Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Tjipcast: podcast over organisatieverandering en onderwijsontwikkeling nieuws
20 oktober 2020 | Karin de Zwaan

Ben jij al een podcastluisteraar? Het medium wordt alleen maar groter en de onderwerpen waar je een podcast over kan luisteren groeit ook. Managementboek werkt al een tijd samen met Tjip de Jong en zijn podcast Tjipcast. De afleveringen gaan over organisatieverandering, leren in werk en onderwijsontwikkeling. Tjip heeft regelmatig auteurs van managementboeken voor de microfoon. 

100.000 downloads en bijna 100 podcasts. Waarom ben je eigenlijk gaan podcasten? Wat trekt je aan in het medium.
Een podcast opnemen is voor mij een alibi voor een goed gesprek. Je hebt er de tijd voor, dat is gewoon fijn. Daardoor kan je een vraagstuk echt uitdiepen en verkennen. In deze tijd waarin ‘content' snel, kort en visueel moet zijn is podcasting bijna een radicale tegenhanger. Meteen merkte ik dat hier veel behoefte aan is. Elk gesprek levert voor mij energie op. Helemaal geweldig is dat er mensen naar luisteren! Zo stel ik vaak ook vragen van luisteraars aan gasten en krijg ik dagelijks mailtjes met vervolgvragen. De podcast is voor mij een grote aanjager van professionalisering. Bijna vergelijkbaar als toen ik met mijn promotieonderzoek bezig was.

Wat was voor jou de spannendste gast en waarom?
Ik nodig ook regelmatig filosofen uit om te praten over thema's als autonomie, identiteit, ‘het kwaad' en bijvoorbeeld taaie samenwerkingsvraagstukken. Dat vind ik wel spannend. Ik ben een groot liefhebber van filosofie, maar heb het nooit gestudeerd. Ik wil me verdiepen in het thema, maar tegelijkertijd een podcast maken die toegankelijk is en volgbaar. Zo'n opname klinkt misschien informeel en verkennend, maar ik moet echt alle zeilen bijzetten. Dat is overigens ook het gave aan zo'n ‘productie' maken.

En wie is je het meest bijgebleven?
Ik kan eerlijk zeggen dat ik met elke gast een mooi gesprek heb kunnen voeren, vooral ook omdat ik ze persoonlijk uitkies. Ik ben best eigenwijs wie ik wel wil spreken en wie niet, ondanks de vele verzoeken die ik inmiddels krijg. Natuurlijk zijn er thema's die me meer zijn bijgebleven. Ik maak veel podcasts over onderwijs. Mijn eerste gesprek met Marcel Schmeier over de steeds slechtere resultaten wat betreft het rekenen op de basisschool heeft blijvende indruk op gemaakt. Maar ook mijn gesprek met hoogleraar Anna Bosman over het wel of niet bestaan van dyslexie resoneerde nog lange tijd.

Twee vaak terugkerende onderwerpen zijn organisatieveranderandering en onderwijsverbetering. Over organisatieverandering lezen we veel op Managementboek. Waarom is onderwijsverbetering zo'n interessant onderwerp voor jou?
Bijna alle grote maatschappelijke vraagstukken van nu komen terug in ons onderwijs. Gelijke kansen, toegang tot de arbeidsmarkt krijgen, innovatie, noem maar op. Ik kom zelf graag op scholen en werk veel samen met onderwijsleiders, docenten en het werkveld. Je ziet hoe we langzaam steeds meer zijn gaan geloven in innovatie als antwoord op alle onderwijsproblemen anno nu. Dat is mijn inziens meestal een broodje aap. Goed onderwijs vraagt nog steeds krachtige instructie van een expert, handig gebruik van het lesbord en bijvoorbeeld herhaling. Ik voel een diepe drijfveer om hier een positieve bijdrage aan te leveren. Door met het werkveld te praten en niet over het werkveld. Door successen in beeld te brengen en tegelijkertijd niet weg te lopen van feiten en wetenschappelijke inzichten. Ik hoop ook echt dat ik hiermee een bijdrage kan leveren aan beter leesonderwijs, rekenonderwijs en bijvoorbeeld de aantrekkelijkheid van het beroep in Nederland.

Als je eenmaal fan bent van het medium podcast zoek je altijd meer om te luisteren. Welke drie podcasts zou jij onze lezers aan willen raden?
Ik luister elke week naar de Jortcast van Jort Kelder. Hij nodigt wetenschappers uit om over actuele thema's in gesprek te gaan als Corona, de zin en onzin van werkgeluk of actuele economische vraagstukken als monetair beleid. Hij stelt goede vragen, is niet voorzichtig en durft controversieel te zijn. Volgens mij reuze belangrijk in deze tijd, of je het ermee eens bent of niet.

Podcasting begon met een Nederlander, wel met Adam Curry. Maar de Amerikaan Joe Rogan heeft het medium voor mij groot gemaakt. Met lange gesprekken van soms wel 2,5 uur bespreekt hij allerlei onderwerpen. Bestaan aliens? Wat is narcisme? Hebben bomen gevoel? Ook komen er veel sporters in zijn studio, iets waar ik ook erg van geniet. Joe Rogan zet niet het onderwerp centraal, maar de gast. Gedurfd en simpel. Ik luister elke week, maar meestal kijk ik op YouTube.

Als je van onderzoeksjournalistiek houdt dan is In the Dark echt een aanrader. APM reports bestudeert hier ongeloste misdrijven of fouten in het Amerikaans rechtssysteem. Zeer gedegen, onderbouwd en met tal van interviews op locatie. Een absolute aanrader. Spannend, echt en vlijmscherp (met name door de vriendelijke en nieuwsgierige grondhouding van de journalisten). Ik kijk elke week of er nieuwe afleveringen zijn, maar helaas heb ik alles al beluisterd.

Dr. Tjip de Jong is organisatieadviseur en onderzoeker. Hij bestudeert en adviseert mensen (in organisaties) die werk maken van verandering, leren en innovatie. Bovendien maakt hij de podcast Tjipcast, die je hier kan beluisteren.

Via managementboek.nl/tjipcast vind je de Boekencast van Tjip, met de boeken geschreven door zijn gasten.

1+1=11 - Zin en onzin van onderwijsvernieuwing preview
7 mei 2020 | Tjip de Jong

Nieuwe ‘zelfsturende' rekenmethodes leiden af van de essentie van leren rekenen: het memoriseren van rekenregels en het inslijten van een standaardaanpak. Met dit boekje in je achterzak kan je de zin en onzin van deze en al die onderwijsvernieuwingen in Nederland beter op waarde inschatten.

Reken uit: 1+1 = ? Wacht even. Niet te snel antwoorden. Eerst reflecteren! Hoe dacht je deze som aan te pakken? Werk je met de getallenmuur, ga je stapelen, tel je met het rekenrek, de tegelvloer of toch maar de getallenslang? Of besluit je voor een bewezen klassieker te gaan en pak je het telraam erbij? Dat telraam moet je dan wel even openen op je tablet. Batterij leeg? Bezet? Kijk dan even op bladzijde 34 van boek 3.2 A, daar staat een telraam met bolletjes die je kunt inkleuren, aankruisen, verbinden of wegstrepen. Is het misschien daarom dat mijn creatieve zoontje van vijf stellig van mening is dat 1+1 11 is? Want twee enen naast elkaar vormen ook echt een elf. En 2+2? Dat is een raampje: houd de opgestoken vingers (duim en wijsvinger) maar eens tegen elkaar!

Bovenstaande methodieken zijn zomaar een greep uit de verschillende aanpakken die in de vele rekenboeken voor het basisonderwijs te vinden zijn. Ze vormen de zoveelste poging om rekenen leuker en aantrekkelijker te maken. Eén ding hebben al deze boeken met elkaar gemeen: de nadruk ligt op zelfontdekkend leren.

Vanaf jonge leeftijd wordt van kinderen verwacht dat ze individueel een oplossing bedenken voor een rekenprobleem. En we leggen hen uit dat er meerdere manieren zijn waarop je het rekenprobleem kunt benaderen. De rekenmethode is daarmee ondergeschikt aan de leervoorkeur van de leerling en het type onderwijs waar de school de nadruk op legt. Dat leidt weliswaar tot creativiteit en plezierige ontdekkingen, maar gaat ten koste van de essentie: dat kinderen rekenkundige wetten leren volgen.

Ik dacht tot een paar jaar geleden dat het dankzij zulke prachtige boeken, lesmethoden en tablets wel goed zou zitten met ons rekenonderwijs. Helaas is het tegendeel waar. In de afgelopen twintig jaar zijn onze basisschoolkinderen slechter gaan rekenen. Ik denk dat de overdreven aandacht voor ‘zelfsturing' en ‘ontdekkend leren' hier grotendeels de oorzaak van is. Want met deze nieuwe vorm van leren werd ook nadruk gelegd op begrijpend rekenen en realistisch rekenen. Er wordt niet meer getraind op inzicht in getallen, in logica of gestructureerd berekenen. De gelegenheid om rekenkundige kennis te laten inslijten wordt daarmee geminimaliseerd.

Maar dat is niet het enige bezwaar. De doorgeslagen onderwijskundige innovaties nemen in grote mate afstand van instructie, voordoen, uitleggen en begeleiden. Op veel scholen doet de tablet dat nu, maar of dat ook echt werkt, is maar de vraag.

Er is nog een verborgen probleem rondom al die verschillende lesmethoden die uitgaan van zelfsturing, visualisatie en het ‘opleuken' van rekenen. Een basisschoolleerkracht heeft hierdoor te maken met meerdere lesmethoden: één basismethode, een verdiepende methode, de methode aangeboden via de tablet, en soms zelf extra aanvullende werkbladen voor kinderen die moeite hebben om mee te komen. Elke lesmethode vraagt kennis van het boek en de werkwijze, de manier van instructies geven, hoe je corrigeert en op welke wijze je de voortgang bijhoudt. Elke methode vraagt een studiedag (of meer) aan training (officieel heet dit ‘deskundigheidsbevordering'). Ineens wordt het daardoor ook duidelijk waar de hoge werkdruk in het onderwijs vandaan komt.

Goed kunnen rekenen vraagt het omgekeerde van zelfsturing: het is noodzakelijk om kinderen een heldere structuur aan te leren. Dat vergt discipline en herhaling, iets waar het huidige onderwijs juist van weg beweegt. Dit leidt tot grote onzekerheid bij kinderen. Ze begrijpen niet wat ze fout doen wanneer het antwoord niet klopt en snappen niet wat ze goed doen wanneer hun antwoord wél klopt.

Via de rekenkundige natuurwetten ontwikkelen kinderen inzicht, zelfvertrouwen en stevigheid. Ze ontdekken dat het naleven van de rekenregels werkt. Want: als je de regels volgt, kom je vanzelf bij het goede antwoord. Dit leert kinderen dat je kunt vertrouwen op bepaalde structuren en wetten, en dat het wel of niet slagen niet alleen afhangt van je leervoorkeur, het vermogen tot het stellen van een hulpvraag of pogingen om zelf het wiel uit te vinden.

Rekenrijk, Rekentijgers, Squla, Snappet, Pluspunt - de boekenlijst is eindeloos. Wat ik in al deze boeken terugzie, is een rekenoerwoud gericht op taal, lange verhaaltjes, steeds weer nieuwe terminologie en onduidelijk beschreven opdrachten. Het is voor mij als ouder niet meer te volgen wat de instructie, de opgave of de aanpak is die in de sommen wordt gevraagd. De aankleding leidt af van de essentie van leren rekenen: het memoriseren van de rekenregels, het inslijten van een standaardaanpak en het vergroten van het werkgeheugen.

Leren rekenen is cruciaal voor de neurale ontwikkeling van het kinderbrein. Het verbetert het geheugen, vergroot het neurale netwerk en opent het vermogen tot complexere opgaven. Maar dat is niet het enige voordeel: het fundament van het rekenen biedt toegang tot andere vakken en disciplines zoals geometrie (lengte, oppervlakte, volume) en muziek (ritme, tellen, symmetrie). Daarnaast draagt het bij aan bredere competenties zoals projectmatig werken, programmeren en (digitaal) navigeren.

De onderwijskundige initiatieven op het gebied van rekenonderwijs in de afgelopen twintig jaar hebben ervoor gezorgd dat we er slechter voor staan. Tijd om terug te gaan naar de basiswetten van rekenen. Een eeuwenoude en onmisbare discipline.

Met dit boekje in je achterzak kan je de zin en onzin van al die onderwijsvernieuwingen in Nederland beter op waarde inschatten. En je kunt meepraten als er straks op de school van je kinderen weer een nieuwe lesmethode wordt geïntroduceerd. Of wanneer de politiek grootste plannen aankondigt om het onderwijs toekomstbestendig te maken. Zo ontstaat er hopelijk meer ruimte en aandacht voor de noodzakelijke praktische verbetering van ons onderwijs! En misschien is dat de radicale middenweg die het meest oplevert voor alle kinderen en leerkrachten.

Dr. Tjip de Jong is organisatieadviseur en onderzoeker. Hij bestudeert en adviseert mensen (in organisaties) die werk maken van verandering, leren en innovatie. Naast zijn adviespraktijk geeft Tjip regelmatig lezingen en is hij gastdocent verbonden aan de Universiteit Utrecht en de Universiteit van Amsterdam. Hij schreef verschillende boeken, en 1+1=11 - Zin en onzin van onderwijsvernieuwing is zijn nieuwe boek.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden