek beschrijf ik dat ongelijkheid goed is, wanneer ze verdiend is omdat ze een meerwaarde reflecteert, beloont en aanmoedigt; dan denk ik aan het vermogen van iemand als Bill Gates die de wereld de pc heeft geschonken. Of de rijkdom die geconcentreerd is in Silicon Valley, waar techbedrijven met hun innovaties voor een enorme vooruitgang zorgen. Maar ik vind ongelijkheid slecht, wanneer ze onverdiend is omdat ze geen meerwaarde genereert, of omdat die meerwaarde van anderen kwam. Denk aan de rijkdom van de bankier die casinowinsten behaalt uit beursbubbels. We moeten niet alle rijkdom willen nivelleren, maar wel slechte rijkdom willen voorkomen.

Is er een rol voor de overheid weggelegd in het terugdringen van ongelijkheid?
De overheid heeft hier in mijn ogen een kerntaak in. Ik pleit voor beleid dat ondersteunend is van aard, en niet rechtstreeks intervenieert. Een beleid dat meer de hefbomen voor het grijpen van kansen wil verbeteren dan dat het de uitkomsten daarvan wil corrigeren. Ik vind dat de prioriteit in overheidsbeleid moet liggen daar waar de nood het hoogst is; ik prefereer het maximaliseren van het minimum boven het minimaliseren van het maximum. Mijn morele norm is de welvaart en het welzijn van de minstbedeelden te vergroten, eerder dan hun ongelijkheid te verkleinen.

U werkt dat in uw boek ondermeer uit op gebied van het onderwijs.
Ja, je zou kunnen denken aan voorschoolsonderwijs voor kinderen uit achterstandsgezinnen, om te voorkomen dat ze al direct last hebben van taal- en leerachterstanden. Ook in onderwijs kan je meer maatwerk aanbieden. Dat is nodig, want in het huidige, gestandaardiseerde onderwijs benadeel je kinderen die een achterstand hebben. Door de combinatie van technologie en globalisering wordt het steeds moeilijker voor mensen met ‘’gewone’’ talenten of een slechte opleiding, vraag maar aan de taxichauffeurs die te hoop lopen tegen taxidienst Uber; tegelijk is dit een geweldige tijd voor mensen met een speciaal talent of een goede opleiding. Daarom is het goed om al in een vroeg stadium de potentiële achterblijvers bij te spijkeren via gericht onderwijs.

Wat wilt u met uw boek bereiken?
Ik wil een aanzet geven om te onderzoeken welke realistische maatregelen we kunnen overwegen om groeiende ongelijkheden, met negatieve gevolgen voor onze samenleving, beter te beheersen. Ik hoop dat de kopers van mijn boek het helemaal uitlezen. Maar ik heb geen enkele ambitie om uit te groeien tot een media-fenomeen à la Piketty. Hij is ingelijfd door links, denk aan types als de Brit Jeremy Corbyn of de mensen achter het Spaanse Podemos. En daarmee verworden tot een soort maatschappelijke activist. Dat is niet wat ik nastreef. Ik heb met dit boek geen lijstje van quick wins willen opleveren, al is er genoeg laaghangend fruit, maar een maatschappelijk debat willen aanjagen, dat hoognodig moet worden gevoerd. Temeer omdat ik vrees dat de crisis nog niet voorbij is, en de wereld te maken krijgt met een structurele groeivertraging. Hoe meer mensen nadenken over een samenleving die effectief ongelijk, maar fair kan zijn, hoe beter.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden