Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
René Boender: ‘Wie nu afhaakt, haakt nooit meer aan!’ interview
20 mei 2016 | Ger Post

Jos Ahlers en René Boender schreven een update van Generatie Z – En de Vierde (Industriële) Revolutie. Het was immers alweer 3,5 jaar geleden dat de eerste versie uitkwam, in de huidige tijd een lichtjaar geleden. ‘De antwoorden van een Generatie Z’er zijn meer waard dan die van een MBA’er.’

René Boender is 57 jaar maar heeft de energie van vijfhonderd twaalfjarigen. Druk pratend komt hij het gebouw van Managementboek.nl binnen en twee uur later – als het interview al ruim is afgelopen – klinkt zijn stem nog steeds door de gangen. Onderwerpen van gesprek volgen elkaar razendsnel op, over dat Generatie Z steeds meer gelooft maar atheïsme cool wordt tot dé manier om de nieuwe generatie aan je bedrijf te binden. Zijn onderwerpen geven meteen een inkijkje in zijn agenda: van een keynote lezing op een congres in de Verenigde Staten tot een optreden in Australië.

Nanoseconden
Probeer je deze man eens voor te stellen in een bed, waar hij wekenlang niet uit mag komen. Het is ondoenlijk, maar het is precies wat Boender overkwam afgelopen zomer toen hij bij een racefietsongeluk zijn bekkenring op vijf plaatsen brak. Hoeveel tieners er nodig waren om hem in dat bed te houden? Duizenden.

Boender nam namelijk contact op met de jongeren die hij en Ahlers hadden geïnterviewd voor de eerste editie van Generatie Z – geboren tussen 1995 en 2012. ‘In een nanoseconde’ had hij vijfhonderd reacties van over de hele wereld, vertelt Boender. ‘Ze zeiden: “Wat leuk dat je er weer bent.” Ik werd er bijna vrolijk van.’

Niet veel nanosecondes later nam hij contact op met Ahlers. Er moest een nieuw boek komen, al was het maar voor het herstel van de heup van Boender. Ahlers bleek met precies hetzelfde idee te spelen. Hij had het boek weer eens geopend voor het geven van een lezing en kwam erachter hoe sleets sommige voorbeelden al waren.

En achterhaald. Vijf jaar geleden bestond de Nederlandse sociale netwerksite Hyves bijvoorbeeld nog. Had slechts 40 procent van de Nederlanders een smartphone (dat nadert nu 90 procent). Vond Generatie Z atoomenergie nog een redelijke optie (‘maar na de ramp bij Fukushima niet meer’, aldus Boender). En tablets waren nog maar net op de markt, terwijl inmiddels 65 procent van de Nederlanders er minstens één in huis heeft.

De twee doken opnieuw in de generatie en verzamelden stapels rapporten en onderzoeken en spraken met zo’n beetje elke Generatie Z’er ter wereld. Vooruit, het waren er 39.500. En oké, deze ‘gesprekken’ vonden plaats via Ping, Whatsapp en chatprogramma’s. Maar toch, de auteurs hebben er sinds 2010 meer dan 2100 uur chatten achter hun kiezen.

Spreken met, niet over
Het zijn juist deze gesprekken die het boek waardevol maken, benadrukt Boender. ‘We hoorden heel vaak: “De meeste mensen praten over ons, maar ze spreken ons nooit.”’ Ahlers vult aan: ‘Wij babyboomers komen uit een tijd waarin het heel normaal was dat oud jong leert. Maar op heel veel gebieden ligt deze generatie voor op andere generaties. We zouden niet zo angstig moeten zijn voor jong leert oud, want daardoor missen we veel kennis en inzicht.’

Generatie Z’ers kunnen volgens de auteurs dan ook zeer waardevol zijn voor een bedrijf of organisatie. Als ze op een juiste manier worden aangesproken. ‘Ze vinden het knettergaaf om voor je te werken,’ zegt Boender. ‘Daar moet je ze vrijheid in geven. Ze beantwoorden net zo makkelijk een email om zes uur ’s ochtends of tien uur ’s avonds, want werk en privé lopen door elkaar heen. Maar dat betekent ook dat ze midden op de dag kunnen gaan sporten als ze dat beter uitkomt.’ 

Boenders HR-advies: ‘Nooit meer zeggen: “We werken hier van negen tot vijf en lunchen tussen één en half twee. En hier is je bureau.” Zeg liever: “Welkom, je mag zelf bepalen wat je werktijden zijn. We hebben hier bureaus, daar mag je aan zitten, maar dat hoeft niet. Wat ik je wel vraag is om door het bedrijf heen te lopen en met iedereen te praten. Na twee weken kom ik bij je terug met de vraag: wat zou jij doen als je hier de leiding had?” Die antwoorden zijn meer waard dan die van een mba die op een dure managementschool heeft gezeten.’

Denken in oplossingen
Voordat iemand iets kan zeggen – bijvoorbeeld ‘dat is nogal een statement’ – zegt Boender: ‘Een voorbeeldje.’ En zijn gedachten vliegen naar België, waar afgelopen november een hackathon werd gehouden. ‘Het ging over betalingsgedrag en een groot bedrijf wilde software waarmee sneller geld overgemaakt kon worden van smartphone naar smartphone. Ze hadden al een offerte van 50.000 euro liggen om dat te laten maken.’

‘Er was een jongen en die begreep er niks van. Waarom het allemaal zo moeilijk moest. En zoveel geld moest kosten. Hij ging een beetje zitten klooien en de volgende dag presenteerde hij een applicatie waarmee hij geld van telefoon naar telefoon kon overmaken. Hij had de banken er tussenuit gehaald. Dat is toch geweldig! De ICT-directeur van het bedrijf ging vervolgens gelijk bedenken waarom het allemaal niet zou kunnen, maar die jongen dacht in oplossingen.’

Generatie Z’ers zijn pragmatische oplossers die weinig oog hebben voor hiërarchische structuren waar de generaties voor hen gebruik van maken. Zo schrijven de auteurs: ‘Het oude werkethos “hard werken, doen wat de baas zegt, zelf je mond houden en loyaal blijven aan je bedrijf” is hun onbekend en wordt als irrelevant gezien. Deze generatie is niet loyaal aan de piramide waarin ze per ongeluk terecht zijn gekomen, maar aan zichzelf en aan hun eigen netwerken.’

Zonder contracten
Kom bij een Z’er dan ook niet aan met een vast contract, een opleidingstraject en carrière maken met aan het eind een mooie positie in een bedrijf. Dat is ouderwets denken. Ze volgen meerdere carrières, vaak tegelijkertijd. Een Z’er in Japan combineert bijvoorbeeld een baan in een supermarkt, hotel en bij een pakketservice. ‘Ze vindt het leuk om afwisselend werk te hebben en met steeds andere mensen in contact te komen,’ vertelt Boender. ‘Dat geeft een rijkheid aan leven.’

En hoe moet dat dan later, als ze met pensioen gaan? Het is de vraag die de Z’ers vaak voor hun voeten krijgen geworpen. Maar pensioen is geen zekerheid voor deze generatie. En als het aan hen ligt ook niet voor de voorgaande generaties. ‘Voor Generatie Z zijn de babyboomers rijk geworden door een voorschot te nemen op toekomstige generaties en veel leden van Generatie Z voelen zich hierdoor gedupeerd,’ schrijven Ahlers en Boender. ‘De vanzelfsprekendheid waarmee babyboomers hun rechten opeisen, zal in toenemende mate door Generatie Z worden aangevochten.’

In plaats van onzekerheden en angsten zoveel mogelijk in te perken, waar andere generaties nog wel eens naar neigen, gaan Z’ers er op een andere manier mee om. Dat merkten de schrijvers al na de aanslagen in Parijs en Brussel. Ze zetten de omvang van de aanslag in perspectief (‘Waarom reageren we niet zo geschokt op aanslagen in Ankara?’) of hielpen de overheid toen die opriep niets over invallen te Twitteren. Ze zetten de terroristen op het verkeerde been door foto’s van verdachte katten te plaatsen. En wie gingen nog dezelfde dag van de aanslagen in Brussel op de terrasjes zitten? De auteurs weten het wel: Generatie Z’ers.

Vierde industriële revolutie
Ook de vierde industriële revolutie, die sommigen nog wel eens de stuipen op het lijf jaagt omdat computers mensen zo’n beetje op elk vlak lijken weg te concurreren, maakt ze niet bang. Ze weten als geen ander dat sommige eigenschappen van de mens veilig zijn voor de robot. De auteurs schrijven: ‘Empathie, creativiteit, inspiratie, respect en vertrouwen zul je nooit vinden bij een robot, een computerprogramma of een app, maar wel in je persoonlijke netwerk. Dat komt omdat het puur menselijke eigenschappen zijn en Generatie Z weet dit.’

Dit idee lijkt lijnrecht te staan tegenover de berichten over algoritmes die nieuwsartikelen schrijven en muziek componeren. En wie tien jaar geleden had geopperd dat auto’s uiteindelijk zelf zullen rijden, was voor gek verklaard. Onderschatten de Generatie Z’ers niet de revolutie die ze zelf vormgeven? Ahlers: ‘Een robot uit het niets iets nieuws laten creëren, dat kan niet. En met animaties kan veel, maar vaak heeft dan toch een acteur in een raar pak model gestaan voor die animatie. De mens blijft achter de knoppen zitten.’

Hoewel we misschien achter de knoppen blijven, zal de maatschappij fundamenteel veranderen. Vandaar dat Ahlers spreekt van een revolutie. ‘Eén derde van de wereldbevolking is nu online. Dat is best veel. Maar als je ervan uitgaat dat twee derde er nog aankomt, misschien wel binnen nu en tien jaar, dan realiseer je je dat we nog maar net begonnen zijn. We hebben geen idee waar het heen gaat, maar een ding weten we wel: alles gaat veranderen en aangepast worden.’

Generatie Z heeft bij uitstek inzicht in wat er allemaal kan. ‘Als we eerst onze eigen kinderen begrijpen, dan kunnen we de wereld waarin we leven wellicht beter duiden. Dat oprechte geloof zit achter het boek,’ zegt Ahlers.

En we kunnen maar beter vandaag dan morgen in gesprek gaan met Generatie Z, schrijven Boender en Ahlers. ‘Want wie nu afhaakt, haakt nooit meer aan!’


Generatie Z: jong en ervaren nieuws
26 april 2016 | Bertrand Weegenaar

Met nog geen 21 jaar zijn de leden van Generatie Z structureel anders dan hun voorgangers, Generatie Y. Uitvoerig en baanbrekend beschreven in Generatie Einstein 3.0. Auteurs Jos Ahlers en René Boender geven hun boek Generatie Z de ondertitel ‘En de Vierde (Industriële) Revolutie’. Deze groep mensen, opgegroeid met wifi, internet, sociale media, smartphones en tablets acteren per definitie in een mondiale wereld. Boender is ook auteur van Cool is Hot: Braincandies, en dit boek oogt ook als een aflevering in de serie ‘braincandies’. Speciaal voor marketeers.

Korte hoofdstukken die, behalve dat ze over Generatie Z gaan, weinig samenhang en ordening vertonen. Dit is niet geheel onlogisch. Generatie Z is nu tussen de 4 en 21 jaar oud. Het zijn de digital natives, opgegroeid omringd door internet. Maar omdat het over kinderen tot jong volwassenen gaat, is het een lastig te omschrijven doelgroep. Hoofdstukjes als ‘Werk is privé, en privé is werk’ en ‘De seksuele revolutie is voltooid’ kun je op zijn minst voorbarig noemen. Dat online hun levensader is, TV ook met een tweede scherm gepaard gaat, en dat ze allemaal gamers zijn, is niet nieuw. Of ze daarmee deze generatie van de vorige onderscheiden, is nu nog niet te beoordelen.

De enorme breedte aan onderwerpen, sport, gezondheid, godsdienst, privacy, werk, uitgaan en reizen maken grip krijgen op deze Generatie Z niet makkelijk. Net als om elke pagina een afbeelding met of een iPad, een smartwatch of smartphone met quotes als ‘Life is all about how you handle PLAN B’… Rayan van 7 legt zijn smartphone even aan de kant om zijn boterhammen te eten.

‘Z is dan werkelijk de laatste generatie. Maar tegen die tijd staan we aan het begin van een nieuw tijdperk. De revolutie is nog maar net begonnen. De veranderingen die we nu zien, zijn slechts de schoten voor de boeg. Alles gaat op zijn kop. En samen met Generatie Z mogen wij dit meemaken.’ Zo lezen we. Zeker, maar de zinnen kunnen bijna uit elke ‘Generatie trendwatch’ komen. De auteurs zeggen bij hun bronnen ‘Wij zijn net sponzen’. Maar er had hier wel iets harder geknepen mogen worden op de inhoud.


Preview - Generatie Z - En de Vierde (Industriële) Revolutie preview
11 april 2016 | René Boender

Generatie Z is nu aan het opgroeien en vanaf 2025 zal ze de maatschappij overnemen. Je kunt nu alles vooraf bezien en dat is beter dan 'achteraf bekeken' staat te lezen om de omslag van Generatie Z. Dat geldt ook voor het boek zelf, vandaar deze preview.

Generatie Z (geboren tussen 1995 en 2012) groeit op in een wereld waarin netwerken alom aanwezig zijn en waarin netwerken de norm is. Generatie Z heeft zelfs nooit een wereld zonder sociale netwerken gekend. En als we het over netwerken hebben, hebben we het niet over die vervelende bijeenkomsten waarin we onder het genot van een middelmatig wijntje en een bitterbal lekker met elkaar ‘netwerken'.

Nee, we hebben het dan over echte, sociale netwerken en belangrijk een kenmerk van deze sociale netwerken is dat ze organisch gestructureerd zijn. Hoeveel connecties je hebt en hoeveel je communiceert bepaalt of je in het centrum van een netwerk staat of meer aan de rand. Een netwerk is plat, kent geen formele hiërarchie.

Een netwerk is horizontaal. Iedereen praat met iedereen zonder aanzien des persoon. Aanzien wordt dan ook niet van buiten opgelegd, maar verdiend door veel te communiceren binnen het netwerk. Senioriteit is waardeloos. Het gaat over hoe actief je bent. Degenen die het meeste bijdragen aan het succes van het netwerk maken de meeste connecties. Het gaat dus om bereik maal activiteit. Machtige netwerkers kunnen in het dagelijks leven hele gemiddelde levens leiden.

In deze horizontale, organische netwerkwereld groeit Generatie Z op. Het bepaalt in belangrijke mate hun sociale kader. Het bepaalt hoe ze naar de wereld kijken en hun verwachting over hoe de wereld naar hen kijkt.

Tussen 2020 en 2025 stroomt deze grote groep jonge supernetwerkers de maatschappij in. Dat gaat ongetwijfeld leiden tot interessante ontwikkelingen. En dat is een behoorlijk understatement. Of we het nu hebben over bedrijven, verenigingen, vakbonden, politieke partijen, religieuze organisaties, zorginstellingen of scholen: het zijn allemaal piramides. Ze hebben een duidelijke machtsstructuur die zich uit in strenge organogrammen in de vorm van harken. In tegenstelling tot sociale netwerken hebben bedrijven duidelijke bazen, duidelijke managementlagen en duidelijke grenzen. Informatie (let op: geen communicatie) loopt van boven naar beneden in de vorm van e-mails, memo's en clubblaadjes. Informatie loopt zelden van beneden naar boven. De top zendt, de vloer ontvangt. Om een sociaal netwerk staat nooit een hek met een slagboom. Om een piramide wel. Een netwerk heeft geen receptie; iedereen mag ongehinderd aan- of afhaken. Bij een piramide moet je je altijd netjes melden en hopen dat er een parkeerplaats is geregeld.

De laatste vijf jaar hebben wij, René C.W. Boender en Jos Ahlers, ons ondergedompeld in deze opkomende generatie. Dat heeft geresulteerd in een spraakmakend en verrassend positief boek, waarin we een brede inkijk geven in wat deze generatie beweegt. Hoe gaan ze om met leren, werken, liefde, geld, politiek, geloof? Bijna geen onderwerp blijft onbesproken.

Deze generatie vraagt een geheel eigen aanpak, terwijl ze moeten samenwerken met de hiërarchische denkers die dan ook nog actief zullen zijn. Een pasklare oplossing hebben wij ook niet, maar we weten wel een eerste stap: begrip en communicatie. Praat met ze, luister naar ze en ga samen op zoek gaan naar oplossingen. Je zult nog versteld staan van de ideeën waar ze mee komen.

Het oude paradigma ‘oud leert jong' zullen we moeten inruilen voor een meer uitgebalanceerde aanpak: ‘oud leert jong, én jong leert oud'. Ons dringende advies: haast je nu er nog tijd is om te anticiperen, dan heb je straks tijd over als concurrenten ineens haast hebben en niets begrijpen van wat Generatie Z nu écht wil. Het heeft geen zin de revolutie te ontkennen of je te verstoppen totdat hij is uitgewoed.

Wie nu afhaakt, haakt nooit meer aan.

René C.W. Boender (1958) geeft ruim vijftien jaar keynotes over de hele wereld, o.a. over Generatie Z. Jos Ahlers is zelfstandig adviseur en houdt zich bezig met 'Collaborative Communities'. Ook geeft hij keynotes over o.a. Generatie Z. Samen schreven ze Generatie Z - En de Vierde (Industriële) Revolutie.


De top 3 van Jos Ahlers geboekstaafd
2 januari 2013 | Nienke van Oeveren

Jos Ahlers is Senior Strateeg bij het Amsterdamse reclamebureau N=5. Hij is eerst jarenlang verbonden geweest aan grote internationale communicatiebureaus. Daarna was hij werkzaam als onafhankelijk adviseur voor bedrijven, instellingen en overheid. In zijn top 3 Marty Neumeier, Bob Garfield en René C. W. Boender.

1 Zag door Marty Neumeier
‘Dit boek is een klassieker! Neumeier legt goed en makkelijk uit dat het er in marketing om gaat dat je zaken anders doet dan de rest. Dit illustreert hij ook met de vorm van het boek; hij heeft alles heel erg scherp opgeschreven. Met mijn bureau N=5 kijken we bijvoorbeeld waar de conflicten en conventies in de markt zitten. Welke behoeften zijn nog niet opgelost? Bijna elk succesvol bedrijf is er immers mee begonnen om de regels te breken.’

2 The Chaos Scenario door Bob Garfield
‘Ook een ongebruikelijk boek. Bob Garfield gooit vol de beuk erin als hij predikt dat de oude media failliet gaan. De focus op zenden is niet voldoende; er is continue interactie met klanten nodig. Maar interactie om de interactie is ook niet goed. Zo zie je dat bedrijven soms flinke bedragen investeren in het halen van bijvoorbeeld 20.000 likes. Dat past namelijk in een spreadsheet en dan kun je je project afronden. Maar de conversatie met de markt is een voortdurend proces, dat is voor veel bedrijven nog ingewikkeld.’

3 Great to Cool door René C. W. Boender
‘De boodschap van Great to Cool komt overeen met Zag; denk ánders, zet je ogen en oren open en luister naar je buikgevoel. En ga er voor! Beide boeken zijn tegen de vertrutting; tegen middelmatige ideeën en steeds indekken. Dit vertaalt Boender naar braincandies die het boek heel leesbaar maken. Enkele die ik meteen ging gebruiken, zijn de 3"12" Eternity wet; boei je luisteraar onmiddellijk, anders ben je al in de eerste drie seconden verloren. Nog een: benader zaken altijd op een positieve manier.’


Keihard op weg naar de eerste plaats nieuws
16 december 2011 | Hans van der Klis

Ze zijn met hun boek Generatie Z keihard op weg naar de eerste plaats in de lijst met bestverkochte managementboeken: ‘brain agent’ René Boender en marketingstrateeg Jos Ahlers. Tijdens een miniseminar annex kerstborrel voor de oude werkgever van Ahlers, BeyenMeyer, hielden ze hun boek over hoe de wereld er na 2020 uit zal zien ietwat verlaat ten doop.

‘Kunnen jullie geen aparte ranglijst maken voor die kalenders?’ René Boender heeft stiekem een beetje de pest in. Heeft hij voor de tweede keer dit jaar een geweldige bestseller geschreven, moet hij de klassieke verkoopkanonnen van Aty Boers en Marijke Lingsma en Stephen R. Covey voor laten gaan. ‘Ach, weet je wat ik doe? Ik ga ook een kalender maken, de ‘Great to Coolender. 365 brain candies’ voor een heel jaar. Wat denk je? Dat moet toch een hit worden?’

Het is René Boender in optima forma. Energiek, enthousiast en recht voor zijn raap. Het mooie is: hij laat het niet bij woorden, hij doet het ook nog. Toen hij eind vorig jaar zijn eerste boek uitbracht, kondigde hij al aan dat het een bestseller zou worden. En dat hij het niet bij één boek zou laten. Nu, eind 2011, staat hij met twee boeken in de Top 10 van bestverkochte managementboeken van 2011: Great to Cool op de derde plaats, het eerste boek na de twee eerder genoemde kalenders, en hoewel het pas vijftig dagen leverbaar is, Generatie Z op de zevende plaats. En volgend jaar zal het niet anders zijn, kondigt hij alvast aan. Hij heeft plannen voor nog twee boeken. De eerste verschijnt op 2 april, de volgende in het najaar.

Tot die tijd blijft hij al zijn energie in ‘Generatie Z’ steken, het boek waarin hij samen met Jos Ahlers de generatie beschrijft die vanaf 2020 de arbeidsmarkt bestormt. ‘De Netwerkgeneratie’ zoals hij ze ook wel noemt, die Google als hun derde hersenhelft beschouwt, die leert door te doen, die delen als vermenigvuldigen beschouwt, die niet hun ouders maar de ‘crowd’ als vraagbaak beschouwt, die niet meer drie maaltijden per dag eet maar zeven keer per dag graast en die geen bazen meer boven zich duldt.

‘Generatie Z’ maakt snel school, vertelt Boender: behalve in de vakpers kreeg het boek aandacht in het Nederlands Dagblad, in het Reformatorisch Dagblad en zelfs op de kansel van de zwartekousenkerk in Katwijk. Bijna net zoals 'Great to Cool' dat deed in de Verenigde Staten waar Warren Buffett het boek volgens Boender aan de 111 rijkste Amerikanen heeft gestuurd, voorzien van de tekst: ‘Going Dutch ’s got a whole new meaning. Read this!’


René Boender en Jos Ahlers beschrijven Generatie Z interview
1 november 2011 | Annegreet van Bergen

Als hij binnenkomt, is meteen alle aandacht op hem gericht. Mensen als magneten kom je wel vaker tegen, maar meestal zijn zij in tweede instantie niet erg sympathiek. Bij René Boender ligt dat anders.

Hij roffelt zich graag op de borst en heeft het – in alle bescheidenheid – erg met zichzelf getroffen. Toch irriteert hij niet. Zijn geheim ligt ongetwijfeld in de vriendelijkheid die hij uitstraalt. Hij heeft een aardig gezicht en is een hartelijk mens. Daarnaast is er nog iets wat hij zelf zijn ‘EEC’ (Energie, Enthousiasme en Creativiteit) noemt.

Astronaut

Opeens was er dit voorjaar een nieuwe auteur aan het firmament. Deze new kid on the block was reclameman en zelfverklaard ‘Brain-agent, Innovatiefuturist & Trendteller’ René C.W. Boender. Hij stoof de top-10 van Managementboek binnen met zijn boek Great to Cool – Braincandies met een bite!. Zijn boek stond geruime tijd op een eerste plaats en in een mum van tijd beleefde het liefst zes drukken. Wie is de auteur die liet optekenen: ‘Voor het grote publiek heeft hij zich schuilgehouden, maar in de zakenwereld hangt iedereen aan zijn lippen’? Wie is de man die niet zelf de ambitie had om schrijver te worden, maar die Great to cool schreef ‘op verzoek en aandringen van zijn publiek’?

Voor het antwoord op die vraag kun je het beste bij het begin beginnen en Boender vragen waarom hij als jochie van 5 geen brandweerman of astronaut wilde worden, maar reclameman. Dan vertelt Boender over zijn grootvader die een krant in Den Haag had en daarvoor advertenties verkocht. Als laatste ging Opa altijd naar Jamin. In de snoepwinkel zei hij dat de advertentieruimte normaal 1 gulden kostte. Maar als meneer Jamin Opa een zak snoepjes gaf voor zijn kleinzoon, mocht hij de advertentie voor 90 cent hebben. De kleinzoon had het snel door: ‘Ik ga de reclame in, want dan krijg je snoep.’

Later nam die ambitie serieuzere vormen aan. Boender: ‘Ik ben een liefde gaan opvatten voor het vak van commerciële communicatie. Ik vind het knap dat je mensen ertoe kunt bewegen dat ze, wanneer ze iets nodig hebben, dat bij jou kopen en niet bij een ander.’ Als jongen van 10 hielp hij de melkboer en toen al leerde hij de kracht van aandacht kennen. Wanneer de melkboer gewoon Van Nelle in het schap had staan, verkocht hij 20 pakken. Zette hij er echter een plakkaat met ‘Van Nelle 2,89 gulden’ bij, dan steeg de omzet zo tot 30 stuks.

Na zijn middelbare school had Boender (geboren in 1958) graag willen studeren. ‘Maar mijn vader werd afgekeurd. Dat was in de tijd van het Kabinet Den Uyl. Toen moest je eerst je huis opeten voordat je bijstand kreeg.’ Vader Boender vertelde het René met een gebroken hart: zijn jongste zoon moest meteen na de Havo al werken voor kost. Misschien was er wel geld als zijn twee oudere broers klaar waren met hun studie... Waarop René de historische woorden sprak: ‘Mijn broers gaan de maatschappij binnen via de voordeur. Ik kom via de achterdeur. Maar ik zal het volk vanaf het balkon toezwaaien.’

Werken was leerzaam. ‘Ik werkte als pompbediende bij een benzinestation. Daar leerde ik dat je met service plus een glimlach heel veel fooi krijgt. Met Kerst vond iedereen het zo zielig dat ik moest werken dat ze me dubbel fooi gaven.’ Hij vertelt over de beteuterde bloemenkoopman die hij op kerstavond ontmoette. De man zat in zijn maag met een partij onverkochte kerststerren. Hij liet ze achter bij Boender. Die had hem toegezegd dat hij hem de inkoopprijs (37 cent per stuk) zou vergoeden; de dag na Kerst zou hij hem het geld geven. Die Kerst zette Boender zijn wensen voor een gelukkig kerstfeest kracht bij door alle klanten een kerstster te geven. De fooien die hij kreeg waren hoger dan ooit tevoren, in elk geval rijkelijk meer dan die 37 cent. Boender: ‘Dat heeft me geleerd dat je meer moet geven voordat je dingen krijgt.’

Vervolgens kwam hij met een behoorlijke dosis geluk op jonge leeftijd de reclamewereld binnen. Hij had talent en brak vrijwel meteen door in Amerika. Daar werkte hij jaren aan grote campagnes van Goodyear tot Coca-Cola, van Ola tot L’Oréal, van Nestlé tot H&M.

Keynotes

Maar daar bleef het niet bij. Rond de eeuwwisseling bleek Boender ook over een aanpalend talent te beschikken. Hij werd gevraagd als keynote speaker en vrijwel meteen stond er een booking agency bij hem op de stoep. Mensen in het publiek hadden allemaal het gevoel gehad dat ze persoonlijk door Boender werden toegesproken. Voor een man die zulke keynotes geeft, bestaat een grote markt.

Voor wie niet helemaal op de hoogte is met het begrip keynote, legt Boender desgevraagd uit dat dat een presentatie is bij een seminar of summit. De keynote wordt óf aan het begin gegeven: ‘En dan krijg je het gevoel dat dit het beste seminar wordt dat je ooit hebt bijgewoond.’ Of aan het eind: ‘En dan heb je het gevoel dat dit nog beter was dan alles wat je die dag hebt gehoord. Ik probeer als keynote speaker mensen te "trekken" met mijn energie, enthousiasme en creativiteit. Ik wil dat ze de weg inslaan naar business happinness: zakelijk geluk. Dat is het belangrijkste element in mijn lezingen. Mensen moeten met een goed gevoel naar huis gaan.’ Dat lukt hem zo goed dat Boender inmiddels wereldwijd een gevraagde keynote speaker is.

Daar lag ook de kiem voor zijn succes als auteur. Boender: ‘Mensen kwamen na afloop vaak naar me toe en zeiden: "Wat een leuke speech was dat." Vaak wisten ze niet eens precies wat ze gehoord hadden, maar de energie, het enthousiasme en de creativiteit spatten er vanaf. Ze wilden het graag nog eens nalezen. Steeds meer toehoorders vroegen: "Waarom schrijf je niet een boek op dezelfde manier als je praat?" Iemand zei: "Als dat je lukt, schrijf je het leukste Management Influental Book dat er ooit is verschenen."’ Er kwamen heel veel verzoeken. Uiteindelijk stond de teller volgens Boender zelfs op 10-duizend. Dat was het moment waarop hij besloot een op zijn keynotes gebaseerd boek te schrijven.

En Boender zou Boender niet zijn als hij het boek niet op geheel eigen wijze probeerde te verkopen. Hij keek de kunst af van Jan Cremer. Die wist in de jaren zestig de verkoop van zijn wildwoeste autobiografische roman Ik Jan Cremer een boost te geven door er – zoals toen al in Amerika gebruikelijk was – bij voorbaat ‘onverbiddelijke bestseller’ op te zetten. Boender doet niet voor Cremer onder en heeft eveneens meteen al ‘bestseller’ op de cover laten zetten. Met daaronder als extra aanbeveling ‘op verzoek van 100.000 keynote-bezoekers’. En zo werd Great to cool geboren.

Second opinion

In veel van die jaren, om precies te zijn sinds 2 maart 1993, had Boender geregeld contact met Jos Ahlers. Ahlers (1963) is een gepromoveerd sociaal psycholoog, die na het afronden van zijn dissertatie koos voor een carrière in de reclamewereld. Ahlers en Boender zijn nogal verschillende types. Een belangrijke overeenkomst is echter dat beiden van zichzelf weten dat ze niet altijd gelijk hebben en dat ze de ander nodig hebben om scherper te denken. Kortom, die twee voelen en vullen elkaar goed aan. Als zodanig deden ze samen een groot aantal marketingprojecten voor bijvoorbeeld tapijt, eieren, entertainment, borstkankeronderzoek, kaviaar en kabelaars. Niet alleen in Nederland, maar ook in de VS.

Ergens in 2010 nam Boender contact op met Ahlers. Hij wilde een presentatie maken voor een groot congres van zakelijk dienstverlener Eiffel over Generatie Z en hij vroeg Ahlers een second opinion (‘kijk eens wat er verbeterd kan worden’). Z is de generatie die is geboren tussen 1992 en 2010. Zij zijn de opvolgers van respectievelijk Generatie X (geboren tussen 1965 en 1979, ook wel de verloren generatie genoemd) en Generatie Y (geboren tussen 1980 en 1992, een generatie die vooral lijkt te geloven in ‘alles kan’ en ‘alles mag’). Het kenmerkende van Z is dat zij niet anders weten dan dat de wereld gezegend is met internet en de daarvan afgeleide communicatiemiddelen. Zij worden daarom ook wel ‘digitale inboorlingen’ genoemd.

Voor Ahlers en Boender was dit congres het startsein om zich te verdiepen in een generatie die ze tot dan toe niet kenden. ‘Het was zo boeiend, dat we besloten om samen met Elise Hietbrink, de rechterhand van Jos, er fundamenteel onderzoek naar te doen. De eerste resultaten daarvan hebben we vorig jaar oktober gepresenteerd bij Eiffel voor een gezelschap van captains of industry, politici en burgemeesters. Die vonden het toen al een spannend jongensboek. Voor ons de aanleiding om te beginnen aan het boek Generatie Z – Ken ze, begrijp ze en inspireer ze voor een beter leven.’

Het is een duizelingwekkend boek geworden over tal van onderwerpen. Die variëren van werk, vriendschap, uitgaan, milieu, seks, dood, privacy, inspiratie, on- en offline winkelen, gezondheid, games, entertainment tot en met – uiteraard – voortdurend connected zijn. Vooral dat laatste is een primaire levensbehoefte voor Generatie Z. Ter illustratie vertelt Boender: ‘Veel Z’ers willen dag en nacht connected zijn. Laatst zei een Z’er mij dat hij niet-connected zijn vreselijk vond, erger dan SM.’ De conclusie mag duidelijk zijn: ‘Wie in contact wil komen en blijven met Generatie Z, zal zich moeten begeven in de online netwerken waar deze generatie een belangrijk deel van zijn tijd leeft.’

Daarom raadpleegden Ahlers en Boender niet alleen uiteenlopende (inter)nationale onderzoeken. Ook zochten zij via sociale media rechtstreeks contact met Z’ers en legden hen vragen en stellingen voor, die voortkwamen uit hun eerdere onderzoeksstappen. Ruim 9000 Z’ers reageerden. Ook chatten de onderzoekers meer dan 300 uur met een aantal van die Z’ers. Ze vroegen hen het hemd van het lijf. Niet alleen over het hier en nu. Maar vooral ook over hun verwachtingen van de toekomst. En dan blijken Z’ers een rotsvast vertrouwen in de toekomst te hebben.

Crowd in the cloud

In het boek worden alle 52 hoofdstukken voorafgegaan door een citaat. Sommige zijn van erkende autoriteiten als Albert Einstein of David Ogilvy. Maar minstens zo vaak zijn ze van Nancy (16), Bart (14) of Yin (15). Die zeggen bijvoorbeeld: ‘Als je klaar bent met je studie ga je gewoon bij bedrijven langs en dan kies je er een uit die jou het leukst lijkt.’ ‘Wanneer een bedrijf een slechte reputatie heeft dan komt het niet eens in je op om daar te gaan werken.’ ‘Ik denk dat ik een leukere baan kan vinden dan mijn ouders.’

Wanneer je dat leest, komen er herinneringen op aan de overmoed van je eigen jeugd en aan wat je toen allemaal hebt beweerd. Wie eenmaal de 30 gepasseerd is, kan en wil slechts een fractie van die beweringen verdedigen. Ahlers erkent dit een fenomeen. Het is van alle tijden. ‘Jongeren staan anders in het leven dan ouderen. Dat effect moet je er uit halen. Maar ook dan blijkt dat deze generatie veel optimistischer en veerkrachtiger is dan de voorgaande.’

Hij vergelijkt de houding van Z’ers nu met die van jongeren eind jaren zeventig, begin jaren tachtig. ‘We zitten nu in min of meer dezelfde moeilijke economische omstandigheden. Destijds werd er over "no future" gesproken en dachten veel jongeren dat het geen zin had om te studeren; er was toch geen werk. Nu staan Z’ers veel positiever en optimistischer in het leven. Bovendien is er binnenkort een enorme arbeidskrapte. Dat weten ze! Ze weten dat ze eisen kunnen stellen.’

Toevallig vertelde die ochtend een werkgever nog aan Ahlers dat hij Z’ers in zijn winkels met alleen geld niet meer aan het werk krijgt. Ahlers: ‘Het werk moet vooral ook leuk zijn.’ Boender verwacht dat er voor Z’ers een nieuw werkprincipe gaat gelden: 3-1-1. ‘Drie dagen werken ze voor het economisch nut. Eén dag moet het knetteren. En één dag doen ze iets sociaal nuttigs en gaan ze bij wijze van spreken samen plantsoenen schoffelen.’ Hij verwacht daarom dat het aantal parttime zzp’ers sterk zal groeien. Z’ers hebben ontdekt dat je via de social media geen echte vrienden maakt. Net als alle andere mensen zijn ook zij sociale wezens en willen ze graag direct contact met anderen. Boender: ‘Mensen hebben straks twee à drie banen om aan al hun behoeften te kunnen voldoen. Maar ook omdat ze het leuk willen hebben.’

Oplossingen

Generatie Z sluit zijn ogen niet voor het klimaatprobleem, de grondstoffenschaarste, vergrijzing of financiële crisis. Maar zij laten zich er niet door van de wijs brengen. Dat heeft volgens de auteurs niets te maken met jeugdige overmoed, maar alles met hun stellige vertrouwen in de mogelijkheden van technologische vooruitgang. De digitale wereld is hun wereld en ze zijn er van overtuigd dat daar de oplossingen vandaan gaan komen. Generatie Z wil oplossingen en die willen ze per omgaande. Hun idee: vraag het de ‘crowd in the cloud’.

‘Fascinerend,’ zegt Boender over wat een 16-jarige hem gister vertelde. Die had ergens op internet gelezen dat we in 2020 in 4 uur en met veel minder CO2-uitstoot dan nu naar Australië reizen, omdat we dan buiten de dampkring kunnen vliegen. Of het zo precies zal gaan, wil Boender niet beweren. ‘Maar Z’ers weten dat er aan de oplossing van veel problemen wordt gewerkt.’

Ahlers en Boender zien hun boek als het begin van een breder onderzoek. Ahlers: ‘Eerst moet je een hypothese vormen. Dat is dit boek, waarin wij schetsen hoe het in 2020 zou kunnen zijn. Pas in de loop van de tijd vindt de toetsing van onze hypotheses plaats. Wij gaan echt niet alle beweringen in dit boek te vuur en te zwaard verdedigen.’

Soms gaan beweringen ook wel heel snel onderuit. Zo staat er in Great to cool over Generatie Z: ‘Atoomenergie is in hun ogen de schoonste energie die er bestaat.’ Inmiddels heeft de tsunami in Japan en de daarop volgende nucleaire crisis de ogen van Generatie Z geopend. In zijn nieuwste boek geeft Boender dat ruiterlijk toe. Aanhakend bij het streven van de federale Duitse regering om Duitsland in 2022 ‘atoomvrij’ te maken, concluderen Ahlers en Boender nu: ‘Dat is precies wat Generatie Z wil: water-, wind- en zonne-energie. Alle andere vormen van energieopwekking zullen zij niet meer accepteren.’

Zijn Ahlers en Boender niet bang dat meer van hun beweringen net zo razendsnel onderuit zullen gaan? ‘Dat is het nadeel van een papieren boek. Dan kun je niet alles voortdurend updaten,’ zegt Ahlers. ‘Ach,’ relativeert Boender, ‘alles valt onderuit te halen. Dankzij de neutrino’s gebeurt dat misschien zelfs ook met Einstein.’


Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden