Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Preview

Preview - Stalen zenuwen

Hoe kan het dat cabaretiers als Theo Maassen, politici als Barack Obama en topsporters als Maria Sjarapova op het juiste moment op hun best presteren? Ger Post deed er onderzoek naar en beantwoordt deze, en andere vragen in Stalen zenuwen. Een preview.

Ger Post | 23 juni 2016 | 3-4 minuten leestijd

Degene die vaak in een organisatie komt vertellen hoe er onder hoge druk gepresteerd moet worden, is de sporter – of zijn of haar (mental)coach. Vreemd is dat niet, omdat de samenleving steeds meer op het sportveld begint te lijken, hetgeen filosofen de ‘sportificering’ van de samenleving noemen. Vandaar dat de werkende mens graag bij sporters afkijkt hoe hij of zij ‘een tandje moet bijschakelen’ of ‘boven zichzelf moet uitstijgen’ op belangrijke momenten.

Een mythe die uit de sport is komen overwaaien is dat het belangrijk is om boven jezelf uit te stijgen op een beslissend moment. Sommige mensen worden zelfs beter dankzij de druk, is de gedachte. Bekende voorbeelden van sporters die deze kwaliteit worden toegeschreven zijn basketballer Michael Jordan, schaatser Ireen Wüst, golfer Tiger Woods en het Duitse voetbalteam. Maar als je hun verhalen uitpluist, blijken deze sporters helemaal niet beter te worden als de druk toeneemt.

Sterker nog, in de voorbereiding op een belangrijk moment kan het idee dat je beter moet presteren dan je ooit eerder hebt gedaan voor méér druk zorgen. Dat is het grootste probleem als het gaat om lessen uit de topsport: ze kunnen ons op een verkeerd spoor zetten. In plaats van dat ze ons inzicht bieden over hoe beter te worden op momenten van druk, zorgen ze ervoor dat we verkeerde dingen gaan doen.

Een voorbeeld is zelfvertrouwen. Je hoeft maar een willekeurige uitzending van Studio Sport te kijken om het idee op te doen dat een prestatie onder druk begint en eindigt bij zelfvertrouwen. We halen pas opgelucht adem als een sporter of een team ‘met zelfvertrouwen’ aan een belangrijk toernooi begint. En na een nederlaag haasten sporters en hun coaches zich om te vertellen dat het zelfvertrouwen onaangetast is gebleven of dat het verliezende team vertrouwen ‘moet houden’. Vandaar dat mental coaches vaak concluderen dat een prestatie onder druk begint bij vertrouwen in eigen kunnen.

Alleen is dat niet zo. Hoewel meer zelfvertrouwen misschien goed voelt – en ons doet vermoeden dat we lekker bezig zijn – helpt het sec opkrikken van vertrouwen in kunnen een prestatie vaak niet. Om met psycholoog Martin Seligman te spreken: zelfvertrouwen is in het beste geval als de snelheidsmeter in een auto. Het kan een handige indicatie zijn van hoe hard je gaat. Maar als je de auto wilt versnellen, dan doe je niets aan de snelheidsmeter, maar dan richt je je op de motor.

Vaak moeten we precies het tegenovergestelde doen van wat sporters ons aanraden: we moeten niet een zo goed mogelijk gevoel creëren tijdens een training (bijvoorbeeld door ons zelfvertrouwen op te krikken), maar het onszelf juist moeilijk maken. De factoren die een prestatie onder druk moeilijk maken – bijvoorbeeld gebrek aan tijd, sociale druk van toeschouwers of de consequenties van een misser – moeten we juist zo goed mogelijk simuleren. Dat is dé manier om beter te worden op momenten dat de spanning oploopt.

Hoe kun je het jezelf moeilijk maken tijdens een training? En hoe zorgen topsporters ervoor dat ze zich tijdens een voorbereiding op een belangrijk moment niet laten afleiden? In Stalen zenuwen onderzoek ik beruchte momenten waarop talenten afbrokkelen of juist tot ongekende hoogtes stijgen. Ik ga op bezoek bij een sportpsychiater in Groot-Brittannië, onderzoek het penaltysyndroom van het Nederlands elftal, analyseer de manier waarop Maarten van der Weijden tegen alle verwachtingen in het zwaarste onderdeel van de Olympische Spelen won en ga terug naar de ‘Zwarte Dinsdag’ van de Winterspelen van Vancouver, toen een schaatscoach zijn pupil de verkeerde baan in stuurde en een bobsleeër niet meer de baan af durfde. 

Wat kunnen we wél leren van deze momenten als we zelf een belangrijke prestatie moeten leveren? U leest het in Stalen zenuwen.

Ger Post (1981) studeerde journalistiek en cognitieve neurowetenschappen en is nu docent brain and cognitive sciences aan de Universiteit van Amsterdam. Naast handboeken over interdisciplinair onderzoek, schrijft hij als journalist stukken over hersenonderzoek voor De Neuroloog en Managementboek Magazine.

Deel dit artikel

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden