Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Girl power column
8 juni 2016 | Roos Vonk

Nederlanders zijn geneigd te denken dat allerlei zaken hier goed geregeld zijn. We zijn een modern, tolerant land. Dat idee wordt steeds vaker op de proef gesteld. Nederland bungelt onderaan de EU-ranglijsten waar het gaat om onder duurzame energie (wind en zon), gezond eten, pesticiden-gebruik, biodiversiteit, milieu en luchtkwaliteit (de laatste zaken dankzij onze toppositie wat intensieve veehouderij betreft, dat dan weer wel).

Ook wat betreft vrouwen aan de top hoort Nederland wereldwijd bij de sufferdjes van de klas, samen met landen als Pakistan en wat bananenrepubliekjes in Afrika. De oorzaak van deze achterstand zit in allerlei factoren. Een belangrijke is dat parttime werken in Nederland, en vooral bij vrouwen, veel populairder is dan in andere landen. Vrouwen zien het als hun ‘eigen vrije keus’ en het land is te klein als je er iets van zegt. Maar die keus ligt wel veel meer voor de hand in een land waar je zussen, vriendinnen en collega’s hetzelfde doen; waar je rond de bevalling 16 weken verlof hebt; waar anderen je vragen hoeveel dagen je voortaan gaat werken en de fulltime werkende moeder zelfs een schuldgevoel aanpraten. In een ander land, met andere gewoontes en normen, ga je er vast zelf ook anders over denken – en andere ‘eigen keuzes’ maken.

Misschien is het ook wel zo dat Nederlandse vrouwen elkaar en zichzelf makkelijk mutsen-gedrag toestaan (‘Als het niet goed voelt, moet je het níet doen hoor!’) en daardoor wellicht te snel toegeven aan een andere handicap: het impostor-syndroom. Dit is het idee van veel werknemers – vaak vrouwen, soms ook mannen – dat je eigenlijk een bedrieger (impostor) bent die het werk niet aan kan; dat je keihard moet knokken en op je tenen moet lopen om dat te verbergen. Het voelt alsof je een show opvoert waarin je speelt dat je succesvol en getalenteerd bent. Het (broodje aap) verhaal gaat dat sir Arthur Conan Doyle een grap uithaalde met twaalf mensen die hij bewonderde. In een telegram schreef hij: ‘Vlucht! Alles is uitgekomen.’ Zes van de twaalf ontvangers vluchtten daarop het land uit.

Tijdens mijn vroegere werk als coach heb ik heel wat vrouwelijke managers voorbij zien komen met de gedachte: ‘Ik kan dit eigenlijk helemaal niet en op een kwade dag val ik door de mand.’ Het was dan altijd een opluchting als ik uitlegde dat hele volksstammen met dit gevoel op de werkvloer rondlopen en denken dat alleen ánderen hun werk flierefluitend aan kunnen. Die anderen, dat zijn negen van de tien keer werknemers die net zo onzeker zijn als jij, en het óók verbergen, net als jij.

Of het zijn mannen. Voor mannen geldt een heel andere wet, The Peter principle: werken op een functie die net iets hoger is dan ze eigenlijk aan kunnen. Grofweg zouden we dus kunnen speculeren dat waar voor mannen The Peter principle geldt, het gedrag van vrouwen juist wordt bepaald door het Petra-principe: een functie-niveau láger werken dan ze aan kunnen, uit angst dat ze te hoog zitten.

Maar waar komt die angst vandaan? Voor een deel heeft het doodgewoon met testosteron te maken: een hormoon dat zelfvertrouwen geeft en waar mannen 7 tot 30 keer zo veel van hebben als vrouwen. Maar ook is het zo dat vrouwen te veel mutsen en dingen op zichzelf betrekken. Doe ik het wel goed? Nemen ze me wel serieus? Vrouwen hoeven niet net als mannen te worden. De people skills, de goed ontwikkelde sociale antennes, maken juist dat een vrouw een geweldige manager kan zijn. Maar alleen als ze die kwaliteiten gebruikt om aan de zaak te werken in plaats van te tobben over zichzelf.

Tijd maakt gelukkig column
15 januari 2016 | Roos Vonk

Een nieuw onderzoek laat zien dat iemands voorkeur voor tijd of juist voor geld direct gerelateerd is aan iemands welbevinden: mensen die tijd belangrijker vinden dan geld, zijn gemiddeld iets gelukkiger.

Je geld of je tijd? Welke van deze twee beschrijvingen past het best bij jou?

1. Voor Tina is tijd waardevoller dan geld. Ze is bereid om geld op te offeren om meer tijd te hebben. Ze zou bijvoorbeeld liever korter werken en minder verdienen dan meer werken en meer geld hebben.

2. Voor Maggie is geld waardevoller dan tijd. Ze is bereid om tijd te investeren om meer geld te hebben. Ze zou bijvoorbeeld liever meer uren werken en meer verdienen dan minder verdienen en meer tijd hebben.

Een nieuw onderzoek laat zien dat je voorkeur voor tijd (Tina) of geld (Maggie) gerelateerd is aan je welbevinden: mensen die tijd belangrijker vinden dan geld, zijn gemiddeld iets gelukkiger. De voorkeur voor tijd of geld kan allerlei kleine en grote beslissingen beïnvloeden. Een paar voorbeelden uit het onderzoek:

- Goedkoper wonen en langer moeten forenzen naar je werk, of duurder wonen en korter reizen.
- Langer rijden om goedkoper te tanken, of duurder tanken maar dichtbij.
- Meer verdienen en meer uren werken, of korter werken en minder verdienen.

Dat Nederlanders veel vaker dan in andere landen parttime werken, zou dus best eens kunnen verklaren dat we tot de gelukkigste volken horen.

In eerder onderzoek was al aangetoond dat materialistische mensen minder gelukkig zijn. Materialisme bevordert sociaal isolement, en omgekeerd: sociaal isolement bevordert materialisme. En we worden nu eenmaal minder gelukkig van ‘dingen hebben’ dan van ons verbonden voelen met anderen.

Ook is in eerder onderzoek gebleken dat het denken aan geld ertoe leidt dat we productiviteit en onafhankelijkheid belangrijk vinden, terwijl we door denken aan tijd onze relaties met anderen belangrijker gaan vinden. Maar deze verbanden verklaren niet volledig het gevonden verband tussen geluk en de geld/tijd-voorkeur, constateerden de onderzoekers.

Je zou denken dat het inkomen belangrijk is: als je meer geld hebt, ben je gelukkiger én kun je het je permitteren om tijd belangrijker te vinden. Maar het inkomen van deelnemers bleek geen noemenswaardige rol te spelen.

Nog niet duidelijk is wat oorzaak en gevolg is: het lijkt aannemelijk dat mensen gelukkiger worden doordat ze hun aandacht richten op tijd, omdat ze hierdoor automatisch ook meer gaan denken aan hun relaties met anderen – en wellicht de tijd ook samen met anderen besteden, bijvoorbeeld met vrienden of familie. In elk geval zullen ze in die tijd dingen doen die ze zelf leuk of betekenisvol vinden. Het is echter nog niet onderzocht of mensen die tijd belangrijker vinden ook daadwerkelijk meer tijd hébben.

Het effect kan ook omgekeerd zijn: als mensen ongelukkig zijn, weten ze misschien niks leuks te doen met extra tijd, dus zullen ze zich eerder richten op meer geld.

Maar geld maakt niet gelukkiger als je eenmaal boven een bepaald minimum zit (waar we in ons land bijna allemaal boven zitten). Sowieso kun je je aandacht dus beter richten op het verwerven van meer tijd dan van meer geld.

Feilbare modderaars column
19 oktober 2015 | Roos Vonk

Onlangs was het weer zover bij de overheid: de Joint Strike Fighter blijkt ietsje (een schamele 550 miljoen euro) duurder te worden dan verwacht. Het is de gewone gang van zaken: een mega-overschrijding van de geplande tijd en kosten. De vraag dient zich aan hoe dat bij toekomstige projecten te voorkomen is. Kunnen we leren van onze fouten?

Het lijkt erop van niet, want na de Betuwelijn (kostenraming 550 miljoen werd 4,7 miljard), de Noord-Zuidlijn (van 1,5 miljard naar 3 miljard), het Stedelijk Museum (kosten geschat op 57 miljoen, dit werd 127 miljoen, en het museum was acht jaar dicht), gaan we met de JSF ook weer de mist in. Om nog maar te zwijgen over het Fyra-debacle. Vaak gaan deze projecten uiteindelijk alleen maar door omdat er al te veel in is geïnvesteerd om nog te stoppen: het 'sunk cost'-effect.

Waarom gebeurt dit telkens weer en lukt het zo slecht ervan te leren? Meestal wordt het achteraf toegeschreven aan tegenvallers en blunders van anderen: zand bleek klei, ze hadden er niet bij gezegd dat de Fyra niet tegen sneeuw kon, enzovoort. Maar je kunt niet leren van je fouten als je de oorzaak bij factoren buiten jezelf legt – en dat is nu juist een diep ingebakken menselijke neiging: we hebben allemaal kwetsbare ego’s die bescherming behoeven.

Leren van fouten betekent dan ook vaak dat je iets heel tegennatuurlijks moet doen. Om die reden zijn er concrete, specifieke, harde richtlijnen nodig, die algemene, bekende gebreken van groepsbesluitvorming helpen voorkomen. Het probleem is dat het hoofdstuk ‘lessen leren’ in rapporten over financiële debacles vaak helemaal niet zo concreet is, en de uitvoering naar eigen inzicht kan worden ingevuld. Zo had de Amsterdamse wethouder die over de verbouwing van het Stedelijk Museum ging de volgende lessen uit de Noord-Zuidlijn toegepast, vertelde ze in Buitenhof:

1. zoek tegenspraak
2. bezint eer u begint
3. wees eerlijk over risico’s

Klinkt goed. Maar op deze manier geformuleerd, bieden de adviezen veel teveel ruimte voor eigen invulling, voor wishful thinking, en dús voor de valkuilen waar het om gaat. Als je mensen voor die valkuilen wilt behoeden, moet je het veel specifieker voorkauwen. Concreet:

1) Het advies ‘zoek tegenspraak’ betekent niet dat je er pas een ‘second opinion’ bij haalt als het tegen zit, maar dat je vooraf, bij het maken van je plannen, al direct op zoek gaat naar tegenstanders; of dat je mensen uit eigen gelederen opdracht geeft om advocaat van de duivel te spelen en alle tegenargumenten te verzamelen die er zijn.

2) Bezinnen betekent: na een voorlopig eerste besluit plan je een zogenoemde second-chance bijeenkomst die expliciet bedoeld is om erop terug te komen en waar geen eensgezindheid hoeft te zijn; in de tussentijd moeten alle groepsleden praten met buitenstaanders, dit om de tunnelvisie van een groep te doorbreken.

3) Risico’s zijn per definitie onbekend, dus daar kun je niet eerlijk over zijn. Achteraf zeggen dat je pech had met de klei of de aannemer getuigt van onvoldoende inzicht in het wezen van risico – namelijk dat het vooraf onbekend is. Het enige wat je zeker weet is dat er altijd wel íets fout gaat. Op grond van psychologisch onderzoek zou je in de begroting sowieso al bij voorbaat 30 procent onvoorziene kosten moeten opnemen. Gezien eerdere ervaringen met dit type overheidsprojecten zou dit nog een stuk hoger mogen zijn. Je kunt alleen iets leren van de fouten van je voorgangers als je aanneemt dat jijzelf net zo’n onvolmaakte, feilbare modderaar bent als iedereen.

Spijtnarrig column
6 oktober 2015 | Roos Vonk

In Psychologie Magazine​ van deze maand stond dat ruim de helft van de Nederlanders eind dit jaar een andere baan hoopt te hebben en dat 20 procent spijt heeft dat ze ooit in het verleden te lang in een baan zijn blijven hangen.

In de huidige economie is het niet altijd mogelijk zo 1-2-3 een andere baan te vinden, maar stel dat het kan (of dat het kansrijk lijkt als je eenmaal serieus gaat zoeken), moet je dat dan doen? Zou je er spijt van kunnen krijgen als je je huidige baan opzegt? Bij dit soort keuzedilemma’s (baan, opleiding, aandelen, huis) stellen mensen zichzelf die vraag. Als ze neigen naar een bepaalde keus, vragen ze zich opeens af ‘maar stel nu dat het tegenvalt, wat dan? Dan was die andere beter!’ Zo kun je eindeloos schipperen, want zodra je in gedachten een bepaalde keus maakt, wordt opeens het alternatief weer aantrekkelijker, vanwege de angst voor spijt.

Gaat het om een keus tussen actie (bijvoorbeeld van baan veranderen) en inactie (blijven zitten waar je zit), dan kiezen mensen vaak voor inactie. Ze hebben het gevoel dat ze van actie meer spijt kunnen krijgen dan van inactie. Verander je van baan en valt het tegen, dan heb je spijt, zo redeneren ze. Logisch is dat niet, want blijven zitten is in feite ook een keus waar je evenzeer spijt van kunt krijgen.

En uiteindelijk keert het zich ook tegen je: op korte termijn heb je weliswaar meer spijt van actie, maar op langere termijn juist van inactie, zo is uit onderzoek gebleken. Later in je leven trek je de haren uit je hoofd dat je altijd bij dezelfde werkgever bent gebleven, niet bent geëmigreerd en niet van partner veranderd, en geen piano hebt leren spelen.

Er zijn twee remedies (ze staan uitvoeriger beschreven in het boek Je bent wat je doet​, waar je ook nog meer tips en aanwijzingen zult vinden als je met een keuzedilemma worstelt). Ten eerste: uitzoomen. Denk aan de lange termijn! Denk niet aan wat je over een maand wilt bereiken, maar aan wat van wezenlijk belang is over vele jaren heen. Hoe kijk je er over vijf jaar op terug?

Ten tweede: wees tevreden met goed genoeg. Mensen die de meest optimale beslissing willen nemen (‘optimisers’) nemen gemiddeld weliswaar betere beslissingen vergeleken met mensen die goed genoeg prima vinden (‘satisficers’), maar door hun keuzestress en ‘spijtnarrigheid’ zijn ze minder gelukkig. In een tijd waarin mensen soms het gevoel hebben dat alles mogelijk moet zijn en ze ook alles wíllen wat mogelijk is, is het goed te beseffen dat je met suboptimale keuzes volmaakt gelukkig kunt leven.

Vlooien, roddelen, en boekhouden column
22 september 2015 | Roos Vonk

Jaren geleden zat ik in een sollicitatiecommissie. Er was een gedoodverfde winnaar onder de kandidaten. Hoewel hij alle benodigde papieren en credentials had, had ik geen goed gevoel over hem. Een ander commissielid was juist fel voorstander. Hij had een lijst gemaakt met pakweg twintig argumenten vóór deze kandidaat.

Terwijl hij zijn lijst voorlas, zag je zijn zelfvertrouwen groeien: hier zouden de tegenstanders echt niet omheen kunnen. Na het voorlezen viel er een stilte. Toen zei iemand: ‘En toch vertrouw ik hem niet.’ De anderen vielen haar bij en daarmee was de kous af.

Vertrouwen is zo belangrijk dat er ook in puur zakelijke situaties allerlei woorden voor zijn: gunfactor, sociaal kapitaal, of emotionele bankrekening. Mensen denken vaak dat ze anderen moeten overtuigen met hun kennis en kunde, maar veel belangrijker is het motto van oud-president Roosevelt: People don’t care how much you know, until they know how much you care.

Managementgoeroe Stephen R. Covey adviseerde dan ook: maak een lijstje met de mensen die belangrijk zijn in je werkveld, en ga voor elk van hen in gedachten na of je in de plus staat op de emotionele bankrekening. Zo niet: werk aan de winkel. We weten heel goed waar we plussen en minnen mee scoren. Je afspraken nakomen, naar mensen luisteren, loyaal zijn, waardering en respect tonen, een beetje slijmen op z’n tijd, het zijn allemaal voorbeelden van gedrag waarmee je krediet opbouwt. In de min raak je door bijvoorbeeld: je niet aan je woord houden, mensen niet terugbellen of mails niet beantwoorden, mensen niet serieus nemen (in een vergadering snuiven of op je smartphone kijken als iemand aan het woord is), gelijk willen hebben, en het beter weten.

Covey noemde ook roddelen als een kredietvreter: als de ander ter ore komt wat je hebt gezegd, geeft dat natuurlijk een regelrechte crash op je sociale kapitaal in die relatie. Maar volgens mij is dit te simpel, want roddelen is juist wél goed voor je relatie met degene met wie je roddelt. Als je allebei negatief denkt over iemand, schept dat een band, veel meer nog dan als je allebei iemand leuk vindt. Het effect van roddelen op het smeden van een band is zo sterk, dat het wel is vergeleken met het vlooien van apen. Bovendien is het strelend voor het ego van de ‘meeroddelaar’, want die ziet zichzelf als superieur aan de ‘eroddelde’ persoon. Dat maakt roddelen ook zo leuk: je bent samen lekker beter dan die flapdrol over wie je roddelt.

In de emo-boekhouding is het glas is dus half vol en half leeg voor roddel. Natuurlijk zijn er omstandigheden waarin roddelgedrag een giga-min zou moeten opleveren: als je roddelt uit afgunst of om iemands reputatie om zeep te helpen. Maar het motief van roddelaars is niet altijd zo duidelijk, en het staat in elk geval vast dat het pluspunten kan opleveren die je niet zo snel en effectief op een andere manier binnenhaalt.

Als je goed oplet met wie je roddelt over wie, kun je van roddelen veel plezier hebben én je emo-saldo leuk oppeppen. Alice Roosevelt Longworth (ja, de dochter van) had in elk geval veel vrienden, en van haar is de uitspraak: ‘Als je over niemand iets aardigs te zeggen hebt, kom dan naast mij zitten.’

(Deze column is gebaseerd op een column uit het boek Collega’s en andere ongemakken.)

Werken aan jezelf? Niet doen! column
4 juni 2015 | Roos Vonk

In hun streven naar meer zelfwaardering doen mensen vaak onverstandige dingen. Ze sloven zich uit om waardering van anderen te krijgen, pochen over hun briljante prestaties, of ze gaan zitten navelstaren – soms onder begeleiding van een coach of therapeut – over hoe ze toch zo zijn geworden.

Ze gaan te ver met zonnebaden en dure crèmes of met auto’s en andere statussymbolen om bewondering van anderen te oogsten; ze luisteren niet onbevangen en open naar feedback en schuiven hun fouten af zodat ze niets leren; en ze hangen hun zelfbeeld op aan de verkeerde bronnen – geld, status, aantal (Facebook-)vrienden, wat dan ook – waardoor ze nooit genoeg hebben.

Als je in de verkeerde vijver zit te vissen, komt er nooit een moment dat je kunt zeggen ‘Nu is het klaar; nu heb ik genoeg zelfwaardering’, om vervolgens ontspannen achterover te kunnen leunen. De verkeerde vijver is namelijk een bodemloze put. Als je je zelfwaardering bijvoorbeeld ontleent aan wat je verdient of hoeveel mensen je ‘onder’ je hebt, zul je weliswaar bij iedere promotie korte tijd een lekker gevoel hebben, maar even later moet je weer nóg meer verdienen en nog hogerop komen.

Maar wat is dan de goede vijver? Volgens de self-determination-theorie zullen mensen vanzelf groeien en zich ontplooien wanneer drie psychologische basisbehoeften zijn vervuld: verbondenheid met anderen, bekwaamheid (het idee dat je ergens goed in bent), en autonomie (je eigen keuzes kunnen maken).

Vervulling van deze drie behoeftes is net als het water voor een plant: het is nodig om te groeien. En als je genoeg water krijgt, dan zal die groei ook vanzelf plaatsvinden. Je hoeft dus niet aan jezelf te ‘werken’, in de zin van je mankementen repareren. Dat is iets voor auto’s en apparaten, niet voor mensen (zie hier en hier).

Waar je wel aan moet ‘werken’ – in de zin dat je je hoofd erbij moet houden – is dat je erop let dat je genoeg water krijgt – en niet iets anders! Dus niet in het verkeerde watertje vissen. Want dan komt er een troebel prutje in je psychologische gieter, en heb je alsmaar méér nodig.

Ben je bijvoorbeeld erg bezig met status en geld, dan betekent dat vermoedelijk dat je behoefte aan bekwaamheid (iets doen waar je goed in bent) niet is vervuld. Of surf je je suf op datingsites, dan is je gevoel van verbondenheid met anderen waarschijnlijk waar het aan schort – en die behoefte kun je in ieder sociaal contact bevredigen, ja zelfs tijdens een praatje bij de bakker.

Toffe peren column
1 juni 2015 | Roos Vonk

Eén rotte appel in je team kan voor iedereen de arbeidsvreugde en productiviteit om zeep helpen. Eerder onderzoek liet al zien dat de prestaties van een heel team dalen als één collega zich vervelend gedraagt. Voor een deel komt dat doordat gedrag van mensen veel besmettelijker is dan ze zelf denken.

Het niet zo nauw nemen met de moraal, opscheppen hoe geweldig je bent, je eigen fouten ontkennen en afschuiven: het zijn allemaal onhebbelijkheden waarmee werknemers elkaar onbedoeld aansteken (zie bijvoorbeeld deze column over de afschuifcultuur; ook beschreven in mijn boek Collega’s en andere ongemakken).

Oncollegiaal gedrag is daarnaast slecht voor de sfeer en de motivatie. Bovendien gaan mensen zich minder inzetten als ze het idee hebben dat een ander meelift op hun inspanningen zonder zelf iets te doen. Een column over dit zogenoemde free rider gedrag vindt u op de website Psychologie van de werkvloer.

In een recenter onderzoek werd gekeken naar de invloed van extreem negatief gedrag op de werkvloer, zoals geweld, drugs- of drankmisbruik, ongewenste intimiteiten en fraude. Dit gedrag komt gelukkig weinig voor (bij drie tot vijf procent van de werknemers) maar het kan grote effecten hebben, want ook dit is besmettelijk: werknemers die dit soort dingen doen, kunnen hun collega's daarmee aansteken. De ene rotte appel kan dus helaas inderdaad invloed hebben op de hele mand.

Het goede nieuws is dat positief gedrag óók besmettelijk is. Je kun anderen dus in positieve zin aansteken door zelf een goede collega te zijn, en het gedrag te tonen dat je ook graag ziet bij anderen. Als je bijvoorbeeld met respect behandeld wilt worden, wees dan zelf respectvol; wil je meer collegialiteit, wees zelf collegiaal. Is de sfeer op de afdeling goed en gaan collega's vriendschappelijk met elkaar om, dan hebben ze meer plezier in het werk en zullen ook minder gauw een andere baan zoeken. Er is meer uitwisseling waardoor ze ook beter samenwerken en van elkaar leren.

Kortom, wees geen rotte appel maar een toffe peer!

Goede voornemens die blijven kleven nieuws
30 januari 2015 | Ger Post

De maand januari is misschien wel de maand waarin we het hardst met de neus op de feiten worden gedrukt. De goede voornemens lijken al net zo’n utopie als het vakantieoord waarin ze gemaakt werden.

Er is tegenwoordig nog een aanwijzing bijgekomen dat we het lastig hebben met onze voornemens. Met dat de goede voornemens verdwijnen, verschijnen er posts die ons uitleggen hoe we ze wel hadden kunnen verwezenlijken. Zo schreef Petra Wilton, beleidsdirecteur bij het Britse Chartered Management Institute (CMI), vijf adviezen die ervoor zorgen dat goede voornemens van managers wel uitkomen:

1. Ruim tijd in voor ontwikkeling.
2. Schrijf de voornemens met je team op.
3. Vind uit wanneer je op je best bent – en probeer die situatie te reproduceren.
4. Wees niet bang om een pauze te nemen.
5. Wees strikt in de tijd die je beschikbaar bent.

Natuurlijk weten we allemaal wel dat we pauze moeten nemen. Of dat we niet te lang moeten dooremmeren tijdens een vergadering. ‘Je weet het zelf al, dat je leven beter kan. Nu moet je het alleen nog doen,’ vat hoogleraar sociale psychologie Roos Vonk de spanning tussen denken en doen samen in haar boek Je bent wat je doet.

Het boek dat een antwoord biedt om deze spanning op te lossen in een organisatie, is Cirkel van verandering. Het boek is gebaseerd op de vele trainingen en ervaringen van organisatiepsycholoog Steffan Seykens die zo’n twintig jaar werkt met Intention Circles. Kern van deze training is dat iemand het gedrag dat hij of zij voor ogen heeft in een groep oefent, net zolang totdat iedereen in de groep van het gedrag overtuigd is.

Dat dit intensief is, lijkt een understatement – het kan soms wel drie uur duren voordat iemand zijn of haar collega’s heeft overtuigd. Het maakt de voldoening des te groter, zegt een voormalig cursist. ‘De teamcoaching onder leiding van Steffan Seykens heeft meer eigenaarschap, pro-activiteit en een feedbackcultuur gebracht. De Intention Circles hebben onmiskenbaar bijgedragen aan een snelle cultuuromslag.’

Eventverslag: Het goede voorbeeld nieuws
19 november 2014 | Nienke van Oeveren

Verandering vindt vooral van binnen plaats, volgens de sprekers van het boekevent Buitengewoon veranderen. Onbewuste aannames belemmeren veranderingen, legt Arend Ardon uit. Oplossingen om mensen van binnen te raken, zijn feedback, storytelling en een proefwerkelijkheid creëren. 'Verandering is zelf handelen.'

'Er zijn veel ingeslepen patronen in organisaties.' Die kunnen verandering belemmeren, vertelt Arend Ardon. Net als in zijn boek Doorbreek de cirkel! laat hij zien hoe aannames, taalgebruik en gedrag direct samenhangen. 'Je moet je dus bewust worden van je aannames door te observeren: wat doen wij in het hier en nu?' Verandering is vaak: het management start verandering, drukt helpt, management verandert medewerkers, er komt weerstand. 'Met die aannames zijn we heel vertrouwd. Het is een taal, een manier die is ingeslepen.' Over de gewenste aannamen, is Ardon minder zeker. Verandering is overal, verlangen helpt, medewerkers willen betekenisvol werk doen. Kun je aannames ontwikkelen die je kunt benoemen zonder gêne? 'In het hier en nu ligt de sleutel.'

Groei-klimaat
Als dagvoorzitter kondigt Ardon de volgende spreker aan. Roos Vonk vindt dat ons gedrag laat zien hoe we zijn, vandaar ook de titel van haar boek: Je bent wat je doet. 'Hoe je waarneemt, bepaalt je gedrag.' Sommige organisaties hebben een ego-klimaat waarin competitie en wantrouwen overheersen. Liever ziet zij een groei-klimaat met samenwerking, verbetering en ruimte voor fouten. Hoe verander je een ego-klimaat in een groei-klimaat? Vonk geeft tips voor het geven van goede feedback: 'Behandel iemand zoals hij wil dat hij behandeld wordt.' Een ego-cultuur kun je als leidinggevende doorbreken door zelf het goede voorbeeld te geven. 'Je steekt elkaar aan met je gedrag.'

Voorgoed veranderen
Na een heerlijke lunch vervolgt storyteller Theo Hendriks. Hij laat zien hoe je storytelling inzet voor je verandering, zoals in zijn boek Change the Script. 'Stel de gewenste verandering voor in de vorm van een verhaal. De ommekeer is het moment dat de held voorgoed verandert.' Spreek over het streven van de organisatie en maak een verbindend verhaal vanuit het oorspronkelijke streven.' Tot slot geeft hij een aantal formats voor veranderverhalen. 'Het transitieverhaal vertellen we in organisaties heel vaak. Het beschrijft de oorsprong van de organisatie, de verschuiving, het dilemma – stoppen of doorgaan? "We blijven bij onze oorsprong..." en dan volgt het streven.'

Enacted reality
Bij het tweede middagonderdeel gaan de deelnemers zelf onderdeel uitmaken van een verhaal. Marck Oostra (auteur van Theaterinterventies) en Louise Arnold Bik schetsen de situatie en spelen een stroef gesprek. Hoe kunnen beide personages de situatie verbeteren? De deelnemers geven antwoord vanuit de rol die zij vooraf gekregen hebben. Oostra en Arnold Bik spelen de oplossingen uit in een gesprek, dat nu een open karakter heeft. In een nabespreking blijkt dat de deelnemers elkaars standpunten begrijpen. Oostra legt uit hoe deze enacted reality werkt. 'We maken een proefwerkelijkheid, dan is het veiliger om hierover te praten.'

Actie!
De laatste spreker, Hans van der Loo, valt het op dat het bij dit Buitengewoon veranderen-event vooral over de binnenkant gaat. Hij vertelt daarom hoe je vaart kunt maken – aan de buitenkant. Van der Loo beschrijft drie principes om golven te maken. Spoor de mensen op die ook willen veranderen, denk groots en gericht en kom in actie! In zijn boek Vaart maken belooft hij zelfs een verandering in negentig dagen. 'Dit doe ik ook bij organisaties: ik begin vanuit positieve energie. Willen jullie echt? Wie willen nog meer?' De volgende stap is om elke twee weken concrete resultaten te laten zien. 'Er gebeurt wat! Dan willen anderen daar graag bij horen.' Tot slot veranker je de nieuwe gewoonte. Om ook de belangrijkste lessen van deze dag te verankeren, vraagt Arend Ardon de deelnemers om op te schrijven wat ze zelf gaan doen. 'Beweging begint bij onszelf.'

Nienke van Oeveren, redacteur van managementboeken bij Boekredactie.

Hans van der Loo horen? Op 12 februari gaan Hans van der Loo en zeiler Lucas Schröder in op veranderen in 90 dagen.

Je bent wat je doet nieuws
6 mei 2014 | Bertrand Weegenaar

Toe aan een dosis ‘doe eens gek: doe het gewoon’? Pak dan het boek Je bent wat je doet (‘Van zelfkennis naar gedragsverandering’) van Roos Vonk maar eens stevig beet.

Met een gezellige ‘meisjes’ opmaak (roze markeringen en verwijzingen) en een serieuze wetenschappelijke onderbouwing van talrijke noten staat dit boek in de categorie ‘zelfmanagement’ stevig in de klei. Alle mythen over hoe je jezelf naar je dromen denkt, of wenst, worden afgepeld. Wat overblijft, is de volgende boodschap: alleen al het starten met DOEN, maakt stofjes in je los. En dat is meer dan dromen en denken ooit kunnen bereiken.

De Descartiaanse scheiding van lichaam en geest is ook door hersenonderzoek van de laatste decennia wel naar de ‘mythe hemel’ gedragen. Dat zou kunnen betekenen dat we niets meer te vertellen hebben over ons lichaam. Veel daarvan gebeurt onbewust. Dit wordt gestuurd door chemische stofjes en ingesleten patronen. Dat klopt doceert Roos Vonk, alleen jij bent de baas van die geest en kan deze veranderen. Ingesleten patronen kunnen, redelijk gemakkelijk, worden aangepast. En na een periode is de geest, onbewust, niet anders meer gewend. Of dit nu gaat over de strijd tegen de lijn, werkstress of financiële perikelen: doen is altijd het begin, de eerste stap. (Dag)dromen, denken, het kan helpen, maar de eerste schreden zet je toch door te doen. Het doen is een signaal voor je lichaam en voor je omgeving. Jouw gedrag beïnvloedt weer dat van anderen. Doen maakt gelukkiger.

Nu liggen de valkuilen voor het oprapen. Lijnen en de moderne verleidingen van de supermarkt. Dat rapport vanavond schrijven, maar die goede film dan. U kent ze wel. Naast Je bent wat je doet is Wilskracht van Roy Baumeister dan een goede aanvulling. Want volhouden kent ook zo zijn methoden en technieken! Dat alle begin moeilijk is, is bekend. Minder bekend is de brug die die kloof kan dichten: De Kunst van Kaizen van Robert Maurer. Een doe-boek dat de techniek van kleine stappen predikt. Ook hier geldt: je bent wat je doet!

Piekerseizoen nieuws
24 december 2013 | Ger Post

Als de dagen korter worden en de temperatuur daalt, daalt ook de stemming bij 1,2 miljoen Nederlanders ook tot een nulpunt, zo meldde De Telegraaf. We somberen, piekeren. Vaak komt dit doordat we dezelfde gedachtes en zorgen steeds opnieuw laten rondcirkelen in ons hoofd, stelt Guy Winch, auteur van Eerste hulp bij emoties - Onmisbaar advies bij psychische blessures en blauwe plekken.

‘We rechtvaardigen dit dwangmatige broeden door onszelf voor te houden dat we onze gevoelens ermee zuiveren en ze ‘uit ons systeem’ te krijgen. Maar het tegenovergestelde is het geval – het verhoogt juist de drang om over de stressvolle gedachtes na te denken en verergert de stress die we voelen. Aan de emotionele korsten pulken heeft op deze manier niet alleen invloed op onze huidige stemming, het veroorzaakt ook een stressreactie die ons na verloop van tijd kwetsbaar maakt voor depressie, alcoholisme, eetstoornissen en hart-en-vaatziekten.’ Aldus Winch.

Erg goed zijn we dus niet in het verbeteren van ons humeur – zo blijkt ook de neiging om Facebook te checken nauwelijks de stemming te verbeteren. Sterker nog, de foto’s van de vakanties, successen en kinderen van anderen zetten aan tot nog meer negatieve gedachtes. De afleiding die social media bieden werken niet, zo vertellen de experts, we zouden ons juist op minder afleidingen moeten richten, zoals bij Mindfulness.

Zo schreef hoogleraar psychologie en auteur Roos Vonk vijf jaar geleden in Psychologie Magazine aan een ‘piekerprinses’: ‘Stress en piekeren gaat altijd over dingen uit het verleden (wat ging er mis) of de toekomst (als dat maar goed afloopt) waardoor je te weinig in het hier-en-nu kunt zijn. Terwijl dat juist de manier is om die vicieuze cirkel te doorbreken. Ik denk dat het daarom goed is om meditatieoefeningen te gaan doen of een cursus mindfulness.’

In haar nieuwe boek Wat je doet ben je zelf ('De psychologie van zelfsturing en gedragsverandering') voegt ze daar nog een advies aan toe. Als je wilt stoppen met piekeren, dan moet je dat gewoon doen, want (negatieve) gedachtes verander je door de buitenkant (gedrag en omgeving) te veranderen, zo bepleit Vonk. Kortom, gewoon beginnen met mediteren.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden