Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Ik zie ik zie wat jij niet ziet column
5 juni 2020 | Bert Thiel

Elke keer als ik Huib Modderkolk, schrijver van Het is oorlog maar niemand die het ziet, ergens voorbij zie komen, lijkt hij zich verder te verstrikken in zijn eigen netten.

 

Ook dinsdag 26 mei weer, toen hij bij het praatprogramma ‘Dit is M’ te gast was: Ollongren had gelijk met die Russische bemoeienissen, maar dat kon ze beter niet zeggen, want de info kwam van de AIVD en dat was dus onbewijsbaar, want de AIVD ontkende noch bevestigde ooit iets. En daarop is nu net zijn bestseller, waarvan hij en passant ook nog even een tweede versie aankondigde, grotendeels gebouwd: informatie van (oud-medewerkers van) veiligheidsdiensten die niet te bewijzen valt.

Laat ik het maar ronduit zeggen: ik vind Het is oorlog een irritant boek. Het is slecht geschreven. Het lijdt aan een paar typische journalistieke kwalen. Het is los zand. Het ontbeert bewijs. De titel dekt de lading niet. En ik weet nu even niet wat ik het ergste vind.

De titel is een stelling met twee premissen. ‘Het is oorlog’. En ‘Niemand ziet het’. Je zou verwachten dat hij op zijn minst één van die twee premissen aantoont. Maar dat gebeurt niet. Modderkolk beschrijft voornamelijk het wat en het hoe van allerlei digitale rampspoed: een hack hier, een virus daar, gelardeerd met een veelheid aan voorbeelden die absoluut een gevoel van onrust opwekken bij de lezer. Hij beroept zich daarvoor steevast op onherkenbare getuigen, die de zaken direct noch indirect wilden bevestigen of ontkennen. Het woord ‘oorlog’ valt echter nauwelijks. Nou ja, één keer, als hij minister Bijleveld citeert. En dat is in dit geval nu net geen onpartijdige bron. Maar vooruit, laat ik dit alles genoeg circumstantial evidence vinden om de term oorlog te rechtvaardigen. Maar dat niemand het ziet, is gewoon geleuter. Hijzelf ziet het, Bijleveld ziet het, de AIVD ziet het, en de Russen en de Amerikanen zien, zo krijg je de indruk, niets anders.

Schrijven over veiligheidsdiensten is balanceren op een slap koord. Niemand wil echt praten en dus ontbreken harde feiten en onomstotelijk bewijs. Daardoor doet de auteur een groot beroep op het vertrouwen van zijn lezer. Dat kan en dat mag. Maar dan moet je als schrijver wel duidelijk maken waarom de lezer je op je woord zou moeten geloven. Omdat je een goed mens bent, bijvoorbeeld. Omdat je andere voortreffelijke eigenschappen hebt. Omdat je zielig bent. Ook daar gaat het mis. Ja, hij verwijst naar de vele reportages die hij maakte. Maar dat is als bewijs niet meer dan een vorm van ‘zelf-plagiaat’.

De geloofwaardigheid van het boek leed voor mij ernstig onder de wonderlijke details die Modderkolk aan elke anonieme bron toevoegt om een zekere couleur locale te verkrijgen. Soms zijn die details bovendien volstrekt overbodig. Wat ze aan hebben: ‘in zijn blauwlinnen pak’. Wat mensen consumeren: van suikervrije cola tot borden kipsaté. Waar ze rijden: de A15. Soms gewoon wonderlijke, of ronduit overbodige details: ‘Dat N., afkomstig uit een katholieke familie, instemt heeft een reden.’ Dat katholieke is alleen relevant als dat te maken heeft met de reden van haar instemming, zou je denken. Maar niets van dat al.

Tot zover de ene journalistieke kwaal. De andere is het onvermogen of de onwil om een verhaal gewoon van begin tot eind te vertellen. Dus wordt er volop ‘genieuwsuurd’: straks in deze uitzending, maar nu eerst … Dat vergroot de leesbaarheid bepaald niet. Vooral niet omdat de diverse hoofdstukken op de keper beschouwd behoorlijk los van elkaar staan, even afgezien van de grote onbewijsbare of onbewezen aanname dat de Russen achter alle digitale ellende zitten. Of een jongen uit Barendrecht. En al die losse eindjes knoop je niet samen door een simpel bruggetje.

En dan de stijl. Daar wil ik maar even niet te veel over zeggen. Dat media en data meervoud zijn, is klaarblijkelijk lastig. Mensen denken in de directe rede tussen aanhalingstekens, en soms ook weer niet. Verleden tijd en tegenwoordige tijd worden zelfs in één zin door elkaar gebruikt. De dubbele punt is zijn stijleigen: dan volgt een verklaring. ‘Gouvermenteel’ is zijn versie van ‘gouvernementeel’. Dat dus. En zo verder.

Kent u de kortste recensie van het boek De klop op de deur? Niet opendoen!

Bert Thiel (1961) studeerde Nederlandse taal- en letterkunde. Hij doceert Nederlands op het Norbertuscollege in Roosendaal.

Champagne voor winnaar Jo Caudron nieuws
20 april 2020 | Hans van der Klis

Zijn naam als de winnende auteur was nog maar nauwelijks gevallen, of Jo Caudron liet digitaal vuurwerk ontsteken, terwijl zijn echtgenote thuis met een fles champagne de trap kwam opstormen. De uitreiking van het Managementboek van het Jaar 2020, op het online platform Zoom, werd door de coronacrisis een gedenkwaardige aangelegenheid, met een geheel eigen dynamiek.

Het was even wennen. Geen afgeladen De Rode Hoed in Amsterdam, maar een webinar, in goede banen geleid door host en dagvoorzitter Ronnie Overgoor. Als een soort discjockey introduceerde hij de genomineerde auteurs, die hij op Zoom één voor één tevoorschijn toverde voor twee interviewsessies. De uitreiking van de prijs voor het Managementboek van het Jaar 2020 kende een heel eigen dynamiek. Het was niet anders: de coronacrisis gooide roet in het eten. Zoals de hele samenleving op dit moment met een nieuwe werkelijkheid te maken heeft, zag ook Managementboek zich genoodzaakt te improviseren, al zei directeur Philip van Coevorden er wel meteen bij dat de terugkeer naar De Rode Hoed dan maar volgend jaar moet plaatsvinden. Het eigen Managementboekengala is toch het hoogtepunt van het jaar voor deze niche van het boekenvak.

De C van corona

De coronacrisis en de bijbehorende ongemakken waren natuurlijk ook het belangrijkste onderwerp tijdens de interviews. Volkskrant-journalist Huib Modderkolk, genomineerd voor zijn boek Het is oorlog maar niemand die het ziet, over alle bedreigingen van de digitale wereld, was met zichtbare tegenzin ingelogd op Zoom: het ineens zo populaire vergaderplatform mag dan gratis en gebruiksvriendelijk zijn, het bedrijf is niet echt zorgvuldig met de data die de gebruikers achterlaten. En dat is nu juist een van de waarschuwingen die Modderkolk in zijn veelgeprezen boek (‘Het leest als een thriller’, zei ook Ronnie Overgoor) geeft. Het boek dat bergbeklimster Katja Staartjes maakte samen met Menno Boermans, Topteams – samen bergen verzetten, raakt ook aan de huidige crisis. In de parallellen die Staartjes ziet tussen bergbeklimmen en het leiden van organisaties gaat het nadrukkelijk ook over de extreme situaties waarin je kunt terechtkomen. En dan is angst helemaal geen slechte raadgever, zei Staartjes. ‘Het beste dat je op zo’n moment kunt doen, zowel tijdens een moeilijke beklimming als in het bedrijfsleven, is even stilstaan en goed nadenken over de volgende stap die je moet zetten. Je moet rustig blijven, zorgen dat je samen de juiste beslissing neemt en vertrouwen houden. Je hoeft niet altijd de top in gedachten te houden, op zo’n moment gaat het vooral om de volgende stap.’

Aanpassen aan de nieuwe situatie

De andere drie genomineerde auteurs raken eerder aan de crisis op langere termijn, hoewel Jo Caudron, schrijver van De wereld is rond, over de perfecte storm die de mondialisering en de technologische ontwikkelingen veroorzaken, terecht opmerkte dat zijn scenario voor 2030 door de coronacrisis misschien wel dichterbij is gekomen dan hij ooit kon vermoeden. Het grote gevecht, het boek van Jeroen Smit over opkomst en ondergang van Unilever-topman Paul Polman, gaat in feite ook over de verantwoordelijkheid die grote ondernemingen in deze tijd moeten nemen. De bewoordingen van Ronnie Overgoor, dat het een boek is over het gevecht om de ziel van het kapitalisme, gingen Smit misschien iets te ver, maar dat bedrijven iets moeten doen op het gebied van duurzaamheid staat voor hem als een paal boven water. ‘Dit is het eerste boek waarin ik zelf ook stelling heb genomen. En dat vond ik best eng’, erkende hij. De laatste genomineerde, Hans Wopereis, de enige die tijdens het webinar plaats had genomen voor zijn boekenkast, doet met zijn boek Bezieling werkt haast een moreel appel: hij vindt dat bezieling, de reden waarvoor je ’s ochtends uit bed stapt, leidend zou moeten zijn bij alle keuzes die je in je werkende leven maakt. ‘Alle organisaties en groepen mensen zouden dienstbaar moeten zijn aan de maatschappij. Naar mijn mening ontbreekt die universele waarde bij te veel organisaties.’

Woord van de jury

En toen verscheen Peter de Roode in beeld, voorzitter van de jury. Hij las geen uitgebreid juryrapport voor, zoals we gewend zijn, maar kwam snel tot de kern: de jury kende de prijs voor het Managementboek van het Jaar 2020 toe aan Jo Caudron voor zijn boek De wereld is rond. Caudron, in 1994 de eerste die in België een webagency opzette, liet tegen de digitale achtergrond die hij had geïnstalleerd een spetterend vuurwerk ontsteken. Zijn vrouw kwam nog snel de trap opstormen met een fles champagne en twee glazen. ‘Ik had het totaal niet verwacht’, zei hij naderhand. ‘Ik had me inderdaad wel voorbereid, dat leek mij wel zo professioneel. Zeker in deze tijd moeten wij ons aanpassen aan de situatie.’

Het is een welkome onderscheiding, vervolgde Caudron. ‘Zeker in België is het heel goed ontvangen. Niet alleen bij mensen die het uit professionele overwegingen lezen, maar ook bij gewone lezers. Voor de quarantaine gaf ik toch al snel drie of vier lezingen per week. Twee weken voordat België in lockdown ging, kwam de Engelstalige editie uit. Het is jammer dat we de promotie voor dat boek hebben moeten stilleggen. Hopelijk dat deze prijs ervoor zorgt dat de aandacht in Nederland ook zal toenemen.’

Kijk de gesprekken en bekendmaking integraal terug

Shortlist Managementboek van het Jaar 2020 - De 5 boeken in het kort nieuws
30 maart 2020 | Pierre Pieterse

De shortlist is bekend! Onderstaande vijf boeken zijn genomineerd voor voor de uitverkiezing van het Managementboek van het Jaar 2020. De jury is inmiddels vol bezig met de discussie welk van deze boeken de winnaar zal worden. De winnaar zal op 16 april 2020 bekend worden gemaakt.

Bezieling werkt door Hans Wopereis

Hans Wopereis heeft – met dank aan de input van zijn collega’s –  met Bezieling werkt een bijzonder boek geschreven. Hij durft het aan een managementboek te schrijven dat in essentie niet gaat over strategie en structuren, en ook niet over leiderschap en leiders, maar over het wezenlijke dat mensen en organisaties drijft. Noem het ‘waartoe wij op aarde zijn’.

Elke organisatie heeft haar eigen cultuur, haar eigen patronen. Elke organisatie schept haar eigen karma, dus hoe zorg je ervoor dat jouw cultuur lerend en dienstbaar blijft? Hoe smeed je met elkaar een geheel dat het individu niet dwingt tot aanpassing, maar juist aanspoort tot autonomie en uniciteit?

In dit boek staat de metafoor van de bron centraal om te duiden wat er speelt in de onderstroom van de organisatie. De acht bronnen van groei en ontwikkeling in organisaties die het aanreikt, zijn: bezieling, vertrouwen, kringbewustzijn, leiderschap, zelfonderzoek, verantwoordelijkheid, waarachtigheid, en ten slotte mededogen. Elke bron wordt in een apart hoofdstuk geduid, volop voorzien van voorbeelden uit de eigen praktijk én praktisch gemaakt door aan te geven wat je kunt doen als individu, als leidinggevende, en als organisatie.

Wopereis heeft een mooie schrijfstijl en put uit een keur van godsdiensten, traditionele verhalen en sprookjes om te laten zien dat (het zoeken naar) bezieling van alle tijden is. Zweverig? De vele voorbeelden en de concrete gedragingen waarmee elk hoofdstuk wordt afgesloten, houden het aards. Het is geen doorsnee managementboek. Modellen en quick fixes ontbreken. Maar deze auteur raakt je en zijn eigen bezieling klinkt in het hele boek door. Een boek met een waarachtige boodschap om nog lang op na te kauwen.

De wereld is rond door Jo Caudron

Er is een storm op komst, een Metastorm zoals Jo Caudron dat in De wereld is rond noemt. Daarin komen de drie grote perfecte stormen in werk, wonen en mobiliteit samen, versterken ze elkaar en zullen ze een ongekende kracht van verandering teweeg brengen. Met een onvoorspelbare toekomst tot gevolg. Beangstigend? Niet als je dat wat er wereldwijd speelt holistisch bekijkt, de verbanden beter gaat zien en met de op elkaar inwerkende krachten een positief toekomstverhaal en -plan weet te smeden.

Dat is precies wat Caudron doet in dit gedurfde boek. Hij schetst hoe het komt dat we boos en angstig zijn en de neiging hebben tot pessimisme. Wat er gebeurde met grote groepen mensen nadat die de grote vooruitgangsgolf hadden meegemaakt en vervolgens achterblijvers werden. Caudron gelooft in groei die voortgaat, maar wel op een andere manier.

Zijn positieve toekomstscenario plaatst hij in 2030 en baseert hij op twee pijlers: Peak Stuff Economy en Urban Villages. Om te groeien hebben we dankzij virtualisering en digitalisering steeds minder ‘stuff’ nodig. Dat biedt kans op een nieuwe vorm van groei voor iedereen. Daarnaast ziet Caudron de oplossing in circulair leven: in Urban Villages die mensen weer bij elkaar brengen, met veel diversiteit in woonvormen, bedrijvigheid, ontspanning, onderwijs (op afstand), en lokale (voedsel)productie. De kracht van het lokale, gecombineerd met de kracht van het mondiale.

De wereld is rond, en rond is beter. Caudron steekt zijn nek uit met dit boek en daagt organisaties uit hun eigen toekomstplan te maken. Je kunt en mag het met hem oneens zijn, maar je kunt er ook voor zorgen dat jouw gewenste toekomst werkelijkheid wordt. Daar is ,zoals Caudron stelt, maar 30 procent massa voor nodig.

Het grote gevecht door Jeroen Smit

Het grote gevecht van journalist Jeroen Smit gaat over het gevecht van Paul Polman om binnen Unilever zijn duurzaamheidsambities te combineren met hoog rendement. Maar nog meer lijkt het te gaan om het gevecht om duurzaamheidsinitiatieven op grote schaal wereldwijd uit te voeren, waarbij mensen verschillende visies hebben. De een vecht voor het idee dat bedrijven rendement en duurzaamheid moeten combineren, de ander vindt dat duurzaamheid voor gaat, en weer een ander meent dat bedrijven rendement moeten maken.

Met een ondertitel ‘& het eenzame gelijk van Paul Polman’ verwacht je dat Polman bijna verheerlijkt zou worden. Dat is niet zo. Veel hoofdrolspelers en figuranten geven aan hoe lastig het was om met Polman samen te werken. ‘Hij luistert niet’ is een veelgehoorde klacht. Heel mooi wordt omschreven hoe Polman steeds meer op een priester begint te lijken, die preekt. Een soort ‘environmental Jesus’. Ook wordt heel duidelijk hoe hij steeds meer naar het gezelschap van wereldleiders trekt en steeds minder aandacht heeft voor de operationele beslommeringen van Unilever. Zijn ‘gelijk’ is niet zo eenzaam als het lijkt. Zijn wereldleidersgezelschap is het volledig met hem eens. Maar ook binnen Unilever zijn er heel veel die volledig achter Polman en zijn visie staan. Hij geeft deze mensen alleen veel te weinig steun, ze moeten zelf maar uitzoeken hoe ze het voor elkaar krijgen.

Dit boek is duidelijk gebaseerd op zeer veel interviews, waarbij aangetekend dat de auteur zijn bronnen niet prijsgeeft. Dit maakt de diverse perspectieven zeer persoonlijk en het boek extra goed leesbaar.

Het is oorlog maar niemand die het ziet door Huib Modderkolk

Niet voor niets start het boek Het is oorlog maar niemand die het ziet van Huib Modderkolk met een bijeenkomst in 2015 van de hoofden van de veiligheidsdiensten met Rutte, waarin deze wel de noodzaak van actie onderschrijft, maar er geen geld voor beschikbaar stelt. Onderschatting, een cruciale fout?

Cyberveiligheid is vaak een moeilijk begrip. De auteur heeft een ongelofelijk knappe prestatie geleverd om deze behoorlijk technische problematiek bijzonder helder en vrij van jargon op te schrijven. Dit boek is daardoor voor iedereen makkelijk te lezen, hier hoef je geen IT-kennis voor te hebben. Het leest als een thriller, inclusief cliffhangers.

De auteur beschrijft een aantal bekende en minder bekende anekdotes én de diverse onderzoeken die hij deed, en eindigt met een waarschuwing. Het gaat daarbij om bedrijven (KPN, Diginotar, Belgacom) die gehackt zijn voor hun intellectuele kennis, overheden, maar ook cruciale nutsvoorzieningen. En de auteur zelf is vermoedelijk ook slachtoffer, hij beschrijft dit erg beeldend. Dit boek kan het inzicht in en de zorgen over beveiliging concretiseren, waardoor er druk op de overheid kan worden uitgeoefend om aandacht en geld te besteden aan cyberkennis en beveiliging. Uit het boek wordt ook duidelijk dat er veel internationale samenwerking is, maar ook dat de diensten elkaars bedrijven en overheden hacken.

De auteur gebruikt een vertelstijl die niet helemaal chronologisch is, hij maakt regelmatig uitstapjes naar het verleden, om verbanden te leggen of achtergronden te verduidelijken. Dit maakt het boek af en toe wat moeilijk te volgen. Maar de boodschap wordt wel duidelijk: pas op voor hacking, je ontkomt er niet aan!

Topteams - Samen bergen verzetten door Katja Staartjes en Menno Boermans

In TopTeams – Samen bergen verzetten van Katja Staartjes en Menno Boermans (die de werkelijk schitterende foto’s in dit boek voor zijn rekening nam), word je meegenomen op een klimexpeditie, waarbij de management- en teamlessen die worden beschreven net zo goed gebruikt kunnen worden in een kantoorbaan. 

Het boek bestaat uit zes fasen met elk drie pijlers:

1. Expeditie: Doel, Koers, Voorbereiding.
2. Team: Teamgrootte, Teamprofiel, Regie.
3. Basiskamp: Energie, Vertrouwen, Communicatie.
4. Beklimming: Leiderschap, Samenwerken, Teamontwikkeling.
5. Top: Commitment, Veerkracht, Grenzen.
6. Afdaling: Succes vieren, Reflectie, Groeipad. 

De managementlessen die in dit boek aan de orde komen, zijn niet nieuw, maar de impact van een ‘fout’ – of het nu een verkeerde beslissing of een niet goed functionerend team is – is tijdens de beklimming van een ‘achtduizender’ zoals de Mount Everest, wel veel groter en kan het verschil tussen leven en dood betekenen. Juist dat maakt dat je ontzettend meeleeft met Katja en haar klimteams in dit boek. Door de aansprekende verhalen blijven de bijbehorende lessen langer hangen (respectievelijk: accepteer hulp, blijf positief, vier je succes op een goed moment, denk aan de afronding).

In tegenstelling tot een aantal andere managementboeken is in dit boek sprake van maar een casus, namelijk de expedities van Katja zelf. Sterk hieraan is dat de auteur ook zeker niet te beroerd is om voorbeelden van haar eigen falen als leider te geven.

Het boek is heel mooi uitgevoerd met schitterende foto’s. Deze zijn voorzien van een toepasselijke quote of les, die ook weer heel goed bij het onderwerp van het betreffende hoofdstuk past.

Op donderdag 16 april 2020, vanaf 16.00 uur kan iedereen de online bekendmaking van de winnaar live mee maken. Opgeven via deze link.

Place your bets please column
24 februari 2020 | Pierre Pieterse

Toen ik de longlist onder ogen kreeg, was mijn eerste reactie ‘daar valt een degelijke shortlist uit te distilleren'. En ook bij nadere analyse blijft die conclusie fier overeind. Wat vinden we zoal op deze eerste schifting van het boekenjaar 2019?

Natuurlijk het boek waar je niet om heen kunt (Het grote gevecht van Jeroen Smit, over het eenzame gelijk van Unilevers Paul Polman). Dan het verrassend goede boek (De onsterfelijke onderneming, van Fons van Dyck, verrassend omdat het weer over Apple gaat maar met een twist die het weer net even anders dan anders maakt, verrassend dus).

Ook het degelijke vakwerk ontbreekt niet (Meer dan de som der delen, van Leike van Oss cum suis, een overzicht van de belangrijkste systeemdenkers over organiseren en veranderen, een overzicht dat orde brengt in de chaos die de vele benaderingen van systeemdenken met zich meebrengt).

En dan het boek dat je wist dat op de longlist terecht zou komen (Jam Cultures - over inclusie als probleemoplosser - van Jitske Kramer, die overigens voor de derde keer op deze lijst staat). Ook mocht ‘het andere perspectief' niet ontbreken (Top Teams van Katja Staartjes dat teamwork en leiderschap vanaf de bergtoppen beschouwt).

En uiteraard is er ook dit jaar weer een heuse zwarte zwaan (Cicero leest Covey van Harm Klifman, een managementboek over het gebruik van retorica in het managementboek, kort door de bocht: wat maakt een managementboek een goed en goed leesbaar boek). Wat algemene observaties, vanaf de zijlijn. Veel boeken dit jaar waarin ‘het verhaal' centraal stond. Twee daarvan hebben de longlist gehaald: Formule X en Dagboek van bewust leiderschap.

Natuurlijk is dit format, het managementboek als roman, niet nieuw (The Goal van Eliyahu Goldratt uit 1984 is zelfs wereldberoemd, en Harvard Business Review opende in de jaren '80 en '90 telkens met een uit het leven gegrepen cover story). Maar toch. Dit jaar ook opvallend veel modellenboeken of boeken waarin een bepaald model een hoofdrol speelt. De kwaliteit van dergelijke boeken valt uiteraard met de kwaliteit van het model, en daar schort het nog wel eens aan. Geregeld ontbreekt de nodige onderbouwing of gewoon elementair onderzoek, en dan blijft er voor de professionele lezer/gebruiker weinig over.

Een blijvertje is het thema ‘bezieling' of ‘zingeving'. Twee titels heeft de jury uit het aanbod getild: Bezieling (‘what's in a name') en De gelukkige organisatie. Het blijft een lastig onderwerp, zeker voor het grote publiek (vaag, wat staat er onder de streep, hoe krijg je het in de organisatie) maar is daarmee niet minder belangrijk natuurlijk.

En dan vergeet ik bijna nog de outsider: Het is oorlog maar niemand die het ziet, van Huib Modderkolk. Geen managementboek pur sang maar wel een uiterst actueel en voor bedrijven en organisaties bijzonder belangrijk boek, over de cyberoorlog die elk moment de wereld lam kan leggen.

Over een paar weken is er een shortlist, waarna het serieuze speculeren kan beginnen. Waarmee niet gezegd dat de uiteindelijk samenstelling van de shortlist geen gokje waard is. Place your bets please.

De longlist van het Managementboek van het Jaar 2020

Over een oorlog die niemand (nog) niet ziet nieuws
6 november 2019 | Bertrand Weegenaar

Huub Modderkolk heeft een bloedserieus en super actueel boek geschreven. Het is oorlog maar niemand die het ziet is al weken een seller. Het is te hopen dat dit boek, en de boodschap, zijn weg gaat vinden naar beslissers, politici en belanghebbenden die zich zorgen zouden moeten maken over onze cyber-veiligheid.

In spannende hoofdstukken neemt Modderkolk ons mee van de straten van Moskou waar de kantoren van de GPU zitten, en naar een kantoorpand op Malta. Naar de vergaderzalen in Den Haag waar onze nationale cyberdeskundigen advies geven aan politici tot de sompige weidevelden in Noord-Nederland. Hier staan diverse panden vol met state-of-the-art servers van Webzilla. Eén van de vele schakels in het schimmige spel van cybercriminaliteit. Hier moeten we tegenwoordig denken aan datadiefstal, online chantage en afpersing, spionage en tegenwoordig oorlogshandelingen.

De afgelopen tien jaar is het wat schaal betreft van kwaad tot erger gegaan. Niet slechts IT-pestkoppen en professionele hackerscollectieven houden zich met cybercriminaliteit bezig maar ook diverse landen hebben zich in het digitale oorlogsgebied begeven. Modderkolk geeft een reeks van voorbeelden uit het recente nieuwsaanbod: de mailservers van de Democraten zijn gehackt, een grote hackaanval legt grote delen van de Oekraïne plat, tijdens de openingsceremonie van de Winterspelen in Zuid-Korea wordt het hele systeem platgelegd. Al deze daden lijken herleidbaar tot twee hackerscollectieven onder de vleugels van de Russische veiligheidsdienst.

Maar in dit internationale geweld waarin Rusland, Noord-Korea, Israël, Engeland en Amerika de belangrijkste spelers zijn, speelt Nederland een dapper partijtje mee. Modderkolk beschrijft vol passie de hack die onze AIVD uitvoerde in het pand van de GPU, en zo geruime tijd via een online camera zicht had op het hackerscollectief FancyBear. We wisten in najaar 2018 een aantal Russen in Nederland op heterdaad in Den Haag te betrappen en het land uit te zetten.

De digitale oorlog verplaatst zich steeds meer naar het politieke en grootindustrieel domein. De aanval die Oekraïne in 2016 trof, kreeg een flinke staart toen dit virus ook onder andere het internationale containerbedrijf Maersk platlegde. De schade beloopt de miljarden euro’s. Toch bleek uit berichtgeving eerder dit jaar dat veel organisaties kwetsbaar waren via een bekend veiligheidslek in VPN.

Als journalist staat Modderkolk voor een moeilijke taak. Het is een gebied waar bedrijven weinig over kunnen en willen vertellen. (Alle verhalen in dit boek zijn ruim in de pers uitgemeten). Het is een technisch onderwerp wat mensen lastig begrijpen. Een gat in een hek kan immers snel gedicht worden. Waarom kan dit online niet? En de bronnen geven vaak niet thuis. Dit zijn ingevoerde ambtenaren van bijvoorbeeld de AIVD met geheimhoudingsplicht en deskundigen uit de cybersecurity industrie die weinig over hun opdrachtgevers kwijt willen. Modderkolk liep dus vaak dood in zijn onderzoek.

En toch, dit is een belangrijk boek. Voornamelijk door de leesbaarheid van dit knap lastige thema. Ondanks al zijn tegenslagen, Modderkolk vermoedt zelfs dat er tweemaal fysiek en/of digitaal bij hem is ingebroken, zet hij door en weet veel informatie boven tafel te krijgen. In het laatste deel, Wie gaat ons beschermen, klinkt soms wat wanhoop door. De schrijver is inmiddels bekend met de vele risico’s die wij lopen in deze nauwelijks zichtbare oorlog die over de hoofden van gewone burgers wordt uitgevochten. Is onze data bij banken veilig? Komt er morgen nog stroom onze huizen binnen? Blijven de systemen in de ziekenhuizen normaal functioneren? Zijn onze digitale militairen opgewassen tegen het beschermen van ons land? Gaan de CEO’s en bestuurders van bedrijven eens stevig inzetten om de prioriteiten op digitale beveiliging boven aan de agenda te zetten? En blijft in dat alles ook onze privacy nog gewaarborgd? Een onderwerp dat zeer recent weer de kop op stak in de voorstellen van onze Minister van Justitie en Veiligheid. Wordt vervolgd dus.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden