Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Nieuws

Harvest - Oktober 2017

Wat leest Amerika en wat waait waarschijnlijk over naar Nederland? 'Onze man in de VS' Jeroen Ansink doet maandelijks een rondje boekwinkels in New York.

Jeroen Ansink | 25 oktober 2017 | 4-5 minuten leestijd

Satya Nadella was krap acht maanden CEO van Microsoft toen hij de grootste flater in zijn carrière beging. Tijdens een panelgesprek op een bijeenkomst voor vrouwelijke computerprogrammeurs vroeg Microsoft-bestuurder Maria Klawe haar baas hoe onderbetaalde vrouwen hun salarispositie konden verbeteren. Tot haar verbijstering adviseerde Nadella het publiek om niet de lastpak uit te hangen, en in plaats daarvan te vertrouwen op het systeem. ‘Het niet vragen om loonsverhoging is goede karma. Het komt terug.’ Op sociale media werd Nadella meteen gebrandmerkt als een onversneden seksist.

In zijn nieuwe boek Hit Refresh blikt de in India geboren Amerikaan terug op het onfortuinlijke incident. Het 'teaching moment' noopte hem niet alleen tot een publiek excuus, maar leidde ook tot tal van maatregelen om de positie van werknemers te verbeteren, zoals financiële prikkels voor managers om hun teams meer divers te maken, en het openbaar maken van compensatiedata voor vrouwen en minderheden.

Hit refresh is daarnaast niet alleen een mea culpa, maar ook een beschrijving van hoe Nadella als opvolger van de autoritaire Steve Ballmer op zoek ging naar de 'ziel' van Microsoft. De C in CEO staat volgens Nadella niet voor chief, maar voor Microsofts cultuur, die onder Ballmer was uitgegroeid tot een samenraapsel van onderling kibbelende koninkrijkjes. Door interne grenzen te slechten, hiërarchische obstakels te verwijderen en afwijkende meningen te verwelkomen, heeft Nadella de softwaregigant naar eigen zeggen omgevormd van een know-it-all tot een learn-it-all-organisatie. Aandeelhouders lijken hem gelijk te geven: de koers van Microsoft is sinds zijn aantreden in 2014 verdubbeld.

In de wereld van zelfhulpgoeroes heeft de Amerikaanse sociaal psycholoog Brené Brown inmiddels de status van superster bereikt. Haar boeken De moed van imperfectie, De kracht van kwetsbaarheid en Sterker dan ooit hebben stuk voor stuk de bovenste regionen van de New York Times-bestsellerlijst bereikt en haar TED-talk The power of vulnerability is al meer dan dertig miljoen keer bekeken. Media-tycoon Oprah Winfrey noemt haar zelfs 'mijn zielsverwant'. In haar nieuwe boek Braving the wilderness legt Brown de vinger op een van de meest fnuikende maatschappelijke problemen in de westerse wereld: eenzaamheid. Zo is sinds 1980 alleen al in de Verenigde Staten het aantal mensen dat gevoelens van sociale (of professionele) uitsluiting ervaart verdubbeld naar meer dan veertig procent.

Dit brengt niet alleen gezondheidsrisico's met zich mee (chronisch eenzame mensen lopen volgens een onderzoek 45 procent meer kans op vroegtijdig overlijden), maar ook gevaren voor de samenleving. Anders dan bij honger of fysieke pijn is het onderkennen van het probleem bij eenzaamheid nog steeds taboe. Uit zelfbescherming kiezen veel mensen ervoor om zich terug te trekken in ideologische bunkers, met alle maatschappelijke verdeeldheid vandien. Een wij en zij-denken is bovendien een slecht surrogaat voor echte verbondenheid. Brown maakt een onderscheid tussen fitting in en belonging. Fitting in vereist dat je afstapt van je authentieke zelf en je aanpast aan de situatie. Belonging betekent daarentegen dat je ergens thuishoort, en dat je je durft open te stellen voor mensen die het níet met je eens zijn, desnoods alleen.

Belonging is daarmee ook een vorm van leiderschap, aldus Brown, die in haar woonplaats Houston onlangs ondervond hoe relatief makkelijk een diepe sociale kloof (in ieder geval tijdelijk) weer gedicht kan worden. De nasleep van orkaan Harvey bracht het beste in mensen naar boven, vertelde ze de televisiezender CBS. 'In de schuilkelders was er niemand die zei: ik kan je wel helpen, maar wat is je politieke overtuiging?'

Of Browns filosofie ook zal leiden tot meer verbondenheid op de werkvloer is echter nog de vraag. Volgens Stanford-hoogleraar Robert Sutton is het bedrijfsleven nog nooit zo doordrenkt geweest met klootzakken als nu. De organisatiepsycholoog luidde tien jaar geleden al de noodklok met De anti-huftermethode, waarin hij de aanwezigheid van tirannen op de werkplek identificeerde en behandelde. Sindsdien is het probleem alleen maar toegenomen, stelt Sutton in The asshole survival guide, een handleiding waarmee mensen zich kunnen wapenen tegen etterende managers en collega's. Het probleem met negatief gedrag is dat het besmettelijker is dan een positieve instelling. Uit onderzoek blijkt dat één enkele actie, zoals een beledigend emailtje, al genoeg is om iemand om te vormen tot een 'drager', waarmee hufterige omgangsvormen zich als een verkoudheid door een organisatie kunnen verspreiden.

Sutton onderscheidt verschillende soorten van onbeschoft gedrag die elk een andere verdediging behoeven. Hufters die continu kritiek spuien, hun ondergeschikten als inferieure wezens behandelen, of anderen in de rug steken zijn volgens hem het meest schadelijk. De meest effectieve methode tegen dit soort mensen is ze volledig te mijden of op zijn minst te ontmoedigen door niet, of in ieder geval niet onmiddellijk, op provocerende emails en ander getreiter te reageren. Als dat niet mogelijk is kan een denkbeeldige reis naar de toekomst ook helpen: tijd heelt immers alle wonden. Het goede nieuws is dat hufterigheid volgens Sutton op de lange termijn niet loont. ‘Anderen als stront behandelen richt zoveel schade aan dat zelfs een winnende klootzak als mens nog steeds een verliezer is.’

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden