Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Labyrint van mogelijkheden column
23 mei 2017 | Pierre Pieterse

Nog maar kort geleden was het ‘not done’ om het woord innovatie in een boektitel te gebruiken. Wel in een eventuele ondertitel, maar nooit in de titel. Waarom is mij nooit duidelijk geworden, maar uitgevers wisten in navolging van elkaar dat een boek met innovatie in de titel niks was, lees: niet werd verkocht.

Net zomin als een boek met kwaliteit in de titel, maar dat was nog wel begrijpelijk, want hoe meer er over kwaliteit werd gesproken hoe minder er sprake van was. Maar goed, de tijden zijn veranderd om maar eens met Bob Dylan te spreken, een andere winnaar van een grote boekenprijs, en daarvan getuigt het winnende boek in de uitverkiezing van het Managementboek van het Jaar 2016: Het innovatiedoolhof, van Gijs van Wulfen.

Van Wulfen onderscheidt vier innovatieroutes waarin het gemakkelijk verdwalen is, omdat ze op het oog zo voor de hand liggen: de ideeroute, de technologieroute, de klantknelpuntroute, en de noodzaakroute. De eerste route spreekt voor zich. De vraag is alleen hoe je dat spontane Eureka-momentje in bad omzet in een werkbaar verdienmodel. Focus en haalbaarheid adviseert Van Wulfen. Technologie spreekt ook voor zich. Technologie is altijd al een enorme aanjager geweest voor innovatie, maar nu meer dan ooit. Kijk alleen maar even naar de suggesties die Van Wulfen aandraagt: eetbare verpakkingen, een opblaasbare veiligheidsriem, stof die elektriciteit opwekt uit lichaamswarmte, een automotor die emissies verlaagt. Enzovoort. Van Wulfen schudt er dertig uit zijn mouw. De crux is hier het kiezen van de juiste techniek.  De derde route wordt nogal eens ingeven door irritatie. Als klant of omdat je iets in en/of met de organisatie maar niet voor elkaar krijgt. Richard Branson was zo ontevreden met de service van Amerikaanse luchtvaartmaatschappijen dat hij er zelf maar een oprichtte. De truc bij deze route is heel precies naar boven halen waar het knelt, vandaar ook de tamelijk gekunstelde benaming ‘klantknelpuntroute’. Tot slot noodzaak. Eigenlijk de ultieme drijfveer. Innoveer of crepeer. Deze route is niet minder dan een amalgaan van de voorgaande drie. Dwing een Eurekamoment af, zoek naar de juiste techniek, vind uit waar het misgaat en waar juist niet. Separaat of in combinatie, maar doe iets!

Geheel toevallig verscheen op de dag dat Het innovatiedoolhof werd bekroond Innoveer jezelf. Een mooie aanvulling want waar het Boek van het Jaar zich richt op de organisatie, daar richt de nieuwe Van Wulfen zich uitdrukkelijk op het individu. Niet iedereen is namelijk een innovator, althans niet vanzelf. Hooguit willen ‘we’ verbeteren, maar een sprong in het diepe is voor veel mensen tegelijk een sprong te ver. En dan kun je als organisatie nog zo vaak ‘innovatie’ in je visie noteren, zonder mensen die daadwerkelijk innovatief durven te handelen is dat niet meer dan de spreekwoordelijke papieren tijger. Dat geldt helemaal als innovatie pure noodzaak is om te overleven. Iedereen kruipt dan graag in zijn schulp terwijl je juist mensen nodig hebt die de innovatieve daad bij het woord voegen, hun nek uitsteken.

Het innovatiedoolhof is rijkelijk gelardeerd met afbeeldingen van verschillende doolhoven. Maar eentje ontbreekt opmerkelijk genoeg. Die uit de film The shining, met in de hoofdrol een op dreef zijnde Jack Nicholson als Jack Torrance. De eindscene is even klassiek als de film. Een volkomen doorgedraaide Jack Torrance achtervolgt zijn zoon in een enorm doolhof, met in zijn handen een bijl. Om te ontsnappen aan zijn vader, keert Danny letterlijk op zijn schreden terug en laat Jack een maagdelijk witte paden waarin hij vastloopt en uiteindelijk doodvriest. Innoveren heeft hier wel iets van weg. Strompelend zoek je de uitgang in een labyrint waarin elke route een doodlopende weg blijkt. Maar dat hoeft dus niet.


Gijs van Wulfen: ‘Succes in innovatie hangt voor 90 procent af van zachte factoren’ interview
25 april 2017 | Hans van der Klis

Met Het innovatiedoolhof schreef innovatie-expert Gijs van Wulfen het Managementboek van het Jaar 2017. Op de dag van de prijsuitreiking lag zijn volgende boek alweer in de winkel: Innoveer jezelf, over hoe je in zes stappen innovatief kunt worden in je werk. ‘Het is mijn ambitie van iedereen een betere innovator te maken’, zegt hij.

Was het schrijven van Innoveer jezelf de logische vervolgstap na je eerdere boeken De Innovatie Expeditie en Het innovatiedoolhof?
Ik heb gemerkt dat Het innovatiedoolhof vooral terechtkwam bij de usual suspects binnen organisaties: het topmanagement, de innovatiemanagers, het management van de afdeling R&D. Maar innoveren doe je samen, dat kunnen de managers niet alleen. Daarom wilde ik een boek schrijven dat eenvoudiger en praktischer was dan mijn andere boeken, zodat het door iedereen die met innovatie te maken heeft gelezen kan worden. Het is mijn ambitie om van iedereen een betere innovator te maken.

Wat is het belang van een methode om te innoveren?
Innoveren betekent niet iets beter doen, maar iets anders doen. Maar wanneer wij mensen iets anders moeten doen, zijn we geneigd te aarzelen. Vergelijk het met een maagdelijk wit veld met sneeuw. Een kind zal er meteen in gaan rollen, maar een volwassene niet. Die zal voorzichtig aftasten of er geen risico’s aan verbonden zijn. Dat heeft te maken met de angst voor het onbekende. Een methode kun je beschouwen als een pad door het sneeuwveld. Het biedt houvast. Wanneer een organisatie gaat innoveren, heb je niets aan de mensen die erbij betrokken zijn als er geen proces of methode is. De methode zorgt ervoor dat we meer durven.

Om zelf te kunnen innoveren, hebben we een innovatieve mindset nodig, schrijf je. Maar is dat wel voor iedereen weggelegd? Kan iedereen leren innoveren?
Zeker, dat is geen enkel probleem. De kunst is te ontdekken waarom het mensen aan een innovatieve mindset ontbreekt. Ben jij ook nog van de elpee-generatie? Elpees hebben groeven, zoals je weet. Doordat we telkens weer hetzelfde doen, komen we steeds dieper in die groeven te liggen. Met het streven naar operational excellence, het perfectioneren van de gewoontes in ons werk, wordt dat ook nog eens gestimuleerd. Dat is de beste manier om de winst van vandaag veilig te stellen. Maar bij innovatie draait het om de winst van morgen. Wanneer we innovation excellence stimuleren, gaat het er dus om uit die groef te komen. De meeste organisaties beseffen dat pas wanneer zij moeten innoveren, wanneer niets doen een groter risico voor de organisatie is dan op dezelfde voet voortgaan. Dat is het moment dat wij onze oogkleppen afzetten.

Daarmee beschrijf je ‘reactief innoveren’, innoveren wanneer het nodig is. Je onderscheidt ook ‘actief innoveren’. Wat is het verschil?
In de praktijk merk ik dat de meeste organisaties pas gaan innoveren wanneer de neergang is ingezet. Daar is nog geen onderzoek naar gedaan, maar ik zie het telkens weer. ‘Wij motten innoveren’, zeggen ze dan. Slechts één op de tien organisaties die mij benaderen zegt: ‘Wij willen innoveren.’ Ik snap dat wel, als de winkel goed loopt, is iedereen bezig met vandaag. Dan is de noodzaak tot innoveren nog ver weg. Een ander terugkerend fenomeen dat ik herken, is dat organisaties die willen innoveren leiders aan het roer hebben, geen managers. Leiders zijn geneigd verder vooruit te kijken. Willen innoveren vraagt immers om goed nadenken op het moment dat de zaken er nog goed voorstaan. Een manager wil goede cijfers kunnen overleggen, een leider wil de zaken goed achterlaten voor de volgende generatie. En dat is heel verstandig, want voordat je een idee kunt overzetten in een factuur, ben je snel 18 tot 36 maanden verder. En dan duurt het nog eens één tot drie jaar voordat de innovatie werkelijk winstgevend is.

Je onderscheidt zes stappen bij het innoveren. De eerste is het juiste moment kiezen, de tweede de stip aan de horizon zetten, en dan komt pas het idee. Waarom deze volgorde? Kan een goede innovatie nooit met een goed idee beginnen?
Daar heb ik een eenvoudige verklaring voor: je moet eerst nieuwe inzichten hebben voordat je nieuwe ideeën krijgt. Je moet je verdiepen in andere sectoren, in nieuwe technologieën, in andere werkwijzen. Dan kom je vanzelf tot waardevolle nieuwe ideeën. Wanneer je uit het niets met een nieuw idee aan de slag gaat, is de kans op succes buitengewoon gering. Daarom werkt brainstormen vaak ook zo slecht: omdat de fase ervoor is overgeslagen. Maar er is nog een reden. Om die uit te leggen, gebruik ik altijd een metafoor over kinderen. Zoals iedereen meer van zijn eigen kinderen houdt dan van de kinderen van de buren, zullen mensen ook alleen voor hun eigen ideeën door roeien en ruiten gaan. Dat heb ik geleerd toen ik als marketeer in de foodsector werkte. Mensen zijn altijd geneigd minder energie in andermans ideeën te steken. De uitdaging is dus jouw briljante idee ‘ons’ idee te laten worden. Zo zullen er meer mensen hun best doen om het idee te laten slagen dan wanneer jij in je eentje probeert het er doorheen te drukken.

Een van de meest prominente voorbeelden uit je boek gaat over Bruil, een toeleverancier voor tegelzetters. Wat is de aantrekkingskracht van juist dit voorbeeld?
In boeken over innovatie lezen we vaak over Google en Facebook, en dat soort voorbeelden haal ik ook aan. Maar Bruil is een prachtig voorbeeld van hoe een bedrijf in een conservatieve sector zich ook opnieuw kan uitvinden. Het bedrijf heeft het tijdens de crisis heel zwaar gehad. De omzet daalde met 45 procent, verlies was onafwendbaar. Na twee reorganisaties klopte het bedrijf bij mij aan. Ze moesten innoveren. Sterker nog: ze hadden gespeeld om niet te verliezen, nu wilden ze weer spelen om te winnen. Met behulp van de VOORT-methode heb ik vijftien weken lang met vijftien mensen vijf nieuwe concepten bedacht. Het meest ingrijpende was de ontwikkeling van architectonisch geprint beton, ontwikkeld met 3D-technieken. Dat moest in 2018 op de markt komen, maar is nu al heel populair. Een ander idee was dat van de lijmsilo’s, waardoor het veel gemakkelijker is geworden om tegels te zetten. Ook dat is een groot succes geworden.

Het boek heet: Innoveer jezelf. Maar je beschrijft vooral hoe je als manager of werknemer moet innoveren. Kun je jezelf ook persoonlijk innoveren?
Vanzelfsprekend. Denk maar aan je eigen leven. Ik heb in mijn eigen leven echt stappen gezet, zoals zakelijk als privé, soms omdat ik het wilde, soms omdat het moest. Maar dit is geen boek over persoonlijke ontwikkeling. Ik voel mij nog niet bekwaam genoeg om dat te schrijven. Maar het onderwerp interesseert mij wel. Succes in innoveren hangt voor 90 procent af van zachte factoren: van de vraag of mensen risico durven te nemen, of zij gemotiveerd zijn, of er politieke spelletjes worden gespeeld. Dat zijn beïnvloedbare factoren, waar we nog veel mee kunnen winnen.


Innoveer jezelf - In 6 stappen innovatief in je werk preview
20 april 2017 | Gijs van Wulfen

Met Innoveer Jezelf biedt Gijs van Wulfen een praktisch 6-stappenplan om jezelf en je werk te innoveren. Want innoveren is eenvoudiger dan je denkt. Een preview.

Natuurlijk weet jij ook wel dat niks doen geen keuze meer is. Je wilt toch niet zo eindigen als V&D? Je kunt wachten tot je ‘mot’ innoveren. Of er actief mee aan de slag gaan. Wat wil jij? Vooroplopen of in de achterhoede meehobbelen? Zeg het maar.

Alles begint bij jezelf. Innovatie ook dus. Je hoeft geen innovatiemanager te zijn of productontwikkelaar om innovatief te zijn. Innovatie is geen afdeling, het is een mentaliteit. En jij kunt deze mentaliteit ook krijgen. Door te innoveren ontwikkel je jezelf, je werk en je organisatie. Daarom heb ik het boek Innoveer Jezelf – In 6 stappen innovatief in je werk geschreven. Ik geef je graag 5 tips om zelf innovatie goed te te starten.

Ten eerste werk je nooit alleen. Dat geldt ook voor zelfstandige professionals. Innoveer daarom altijd samen met anderen. Dat leidt tot betere oplossingen en draagvlak. Stel een team samen van mensen met uiteenlopende kennis en ervaringen. Hierdoor krijg je in het team ideeën vanuit verschillende invalshoeken en leer je ook hoe anderen kijken en denken. Neem ook nieuwkomers op in het team. Hierdoor haal je een frisse blik in huis en worden voor de hand liggende opties sneller ter discussie gesteld.

Verbeteren is vaak een continu proces. Innovatie - op zoek naar andere producten, diensten, processen of experiences - is dat niet. Omdat je een innovatieproject maar een keer goed kunt starten (er is geen tweede keer), is het verstandig om dit op een zo’n gunstig mogelijk moment te doen: het moment dat je wilt innoveren om een nieuwe groeicurve te vinden, of het moment dat je moet innoveren, als de groei is weggezakt, na een reorganisatie. Stap op tijd over van het pad van ’beter’ naar het pad van ‘anders’. Tip twee is dan ook: pak het juiste moment om echt te innoveren.

Innovatie is een vaag begrip. Mijn derde tip is dan ook om te zorgen dat je bij de start richting krijgt door een duidelijk focus te kiezen. Dat doe je door een praktische innovatieopdracht op te stellen met de relevante interne stakeholders. Zodoende weet je van tevoren wat er van je wordt verwacht.

Als je een innovator wilt worden, is het cruciaal dat je leert om je oogkleppen af te doen: die van je organisatie en die van jezelf. Je krijgt namelijk pas originele ideeën als je nieuwe inzichten en inspiratie hebt. Jezelf innoveren begint daarom met het krijgen van een innovatieve mindset. Tip 4 is daarom: ga ontdekken. Daardoor leer je je oogkleppen af te zetten en in kansen te denken.

De kans dat jouw nieuwe ideeën gelijk een schot in de roos zijn, is klein. Je ziet altijd iets over het hoofd. Mijn vijfde tip is om eerst met de beste ideeën te experimenteren, zoals veel startups doen. Zo probeer je op een snelle manier te achterhalen of jouw originele ideeën aantrekkelijk, maakbaar en levensvatbaar zijn.

Tot slot: innoveren is anders dan verbeteren. Verbeteren doe je in kleine stapjes met vrijwel zekere resultaten. Innoveren doe je in sprongen. Je springt vooruit, of naar links of naar rechts. Dat maakt mensen onzeker. Innoveer daarom met een stappenplan. In Innoveer Jezelf beschrijf ik zes praktische stappen. Dat geeft mensen houvast en vergroot je de kans op succes. Zodoende kan iedereen innoveren. Deze aanpak kun je goed gebruiken om innovatie op gang te krijgen in jouw organisatie, op weg naar een innovatieve organisatiecultuur.

Gijs van Wulfen is professioneel spreker, auteur en trainer over innovatie en design thinking. Hij is de auteur van Innoveer jezelf en van verschillende andere boeken over innovatie. Het innovatiedoolhof werd op 18 april verkozen tot Managementboek van het Jaar 2017.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden