Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
De lange mars column
6 maart 2017 | Pierre Pieterse

Vorig jaar stond het best verkochte managementboek, Waar een wiel is, is een weg van Jaap Bressers, niet in de longlist waaruit het Managementboek van het Jaar wordt gekozen. Dit jaar wel: Maak ze gek! van Aartjan van Erkel, maar een managementboek kun je deze ‘checklist online marketing’ natuurlijk niet noemen. De eerste ‘echte’ managementboeken die ook in de longlist staan, vinden we op plek acht en negen. Achtereenvolgens zijn dat Kiezen voor winst van Stefan Stremersch en Agile Managen van Mike Hoogveld. Wat mij betreft twee kanshebbers, want ‘agile’ was toch wel het thema van 2016, en kiezen voor winst, ja, wie doet dat niet?

Maar er zijn natuurlijk meer kanshebbers. In principe ruim vijftig, de longlist dus, maar ik beperk me hier even tot de boeken die mij op de een of andere manier zijn opgevallen. Zoals Gamechangers van het auteurscollectief Ad van den Oord, Arjen van Witteloostuijn, Arjan van den Born, en Pim van Klink. Hoe weten nieuwkomers een markt naar hun hand te zetten, zo vragen zij zich af. Dat kan door ‘disruptie’ oftewel het spel veranderen, de meest radicale vorm, of door frontale aanvallen door de regels van het spel te veranderen, de meest bedreigende vorm. Hoe bedreigend kun je opmaken uit de stemming in menig boardroom. ‘Grote onrust, soms paniek. Ze weten dat ze wat moeten doen, dat ze moeten veranderen. Maar ze weten niet wat en hoe.’ Dixit van Witteloostuyn.

Van geheel ander kaliber is Strategie = Executie van Jacques Pijl. Een klassiek onderwerp met een ander accent. In een zin: strategie is maar twintig procent van het werk, executie tachtig. Maar in de praktijk doet men het omgekeerde. En daarom mislukken innovaties, daarom worden winstkansen bij voorbaat gemist. Pijl heeft naar eigen zeggen vooral een hands-on doe-boek willen schrijven, met een eigentijds denkraam en instrumentarium. Verderop in dit nummer legt Pijl het zelf nog eens dunnetjes uit.

Naast strategie kijk ik ook altijd met een extra schuin oog naar boeken over leiderschap. In dat genre viel Boonstra meteen op, de niet-biografie (het is een verhaal verpakt in negentien lessen) van Cor Boonstra van Manfred Bik. Jan Timmer heeft zich later wel eens laten ontvallen dat het aanstellen van Boonstra de grootste fout uit zijn carrière is geweest. Vermoedelijk omdat Boonstra zich niets gelegen liet liggen aan de geschiedenis van Philips. Zijn aanpak: ‘Eenvoudig, eenduidig, geen dubbele agenda, een rotsvast geloof in eigen kunnen,’ aldus Bik. ‘Boonstra was alleen geïnteresseerd in het creëren van een omgeving waarin de prestatie maatgevend was. ‘De rest is bullshit.’ Steve Jobs of Jeff Bezos hadden het kunnen zeggen.

Tot slot twee boeken die me om uiteenlopende redenen zijn opgevallen. Allereerst Werken met leren veranderen onder redactie van Hanna Boersema-Vermeer & Gertjan de Groot. Een topproductie, zowel inhoudelijk maar zeker ook wat lay-out betreft. Een werkboek (bij de klassieker Leren Veranderen van Léon de Caluwé en hans Vermaak) dat die kwalificatie verre overstijgt. Daarnaast Material Matters, van Thomas Rau en Sabine Oberhuber, over het turntoo-model dat wel eens het failliet van de huidige lineaire verdienmodellen kan inluiden: je koopt niet langer een product maar een prestatie. Ik kende het niet maar het klinkt plausibel.

Het wordt spannend in april!

Redactioneel - Da's interessant, een klant column
1 maart 2016 | Pierre Pieterse

Vorig jaar (in mei om precies te zijn) schreef ik hier een stuk over ‘de klant', naar aanleiding van Omnichannel in retail waarmee Gino Van Ossel het Managementboek van het Jaar 2015 bleek te hebben geschreven.

De titel van dat stuk luidde ‘Een klant, da's interessant', gekozen omdat Van Ossel (samen met vele anderen overigens) pleit voor de klant als middelpuntvliedende zwaartekracht van de gehele organisatie (en ook daarbuiten dus de gehele waardeketen). Met als ultieme doel optimaal rendement natuurlijk, al wordt dat zelden zo plat beargumenteerd.

Wie geabonneerd is op het YouTube-kanaal van Steven van Belleghem weet dat een bedrijf als Netflix een subtiel nieuw perspectief toevoegt aan de uitdijende bibliotheek waarin de klant de hoofdrol speelt. In het kort: het management wikt, de klant beschikt! Waar Van Ossel tamelijk revolutionair stelt dat je je hele bedrijfsmodel en eigenlijk de hele waardeketen waar je deel van uitmaakt moet wenden, daar gaat Netflix een stap verder. En geeft en passant antwoord op de nog open vraag van Van Ossel waarheen je dan het organisatieschip moet wenden.

Elke beslissing, elke verandering, hoe klein ook, wordt door Netflix getest, via A/B testing (door gebruikers te verdelen in twee groepen, die elk een ander concept te gebruiken krijgen, kan er op basis van de onderzoeksresultaten beslist worden welke opzet, A of B, het gewenste doel het best benadert, aldus Wikipedia). Dat is al een hele opgave maar bepaald niet opzienbarend. Wel dat het ook niet uitmaakt wie iets voorstelt. Dus ook een voorstel van de directeur zelve wordt onderworpen aan het oordeel van de klant!

Dat zet je toch aan het denken. Zeker met de aanstaande verkiezing van het Managementboek van het Jaar 2016 in het zicht. Verderop in dit nummer vindt u de longlist, de eerste horde voor de uiteindelijke winnaar. Rijp & groen door elkaar, dus meer dan wijdlopige hints vallen niet te ontdekken. Maar in dit nummer ook een ‘woord van de jury' bij monde van juryvoorzitter Mirella Visser, te beschouwen als een eerste beredeneerd oordeel van de directeur zelve dat de goede verstaander al veel meer richting geeft.

Zoals de constatering dat ‘deze oogst van 2016 (de longlist - red.) een momentopname is, en de weerslag van subjectieve afwegingen (op basis van duidelijk vooraf gestelde criteria - red.) die in het groepsproces van de jury tot consensus hebben geleid'. Een terechte constatering natuurlijk maar ook een constatering die ruimte laat voor, u voelt ‘m al aankomen, de keuze van de klant!

Een publieksprijs dus voor het best verkochte boek van dat jaar. De stemvoeten van de klant als ‘objectief' criterium. Nou ja, objectief, niet helemaal natuurlijk: denk maar even aan marketinginspanningen van de uitgever, aan inspelen op hypes, of zelfs aan de subjectieve afweging van ondergetekende om een boek even extra te belichten. Maar toch. Het blijft raar dat elk boek van iemand als Jos Burgers altijd wordt beloond met een nummer 1 positie, terwijl datzelfde boek niet eens de shortlist haalt.

Zeker is nu al dat dit jaar de keuze van de jury en van het publiek weer niet zal samenvallen, want het best verkochte boek, Waar een wiel is, is een weg van Jaap Bressers, staat niet eens in de oogst!

Geboekstaafd - De top 3 van Jaap Bressers geboekstaafd
26 februari 2016 | Nienke van Oeveren

Jaap Bressers leek voorbestemd om een topmanager te worden, tot hij bij een duikongeluk zijn nek brak en in een rolstoel belandde. Dit maakte dat hij op een heel andere manier ging kijken naar de wereld om zich heen. Deze nieuwe inzichten deelt hij als veelgevraagd spreker in het bedrijfsleven. Hij vertelt over zijn 3 favoriete boeken.

1 De wet van Snuf
Jos Burgers
‘We hebben allemaal veel meer te geven dan we denken. De wet van Snuf spreekt me dus erg aan; wat je geeft, krijg je terug, zegt Jos Burgers. Ik heb een goed contact met hem en hou van zijn leuke, toegankelijke boeken. Dat een boek praktisch is en je het met een lach leest, vind ik erg belangrijk. Als je iets kleins kunt geven en daarvoor zelf ook een glimlach krijgt, moet je dat zeker doen.'

2 Het licht en de korenmaat
Hans Wopereis
‘Als mijn carrière anders was gelopen, had ik Het licht en de korenmaat niet aangeraakt, dan was ik een niet-lullen-maar-poetsen-manager geweest. Dit boek moet je zelf praktisch maken; het moet echt bezinken. De boodschap van Hans Wopereis is prachtig; zorg dat je je persoonlijke waarden in je werk kwijt kunt. Ik mag intens genieten van wat ik nu doe en hoe ik van betekenis kan zijn voor anderen. Wopereis haalt daarbij oude wijsheden uit allerlei culturen aan, wat je de ruimte geeft om je eigen wijsheid te vinden.'

3 Cradle to cradle, afval = voedsel
William McDonough, Michael Braungart
Wat draag je bij? We drukken toegevoegde waarde vaak uit in geld en vergeten daarbij de natuur. Cradle to cradle vertelt niet hoe we minder slecht voor de natuur kunnen zijn, maar juist bij kunnen dragen en bevat prachtige voorbeelden. Bijvoorbeeld een fabriek voor het kleuren van textiel: in plaats van ernstig te verontreinigen komt het water er schoner uit dan het er in gaat! Kijk eens opnieuw naar je proces, misschien is het tijd om het anders te gaan doen.'

Jaap Bressers: ‘Ik was op weg een harde manager te worden’ interview
3 augustus 2015 | Roy van den Anker

Het zal je maar gebeuren. Als high potential in een paar seconden je leven volledig zien veranderen en het enige wat je kunt doen is aanschouwen wat er van over is. Het overkwam Jaap Bressers.

Als student International Management boekt Jaap Bressers goede resultaten en weet hij dat te combineren met 3 bijbaantjes. Hij heeft zelfs de toezegging op zak om assistent te worden van toenmalig minister Pieter Winsemius. Tijdens een korte vakantie in Portugal duikt hij in zee op een zandbank en houdt er een hoge dwarslaesie aan over. Met 21 jaar wordt zijn levenspad in een keer overhoop gegooid.

De wereld ligt open

Voor zijn ongeval studeerde Jaap Internationaal Management aan de Universiteit van Tilburg. Hij wordt zoals hij het zelf noemt traditioneel opgeleid met tabellen en grafieken. Als iets niet in een Excel sheet past dan telt het niet. Hij vertelt: ‘Ik had (en heb nog altijd) een hoog ambitieniveau en kon goed leren. Ik was hard op weg naar de managementtop, er lag een internationale carrière als manager bij grote internationale bedrijven in het verschiet. Mijn trein stond op de rails en het was geen boemeltje.’ Bij de managementstijl die daar bij past zet hij nu zijn vraagtekens. ‘Ik was ook hard op weg om een harde manager te worden. Sturen op resultaten, geen gemauw, werken!’

Ondersteboven

Het ongeval zet zijn wereld op z’n kop. Hij belandt in een kliniek in Portugal in een lichaam dat niet meer kan bewegen. Een lichaam dat voelt alsof het niet meer van jezelf is, alsof alleen je hoofd er nog is. ’s Nachts in paniek wakker schrikken schreeuwend van paniek omdat je niet weet waar je bent. En de ervaring dat er niemand komt, wat een beleving geeft van intense eenzaamheid. Het is bijzonder hoe Jaap in ons gesprek vertelt dat die ervaring hem juist zoveel heeft gebracht.

Carlos

Als na zo’n paniekaanval eindelijk een zuster komt om de monitor te controleren heeft die geen aandacht voor hem als persoon. Als de monitor weer tot rust komt loopt ze weer weg. Technisch goed uitgevoerde zorg maar zonder enige persoonlijke aandacht. Maar er is een uitzondering. Verpleger Carlos maakt een verschil door naast de controle van de monitor ook even een geruststellende hand naar Jaap uit te steken. Carlos is de persoon die de rest van het verplegend team instrueert om ook de persoon te zien en niet alleen de routine van de medische protocollen te volgen. ‘Mijn weg terug is begonnen bij Carlos’ vertelt Jaap. Op het moment zelf realiseerde hij zich dat niet. De extra zorg deed hem veel maar pas later kwamen de inzichten. Carlos is voor Jaap een metafoor geworden voor hoe je met kleine dingen een enorm verschil kunt maken in het leven van een ander.

Pieter Winsemius

Inspiratie op zijn weg terug kwam ook uit een andere hoek. Na zijn ongeval ontving Jaap een brief van toenmalig minister Winsemius. Een brief die hij zelf niet eens vast kon houden. Hij moest letterlijk voor zijn neus gehouden worden zodat Jaap de brief kon lezen. De boodschap was: dadelijk als je gerevalideerd bent verwacht ik dat je alsnog mijn assistent wordt. Jaap: ‘Het vertrouwen dat hij daarmee in mij uitsprak dat was voor mij heel bijzonder’. Wanneer Jaap later zijn studie weer oppakt wordt hij inderdaad alsnog de assistent van Pieter Winsemius. De rollen liggen wat anders. De minister haalt koffie voor zijn assistent in plaats van andersom. En de assistent ondersteunt de minister met zijn talenten voor het werken met (digitale) cijfertjes.

Jaap denkt met veel plezier terug aan de samenwerking, hij is geïnspireerd door de passie en de persoonlijke manier van werken van Winsemius. Iets wat hij nu in zijn werk toepast. ‘Die manier van werken is zo belangrijk. Dat gaat om de persoonlijke aandacht die je ook als klant in de (goede) horecagelegenheden krijgt. Daar kunnen bedrijven nog wat van leren.’

Kleine stapjes

Over zijn revalidatie vertelt Jaap open: ‘Eerst is alles negatief’ . Hij legt uit dat hij zijn revalidatie echt niet is gestart met de gedachte dat het een kans was wat hem was overkomen. Hij dacht absoluut niet in mogelijkheden. Zijn wereld was volledig zwart en hij bevond zich in een diep gat. Hoe mensen ook duwden en trokken, er was geen beweging in te krijgen. Zijn focus veranderde slechts mondjesmaat, veelal door de voorbeelden die hij zag. Iemand met dezelfde ervaring die voorlichting kwam geven die weliswaar worstelend maar zelf haar jas uitkreeg. Of de Duitse medepatiënt uit de kliniek die een paar maanden voorlag en al in een stoel (slagschip zoals jaap het noemt) zat in plaats van in bed. ‘De stapjes waren klein. Het ging bijvoorbeeld om mijn arm die ik voor het eerst een stukje kon verleggen als ik op bed lag. Dat heeft op een moment mijn hele dag gemaakt. Zo leefde ik dag voor dag met stapjes naar de toekomst.’

Shit

Jaap vertelt dat het ongeluk hem veel heeft gekost. Over 80% van zijn lichaam heeft hij ondanks de intensieve revalidatie nog steeds geen controle. Daar wordt hij dagelijks mee geconfronteerd. Elke ochtend heeft hij anderhalf tot twee uur zorg nodig, en ’s avonds nog eens drie kwartier tot een uur. Hij vertelt hoe hij voor ons interview alleen thuis was en heeft zitten worstelen om een steekvlieg uit zijn shirt te krijgen. Rood aangelopen en bezweet is hem in een half uur gelukt wat voor ons niets voorstelt. Het is duidelijk dat hij veel in heeft moeten leveren. De belangrijkste les die hij daar over heeft geleerd gaat over loslaten. ‘Je kunt pas verder als je los kunt laten wat er niet meer kan. Loslaten is de hoop opgeven op een beter verleden’. Voor Jaap is inmiddels duidelijk dat je pas verder kunt wanneer je niet het verleden maar het heden als uitgangspositie neemt voor de toekomst. Als die uitgangspositie (rolstoel, hoge dwarslaesie) duidelijk is, kun je pas kijken waar je naartoe wilt. Al het andere gaat om het veranderen van je verleden en dat is nog nooit iemand gelukt. In zijn boek ‘Waar een wiel is is een weg’ beschrijft Jaap dat de shit die iedereen ooit in één of andere vorm op zijn pad krijgt je ook van dienst kan zijn. Jaap gebruikt de shit op zijn pad als mest. Wat hem overkomen is dient hem nu. Bijvoorbeeld toen hij opnieuw in een dal terecht kwam door een longontsteking. Jaap vindt het een misvatting om te denken dat alles positief moet zijn. Dan kom je echt bedrogen uit, dat is gedoemd om te falen. Het is wel een voordeel om daardoor te weten wat je allemaal kunt overwinnen want dat geeft bij elke volgende ellende de kans dat er opnieuw iets te leren valt. ‘Pas als je echte intense eenzaamheid hebt ervaren kun je daarna de echte liefde of verbondenheid gaan zien’.

Vandaag

Inmiddels is Jaap meer dan ooit op zijn pootjes (wielen) terechtgekomen. Hij vertelt dat hij oprecht met niemand zou willen ruilen. De lessen die hij heeft geleerd hebben hem gebracht waar hij nu is. ‘Ik was hard op weg een harde manager te worden. Ik zie nu wat mijn leven nu mij allemaal brengt. Misschien was ik anders ook gelukkig geweest maar ik zou echt niet willen ruilen’.

Na zijn revalidatie is Jaap begonnen als Nederlands eerste sitdown comedian. Hij ging met cabaretiers op stap om voorstellingen te geven. Inmiddels heeft hij zich ontwikkeld als professioneel spreker en wordt hij gevraagd door grote bedrijven om lezingen te geven. Niet alleen over zijn ongeval, maar ook over duurzaamheid, het nieuwe werken en andere maatschappelijke onderwerpen. Bovendien heeft hij een managementboek uitgegeven onder de titel Waar een wiel is is een weg.

Leuk detail is dat hij op die manier ook het podium heeft gedeeld met Pieter Winsemius tijdens een congres over duurzaamheid. Jaap grapt over het feit dat Pieter Winsemius het congres opende, en hij zelf mocht afsluiten. ‘Ik heb Pieter Winsemius toen gebeld om te vertellen dat hij in mijn voorprogramma stond, en daar hebben we samen hartelijk om gelachen’. Op zijn beurt heeft Winsemius Jaap gebeld toen de evaluatie door de deelnemers bekend was. Jaap kreeg de maximale score (en zelfs meer) en Pieter Winsemius heeft hem toen gevraagd om iets minder zijn best te doen omdat het een slechte motivatie was voor de andere sprekers die lager scoorden.

Toekomstmissie

Over de toekomst is Jaap duidelijk. Hij ziet Nederland als een land waar we alles materieel goed voor elkaar hebben. We zitten in een eerste klas trein en ons leven is absurd prachtig. We hebben stress omdat we geen cadeautje weten voor onze verjaardag. Maar ondanks alle welvaart ontbreekt het plezier. Plezier dat we met kleine dingen heel eenvoudig voor elkaar kunnen creëren. Voor Jaap zit plezier in iemand die hem na het lezen van zijn boek een kaartje stuurt om te bedanken. Of iemand die hem na een voorstelling opzoekt om haar persoonlijke verhaal te delen. ‘Dan denk ik bij mezelf: wanneer heb ik die moeite voor het laatst genomen? Het is eigenlijk verdrietig dat we dat niet (altijd) doen. Het kost bijna niets en je krijgt er zoveel voor terug.’ Jaap herkent dat er veel mensen zijn die wel een Carlos-momentje van iemand kunnen gebruiken. We zien het vaak niet eens omdat we in de trein voorwaarts aan het racen zijn. Jaap heeft het tot zijn missie gemaakt om mensen te inspireren. ‘Hoe kun je zorgen dat een ander een rijker en voller leven heeft door iets te doen wat jij tof vindt en waar jij blij van wordt?’

Om dat te bereiken zijn er veel plannen die uitgewerkt worden. Ideeën voor een nieuw boek, een nieuwe voorstelling die klaar is, gereedschappen om zijn lezingen te ondersteunen zijn in ontwikkeling en er is een datum geprikt om in 2018 Ahoy te vullen voor een fantastisch evenement. Jaap zit niet stil, zijn carrière loopt weer op rolletjes.

Roy van den Anker is managing partner bij Success Generation, een online platform dat mensen inspireert elke dag weer het beste uit zich zelf te halen.

Boekpresentatie Waar een wiel is is een weg van Jaap Bressers nieuws
24 maart 2015 | Peter Streefkerk

Bij binnenkomst in zalencentrum Prinsenhof voor de presentatie van het boek ‘Waar een wiel is, is een weg’ worden alle bezoekers persoonlijk en warm welkom geheten door auteur Jaap Bressers en zijn partner. De toon is direct gezet en uitermate positief. Het gaat een bijzonder avondje worden daar in Best en dat zullen alle gasten weten ook.

Rustig avondje? Niet echt!

Boekenintroducties zijn meestal kleinschalig van opzet. Deze avond vormt daarop een uitzondering. De bijzonder sfeervolle zaal vult zich al snel met een groot aantal mensen. Collega’s, relaties, vrienden, familie. Zeker tussen 200 en 300 mensen hebben de moeite genomen om bij de presentatie van het eerste boek van Jaap Bressers aanwezig te zijn. Jaap Bressers, veelgevraagd spreker, heeft zich met het boek ‘Waar een wiel is, is een weg’ voor het eerst ook op het schrijverspad gewaagd.

Aftrap met Jan van Setten en Richard de Hoop

De avond wordt afgetrapt door Jan van Setten met verbaal vuurwerk waarmee hij de lachers op zijn hand krijgt. Het stokje wordt daarna overgenomen door Richard de Hoop die met een lied van Raymond van ’t Groenewoud de sfeer tot nog grotere hoogten opzweept. Dan is het tijd voor de hoofdpersoon van deze avond, Jaap Bressers. Op zijn eigen onnavolgbare wijze weet hij de aanwezigen afwisselend aan het lachen te brengen en te ontroeren. Het verhaal van hoe Jaap zijn nek brak en dit zijn leven op zijn kop zette, wordt vanaf nu ook via zijn boek verspreid.

Carlos-momentje

Wat Jaap met het boek wil bereiken is duidelijk maken hoe je met kleine dingen het verschil maakt. Door je eigen toegevoegde waarde te vergroten. Hij doet dat aan de hand van persoonlijke verhalen. Te beginnen met het verhaal van Carlos, de verpleger in het Portugese ziekenhuis, die voor Jaap zelf het verschil maakte tussen opgeven en doorgaan met zijn leven. En hoe. Jaap bruist van de energie, ook deze avond weer. Een avond die een verrassende wending krijgt als Carlos zelf ten tonele verschijnt. Een moment waarbij voor vele aanwezigen de rillingen over de rug lopen.

Wereldprimeur

De avond wordt afgesloten met een echte wereldprimeur. Komend jaar komt Jaap met een avondvullende theatervoorstelling met nieuw materiaal. Muzikaal ondersteund door Tom Meulman zal hij als Nederlands eerste sit-down comedian weer op de hem bekende manier stil staan bij de kleine dingen en hoe je daarmee het verschil kunt maken.

Jaap Bressers: ‘Goede manager geeft werknemers eigen verantwoording terug’ interview
21 februari 2015 | Erik de Vries

Jaap Bressers was als student hard op weg naar een mooie managementcarrière in het bedrijfsleven, totdat een ongeluk op vakantie zijn leven op slag veranderde. Over de impact en de blijvende gevolgen van het ongeval, dat hem tot de rolstoel veroordeelde, schreef hij een persoonlijk maar opvallend luchtig boek: Waar een wiel is, is een weg.

Hoe zag uw leven eruit voor het ongeluk?
Ik bewandelde de geijkte route; zat op het vwo, ben daarna aan de universiteit van Tilburg gaan studeren, heb naast mijn studie altijd veel gewerkt, was heel actief. Ik zat op het financiële pad en was hard op weg om topmanager te worden. Ik ben eigenlijk als vanzelf in een trein gestapt die maar bleef voort denderen, het kwam niet in me op eens een keer over te stappen of uit het raam te kijken. Ik was niet bezig met de vraag of er ook andere manieren waren waarop ik me nuttig kon maken, ik evalueerde niet. En dat alles met een heel simpel doel: zoveel mogelijk geld verdienen.

Wat ging er mis?
Ik stond tijdens een vakantie in Portugal tot mijn middel in het zeewater, toen ik een mooie grote golf aan zag komen, zo eentje waar bij wijze van spreken je naam opstaat. Toen hij op me afkwam en ik erin dook, raakte ik met mijn hoofd de grond en brak mijn nek. Ik lag met mijn gezicht naar beneden in het water en kon me niet bewegen. Dat was het moment waarop ik bewust afscheid begon te nemen van het leven. Hoewel ik nog maar 21 was, weet ik nog goed hoe ontevreden ik daarover was. Natuurlijk omdat ik niet dood wilde, maar ik had ook het gevoel dat ik te veel voor mezelf had geleefd. Een tweede golf heeft me omgedraaid waardoor ik weer lucht kreeg. Ik heb na het ongeluk mijn managementstudie nog afgerond, maar daarna besloten om mijn hart te volgen.’\

U bent cabaretier geworden. Hoe bent u erachter gekomen dat u talent had om mensen te vermaken?
Ik heb me tijdens het carnaval eens laten overhalen mee te doen aan een open podium. Ik bleek de mensen zowaar aan het lachen te kunnen krijgen. Dat is echt een onbeschrijfelijk gevoel, als je een hele zaal aan het lachen kunt maken. Ik merkte ook dat mijn optreden veel reacties losmaakte, na afloop kwamen mensen die zelf iets ellendigs hadden meegemaakt, me bedanken omdat ze kracht uit mijn verhaal hadden geput. Hoe mooi dat ook is, humor is voor mij een instrument en geen doel op zich; mensen een leuke avond bezorgen is een tijdje heel fijn, maar uiteindelijk voor mij toch te leeg. Vandaar onder andere dit boek.

U schrijft in uw inleiding dat u geen managementboek hebt geschreven met de gebruikelijke modellen en grafieken. Wat is het wel geworden?
Het boek is in feite mijn levensverhaal opgedeeld in thematische hoofdstukken, waarin ik aan de hand van veel persoonlijke voorbeelden een boodschap verpak waar mensen iets mee kunnen. Ik heb voornamelijk een lekker leesbaar boek willen schrijven, een mix van humor met emotie. Van mijn periode aan de universiteit herinner ik me nog de vele boeken die we moesten lezen. Het was allemaal zakelijk, droog, het was echt doorploegen wilde je er iets van opsteken. Toen al stelde ik mezelf geregeld de vraag waarom het niet leuk en praktisch toepasbaar kon.

Wat is uw boodschap?
Onze maatschappij is in hoog tempo aan het veranderen, denk alleen maar aan de zorg of het onderwijs. Dit vraagt een hoop van mensen, ik zie om me heen dat velen hun best moeten doen om zich staande te houden. Ze raken verkokerd, ze voelen zich als werknemer gereduceerd tot slechts de uitvoerder van een taak, wat het plezier niet ten goede komt. Een goede manager is iemand die zijn werknemers hun eigen verantwoording teruggeeft en beseft dat iedereen ongeacht zijn of haar positie belangrijk is. Iedereen wil gezien worden, en iedereen is in staat op een of andere manier een verschil te maken. Je kunt met iets heel kleins veel bereiken, mensen kunnen meer dan ze denken. Toegevoegde waarde is iets anders dan het volgen van protocollen en alleen maar oog hebben voor geld verdienen.

‘Het verschil maken’ is een begrip dat in uw boek geregeld opduikt. Wat bedoelt u daar precies mee?
Dat kan ik misschien het beste uitleggen aan de hand van een voorbeeld. Toen ik in een vreemd land in het ziekenhuis lag, bang en in paniek, kwam er nooit iemand als ik om hulp riep. Af en toe stond er ineens iemand naast mijn bed, maar die kwam alleen even de monitoren controleren maar schonk verder geen aandacht aan mij, dat behoorde kennelijk niet tot het takenpakket. Je kunt dus stellen dat ik technisch gezien de perfecte zorg kreeg, iedereen voerde zijn of haar taak goed uit, maar dat hielp op dat moment niet. Totdat ik Carlos leerde kennen, die gewoon een hand op mijn schouder legde en me geruststelde. Je kunt je haast niet voorstellen hoe belangrijk zo’n klein gebaar op dat moment is. Ik noem dat kleine blijken van aandacht of waardering sindsdien Carlos-momentjes.

U beschouwt elke verandering als een kans?
Nou ja, toen ik mijn nek brak, dacht ik natuurlijk niet: ha, hier ligt een mooie kans. Maar na verloop van tijd merk je dat je het meer kunt loslaten en het een plaats kunt geven. Ik treed wel eens op voor jonge, talentvolle studenten of jongeren die net aan hun eerste baan zijn begonnen. Ze doen me erg aan mijn eigen verleden denken: hard werken, veel dingen naast je studie ondernemen, alsmaar meer hooi op de vork nemen. Tegelijk proef je in zo’n groep een stemming van: is dit het nou? Volgens mij werken we veel te hard met z’n allen. De rek is eruit, nog meer doen lijkt geen optie. Als je een werkweek van zestig uur opschroeft naar zeventig, gaat de kwaliteit er echt niet op vooruit. Pas als je je taken met aandacht gaat uitvoeren, verandert er iets. Als ik die jonge studenten zie, wil ik voor geen goud met ze ruilen, en dat meen ik echt. Waar ik nu ben, ben ik gelukkig.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden