Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Boekenkast

De boekenkast van Menno Lanting, inspirerende connector

Zijn volgers op Twitter weten het al. Zijn boek komt er. Hij stelt er vragen, vertelt over zijn schrijfproces en laat mensen meedenken over de titel. Hij voldoet prefect aan de managementwijsheid practice what you preach. Zijn boek gaat dan ook over sociale media en hun invloed op organisaties: Connect! Het is een groot succes. Dit keer bij de boekenkast de ‘jongste’ managementboekenschrijver van eigen bodem: Menno Lanting.

Joep Schrijvers | 28 december 2010 | 9-12 minuten leestijd

De middag is grijs en nat als ik bij hem aanbel. Het was even zoeken maar dan heb ik zijn huis toch gevonden: een statig negentiende eeuws pand aan een van de oudste stadsparken van Nederland. Je zou er eerder een gepensioneerde historicus verwachten die nog alles van de Hunnen weet dan Menno Lanting, auteur van Connect!, het boek dat over de digitale revolutie gaat en de invloed beschrijft op organisatie en management. Door het raampje van de voordeur zie ik hem aan komen lopen. Hij is casual gekleed in een trainingsjack: onmiskenbaar deze tijd. Breed grijnzend doet hij de deur voor me open. We lopen door de hoge gang naar de even hoge achterkamer waar een brede eettafel staat en waar we gaan zitten. Achter hem staat een boekenkast. ‘Ik weet niet precies welk merk het is, maar deze is zeker geen IKEA. De kasten boven zijn dat wel. En dan hebben we daar nog een kast.’ Lanting knikt naar een open kast naast de suitedeuren. Als ik hem vraag hoeveel strekkende meter zijn kennis reikt, begint hij op zijn vingers te tellen. ‘Dat moet dan ongeveer vijftien meter zijn. We hebben ongeveer vijfhonderd boeken in huis, waarvan een groot deel fictie is. Dat is de afdeling van mijn vrouw.’

Scheuren

Lanting leest vooral non-fictie en reisverhalen. Maar meer nog leest hij magazines. ‘Dat doe ik al van kinds af aan. ’s Morgens lees ik vakbladen en ’s avonds boeken. Maar tijdschriften kan ik wel de hele dag consumeren.’ Hij lacht: ‘ik denk dat ik alle tijdschriften die in Nederland verschijnen wel eens langs heb gehad. Het is ook zo’n goede manier om op ideeën te komen. Je moet gewoon drie tijdschriften kopen waar je niks mee hebt. Ik koop dan bijvoorbeeld een tekenblad, eentje over vissen en een wetenschappelijk blad. Dan ga ik lezen en zoeken naar associaties en verbanden.’ Lanting staat op, loopt naar de voorkamer, duikt in een kast en vervolgt: ‘je komt op een slecht moment. Ik heb juist alles opgeruimd. Ik ben namelijk een scheurder. Ik scheur van alles en nog wat uit kranten en tijdschriften. Mijn moeder zei dat ik dat als kind al deed. Mijn dochtertje van twee doet het ook. Alles wat ik uitscheur, gaat in mapjes.’ Hij rommelt nog wat en komt terug met een transparant plastic mapje met een paar knipsels. Bovenop ligt een interview bij de boekenkast. Hij ziet dat ik dat zie. ‘Ja,’ zegt hij haast verontschuldigend, ‘ik wilde even kijken hoe je een dergelijk gesprek doet.’ Dan gaat hij door: ‘als ik allerlei artikelen heb verzameld, ga ik ze sorteren. Wat ik niet gebruik, gooi ik weg. Vervolgens zoek ik de digitale versie op, die ik met bookmarks op mijn laptop orden. Zo lees ik ook boeken: zappend. Ik ben geen lineaire lezer. Ik lees ook meerdere boeken tegelijk. Ik zoek de content er in op en ze komen vol geeltjes te staan waarop ik aantekeningen maak. Ik schrijf niet in het boek zelf. Lezen is op ideeën komen, ordenen en associatieve verbanden leggen. En dat begint met scheuren.’ Ik kan de vraag niet onderdrukken waar die ‘scheurneurose’ vandaan komt. ‘Die komt voort uit mijn nieuwsgierigheid. Zei Einstein dat niet: "ik heb geen bijzonder talent, ik ben alleen maar nieuwsgierig?"’

Nareizen

Lanting schenkt me een nieuw kopje thee in. Buiten miezert het ouderwets. ‘Wanneer is een boek goed? Ik moet je zeggen dat ik een boek tegenwoordig anders lees dan vroeger. Ik kijk nu ook hoe het fysiek is ontworpen en hoe de hoofdstukken zijn opgebouwd. Ik kijk er veel technischer naar nu ik zelf schrijf. Maar los daarvan, wanneer is het echt goed?’ Lanting leunt achterover in zijn stoel en legt zijn handen in zijn nek. Langzaam begint hij: ‘wanneer het me nieuwe inzichten brengt of aan het dromen zet. Ik lees veel boeken over reizen. Waar droom ik dan van?’ Hij kijkt me aan: ‘Van nareizen, die tochten zelf maken. Ik heb dat ook wel gedaan. Redmond O’Hanlon is reisboekenschrijver onder meer van het boek Congo, dat over zijn avonturen in de Congo-delta gaat. Dat heb ik met een vriend voor een deel nagereisd. Daar ben ik geweest. Hij is een geweldige schrijver met veel humor en overdrijving. Dat laatste kreeg ik door toen ik met vriend aan de hand van zijn boek aan fact finding heb gedaan. Klopt het wat hij schrijft? Zo schrijft hij ergens over een hele zeldzame eend daar en spint dat helemaal uit. Heel knap. Wij hebben een stuk van die reis gedaan en wat bleek?’ Lachend: ‘die eenden zijn wat hier spreeuwen zijn.’

Wat is daar de kick toch van? ‘Ik heb een fascinatie voor obscure plekken die ver weg zijn. Ik kan wegdromen over verlaten eilanden. Ik heb wat Boudewijn Büch ook had, een verlangen naar dit soort plekken. Ik ben ook gek op zwakke mensen en dictators. Het is een zoektocht naar het extreme, naar alles wat afwijkt. Ik heb een grote fascinatie voor Afrika. Auteurs als David van Reybroeck en Jan Brokken hebben daar prachtig over geschreven. Of ik dat ook al als jongetje had?’ Hij knikt. ‘Ik keek en las graag in encyclopedieën en atlassen. Maar ook wat dichtbij is, boeit me hoor.’ Hij haalt er als bewijs een boek bij en laat het me zien. Het is een fotoboek van de buurt van vroeger waar hij nu woont. Hij bladert er in en kijkt me met glinsterende ogen aan.

Aan het denken

Ik wil weten hoe hij schrijft. ‘Ik heb pas de ervaring van één boek. Maar het werkt zo: ik heb dus allemaal aantekeningen en digitale knipsels. Ik begin dan met de rode draad en denk na over wat ik in essentie wil vertellen. Dan ga ik schrijven en werk ik hard door zonder me te bekommeren om de stijl en de spelling. Dat fine tunen komt later. Als ik een hoofdstuk grof heb geschreven dan leg ik het een paar dagen weg en ga ik iets anders doen. Op een gegeven moment voel ik dat ik er weer zin in krijg. Dan begint het fijnslijpen. Daarna print ik het voor de eerste keer uit en lees ik de papieren versie door. Als eerste laat ik het manuscript aan mijn vrouw lezen. Op deelthema’s en op hoofdstukken heb ik een of twee meelezers. Ik vraag hen vooral wat het manuscript bij hen oproept. Zet het je aan het denken? Want dat is wat ik bij mijn lezers probeer te bereiken. Ik wil geen handboek schrijven dat je van voor naar achteren en van A tot Z leest.’ Hij schrijft in de kamer, in het souterrain en soms in de kroeg. Zo’n zeventig procent doet Lanting thuis en de rest elders. ‘In de cafés Dudock en Touche in Arnhem kun je me met mijn laptop vinden. Het meeste schrijf ik trouwens in de ochtend van negen tot twee. Dat is ook de maximale tijd die ik volhoud. Meestal beleef ik er geen plezier aan. Om tot schrijven te komen heb ik een lange aanloop nodig. Soms ben ik een hele ochtend bezig één uur effectief te zijn. Een hele reeks rituelen moet de revue passeren: koffie zetten, loopje maken, scheuren, dochter doen… Lang stil zitten heb ik nooit gekund. Daarom moet een boek ook binnen een half jaar af zijn. Ik zou me niet voor meerdere jaren kunnen toeleggen op één boek. Dat gaat me echt niet lukken. Soms heb ik een paar dagen dat het schrijven niet lukt maar van een echte writers block is nog geen sprake geweest. Wat mij er snel bovenop helpt, is hard lopen. Het nadeel daarvan is dat ik dan ook weer allemaal ideeën op doe. Aan ideeën heb ik meestal geen gebrek. Ze verwerken, dat is de kunst.’

Steeds platter

Lanting is met een nieuw boek begonnen dat in maart of april 2011 verschijnt. Is een tweede boek schrijven anders dan het eerste? ‘Het tweede boek is anders dan het boek Connect! Ik heb nu de wetenschap dat het er komt. De werktitel is Van hiërarchische piramide naar platte pannenkoek. Het gaat over wat de digitalisering met leiderschap doet. Mijn inschatting is dat organisaties steeds platter zullen worden. Al die geconnecte organisaties worden nog transparanter. Maar dat roept ook weerstand op. Managers en bestuurders reageren vaak heel emotioneel op de sociale media. Neem Twitter bijvoorbeeld. Daar hangt een sfeertje om van: jij twittert, jij bent dus werkloos. Dat zei een CEO eens tegen me. De vraag die ik in mijn nieuwe boek beantwoord, is waarom mensen zo heftig op die digitalisering reageren.’ Ik kijk hem vragend aan. ‘Die reacties zijn te heftig voor een dergelijk tooltje als Twitter. Er is meer aan de hand dan dat. Het heeft met macht te maken. De nieuwe technologie graaft aan de machtsverhoudingen. Het zet er vraagtekens bij. Daarom reageren bestuurders en topmanagers er zo heftig op. Het is trouwens opvallend dat het hier meer is dan in Amerika. Daar is de weerstand een stuk minder. Waarschijnlijk is daar een cultuur van grotere openheid. De machtswisseling als gevolg van de digitalisering is fascinerend.’ Lanting is er van overtuigd dat de macht naar de informele organisatie gaat. ‘Die wordt sterker. De jonge generatie regelt zelf het delen van hun kennis. Die generatie is veel zelfstandiger dan de oudere en hun kennis gaat over de traditionele organisatiegrenzen heen. Jonge mensen pikken het niet als hun werkgever Twitter of Facebook blokkeert. Die machtsverandering laat zich goed illustreren aan de laptops op het werk. Vroeger kreeg je die van je baas en was het een secundaire arbeidsvoorwaarde. Je kreeg er status mee. Nu koopt het merendeel van de medewerkers zelf zijn laptop. Waarom? Ze willen niet dat systeembeheer van hun werkgever hun laptop afsluit voor software en sociale media. Dat is een teken van het verschuiven van de macht. Daar gaat mijn nieuwe boek over.’

Terwijl Lanting zo over zijn nieuwe boek praat en uitvoerig op weerstand en macht ingaat, valt me iets op. Zijn eersteling Connect! is als je het oneerbiedig zegt een ‘halleluja-boek’. Het gaat over alle zegeningen van de digitalisering voor leiderschap, werknemers en de mensheid. De hemel is bijna op aarde. In zijn nieuwe boek lijkt hij een kritisch pad op te gaan. Ik leg het hem voor. ‘Ja, dat is zo. Ik heb met Connect! vanuit een wenkend perspectief geschreven. Maar daar is ook, zoals ik net zei, veel weerstand tegen. Ik ben bij allerlei bedrijven geweest en steeds viel me op dat de praktijk zoals gebruikelijk weerbarstig is. Je raakt daar ontnuchterd van. Ik bedoel, het wenkend perspectief staat maar nu moet de vraag worden beantwoord waarom het zo moeilijk is om die stap te maken naar dat andere leiderschap en die plattere organisaties. Connect! is het basisboek, het volgende gaat over die stap. En dan kun je niet heen om de belangrijkste hinderpalen: weerstand en macht. Het is nu tijd om de vraag te beantwoorden: hoe die te tackelen. Wil je nog thee trouwens?’ Ik knik. Inmiddels is het buiten opgeklaard.

Deel dit artikel

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden