Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Papieren gemak column
8 juli 2013 | Pierre Pieterse

De meeste mensen nemen doorgaans een stapeltje boeken mee op vakantie. Dat deed ik ook, maar tegenwoordig laat ik me verrassen. In bijna alle vakantieresorts vind je rijen lectuur van zeer divers pluimage die vorige gasten hebben achtergelaten. Het nieuwe all inclusive!

Je kunt natuurlijk ook je iPad (of andere elektronische reader) meenemen, dat doe ik ook maar dan om de route naar dat prachtige monument of die schitterende ruïne hoog in de bergen te plannen, om er na een sneak preview vanaf te zien, om inderdaad lekker een boek te lezen. Het is toch vakantie nietwaar?

Wat je doorgaans aantreft, verdient zelden een gouden griffel, of zelfs maar een eervolle vermelding in een van de vele lijstjes die het boekenmetier rijk is. Gelukkig maar, want zo kom je niet in de verleiding jezelf te tarten die boeken in je tas te proppen met het risico op bijbetalen. Maar soms kom je dingen tegen, tussen de bouquetreeks romannetjes, Konsaliks en vele obscure detectives die deze wereld rijk is, die direct je aandacht trekken. Mits je natuurlijk wel een beetje bent ingevoerd in het net niet mainstream management geweld.

Blij verrast was ik met Liar’s Poker (Vuil spel) van Michael Lewis, uit 1989 dus over Wall Street voor ‘the great crash’ (‘toen er meer geld werd verdiend als ooit tevoren’ staat er enigszins cryptisch op de achterflap van de Nederlandse vertaling uit 2013, nu niet meer dan?). Minder blij was ik met de lukrake onderstrepingen, soms gewoon doorhalingen die een prettige leeservaring onmogelijk maakten.

Ronduit opgetogen was ik toen tussen een stapel glossy magazines opeens Van aai-instrument tot zwaluwstaarten van Charles den Tex zijn kaft liet zien. Een alfabetische encyclopedie met adviesjargon dat de leek leert te begrijpen waar de adviseur het over heeft: afnaaien, afschieten, afslanken, afstemmen, aftimmeren, A-H-M-A-S, autistisch… En dit is nog maar een selectie uit de A-sectie. Den Tex, gepokt en gemazeld in het marketingcommunicatievak, weet waar hij over spreekt, en hoe dat op te schrijven. Kennis en kunde, een dodelijke combinatie! Niet voor niets won hij met Schijn van Kans, een financiële thriller waarvan het script door Aad Jacobs werd aangereikt, zijn eerste Gouden Strop (in 2002). Op de rol (september) staat Ik ben koopman, een ‘kroniek van de familie Fentener van Vlissingen’.

Wat je relatief veel tegenkomt, zijn de wat ik maar even ‘populistische’ boeken uit het segment noem, de typische meeneemlectuur op het vliegveld (al heeft een auteur als René Boender de omslag van zijn Great to Cool bewust helemaal afgestemd op dat publiek, en met succes). Denk aan titels als De romantische boekhouder van financieel tycoon Gerrit Zalm, Bankroet (in een versie van Belgische hand en Nederlandse hand), De vastgoedfraude en De ontknoping. De strakke ruggetjes verraden overigens een enkele reis koffer leesplank, maar dat terzijde. Geen onaardige boeken maar als een vakantie iets relativeert, is het wel de heikele situatie aan het thuisfront.

Omdat brengen en halen (het nieuwe ouderwetse delen!) het stilzwijgende idee achter de leesplankjes is, laat ik ook altijd wat boeken achter. En dan niet de boeken die ik toch niet de moeite waard vind, maar precies omgekeerd. Wie na mij villa Nooitgedacht of Weltevree betreedt, kan rekenen op een kleine serie stichtende lectuur. Altijd ‘verpakt’ in een van de mij rechtens toegekomen edities van onderhavig magazine!

De top 3 van Jos Ahlers geboekstaafd
2 januari 2013 | Nienke van Oeveren

Jos Ahlers is Senior Strateeg bij het Amsterdamse reclamebureau N=5. Hij is eerst jarenlang verbonden geweest aan grote internationale communicatiebureaus. Daarna was hij werkzaam als onafhankelijk adviseur voor bedrijven, instellingen en overheid. In zijn top 3 Marty Neumeier, Bob Garfield en René C. W. Boender.

1 Zag door Marty Neumeier
‘Dit boek is een klassieker! Neumeier legt goed en makkelijk uit dat het er in marketing om gaat dat je zaken anders doet dan de rest. Dit illustreert hij ook met de vorm van het boek; hij heeft alles heel erg scherp opgeschreven. Met mijn bureau N=5 kijken we bijvoorbeeld waar de conflicten en conventies in de markt zitten. Welke behoeften zijn nog niet opgelost? Bijna elk succesvol bedrijf is er immers mee begonnen om de regels te breken.’

2 The Chaos Scenario door Bob Garfield
‘Ook een ongebruikelijk boek. Bob Garfield gooit vol de beuk erin als hij predikt dat de oude media failliet gaan. De focus op zenden is niet voldoende; er is continue interactie met klanten nodig. Maar interactie om de interactie is ook niet goed. Zo zie je dat bedrijven soms flinke bedragen investeren in het halen van bijvoorbeeld 20.000 likes. Dat past namelijk in een spreadsheet en dan kun je je project afronden. Maar de conversatie met de markt is een voortdurend proces, dat is voor veel bedrijven nog ingewikkeld.’

3 Great to Cool door René C. W. Boender
‘De boodschap van Great to Cool komt overeen met Zag; denk ánders, zet je ogen en oren open en luister naar je buikgevoel. En ga er voor! Beide boeken zijn tegen de vertrutting; tegen middelmatige ideeën en steeds indekken. Dit vertaalt Boender naar braincandies die het boek heel leesbaar maken. Enkele die ik meteen ging gebruiken, zijn de 3"12" Eternity wet; boei je luisteraar onmiddellijk, anders ben je al in de eerste drie seconden verloren. Nog een: benader zaken altijd op een positieve manier.’

Keihard op weg naar de eerste plaats nieuws
16 december 2011 | Hans van der Klis

Ze zijn met hun boek Generatie Z keihard op weg naar de eerste plaats in de lijst met bestverkochte managementboeken: ‘brain agent’ René Boender en marketingstrateeg Jos Ahlers. Tijdens een miniseminar annex kerstborrel voor de oude werkgever van Ahlers, BeyenMeyer, hielden ze hun boek over hoe de wereld er na 2020 uit zal zien ietwat verlaat ten doop.

‘Kunnen jullie geen aparte ranglijst maken voor die kalenders?’ René Boender heeft stiekem een beetje de pest in. Heeft hij voor de tweede keer dit jaar een geweldige bestseller geschreven, moet hij de klassieke verkoopkanonnen van Aty Boers en Marijke Lingsma en Stephen R. Covey voor laten gaan. ‘Ach, weet je wat ik doe? Ik ga ook een kalender maken, de ‘Great to Coolender. 365 brain candies’ voor een heel jaar. Wat denk je? Dat moet toch een hit worden?’

Het is René Boender in optima forma. Energiek, enthousiast en recht voor zijn raap. Het mooie is: hij laat het niet bij woorden, hij doet het ook nog. Toen hij eind vorig jaar zijn eerste boek uitbracht, kondigde hij al aan dat het een bestseller zou worden. En dat hij het niet bij één boek zou laten. Nu, eind 2011, staat hij met twee boeken in de Top 10 van bestverkochte managementboeken van 2011: Great to Cool op de derde plaats, het eerste boek na de twee eerder genoemde kalenders, en hoewel het pas vijftig dagen leverbaar is, Generatie Z op de zevende plaats. En volgend jaar zal het niet anders zijn, kondigt hij alvast aan. Hij heeft plannen voor nog twee boeken. De eerste verschijnt op 2 april, de volgende in het najaar.

Tot die tijd blijft hij al zijn energie in ‘Generatie Z’ steken, het boek waarin hij samen met Jos Ahlers de generatie beschrijft die vanaf 2020 de arbeidsmarkt bestormt. ‘De Netwerkgeneratie’ zoals hij ze ook wel noemt, die Google als hun derde hersenhelft beschouwt, die leert door te doen, die delen als vermenigvuldigen beschouwt, die niet hun ouders maar de ‘crowd’ als vraagbaak beschouwt, die niet meer drie maaltijden per dag eet maar zeven keer per dag graast en die geen bazen meer boven zich duldt.

‘Generatie Z’ maakt snel school, vertelt Boender: behalve in de vakpers kreeg het boek aandacht in het Nederlands Dagblad, in het Reformatorisch Dagblad en zelfs op de kansel van de zwartekousenkerk in Katwijk. Bijna net zoals 'Great to Cool' dat deed in de Verenigde Staten waar Warren Buffett het boek volgens Boender aan de 111 rijkste Amerikanen heeft gestuurd, voorzien van de tekst: ‘Going Dutch ’s got a whole new meaning. Read this!’

René Boender: ‘Er is nog nooit zomaar een gebraden duif naar binnen gevlogen’ interview
14 april 2011 | Hans van der Klis

In Great to Cool heeft ‘brain agent’ René Boender, tegenwoordig een veelgevraagd spreker, zijn beste ideeën verzameld. Op het omslag heeft hij alvast vermeld dat het een bestseller is, iets dat hij als kleine jongen leerde van Jan Cremer. Het cijfer 100.000 springt meteen in het oog. Alleen de oplettende lezer ziet dat er ‘Op verzoek van 100.000 keynote-bezoekers’ staat. ‘De oertechniek van Vance Packard’, stelt Boender. ‘De klassiekers zijn wij ten onrechte vergeten.’

Brand booster, brain agent, innovatiefuturist, ideeënfontein, wereldbestormer, the great communicator, de lijst omschrijvingen die je van René Boender op internet tegenkomt is eindeloos. ‘Het is een wonder’, zegt Boender enthousiast. ‘Als je mij googelt, kom je ze allemaal tegen.’ Maar als je hem op de man af vraagt welke omschrijving hij het belangrijkste vindt, zegt hij plompverloren, met zachtere stem: ‘Mijn naam. René.’

De voormalig reclameman René C.W. Boender is tegenwoordig vooral bekend als spreker. Over de hele wereld treedt hij op als keynote-spreker op congressen en seminars. ‘Niet lang geleden kondigde een presentator mij bij een optreden als volgt aan: "Some call him the brain agent, others call him zus-en-zo, maar hij vindt het zelf het leukste als je hem René noemt." En zo is het. Het maakt niet uit, je kunt altijd met mij komen praten. Als wij het leuk hebben met elkaar, kunnen wij met z’n tweeën de wereld verbouwen. Als wij het niet leuk hebben, gebeurt er niets. Het uitgangspunt is dat wij lol hebben, een klik! Iedereen haalt daar iets anders uit. Ik probeer altijd iets toe te voegen aan mensen zodat zij, wanneer zij weggaan, denken: dat ga ik ook doen. En dat alles met behulp van mijn intuïtie, verstand-met-haast.’

Kladden

Aan alles merk je dat Boender gewend is voor een groot publiek te spreken. Zonder dat hij op adem hoeft te komen, rollen de ‘brain candies’ eruit, zoals hij zijn one-liners noemt. Wie een blik in zijn boek heeft geworpen, ziet dat alles op zijn plaats valt. Elk hoofdstuk begint met een catchy citaat, ofwel van een bekende persoonlijkheid, ofwel van Boender zelf. Zelfverzekerdheid is een van zijn belangrijkste karaktertrekken, zal hij later tijdens het interview zelf ook zeggen. De opbouw van Great to Cool past precies in zijn 3’-12’-E-regel, Boenders variant op het gedateerde AIDA (Attention, Interest, Desire, Action). In drie seconden moet je de eerste ‘ja’ binnen hebben, het persoonlijke contact hebben gelegd. In de twaalf seconden daarop krijg je de kans de klant te overtuigen en wat rest, is de eeuwigheid. In het geval van Great to Cool: een eerste citaat en de kop om de lezer binnen drie seconden bij zijn kladden te grijpen, het hoofdstuk om de lezer binnen twaalf (of iets meer) seconden te overtuigen. En wat de lezer onthoudt, is voor de eeuwigheid. ‘Ik heb een proefopstelling gedaan met dummy’s van mijn boek op een plek waar veel zakenlieden komen’, vertelt Boender. ‘Bestseller, zien ze op het omslag staan. Ik zag meteen dat het aansloeg: iedereen pakte het op. Dat is een techniek die ik heb geleerd van Jan Cremer, die bestseller op de cover van Ik Jan Cremer had gezet. Hij had het weer uit Amerika. Als de zakenmannen vervolgens verder lezen, zien ze dat ik er bij heb gezet "op verzoek van 100.000 keynote-bezoekers". En daarna schrijf ik: "En nu jij het ook hebt gekocht, zijn we goed op weg naar die magische oplage". Dan zie je ze in lachen uitbarsten. Het is de verborgen verleider van Vance Packerd, een klassieker die wij ten onrechte zijn vergeten. Zo’n grap kunnen die zakenmannen wel waarderen.’

Zak snoep

Al vanaf zijn vijfde wist Boender dat hij reclameman wilde worden. ‘Mijn opa had een krant in Den Haag en de laatste adverteerder die hij op vrijdag bezocht was Jamin, de snoepwinkelketen. Een advertentie kostte toen 1,25 gulden. Dan zei hij: doe maar 1,10 gulden, maar dan wil ik wel een zak snoep hebben voor mijn kleinzoon. Dus als opa mij op vrijdag vertelde dat hij weer een advertentie verkocht had, wist ik dat er een puntzak snoep kwam. Ik dacht: dat ga ik ook doen als ik groot ben, advertenties verkopen.’ Zo leerde Boender dat het gaat om contact maken. ‘Als je contact maakt, krijg je een contract. Als je geen contact maakt, is de rest academisch gewauwel. Want er is nog nooit een contract geweest zonder contact. Er is nog nooit zomaar ergens een gebraden duif naar binnen gevlogen.’

En voort gaat Boender, zonder te wachten op de volgende vraag. ‘Heb je het verhaal van de paraplu’s van Senz gelezen?’ Boender vertelt hoe hij betrokken raakte bij de uitvinding van de stormparaplu’s. Drie studenten zochten een ingang bij de bank, maar konden het juiste loket moeilijk vinden. Totdat Boender en een zakenvriend zich ermee gingen bemoeien. Samen met het aanstekelijk enthousiasme van de drie studenten schreven zij het rapport over de marktintroductie van de stormparaplu. Het kreeg de titel ‘Hoe voortaan regen vloeibare zonneschijn wordt’, waarna de deuren één voor één open gingen. Toen Boender ook nog eens aan de marketing begon te sleuren, haalden de stormparaplu’s van Senz de voorpagina van Time Magazine in Amerika. ‘Dat heb ik geleerd toen ik in bij McCann in Amerika voor merken als Coca Cola en Heineken werkte. Heinekens aandacht kreeg ik pas toen ik een rapport schreef met de titel "Hoe 1,3 miljard Chinezen allemaal 1 Heineken per jaar gaan drinken". Daar gaat het om in ons vak: the story you tell, is the product you sell.’

Grafsteen

Boender leerde het vak bij Hansnel in Ridderkerk, waar hij brieven ging schrijven voor Lekturama, toen nog eigendom van Abraham van Leeuwen alias de Prince van Lignac. Zijn handige, informele manier van presenteren leverde hem een transfer op naar McCann International, waar hij als jonge twintiger betrokken werd bij grote accounts. Daar raakte hij gepokt en gemazeld in het vak. In 1993 keerde hij terug in Nederland, waar hij met drie gelijkgestemden BBCW oprichtte. ‘Berken Boender Cardozo en Werkendam, BBCW, of op z’n Amerikaans: Bie-Bie-Cie-Double You, Our promise: we will double you. Ook die spreuk werkt in drie seconden. Dat heb je nodig, een logo spreekt niet. Je moet iets hebben dat kan praten. Zelfs mijn grafsteen weet ik al. Normaal gesproken staat er altijd: hier ligt mijn liefhebbende man of vrouw, maar dat zegt geen zak over de man of vrouw of wat zij hebben gedaan. Als mensen mijn grafsteen zien, zullen de mensen die mij gekend hebben zeggen: dat was hem ten voeten uit. Mensen die mij niet gekend hebben, zullen meteen weten dat ik zelfverzekerd was en van communicatie maken heb gehouden. Met m’n hart en ziel. Want het opschrift luidt als volgt: "Als God een reclamebureau heeft, wordt het nu geleid door…" En dan heel groot: René Boender.’ Eronder komt heel klein te staan: "Het zal wel erg druk worden".

Toen hij en zijn partners BBCW verkochten aan Young & Rubicam, dat niet veel later in handen kwam van het WPP van Martin Sorrell, hield daar het spannende jongensboek voor hem op. ‘Met Sorrell had ik geen problemen, maar ik had besloten dat ik nooit meer voor een baas zou werken. Op 1 september 2000 ben ik op een rots gaan zitten in Nieuw-Zeeland, in The Bay of Plenty. Daar besloot ik dat voor de rest van mijn leven de dubbele l-strategie op mij van toepassing is. Ik doe alleen nog maar leuke dingen voor leuke mensen. Bij een commercieel doel laat ik mij honoreren, bij een goed doel doe ik het voor niets. Maar zodra er een ‘u’ tussen de twee l’en staat, doe ik niets.’

Boender is eigenlijk bij toeval in het internationale lezingencircuit gerold. Hij had wel eens voor grote zalen gesproken, maar ontdekte zijn talent pas toen hij last minute werd geboekt voor een groot congres in New York. Een goedbetaald lang weekend New York met zakgeld en een kamer in het Waldorf Astoria trok hem over de streep. En sindsdien maakt hij furore: in Amerika, Engeland, Nederland, Australië, Zuid-Afrika. De energie waarmee hij vertelt over Great to Cool doet vermoeden waarom de mensen graag naar hem luisteren. Veel ideeën komen bekend voor, maar Boender weet er altijd een twist aan te geven. Return on Investment wordt Return on Involvement, voor het begrip KISS heeft hij wel drie alternatieve verklaringen. En zijn favoriet, waarmee hij zijn boek afsluit: JFDI. Wat het betekent? ‘Grappig dat je dat vraagt. Ik moest een keer in Amerika spreken, toen ik met deze kreet afsloot: the only thing you need is JFDI in your DNA. De president van het bedrijf vroeg het mij ook. Ik zei: Well, Mr. President, it’s pretty bold to explain it in front of the audience. Ga je gang, zei hij, doe het maar. Toen ik het uitlegde, om het belang van de actiestand te benadrukken, stond de zaal op zijn kop. "This is the best story from Holland since Hans Brinker put his finger in the dyke", zei de president. Maar ik ga het hier niet uitleggen. Ik heb het niet voor niets als conclusie op de laatste pagina gezet. Je moet er wel wat voor doen om business happiness te bereiken.’

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden