Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Column

Mijn broodmachine en de toestand van onze economie

Wij hebben een economie die een hoge omloopsnelheid heeft. Zo verdienen aandeelhouders veel geld, zo blijft de werkgelegenheid en daarmee de economie op peil. Maar waar liggen de grenzen? Hoe komen we ooit uit de vicieuze cirkel van ons systeem?

Guus Hustinx | 10 februari 2012 | 4-5 minuten leestijd

Mijn broodmachine, twee jaar oud, ging stuk. Althans, een klein onderdeeltje had het begeven. Geen nood zou je denken, repareren en klaar. Niets bleek minder waar. Er wordt domweg niet gerepareerd. Je koopt een nieuwe en dumpt de oude. Zo worden printers bewust gemaakt om niet langer dan drie jaar mee te gaan en is de iPhone uitgerust met een apart schroefje om te voorkomen dat wij, gierige klanten, zelf een batterij kunnen vervangen. Ook het ieder jaar uitbrengen van apparaten met nog meer en snellere mogelijkheden houdt ons superconsumentisme op peil. Onze economie heeft een hoge omloopsnelheid nodig. Het hele systeem is verslaafd aan groei. Een belangrijke manier om groei te realiseren is de omloopsnelheid van onze consumptie verder te verhogen. In de huidige schuldencrisis kunnen we zien wat er gebeurt als de groei afneemt of tot stilstand komt. Hele landen komen in problemen, de economie komt tot stilstand, massawerkeloosheid is het gevolg. Een vicieuze cirkel.

Deze hoge omloopsnelheid heeft echter ook enorme verspilling tot gevolg. Ontelbare mobiele telefoons met daarin steeds schaarser wordende metalen liggen in bureauladen te verstoffen of komen in de vuilverbranding terecht. Mijn broodmachine wordt als witgoed nog gerecycled, maar een groot deel van het apparaat verdwijnt alsnog naar de verbranding. Vervuiling is het broertje van verspilling. De vraag rijst hoe lang we dit, met steeds schaarser wordende grondstoffen, nog vol kunnen houden. Paul Gelding, oud-directeur van Greenpeace, voorspelt in zijn boek ‘The Great Disruption’ een wereldwijde crisis als gevolg van deze schaarste, met miljarden doden als gevolg. Roger Cox stelt in zijn boek ‘Revolutie met recht’ (2011) dat de ‘Hubbertpiek’ ofwel ‘Peak Oil’ al bereikt is (het punt waarop de productie van olie afneemt omdat de voorraden wereldwijd opraken). De olieprijs zal tot absurde hoogten stijgen, een bedreiging voor het hele economische systeem. Komt het inktzwarte scenario van Gelding dan alsnog uit?

Hoe kan het toch dat deze alarmerende situatie niet wereldwijd prioriteit nummer een is? Steken we collectief de kop in het zand? Vooral de korte termijn focus van politiek, aandeelhouders en bestuurders (we kijken zo ver als onze zittingsperiode of portemonnee strekt) is de grote boosdoener. Daarnaast is het fenomeen dermate complex dat eigenlijk niemand weet hoe dit op te lossen. En dus bagatelliseren of ontkennen we de situatie. Of we zijn rasoptimisten en geloven dat er tijdig een remedie voor de doodzieke patiënt gevonden wordt. We gedragen ons als kikkers. Het wordt verdomd heet in de pan, maar we merken het niet, we worden langzaam gekookt.

In De toekomst is groen (uit 2008) zegt Thomas Friedman dat er sprake is van een systeemcrisis. Die kun je niet oplossen door de onderdelen van het systeem te optimaliseren, zoals nu geprobeerd wordt. Je moet een heel nieuw systeem bouwen. Is innovatie dan de oplossing? De huidige praktijk van innovatie laat zien dat het oh zo moeilijk is om van het slimme idee tot product te komen. ‘Klein’ uitproberen, dat lukt nog wel. Maar van daaruit opschalen naar massaproductie is al veel lastiger. Multinationals hebben zichzelf tijdens de golf van het superkapitalisme omgevormd tot geldmachines. Die steken hun nek niet meer uit. Private partijen kunnen de bedragen die nodig zijn voor de opschaling moeilijk ophoesten. Daarnaast zit veel innovatie in de hoek van het optimaliseren van de delen van het systeem. Voor het bouwen van een nieuw systeem is iets anders nodig.

Utopieën (dus beelden van de ideale maatschappij met dito wereldorde) zijn van alle tijden. Utopieën zijn in een achternamiddag te bedenken. Hans Achterhuis (De utopie van de vrije markt, uit 2010) laat zien welke prijs in de (recente) historie betaald is voor het najagen van die utopieën. Dus dat is niet de weg.

De opgave is om een samenhangende wereldeconomie te bouwen die duurzaam is. Waar we alleen nog hernieuwbare hulpbronnen gebruiken. Waar we producten creëren die een lange levensduur hebben. De uren die daarmee uit de productie vrijvallen worden ingezet in zorg, onderwijs, kennisontwikkeling en innovatie. Tevens moeten we de kloof tussen rijk en arm oplossen, want die vormt een bedreiging voor het hele systeem. We moeten ingewikkelde verdelings- en daarmee machtsvraagstukken oplossen. En bovendien moeten we een transitieproces creëren waarmee we van de huidige naar de gewenste toestand toewerken, zonder dat het lopende systeem ineenstort. Ofwel: tijdens de verbouwing moet de verkoop gewoon doorgaan. De aanzet moet van ons, de burgers komen. Het wordt tijd voor denktanks die deze opgave in kaart gaan brengen. Digitale platforms kunnen daarvoor een geweldig middel vormen en in korte tijd veel kritische massa bijeen brengen. Aan de slag!

Deel dit artikel

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden