Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Nieuws

Van Mierlo houdt pleidooi voor beroepseed voor bankiers

In zijn boek Gepast en ongepast geld betoogt Hans Ludo van Mierlo dat er een beroepseed moet komen voor alle onder toezicht staande financiële dienstverleners. De schrijver, voormalig directeur externe communicatie bij onder andere ING Groep en Rabobank, stelt dat het bankwezen niet alleen wordt geteisterd door een financiële crisis, maar ook door een morele crisis. 'Ik heb niet in het minst het idee dat het boek achterhaald is. Misschien dat ik enkele stukken kan actualiseren als er een tweede druk komt, maar dat zullen er niet heel veel zijn. Mijn betoog staat recht overeind.'

Hans van der Klis | 15 oktober 2008 | 3-4 minuten leestijd

Van Mierlo begon zijn boek een jaar geleden omdat hij een beeld wilde geven van de ethiek in de financiële wereld. ‘Die is groter dan mensen denken, maar aan de andere kant ook flinterdun’, zegt hij. ‘We staan op een scheidslijn tussen de Rijnlandse en de Angelsaksische principes. De banken zijn zich de laatste jaren steeds meer gaan bezighouden met hun maatschappelijke rol, deels uit pr-overwegingen, deels omdat zij op zoek zijn naar zingeving. Anderzijds hebben zij natuurlijk te maken met de eisen van hun aandeelhouders. De eerste twintig zinnen van het boek (waarin Van Mierlo schrijft over vertrouwen als ruggengraat voor het financiële systeem, red.) heb ik bijna op de dag af precies een jaar geleden geschreven. Die zou ik onder de huidige omstandigheden precies zo formuleren. Ik vreesde al wel dat het systeem zichzelf omver zou kunnen trekken, maar ook ik kon natuurlijk niet voorzien hoe de crisis uiteindelijk vorm zou krijgen.’

In zijn boek beschrijft Van Mierlo de maatschappelijke rol die banken en andere financiële dienstverleners spelen in de moderne tijd. Als directeur externe communicatie van achtereenvolgens NMB Bank, NMB Postbank, ING Groep en Rabobank Groep heeft hij van dichtbij meegemaakt hoe financiële instellingen de laatste vijftien jaar steeds meer oog hebben gekregen voor hun positie in de maatschappij. Toen hij in de jaren tachtig als relatieve buitenstaander bij NMB terecht was gekomen, hielden banken zich het liefst zoveel mogelijk afzijdig van het maatschappelijk debat. Als er al eens een journalist of NGO langskwam met vragen, verborgen de banken zich het liefst achter de privacy van hun klanten. ‘Geen commentaar’, klonk het dan. Van Mierlo maakte van dichtbij mee hoe de banken zich steeds opener gingen opstellen. Zelf is hij ook betrokken geweest bij het opstellen van verschillende gedragscodes, waarmee banken willen aantonen dat zij hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen.

Dergelijke gedragscodes zijn hard nodig, want door de mondialisering krijgen banken en andere financiële instellingen steeds meer te maken met financieringen van projecten die maatschappelijk weinig verantwoord zijn, zoals het kappen van regenwoud in Indonesië ten bate van palmolieplantages. Ook in Nederland en België zelf is het van belang dat financiële instellingen niet uitsluitend uit zijn op winstmaximalisatie. Hoewel banken in principe risico’s het liefst mijden, spelen zij vaak een rol in het afsluiten van riskante leningen, zoals nu bijvoorbeeld beleggingshypotheken. Ook oefenen NGO’s druk uit op financiële instellingen om hun invloed aan te wenden bij bedrijven die weinig oog hebben voor duurzaamheid of zelfs dictatoriale regimes ondersteunen, zoals aan het begin van dit decennium bleek toen IHC Caland investeerde in Birma.

Van Mierlo is weliswaar positief over het maatschappelijk verantwoord gedrag van de grote banken in Nederland en België, maar hij is er nog niet van overtuigd dat de codes echt wezenlijk verschil maken. In zijn boek signaleert hij dat zij vrijwel nergens deel uitmaken van het personeelsbeleid, beoordelingsgesprekken of de beloning. Daarom zou hij het liefst zien dat bankiers en andere financiële dienstverleners een eigen ‘eed’ zouden moeten afleggen, zoals ook medici en Tweede Kamerleden verplicht zijn.

Door de huidige bankencrisis voelt Van Mierlo zich gesterkt in zijn opvattingen. Hoewel de actuele ontwikkelingen niet meer konden worden meegenomen, werpt de crisis ook in het boek zijn slagschaduw vooruit. ‘Ik heb niet in het minst het idee dat het boek achterhaald is. Misschien dat ik enkele stukken kan actualiseren als er een tweede druk komt, maar dat zullen er niet heel veel zijn. Mijn betoog staat overeind. Ik heb een gevoel willen overbrengen van hoe de ethiek zich in de financiële sector ontwikkelt.’

Van Mierlo volgt de ontwikkelingen met argusogen. ‘Het is een bijzonder proces: wij zien nu hoe banken met Angelsaksische principes vluchten in de armen van Vadertje Staat. Dat betekent ook een buitenkans voor de staat om de banken te dwingen een nieuwe missie te formuleren. De financiële crisis staat niet op zich: er zijn meer crises, zoals op het gebied van energie en grondstoffen. Wij bevinden ons op een bijzonder draaipunt in de geschiedenis, het is alleen de vraag of mensen daar gebruik van zullen maken.’

Deel dit artikel

Boek bij dit artikel

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden