Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Wij wijzen u graag op het volgende
Door drukte zijn de levertijden van PostNL aangepast en kan uw pakket vertraging oplopen. Door de Brexit kan de levering van Engelse boeken vertraging oplopen.
Machteld Kooij: ‘Ga ervoor, wees niet bang’ interview
21 juli 2020 | Paul Groothengel

Leiders en managers zijn vaak doodsbenauwd voor spreken in het openbaar of het geven van interviews. Totaal onnodig, bewijst presentatie- en mediatrainer Machteld Kooij in haar boek Het monster met de gouden ogen - Presentatie én mediatraining. ‘Draai je angst om te spreken of een interview te geven om, zodat je blij bent dat je het publiek of de journalist iets kunt geven.’

 

Wat bedoel je met dat monster met die gouden ogen?
Dat monster staat symbool voor sprekersangst, die we allemaal wel herkennen. Dat de ogen van goud zijn, staat voor de ‘gouden’ beloning als je de presentatie goed doet. In termen van waardering, erkenning, expertstatus, zelfvertrouwen, noem maar op. Dat denkbeeldige monster is te temmen, en in dit boek leer ik je de basisvaardigheden van spreken in het openbaar of van het geven van interviews. Aan de ene kant door te werken aan de inhoud van je betoog, aan de andere kant door te trainen wat je met je stem kunt doen, met je lichaamshouding, tot je kledingkeuze aan toe. En ook hoe je je zelfvertrouwen kunt vergroten zodat je sprekersangst om weet te buigen in een groot plezier om informatie te delen.

Je geeft al vele jaren presentatie- en mediatraining aan leiders en managers. Wat zijn hun meest gemaakte fouten?
Dat ze denken: ik kan al prima praten voor een groep, ik ben niet voor niks op deze positie terechtgekomen. Maar het gaat erom of je met jouw speech de toehoorders, bijvoorbeeld je medewerkers, ook echt weet te boeien en kunt meenemen in je verhaal. Zeker in deze tijd waarin veel medewerkers vanuit huis werken en mogelijk minder binding hebben met hun werkgever. Diezelfde onderschatting zie je ook vaak als men een interview moet geven: ik zie wel wat de journalist vraagt, ik weet er toch sowieso veel meer van dan hij? Met zo’n instelling mis je kansen.

En wat zijn hun grootste angsten?
Die zijn talrijk. Bijvoorbeeld dat je een totale black-out krijgt. Of dat je veel te snel praat, of juist te langzaam. Vaak vergissen mensen zich daarin. Ik laat ze in mijn training opnames zien van henzelf, en dan merken ze dat het meestal reuze meevalt, dat ze helemaal niet ratelen. Een andere angst is dat je, vlak voor je op een podium een speech gaat geven, erachter komt dat je verhaal nog thuis ligt. Zoals mij ooit overkwam. Ik raakte even in paniek, maar realiseerde me toen dat ik het verhaal goed had voorbereid. Daarover gebruik ik een techniek waarbij je je verhaal opdeelt in een klein aantal blokken; in ieder blok maak je een tekeningetje of symbool dat staat voor de inhoud van je tekst. Dan onthoud je het veel makkelijker.

Je sluit ieder hoofdstuk af met een ‘Eerste hulp bij falen’. Wat is de rode draad?
Accepteer dat je hebt gefaald bij een presentatie of in een interview. Vergeef het de techniek, vergeef het jezelf. Wees niet te hard, sterker: wees zacht voor jezelf. Relativeer: de wereld brandt, dit is maar één moment in één interview of voor één groep. Leer ervan, dan is het niet voor niets geweest. En vergeet het. De mensen om je heen vergeten snel, dus waarom jij niet? Overigens heeft falen ook een positieve kant: dan weet je uit ervaring dat je dat altijd heus overleeft, en dat geeft op zich ook weer veel vertrouwen.

Vandaar ook dat gedicht ‘Wees niet bang’ van Freek de Jonge voorin het boek?
Ja. Hij schrijft daarin bijvoorbeeld: ‘Wees niet bang, je mag opnieuw beginnen. Vastberaden, doelgericht, of aarzelend op de tast’. Hij verwoordt precies wat ik wil zeggen, ga ervoor, wees niet bang. Bereidt alles goed voor, dan gaat het vrijwel altijd goed. Desnoods faal je maar dan faal je ten minste vol allure. Het is belangrijk dat je je angst om te spreken of een interview te geven omdraait. Dat je niet meer bang bent om iets te verliezen, maar dat je blij bent dat je het publiek of de journalist iets kunt geven. Want wat heb je nou eigenlijk te verliezen?

Als ik leiders of managers interview, willen ze me soms iets al te nadrukkelijk geven, namelijk de goed ingestudeerde boodschappen van hun afdeling Communicatie... ze blijven maar zenden en luisteren niet goed naar mijn vragen.
Dat is inderdaad een valkuil, ik ben zelf dan ook allergisch voor het woord ‘kernboodschap’. Het is goed om van tevoren een aantal quotes te formuleren, die je graag wilt overbrengen. Maar blijf wel luisteren naar de vragen van de journalist en ga daar op in. Dreigt een journalist toch af te dwalen, probeert dan met de ombuigtechniek het gesprek terug te buigen naar jouw onderwerp.

Een paar dagen geleden kondigde Sigrid Kaag in meerdere interviews aan dat zij lijsttrekker wil worden van D66. Hoe beoordeel jij hoe zij zich presenteert?
In haar interviews vind ik haar slim en goed. In het Journaal werd haar gevraagd of ze premier wil worden. Ze zei volmondig ja, was even stil en praatte vervolgens rustig door. Dat Nederland een visie nodig heeft, et cetera. Ze pareert vragen van journalisten heel handig. Maar haar speeches kunnen beter. Minder plechtstatig vooral. Of ik haar zou willen trainen? Tuurlijk! Mijn handen jeuken. Ze zou bijvoorbeeld soms wat menselijker en persoonlijker moeten praten, minder afstandelijk. Dat is goed aan te leren, is eigenlijk meer een kwestie van finetunen.

Ben jij met al jouw ervaring nog zenuwachtig als je voor een groep iets moet presenteren, of dagvoorzitter bent op een congres?
Ja hoor, nog steeds. En dat is geen zeldzaamheid: veel gerenommeerde acteurs of musici zijn vlak voor ze op moeten nog zó nerveus, dat ze duizend doden sterven en soms zelfs moeten overgeven. Zelfs Cicero, toch een van de beroemdste sprekers ooit, moest vaak overgeven, in de goot, vlak voor hij op ging.

Je beschrijft ook dat diezelfde Cicero heel handig ‘het wapen van de stilte’ gebruikte. Hoe werkt dat?
Een stilte nemen is een oude truc om de spanning in je betoog op te bouwen. Cicero had geen microfoon en stond in zijn eentje buiten op het forum waar hij de mensen stil moest zien te krijgen. Hoe langer hij zelf stil was, des te zachter werd het geroezemoes. Ook tijdens het spreken is het fijn om stiltes te nemen, het zorgt ervoor dat de toehoorder even kan laten bezinken wat er allemaal is gezegd. Rutte deed dat perfect in zijn eerste toespraak over de corona-maatregelen, half maart. Die stiltes maakten zijn speech krachtiger en plechtiger.

Laatst gingen beelden van de Canadese premier Trudeau de hele wereld over, toen hij ruim twintig seconden stil bleef na een vraag over Donald Trump.
Ja, dat zwijgen maakte veel indruk. Het ontroerde me zelfs. Nee, ik weet niet of het was ingestudeerd. Maar hij bleef opvallend rustig de camera in kijken. Bedacht of niet, het had wel effect.

Welke leider vindt jij een schoolvoorbeeld van een goede presentatie in de media?
De premier van Nieuw-Zeeland, Jacinta Ardern. Dan denk ik met name aan haar speech waarin ze zegt dat haar communicatieteam haar heeft uitgedaagd in drie minuten alle successen van haar regering op te noemen. Dat doet ze vol plezier en heel vermakelijk. Overigens is deze vraag een van de vragen die ik vooraf het meeste vreesde. Waarom? Omdat ik me dan mogelijk te veel in mijn kaarten laat kijken. Ik kan bijvoorbeeld niet iemand noemen die ikzelf getraind heb. Ik adviseer leiders en managers in mijn mediatrainingen altijd: bedenk in voorbereiding op een interview welke vragen de allerergste zouden zijn en bedenk daar een goed, adequaat antwoord op. Dat is handig en het geeft je zelfvertrouwen.

 

Fotografie: Christian van der Kooy

Het monster met de gouden ogen - Presentatie én mediatraining preview
19 mei 2020 | Machteld Kooij

Opeens is het zover. Je moet een praatje of een pitch houden, een webinar hosten of een interview geven. Natuurlijk kun je dat. Je wordt niet voor niets gevraagd, je hebt vast al vaker gesproken.

Maar toch, tussen ‘ik doe wel iets' en ‘ik ga er een onvergetelijke presentatie van maken', zit een wereld van verschil. Hoe pak je het inhoudelijk aan, hoe zorg je dat meteen vanaf de eerste woorden het publiek aan je lippen hangt, hoe hou je je zenuwen onder controle? En als er na afloop een lastige vraag wordt gesteld, hoe zorg je dan dat je niet met je mond vol tanden staat?

De crime-scene techniek
In dit boek geef ik veel tips & tricks om sterk te beginnen, sterk over te komen en sterk te eindigen. Waaronder m'n absolute favoriet: de crime-scene techniek. Met die techniek neem je als spreker de toehoorders als het ware mee naar een plek waar iets gebeurt en dat beschrijf je zó beeldend dat ze aan je lippen hangen. In de oefening ‘Een moment uit je leven' ga je met die techniek aan de slag. Praktisch en doeltreffend.

Waarom een professionele presentatie- én mediatraining ineen?
Dit is het eerste boek dat deze twee trainingen combineert en dat is opmerkelijk, want het is zo logisch om deze onderwerpen samen te pakken. Sprekers krijgen ná hun praatje immers vaak lastige vragen uit de zaal, of worden plotseling gebeld door een journalist. Het is belangrijk je daarop voor te bereiden, voor beginnende én voor ervaren sprekers. Want ook ervaren sprekers willen wel eens een spiegel voorgehouden krijgen, en zich kunnen verbeteren en oefenen met nieuwe presentatievormen.

Wat betekent die opmerkelijke titel?
Veel mensen vinden ‘spreken' of een interview geven monsterlijk eng. Je krijgt er een schubbige huid van, trillende poten en een rasperige stem. Monsterlijk. Maar het monster heeft gouden ogen, want als je door deze spanning heen gaat, gloort een gouden toekomst. Je maakt jezelf zichtbaar en dat levert je veel op. De expertstatus, exposure, promotie. Shakespeare heeft het in zijn Othello over een ‘green-eyed monster', dat staat voor jaloezie. Ook voor het monster met de gouden ogen moet je oppassen, maar het ís te temmen. Dit boek helpt je daarbij. Totdat je spanning zó klein is, dat je het monster wegblaast. Kijk maar op het omslag: er is geen monster. Het zat alleen maar in je hoofd...

Falen en stralen?
Ik wilde vooral geen belerend boek schrijven met allemaal regels die je móet doen. Integendeel, de helft van het boek bestaat uit ‘faal-hoofdstukken', voorbeelden van mensen die missers maakten, en die hun uitglijders te boven kwamen. Hoe ze dat deden, hoe ze hun missers omdraaiden in winst, dat is heerlijk om te lezen en om te onthouden, voor als je het ooit nodig hebt. En in de andere hoofdstukken lees je herkenbare voorbeelden over stralen, over speeches en interviews die goed gingen. Van de ontroerende afscheidsrede die basketballegende Michael Jordan hield na het overlijden van Kobe Bryan, tot de corona-toespraak van minister-president Rutte. Op de website die bij het boek hoort zie je filmpjes van een groot aantal voorbeelden die in het boek worden besproken.

Door alle praktische voorbeelden werd het een boek vol hoop. Ik heb al heel wat sprekers en TV-presentatoren de fijne kneepjes van het vak bijgebracht, nu ben jij aan de beurt! Want het monster met de gouden ogen staat voor je, maar het geheime wapen van Hilversum staat achter je.

Machteld Kooij is mediatrainer en presentatietrainer met een eigen bedrijf. Als ‘Het Geheime Wapen van Hilversum' coacht ze presentatoren, sprekers en mensen die geïnterviewd gaan worden en staat ze voor groepen. Na haar studie theater,- film en televisiewetenschap aan de Universiteit Utrecht presenteerde ze voor radio en TV. Ze is de auteur van Het monster met de gouden ogen.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden